Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:HR:2023:29

Hoge Raad
13-01-2023
13-01-2023
22/02809
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:969, Gevolgd
Insolventierecht
Cassatie

Insolventierecht; Wsnp. Beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling (art. 354 Fw). Mag 'schone lei' worden verleend onder bepaling dat schuldenaar binnen bepaalde termijn een bedrag aan niet-geïnde alimentatie moet afdragen aan de boedel? Ontvankelijkheid beschermingsbewindvoerder in hoger beroep tegen die beslissing. Reformatio in peius.

Rechtspraak.nl
NJB 2023/274
RvdW 2023/125
NJ 2023/42
Prg. 2023/80
Burgerlijk procesrecht.nl BPR-2023-0003
Sdu Nieuws Insolventierecht 2023/51
JBPr 2023/27 met annotatie van Mr. P.W. den Hollander
BPR-Updates.nl 2023-0003

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/02809

Datum 13 januari 2023

ARREST

In de zaak van

1. [de schuldenaar],

wonende te [woonplaats],

hierna: de schuldenaar,

2. [de bescherminsbewindvoerder],

kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

hierna: de beschermingsbewindvoerder,

VERZOEKERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: de schuldenaar c.s.,

advocaat: J. van Weerden,

tegen

[de bewindvoerder],

kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de bewindvoerder,

niet verschenen.

1 Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/03/18/445 R van de rechtbank Limburg van 14 juni 2022;

b. het arrest in de zaak 200.312.098/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 juli 2022.

De schuldenaar c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de advocaat-generaal R.H. de Bock strekt tot vernietiging van het bestreden arrest met afdoening als voorgesteld in de conclusie onder 3.43-3.44.

2 Uitgangspunten en feiten

2.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Bij beschikking van 16 juli 2014 zijn de goederen die aan de schuldenaar (zullen) toebehoren onder bewind gesteld. De huidige beschermingsbewindvoerder is bij beschikking van 24 februari 2016 als zodanig benoemd.

(ii) Bij vonnis van 20 november 2018 is ten aanzien van de schuldenaar de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

(iii) Bij vonnis van 2 februari 2021 is de schuldsaneringsregeling verlengd voor de duur van zes maanden, tot 20 mei 2022, om de schuldenaar alsnog in de gelegenheid te stellen de schuldsaneringsregeling met een ‘schone lei’ af te sluiten. De reden voor de verlenging was niet-nakoming van de sollicitatie- en arbeidsplicht alsmede de informatieplicht. In het verlengingsvonnis is tevens vermeld dat een kwestie ten aanzien van te innen alimentatie door omstandigheden te lang was blijven liggen.

2.2

In dit geding heeft de rechtbank op de voet van art. 354 Fw onder meer bepaald dat

- de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer van haar verplichtingen maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing blijft;

- aan de schuldenaar de ‘schone lei’ wordt verleend;

- een bedrag aan achterstallige alimentatie van € 2.132,31 uiterlijk op 20 november 2023 aan de boedel afgedragen moet zijn;

- de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

De rechtbank heeft daarbij in rov. 2.5 van haar vonnis bepaald dat de schuldenaar zelf verantwoordelijk is voor het storten van de achterstallige alimentatie en dat, indien zij uiteindelijk toch niet overgaat tot het tijdig storten van de achterstallige alimentatiebetalingen in de boedel, dit kan resulteren in ontneming van de verleende schone lei.

2.3

De schuldenaar en de beschermingsbewindvoerder hebben in hoger beroep het hof verzocht het vonnis van de rechtbank te vernietigen voor zover daarin is beslist dat de schuldenaar uiterlijk 20 november 2023 de achterstallige alimentatie aan de boedel moet hebben afgedragen en dat, indien zij dit nalaat, haar de bij het bestreden vonnis verleende schone lei kan worden ontnomen.

2.4

Het hof1 heeft de beschermingsbewindvoerder niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek in hoger beroep en op het hoger beroep van de schuldenaar het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover daarin is bepaald dat aan de schuldenaar een schone lei wordt verleend, dat de schuldsaneringsregeling is beëindigd en dat de huidige omvang van de boedelachterstand € 2.132,31 bedraagt. Het hof heeft, opnieuw rechtdoende, de duur van de schuldsaneringsregeling verlengd tot uiterlijk 20 november 2023 dan wel zoveel eerder als de schuldenaar het boedeltekort van € 2.132,31 volledig heeft voldaan.

Het hof heeft daartoe onder meer het volgende overwogen.

De beschermingsbewindvoerder dient in het door hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu noch het indienen van een toelatingsverzoek noch het opkomen door middel van een rechtsmiddel tegen beslissingen betreffende de duur van de schuldsanering of het verlenen van een schone lei als een daad van beschikking over de onder bewind staande goederen moet worden beschouwd. (rov. 3.1.1)

De rechtbank heeft kennelijk willen bewerkstelligen dat voor de schuldenaar de (reguliere) verplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet meer (volledig) van kracht zijn en dat zij tot aan de laatste dag van een daartoe maximaal verlengde looptijd van haar schuldsaneringsregeling in de gelegenheid is om de niet door haar ontvangen alimentatiegelden van ruim € 2.000,-- alsnog aan de boedel over te maken zodat haar alsdan (alsnog) een (definitieve) schone lei kan worden verleend.

De letterlijke tekst van de beslissing van de rechtbank dat aan de schuldenaar in de tussenliggende periode van 14 juni 2022 tot 20 november 2023 alvast een schone lei wordt verleend, impliceert echter dat sprake is van een voorlopige dan wel voorwaardelijke schone leiverlening. Een dergelijke beslissing vindt geen steun in het recht. De grief van de schuldenaar slaagt in dat opzicht en het vonnis moet worden vernietigd. Dit betekent dat het hof opnieuw – ex nunc – moet beoordelen of de schuldsaneringsregeling met een schone lei moet worden beëindigd of dat er termen aanwezig zijn voor verlenging van de regeling, zoals de rechtbank kennelijk beoogde. (rov. 3.10.2)

De schuldenaar is de voor haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende sollicitatie- en informatieverplichting niet steeds naar behoren nagekomen. Hierbij komt dat de rechter-commissaris de achterstallige alimentatiebetalingen heeft vastgesteld op € 2.132,31 en deze heeft gekwalificeerd als boedelachterstand. Deze inkomsten zouden, indien zij wel zouden zijn geïncasseerd, immers op grond van art. 295 Fw extra in de boedel zijn gevloeid. (3.10.3)

De vraag of juist is de vaststelling van de rechter-commissaris dat sprake is van een boedelachterstand, kan het hof in het kader van het hoger beroep van de eindzitting niet beantwoorden, althans daartoe is het hof niet bevoegd. De boedelachterstand – en de diverse componenten in dat kader – is voor het hof aldus een gegeven. (rov. 3.10.4-3.10.5)

Door het niet inlopen van de boedelachterstand is de schuldenaar naar het oordeel van het

hof toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen die voor haar uit de

schuldsaneringsregeling voortvloeien. Geen sprake is van een tekortkoming die gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing moet blijven. (rov. 3.10.6)

Het hof acht termen aanwezig om de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar maximaal te verlengen, althans tot het moment waarop de schuldenaar de volledige boedelachterstand van thans € 2.132,31 volledig heeft voldaan. Gedurende deze verlenging zal de schuldenaar zijn vrijgesteld van alle uit hoofde van de schuldsaneringsregeling voortvloeiende (reguliere) verplichtingen, met uitzondering van de verplichting tot de maandelijkse voldoening van het salaris gemachtigde en afdracht van in de betreffende periode te ontvangen of opgekomen bijzondere baten (giften, erfenissen en dergelijke). (rov. 3.10.7-3.11)

3 Beoordeling van het middel

3.1

Onderdeel 2 van het middel is gericht tegen de verlenging door het hof van de duur van de schuldsaneringsregeling. Het onderdeel klaagt onder meer dat deze beslissing in strijd is met het beginsel dat een appellant niet slechter mag worden van zijn hoger beroep.

3.2

Deze klacht slaagt. De gedingstukken laten geen andere conclusie toe dan dat de schuldenaar en de beschermingsbewindvoerder in hoger beroep uitsluitend zijn opgekomen tegen het dictum onder 3.4 van het vonnis van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat de schuldenaar uiterlijk op 20 november 2023 een bedrag aan achterstallige alimentatie van € 2.132,31 aan de boedel moet hebben afgedragen en heeft overwogen dat het niet-voldoen aan die verplichting kan resulteren in ontneming van de verleende schone lei. De omvang van het hoger beroep was daarmee beperkt tot de beslissingen van de rechtbank ten aanzien van de nog af te dragen achterstallige alimentatie en de ontneming van de verleende schone lei bij niet-voldoening aan die verplichting. Het stond het hof daarom niet vrij de – voor de schuldenaar gunstige en door haar niet bestreden – beslissing van de rechtbank dat aan de schuldenaar de schone lei wordt verleend, in haar nadeel te wijzigen.2

3.3

Onderdeel 1 is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de beschermings-bewindvoerder in hoger beroep. Het onderdeel betoogt dat het bestrijden van verlening van een schone lei op voorwaarden die niet op de wet zijn gebaseerd, kan bijdragen aan het stabiliseren van de financiële situatie van de schuldenaar.

3.4

Dit onderdeel slaagt eveneens. Het hof heeft in rov. 3.1.1 tot uitgangspunt genomen dat in hoger beroep wordt opgekomen tegen de duur van de schuldsaneringsregeling en/of het verlenen van een schone lei. Het hoger beroep van de schuldenaar en de beschermingsbewindvoerder was echter uitsluitend gericht tegen de beslissing van de rechtbank dat de schuldenaar uiterlijk op 20 november 2023 een bedrag aan achterstallige alimentatie van € 2.132,31 aan de boedel moet hebben afgedragen en dat het niet-voldoen aan die verplichting kan resulteren in ontneming van de verleende schone lei (zie hiervoor in 3.2). De beschermingsbewindvoerder vertegenwoordigt in procedures die de vraag betreffen welk deel van het inkomen in het kader van de schuldsaneringsregeling aan de boedel dient te worden afgedragen, op grond van art. 1:441 lid 1 BW de rechthebbende in rechte.3 De beschermingsbewindvoerder was dan ook ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen die beslissing.

3.5

De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.

3.6

De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen. Het stond de rechtbank niet vrij, naast verlening van de schone lei, tegelijkertijd te bepalen dat de schuldenaar een bedrag aan achterstallige alimentatie aan de boedel diende te voldoen en te overwegen dat bij niet-betaling daarvan, de verleende schone lei zou kunnen worden ingetrokken. Voor een dergelijke beslissing ontbreekt een rechtsgrond. De daartegen gerichte grieven van de schuldenaar en de beschermingsbewindvoerder slagen derhalve. De Hoge Raad zal het vonnis van de rechtbank in zoverre vernietigen.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 juli 2022;

- vernietigt het vonnis van de rechtbank Limburg van 14 juni 2022 voor zover daarin in het dictum onder 3.4 is beslist dat een bedrag aan achterstallige alimentatie van € 2.132,31 uiterlijk op 20 november 2023 aan de boedel afgedragen moet zijn.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 13 januari 2023.

1 Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2509.

2 Vgl. HR 31 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9099.

3 HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:751, rov. 3.1.4.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.