In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Google vordert in deze procedure Sonos te verbieden inbreuk te maken op een octrooi van Google.
De voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 22 september 2020 Google toegestaan om te procederen volgens het zogeheten Versneld Regime in Octrooizaken (hierna: de VRO-beschikking).
(ii) Bij vonnis van 17 maart 2021 heeft de rechtbank Den Haag zich onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, in de staat waarin de zaak zich bevindt. Zij heeft daarbij overwogen dat hieronder moeten worden begrepen de processuele beslissingen zoals neergelegd in de VRO-beschikking.1
(iii) Sonos heeft de rechtbank Den Haag verzocht tussentijds hoger beroep open te stellen van het vonnis van 17 maart 2021. De rechtbank heeft dat verzoek afgewezen.
(iv) Sonos heeft niettemin tussentijds hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 17 maart 2021. Sonos heeft in dit hoger beroep incidentele vorderingen ingesteld die ertoe strekken te bepalen dat de rechtbank Midden-Nederland niet is gebonden aan de VRO-beschikking en dat het hoger beroep schorsende werking heeft.
(v) Bij arrest van 27 juli 2021 heeft het gerechtshof Den Haag de incidentele vorderingen van Sonos afgewezen.2
(vi) De rechtbank Midden-Nederland heeft bij eindvonnis van 26 januari 2022 de vordering van Google afgewezen.3 Google heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
(vii) Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 31 mei 2022 Sonos niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 maart 2021.4 Het hof heeft daartoe overwogen dat, in het licht van het eindvonnis van de rechtbank Midden-Nederland, niet valt in te zien welk belang Sonos nog heeft bij dit hoger beroep.