Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBAMS:2024:4601

Rechtbank Amsterdam
12-06-2024
19-08-2024
C/13/751800 HA ZA 24-602
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Overeenkomst tussen Europarcs en een consument met betrekking tot een recreatiewoning. Sprake van een oneerlijke handelspraktijk. Europarcs heeft de consument bij het aangaan van de overeenkomst de essentiële informatie onthouden dat ze de eigendom van de recreatiewoning niet geleverd zou krijgen.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Zaaknummers: 10746535 \ CV EXPL 23-13488 en C/13/751800 HA ZA 24-602

Vonnis van 12 juni 2024

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. D. Kohelet,

tegen

1 EUROPARCS REAL ESTATE B.V.,

te Apeldoorn,
2. RESORT KAATSHEUVEL B.V.,

te Kaatsheuvel,

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

gemachtigde: mr. M. Vos.

Gedaagden worden hierna ieder afzonderlijk Europarcs en Resort Kaatsheuvel en gezamenlijk Europarcs c.s. genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de kantondagvaarding van 29 september 2023 met producties,

- de conclusie van antwoord en eis in reconventie met producties van Europarcs c.s.,

- de akte overlegging producties van [eiser] ,

- de akte vermeerdering van eis in reconventie met overlegging nadere productie van Europarcs c.s.,

- het instructievonnis,

- de dagbepaling mondelinge behandeling,

- de conclusie van antwoord in reconventie, akte uitlaten getuigenverhoor en akte overlegging producties van [eiser] ,

- de akte overlegging producties van [eiser] ,

- de akte vermeerdering van eis in reconventie met overlegging nadere productie en antwoordakte getuigenverhoor van Europarcs c.s.

1.2.

Op 15 mei 2024 is de zaak mondeling behandeld. [eiser] is in persoon verschenen met haar gemachtigde. Via een videoverbinding heeft haar psychotherapeut mevrouw [naam 1] de zitting bijgewoond. Namens Europarcs c.s. is verschenen mevrouw [naam 2] (bedrijfsjurist), bijgestaan door mr. T.W. Konings namens de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, de gemachtigden mede aan de hand van pleitaantekeningen, en vragen van de rechter beantwoord. Europarcs heeft haar eis in reconventie verminderd. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 10 augustus 2021 hebben Europarcs en [eiser] in het kantoor van recreatiepark Kaatsheuvel een schriftelijke overeenkomst gesloten, aangeduid als Koopovereenkomst nieuw recreatieobject, waarin staat dat Europarcs aan [eiser] een nog te plaatsen recreatiewoning op een huurkavel van het recreatiepark Kaatsheuvel heeft verkocht voor € 205.095,00 inclusief btw, met een huurprijs voor de kavel van € 4.234,00 per jaar. Vier dagen later hebben zij opnieuw getekend, na enkele aanpassingen. [eiser] heeft aan Europarcs te kennen gegeven dat zij de recreatiewoning wilde gaan verhuren aan derden, zodat zij er rendement uit zou halen. De overeenkomst bevat een aantal bijlagen, waaronder de algemene bepalingen van het park en de tarievenlijst.

2.2.

Daarna zijn op de volgende data de volgende overeenkomsten gesloten:

Datum

Wederpartij van [eiser]

Overeenkomst

20-08-2021

Europarcs

Geldleningsovereenkomst (voor de door [eiser] terug te ontvangen btw van € 35.595,00)

03-02-2022

Resort Kaatsheuvel

Huurovereenkomst vaste plaats 2022

03-02-2022

Resort Kaatsheuvel

Beheer- en exploitatieovereenkomst (ten behoeve van de verhuur van de recreatiewoning aan derden)

24-02-2022

Europarcs

Addendum op de koopovereenkomst met aanvullende afspraken

07-11-2022

Europarcs

Bemiddelingsovereenkomst voor de verkoop door [eiser] van de recreatiewoning

2.3.

[eiser] wil de recreatiewoning verkopen maar dat is tot nu toe niet gebeurd. Wel heeft zij de overeenkomsten buitengerechtelijk vernietigd bij brief van 27 februari 2023 met primair een beroep op een geestelijke stoornis en subsidiair op dwaling.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[eiser] vordert, samengevat:

- primair een verklaring voor recht dat de buitengerechtelijke vernietiging rechtsgeldig is, althans de overeenkomsten te vernietigen, en subsidiair een verklaring voor recht dat de overeenkomsten nietig zijn en/of niet rechtsgeldig tot stand zijn gekomen,
- primair een verklaring voor recht dat de overeenkomsten tot stand zijn gekomen onder invloed van een geestelijke stoornis en dat Europarcs c.s. niet gerechtvaardigd hebben mogen vertrouwen op een bij [eiser] aanwezige wil, subsidiair een verklaring voor recht dat de overeenkomsten onder invloed van dwaling tot stand zijn gekomen,
- een verklaring voor recht dat de overeenkomsten een gevolg zijn van althans onderhevig waren aan oneerlijke handelspraktijken van Europarcs c.s.,
- een verklaring voor recht dat Europarcs c.s. onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiser] en aansprakelijk zijn voor haar schade,
- Europarcs c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 216.032,45, met rente,
- Europarcs c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[eiser] stelt in het kort het volgende. Zij leed ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst aan een geestelijke stoornis en dat is nog steeds zo. Europarcs c.s. komt in dit verband geen beroep op gerechtvaardigd vertrouwen toe. Verder is [eiser] door Europarcs op het verkeerde been gezet waar het gaat om datgene wat zij heeft gekocht. Dit betreft de aard van de overeenkomst en de risico’s bij het te behalen rendement.

3.3.

Europarcs c.s. voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

In reconventie

3.4.

Resort Kaatsheuvel vordert - samengevat en na eiswijzigingen – betaling van facturen voor onder andere gas, water en elektra ten bedrage van totaal € 13.834,45 en buitenrechtelijke incassokosten van € 926,00, met rente en kosten.

3.5.

[eiser] voert tegen deze vordering verweer.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie zullen deze hieronder gezamenlijk beoordeeld worden.

Absolute bevoegdheid

4.2.

De kantonrechter is ingevolge artikel 93 Rv bevoegd om onder meer zaken te behandelen die een consumentenkoopovereenkomst betreffen.

4.2.1.

Partijen twisten over de vraag of de eerste overeenkomst die zij hebben gesloten kwalificeert als een consumentenkoop op grond van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Op grond van artikel 7:5 lid 1 sub a BW is voor de toepasselijkheid van de bepalingen over consumentenkoop vereist dat de koop betrekking heeft op een roerende zaak. Volgens artikel 3:3 lid 1 BW zijn als onroerend aan te merken de grond, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd. Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn, aldus het tweede lid van artikel 3:3 BW. Beslissend voor de vraag of een zaak roerend of onroerend is, is of het gebouw naar zijn aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven.

4.2.2.

Geoordeeld wordt dat geen sprake is van een consumentenkoop omdat de door [eiser] gekochte recreatiewoning een onroerende zaak betreft. De recreatiewoning is aangesloten op alle voorzieningen en gelet op de uiterlijke kenmerken met de grond verenigd en bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven.

4.2.3.

De koopovereenkomst is als eerste tussen partijen gesloten overeenkomst aan te merken als de belangrijkste overeenkomst. Zonder deze overeenkomst zou het afsluiten van de andere overeenkomsten zinloos zijn. Daarom heeft het voorgaande tot gevolg dat de kantonrechter zich niet bevoegd acht om van deze gehele zaak kennis te nemen. Dit is ter zitting al beslist. De zaak is toen in de stand waarin deze zich bevindt verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank. Nu partijen zijn verschenen bij advocaat is de mondelinge behandeling voortgezet door de rechter als handelsrechter.

Relatieve bevoegdheid

4.3.

Europarcs c.s. hebben aangevoerd dat niet rechtbank Amsterdam, maar rechtbank Zeeland West-Brabant bevoegd is in onderhavige zaak gelet op artikel 10 lid 6 van de koopovereenkomst (forumkeuze).

4.3.1.

De rechter stelt vast dat [eiser] een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Op grond van artikel 6:236 aanhef en sub n BW wordt dan als onredelijk bezwarend aangemerkt een in de algemene voorwaarden voorkomend beding, dat voorziet in de beslechting van een geschil door een ander dan de rechter die volgens de wet bevoegd zou zijn, tenzij het de wederpartij een termijn gunt van tenminste een maand nadat de gebruiker zich schriftelijk jegens haar op het beding heeft beroepen, om voor beslechting van het geschil door de volgens de wet bevoegde rechter te kiezen.

4.3.2.

Europarcs heeft aangevoerd dat sprake is van een artikel uit de koopovereenkomst en niet uit de algemene voorwaarden zodat artikel 6:236 BW niet van toepassing is in onderhavig geval, maar hieraan wordt voorbijgegaan nu sprake is van een standaardbeding en niet van een kernbeding in de overeenkomst. Verder is de genoemde tenzij-regel hier niet van toepassing. Op grond van artikel 6:236 aanhef en sub n BW moet artikel 10 lid 6 van de koopovereenkomst dus als onredelijk bezwarend worden aangemerkt en op grond van artikel 6:233 aanhef en sub a BW wordt het forumkeuzebeding vernietigd.

4.3.3.

Op grond van artikel 101 Rv is deze rechtbank bevoegd om van de ingestelde vorderingen kennis te nemen.

De (on)geldigheid van de overeenkomsten

4.4.

[eiser] heeft een aantal gronden genoemd die volgens haar maken dat de overeenkomsten niet rechtsgeldig zijn aangegaan. Als eerste zal het beroep op een oneerlijke handelspraktijk van Europarcs bij het aangaan van de koopovereenkomst worden beoordeeld.

4.4.1.

Artikel 6:193b - 6:193d BW bepalen dat een handelspraktijk oneerlijk en misleidend is indien informatie wordt verstrekt die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, zoals ten aanzien van de aard van het product en de voornaamste kenmerken van het product. Bovendien is een handelspraktijk misleidend indien er sprake is van een misleidende omissie, waarbij essentiële informatie wordt weggelaten, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.

4.4.2.

Ter zitting is met partijen besproken wat de koopovereenkomst eigenlijk inhield. Partijen zijn het erover eens dat [eiser] door het sluiten van de overeenkomst het recht van gebruik heeft gekregen van de recreatiewoning (de economische eigendom). Zij heeft de woning niet in eigendom geleverd gekregen. De woning moest nog geplaatst worden en vanaf het moment van plaatsing moet de woning worden aangemerkt als onroerende zaak (zie hiervoor onder 4.2.2.) die eigendom is geworden van de eigenaar van de grond, te weten Resort Kaatsheuvel (artikel 5:20 BW en gerechtshof Amsterdam 9 september 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BG1919).
Partijen zijn het er ook over eens dat voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst niet met [eiser] is besproken dat zij alleen het gebruiksrecht van de recreatiewoning (de economische eigendom) zou verkrijgen en de woning niet in eigendom geleverd zou krijgen. [eiser] heeft er terecht op gewezen dat er van verkoop noch van levering sprake is geweest en dat het verkregen gebruiksrecht haar een zwakkere rechtspositie biedt, bijvoorbeeld als aan de huur van de kavel een einde komt. Dit terwijl de aanduiding van koopovereenkomst (zie hiervoor onder 2.1.) veronderstelt dat de woning wel in eigendom wordt gekocht, en de “koopprijs” van € 205.095,00 daar ook op duidt. Europarcs c.s. hebben geen goede uitleg gegeven voor de hoogte van dit bedrag in relatie tot het gebruiksrecht. Zij heeft wel aangevoerd dat [eiser] een koopoptie op de kavel grond heeft gekregen, maar dat maakt haar rechtspositie niet sterker en het betaalde bedrag ook niet lager.

4.4.3.

In de gegeven omstandigheden levert de handelswijze van Europarcs een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 6:193b – 193d BW op. Europarcs heeft [eiser] immers bij het aangaan van de overeenkomst de essentiële informatie onthouden dat ze de eigendom van de recreatiewoning niet geleverd zou krijgen. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat zij de overeenkomst niet zou hebben gesloten indien Europarcs haar juist en volledig zou hebben geïnformeerd. Europarcs heeft aldus onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld. Op grond van het bepaalde in artikel 6:193j BW is Europarcs voor de dientengevolge geleden schade aansprakelijk (tenzij zij bewijst dat dit niet aan haar schuld te wijten is noch op andere grond voor haar rekening komt) en is de koopovereenkomst vernietigbaar.

4.4.4.

[eiser] vordert de koopovereenkomst te vernietigen. Uit het voorgaande volgt dat deze vordering toewijsbaar is. De vernietiging zal dan ook in dit vonnis worden uitgesproken, en deze werkt terug tot de datum van 10 augustus 2021 (artikel 3:53 BW). De gevolgen van de koopovereenkomst moeten daarom ongedaan worden gemaakt. Dit betekent dat de betaalde koopprijs door Europarcs aan haar moet worden terugbetaald. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat het gaat om vier facturen van Europarcs van in totaal € 205.095,00. Resort Kaatsheuvel moet aan [eiser] terugbetalen de betaalde gebruikskosten verminderd met ontvangen huuropbrengsten. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat het om de volgende bedragen gaat:
- gebruikskosten € 7.795,24
- huuropbrengsten minus € 6.965,11,
totaal € 830,13.
Terecht voeren Europarcs c.s. aan dat er geen aanleiding is voor een hoofdelijke veroordeling, zoals [eiser] vordert.

4.4.5.

De overige overeenkomsten zouden partijen, zoveel is wel duidelijk, niet hebben gesloten zonder de koopovereenkomst. Deze zijn evenals de koopovereenkomst als gevolg van de oneerlijke handelspraktijk tot stand gekomen en daarom eveneens vernietigbaar.

4.4.6.

[eiser] heeft haar vorderingen eerst en vooral erop gegrond dat bij haar sprake was van een geestelijke stoornis (artikel 3:34 BW) en dat Europarcs zich niet op gerechtvaardigd vertrouwen (artikel 3:35 BW) kan beroepen. Subsidiair heeft zij haar vorderingen gebaseerd op dwaling. Bij een beoordeling van deze grondslagen heeft [eiser] geen belang meer nu de overeenkomsten vanwege de oneerlijke handelspraktijk al zullen worden vernietigd en haar daarmee samenhangende geldvordering zal worden toegewezen.
Maar omdat [eiser] veel werk heeft gemaakt van met name haar beroep op een geestelijke stoornis wordt het volgende opgemerkt. Heel kort gezegd strandt het beroep op de geestelijke stoornis op het feit dat [eiser] niet heeft aangetoond dat zij ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten leed aan een geestelijke stoornis die belette dat zij haar belangen redelijk kon waarderen of dat zij onder invloed van haar stoornis de overeenkomsten is aangegaan. [eiser] heeft wel aangetoond dat zij enkele dagen voor het aangaan van de koopovereenkomst van dichtbij een brand heeft meegemaakt, daardoor ontregeld is geraakt en een PTSS-stoornis heeft. Maar er is geen verklaring van een (onafhankelijke) arts waaruit blijkt dat [eiser] destijds daardoor haar belangen niet redelijk kon waarderen of dat zij onder invloed van de PTSS de overeenkomsten is aangegaan.
Het subsidiaire beroep op dwaling houdt met name in dat [eiser] door toedoen van Europarcs heeft gedwaald over de aard van het gekochte en het te verwachten rendement bij verhuur van de woning door haar. Gelet op hetgeen is overwogen onder

4.4.2.

is de kantonrechter met [eiser] van oordeel dat zij heeft gedwaald over de aard van het gekochte. Maar over het rendement had zij - tegenover het gemotiveerde verweer van Europarcs – haar stelling moeten toelichten met een duidelijke vergelijking tussen de concrete informatie die bij het aangaan van de koopovereenkomst aan haar is gegeven over het rendement bij verhuur en de werkelijke rendementscijfers.

Onrechtmatig handelen en schadevergoeding

4.5.

Europarcs is voor haar onrechtmatig handelen (zie 4.4.3.) aansprakelijk. Zij moet de schade vergoeden die [eiser] als gevolg daarvan heeft geleden. Het gaat om de volgende gestelde schadeposten.

4.5.1.

Kosten boekhouder € 840,95.
[eiser] stelt dat Equus accountants en belastingadviseurs te Ede kosten in rekening heeft gebracht voor de boekhouding verband houdend met de aankoop. Volgens Europarcs c.s. moeten deze kosten voor rekening van [eiser] blijven. Europarcs c.s. waren er echter mee bekend dat [eiser] rendement wilde behalen door verhuur van de woning. Het is niet ongebruikelijk om de administratie daarvan door een boekhouder te laten verzorgen. Zonder het onrechtmatig handelen van Europarcs zou [eiser] deze kosten niet hebben gemaakt. Europarcs is dan ook gehouden om haar deze kosten te vergoeden.

4.5.2.

Premies opstalverzekering € 1.140,62.
[eiser] stelt dat de premies noodzakelijke kosten waren. Dit hebben Europarcs c.s. niet betwist. Ook hier geldt dat Europarcs deze kosten aan [eiser] moet vergoeden.

4.5.3.

Kosten internet en tv € 418,53.
[eiser] stelt dat zij deze kosten heeft gemaakt in de periode waarin zij de recreatiewoning te huur aanbood. Zij stelt de recreatiewoning zelf niet of nauwelijks te hebben gebruikt. Daarom moet Europarcs deze kosten vergoeden.

4.5.4.

Advocaatkosten € 7.738,96.

[eiser] stelt dat deze kosten met name de buitengerechtelijke kosten zijn. Zij meent dat uit de aard van de zaak volgt dat daarnaast ook de volledige proceskosten moeten worden vergoed. Europarcs c.s. verweren zich door aan te voeren dat er geen sprake is van misbruik van procesrecht.
De buitengerechtelijke kosten die [eiser] vordert zijn op grond van artikel 6:96 lid 2 aanhef en sub b en c BW toewijsbaar. Deze kosten zijn, gelet op het financiële belang van dit geding, naar hun omvang redelijk en in redelijkheid gemaakt. Daarom is het gevorderde bedrag toewijsbaar.

Gevorderde bedrag [eiser]

4.6.

Het door [eiser] gevorderde bedrag bedraagt in totaal € 216.032,45. Hiervoor is geoordeeld dat Europarcs aan [eiser] moet betalen de facturen van in totaal € 205.095,00 en de door [eiser] gestelde schadeposten. Deze schadeposten bedragen in totaal € 10.139,06. Daarnaast is geoordeeld dat Resort Kaatsheuvel aan [eiser] moet betalen de betaalde gebruikskosten verminderd met ontvangen huuropbrengsten van € 830,13. Het gevorderde bedrag van [eiser] is lager dan de optelsom van de hiervoor genoemde bedragen. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 216.032,45 worden toegewezen, waarbij Europarcs veroordeeld wordt tot betaling van € 215.202,32 en Resort Kaatsheuvel veroordeeld wordt tot betaling van € 830,13, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de voldoening.

De slotsom in conventie
4.7 De vorderingen van [eiser] zijn grotendeels toewijsbaar:
- de vordering tot vernietiging van de overeenkomsten,
- de gevorderde verklaringen voor recht dat de overeenkomsten een gevolg zijn van een oneerlijke handelspraktijk van Europarcs en dat Europarcs onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld en
- de vordering tot betaling, met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.

Europarcs c.s. zullen hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

€ 129,14 aan explootkosten
€ 2.626,00 aan griffierecht
€ 5.428,00 aan salaris gemachtigde (2 x € 2.714,00 volgens het liquidatietarief)
€ 278,00 aan nakosten
€ 8.461,14 in totaal.
Partijen zullen nog een naheffing griffierecht krijgen.

De facturen in reconventie
4.8. In conventie is geoordeeld dat de overeenkomsten tussen partijen worden vernietigd. Daarom heeft Resort Kaatsheuvel geen aanspraak meer op betaling door [eiser] van facturen die zijn gegrond op de overeenkomsten. Dit betekent dat de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen. Resort Kaatsheuvel zal de proceskosten moeten dragen, aan de zijde van [eiser] tot heden begroot op € 614,00 aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De rechtbank

In conventie

5.1.

vernietigt de tussen [eiser] en Europarcs of Resort Kaatsheuvel gesloten overeenkomsten genoemd in dit vonnis onder 2.1. en 2.2,

5.2.

verklaart voor recht dat deze overeenkomsten een gevolg zijn van althans onderhevig waren aan een oneerlijke handelspraktijk van Europarcs,

5.3.

verklaart voor recht dat Europarcs onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de daardoor door [eiser] geleden schade,

5.4.

veroordeelt Europarcs om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 215.202,32, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 29 september 2023 tot aan de voldoening,

5.5.

veroordeelt Resort Kaatsheuvel om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 830,13, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 29 september 2023 tot aan de voldoening,

5.6.

veroordeelt Europarcs c.s. hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.461,14 aan proceskosten,

5.7.

verklaart de betalingsveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af,

In reconventie

5.9.

wijst de vorderingen af,

5.10.

veroordeelt Resort Kaatsheuvel om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 614,00 aan proceskosten.


Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Hillebrink.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.