2.1.
Mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1] ), wijlen de partner van [eiser] , was sinds 27 juli 2016 in loondienst werkzaam bij Haitsma Beton B.V. (hierna: Haitsma). Als werkneemster van Haitsma was zij meeverzekerd onder de Collectieve Ongevallenverzekering Deluxe 2016 (hierna: de verzekering), welke verzekering was aangegaan door Ballast Nedam N.V. mede ten behoeve van aan haar gelieerde ondernemingen, waaronder Haitsma. De verzekering werd gesloten met de navolgende risicodragende verzekeraars:
- Gothaer Allgemeine Versicherung A.G. (3.5%)
- Achmea Schadeverzekeringen N.V., handelend onder de naam Avéro Achmea (3,25%)
- Chubb European Group SE (1,25%)
- ASR Schadeverzekering N.V. (8,75%)
- Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (12,75%)
- Lloyd’s Insurance Company S.A. B087519W7W5010 (50%)
- MS Amlin Insurance SE (5%)
- Axis Specialty Europe SE (2,5%)
- Allied World Assurance Company (Europe) dac (2,5%)
-XL Insurance Company SE (2%)
- HDI Global SE the Netherlands (6,25%)
- Zurich Insurance plc. Nederlands bijkantoor (2,25%)
(hierna tezamen genoemd: verzekeraars).
2.6.
Een op [datum 3] op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van politie van ‘onderwaterzoeking’ vermeldt het volgende:
“
Omstandigheden vermissing
Datum/tijdstip vermissing : [datum 4]
Omstandigheden : Mevrouw is in de nacht van [datum 2]
van huis vertrokken in depressieve toestand. Ook haar personenauto van het merk Peugeot type 307, kleur grijs, voorzien van kenteken [kenteken] wordt sinds die tijd vermist. […]
Verslag zoeking/dreggen
Op verzoek van [naam 2] , OPCO LTOZ, hebben verbalisanten [naam 8] en [naam 3] op meerdere locaties gezocht in het [adres] naar een personenauto. Sinds [datum 2] , omstreeks 5 uur, wordt mevrouw [naam 1] , woonachtig in [plaats] vermist. Ook haar personenauto van het merk Peugeot, type 307, is sinds die tijd verdwenen. […]
Omstreeks 12:30 uur, hoorden wij verbalisanten, via de portofoon, dat er bij de sluis [sluis] een bumper van een personenauto was gevonden die vermoedelijk afkomstig was van de auto van mevrouw [naam 1] . De bumper zou door een medewerker van de gemeente uit het water zijn gehaald. De bumper was aangetroffen aan de westzijde van sluis [sluis] . Wij zijn toen met het politievaartuig P132 richting [sluis] gegaan om daar het zoeken met de side scan sonar daar te hervatten. […]
Omstreeks 17:30 uur kregen wij via de portofoon te horen dat er langs het kanaal bandensporen waren gevonden richting het kanaal. Dit was in de omgeving van kilomterpaal 23. Wij, verbalisanten, hebben in de omgeving van de sporen in het kanaal gezocht met de side scan sonar. Wij zagen dat er ongeveer 20 meter na de sporen een groot voorwerp tegen de kant in het water lag. Het voorwerp lag op de positie [coördinaten] . Op het beeld van de side scan sonar konden wij niet zien of dit een voertuig was. Wij verbalisanten hebben toen de sectorscan sonar te water gelaten. Ook op het beeld van de sector scan was niet goed zichtbaar of het om een voertuig ging. Op de positie waar het object in het water lag was het ongeveer 2,2 meter diep. Het object was volgens onze diepte meter 1,5 meter hoog.
Op ons verzoek is toen een duiker van het arrestatieteam te water gegaan. De duiker bevestigde dat het om een personenauto ging. De duiker is gaan kijken naar het kenteken van het voertuig en dit bleek het kenteken van het voertuig van mevrouw [naam 1] te zijn. De duiker voelde dat beide zijramen aan de voorzijde van het voertuig open stonden. De duiker voelde geen persoon op de voorstoelen van het voertuig.
Wij zijn hierop verder gaan zoeken met de side scan sonar om te kijken of er een persoon in de omgeving van het voertuig lag. Tijdens het bergen van het voertuig zag de duiker dat er een persoon op de achterbank van het voertuig lag en dit bleek later mevrouw [naam 1] te zijn.”
2.7.
Een mutatierapport van de politie, gedateerd [datum 3] , luidt verder als volgt:
“Op verzoek van collega [naam 4] ter plaatse gegaan in [sluis] waar een bumper was
aangetroffen in het van [adres] nabij de sluis van [sluis] . Eerste vraag was van wat voor een voertuig de bumper afkomstig was. Bleek dat de bumper een voorbumper betrof van een Peugeot 307 bwj tussen 2001-2008. Tevens werd er een Zwarte kunststof kap gevonden in het kanaal. Ook dit was volgens de nummer en tekens in het kunststof een Peugeot deel. Deel ingepast op de aangetroffen bumper. Paste op voornoemde bumper. Leek op een soort stootrand. […]
Later werden sporen aangetroffen circa 300 meter van de plaats waar het gestolen voertuig werd aangetroffen in de richting van de sluis. Genoemde sporen waren recent en tekenden schuin af van de wegkant naar het kanaal. In deze sporen werd profilering aangetroffen van een autoband. Er werden twee sporen aangetroffen welke qua spoorbreedte overeen kwamen met een personenauto. Uit het spoor kon blijken dat het voertuig niet had geremd alvorens in het water te belanden. Voertuig werd door duiker aangetroffen vlakbij de plaats waar de sporen eindigden bij de waterkant. Aan het
voertuig geen andere schade aangetroffen dan de schade door het in het water rijden.
Voertuig is rijdend het water in gegaan gezien de voorbumper welke losraakte van het voertuig. De motorkap is door de grote hoeveelheid water welke de motorruimte in geperst werd open geslagen. Dit heeft door de scharnieren aan beide zijden op de voorspatborden en de a-stijlen schade veroorzaakt. Lichaam in het voertuig aangetroffen op de achterbank. Sleutels waren uit het contactslot en werden aangetroffen op de achterbank van het voertuig.
Voertuig onderworpen aan een basis technisch onderzoek waaruit geen bijzonderheden naar voren kwamen. Voertuig werd aangetroffen met geopende voorruiten. Beide ruiten waren nog aanwezig in de portieren en waren niet versplinterd door schade aan het voertuig. Ter plaatse het voertuig vastgelegd middels fotografie.”
2.10.
Een medisch advies van [naam 5] , medisch adviseur van Sedgwick, gedateerd 22 februari 2022 luidt als volgt:
“[…] ADVIES
Uit de informatie van de huisarts komt duidelijke psychische problematiek naar voren, waarvoor uitgebreide behandeling heeft plaatsgevonden.
Of betrokkene ten tijde van het voorval onder invloed was van de voorgeschreven medicatie, en dan met name de slaap/kalmerende medicatie, is mogelijk, maar niet meer na te gaan. In de berichtgeving wordt ook gesproken dat er sprake was van een smalle weg langs een kanaal.
Vooralsnog moet worden geconcludeerd dat betrokkene door een noodlottig ongeval met te water raken in de auto door verdrinking is overleden. Mogelijke factoren die hierbij een rol hebben gespeeld, kunnen niet verder worden beoordeeld omdat wij hierover onvoldoende informatie hebben. Daarbij dient te worden opgemerkt dat het ook niet goed mogelijk zal zijn om hierover duidelijkheid te verkrijgen. […]”
2.11.
In een brief van [naam 6] , van Sedgwick, aan de advocaat van Hienfeld, mr. Hulsebosch, gedateerd 9 december 2022 komt [naam 6] na bestudering van de in het dossier aanwezige politie informatie tot het volgende resumé:
“
Resumé
• Er zijn alle redenen om aan te nemen dat er meerdere processen verbaal en/of mutaties moeten zijn waarin bevindingen zijn vastgelegd.
• Het aantreffen van een lichaam in een auto in een kanaal dient mijn inziens behandeld te worden als een kapitaal delict waarbij in ieder geval een journaal wordt opgemaakt en een grondig en uitvoerig technisch onderzoek dient te worden verricht waarbij de bevindingen in een proces verbaal worden vastgelegd.
• De bevindingen zijn erg summier beschreven, met name in het mutatierapport.
• Uit beschikbare stukken blijkt niet dat er sporen zijn aangetroffen die wijzen op een ongeval waarbij andere objecten of voertuigen zijn betrokken.
• Uit de bandensporen blijkt niet dat er is geremd. Als er sprake is van een eenzijdig ongeval mag er verondersteld worden dat de bestuurster (krachtig) remt ten einde te voorkomen dat zij in het water geraakt.
• Het lichaam van mevrouw [naam 1] is aangetroffen op de achterbank, dit wijst niet op een ongeval. De ramen van de auto waren aan de voorzijde waren immers geopend, waardoor zij mogelijk via één van deze ramen het voertuig had kunnen verlaten.
• De wijze waarop het incident door de politie is afgedaan wijst op zelfdoding. Bij een geweldsmisdrijf of een ongeval met dodelijke afloop dient er uitgebreider en gedetailleerd onderzoek te worden gedaan.
• Uit de beschikbare informatie is er naar alle waarschijnlijkheid sprake van zelfdoding en het is niet aannemelijk dat mevrouw [naam 1] is overleden als gevolg van een (eenzijdig) ongeval.”
2.14.
Een brief gedateerd 10 maart 2022 [bedoeld zal zijn 2023, rechtbank] van [naam 7] van de politie aan mr. Poortman-de Boer, advocaat van [eiser] , luidt voor zover hier relevant:
“Korte samenvatting
In het [adres] nabij de sluis van [sluis] in de gemeente [gemeente] werd op donderdag [datum 1] door een politiemedewerker(s), met behulp van een Sonarboot, een
voertuig, Merk Peugeot, type 307, in het water aangetroffen. In het voertuig werd het lichaam van
mevrouw [naam 1] aangetroffen.
• Van het aantreffen van het voertuig en de verrichte ambtshandelingen is een proces-verbaal
onderwaterzoeking opgemaakt. (Document is bijgevoegd)
Dienst regionale recherche, afdeling specialistische ondersteuning, team forensische opsporing is ter
plaatse gegaan naar aanleiding van het aantreffen van een autobumper. De bumper bleek afkomstig
te zijn van een auto van het merk Peugeot. Tevens werden sporen in de berm aangetroffen. Het
voertuig is uit het water getakeld en geschouwd door de verbalisant. De aangetroffen toestand van het voertuig is opgenomen in een mutatie
• Van het aantreffen van de bumper en de sporen is geen proces-verbaal opgemaakt. Er zijn geen
ambtshandelingen verricht. (Document is bijgevoegd)
De OA VOA (ongevallen analyse, team verkeersongevallen afhandeling) is ter plaatse van het ongeval gegaan. In de berm is op [datum 1] omstreeks 17.15 uur door aanwezige familie een rijspoor aangetroffen die richting het water ging. Dit spoor werd door OA VOA aangemerkt als een
“vers” spoor. Er is geen verder onderzoek verricht naar het spoor mede omdat de Peugeot werd aangetroffen in het water. Het voertuig is rechtstandig uit het kanaal gehaald.
Er is geen (vervolg)onderzoek verricht naar de toedracht van het ongeval van mevrouw [naam 1] .
• Van het aangetroffen spoor is geen proces-verbaal opgemaakt. Er zijn geen ambtshandelingen
verricht.
Op vrijdag [datum 1] werd door de aangewezen lijkschouwer, P. Voskuil, in het bijzijn van een
verbalisant, in het mortuarium van het Universitair Medisch Centrum te Groningen de lijkschouw
verricht.
Conclusie zoals deze is opgenomen in de registratie: Slachtoffer is zelf te water geraakt en overleden.
De verbalisant heeft in de registratie het volgende geplaatst: “Tijdens het onderzoek zijn mij geen
feiten of omstandigheden bekend geworden die enig strafbaar feit of betrokkenheid van anderen,
voorafgaande aan de daad, zouden doen vermoeden”.
• Van de schouw is geen proces-verbaal opgemaakt. Er zijn geen ambtshandelingen verricht.
Het lichaam van het slachtoffer is vrijgegeven door de officier van justitie op [datum 1]
omstreeks 22.00 uur en overgedragen aan de nabestaanden.
• Van de overdracht is geen proces-verbaal opgemaakt. Er zijn geen ambtshandelingen verricht.
Bovenstaand is de informatie die ik in het systeem heb gevonden en beknopt heb verwoord.
Aanvullend
In 2022 en 2023 is er geen aanleiding geweest om een onderzoek in te stellen. Abusievelijk is een
onjuiste tekst opgenomen in een verzonden brief. Deze brief is in uw bezit en is gedateerd 12
december 2022. De privacyfunctionaris verricht geen onderzoek.
Verzekeraar Sedgewick, in de persoon van de heer [naam 6] , heeft op maandag 27 februari 2023
ondergetekende per mail en telefonisch benaderd met vragen betreffende deze casus.
Aan [naam 6] is per mail en mondeling medegedeeld dat op de door hem gestelde vragen geen
antwoorden worden gegeven. In de Wet politiegegevens (Wpg) is geen grondslag aanwezig die
toestaat dat de gevraagde informatie aan hem mag worden verstrekt.”