In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten en omstandigheden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2. Deze komen, kort samengevat, op het volgende neer.
(i) DME en Dmarcian Inc houden zich bezig met het leveren van producten en diensten op het gebied van identiteitsbeveiliging van e-mailadressen. [verweerder 2] is aandeelhouder van Dmarcian Inc.
(ii) In 2016 hebben DME en Dmarcian Inc een overeenkomst gesloten met betrekking tot het gebruik en de distributie van door Dmarcian Inc ontwikkelde software (hierna: de software).
(iii) Vanaf medio 2018 heeft (ook) DME de software verder ontwikkeld. Vanaf november 2019 is alleen nog de aldus aangepaste en uitgebreide versie van de software te verkrijgen.
(iv) Tussen partijen is een geschil ontstaan over deze aangepaste en uitgebreide versie van de software (hierna: de +software), meer in het bijzonder over het antwoord op de vraag aan wie het auteursrecht daarop toekomt.
(v) De ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam heeft bij beschikking van 7 september 20201 een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken bij DME over de periode 2016-2020.
(vi) Bij brief van 22 januari 2021 heeft Dmarcian Inc aan DME bericht dat zij de samenwerking per 1 februari 2021 wenst te beëindigen en dat zij DME vanaf die datum geen toegang meer verschaft tot haar systemen tenzij DME, in ruil voor een licentie, haar auteursrecht op de +software aan Dmarcian Inc overdraagt.
(vii) Op 22 januari 2022 heeft Dmarcian Inc de toegang van DME tot haar systemen geblokkeerd. DME had daardoor geen (directe) toegang meer tot de gegevens van het overgrote deel van haar klanten.
(viii) Dmarcian Inc heeft niet voldaan aan sommaties om een einde te maken aan de blokkade.
(ix) DME heeft vervolgens de bestanden (inclusief de software en de +software) die nodig zijn om haar bedrijf te blijven voeren op een apart platform (‘instance’) geplaatst. Deze eigen ‘instance’ is op 8 maart 2021 ‘live’ gegaan.