3.1.
[eisers] vordert, samengevat:
primair
[gedaagde] te veroordelen om aan deurwaarder Groot & Evers en DigiJuris toestemming te verlenen afschriften van de inbeslaggenomen bescheiden aan [eisers] te verstrekken op straffe van een dwangsom, en bij gebreke van die toestemming [eisers] te machtigen om hen zelf te instrueren,
subsidiair een voorziening te treffen die ertoe strekt dat aan [eisers] afschrift van de bescheiden wordt verstrekt,
alles met een proceskostenveroordeling.
3.2.
[eisers] stelt daartoe het volgende. Hij wil over de bescheiden beschikken om deze als bewijsmiddel te kunnen gebruiken in een nog aan te brengen procedure, waarin hij [gedaagde] verantwoordelijk zal houden voor het opstellen en verspreiden van het GABME-rapport en voor het verzenden van de e-mail van
6 februari 2018 (zie hiervoor onder 2.10). Er is sprake van een lastercampagne zonder enige feitelijke grondslag tegen [eiser 1] , [eiser 2] en hun ondernemingen (waartoe ook RevaelRox behoort, al is [eiser 1] niet de bestuurder). Zij lijden daardoor schade. Er zijn voldoende aanwijzingen dat [gedaagde] de lastercampagne voert:
- [gedaagde] heeft in november 2017 samen met [naam 3] , een toenmalige werknemer van ATRH (een project vennootschap die diensten verleent aan SolidNature en RevealRox) tegen werknemers van ATRH, SolidNature en RevealRox gezegd dat [eiser 1] en [eiser 2] hun geld zouden verdienen met criminele activiteiten (witwassen en oplichting), dat [eiser 1] banden zou hebben met de Iraanse overheid, dat investeerders gedupeerd zouden zijn en dat SolidNature en RevealRox op omvallen zouden staan.
- [naam 3] heeft tijdens zijn dienstverband de drie auto’s (een Ferrari, Maserati en Mercedes) die in het GABME-rapport als luxe auto’s van [eiser 1] worden genoemd, verkocht in opdracht van zijn leidinggevende en in dat verband gegevens over de auto’s verkregen.
- [naam 3] is als gevolg van zijn toenmalige functie bekend geworden met de drie woningen die in het rapport worden genoemd als woningen van [eiser 1] (in [woonplaats] , [woonplaats] en [woonplaats] ).
- De lastercampagne is begonnen kort na de beëindiging van het dienstverband van [naam 3] (17 november 2017) en de opdrachtrelatie tussen [gedaagde] en RevealRox
(24 november 2017).
- [gedaagde] en [naam 3] hebben elkaar in de periode van 1 december 2017 tot 20 januari 2018 negen keer ontmoet. Bij één van die gelegenheden, op 19 januari 2018, heeft [gedaagde] aan [naam 3] verteld over het Quote artikel dat zou worden gepubliceerd en gezegd dat het artikel na publicatie vertaald over de hele wereld zou gaan.
- De hoofdredcteur van Quote heeft aan de media-adviseur van [eiser 1] bevestigd dat een telefoonnummer waarvan Quote informatie heeft ontvangen het telefoonnummer van [gedaagde] is.
[eisers] heeft een groot en spoedeisend belang bij toewijzing van de vorderingen omdat hij verwacht dat hij op basis van de inbeslaggenomen bescheiden kan bewijzen dat [gedaagde] betrokken is bij de GABME lastercampagne. Daar tegenover legt het privacybelang van [gedaagde] onvoldoende gewicht in de schaal, aldus nog steeds [eisers]
3.3.
[gedaagde] voert daartegen aan dat niet is gebleken dat er sprake is van laster en evenmin van reputatieschade aan de zijde van [eisers] Hij ontkent (mede) verantwoordelijk te zijn voor het opmaken en verspreiden van het GABME-rapport en de e-mails van [naam 2] . [gedaagde] betwist dat hij de door [eisers] gestelde uitlatingen heeft gedaan tegen de werknemers van ATRH, SolidNature en RevealRox. Ook weerspreekt [gedaagde] dat de overige door [eisers] genoemde feiten aanwijzingen zijn dat hij is betrokken bij laster. Volgens [gedaagde] is slechts sprake van onjuiste vermoedens en onjuiste aannames van [eisers] , die geen rechtmatig belang vormen voor inzage in of afgifte van de inbeslaggenomen bescheiden. Hij meent dat het om een fishing expedition gaat. Bovendien is er geen spoedeisend belang meer, nu het Quote artikel inmiddels is gepubliceerd en het GABME-rapport op last van de rechter niet meer op het internet wordt verspreid.