In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten en omstandigheden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.1. Deze komen, samengevat, op het volgende neer.
(i) SRZ is een zorgaanbieder die zorg verleent in het kader van onder meer de Wmo.
(ii) De Gemeente heeft in 2017 met SRZ een overeenkomst (hierna: de Wmo-overeenkomst) gesloten, waardoor zorgbehoevenden die vallen onder de Wmo op basis van de door de Gemeente afgegeven indicatie zorg kunnen afnemen van SRZ. De Gemeente betaalt SRZ dan rechtstreeks voor de verleende zorg.
(iii) In de Wmo-overeenkomst is de volgende bepaling opgenomen:
“Artikel 3.7 Financiële verantwoording
1. Aanbieder legt, ten behoeve van de controle op de financiële rechtmatigheid van de bestedingen, alle door de Gemeente gevraagde documenten, informatie en/of (accountants)verklaring over conform het voor dat jaar geldende landelijke controleprotocol. De Gemeente zal tijdig de bijbehorende instructies verstrekken aan de Aanbieder omtrent wat door de Aanbieder dient te worden aangeleverd en binnen welk tijdspad dit bij de Gemeente moet zijn verstrekt.
2. De Gemeente behoudt zich het recht voor om over het betreffende boekjaar aanvullende informatie op te vragen dan wel een verscherpte interne controle op de administratie respectievelijk facturen van de Aanbieder uit te voeren. Aanleiding hiertoe kan zijn een niet goedkeurende (accountants)verklaring dan wel andere signalen die hiertoe aanleiding geven. Aanbieder zal hier de volledige medewerking aan verlenen.”
(iv) Vanaf het voorjaar van 2019 zijn bij de Gemeente vragen gerezen over de (financiële) verantwoording door SRZ. De Gemeente heeft SRZ meermaals verzocht om duidelijkheid te geven over haar liquiditeitspositie en SRZ erop gewezen dat zij verplicht is om aan een verscherpte interne controle mee te werken.
(v) SRZ heeft de gevraagde medewerking aan de controle niet gegeven. De Gemeente heeft om die reden vanaf maart 2020 de plaatsing van nieuwe cliënten bij SRZ opgeschort.
(vi) Eind 2020 rezen weer vragen bij de Gemeente, ditmaal omdat de jaarrekening van SRZ niet voldeed aan de geldende eisen zoals neergelegd in de “jaarverantwoording Zorg en Jeugd 2018 en 2019” van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
(vii) Omdat SRZ de vragen van de Gemeente niet of gebrekkig beantwoordde, heeft de Gemeente opnieuw en meermaals bij SRZ erop aangedrongen om mee te werken aan een interne controle door een financieel deskundige. SRZ heeft dat geweigerd, ook nadat zij bij het in de onderhavige zaak gewezen vonnis van de voorzieningenrechter is veroordeeld om mee te werken (zie hierna in 2.3).
(viii) De Gemeente heeft vervolgens SRZ meegedeeld dat zij de Wmo-overeenkomst (partieel) ontbindt vanaf 1 mei 2022.