1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:
1.5.
Partijen hebben over een oplossing gecorrespondeerd, maar een oplossing is niet bereikt.
2. [eiser] vordert gedaagden te veroordelen tot betaling van € 1.273,00; € 750,00 aan hoofdsom en€ 523,00 aan werkelijk gemaakte (gerechts)kosten. De wettelijke rente wordt gevorderd vanaf 16 november 2006.
3. [eiser] stelt dat gedaagden inbreuk op zijn auteursrecht hebben gemaakt, door zonder zijn toestemming de foto van een van zijn medewerkers op hun site te plaatsen. Dat gedaagden de foto hebben overgenomen van de website van de PZC en de daarop vermelde foutieve naamsvermelding hebben overgenomen, komt daarbij voor hun rekening. [eiser] stelt dat van een juiste voor iedereen kenbare naamsvermelding geen sprake is geweest.
4. De schade berekent [eiser] op € 750,00; € 250,00 voor de foto, € 250,00 als opslag wegens het niet verlenen van de toestemming en een opslag van € 250,00 wegens het ontbreken van een deugdelijke naamsvermelding.
5. Voorts stelt [eiser] recht te hebben op een verruiming van de proceskosten op grond van de Europese handhavingsrichtlijn (Richtlijn 2004/48/EG), waardoor hij aanspraak heeft op vergoeding van de werkelijke kosten, welke door [eiser] geraamd worden op € 523,00.
Verweer
6. Gedaagden verweren zich tegen deze vordering, menen dat deze behoort te worden afgewezen en voeren daartoe het volgende aan.
7. Gedaagden betwisten niet het auteursrecht van [eiser] op de foto. Zij stellen echter gebruik te hebben gemaakt van het citaatrecht; het journalistieke gebruik om nieuwsberichten te kunnen gebruiken met vrijstelling van het auteursrecht zonder vooraf toestemming te
hoeven vragen. De foto was het nieuws. Dit nieuws is ontleend aan de PZC en het oorspronkelijke nieuwsbericht bestond enkel uit een foto met een kort onderschrift. De foto is verkleind op de site geplaatst, met de bijbehorende tekst en de foutieve bronvermelding van de PZC, die via een zogeheten "mouse-over" zichtbaar werd.
8. Toen gedaagden - na vier jaar - begrepen dat [eiser] daar als rechthebbende bezwaar tegen had, hebben zij de foto direct uit de archieven verwijderd. Gedaagden stellen te goeder trouw te hebben gehandeld. De gevorderde schade staat voorts niet in verhouding met de geleden schade; die is van 4 jaar geleden, de foto heeft een week in de nieuwsrubriek gestaan en daarna in een moeilijk toegankelijk archief.
Beoordeling
9. Vaststaat in deze zaak, dat de rechten van de foto, waarover partijen strijden, aan [eiser] toebehoren en dat gedaagden zonder toestemming van [eiser] aldus een onder zijn auteursrecht vallende foto in (september) 2002 hebben geplaatst op hun site; eerst gedurende een week in de nieuwsrubriek, daarna is de foto naar het archief verhuisd.
10. Gedaagden hebben zich daarbij op - zo vertaalt de kantonrechter hun verweer - artikel 15 Auteurswet (Aw) beroepen, stellende dat ook de foto, als nieuwsfoto, onder de werking van de nieuwsexceptie valt. De foto is het nieuws.
11. Dit standpunt kan niet worden gevolgd. Uitgangspunt van artikel 15 Aw is dat beeldmateriaal in beginsel niet onder de werking van de nieuwsexceptie valt. Hoewel denkbaar is dat er beeldmateriaal bestaat dat wel onder de vrijstelling van deze bepaling is te brengen, geldt dat niet voor de foto, onderwerp van onderhavig geschil. Deze is duidelijk een illustratie / verluchtiging van het bericht, dat de jongste oma van Nederland 29 jaar is. Het nieuwsbericht zelf, dat uiteraard wel onder de werking van artikel 15 Aw valt, is goed denkbaar (hoewel minder aantrekkelijk) zonder de bewuste foto.
12. Dit impliceert dat gedaagden inbreuk hebben gemaakt op het recht van [eiser] , door zonder diens toestemming de foto op hun site te plaatsen. Zij dienen alsnog aan [eiser] daarvoor een redelijke vergoeding te betalen. De door [eiser] gevraagde vergoeding van € 250,00 is redelijk. Ten aanzien van de verhoging overweegt de kantonrechter dat de foto lang geleden (4 jaar) slechts kort (1 week) op de site heeft gestaan en voldoende aannemelijk is geworden dat gedaagden te goeder trouw dachten dat het gebruik van de foto onder de werking van art 15 Aw viel en dus vrijelijk was toegestaan. De gevraagde verhoging wordt daarom afgewezen.
13. Hoewel (bij gebrek aan wetenschap) betwist door [eiser] acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat gedaagden daarbij via een mouse-over - als de muis over de foto gaat, wordt de tekst zichtbaar - de bronvermelding uit de PZC hadden opgenomen. Dat daarbij dus niet de juiste bron is vermeld - wel de naam van de juiste maker, maar niet de naam van de juiste persdienst - kan gedaagden niet worden verweten. Dat is het gevolg van de niet geheel juiste naamsvermelding in de PZC. Dat deel van de vordering wordt derhalve eveneens afgewezen.
13. Dit betekent dat de vordering van [eiser] wordt tot een bedrag van€ 250,00 wordt toegewezen. Bij deze uitkomst van de procedure dienen gedaagden in de kosten van de procedure te worden veroordeeld. Dienaangaande wordt overwogen dat de zogenaamde Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG (middels titel 15 van boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) per 1 mei 2007 voor Nederland in werking is getreden. Het Overgangsrecht bepaalt in artikel IX Ov dat de wet niet van toepassing is op procedures waarvan de dagvaarding of het verzoekschrift vóór 1 mei 2007 is uitgebracht. Dat is hier het geval.
15. Wel wordt het billijk geacht dat in deze zaak vooruitlopend op de implementatie van de bedoelde Handhavingsrichtlijn 2004/48 het salaris gemachtigde bij de kosten van de procedure op een hoger bedrag dan bij een normale proceskosten-berekening worden bepaald, namelijk op het bedrag van € 350,00.
-
veroordeelt gedaagden, hoofdelijk, des dat bij betaling door de een de ander zal zijn gekweten, om aan [eiser] te betalen:
-
€ 250,00 wegens hoofdsom;
-
de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 16 november 2006 tot aan de dag der voldoening;
II. veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op:
- voor verschuldigd griffierecht
|
€ 149,00
|
- voor het exploot van dagvaarding
|
€ 84,87
|
- voor salaris van gemachtigde
|
€ 350,00
|
In totaal:
|
€ 583,87
|
één en ander, voorzover verschuldigd, inclusief BTW;
III. wijst af het meer of anders gevorderde;
IV. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter