Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder over zijn pensioen op grond van de AOW.1
1.1.
In verband met het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd heeft eiser op 14 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een AOW-pensioen. Eiser heeft op de aanvraag vermeld dat hij getrouwd is, maar dat zijn echtgenote in Nederland woont en hijzelf in Frankrijk.
1.2.
Verweerder heeft bij besluit van [medio] februari 2022 aan eiser een AOW-pensioen voor gehuwden toegekend. Daarnaast heeft verweerder een korting van 36% toegepast omdat eiser vanwege zijn vertrek naar het buitenland achttien jaar geen AOW heeft opgebouwd.
1.3.
Naar aanleiding van het bezwaar van eiser heeft verweerder eiser verzocht om het formulier ‘onderzoek woonsituatie’ in te vullen. Eiser heeft dit formulier op 25 maart 2022 ondertekend en hierop onder andere vermeld dat hij de huur van de woning van zijn echtgenote betaalt, omdat zij daar met hun twee zoons woont. Verder is er alleen noodzakelijk contact over de kinderen. Met de brief van 1 maart 2022 heeft verweerder de echtgenote van eiser eveneens gevraagd om het formulier ‘onderzoek woonsituatie’ in te vullen. Zij heeft op het ingevulde formulier van 29 maart 2022 onder meer vermeld dat zij en eiser sinds 2003 niet meer samenwonen op hetzelfde adres en dat eiser nog wel de huur betaalt voor de woning waar zij met hun zoons woont. Er is alleen contact over de oudste zoon.
1.4.
Op basis van de verkregen informatie heeft verweerder op 27 juni 2022 besloten (het bestreden besluit) dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven en dat eiser in aanmerking komt voor een pensioen voor een gehuwde. Verweerder heeft de toegepaste korting eveneens gehandhaafd.
1.5.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Svb heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 14 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser (telefonisch) en de gemachtigde van de Svb.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden van eiser. Eiser heeft aangevoerd dat de Svb aan hem ten onrechte een AOW-pensioen voor gehuwden heeft toegekend, terwijl hij al twintig jaar gescheiden leeft van zijn echtgenote. Eiser stelt zich daarnaast op het standpunt dat de Svb geen korting van 36% had mogen toepassen op zijn AOW-pensioen. Volgens eiser leiden deze korting, de wijziging van de aanvangsleeftijd en de verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd tot een onevenredig zware last, omdat hij er sinds het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in inkomen fors op achteruit is gegaan. Tot slot vindt eiser dat de Svb hem had moeten informeren over de gevolgen van zijn vertrek naar Frankrijk voor de opbouw van zijn AOW.
3. Het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is sprake van duurzaam gescheiden leven van eiser en zijn echtgenote?
4. In geschil is of eiser in aanmerking komt voor een pensioen voor een alleenstaande ondanks dat hij is getrouwd. Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. Het is dus de vraag of sprake is van duurzaam gescheiden leven.
5. Voor gevallen waarin geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving legt de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in dit soort zaken, het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a) ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;
b) ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;
c) ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan namelijk bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen.2 Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken.3
6. In een aantal uitspraken heeft de CRvB meer inzicht gegeven in de vraag hoe concreet invulling moet worden gegeven aan de in overweging 5 genoemde norm. Aspecten die in de beoordeling worden meegenomen hebben onder meer betrekking op de mate waarin sprake is van gezamenlijk eigendom, gezamenlijke rekeningen en verzekeringen, de frequentie waarin betrokkenen elkaar zien, of zij samen op (familie)bezoek gaan, of zij huishoudelijke taken voor elkaar verrichten en of zij bijvoorbeeld in het bezit zijn van elkaars sleutel.4 Al deze aspecten worden in onderlinge samenhang bezien.
7. In het kader van deze beoordeling is uit de gedingstukken en de behandeling van de zaak op zitting het volgende gebleken.
7.1.
Over de woonsituatie: Eiser is vanaf 1992 met [naam] gehuwd. Zij hebben samen twee kinderen. Eiser woont vanaf 2004 in Frankrijk. [naam] is in Nederland blijven wonen. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij en [naam] niet de intentie hebben om weer bij elkaar te gaan wonen. De huurwoning in Nederland staat op hun beide naam, maar eiser heeft geen sleutel van deze woning. De reden dat dit huis op beide naam staat, is dat [naam] anders door het vertrek van eiser naar Frankrijk met hun twee toen nog jonge zoons op straat zou komen te staan.
7.2.
Over het contact: Eiser en [naam] hebben verklaard dat er alleen sprake is van noodzakelijk contact over hun oudste zoon die een beperking heeft. Er zijn geen aanwijzingen dat [naam] (via DigiD) zaken voor eiser regelt of andersom. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij zijn eigen zaken regelt. Verder heeft eiser verklaard dat hij zijn zoons alleen bezoekt als hij in Nederland is, [naam] is daar dan niet bij. Zijn inmiddels volwassen zoons komen zonder hun moeder bij hem op bezoek in Frankrijk.
7.3.
Over de financiële situatie: Eiser betaalt de huur en de gemeentelijke belastingen van de woning waar [naam] samen met hun zoons woont. Zoals hiervoor onder 7.1. al is overwogen, is dit omdat [naam] en hun zoons anders geen woning meer zouden hebben door het vertrek van eiser naar Frankrijk. Eiser betaalt niet mee aan de kosten van levensonderhoud van [naam] . Er is weliswaar sprake van fiscaal partnerschap, maar eiser heeft ter zitting verklaard dat dit volgens de Belastingdienst niet anders kan omdat eiser en [naam] nog gehuwd zijn.
7.4.
Naar het oordeel van de rechtbank duiden deze feiten en omstandigheden erop dat sprake was van een gewilde verbreking van de huwelijkse samenleving. Eiser en [naam] leiden ieder afzonderlijk een eigen leven en deze situatie is voor hen blijvend. Eiser en [naam] leven duurzaam gescheiden van elkaar alsof zij niet met elkaar zijn gehuwd. Dat eiser de huur van de woning betaalt, maakt in de gegeven omstandigheden niet dat de financiële verstrengeling dermate is dat geen sprake is van een situatie van duurzaam gescheiden leven. Hieruit kan eerder worden afgeleid dat sprake is van een situatie waarin ex-samenwonenden goede afspraken hebben gemaakt over het gescheiden leven. Als dit al gezien kan worden als zorg, dan is die zorg in ieder geval niet wederzijds en acht de rechtbank het aannemelijk dat eiser dit doet vanwege zijn verantwoordelijkheid voor zijn zoons. Daarbij hecht de rechtbank waarde aan de bijkomende omstandigheden dat eiser en [naam] ieder op een eigen adres wonen in afzonderlijke landen, alleen contact hebben over hun oudste zoon die een beperking heeft, voor hun eigen levensonderhoud zorgen, geen gezamenlijke (sociale) activiteiten ondernemen en dat eiser en [naam] niet voor elkaar zorgen. Dat sprake is van een fiscaal partnerschap is onvoldoende om anders te concluderen, nu de financiën van eiser en [naam] verder van elkaar gescheiden zijn. Dit betekent dat eiser in aanmerking komt voor een AOW-pensioen naar de norm van een alleenstaande. Deze beroepsgrond slaagt.
Korting terecht toegepast?
8. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte een korting van 36% heeft toegepast op zijn AOW-pensioen. Verweerder stelt dat deze korting terecht is toegepast omdat eiser ruim achttien jaar niet verzekerd was voor de AOW.
9. Verzekerd voor de AOW is degene die ingezetene is of geen ingezetene is van Nederland maar hier of op het continentaal plat wel in dienstbetrekking arbeid verrichtte en aan de loonbelasting was onderworpen.5 Een ingezetene is volgens de AOW degene die in Nederland woont.6 Waar iemand woont, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.7 Het staat vast dat eiser in de periode van 11 maart 2004 tot en met 30 april 2022 niet in Nederland woonde en werkte. Op grond van artikel 13, eerste lid, van de AOW is verweerder verplicht op het maximale ouderdomspensioen een korting van 2% toe te passen voor elk kalenderjaar waarin de pensioengerechtigde na het bereiken van de aanvangsleeftijd, maar vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, niet verzekerd is geweest. Nu eiser over een periode van ruim achttien jaar niet verzekerd was voor de AOW, omdat hij niet in Nederland woonde en/of werkte, heeft verweerder terecht de toegepaste korting van 36% op zijn ouderdomspensioen gehanteerd. Deze beroepsgrond slaagt niet.
10. Eiser heeft aangevoerd dat het besluit van de Svb met betrekking tot zijn AOW-pensioen heeft geleid tot een halvering van zijn inkomen. Hij is noodgedwongen weer aan het werk gegaan om te kunnen voorzien in zijn levensonderhoud. De wijziging van de aanvangsleeftijd, de verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd en de toegepaste korting leiden volgens eiser tot een onevenredig zware last.
11. De rechtbank heeft hiervoor onder 9 al overwogen dat de korting terecht is toegepast. De rechtbank stelt vast dat eiser niet, bijvoorbeeld met financiële gegevens, heeft onderbouwd dat de toegepaste korting, de verhoging van de aanvangsleeftijd en de verlaging van de AOW-leeftijd een onevenredig zware last met zich heeft gebracht en dat verweerder daarom anders had moeten besluiten. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft de Svb haar informatieplicht geschonden?
12. Eiser heeft gesteld dat de Svb hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de gevolgen voor de opbouw van zijn AOW door zijn vertrek naar Frankrijk. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Bij een verhuizing naar het buitenland ligt het in de eerste plaats op de weg van betrokkene om zich volledig te laten informeren over de gevolgen van die verhuizing. Niet is gebleken dat eiser zich voor of na 2004 hiervoor heeft ingespannen. Weliswaar is het aan de Svb om juiste en volledige informatie te verstrekken, maar die informatieplicht gaat niet zo ver dat de Svb eiser actief had moeten benaderen. Verder is niet gesteld of gebleken dat de Svb eiser onjuiste informatie heeft gegeven over de gevolgen van zijn verhuizing naar het buitenland. Deze beroepsgrond slaagt niet.