Geschil tussen auteur en uitgever. De in 2010 door de auteur ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding slaagt, omdat de uitgever niet geslaagd is om haar tegenvordering te bewijzen. Eerder in kort geding gegeven voorlopig oordeel is met dit vonnis komen te vervallen. Herdrukken verricht na de buitengerechtelijke ontbinding leveren een schending van het auteursrecht van de auteur op. N.B. zie het herstelvonnis voor de exacte formulering van de beslissing onder 3.4.
zaaknummer / rolnummer: C/13/475366 / HA ZA 10-3658
Herstelvonnis van 7 augustus 2013
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te[woonplaats],
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. M.J. Spit te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EMRYSS B.V.,
gevestigd te Haarlem,
2. [gedaagden],
wonende te [woonplaats],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. C.A. IJff te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser], Emryss en [gedaagden] (gedaagden in conventie gezamenlijk: Emryss c.s.) genoemd worden.
1 Het verzoek tot verbetering
1.1.
Bij brief van 29 juli 2013 is namens Emryss c.s. de rechtbank verzocht om verbetering van het op 24 juli 2013 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de onder 3.4. uitgesproken veroordelen beperkt dient te worden tot werken die Emryss na 30 maart 2010 heeft laten (her-)drukken.
1.2.
De rechtbank heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 1 augustus 2013 heeft mr. Spit namens [eiser] aan de rechtbank bericht tegen inwilliging van dat verzoek het volgende bezwaar te hebben. In r.o. 2.15. is geoordeeld dat Emryss bevoegd was de werken die op 30 maart 2010 in voorraad waren te verkopen. Emryss heeft meer dan drie jaar de tijd gehad daarvoor en de rechtbank heeft dan ook doelbewust geoordeeld dat deze uitverkoopperiode thans niet meer geldt.
2 De beoordeling
2.1.
In r.o. 2.15. is geoordeeld:
[D]e overeenkomst bepaalt in artikel 15 lid 4 expliciet: “Ondanks de opzegging of beëindiging dezer overeenkomst, is de uitgever gerechtigd de verkoop van de nog in voorraad zijnde exemplaren van het werk voort te zetten” en geeft de auteur het recht deze boeken tegen 40% van de particuliere prijs te kopen. Voor de boeken die Emryss op 30 maart 2010 in voorraad had, geldt derhalve dat Emryss bevoegd was die boeken te verkopen.
2.2.
Anders dan [eiser] aanvoert is niet geoordeeld dat dat recht is komen te vervallen, gelet op het tijdsverloop. Dat is immers ook niet aangevoerd in de procedure.
2.3.
Het onder 3.4. geformuleerde verbod houdt in:
[1] veroordeelt Emryss om te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] op de werken als genoemd in het lichaam van de dagvaarding en [2] verbiedt Emryss in het bijzonder de werken te (doen) openbaarmaken of te (doen) verveelvoudigen, op welke wijze dan ook, waaronder onder meer het aanbieden en/of verkopen via internet of andere kanalen, [3] zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 10.000,00, voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 100.000,00, [nummering toegevoegd, rechtbank]
2.4.
Het onder 3.4.[2] geformuleerde verbod is een verduidelijking van het onder 3.4.[1] gegeven verbod en biedt geen grondslag voor het verbieden van een handeling die geen inbreuk op het auteursrecht oplevert. Voor een dergelijk verbod ontbreekt ook een grondslag in de overwegingen van het vonnis. Aangezien onder 2.15 is geoordeeld dat Emryss bevoegd was de werken die zij op 30 maart 2010 in voorraad had te verkopen, en omdat niet geoordeeld is dat die bevoegdheid is vervallen, levert de verkoop van die werken geen inbreuk op het auteursrecht van [eiser] op en is dat ook Emryss niet verboden. Er is zodoende in het vonnis van 24 juli 2013 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.
3 De beslissing
De rechtbank
3.1.
bepaalt dat nr. 3.4. van het op 24 juli 2013 tussen [eiser] en Emryss gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt Emryss om te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] op de werken als genoemd in het lichaam van de dagvaarding en verbiedt Emryss in het bijzonder de werken te (doen) openbaarmaken of te (doen) verveelvoudigen, op welke wijze dan ook, waaronder onder meer het aanbieden en/of verkopen via internet of andere kanalen, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 10.000,00, voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 100.000,00,”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt Emryss om te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] op de werken als genoemd in het lichaam van de dagvaarding en verbiedt Emryss in het bijzonder exemplaren die na 30 maart 2010 zijn gedrukt te (doen) openbaarmaken of te (doen) verveelvoudigen, op welke wijze dan ook, waaronder onder meer het aanbieden en/of verkopen via internet of andere kanalen, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 10.000,00, voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 100.000,00,”,
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 7 augustus 2013 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 24 juli 2013,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 24 juli 2013 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2013.1