A-G
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1 Wet van 14 mei 1998, houdende regels voor de niet-openbare arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs), Stb. 1998/306.
2 Een relatiebeding – in deze context – verbiedt de opdrachtnemer, kort gezegd, om gedurende een bepaalde periode na afloop van de opdrachtovereenkomst voor de inlener te werken.
3 De feitenweergave is ontleend aan de in cassatie niet bestreden rov. 3.1. tot en met 3.12. van het bestreden arrest: hof ‘s-Hertogenbosch 1 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2705.
4 In eerste aanleg heeft [verweerster] verklaard dat haar broer de eigenaar van [A] is. Dit blijkt uit het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 24 juli 2018, p. 2.
5 Productie 3 bij de inleidende dagvaarding, p. 1.
6 Productie 3 bij de inleidende dagvaarding, p. 1.
7 Productie 1 bij de memorie van grieven, p. 1.
8 In feitelijke instanties hebben partijen gedebatteerd over de vraag wie de handtekening namens [verweerster] onder de Overeenkomst heeft gezet. Volgens [verweerster] heeft zij de Overeenkomst niet getekend, maar [betrokkene 1] , de eigenaar van [A] en haar broer. Dit blijkt uit het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 24 juli 2018, p. 2 en uit de memorie van grieven, randnummers 11. en 17. Volgens [eiseres] heeft [verweerster] de Overeenkomst wél zelf ondertekend. Zie de memorie van antwoord, randnummer 11. Ik merk in dit kader slechts op dat bij de ondertekening [verweerster] staat en niet [betrokkene 1] en dat de roepnaam van [verweerster] ‘ [verweerster] ’ is.
9 Productie 2 bij de inleidende dagvaarding.
10 In de Overeenkomst stond oorspronkelijk het nummer (12), maar dat is doorgestreept en vervangen door een handgeschreven “6”. Voetnoot toegevoegd door mij, A-G.
11 Ook hier stond in de Overeenkomst oorspronkelijk het nummer (12), maar dat is wederom doorgestreept en vervangen voor een handgeschreven “6”. Voetnoot toegevoegd door mij, A-G.
12 Productie 5 bij de inleidende dagvaarding.
13 Productie 6 bij de inleidende dagvaarding.
14 Productie 8 bij de inleidende dagvaarding, p 1.
15 Productie 8 bij de inleidende dagvaarding, p 2.
16 Productie 9 bij de inleidende dagvaarding.
17 Productie 7 bij de inleidende dagvaarding.
18 Productie 13 bij de inleidende dagvaarding.
19 Randnummers 39. en 40. van de inleidende dagvaarding.
20 Rb. Oost-Brabant 17 oktober 2018, zaaknummer / rolnummer C/01/330936 / HA ZA 18-119 (niet gepubliceerd). In reconventie had [eiseres] gevorderd om [verweerster] te veroordelen in de werkelijk door haar gemaakte proceskosten. Deze vordering, die in cassatie niet meer ter zake doet, heeft de rechtbank eveneens afgewezen, omdat “niet, in ieder geval niet geheel” aan het criterium van misbruik van procesbevoegdheid is voldaan (rov. 4.8.-4.10.).
21 Hof ‘s-Hertogenbosch 1 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2705 (het bestreden arrest).
22 Waarbij ik heb kunnen profiteren van de paragrafen 3 tot en met 7 van de conclusie van A-G De Bock (ECLI:NL:PHR:2017:46) voor HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human).
23 Wet van 28 juni 1990 houdende instelling van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en regelen op het gebied van de arbeidsvoorziening, Stb. 1990/402.
24 Art. 93 lid 1, aanhef, spreekt over ‘de vergunninghouder’. Destijds gold nog een publiekrechtelijk vergunningsstelsel voor uitzendwerk, op grond waarvan het ter beschikking stellen van arbeidskrachten slechts was toegestaan indien daartoe een vergunning was verleend.
25 Kamerstukken I 1997-1998, 25 264, nr. 133b, p. 4.
26 Kamerstukken II 1987-1988, 20 569, nr. 3, p. 49.
27 Kamerstukken II 1987-1988, 20 569, nr. 3, p. 50.
28 Wet van 29 september 1996 tot vaststelling van een nieuwe Arbeidsvoorzieningswet (Arbeidsvoorzieningswet 1996), Stb. 1996/618.
29 Art. 19, aanhef en onder d, van de Wet van 29 november 1996 tot invoering van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996), Stb. 1996/619.
30 Besluit van 24 juni 1998, houdende vaststelling van het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wet van 14 mei 1998, houdende Regels voor de niet-openbare arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs), Stb. 1998/384.
31 Wet van 14 mei 1998, houdende regels voor de niet-openbare arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs), Stb. 1998/306.
32 In art. 1 lid 3 Waadi wordt – in afwijking van de omschrijving van het begrip ‘ter beschikking stellen van arbeidskrachten’ in art. 1 lid 1, onder c, Waadi – een drietal situaties uitgesloten van de omschrijving van het ‘ter beschikking stellen van arbeidskrachten’. Deze situaties zijn in deze procedure niet aan de orde en laat ik dan ook buiten beschouwing.
33 Kamerstukken II 1996-1997, 25 264, nr. 3, p. 17.
34 Kamerstukken II 1996-1997, 25 264, nr. 5, p. 6.
35 Kamerstukken I 1997-1998, 25 264, nr. 133b, p. 4.
36 Zie M.C. van Koppen, ‘Het concurrentiebeding en het belemmeringsverbod van art. 9a Waadi’, TAP 2013/2, p. 68 en de conclusie van A-G De Bock (ECLI:NL:PHR:2017:46) voor HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), randnummer 6.5 en de daar aangehaalde literatuur en feitenrechtspraak.
37 Kamerstukken II 2001-2002, 28 365, nr. 1, p. 19 en 20.
38 HR 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2844, NJ 2007/351 m.nt. G.J.J. Heerma van Voss en JAR 2003/107 m.nt.
M.S.A. Vegter en E. Knipschild (LAN-Alyst B.V.).
39 HR 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2844, NJ 2007/351 m.nt. G.J.J. Heerma van Voss en JAR 2003/107 m.nt. M.S.A. Vegter en E. Knipschild (LAN-Alyst B.V.), rov. 3.5.
40 Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende uitzendarbeid, PbEG 2008, L 327/9.
41 Art. 2 van de Uitzendrichtlijn.
42 Beschikbaar via: https://www.eumonitor.nl/9353000/1/j4nvhdfdk3hydzq_j9vvik7m1c3gyxp/vi8rm2zy5pyw.
43 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten (2002/C 203 E/01), COM(2002) 149 def. – 2002/0072(COD), ingediend op 21 maart 2002.
44 Paragraaf 8 van de toelichting bij het voorstel voor de Uitzendrichtlijn.
45 Art. 11 van de Uitzendrichtlijn.
46 Wet van 19 april 2012 tot wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet op de ondernemingsraden in verband met implementatie van de Richtlijn 2008/104/EG van het Europese Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende uitzendarbeid, Stb. 2012/173.
47 Kamerstukken II 2010-2011, 32 895, nr. 3, p. 2 en 3.
48 Kamerstukken II 2010-2011, 32 895, nr. 3, p. 3.
49 Kamerstukken II 2010-2011, 32 895, nr. 3, p. 7.
50 Handelingen II 1 maart 2012, 58-6, p. 32.
51 Handelingen II 1 maart 2012, 58-6, p. 34.
52 Kamerstukken II 2010-2011, 32 895, nr. 3, p. 7 en 8. Zie ook p. 14.
53 Kamerstukken II 2011-2012, 32 895, nr. 4, p. 5 en 6.
54 Kamerstukken II 2011-2012, 32 895, nr. 5, p. 8.
55 Kamerstukken II 2011-2012, 32 895, nr. 5, p. 11.
56 Kamerstukken II 2011-2012, 32 895, nr. 5, p. 11.
57 Handelingen II 1 maart 2012, 58-6, p. 43.
58 Wet van 29 mei 2019 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten om de balans tussen vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten te verbeteren (Wet arbeidsmarkt in balans), Stb. 2019/219.
59 Vlak na implementatie van de Uitzendrichtlijn in de Waadi had op 1 juli 2012 ook al een wijziging van de Waadi plaatsgevonden teneinde een registratieplicht in te voeren voor intermediairs die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Zie de Wet van 7 juni 2012 tot wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs in verband met de invoering van een registratieplicht voor intermediairs die arbeidskrachten ter beschikking stellen, alsmede in verband met het verstrekken door de rijksbelastingdienst en de Arbeidsinspectie van gegevens over de naleving van bepaalde wetten aan certificerende instellingen (Wet registratieplicht intermediairs die arbeidskrachten ter beschikking stellen), Stb. 2012/260.
60 Kort gezegd is de omschrijving van ‘payrolling’ in art. 1 lid 1, onder d, Waadi toegevoegd, is in art. 8a Waadi een loonverhoudingsnorm geïntroduceerd voor werknemers die op basis van een payrollovereenkomst ter beschikking worden gesteld aan een opdrachtgever en zijn de overige bepalingen uit de Waadi van toepassing verklaard op de payrollwerkgever. Zie Sdu Commentaar Arbeidsrecht Artikelsgewijs, art. 9a Waadi (bijgewerkt tot 1 juni 2020), onder het kopje ‘Kern’ (M.H.D. Vergouwen) en M. Tanja, ‘De uitzendovereenkomst’, in J.P. Kroon & P. de Casparis (red.), Flexibele arbeidsrelaties, Deventer: Wolters Kluwer 2021, nr. 5.14.1.
61 Platforms (websites en apps) brengen vraag naar en aanbod van tijdelijk werk snel, goedkoop en op grote schaal bij elkaar. Bekende werkplatforms zijn onder meer Uber, Deliveroo, Helpling, Temper, Werkspot, YoungOnes en Thuisbezorgd.
62 Kamerstukken I 2019-2020, 35 074, nr. T, p. 15 en 16.
63 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik).
64 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punten 2., 11. en 13.
65 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punten 10. en 14.
66 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punten 15.-20.
67 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punten 23., 25. en 26.
68 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punt 30.
69 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punt 33.
70 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punt 34.
71 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punt 43., laatste volzin.
72 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punten 44.-47.
73 Zie in deze zin ook de conclusie van A-G De Bock (ECLI:NL:PHR:2017:46) voor HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), randnummer 4.12.
74 HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human).
75 HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), rov. 3.1.
76 De ggz-verpleegkundige vorderde onder meer betaling van achterstallig loon en schorsing/vernietiging van het met Focus on Human overeengekomen concurrentie- en relatiebeding.
77 Hof Arnhem-Leeuwarden 12 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:142, JIN 2016/48 m.nt. E.M. Bevers en RAR 2016/64 met wenk (Focus on Human).
78 HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), rov. 3.2.
79 HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), rov. 3.3.6 en 3.3.7.
80 HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), rov. 3.3.6 en 3.3.7.
81 Naar het oordeel van het hof is voldaan aan de criteria voor het aannemen van een arbeidsverhouding in de zin van de Uitzendrichtlijn, omdat de ggz-verpleegkundige (i) prestaties levert, (ii) gedurende een bepaalde tijd, (iii), voor een ander (de huisartsenpraktijk), (iv) in ruil waarvoor hij een vergoeding ontvangt en (iv) de werkzaamheden “onder leiding van” de huisartsenpraktijk worden verricht.
82 Hof 's-Hertogenbosch 10 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1504, JAR 2018/125 (Focus on Human), rov. 3.5.1., 3.5.2. en 3.7.1.
83 J.P.H. Zwemmer, Pluraliteit van werkgeverschap, diss., Deventer: Kluwer 2012, p. 92. En recenter J.P.H. Zwemmer, Arbeidsrechtelijke driehoeksverhoudingen. De uitzendovereenkomst, payrolling, detachering en contracting, Den Haag: Boom juridisch 2021, p. 39.
84 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik).
85 Conclusie van A-G De Bock (ECLI:NL:PHR:2017:46) voor HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), randnummer 7.5.
86 T&C Arbeidsrecht, art. 1 Waadi (actueel tot en met 5 juli 2021), aant. 3 en 4 (E. Verhulp), T&C Arbeidsrecht, art. 9a Waadi (actueel tot en met 5 juli 2021), aant. 1 (E. Verhulp) en E. Verhulp, ‘Platformwerkers verdienen meer! Over de toepasselijkheid van de Waadi op platformarbeid’, ArbeidsRecht 2018/1, p. 4 en 5.
87 HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human).
88 E. Verhulp, ‘Platformwerkers verdienen meer! Over de toepasselijkheid van de Waadi op platformarbeid’,ArbeidsRecht 2018/1, p. 4.
89 R. Jonkmans, ‘De reikwijdte van het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi’, TAP 2019/237, p. 13 en 14.
90 Y.A.E. van Houte, ‘De uitzendovereenkomst’, in E. Verhulp & D.J.B. de Wolf (red.), Flexibele arbeidsrelaties, Deventer: Wolters Kluwer 2017, nr. 4.7.2.
91 N. Zekić, ‘Arbeidsrechtelijke bescherming van platformmedewerkers met meerdere banen’, in M.S. Houwerzijl, S.H.M. Montebovi & N. Zekić (red.), Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming. Sociaalrechtelijke uitdagingen in tijden van digitale transformatie, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 67.
92 Noot E.M. Hoogeveen bij Rb. Noord-Nederland, zp. Groningen 4 augustus 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3274, JAR 2021/224 (Bouwprofs Interim B.V.), p. 2152.
93 Art. 1 lid 1, onder b, Waadi definieert ‘arbeidsbemiddeling’ als “dienstverlening in de uitoefening van beroep of bedrijf ten behoeve van een werkgever, een werkzoekende, dan wel beiden, inhoudende het behulpzaam zijn bij het zoeken van arbeidskrachten onderscheidenlijk arbeidsgelegenheid, waarbij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel een aanstelling tot ambtenaar wordt beoogd.”
94 Noot E.M. Hoogeveen bij Rb. Noord-Nederland, zp. Groningen 4 augustus 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3274, JAR 2021/224 (Bouwprofs Interim B.V.), p. 2153.
95 Rb. Noord-Nederland, zp. Groningen 4 augustus 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3274, JAR 2021/224 m.nt. E.M. Hoogeveen (Bouwprofs Interim B.V.).
96 Rb. Rotterdam 21 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6944, RCR 2019/90 met wenk B.R. Tromp (Compartijn Exploitatie B.V.).
97 HvJ EU 17 november 2016, ECLI:EU:C:2016:883, Ruhrlandklinik (voetnoot onderdeel van citaat, A-G).
98 Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, Focus on Human (voetnoot onderdeel van citaat, A-G).
99 Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 1 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2705 (voetnoot onderdeel van citaat, A-G).
100 Zie ook Arbeidsovereenkomst, art. 9a Waadi (actueel tot en met 1 januari 2021), aant. 3 (M. Tanja & N.M.Q. van der Neut). Ook het hof heeft in (het eerste deel van) rov. 5.3. van het bestreden arrest – in cassatie onbestreden – overwogen dat art. 9a Waadi in overeenstemming met de Uitzendrichtlijn moet worden uitgelegd.
101 Zie ook de conclusie van A-G De Bock (ECLI:NL:PHR:2017:46) voor HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), randnummer 10.6.
102 Conclusie van A-G De Bock (ECLI:NL:PHR:2017:46) voor HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, NJ 2020/389 m.nt. E. Verhulp onder NJ 2020/390, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, TRA 2017/74 m.nt. F.M. Dekker en ArA 2017/2.3 m.nt. A.R. Houweling (Focus on Human), randnummer 7.10.
103 HvJ EU 17 november 2016, zaak C-216/15, ECLI:EU:C:2016:883, JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik), punt 42.