In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Eind 2016 heeft een eenzijdig ongeval plaatsgevonden met een personenbusje (hierna: de auto) van een voetbalvereniging (hierna: de vereniging). De vereniging had de auto tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid overeenkomstig de WAM verzekerd bij Reaal Schadeverzekering N.V. (hierna: Reaal). Reaal is later opgegaan in Nationale Nederlanden. De vereniging had tevens bij Nationale Nederlanden een schadeverzekering voor inzittenden (hierna: SVI) afgesloten.
(ii) De auto was bedoeld om spelers van de vereniging naar en van het verenigingsterrein te laten reizen. Op de datum van het ongeval had [eiser] samen met enkele teamgenoten de auto ter beschikking.
(iii) [eiser] en zijn teamgenoten zijn na een uitwedstrijd met de auto naar het terrein van een andere voetbalvereniging gereden. Daar troffen zij een voormalige trainer van hen (hierna: de trainer). De trainer is vervolgens met [eiser] en zijn teamgenoten meegereden in de auto om een feest bij een derde voetbalvereniging te bezoeken. [eiser] heeft achter het stuur van de auto plaatsgenomen, zijn teamgenoten zaten naast en achter hem en de trainer zat rechts achterin de auto.
(iv) Toen de door [eiser] bestuurde auto op een N-weg reed, heeft de trainer plotsklaps de handrem van de auto aangetrokken. De auto reed op dat moment circa 70 km/uur. Als gevolg van het in werking stellen van de handrem tijdens het rijden blokkeerden de achterwielen van de auto en is de auto in een ongecontroleerde dwarsslip terechtgekomen, waarbij de auto in botsing is gekomen met de betonnen pilaar van het spoorwegviaduct rechts naast de rijbaan. De auto tolde vervolgens op de rijbaan rechts om zijn as en kwam op de linkerrijbaan tot stilstand; hierbij is de achterzijde van de auto nog in botsing gekomen met een andere pilaar. [eiser] en de teamgenoot die naast hem zat zijn bij het ongeval uit de auto geslingerd, waarbij zij allebei zeer ernstig gewond zijn geraakt.
(v) De teamgenoot die naast [eiser] zat, is de dag na het ongeval in het ziekenhuis aan zijn verwondingen overleden. [eiser] is met levensbedreigende verwondingen in het ziekenhuis opgenomen. De trainer en de andere teamgenoot hebben bij het ongeval lichte verwondingen opgelopen.
(vi) [eiser] heeft na het ongeval geruime tijd in het ziekenhuis gelegen en heeft een revalidatietraject gevolgd. Hij heeft aan het ongeval hersenletsel overgehouden, waarvan hij nog steeds klachten en beperkingen ondervindt. Het UWV heeft [eiser] volledig arbeidsongeschikt verklaard. Hij ontvangt in verband hiermee een IVA-uitkering. Verder zijn de goederen van [eiser] onder bewind gesteld omdat hij zijn eigen financiële belangen niet meer kan behartigen. De Stichting is zijn bewindvoerder.
(vii) [eiser] heeft voor zijn schade als gevolg van het ongeval een beroep gedaan op
aansprakelijkheid van Nationale Nederlanden in het kader van de WAM en polisdekking onder de bij Nationale Nederlanden lopende SVI. In reactie hierop heeft Nationale Nederlanden [eiser] eind 2016 laten weten dat zij bij gebrek aan nadere informatie over de toedracht nog geen uitspraak kan doen over de WAM-aansprakelijkheid of de polisdekking. Wel heeft Nationale Nederlanden toen een eerste voorschot van € 5.000,-- aan [eiser] betaald en heeft zij de verdere schaderegeling ter hand genomen. Nadien heeft Nationale Nederlanden de bevoorschotting van [eiser] enige tijd voortgezet.
(viii) Na toezending van het proces-verbaal van de politie over de toedracht van het ongeval door [eiser] aan Nationale Nederlanden heeft de advocaat van Nationale Nederlanden de advocaat van [eiser] in januari 2020 bericht dat er geen dekking is onder de SVI omdat [eiser] na gebruik en onder invloed van alcohol als bestuurder van de auto heeft gefungeerd, en dat onder de WAM-polis geen dekking bestaat omdat deze geen schade van de bestuurder dekt. Verder is – in het kader van eigen schuld bij eventuele verzekeringsdekking – in deze brief gewezen op het niet dragen van de veiligheidsgordel door [eiser] ten tijde van het ongeval.