“ [verbalisant 1] (hof: ‘ [verbalisant 1] ’): Zooo ..Ik heb van de week wel uitgebreid met [verbalisant 3] gesproken. Wat..die vertelde een verhaal of zo...? Ik moet toch effe aan jou vragen zo...eeeh...een verhaal over ...hij vertelt dus over Kreta of zo en dat je daar hebt ondergedoken gezeten., op de één of andere manier..
[verdachte] (hof: de verdachte): ...n.t.v...een tijdje..
[verbalisant 1] : He?
[verdachte] : Een tijdje.
[verbalisant 1] : Ja en wat...hij vertelde iets met TBS. n.t.v .. .in eerste instantie ga ik dan een beetje in de hoijzers...met TBS, dat zou ik dan het liefste willen weten, in plaats van [verbalisant 3] natuurlijk.
[verdachte] . Ik eeeh..ik moest gewoon effe weg.
[verbalisant 1] : He? Je moest effe weg?
[verdachte] : Ik moest effe weg...uit [plaats] .
[verbalisant 1] : Oké..oké.
[verdachte] . Eeeh. er was iets eeh iets geript. aan de overkant., best wel hevig. .. n.t.v.
[verbalisant 1] : Je bedoelt Engeland? Aan de overkant?
[verdachte] : Zuid-Amerika
[verbalisant 1] : Oke..oké.. Zuid-Amerika, oké.
[verdachte] : Toen dat aankwam...ja, toen was er een dubbele portie...
[verbalisant 1] : Dubbele portie?
[verbalisant 1] : Meer als dat je had...eeh..?
[verdachte] : Nee, dubbel zoveel.
[verbalisant 1] : D’r zat van anderen ook nog een partij erbij?
[verdachte] : Ja, die had ie erbij geript.
[verbalisant 1] : Oh.
[verdachte] : Hij ripte soms...ja..
[verbalisant 1] : Ja. . . oké
[verdachte] : Nou...n.t.v. hebben we foutje(?)...n.t.v..
[verbalisant 1] : Ja
[verdachte] : Dus eeh...n.t.v.
[verbalisant 1] : He? Oh..kan je beter effe weg zijn...
[verdachte] : n.t.v. nee, voor de rest niet..
[verbalisant 1] : Wat hebben Wat voor actie is dat geweest?
[verdachte] :.....schieten... auto...
[verbalisant 1] : Oh?
[verdachte] : En in de schredder.
[verbalisant 1] : Oh? Maar wel degene die eehh...? Die eeeh. die er voor gezorgd, dat eeh...?
[verdachte] : Jaja.
[verbalisant 1] : Oh! Heb je em met een mes aan mootjes gesneden?
[verdachte] : Ja, maar eerst eeh..
[verbalisant 1] : Oh ... Maar zelfs daar krijg je toch geen TBS voor hoor.
[verdachte] : Weet ik niet.
[verbalisant 1] : Nee dat weet je inderdaad nooit.
[verdachte] : ...n.t.v...... n.t.v....... bus..maar ja... maar ja dan schredder...
[verbalisant 1] : Maar je zegt afgeknald en begraven en daarna opgegraven?
[verdachte] : ....
[verbalisant 1] : Shredder? (lacht) ja maar, dan wordt er niets meer van teruggevonden, als het goed is. Dus dat komt nooit meer terug voor jou. En die andere partij? Er was sprake van die andere partij?
[verdachte] : Ja dat hebben we netjes op tijd teruggegeven ..(?) n.t.v ...
[verbalisant 1] : Op tijd teruggeven...een foto erbij van eeeh...in een eeh hoe heet het., dooie staat?
[verdachte] : Ja ....n.t.v...... n.t.v...toch eeh...einde..... fotootje maken enne....Effe snel actie ondernemen en
[verbalisant 1] : Wat moet, dat moet. Zo!
[verdachte] : .. .als het er op aan komt, dan eehh..
[verbalisant 1] : Ja. Nou, dan sta jij wel je mannetje wel, ja. Dat geloof ik wel, ja.
[verdachte] : ... .n.tv...... Ik schrik niet zo gauw.
[verbalisant 1] : Nee, dat weet ik. ...Heb je em zelf ....eehh.....afgepompt?
[verdachte] :............
[verbalisant 1] : Dat is al lang...is dat lang geleden?
[verdachte] : ....al 25 jaar
[verbalisant 1] : 20-25 jaar? Nou, dan komt er ook niets meer van terug, natuurlijk.
[verdachte] :.....
[verbalisant 1] : Nee. Dat had je gewoon tegen mij kunnen vertellen he? Want [verbalisant 3] ...Hij kon niet echt...tegenover. .. [verbalisant 3] zit alweer .opgraven.....goeie gozer, bezig zijn die...
[verdachte] : Oh nee...
[verbalisant 1] : .. .TBS-verhaal, die moet wat geflikt hebben en zo. Ja, Ik zeg ...
[verdachte] : ... n.t.v......te veel vertellen ...
[verbalisant 1] : Ja.
[verdachte] : ....n.t.v.
[verbalisant 1] : Nee dat klopt, dat klopt, maar waar hebben we het over he? Moet ik gaan nadenken van...krijg ik daar geen last van? Kunnen wij samen wel gaan vliegen...eeeh. . . als het nodig is?
[verdachte] : Oh ja.
[verbalisant 1] : Ja je kan gewoon eeeh..
[verdachte] :...... n.v.t. weet ik zeker, ik moet er vanaf,..
[verbalisant 1] : Ja
[verdachte] : ...n.t.v...
[verbalisant 1] : Ja oké.
[verdachte] . Maar ...
[verbalisant 1] : Het is ook het betaal en het is klaar ...(?)....n.t.v....keuring..(?)
[verdachte] : Nee, maar voor de rest is er niets.
[verbalisant 1] : Mooi! Nou....hee...wel in één keer eeeh... .Wel steunen....eerst in de plantjes en nou eeeh.....Heb je er nog wakker van gelegen? Toen?
[verdachte] : Jaaaa, best wel last van gehad.
[verbalisant 1] : Ja
[verdachte] : Ja
[verbalisant 1] : Ja... last van “zou het ...eeeh.. uitkomen” of last van “shit”?
[verdachte] : Ja, als je de beelden terugziet, dan eeeh...
[verbalisant 1] : Ja...ja.ja
[verdachte] : of je krijgt van iemand weer een filmpie of.....n.t.v....
[verbalisant 1] : Ja
[verdachte] : ....n.t.v.....
[verbalisant 1] : Jahaa . dat moet zeker daar, Zuidamerikanen, zijn..... n.t.v..... die vinden dat vaak ook heel normaal he? In principe blijft. . . allebei zien te voorkomen, al die ellende, maar ja, je weet met Zuidamerikanen en rippen, of je zaken niet nakomen...
[verdachte] : Ja,.. Ik denk dat die mannen ook tevreden zijn.
[verbalisant 1] : Ja. Daar heb je niks meer mee, he?
[verdachte] : Nee. Gewoon netjes.
[verbalisant 1] : Ja.
[verdachte] : ...die band, die blijft he, we hebben het met z’n tweeën gedaan
[verbalisant 1] : Ja
[verdachte] : ...n.t.v...
[verbalisant 1] : Ja. En die andere gasten die dat plan weten, die klapt ook niet uit de school?
[verdachte] : Nee.
[verbalisant 1] : Dat weet je zeker?
[verdachte] : Ja
[verbalisant 1] :.....n.t.v.
[verdachte] : ...Jaja
[verbalisant 1] : En die ...eehh.. schredder? Dan moet je een flinke schreddder hebben?
[verdachte] : ..n.t.v...de Bo-Rent...gehuurd..
[verbalisant 1] : Ohh...n.t.v....ja, waar je ook plantjes mee schreddert?
[verdachte] : Zo’n eeh..n.t.v...dat was zo’n drie minuten (?) Ben nog wel een uur of acht bezig geweest om em overal schoon te maken.
[verbalisant 1] . Ja. . . wat dacht je dan?
[verdachte] : Naspuiten met eeh..n.t.v.
(...)”.
“ [verbalisant 1] : Ik heb wat vragen ff voor eeehh, zaken natuurlijk. Over die knakker die koud gemaakt is. Ik heb alles op een rijtje gezet en wat nagevraagd. Ik wil toch wat meer dingen weten om zeker te weten dat ik geen ehh risico’s loop en jij ook niet. In principe natuurlijk he, moeten we geen eehhh. Als jou wat overkomt, moetje mij niet mee willen sleuren. Ik probeerde schade helemaal te beperken dus dan moet ik het wel.
[verdachte] : Als er wat met mij gebeurt en er wordt voor mij gezorgd.
[verbalisant 1] : Jawel, dat begrijp ik, dat snap ik ook wel.
[verdachte] : Al wordt er niet voor me gezorgd dan hou ik nog mijn bek dicht.
[verbalisant 1] : Ja dat weet ik.
[verdachte] : En als ik er dan uitkom dan ja
[verbalisant 1] : Ja, ik doe het liever.....voorkomen is veel beter dan genezen natuurlijk. Wat jij hebt geflikt dat zou ik misschien niet eens durven heel respect hoor, dat wel. Maar dat zit niet in mij ofzo maar ik wil wel voorkomen dat ik er gelazer mee krijg. Dus dan moeten we wel even kijken welke risico's zijn er en wat kan er nog een keer terug komen maar daar heb je zelf ook weleens over nagedacht ook? Ik denk dat je daar maandenlang over nagedacht hebt?
[verdachte] : Daar ben ik echt heel goed mee bezig geweest, [verbalisant 1] . Dat hebben we heel goed gedaan. En desnoods rijd ik met je naar mijn ouwe partner
[verbalisant 1] : Wie weten ervan?
[verdachte] : Eén
[verbalisant 1] : Je was totaal met z’n tweeën dus? Je was totaal met z’n drieën, alleen de derde die is er niet meer?....Hoe heette die gozer
[verdachte] : [verbalisant 1] . Hij heet ook [verbalisant 1]
: Dat meen je. Ik ben toch niet achterlijk zeker? Te kutten...Oke, oke.
[verdachte] : Zijn achternaam weet ik niet meer. Zij vrouw werkte toen voor Justitie. Hij kwam uit Amsterdam. Hij had een woning in, hoe heette die straat, in de [b-straat] ? Die vrouw heeft toen nog wel wat navraag voor mij gedaan. Hij was teruggekomen naar Nederland met die vlucht en toen is ie verdwenen.
[verbalisant 1] : Het was met een ripdeal?
[verdachte] : Het was met die ripdeal
[verbalisant 1] : Hoe is dat gedaan?
[verdachte] : Wij zouden een vrouwtje ophalen van Schiphol. Die had 20 kilo in de koffer, alles betaald. Hij zou meegaan. Hij kwam mee. We halen hun op. We staan in die aankomsthal. En we zien daar 15 negertjes om ons heen bewegen zo. Dat is niet goed. Toen kwam hij eruit enne...hij zou de auto pakken. Wat doet hij. Hij pakt de taxi en naait er uit met dat vrouwtje. Op ene gegeven moment krijgen we telefoon dat die taxichauffeur onderweg van de weg afgereden. Op gegeven moment, tussen Schiphol en Amsterdam. Het eerste tankstation. Toen is er politie gekomen. Ondertussen was mijn maatje al bij het tankstation. Ja, wat is er aan de hand hier. Het vrouwtje zegt, ja mijn ex-vriend. Ik heb een nieuwe vriend dit en dat, zus en zo. Die wouten hebben zelfs nog die koffers nog uit die taxi gepakt en mijn maat in de auto geduwd. En toen zij we weggegaan.
[verbalisant 1] : Oh, die hebben nog geholpen ook.
[verdachte] : Dus op een gegeven moment. Die koffers waren in ons bezit. We maken die koffers open en zien dat er het dubbele in zit.
[verbalisant 1] : Dubbele partij dus geen 20 kilo maar 40 kilo. oh.
[verdachte] : Toen hebben we hem op het matje geroepen en toen bleek dat hij allemaal schotwonden had.
[verbalisant 1] : Schotwonden?
[verdachte] : Schotwonden of half in het verband zat.
[verbalisant 1] : Die maat van je?
[verdachte] : Nee, Die de rip gedaan had, die Surinamer.
[verbalisant 1] : Oh onverstaanbaar
[verdachte] : En dat er vergeldingsacties op zouden komen. Nou en toen eh heeft die maat van mij dan geregeld.....(onverstaanbaar) alsjeblieft en hij eh.
[verbalisant 1] : Kwam hij uit Suriname of was hij Surinamer?
[verdachte] : Hij was Surinamer. Hij heeft vroeger die van Gogh roof gedaan.
[verbalisant 1] : Wie?
[verdachte] : van Gogh roof.
[verbalisant 1] : Van Rokhoven?
[verdachte] : Van Gogh.
[verbalisant 1] : Oh van Gogh. Heeft hij dat gedaan?
[verdachte] : Die hebben met z’n tweeën daar in de lucht geschoten ehh in de luchtkoker gezeten. Ze hebben die schilderijen gepakt. Hebben ze in de Amstel hebben ze die op de parkeerplaats gezet. Bij station Amstel. Omdat ze een lekke band hadden. Wij deden gestolen auto’s... .Wij zetten al die auto's daar neer. Maar er werd veel gecontroleerd door de politie. Dus die zien een busje staan met een platte band en die kijken er achterin en zo zijn die van Gogh’s gevonden. Daar heeft hij ook voor vastgezeten.
[verbalisant 1] : Oh oke.
[verdachte] : Dus nou weet je het hele verhaal.
[verbalisant 1] : Ja. Oké. En waarom. Er werd natuurlijk door anderen door ehh de eigenaar van de 20 kilo verwacht dat je hem af zou maken.
[verdachte] : Ja.
[verbalisant 1] : Mmm hoe is dat gegaan dan? Weet je. rook hij geen onraad?
[verdachte] : Wat?
[verbalisant 1] : Dacht niet van...
[verdachte] : Nee nee nee
[verdachte] : Een terrein in halfweg. Toevallig schuin tegenover waar Heineken heeft gezeten, in Halfweg, industrieterreintje. Enne daar heb ik hem door zijn kop geknald.
[verbalisant 1] : Ja, vlakbij Haarlem bedoel je daarzo
[verdachte] : Ja, tussen Haarlem en Amsterdam.
[verbalisant 1] : Ja, dat ken ik wel. Dat is vlakbij mij. Heb jij hem door zijn kop geschoten?
[verdachte] : Mm. En de eerste was een ketser. Die ketste af op zijn leren jas. Munitie nat.
[verbalisant 1] : Jezus, hoe kan dat nou?
[verdachte] : Dus hij Wat doe je nou, wat doe je nou? Ik schiet je door je kanker kop. 3 keer........ (onverstaanbaar)
[verbalisant 1] : Na 3 keer is het wel gelukt ofzo?
[verdachte] : Ja. Enne ja was voor mij ook de eerste keer. Mijn maatje die liep naar buiten. Het is gebeurd. Maar het was nog niet gebeurd want er kwam nog lucht uit en er kwam nog meer uit dus ik ben naar buiten gegaan en toen heb ik flink uitgepakt. Zijn hersenen aangeslagen totdat ik niks meer hoorde.
[verbalisant 1] : Je dacht dat hij nog leefde? Jij hij leefde nog waarschijnlijk.
[verdachte] : Ja, poep en pies, alles laat los he?
[verbalisant 1] : Je hoefde niet verder je magazijn?
[verdachte] : Nee, er kwam niks meer.
[verbalisant 1] : Dat was alles.
[verdachte] : Was nat
[verbalisant 1] : Je had er 4 inzitten. De eerste deed niks maar de andere 3 waren wel raak, oh. Te licht kaliber geweest waarschijnlijk, kan ook nog. Wat is belangrijk toen?
[verdachte] : Toen hebben we eerst met een bobcatje hem ehh begraven, beton opgegooid. Toen dachten we dat iemand het wist. Hebben we hem eruit gehaald en toen hebben we hem in de shredder gegooid.
[verbalisant 1] : Vandaar dat je hem opgegraven hebt. Als het onder de grond ligt, laat je het liggen. Een bobcat? Heb je die gehuurd?
[verdachte] : Ja.
[verbalisant 1] : In de buurt daarzo?
[verdachte] : Nee ergens anders.
[verbalisant 1] : Oh toch wel. Ver weg gehuurd? Ohhh.
[verdachte] : Nee, die kwam zijn broer af.
[verbalisant 1] : De bobcat van zijn broer af?
[verdachte] : Van mijn maatje zijn broer. Die deed in. . . Hoe heeft die plaats nou. Hij heeft zelfmoord gepleegd. Hij maakt grasvelden voor Ajax en sociale grasvelden voor ehhh.....
[verbalisant 1] : Niet de broer van de Surinamer maar van ander maatje? Ohh oké oké Maar die wist niet waarvoor?? Die weet nergens van?
[verdachte] : Nee nee.
[verbalisant 1] : En beton erover gegooid? Dat was ook nog wat werk toch?
[verdachte] : We hebben losse.....(onverstaanbaar)
[verbalisant 1] : Van die zakken leeg gestort en nat gemaakt? Of eh?
[verdachte] : En ik had er ook zuur over gegooid. Allemaal niet geholpen. Uiteindelijk opgetakeld.
[verbalisant 1] : Gewoon zuur van de supermarkt of ehh?
[verdachte] : Nee, we hadden van alles gehaald.
[verbalisant 1] : Oh
[verdachte] : Zoutzuur van alles.
[verbalisant 1] : Ook zoutzuur, ja.
[verdachte] : Ehh toen dachten we dat iemand het wist en toen hebben we hem in de shredder gegooid.
[verbalisant 1] : Ja, opgegraven?
[verdachte] : Ja.
[verbalisant 1] : Hoe lang lag hij er al?
[verdachte] : Eh ik denk een maandje of twee
[verbalisant 1] : Een maandje of twee? God. Hoe zag dat eruit?
[verdachte] : Ja, Niet.
[verbalisant 1] : Niet?
[verdachte] : Jaja.
[verbalisant 1] : Stinken waarschijnlijk?
[verdachte] : Snap je..
[verbalisant 1] : Gatverdamme, ja het komt bij mij boven bijna.
[verdachte] : Mijn vader heeft altijd gejaagd.
[verbalisant 1] : Oh wacht ff, ja.
[verdachte] : Van jongs af aan doe ik al konijnen uitbenen.
[verbalisant 1] : Ah, je bent wel wat gewend natuurlijk.
[verdachte] : Dus ik weet hoe het is.
[verbalisant 1] : Maar nou heb je natuurlijk met een dooie vent natuurlijk. En die je ook nog heb gekend natuurlijk.
[verdachte] : Jaja. Toen stonden we wel te lachen en te giebelen en te grappen
[verbalisant 1] : Jaja. Ging hij er wel in een stuk uit of ehh?
[verdachte] : Hij kwam er in één stuk uit.
[verbalisant 1] : Oh oké, potverdomme. Wat hebben jullie met het wapen gedaan trouwens?
[verdachte] : Ehhh, ja helemaal uit elkaar gehaald en daar een stuk en daar een stuk in de plomp
[verbalisant 1] : Gewoon in de plomp gegooid? Oké, In groot water of komt het ooit nog naar boven toe?
[verdachte] : Het komt niet meer naar boven.
[verbalisant 1] : Nee?
[verdachte] : Nooit meer.
[verbalisant 1] : Bij halfweg ofzo
[verdachte] : Nee, daar zijn we ook nog echt helemaal voor omgereden. Zijn telefoon op de trein naar Zwitserland.
[verbalisant 1] : Telefoon op de trein naar Zwitserland? Oh dat is wel handig ja.
[verdachte] : Hebben we iemand voor naar Parijs laten rijden met die telefoon.
[verbalisant 1] : Oh, je hebt wel je eigen goed voorbereid, dat merk ik nu wel ja. Haha.
[verdachte] : Ja.
[verbalisant 1] : Met die telefoon naar Parijs, daar op de trein.
[verdachte] : Die telefoon is in de trein gelegd, naar Zwitserland. Die gozer is er uit gegaan. Die weet voor de rest ook niks. Die gozer zit op Kreta.
[verbalisant 1] : Oh.
[verdachte] : Die weet voor de rest niks.
[verbalisant 1] : Die weet voor de rest ook niet waarvoor het is ofzo?
[verdachte] : Helemaal niks.
[verbalisant 1] : Oh
[verdachte] : Gewoon gezegd van, je hebt zo veel geld. De telefoon, je rijdt nu naar Parijs.
[verbalisant 1] : Daar moet hij op de trein ergens...
[verdachte] : Je legt de telefoon in de trein.
[verbalisant 1] : Nog ooit wat terug gehoord van die telefoon? Niks?
[verdachte] : Niks. En zijn vrouwtje heeft bij Justitie gewerkt en daarna heb ik nog een gesprekje gehad met haar.
[verbalisant 1] : Zij vermoedt niks dat jullie daar zelf ehh
[verdachte] : Helemaal niet. Anders hadden we allang....
[verbalisant 1] : Zat ze te klagen ofzo? Of denkt ze dat hij gewoon weg is.
[verdachte] : Ja, denkt dat hij gewoon weg is.
[verbalisant 1] : Ja, dat hij gewoon kwijt is....oh. God, maar ze werkt nou niet meer bij Justitie he? Dat valt natuurlijk ehh... Je weet het niet.
[verdachte] : Hoe lang is dat geleden.
[verbalisant 1] : Ja, hoe lang is het geleden?
[verdachte] : Ehhh, 27. 22 jaar geleden.
[verbalisant 1] : 22 jaar geleden, oh oké. Ja, misschien is het wel bejaard enne.....was het ze vrouw of gewoon een vrouwtje?
[verdachte] : Had ie een kind mee, was niet getrouwd
[verbalisant 1] : Oh, hij had er een kind bij. Jaja
[verdachte] : Ja, dat is het hele verhaal.
[verbalisant 1] : Godverdomme. He en de shredder? Hoe was dat? Misschien een rare vraag ofzo hoor. Maar eeeh...
[verdachte] : 4 minuten enne.
[verbalisant 1] : Ja, gaat dat zo snel?
[verdachte] : Rrrrrrrrrrrrrrrrrt
[verbalisant 1] : Iemand gaat in stukken. Gaat er toch niet heel in?
[verdachte] : Hij is er zo helemaal in gegaan. Met plastic en al.
[verbalisant 1] : Met plastic en al, gewoon er doorheen?
[verdachte] : Alles.
[verbalisant 1] : En dat gaat ook door bot heen?
[verdachte] : Alles gaat kapot.
[verbalisant 1] : Alles gaat weg?
[verdachte] : Als je zo’n boomstam in gooit.
[verbalisant 1] : Ja, ja?
[verdachte] : Kan je er ook iemand van 90 kilo doorheen gooien.
[verbalisant 1] : Ja,ja
[verbalisant 1] : Heb je nooit geen klachten gehad van Bo-rent bij de shredder?
[verdachte] : Nee. We hebben hem helemaal schoon gemaakt. Helemaal. Ik denk.. .daar zijn we een uurtje of 6 mee bezig geweest.
[verbalisant 1] : Met schoonmaken? Heb je hem teruggebracht?
[verdachte] : Ja.
[verbalisant 1] : Heb je hem teruggebracht? Ohhh? Ik dacht eerst dat je hem in de fik gestoken had.
[verbalisant 1] : Je hebt hem gewoon teruggebracht? Ohhh...
[verdachte] : Die shredder hebben we teruggebracht.
[verbalisant 1] : Potver. Die zal zo lang geleden niet meer bestaan die shredder?
[verdachte] : Is 22 jaar geleden.
[verbalisant 1] : Ja maar Bo-rent is niet zo ehh. Nu is het een groot bedrijf maar 20 jaar geleden nog niet he.
[verdachte] : Daar verwacht ik niks meer van.
[verbalisant 1] : Nee he? Bo-rent uit de buurt uitgezocht?
[verdachte] : Nee alles uit de buurt.
[verbalisant 1] : Alles ver weg? Heb je een foto van die gozer gemaakt he? Heb je die verstuurd met een ehh?
[verdachte] : Nee, die heb ik toen afgegeven.
[verbalisant 1] : Die heb je afgegeven? Je hebt een ding gemaakt met een camera?
[verdachte] : Die had je toen niet. Met een polaroid.
[verbalisant 1] : Met een polaroid? Zo’n zelfontwikkelaar.
[verdachte] . Ja.
[verbalisant 1] : En die heb je afgegeven aan die eigenaren van die 20?
[verdachte] : Ja.
[verbalisant 1] : Waren dat Colombianen of Antillianen?
[verdachte] : Eeh Surinamers.
[verbalisant 1] : Surinamers ook? Ohhh wacht ff, vandaar. Daar komt hij natuurlijk vandaan. Die waren daar tevreden mee. Dat was voor hun voldoende? Hadden ze die 20 ook weer terug?
[verdachte] : Die 20 hadden ze terug.
[verbalisant 1] : Hoe had hij dat nou eigenlijk? Had hij die 20?
[verdachte] : Die had hij daar geript.
[verbalisant 1] : Ja.
[verdachte] : In Suriname
[verbalisant 1] : Die had hij in Suriname gewoon....... met diezelfde vlucht kwam hij terug ook
[verdachte] : Met dat vrouwtje
[verbalisant 1] : Met de vrouwtje was niet de koerier?...20 kilo, portemonnee een beetje spekken, (slecht te verstaan)
[verdachte] : Toen kwamen wij er pas achter van. . ..
[verbalisant 1] : Ja,ja.
[verdachte] : Waarom al die gozertjes op het vliegveld stonden. Dat hij ineens die taxi pakte terwijl het de afspraak was he we staan met twee auto’s, je stapt bij hun in en ik rij erachteraan om te kijken of alles in orde is. Dat was de deal. Maar hij stapt in een keer in de taxi.
[verbalisant 1] : Ik speel advocaat van de duivel. Ik ga een beetje op je zitten schieten.
[verdachte] : Ik speel open kaart met je.
[verbalisant 1] : Ja, dat weet ik. Het valt allemaal niet mee natuurlijk. Kut gesprek. Het kan niet altijd over leuke dingen gaan. Ik zit even te denken, ik ga wat stappen vooruit. Die shredder, waar heb je die neergezet?
[verdachte] : Die is terug.
[verbalisant 1] : Ja maar voor het vershredderen. Waar heb je dat gedaan. Waar heb je hem uitgesmeerd?
[verdachte] : Op een boerenland
[verbalisant 1] : Gewoon een boerenland ergens? Ben je nog weleens terug geweest?
[verdachte] : Tussen de bloembollen.
[verbalisant 1] : De bloembollen? In Zeeland?
[verdachte] : Nee.
[verbalisant 1] : Daar staan de meeste bloembollen.
[verdachte] : Nee, [plaats] .
[verbalisant 1] : [plaats] ? Viel dat niet op?
[verdachte] : Nee.
[verbalisant 1] : Niet?
[verdachte] : Nee.
[verbalisant 1] : Is het daar zo stil dan ofzo?
[verdachte] : Ja.
[verbalisant 1] : Ohh. ‘s nachts?
[verdachte] : Ja
[verbalisant 1] : Dat maakt natuurlijk herrie ‘s nachts. Hoe lang heb je daarover gedaan met opbouwen, afbouwen. Ik weet niet hoe lang dat duurt.
[verdachte] : Oh nee, dat shredderen hebben we overdag gedaan.
[verbalisant 1] : Dat heb je gewoon overdag gedaan?
[verdachte] : Ja, gewoon daar ...Ik begin er bijna om te lachen...bij de Halfweg, hoe heet dat, godverdomme. Halfweg, je gaat het kanaal over, dan heb je een stuk Amsterdamse Bos, dan kom je bij een industrieterreintje, hoe heet dat ook alweer. Ik kan het zo opzoeken voor je, ik rijd er blind naartoe. Tegenover die nishut (fon) waar Heineken ontvoerd heeft gezeten.
[verbalisant 1] : Dat terreintje dat toen bestond ja.
[verdachte] : Daar zat hij eerst in de grond.
[verbalisant 1] : Daar zat hij eerst in de grond. Op hetzelfde terrein??
[verdachte] : Ja, nee, aan de overkant.
[verbalisant 1] : Aan de overkant van die ehh
[verdachte] : Daar staat nu een hele grote autozaak.
[verbalisant 1] : Dat is allemaal opgedoekt he. En daar heb je hem uitgesmeerd? Maar dat is niet [plaats] toch?
[verdachte] : Nee, daar hebben we hem opgegraven en in [plaats] hebben we hem...
[verbalisant 1] : Godverdomme
[verdachte] : Toevallig ook een ML
[verbalisant 1] : Ja echt waar? Ja. Oh ja, dan zou het misschien we dezelfde geweest zijn. Hahaha, dan hadden ze het al geroken.
[verdachte] : Nee, toen hadden ze nog niet zo'n sjieke ML
[verbalisant 1] : Je weet het nooit he. Als iemand daar gaat zoeken. Gaan ze niks meer vinden?
[verdachte] : Nee.
[verbalisant 1] : Ben je nog weleens terug geweest daar?
[verdachte] : Ja
[verbalisant 1] : En nog steeds bloembollen daar?
[verdachte] : Ja, nog steeds. Wel een raar gevoel als je daar komt.
[verbalisant 1] : Ja, natuurlijk, dat weet ik wel. Je kan wel zo lachen maar dat klopt dat is gewoon hoe je je eigen voelt. Ondanks dat het lang geleden is maar jij hebt het nog prima op de netvlies staan. Zeker als het niet dagelijks je werk is.
[verdachte] : Ja, ik heb het wel op mijn netvlies.
[verbalisant 1] : Ik moet er aan denken, toen met die Arabieren, die ambassade die dat nieuw was. Er zijn meer mensen die... Het is wel de manier natuurlijk, echt weg maken. Met botzagen. Achteraf had je natuurlijk helemaal beter kunnen dumpen die shredder ofzo maar ja als dat Bo-rent komt van waar is dat ding gebleven. Had je hem zelf gehuurd?
[verdachte] : Nee, op een maatjes naam.
[verbalisant 1] : De maat die erbij geweest is?
[verdachte] : Nee, iemand anders. Die de telefoon ehh
[verbalisant 1] : Oh, van de telefoon?
[verdachte] : Die op Kreta woont.
[verbalisant 1] : En die [naam] ? Waar je het over had? Die oude maat zeg maar die erbij was?
[verdachte] : Op een gegeven moment . . .heb ik je verteld. Hij ging naar Spanje. Hij heeft me in de steek gelaten. Zou hij voor me uit rijden en toen heeft hij me in de steek gelaten. Ik heb gezegd van nee nou is het.....geen wrok, geen niks maar nu ben ik even klaar met je.
[verbalisant 1] : Nee, dat snap ik.
[verdachte] : Wat we gedaan hebben is....
[verbalisant 1] : Klaar? Dat is gebeurd denk ik?
[verdachte] : Geen wrang of geen wrok.
[verbalisant 1] : Nee.
[verdachte] : We gaan niet met stront gooien.
[verbalisant 1] : Nee dat is ook wel zo ja.
[verdachte] : Ik heb er nu ook ff genoeg van.
[verbalisant 1] : Ja, en een andere oplossing? Dat volgens mij echt niet mogelijk natuurlijk? Dat had je zelf natuurlijk de Sjaak geweest met die Surinamers of niet? Surinamers uit Amsterdam of allemaal uit Suriname?
[verdachte] : Uit Tilburg volgens mij. Van hoe heet ie? Die vocht tegen [betrokkene 15] .
[verbalisant 1] : [betrokkene 3] . Vroeger. De jungle commando.
[verdachte] : Daar kwam het vandaan.
[verbalisant 1] : Daar kwam het vandaan. Uit die groep. Burgeroorlog daar, jungle commando. 10 man in een legerpakje onder een boom. Het was wel iets meer als dat
[verdachte] : Dat is eigenlijk het hele verhaal.
[verbalisant 1] : [betrokkene 1] weet van niks he?
[verdachte] : Nee.
[verbalisant 1] : Je hebt er ook niks aan volgens mij. Je zal wel een beetje ziek geweest zijn dan?
[verdachte] : Ik ben goed ziek geweest ja.
[verbalisant 1] : Dan met het begraven, opgraven en nog een keer shredderen. Want shredderen kan ik me weinig bij voorstellen. Je zat er helemaal onder? Dat spettert natuurlijk alle kanten op.
[verdachte] : Helemaal onder. Ik ben in bad gegaan. Echt jongen, het bad helemaal bruin.
[verbalisant 1] : Ja
[verdachte] : Ja, daar ben ik echt ff zwaar van onder de indruk geweest.
[verbalisant 1] : Ja, vooral als je iemand kapot schiet. Waar je aan 3 kogels niet genoeg hebt en je moet nog iemand... en waar heb je hem mee geslagen? Met een pijp of eh?
[verdachte] : Nee, met een houten balk.
[verbalisant 1] : Godver.
[verdachte] : Op een gegeven moment kwam mijn maatje weer naar binnen. Hij zei... [verdachte] , [verdachte] ..
[verbalisant 1] : Heb je hem op zijn kop staan slaan ofzo?
[verdachte] : Op zijn kop. Zijn halve kop helemaal kapot geslagen.
[verbalisant 1] : Helemaal kapot.
[verbalisant 1] : Ja bah, godverdomme. Nou mooi...Niet mooi maareh.
[verdachte] : Die keet en alles is afgebroken. Waar dat in is gebeurd.
[verbalisant 1] : Ja. Je hebt hem buiten kapot geschoten toch? Was dat binnen in zo’n?
[verdachte] : In zo’n portocabin (fon).
[verbalisant 1] : Zo’n portocabin, oke. Nou, het is in ieder geval opgeruimd.
[verdachte] : Ja wat moet dat moet. Als je moet kiezen jij of ik.
[verbalisant 1] : Als dat het is dan is de keuze gauw gemaakt.
[verdachte] . Liever had ik dat niet gedaan, maar goed. Het is op mijn pad gekomen.
[verbalisant 1] : Nee, daarom en ik weet het nou. Ik vind het harstikke fijn dat je het vertelt want ik heb natuurlijk zelf ook damage control.
[verdachte] : Ja, tuurlijk, duidelijk. Dat kan je allemaal controleren.
[verbalisant 1] : Ik heb ook de andere mensen met wie ik werk. Die hoeven dat niet te weten. Maar wel voor safe gehouden want ja, dat je lang onder de radar zit willen we graag zo houden. Niks uitsluiten gewoon. Ik kijk ook die televisie programma’s. Dat is misschien allemaal over de top allemaal maar er zit ook een kern van waarheid in hoor.
[verdachte] : Zijn niet gek hoor.
[verbalisant 1] : Nee, dat bedoel ik. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt en zeker als het ooit nog wordt onderzocht natuurlijk. Die [naam] weet natuurlijk waar het gebeurd is. Is die ook bij het shredderen geweest. Ging die ook over zijn nek?
[verdachte] : Nou eigenlijk niet echt over zijn nek eigenlijk. We zaten flink onder de...
[verbalisant 1] : Ja? Jullie zaten aan de snuif? Beetje coke snuiven, ja dan ehh. Dat is nog wel een zwaar gewicht ook omdat ....(onverstaanbaar) doodgewicht
[verdachte] : Ja, dat krijg je niet zo maar in je auto getild.
[verbalisant 1] : Moest je met z’n tweeën hard voor werken denk ik. Anders kunnen we nog wel eens een keer...Niet nu hoor maar, heeft allemaal niet zo’n haast, een keer langsrijden waar je het nou vershredderd hebt. Ik ben wel benieuwd hoe dat eruit ziet. Is boer [betrokkene 16] nog bezig. Staan er tulpen, nou prima zo.
[verdachte] : Er staan tulpen, dat weet ik zeker.
[verbalisant 1] : Oh, we kunnen er wel een keer langsrijden, als we een klusje hebben, pakken we dat er even bij. Als het op de route ligt.
[verdachte] : Ken je [C] (fon)
[verbalisant 1] : [C] (fon)? Nee
[verdachte] : Dat is een caravan op zo'n park. Wat je net noemde.
[verbalisant 1] : Oh ja dat was dat bij eh
[verdachte] : [plaats]
[verbalisant 1] : Ja, ja, Dat was een park in [plaats]
[verdachte] : Een caravanpark, een bungalowpark. Hij woont zelf op een bungalowpark, een huisje gekocht. En daar een kilometer vandaan op het bollenveld hebben we hem eruit gegooid.
[verbalisant 1] : Je hebt dat ding gewoon neergezet en shredderen maar?
[verdachte] : Nee, geshredderd.
[verbalisant 1] : Ja, geshredderd. Maar dat spuit er toch uit?
[verdachte] : We hebben hem niet op het veld geshredderd. We hebben hem in Amsterdam geshredderd
[verbalisant 1] : Oh, je hebt hem in Amsterdam geshredderd. Oh wacht ff.
[verdachte] : Toen is ie achterin het plastic helemaal
[verbalisant 1] : En je hebt al die meuk heb je in het plastic. .
[verdachte] : In het plastic en daar zijn we mee in die ml achteruit over het veld gereden.
[verbalisant 1] : Over zo’n bollenveld heen en toen uitgestrooid ofzo? Dat is ook wel drappig zo. De volgende dag mocht het vergeven zijn van de meeuwen ofzo?
[verdachte] : Niks van gezien
[verbalisant 1] : Nee joh
[verdachte] : Niks het plastic hebben we verbrand. Kleding, schoenen alles.
[verbalisant 1] : Ja verstandig. Maar dan gaan we weleens een keer kijken joh. Dus je hebt hem buiten geshredderd in een zak. Ik zie het nu in beelden he.
[verdachte] : Zo'n grote plastic...zo’n zeil.
[verbalisant 1] : Eronder he. Goh. Een dekzeil?
[verdachte] : Ja, een dekzeil
[verbalisant 1] : Ja, dat moet inderdaad een smerige boel geweest zijn. Als je ziet hoe ver zo’n boompje al geshredderd wordt. Zo'n meter of 4 zeker wel. Het zit overal tussen.
[verdachte] : Overal zat het tussen. We hebben de raarste middelen gebruikt om het schoon te maken. Van gekkigheid wisten we niet meer wat we erop moesten doen. Toen hebben we hem teruggebracht.
[verbalisant 1] : Maar die gozer die dat ding voor jullie heeft gehuurd bij Bo-rent weet niks waarvoor hij gebruikt is?
[verdachte] : Nee niks.
[verbalisant 1] : Oké. Heb je daar nog weleens contact mee?
[verdachte] : Met die gozer? Af en toe. Hij zit nog op Kreta.
[verbalisant 1] : Hij woont natuurlijk op Kreta.
[verdachte] : Ja, hoe is het [naam] . Ja goed.
[verbalisant 1] : Zit ie daar met zijn gezin? Er zitten nog al wat Nederlanders op Kreta
[verdachte] : Nee, alleen. Ik maak me daar ook niet druk om
[verbalisant 1] : We gaan nog weleens langs dat bollenveldje. En Bo-rent. Dat ding is al lang al... 20 jaar
[verdachte] : Je kunt het checken. Ja, [verbalisant 1] zijn achternaam, godverdomme ik weet het niet meer.
[verbalisant 1] : Ja, dat komt wel. Als ik dat wil.....
[verdachte] : Zijn maatje is toen naar Sint Maarten gegaan en die is daar toen gepakt want die liet alle dure Audi’s e.d. weghalen. Het halve parlement reed in gestolen auto’s rond. Allemaal dikke Audi's en eh.
[verbalisant 1] : Dat is typisch de Antillen ja. Maar zijn . ..hebben ook nooit wat vermoed ofzo? Of nooit gezegd of? Of zijn vrienden? Die moeten ook denken van nou ehhh die [verdachte] die erbij geweest is?
[verdachte] : Nee, daar stond ik helemaal buiten.
[verbalisant 1] : Alleen die Surinamers uit Tilburg die weten er natuurlijk wel van? Je foto. De eigenaren van die 20 kilo.
[verdachte] : Daar stond ik buiten. Dat heeft die [naam] allemaal geregeld.
[verbalisant 1] : Die [naam] heeft dat gedaan. Oh dus die weten ook niet van jou? Die Surinamers? De eigenaren van de 20 kilo
[verdachte] : Nee, die weten niet van mij.
[verbalisant 1] : Die hebben er geen namen bij of gezichten?
[verdachte] : Nee, nee, nee. Toen het allemaal achter de rug was toen was ik ook nog stom. Ben ik eerst naar Kreta gegaan en naar Spanje gegaan. Vond ik allemaal niks. Toen ben ik naar Bonaire gegaan en toen dacht ik, ik zie hem overal lopen.
[verbalisant 1] : Ja ja ja. Het lijkt allemaal op elkaar. Je weet zelf zeker dat hij er niet meer is.
[verdachte] : Dat was wel ff raar.
[verbalisant 1] : Best traumatisch. Dat doe je niet iedere dag. Ja, jij hebt het misschien vaker gedaan met een haas of konijn maar dat is niet hetzelfde als een mens. Oké. Maar op die plek waar hij eerst begraven is en opgegraven daar heb je toen die shredder ehhh.....
[verdachte] : Heb ik die shredder neergezet. Beton allemaal afgevoerd.
[verbalisant 1] : Je had het er nog druk mee. Maar toen heb je wel een beetje in piepzak gezeten?
[verdachte] : Toentertijd zat er eentje in mijn motor, eentje onder mijn kussen, als ik in bad lag. Lag er nog eentje op mijn badrand. Ben echt wel een tijdje....
[verbalisant 1] : Overal pistolen. Maar je hebt nooit visite gehad van iemand. Ook niet van de kit dus dan ebt het ook weg natuurlijk he.
[verdachte] : En inderdaad, weet dat de politie blij waren dat hij uit beeld was.
[verbalisant 1] : Dat hoorde je van zijn meisje natuurlijk. Dat hij uit beeld was. Maar die weten natuurlijk ook niet dat hij koud gemaakt is. Dan is hij gewoon weg.
[verdachte] : We hadden nog wat papieren. Van een jacht wat in Miami lag. We hebben alles verbrand. Krijg maar de tering.
[verbalisant 1] : En die vrouw van hem die toen bij Justitie werkte heb je geen contact meer mee?
[verdachte] : Nee, al jaren niet meer. Die heeft geen facebook ofzo niks.
[verbalisant 1] : Was dat een Surinaamse ook?
[verdachte] : Nee was Nederlandse
[verbalisant 1] : Oh, goh. Goed.
[verdachte] : Zij werkte bij het OM.
[verbalisant 1] : Ja toen. Ja dat is 22 jaar geleden. Hoe oud was ze toen? Weet je dat nog ongeveer?
[verdachte] : Ehhmm toen was ze.....jaar of mijn leeftijd nou. Tegen de 50. Nou 45.
[verbalisant 1] : Dan is ze wel gepensioneerd tuurlijk he nu. Die werkt daar niet meer. Nou mooi
[verdachte] : Hij was toen. Die ouwe was toen dezelfde leeftijd, jaar of 45. Voor de 50
[verbalisant 1] : Wat een verhaal hoor joh. Ik heb een hoop rare dingen gedaan. Maar dat nog niet gedaan in ieder geval maar je weet het nooit he. Het leven is nog niet over he.
[verdachte] : Het is gebeurd. Ik lig er niet wakker van.
[verbalisant 1] : Hoe heeft die [naam] ?
[verdachte] : [betrokkene 4] .
[verbalisant 1] : [betrokkene 4] . Is dat een Hollander of niet?
[verdachte] : Ja.
[verbalisant 1] : [betrokkene 4] ?
[verdachte] : [betrokkene 4] .
[verbalisant 1] : [betrokkene 4] .
[verdachte] : Er is maar één [familie 2] in [plaats] en die hadden vroeger een fietsenwinkel aan het [park] , achter het...aan de zijkant van godverdomme hoe heet het nou...
[verbalisant 1] : Ik weet het ook niet hoor.
[verdachte] : Hoe heet die dure straat ook alweer?
[verbalisant 1] : [e-straat] .
[verdachte] : De [e-straat] en dan heb je [park] en dan de zijkant daarvan had hij een fietsenwinkel die ouwe
[verbalisant 1] : Zijn vader weer dan?
[verdachte] : Zijn vader en zijn broer had een, moet ik zo even op de kaart kijken, een graszoden bedrijf maar die heeft ze eigen in zijn kop geschoten. Zijn broer vond allemaal vrouwenkleding en schoenen in zijn maat.
[verbalisant 1] : Zat in een ander lichaam zeg maar die zal wel niet lekker in zijn vel gezeten hebben anders schiet je jezelf niet door je kop heen he. Nou.
[verdachte] : De rest is allemaal netjes opgeruimd.
(...).”