RECHTBANK AMSTERDAM
rolnummer: CV 15‑11170
15 oktober 2015
11
Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:
Sociale Verzekeringsbank
gevestigd te Amstelveen
eiseres in conventie bij dagvaarding van 28 april 2015
verweerster in reconventie
nader te noemen Svb
in persoon
[gedaagde]
wonende te [plaats]
gedaagde in conventie
eiser in reconventie
nader te noemen [gedaagde]
gemachtigde: mr.C.E.Halm.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De volgende processtukken zijn ingediend:
-de dagvaarding van 28 april 2015 inhoudende de vordering van Svb met bijlagen
-het antwoord - met tegeneis - van [gedaagde] met bijlagen.
Vervolgens is bij tussenvonnis van 6 juli 2015 een comparitie van partijen gelast. Deze is op 15 september 2015 gehouden. Svb heeft ter zitting om aanhouding gevraagd om alsnog te antwoorden in reconventie. Nadat Svb is toegezegd dat zij eventueel na de behandeling nog kon antwoorden in reconventie is de behandeling aangevangen. Aan het eind van de comparitie heeft Svb afgezien van een nader schriftelijk antwoord in reconventie.
Daarna is vonnis bepaald op heden.
In conventie en reconventie
1. Als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) weersproken staat vast:
1.1
Op 1 augustus 1983 is [gedaagde] bij (een rechtsvoorganger van) Svb in dienst getreden. Laatstelijk werkte hij als medewerker serviceteam B tegen een salaris van Eur 3.136,- bruto p.m.
1.2
In 2008/2009 is bij Svb gebruik van het Suwi-net ingevoerd. Op dat net zijn zowel persoonsgegevens als financiële gegevens van burgers in Nederland gekoppeld en opgeslagen ten behoeve van instanties zoals de Belastingsdienst en Svb. [gedaagde] had vanwege zijn functie toegang tot het Suwi-net.
1.3
In mei 2014 is door Svb geconstateerd dat [gedaagde] misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het Suwi-net te kunnen raadplegen. In een gesprek op 14 mei 2014 heeft [gedaagde] dat toegegeven. [gedaagde] is daarop vrijgesteld van werk en per brief van 15 mei 2014 geschorst t/m 23 mei 2014 welke schorsing per e-mail van 22 mei 2014 is verlengd tot 27 mei 2014. SVB startte na het gesprek van 14 mei 2014 een onderzoek naar het misbruik van [gedaagde] . De resultaten van dat onderzoek en het onderzoeksrapport zijn hem per e-mail van 22 mei 2014 toegezonden. Svb heeft [gedaagde] de gelegenheid geboden hierop te reageren hetgeen hij op 27 mei 2014 heeft gedaan. Op 28 mei 2014 heeft Svb vervolgens [gedaagde] op staande voet ontslagen en subsidiair, indien en voor zover vereist, het dienstverband met [gedaagde] opgezegd tegen 1 augustus 2014. [gedaagde] heeft niet berust in het ontslag op staande voet.
1.4
Bij tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van 4 augustus 2014 heeft de kantonrechter beslist dat de kans dat de bodemrechter het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig zal achten gering is. Wel werd de opzegging van het dienstverband met [gedaagde] van Svb tegen 1 augustus 2014 gehonoreerd. Svb is daarom veroordeeld tot doorbetaling van loon tot 1 augustus 2014.
Het geschil
2. Svb vordert te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst van partijen rechtsgeldig is geëindigd per 28 mei 2014. Zij vordert voorts betaling door [gedaagde] van het aan hem uitbetaalde voorschot op het loon over de periode van 28 mei 2014 tot 1 augustus 2014, een bedrag van Eur 5.830,43, met wettelijke rente daarover.
3. [gedaagde] verweert zich tegen de vordering aanvoerende dat een dringende reden voor ontslag op staande voet ontbreekt. Van zijn kant stelt hij dat het hem gegeven ontslag kennelijk onredelijk is en hij vordert daarom primair herstel van het dienstverband met schadevergoeding wegens gederfde inkomsten; subsidiair vordert hij een vergoeding van Eur 12.009,32 bruto en Eur 68.501,39 netto vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
Beoordeling
4. Uit de eindrapportage van het onderzoek naar misbruik van het Suwi-net door [gedaagde] over de periode januari 2013 tot mei 2014 (prod.7 bij dagvaarding) blijkt dat hij in de privésfeer diverse keren persoonsgegevens en inkomensgegevens heeft opgevraagd van zijn ex-partner en haar huisgenoot, van zijn twee kinderen uit zijn 1e huwelijk, van de ex-partner van zijn huidige partner en van het kind van zijn huidige partner uit een eerdere relatie. In zijn directe omgeving heeft hij eveneens diverse keren persoons- en inkomensgegevens opgevraagd van 8 adressen. In totaal heeft hij aldus gegevens opgevraagd van 23 personen op 13 data. Op 2 januari 2014 heeft hij tientallen zoekopdrachten ingevoerd (meer dan 70). Die reeks van zoekopdrachten waren de aanleiding tot nader onderzoek voor Svb.
5. [gedaagde] heeft toegelicht waarom hij gegevens over personen in de privésfeer heeft opgevraagd ('om te weten hoe het met ze gaat'). Over de raadpleging van gegevens van personen in zijn omgeving heeft hij uiteengezet dat in zijn buurt een preventieteam is opgezet in verband met vele inbraken. Als hij 's-avonds met de hond uit ging en hij personen zag die daar niet thuis hoorden heeft hij dat geverifieerd. Met de gegevens deed hij verder niets. Hij heeft er niet bij stilgestaan dat zijn raadpleging een onrechtmatige handeling was, aldus [gedaagde] .
6. Als voornoemde toelichting van [gedaagde] al (volledig) op waarheid berust heeft hij er in elk geval blijk van gegeven geen enkel benul te hebben van de laakbaarheid van deze vorm van raadpleging van het Suwi-net. [gedaagde] heeft hoe dan ook op grove wijze inbreuk gemaakt op de privacy van mensen in zijn omgeving. De redenen die hij opgeeft voor zijn zoekgedrag dekken de omvang daarvan overigens in het geheel niet, daargelaten dat daarin geen rechtvaardiging voor het zoekgedrag is gelegen. Al met al gaat het om een dermate flagrante schending van het vertrouwen dat [gedaagde] van zijn werkgever heeft gekregen met de bevoegdheid om Suwi-net te mogen raadplegen dat zijn verboden zoekgedrag een dringende reden voor ontslag oplevert. Ten overvloede wordt hier nog overwogen dat het zoekgedrag op zich al als een dringende reden wordt beschouwd. Het wordt derhalve niet noodzakelijk geoordeeld dat ook nog enig (onrechtmatig) gebruik van de verkregen gegevens dient te worden gesteld of aannemelijk gemaakt door de werkgever.
7. De tijdigheid van het ontslag (zie 1.3):
De gerezen verdenking van onjuist zoekgedrag is met [gedaagde] besproken. Dat tijdens zijn schorsing dit zoekgedrag nader is onderzocht, is zonder meer aanvaardbaar. Dat [gedaagde] de gelegenheid kreeg om (schriftelijk of mondeling) op het onderzoeksrapport te reageren is zorgvuldig. Na zijn (schriftelijke) reactie van 27 mei 2014 is hij op 28 mei 2014 ontslagen. Dit ontslag wordt als 'onverwijld gegeven' aangemerkt. Het verweer daartegen faalt derhalve.
8. In de dagvaarding heeft Svb uiteengezet wat zij allemaal doet om er voor te zorgen dat burgers er op kunnen vertrouwen dat persoonlijke gegevens veilig bij haar zijn en dus wat zij doet ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van Suwi-net door haar werknemers (zie dagvaarding onder 15; zij geeft cursussen en trainingen aan nieuwe medewerkers over de regels die gelden voor gebruikmaking van het Suwi-net en zij besteedt regelmatig aandacht aan dit onderwerp tijdens bijeenkomsten op vestigingen en in functioneringsgesprekken). Voorts heeft zij een gedragscode en kernwaarden vastgesteld terwijl bij inloggen telkens een tekst verschijnt waarin wordt verwezen naar de gebruiksvoorwaarden van Suwi-net en waarin wordt gemeld dat al de acties worden geregistreerd en gecontroleerd.
9. Hoewel het onder 4. beschreven zoekgedrag van [gedaagde] ook zonder enige waarschuwing omtrent het gebruik van Suwi-net door Svb als volstrekt onaanvaardbaar wordt beoordeeld, wordt belang gehecht aan de cultuur bij Svb waarin hij functioneert. Anders gezegd, heeft Svb er genoeg aan gedaan om het gewraakte gedrag van [gedaagde] te voorkomen? Svb geeft er terecht blijk van dat zij inziet dat het opstellen van regels en het plaatsen van waarschuwingen op zich niet voldoende is om haar werknemers er blijvend van te doordringen dat correcte gebruikmaking van het Suwi-net essentieel is. Om de aandacht van werknemers die dagelijks Suwi-net vele malen raadplegen daarbij te bepalen zijn cursussen en trainingen zonder meer gewenst. [gedaagde] heeft echter ontkend dat dergelijke trainingen of cursussen plaatsvonden. Dit is verder onbelicht gebleven en daarmee is niet komen vast te staan dat Svb al datgene daadwerkelijk deed wat zij zelf stelt te doen ter voorkoming van misbruik van het Suwi-net door haar werknemers. Voorts is niet duidelijk geworden of toegang tot het Suwi-net op enigerlei wijze beperkt kon worden (bijv. wel of geen toegang tot financiële gegevens) afhankelijk van functie en aard van te geven zoekopdrachten. Ook daarom is onderbelicht gebleven of Svb daadwerkelijk werkt aan een privacy-bewuste cultuur bij haar werknemers. Ten slotte heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij vanaf 2008 persoonlijke zoekopdrachten in Suwi-net heeft ingevoerd. De telkens bij inloggen verschijnende mededeling dat men wordt gecontroleerd verliest natuurlijk wel aan geloofwaardigheid als jarenlang misbruik zonder gevolgen blijft. Dit alles in aanmerking genomen lijkt het dat Svb feitelijk te kort schoot in het 'opvoeden' van haar werknemers tot privacygevoelige mensen. Op de werkvloer heeft een dergelijke houding zijn weerslag. Als dan misbruik blijkt is het te makkelijk om met de zwaarste sanctie in het arbeidsrecht aan de buitenwereld te laten zien hoe erg men iets vindt.
10. [gedaagde] , thans 52 jaar oud, heeft 31 jaar bij Svb gewerkt. Hij heeft onbestreden aangevoerd dat hij verder een vlekkeloos dienstverband heeft gehad. Voor het overige heeft hij geen persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht. Desondanks is voldoende aannemelijk dat hij ernstig is getroffen door het ontslag op staande voet.
11. Rekening houdend met alle omstandigheden, waaronder in het bijzonder hetgeen onder 9. en 10. is overwogen, wordt geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd was. De vordering van Svb wordt daarom afgewezen. Dat betekent echter niet dat het ontslag kennelijk onredelijk wordt geacht. Het zoekgedrag van [gedaagde] in Suwi-net was in elk geval onaanvaardbaar. Gezien zijn verweer lijkt hij dat nog steeds niet in te zien. Van Svb kan niet verlangd worden dat zij een werknemer, die (vanzelfsprekende) regels in ernstige mate heeft overtreden, handhaaft mede in aanmerking genomen de belangen die zij heeft bij het gebruik kunnen blijven maken van Suwi-net. De primaire en subsidiaire tegenvorderingen worden daarom afgewezen.
12. Nu beide partijen op onderdelen in het ongelijk zijn gesteld in dit geschil worden de kosten gecompenseerd.