Overeenkomst van opdracht; advocatendeclaratie. Eindvonnis na eerdere tussenvonnissen van 25 juli 2023 en 16 januari 2024. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen om het kostenbeding vanwege haar oneerlijkheid te vernietigen, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt. Kantonrechter vernietigt het kostenbeding; gevolg is dat de gehele overeenkomst vervalt. Vordering tot betaling advocatendeclaratie wordt afgewezen.
gemachtigde: [gemachtigde] (Burgt Incasso en Juridische Dienstverlening),
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 januari 2024.
1.2.
Partijen zijn bij het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld een akte te nemen, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
2.1.
De inhoud van het tussenvonnis geldt als hier herhaald en ingelast. Zoals daarin is overwogen moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de bedingen in de overeenkomst en in de algemene voorwaarden oneerlijk zijn.
2.2.
Ten aanzien van het uurtarief van € 175,00 zoals vermeld in de opdrachtbevestiging met referentienummer [nummer 1] en in de factuur met referentienummer [nummer 2] heeft de kantonrechter overwogen dat dit een kostenbeding is dat moet worden aangemerkt als een kernbeding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG, de richtlijn oneerlijke bedingen (hierna: de richtlijn). Kernbedingen worden in beginsel niet getoetst op oneerlijkheid, behalve als ze niet duidelijk en begrijpelijk (niet transparant) zijn geformuleerd (artikel 4 lid 2 van de richtlijn). Vervolgens heeft de kantonrechter overwogen dat hij, gelet op wat is overwogen in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14), voornemens is het kostenbeding te beschouwen als oneerlijk en dit beding daarom ambtshalve te vernietigen.
2.3.
Ook ten aanzien van artikel 4 onder d. van de algemene voorwaarden (de buitengerechtelijke kosten) heeft de kantonrechter in het tussenvonnis overwogen deze voorshands als oneerlijk te beschouwen en dit beding daarom ambtshalve te vernietigen. Het beding ten aanzien van (buiten)gerechtelijke kosten die de consument verschuldigd is als na aanmaning betaling uitblijft, wijkt namelijk ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling over buitengerechtelijke kosten.
2.4.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over dit voornemen uit te laten. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.
Het kostenbeding is oneerlijk
2.5.
Omdat STA niet heeft gereageerd op het in het tussenvonnis geuite voornemen ziet de kantonrechter geen aanleiding het kostenbeding op grond van de in het tussenvonnis omschreven gronden niet te vernietigen vanwege haar oneerlijke karakter.
Gevolgen
2.6.
Gevolg van de vernietiging van het kostenbeding is dat dit beding [gedaagde] niet bindt. Dit heeft tot gevolg dat het kostenbeding geacht wordt nooit te hebben bestaan. Omdat het kostenbeding bij een overeenkomst van opdracht met een opdrachtnemer in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf op grond van het bepaalde in artikel 7:405 van het Burgerlijk Wetboek niet kan bestaan zonder loon, betekent dit dat de hele overeenkomst vervalt.
2.7.
Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan het beoordelen van het beding in artikel 4 onder d. van de algemene voorwaarden.
2.8.
Nu de overeenkomst van opdracht al volledig is uitgevoerd, heeft het vernietigen van de overeenkomst geen nadelige gevolgen voor [gedaagde] . Ook verder is niet gesteld of gebleken van ernstige gevolgen aan de zijde van [gedaagde] als consument bij het niet voortbestaan van de overeenkomst. Er bestaat daarom op basis van rechtsoverweging 68 van het hiervoor onder 2.2. genoemde arrest geen grond voor toewijzing van enig bedrag aan STA en geen noodzaak tot het verhelpen van de vernietiging en het vervangen voor een bepaling van aanvullend recht of een bepaling waarover partijen het eens zijn.
2.9.
Dit leidt ertoe dat de vordering van STA wordt afgewezen.
2.10.
STA is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil.
3 De beslissing
De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering van STA af,
3.2.
veroordeelt STA in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot worden op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2024 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.
57327
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: