In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) MW Techniek is actief in afvalwaterinzameling en -behandeling.
(ii) [verweerders] exploiteren een landbouwbedrijf dat zich onder andere bezighoudt met het fokken van varkens.
(iii) MW Techniek heeft aan [verweerders] een prijsopgave gedaan betreffende ‘het aanbod met installatie van de Mestwater technologie BV volautomatische mest/waterafscheider MTS2102 type 9860’ tegen een totaalprijs van € 669.000,-- (exclusief btw).
(iv) In een brief heeft MW Techniek de opdracht bevestigd. Deze opdrachtbevestiging is door [verweerder 1] als opdrachtgever voor akkoord ondertekend.
(v) [verweerders] hebben twee facturen van MW Techniek met een totaalbedrag van € 405.000,-- (exclusief btw) betaald.
(vi) Vervolgens is tussen partijen een geschil ontstaan over de uitvoering van de overeenkomst.
(vii) MW Techniek heeft een factuur (‘derde aanbetaling’) met een bedrag van € 264.000,-- (exclusief btw) aan [verweerders] verstuurd. [verweerders] hebben deze factuur niet betaald. Om uit de daaropvolgende impasse te geraken, hebben partijen met elkaar gesproken, waarna MW Techniek voor de (deel)leveringen en betalingen een stappenplan heeft voorgesteld. Omdat [verweerders] daaraan geen medewerking wensten te verlenen, heeft MW Techniek op 13 januari 2020 een eindfactuur van € 37.300,-- (exclusief btw) opgesteld, die onder andere betrekking heeft op de kosten voor een door [verweerders] gewenste plc-kast. [verweerders] hebben deze eindfactuur ook niet betaald.