GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
V E R K O R T S T R A F V O N N I S
in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te Curaçao,
wonende te Curaçao,
thans alhier gedetineerd.
1. Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 21 maart 2018. De zaak is (deels) eerder behandeld, maar niet inhoudelijk. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. V. Awadhpersad.
De officier van justitie, mr. M. Dennaoui -Simon, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 555.00151/16 en ter zake van feit 1 in de zaak met parketnummer 555.00063/17 vrij te spreken. Ter zake van de feiten 2 en 3 in de zaak met parketnummer 555.00063/17 en het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 555.00016/17 heeft de officier van justitie gevorderd te gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en dat hij van overheidswege wordt verpleegd.
De raadsman heeft met uitzondering van feit 3 in de zaak met parketnummer 555.00063/17 ter zake van alle overige aan de verdachte tenlastegelegde feiten op feitelijke gronden vrijspraak bepleit.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd:
Parketnummer 555.00063/17:
FEIT 1:
BEDREIGING VAN [slachtoffer 1]
dat hij op of omstreeks 6 maart 2017, althans in of omstreeks de maand maart 2017 te Curaçao, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931 en/of met brandstichting, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: ”Waar is [bijnaam slachtoffer 1]. Ik heb hem nodig, want ik moet hem vermoorden. [bijnaam slachtoffer 1] is een verrader”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl hij, verdachte, een kapmes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in handen had.
(artikel 2:255 Wetboek van Strafrecht)
FEIT 2:
BEDREIGING VAN [slachtoffer 2]
dat hij op of omstreeks 7 maart 2017, althans in of omstreeks de maand maart 2017 te Curaçao, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931 en/of met brandstichting, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk genoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: ”Kom naar buiten flikker. Waarom kom je niet naar buiten. Ik kom je woning binnen om je dood te kappen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
(artikel 2:255 Wetboek van Strafrecht)
FEIT 3:
VERNIELING
dat hij op of omstreeks 5 december 2016, althans in of omstreeks de maand december 2016 te Curaçao, opzettelijk en wederrechtelijk een vitrine glas (van een pinautomaat), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Maduro & Curiel’s Bank N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt door een glazen fles, althans enig hard voorwerp, door het glas te gooien.
(artikel 2:334 Wetboek van Strafrecht)
Parketnummer 555.00016/17
Dat hij op of omstreeks 14 januari 2017, althans in of omstreeks de maand januari 2017 te Curaçao, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of overige toen aldaar bevindende personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld in het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931 en/of met brandstichting, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk dreigend met een kapmes en/of een (houten) balk in handen in de richting van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of overige toen aldaar bevindende personen aan komen lopen/rennen en/of (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: “ik ga jullie vermoorden voordat de politie mij in een inrichting plaats”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
(artikel 2:255 Wetboek van Strafrecht)
Parketnummer 555.000151/16
hij een of meermalen in de periode van 2 juni 2016 tot en met 3 juni 2016, althans in of omstreeks de maand juni 2016 te Curaçao, [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of overige toen en aldaar bevindende personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware
en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931 en/of met brandstichting,
immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk genoemde [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of overige toen en aldaar bevindende personen dreigend de woorden toegevoegd: “e biaha’ki ku mi bai sera mi ta bai sera pa levenslang en/of e biaha’ki mi ta mata tur hende” (vertaling: dat hij bereid is levenslang gevangenisstraf uit te zitten en/of dat hij deze keer iedereen zal doodmaken), althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking geuit;
(artikel 2:255 Wetboek van Strafrecht)
3 Voorvragen
Het Gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 Bewijsbeslissingen
4A. Vrijspraak
Evenals de officier van justitie en de raadsman heeft het Gerecht uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 555.00151/16 en het onder feit 1 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 555.00063/17 heeft begaan. De verdachte wordt daarvan dan ook, zonder nadere motivering, vrijgesproken.
4B. Bewezenverklaring
Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder de feiten 2 en 3 in de zaak met parketnummer 555.00063/17 en het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 555.00016/17 heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:
Parketnummer 555.00063/17:
Feit 2:
dat hij op of omstreeks 7 maart 2017, althans in of omstreeks de maand maart 2017 te Curaçao, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931 en/of met brandstichting, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk genoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: ”Kom naar buiten flikker. Waarom kom je niet naar buiten. Ik kom je woning binnen om je dood te kappen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Feit 3:
dat hij op of omstreeks 5 december 2016, althans in of omstreeks de maand december 2016 te Curaçao, opzettelijk en wederrechtelijk een vitrine glas (van een pinautomaat), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Maduro & Curiel’s Bank N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt door een glazen fles, althans enig hard voorwerp, door het glas te gooien.
Parketnummer 555.00016/17
dat hij op of omstreeks 14 januari 2017, althans in of omstreeks de maand januari 2017 te Curaçao, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of overige toen aldaar bevindende personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandelingen/of met brandstichting, immers is hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk dreigend met een kapmes en/of een (houten) balk in handen in de richting van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of overige toen aldaar bevindende personen aan komen lopen/rennen en/of heeft hij (daarbij) hen dreigend de woorden toegevoegd: “ik ga jullie vermoorden voordat de politie mij in een inrichting plaatst”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
4C. Bewijsmiddelen
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde feit heeft begaan, is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist, worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 555.00016/17:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Parketnummer 555.00063/17:
Feit 2:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Feit 3:
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. De feiten zijn derhalve strafbaar.
6 Strafbaarheid van de verdachte
Het Gerecht is van oordeel dat de feiten niet kunnen worden toegerekend aan de verdachte en overweegt daartoe als volgt.
Omtrent de verdachte is op 22 juni 2017 een rapportage opgemaakt door psychiater G.E. Matroos, die, voor zover hier van belang, inhoudt:
Betrokkene is een chronisch psychotische man met paranoïde wanen. Er is bij betrokkene sprake van ernstige realiteitsstoornissen. Zijn waangedachten hebben een absoluut waarheidsgehalte voor hem en zijn niet te corrigeren. Ieder ziektebesef ontbreekt. Betrokkene wordt in ernstige mate gevaarlijk geacht. Zijn dreigementen dienen zeer serieus genomen te worden. Hij wordt in staat geacht deze uit te voeren zodra hij dit vanuit zijn waanwereld gerechtvaardigd acht. Dat heeft hij in het verleden bewezen. De kans op herhaling wordt steeds verhoogd aanwezig geacht. Het plegen van delicten is betrokkene niet toe te rekenen.
Op 26 januari 2018 is omtrent de verdachte een aanvullende rapportage opgemaakt door psychiater G.E. Matroos, die, voor zover hier van belang, inhoudt:
In het geval van betrokkene is een chronische psychotische stoornis met paranoïde wanen in ernstige mate aanwezig. De relatie tussen stoornis en delict wordt aanwezig geacht. Een groot delict risico wordt aanwezig geacht.
Het Gerecht neemt de conclusies van de psychiater over en maakt deze tot de zijne.
Het bewezen geachte kan de verdachte derhalve wegens een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, te weten chronische psychotische stoornis met paranoïde wanen, niet worden toegerekend. Op grond daarvan is de verdachte niet strafbaar en dient hij ter zake van alle bewezen verklaarde feiten te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
7. Oplegging van maatregel
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Twee door de verdachte begane feiten betreffen bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld bij artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht. Hoewel het hier om 'slechts' twee bedreigingen gaat, toont nadere rapportage en het verleden van de verdachte aan, dat behandeling uiterst noodzakelijk is voordat hij weer in de maatschappij zou kunnen functioneren.
Het Gerecht heeft daarbij kennis genomen van de rapporten die over de verdachte zijn uitgebracht door de psychiater G.M. Matroos. De psychiater is van oordeel dat bij verdachte sprake is van een ernstige realiteitsstoornis welke een zorgelijk verhoogde recidivekans met zich meebrengt. Betrokkene heeft langdurige institutionele behandeling nodig. De oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling is zinvol indien die uitgevoerd kan worden. Volgens de psychiater lijdt de verdachte aan een chronische psychotische stoornis met paranoïde wanen en is er een duidelijke relatie tussen zijn stoornis en de gepleegde delicten. De verdachte wordt in ernstige mate gevaarlijk geacht en kan ieder moment zijn dreigementen uitvoeren.
Het Gerecht neemt de conclusies van de psychiater over en is van oordeel dat bij de verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en dat zijn gedragingen ten tijde van de bewezen verklaarde feiten door die ziekelijke stoornis werden beïnvloed. Evenals de psychiater acht het Gerecht het recidiverisico op soortgelijke feiten groot. Dat de verdachte ieder ogenblik zijn dreigementen kan uitvoeren, baart het Gerecht ernstige zorgen. Het Gerecht neemt in aanmerking dat de deskundige, op de zitting als zodanig gehoord, nog heeft onderstreept dat een tbs-maatregel met verpleging noodzakelijk is en dat hij dat zeker wil adviseren. Zijn bedenking is slechts de vraag of een dergelijke maatregel wel kan worden geëxecuteerd.
Alles afwegende is het Gerecht van oordeel dat gelet op het groot te achten gevaar dat de verdachte wanneer hij niet wordt behandeld zal overgaan tot mogelijke ernstige geweldsdelicten, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen (waaronder de veiligheid van betrokkene zelf) oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling en verpleging van overheidswege eist. Het Gerecht stelt vast, dat hier sprake is van misdrijven, gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Met betrekking tot de mogelijkheid tot executie wijst het Gerecht op artikel 1:84 van het Wetboek van Strafrecht.
8 Vordering tot tenuitvoerlegging
Bij vonnis van 22 april 2016 in de zaak met parketnummer 555.00505/15 heeft het Gerecht de verdachte ter zake van bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op drie jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.
De officier van justitie vordert thans dat het Gerecht zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.
Het Gerecht is van oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen, aangezien de verdachte voor alle bewezen geachte feiten zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
10. Beslissing
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4B omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart dat de bewezenverklaarde feiten de in rubriek 5 genoemde strafbare feiten opleveren;
verklaart verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging.
Parketnummer 555.00016/17 en parketnummer 555.00063/17 feit 2:
Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.
Beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd.
Parketnummer 555.00505/15:
Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf bij vonnis van het Gerecht d.d. 22 april 2016.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. H. de Doelder en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 21 maart 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.