In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2. Deze komen samengevat op het volgende neer.
(i) [eiser 1] en [eiseres 2] zijn echtgenoten.
(ii) [eiser 1] was bestuurder en (middellijk) enig aandeelhouder van Triskalion B.V. (hierna: Triskalion).
(iii) In 1983 heeft (een rechtsvoorganger van) NN (hierna zal ook de rechtsvoorganger van NN worden aangeduid als NN) een lening van NLG 450.000,-- verstrekt aan onder meer [eiser 1] . De lening diende ertoe dat [eiser 1] een registergoed (hierna: het pand) kon verwerven. Tot zekerheid voor de terugbetaling van de lening verkreeg NN een eerste recht van hypotheek op het pand tot een bedrag van NLG 630.000,--.
(iv) In 1994 heeft [eiser 1] de economische eigendom van het pand overgedragen aan Triskalion. Eveneens in 1994 heeft NN aan [eiser 1] en Triskalion een lening van NLG 400.000,-- verstrekt. Tot zekerheid voor de terugbetaling van de lening verkreeg NN een tweede recht van hypotheek op het pand tot een bedrag van NLG 560.000,--.
(v) In 1999 heeft NN aan [eiser 1] , [eiseres 2] , Triskalion en [A] Advocaten B.V. een lening van NLG 1.500.000,-- verstrekt. Tot zekerheid voor de terugbetaling van deze lening verkreeg NN een derde recht van hypotheek op het pand tot een bedrag van NLG 2.100.000,--.
(vi) In verband met de hiervoor onder (iii)-(v) genoemde geldleningen heeft [eiser 1] aanspraken uit met NN gesloten verzekeringen aan NN verpand.
(vii) In 2011 heeft ABN AMRO kredieten verstrekt aan Triskalion en aan haar gelieerde vennootschappen.
(viii) Tot zekerheid voor al hetgeen Fortis Bank – een rechtsvoorganger van ABN AMRO – van Triskalion en de aan haar gelieerde vennootschappen te vorderen zou hebben, verkreeg Fortis Bank in 2008 een vierde recht van hypotheek op het pand tot een bedrag van € 1.000.000,--, te vermeerderen met een opslag van € 500.000,-- voor rente en kosten.
(ix) In 2017 is een gedeelte van het vermogen van ABN AMRO onder algemene titel overgegaan op Stack.
(x) Triskalion en [eiser 1] zijn in 2014 respectievelijk 2015 in staat van faillissement verklaard.
(xi) De curatoren in de faillissementen van [eiser 1] en Triskalion hebben het pand voor € 1.500.000,-- verkocht en op 6 juli 2017 aan de koper geleverd.
(xii) Na voldoening van de door de eerste, tweede en derde rechten van hypotheek gedekte vorderingen, resteerde een opbrengst van € 546.720,83. Van dat bedrag is € 129.739,12 aan Stack uitgekeerd. De restantopbrengst (€ 416.981,71; hierna ook: het depotbedrag) is in depot geplaatst bij een notaris.
(xiii) Een depotovereenkomst van 4 juli 2017 (hierna: de depotovereenkomst) bepaalt onder meer:
“Depotovereenkomst
De ondergetekenden van deze verklaring zijn:
1. […] Nationale-Nederlanden […]
2. […] STACK NEWCO B.V. […], als rechtsopvolger onder algemene titel van: […] ABN AMRO Bank N.V., als rechtsopvolger onder algemene titel van […] Fortis Bank Nederland N.V. […]
3. a. […] [eiser 1] […] en
b. […] [eiseres 2]
Aanleiding:
[…]
Partij 2 heeft een recht van hypotheek ten laste van partij 3 op gemeld registergoed, te weten het recht van 4e hypotheek ingeschreven […] op 3 juni 2008 […] tot een bedrag groot € 1.000.000,00;
Bij het verzoek van de notaris aan partij 1 tot het opstellen van de aflosnota in verband met de algehele aflossing van de hypotheek en het royeren van de inschrijving in verband met overdacht van het registergoed, is er een onduidelijkheid ontstaan […]:
op de lening van partij 1 zijn in het verleden aflossingen gedaan vanuit verpande verzekeringen. De verzekeringnemers stellen dat er sprake is van subrogatie, als gevolg waarvan door de hypothe[e]k gedekte vordering van partij 1 maximaal € 416.981,71 hoger zou uitvallen. Over het feit van subrogatie, aan welke schuldenaar iets en zo ja hoeveel toekomt, bestaat op dit moment nog onduidelijkheid.
Partijen willen toch een akte van levering ondertekenen. Derhalve zijn partijen aanvullend overeengekomen dat de notaris een gedeelte van de koopprijs ad € 416.981,71 in depot houdt.
Partijen komen het volgende overeen:
1. De notaris houdt een bedrag van € 416.981,71 in depot, hierna te noemen: ‘het depotbedrag’.
2. Partij 1 en partij 2 verkrijgen hierdoor een voorwaardelijke vordering op de notaris.
3. Deze vordering wordt op een van de hierna vermelde wijzen onvoorwaardelijk:
- na ondubbelzinnige gelijkluidende schriftelijke opdracht van partijen tot uitbetaling van het depotbedrag, dan wel
- na een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis of een arbitraal vonnis met betrekking tot de verdeling van het depotbedrag.
[…] Het depotbedrag wordt door de notaris uitgekeerd overeenkomstig die opdracht of dat vonnis. […]”
(xiv) Op 7 augustus 2017 heeft de curator in het faillissement van [eiser 1] enige gepretendeerde vorderingen van (de boedel van) [eiser 1] aan [eiseres 2] gecedeerd.
(xv) Stack heeft de door haar op grond van de depotovereenkomst ingestelde vorderingen gecedeerd aan Cumberland.