Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBAMS:2024:695

Rechtbank Amsterdam
27-02-2024
27-02-2024
13/997084-18, 13/997034-19, 13/997053-19
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig

Strafzaak 26Marengo. Veroordeling tot negen jaar en zes maanden gevangenisstraf voor deelneming aan een criminele organisatie, medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan voorbereiding van moord. Kroongetuige. PGP-bewijs. Opzet op vergismoord? Redelijke termijn. Gewijzigde VI-regeling.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/997084-18 (zaak A), 13/997034-19 (zaak B) en 13/997053-19 (zaak C)

Datum uitspraak: 27 februari 2024

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

gedetineerd.

Inhoudsopgave

1 Onderzoek

1.1

Onderzoek ter terechtzitting

1.2

Inleidende opmerkingen

1.2.1

Werkwijze van de rechtbank

1.2.2

Start van het onderzoek

1.2.3

Procesdossier Marengo

2 Tenlastelegging

3 Voorvragen

3.1

Geldigheid van de dagvaarding

3.2

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

3.3

Conclusie ten aanzien van de voorvragen

4 Waardering van het bewijs

4.1

De kroongetuige

4.1.1

Inleiding

4.1.2

Totstandkoming van de overeenkomst

4.1.3

Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst

4.1.4

Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst

4.1.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling?

4.1.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan?

4.1.4.3 Samenvatting en conclusie

4.1.5

Betrouwbaarheid van de kroongetuige

4.1.5.1 Verweer van de verdediging

4.1.5.2 Oordeel van de rechtbank

4.1.6

Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU?

4.2

PGP-bewijs

4.3

PGP-identificatie

4.3.1

Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo

4.3.2

Identificatie e-mailadressen overige gebruikers

4.4

Zaaksdossier Zeilboot

4.5

Zaakdossier Plato

4.5.1

Inleiding

4.5.2

Standpunten

4.5.3

Feiten en omstandigheden

4.5.3.1 Resultaten doorzoeking [adres]

4.5.3.2 Periode van 28 en 29 november 2016

4.5.3.3 30 november 2016

4.5.3.4 Periode van 1 en 2 december 2016

4.5.3.5 Periode van 2 en 3 december 2016

4.5.3.6 3 december 2016

4.5.3.7 Periode van 4 en 5 december 2016

4.5.4

Oordeel van de rechtbank

4.5.4.1 Poging tot moord?

4.5.4.2 Slotoverweging

4.6

Zaaksdossier Roos/Doorn

4.6.1

Inleiding

4.6.2

Standpunten

4.6.3

Feiten en omstandigheden

4.6.3.1 Telefoonnummers

4.6.3.2 Auto’s regelen

4.6.3.3 [betrokkene 1] invalide maken

4.6.3.4 [betrokkene 1] naar de hel sturen

4.6.3.5 7 januari 2017

4.6.3.6 8 januari 2017

4.6.3.7 Avond van 9 januari en nacht van 9 op 10 januari 2017

4.6.3.8 Periode van 10 en 11 januari 2017

4.6.3.9 Nacht van 11 op 12 januari 2017

4.6.3.10 Avond van 12 januari 2017

4.6.3.11 13 januari 2017

4.6.3.12 Auto herkend

4.6.3.13 Gesprek [medeverdachte 1] met familie [slachtoffer 1]

4.6.3.14 Incident 14 januari 2017

4.6.3.15 Loods in Landsmeer

4.6.3.16 Aantreffen Seat Ibiza

4.6.3.17 Ontmoeting [medeverdachte 1] met [betrokkene 2]

4.6.4

Oordeel van de rechtbank

4.6.4.1 Betrouwbaarheid verklaringen van [medeverdachte 1]

4.6.4.2 Rol van [verdachte]

4.6.4.2.1 Vrijspraak medeplegen

4.6.4.2.2 Opzet op dood [betrokkene 1] ?

4.6.4.2.3 Waarop is de medeplichtigheid gericht?

4.6.4.2.4 Voorbereidingsmiddelen

4.6.4.2.5 Opzet op vergismoord?

4.6.4.2.6 Conclusie

4.7

Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)

4.7.1

Standpunten

4.7.2

Oordeel van de rechtbank

4.7.2.1 Juridisch kader artikel 140 Sr

4.7.2.2 Gepleegde misdrijven

4.7.2.3 Wagenpark

4.7.2.4 Onderzoek Koper

4.7.2.5 Aangetroffen administraties

4.7.2.6 Verklaringen van [medeverdachte 1]

4.7.2.7 Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie

4.7.2.8 Deelname aan de criminele organisatie

5 Bewezenverklaring

6 Strafbaarheid van de feiten

7 Strafbaarheid van verdachte

8 Motivering van de straf

8.1

Eis van het Openbaar Ministerie

8.2

Standpunt van de verdediging

8.3

Oordeel van de rechtbank

8.3.1

Ernst van de feiten en persoon van de verdachte

8.3.2

Redelijke termijn

8.3.3

Wet straffen en beschermen

8.3.4

Conclusie

8.3.5

Voorlopige hechtenis

9 Beslag

9.1

Standpunten

9.2

Oordeel van de rechtbank

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

11 Beslissingen

Bijlage 1 – Tenlastelegging

Bijlage 2 – Overzicht PGP-e-mailadressen en gebruikers

Bijlage 3 – Feitenvaststelling overige zaaksdossiers

Bijlage 4 – Bewijsoverwegingen criminele organisatie ten aanzien van de medeverdachten

Bijlage 5 – Beslaglijst

Bijlage 6 – Standpunten en toelichting Openbaar Ministerie met betrekking tot beslag

1 Onderzoek

1.1

Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 6 februari 2019, 18 april 2019, 10, 11 en 12 juli 2019, 24 september 2019, 12 en 13 december 2019, 27 en 28 februari 2020, 19 en 28 mei 2020, 11, 12, 13 en 27 augustus 2020, 3 september 2020, 28 en 29 oktober 2020, 3 november 2020, 13, 14 en 15 januari 2021, 11, 12 en 22 maart 2021, 7 en 16 april 2021, 3, 10, 11, 21, 25, 29 en 30 juni 2021, 14, 15, 21 en 22 september 2021, 13 oktober 2021, 14, 16, 17, 20 en 22 december 2021, 1 en 21 maart 2022, 17, 20 en 24 mei 2022, 8, 9, 13, 14, 16, 20, 21, 23 en 28 juni 2022, 13 september 2022, 23 november 2022, 6 december 2022, 22 februari 2023, 27 en 29 maart 2023, 12 april 2023, 17 mei 2023, 14 juli 2023, 6 oktober 2023, 21 december 2023, 6 en 14 februari 2024.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna: het Openbaar Ministerie) en van wat verdachte en zijn verdediging (hierna: de verdediging) naar voren hebben gebracht.

1.2

Inleidende opmerkingen

1.2.1

Werkwijze van de rechtbank

Het onderzoek Marengo heeft betrekking op zeventien verdachten. Zestien van hen worden verdacht van betrokkenheid bij een of meer moorden, pogingen daartoe of voorbereiding daarvan. Alle verdachten worden beschuldigd van betrokkenheid bij dezelfde criminele organisatie die gericht was op moorden, vuurwapendelicten en gekwalificeerde diefstal. In dit vonnis zijn de overwegingen en beslissingen opgenomen die in de strafzaak tegen de hierboven genoemde verdachte zijn gegeven. De rechtbank wijst vandaag ook vonnis in de zaken van de zestien andere verdachten die (grotendeels) gelijktijdig terecht hebben gestaan.

De rechtbank zal in plaats van de term ‘verdachte’ steeds de namen van de verdachten gebruiken: [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 16] . De rechtbank gebruikt een voorletter in die gevallen waarin meerdere verdachten in het dossier dezelfde achternaam hebben en de hele voornaam als ze ook dezelfde voorletter hebben.

Omdat in de zaak van [medeverdachte 1] het onderzoek ter terechtzitting al was aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland treedt de rechtbank in zijn zaak op als de rechtbank Midden-Nederland. In de zaak van [medeverdachte 2] was het onderzoek ter terechtzitting met betrekking tot het onderzoek Zeilboot al aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland op het moment dat de zaak Marengo aanving bij de rechtbank Amsterdam. Dat is de reden dat er in de zaak van [medeverdachte 2] separate vonnissen worden gewezen.

Het onderzoek Marengo bestaat uit een groot aantal deelonderzoeken die onderling met elkaar verweven zijn, door de daarop gebaseerde verdenking van het leidinggeven aan dan wel de deelname aan de criminele organisatie. Deze verwevenheid maakt dat de rechtbank niet alleen op de verweren van de betreffende verdachte in zal gaan, maar waar nodig ook hetgeen is aangevoerd in de zaken van de andere verdachten (ambtshalve) in haar oordeel zal betrekken.

1.2.2

Start van het onderzoek

Op 14 januari 2017 heeft [medeverdachte 1] zich na overleg met zijn advocaat laten aanhouden en vanaf dat moment is een kroongetuigetraject gaan lopen. [medeverdachte 1] heeft in 41 kluisverklaringen verklaard over een aantal moorden of pogingen daartoe waar hij deels zelf bij betrokken is geweest. Op 27 december 2017 is dit uitgemond in een overeenkomst met [medeverdachte 1] als kroongetuige. Door zijn verklaringen en door ontsleutelde PGP-berichten is een groot aantal verdachten in beeld gekomen die ervan verdacht worden te behoren tot een organisatie die verantwoordelijk is voor tot op dat moment grotendeels onopgeloste levensdelicten. Het onderzoek dat hieruit voortkwam kreeg de naam Marengo. [medeverdachte 1] was op 5 september 2017, dus al voordat hij de overeenkomst sloot, als verdachte aangehouden in de zaak Roos/Doorn. Op 18 december 2017 is [medeverdachte 7] , op wie de nacht daarvoor een aanslag was gepleegd waarbij hij gewond is geraakt, als eerste verdachte aangehouden in het onderzoek Marengo. In de loop van 2018, 2019 en 2020 zijn de overige verdachten in het onderzoek Marengo aangehouden.1

1.2.3

Procesdossier Marengo

Het procesdossier bevat (zoveel mogelijk chronologisch) de volgende deelonderzoeken:

  1. Rudolf: de moord op [slachtoffer 2] op 9 september 2015 en het beramen van een ontploffing in de spyshop te Nieuwegein in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015;

  2. Ster: de moord op [slachtoffer 3] op 17 april 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 3] en [betrokkene 3] in de periode van 1 maart 2016 tot en met 17 april 2016;

  3. Aker: de moord op [slachtoffer 4] op 9 mei 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 4] in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 januari 2016;

  4. Kreta: de moord op [slachtoffer 5] op 22 juni 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 5] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016;

  5. Tennis: de poging tot moord op [betrokkene 7] op 11 oktober 2016;

  6. Plato: de poging tot moord op [betrokkene 8] op 5 december 2016;

  7. Zeilboot/Raspvijl: de poging tot moord en de moord op [slachtoffer 6] op 8 december 2016 en de poging tot moord op [slachtoffer 6] op 2 juli 2016;

  8. Roos/Doorn: de moord op [slachtoffer 7] op 12 januari 2017 en het beramen van de moord op [betrokkene 1] in de periode 1 december 2016 tot en met 14 januari 2017;

  9. De criminele organisatie in de periode van 16 juli 2015 tot en met 14 januari 2017.

Daarnaast bevat het dossier het onderzoek Alpine, dat gaat over een witwasverdenking tegen [medeverdachte 14] .

In het strafdossier van iedere verdachte is, behalve het gehele Marengo-dossier (met bovengenoemde negen deelonderzoeken), tevens gevoegd:

10. alle processen-verbaal van de terechtzittingen van de rechtbank tegen ieder van de Marengo-verdachten (met uitzondering van de processen-verbaal van de terechtzittingen over de persoonlijke omstandigheden van de verdachten en de processen-verbaal van de terechtzittingen waarin enkel is gepleit of gedupliceerd; deze processen-verbaal maken slechts deel uit van het strafdossier van de desbetreffende verdachte);

10. alle processen-verbaal van (getuigen)verhoor door de rechter-commissaris die in de zaken van een of meer van de verdachten zijn opgemaakt.

Alle verklaringen van alle verdachten zoals afgelegd op de terechtzittingen maken dus deel uit van het procesdossier, ook de verklaringen die zij in hun eigen zaak hebben afgelegd. Dit maakt dat het procesdossier voor elke verdachte (afgezien van de persoonsdossiers) gelijkluidend is.

2 Tenlastelegging

De tenlasteleggingen in de zaken A en B zijn op de zitting van 27 augustus 2020 nader omschreven. De tenlastelegging in zaak C is op die zitting gewijzigd.

[verdachte] wordt kort gezegd beschuldigd van het volgende.

Zaak A (13/997084-18)

Deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk moord, gekwalificeerde diefstal en/of het bezit van vuurwapens en munitie in de periode van 1 januari 2016 tot en met 14 januari 2017 (ZD 140 Sr).

Zaak B (13/997034-19)

Feit 1: Betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 1] , gepleegd op 12 januari 2017 in Utrecht (ZD Roos);
Feit 2: Betrokkenheid bij de voorbereiding van de moord op [betrokkene 1] , gepleegd in de periode van 1 december 2016 tot en met 14 januari 2017 in Zaandam en/of Amsterdam en/of Utrecht (ZD Doorn).

Zaak C (13/997053-19)

Feit 1: Betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 6] op 8 december 2016 in Laren

(ZD Zeilboot);

Feit 2: Betrokkenheid bij de poging tot moord op [slachtoffer 6] op 8 december 2016 in Amsterdam (ZD Zeilboot);

Feit 3: Betrokkenheid bij de poging tot moord op [betrokkene 8] op 5 december 2016 in Rotterdam (ZD Plato).

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht. Die bijlage geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

3.1

Geldigheid van de dagvaarding

[verdachte] wordt ervan beschuldigd, kort gezegd, dat hij (in vereniging) medeplichtig is geweest aan de voorbereiding van moord op [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) door [betrokkene 9] (hierna: [betrokkene 9] ) en [betrokkene 10] (hierna: [betrokkene 10] ) en/of anderen. De verdediging betoogt dat de dagvaarding ten aanzien van dit feit (zaak B, feit 2) nietig moet worden verklaard voor het gedeelte ‘een of meerdere petflessen met een brandbare vloeistof en/of aanstekers’, voor zover het gaat om andere flessen benzine en aanstekers dan die zijn aangetroffen in de Skoda. Onduidelijk is in dat geval welke goederen beoogd zijn door het Openbaar Ministerie.

De rechtbank oordeelt dat het aanwezig hebben van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen niet slaat op goederen die [verdachte] voorhanden zou hebben gehad. [betrokkene 9] en [betrokkene 10] (en/of anderen) zouden volgens de tenlastelegging de genoemde voorwerpen op of omstreeks 14 januari 2017 aanwezig gehad hebben, ter uitvoering van de voorgenomen moord op [betrokkene 1] . De tenlastelegging is dan ook voldoende duidelijk. De dagvaarding is geldig.

3.2

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

In zaken van medeverdachten is verweer gevoerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Voor zover deze verweren het onderwerp ‘de kroongetuige’ betreffen, zijn de overwegingen en beslissingen van de rechtbank van belang in de zaken van alle verdachten. Deze zijn daarom ambtshalve in dit vonnis opgenomen in het hierop volgende hoofdstuk 4 met de titel ‘Waardering van het bewijs’. Voor wat betreft dit gedeelte van het vonnis is de tekst voor alle verdachten gelijkluidend. Als in hoofdstuk 4.1 over ‘de verdediging’ wordt gesproken, wordt daarmee de verdediging van enkele medeverdachten bedoeld.

3.3

Conclusie ten aanzien van de voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten, het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

De kroongetuige

4.1.1

Inleiding

In dit onderdeel zal de rechtbank de rechtmatigheid beoordelen van de overeenkomst die de Staat der Nederlanden heeft gesloten met [medeverdachte 1] als kroongetuige en daarnaast een oordeel geven over de betrouwbaarheid van de verklaringen die hij heeft afgelegd.

De rechtbank zal eerst de totstandkoming van de overeenkomst met [medeverdachte 1] beschrijven. Daarna zal zij de verweren bespreken die de rechtmatigheid van de overeenkomst betreffen. Vervolgens komen de verweren aan bod die de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] betwisten. Hoewel de door de verschillende verdachten gevoerde verweren niet geheel overeenkomen en niet alle verdachten zich over en weer bij alle verweren hebben aangesloten, zal de rechtbank ze gezamenlijk bespreken, ook in de vonnissen van de verdachten namens wie geen verweer gevoerd is.

Het oordeel over de rechtmatigheid van de kroongetuigenovereenkomst ligt op grond van de wettelijke regeling primair bij de rechter-commissaris. Maar als de rechtmatigheid van deze overeenkomst uitdrukkelijk onderbouwd door de verdediging wordt bestreden, moet de rechtbank – als zij oordeelt dat de overeenkomst wel rechtmatig is – de redenen geven die daartoe hebben geleid (artikel 359 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).

De rechtbank dient te beoordelen of de overeenkomst met [medeverdachte 1] dringend noodzakelijk was om de opsporing, voorkoming of beëindiging van feiten mogelijk te maken die anders niet of niet tijdig zou plaatsvinden, of er een redelijke verhouding was tussen het belang van de te verkrijgen informatie en/of de te leveren tegenprestatie en of de overeenkomst – in het licht van de gevoerde verweren – binnen de grenzen van het recht is gebleven.

4.1.2

Totstandkoming van de overeenkomst

[medeverdachte 1] is op 14 januari 2017 met een vuurwapen in Amsterdam aangehouden en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen. Dit was een vooropgezet plan, waarover hij met zijn raadsman had overlegd. Na zijn aanhouding heeft hij verteld dat hij klem zat tussen twee groeperingen – de familie [slachtoffer 1] en de groepering rond [medeverdachte 16] –, dat hij zelf betrokken was geweest bij verschillende liquidaties en dat hij bereid was daarover verklaringen af te leggen. In de dagen daarna hebben gesprekken plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] , bijgestaan door zijn raadsman, het Team Bijzondere Getuigen (TBG) en de aan dat team verbonden officier van justitie (de TBG-officier van justitie). In die gesprekken heeft [medeverdachte 1] gemeld over welke levensdelicten hij zou kunnen verklaren en zijn de voorwaarden voor het afleggen van kluisverklaringen besproken. Uiteindelijk heeft hij tussen 26 januari 2017 en 18 mei 2017 in totaal 41 kluisverklaringen afgelegd. In de maanden daarna heeft een verificatieonderzoek naar deze verklaringen plaatsgevonden.

In september 2017 is [medeverdachte 1] als verdachte aangemerkt in het onderzoek Roos en in zijn cel aangehouden. Deze aanhouding was niet gebaseerd op de kluisverklaringen van [medeverdachte 1] (die immers nog in de kluis lagen), maar op andere onderzoeksbevindingen. In november 2017 heeft [medeverdachte 1] een voorovereenkomst ondertekend. Op 20 december 2017 heeft het College van procureurs-generaal toestemming gegeven voor de voorgenomen overeenkomst. Op 27 december 2017 heeft [medeverdachte 1] een overeenkomst gesloten met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door een officier van justitie, nadat de rechter-commissaris op dezelfde datum deze overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en [medeverdachte 1] had getoetst en rechtmatig had bevonden. De rechter-commissaris heeft deze beslissing op 29 december 2017 schriftelijk vastgelegd en ondertekend. De ondertekende overeenkomst is tekstueel gelijk aan de voorovereenkomst.

In de overeenkomst verbindt [medeverdachte 1] zich om als getuige verklaringen af te leggen met betrekking tot een aantal in de overeenkomst genoemde misdrijven (hierna: de dealfeiten) en doet hij afstand van zijn verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Sv. Daarnaast verklaart [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn kluisverklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust. De officier van justitie verbindt zich om bij onverkorte nakoming door [medeverdachte 1] de strafeis voor zijn aandeel in de dealfeiten te zullen stellen op twaalf jaren gevangenisstraf. Daarbij verklaart de officier van justitie dat de strafeis tegen een verdachte die geen kroongetuige is, bij gelijke omstandigheden een gevangenisstraf van vierentwintig jaren zou inhouden.

In de overeenkomst is vastgelegd dat [medeverdachte 1] wordt vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding voor deze moord, het medeplegen van de moord op [slachtoffer 7] (hierna: [slachtoffer 1] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 1] ), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 7] (hierna: [betrokkene 7] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties.

[medeverdachte 1] is na het sluiten van de overeenkomst nog tientallen keren, vaak hele dagen lang, verhoord. Vanaf maart 2018 is hij intensief verhoord door de (tactische) recherche. Op de terechtzitting van 11 juli 2019 is er een eerste gelegenheid geweest voor de verdediging om [medeverdachte 1] vragen te stellen. Verspreid over het eerste half jaar van 2020 is hij vervolgens veertien dagen verhoord door de rechter-commissaris, waarbij de verdediging hem voor het eerst uitgebreid vragen kon stellen. Vanaf december 2020 is [medeverdachte 1] meermaals ter terechtzitting verhoord, eerst door de rechtbank en vervolgens door diverse advocaten. Het laatste verhoor ter terechtzitting vond plaats op 6 februari 2024, in de zaak van [medeverdachte 8] . Het dossier bevat in totaal ruim 3.000 pagina’s aan verhoren van [medeverdachte 1] .

4.1.3

Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst

Er zijn diverse verweren gevoerd die strekken tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [medeverdachte 1] , omdat de overeenkomst met [medeverdachte 1] niet rechtmatig is.

Zo is aangevoerd dat de huidige toepassing van de kroongetuigenregeling, zoals door de Hoge Raad is goed gevonden in het Passageproces, niet juist is in het licht van de wetsgeschiedenis. Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is dat een kroongetuige geen koopgetuige mag zijn, maar in de huidige praktijk is de beschermingsovereenkomst een vrijplaats voor het geven van een financiële beloning in ruil voor verklaringsbereidheid. Enig rechterlijk toezicht ontbreekt, terwijl artikel 226j lid 3 Sv daarvoor wel een aanknopingspunt biedt. In deze zaak zijn er door de iPhone-berichten van [medeverdachte 1] sterke aanwijzingen dat er een toezegging is gedaan van een buitenproportionele beloning. Uit die berichten blijkt dat [medeverdachte 1] geld wil zien en zelf een causaal verband legt tussen dat geld en zijn verklaringen. Dat is in strijd met de bedoeling van de wetgever en daarmee in strijd met de wet en dus onrechtmatig.

Doordat de verdediging geen inzicht wordt verschaft in de financiële inhoud van de beschermingsovereenkomst, een rechter hier geen kennis van heeft kunnen nemen en de vragen aan de kroongetuige over zijn financiële verwachtingen werden belet, kan niet worden volgehouden dat de verdediging een redelijke gelegenheid heeft gehad om de wederrechtelijkheid van de afspraken met de kroongetuige, waaronder de mogelijkheid van de beïnvloeding van de betrouwbaarheid van die getuige door die overeenkomst, te presenteren. Dit is een schending van de in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) vervatte ‘equality of arms’. Daar komt bij dat aannemelijk is dat de verklaringen van de kroongetuige, indien deze worden gebruikt, van doorslaggevend belang zullen zijn, maar er geen maatregelen zijn getroffen ter compensatie van het gebrek aan kennis van de verdediging over de totstandkoming van de overeenkomst.

Daarnaast is door de verdediging aangevoerd dat er aan [medeverdachte 1] ongeoorloofde toezeggingen zijn gedaan. Zo beweert hij zelf dat hem is toegezegd dat de straf die aan hem is opgelegd voor het wapenbezit op 14 januari 2017 op enigerlei wijze in de executiefase zou worden verdisconteerd in de aan hem op te leggen straf in de zaak Marengo. Als door het Openbaar Ministerie verdiscontering van de voornoemde straf is afgesproken, dan staat vast dat [medeverdachte 1] in strijd met de wet meer korting op zijn straf toegezegd heeft gekregen dan is toegestaan. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en derhalve is er wederom sprake van een schending van artikel 6 EVRM.

Ook het feit dat bij de strafeis rekening wordt gehouden met de inmiddels gewijzigde regeling met betrekking tot de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: de v.i.-regeling) – waardoor netto slechts acht jaren gevangenisstraf resteert – levert volgens de verdediging een grotere korting op de straf op dan wettelijk is toegestaan. Daar komt bij dat de overeengekomen bruto-strafeis van vierentwintig jaren – vergeleken met de strafeisen in de zaken van de medeverdachten – al disproportioneel laag was. Bovendien is sprake van ontoelaatbare toezeggingen door [medeverdachte 1] niet te vervolgen in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, door hem niet te vervolgen voor Opiumwetdelicten, door het ongemoeid laten van het financiële voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken) en door de begunstiging van de levenspartner van [medeverdachte 1] . Dit geldt ook voor de keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen van [medeverdachte 1] . Hij wordt in de zaak Kreta – anders dan zijn medeverdachten – niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op de broers [betrokkene 6] en [betrokkene 5] (hierna: [betrokkene 5] ) en [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ), hoewel hij daartoe wel handelingen heeft verricht. In de zaak Roos/Doorn wordt hij de facto niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 1] , nu dit meer subsidiair ten laste is gelegd en daar dus niet aan toe gekomen zal worden.

Tot slot stelt de verdediging dat er een extra begunstiging zit in bepaling 4.2 van de overeenkomst, waarin staat dat als [medeverdachte 1] de overeenkomst niet is nagekomen, hij een redelijke termijn krijgt om dat alsnog te doen. Dit is een toezegging die buiten het kader van artikel 226g Sv valt. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en een onrechtmatige overeenkomst gesloten. Ook dit levert een schending van artikel 6 EVRM op.

4.1.4

Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst

4.1.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling?

In de Passage-arresten van 23 april 2019 heeft de Hoge Raad de door het gerechtshof Amsterdam geschetste kaders waarbinnen de kroongetuigenregeling moet worden toegepast, bevestigd.2 Kern is volgens de Hoge Raad ‘dat toezeggingen met betrekking tot de feitelijke bescherming van de getuige geen onderdeel uitmaken van de in art. 226g, eerste lid, Sv bedoelde afspraak en evenmin kunnen worden beschouwd als afspraken in de zin van art. 226g, vierde lid, Sv, zodat voor het openbaar ministerie geen verplichting bestaat dergelijke toezeggingen bekend te maken en deze ook geen voorwerp zijn van toetsing door de rechter-commissaris op de voet van art. 226g, derde lid, Sv of door de zittingsrechter’.3 Dat is de wettelijke regeling zoals zij op dit moment is. De omstandigheid dat er in de wetenschap en in de politiek af en toe gepleit wordt voor een aanpassing van de regeling en de invoering van een onafhankelijke toetsing van de op grond van artikel 226l Sv gesloten beschermingsovereenkomst, doet daaraan niet af. Voor een toetsing van de beschermingsovereenkomst door de rechter-commissaris biedt artikel 226j lid 3 Sv thans in ieder geval geen grondslag.4

Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is – daar heeft de verdediging gelijk in – dat de verklaring van de kroongetuige niet ‘gekocht’ mag worden. Anderzijds zullen de beschermingsmaatregelen die uiteindelijk worden getroffen veelal ook een financiële component bevatten. Een kroongetuige zal eenmaal op vrije voeten immers een nieuw bestaan moeten opbouwen en dat kost geld. De stelling van de verdediging dat er sterke aanwijzingen zijn dat er in het onderhavige geval sprake is van een koopgetuige en dat er (dus) een causaal verband is tussen de verklaringen van de kroongetuige (c.q. zijn verklaringsbereidheid) en een beloning, volgt de rechtbank echter niet. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de verdediging ingebrachte chats van de kroongetuige met familieleden, die zijn teruggevonden op de iPhone die hij in de periode september 2017 tot medio februari 2018 heimelijk in zijn cel heeft gehad. Op grond van die berichten lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat [medeverdachte 1] in het kader van de beschermingsovereenkomst zoveel mogelijk geld wilde ontvangen. Er is echter geen aanknopingspunt voor de stelling dat er vervolgens ook daadwerkelijk zulke hoge geldbedragen aan [medeverdachte 1] zijn toegezegd, dat die redelijkerwijs niet meer met passende bescherming in verband kunnen worden gebracht.

Redengevend is daarbij dat de door de verdediging geciteerde berichten weliswaar duidelijk maken dat [medeverdachte 1] bepaalde financiële wensen heeft, maar dat nergens blijkt dat het Openbaar Ministerie deze wensen vervolgens ook heeft gehonoreerd. Verder dateren de berichten waarin [medeverdachte 1] zijn wensen aan zijn familieleden kenbaar maakt, voor een deel van januari 2018, dus van na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst. Op het moment van het sluiten van de overeenkomst op 27 december 2017 verbond hij zich om verklaringen af te leggen. Kennelijk waren de beschermingsmaatregelen en de daarbij behorende financiële afspraken toen nog niet geregeld. Daar komt bij dat de kluisverklaringen, waarin hij over alle dealfeiten uitgebreid heeft verklaard, ruim daarvoor – in de periode van januari tot mei 2017 – zijn afgelegd. Er was toen nog geen concreet zicht op een overeenkomst en een van de hoofdpunten van de kroongetuigenovereenkomst is, naast het afleggen van nadere verklaringen, dat hij in die kluisverklaringen de waarheid heeft verklaard. Die kluisverklaringen kunnen dus hoe dan ook niet aangemerkt worden als ‘gekocht’. Er is het voorgaande in aanmerking nemende geen aanknopingspunt voor de suggestie van de verdediging dat [medeverdachte 1] welbewust over zoveel mogelijk feiten is gaan verklaren, om een (financieel) zo gunstig mogelijke deal eruit te slepen.

De omstandigheid dat de verdediging de (financiële aspecten van de) beschermingsmaatregelen niet kan toetsen levert geen schending van het beginsel van ‘equality of arms’ op. De positie van de verdediging verschilt hierin immers niet van het zaaks-Openbaar Ministerie en de verdediging heeft bovendien volop de gelegenheid gehad om het waarheidsgehalte van de kluisverklaringen en (daarmee) de betrouwbaarheid van de kroongetuige te toetsen. Van een onjuiste toepassing van de kroongetuigenregeling – en van een schending van artikel 6 EVRM – is gezien het bovenstaande geen sprake.

4.1.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan?

De verweren richten zich voor een groot deel op (vermeend) ongeoorloofde toezeggingen. Daarvoor geldt het volgende. De toezegging die in het kader van een kroongetuigenovereenkomst mag worden gedaan is dat strafvermindering met toepassing van artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zal worden gevorderd, te weten – voor zover hier van belang – maximaal de helft bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast kan er sprake zijn van zogenoemd gunstbetoon als bedoeld in artikel 226g lid 4 Sv. Dit gaat om het gebruik van wettelijke bevoegdheden door de officier van justitie die een gunstige invloed kunnen hebben op de bereidheid van de kroongetuige tot het afleggen van een verklaring, maar die niet strekken tot strafvermindering of anderszins verband houden met de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv. Gunstbetoon ziet op toezeggingen van relatief geringe omvang. Een toezegging die niet meer behelst dan hetgeen de officier van justitie onder normale omstandigheden met toepassing van het bestaande beleid zou hebben besloten, is geen toezegging in de zin van de wet.

In de door het College van procureurs-generaal opgestelde Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken (hierna: de Aanwijzing) is het kader van de toezeggingen nader uitgewerkt, waarbij in artikel 5 de niet toelaatbare toezeggingen zijn omschreven. Dit artikel luidt, voor zover van belang:

‘De officier van justitie mag geen toezeggingen doen met betrekking tot:

1. de inhoud van de tenlastelegging (zogenoemde plea-bargaining, bijvoorbeeld over het aantal op te nemen feiten in de dagvaarding en de zwaarte daarvan);

2 .het in afwijking van het geldende opsporings- en vervolgingsbeleid afzien van actieve opsporing of vervolging van strafbare feiten (een toezegging die strekt tot het staken van de opsporing of tot een sepot na afsluiting van het opsporingsonderzoek in afwijking van het bestaande vervolgingsbeleid, is derhalve niet toegestaan);

3. (…)

4. het geven van een financiële beloning;

5. (…)

6. het geheel of gedeeltelijk achterwege laten van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing;

7. het begunstigen van anderen dan de getuige, zoals diens levenspartner;

8. (…)’

Financiële beloning?

Hiervoor is al overwogen dat de berichten in de iPhone van [medeverdachte 1] weliswaar de conclusie rechtvaardigen dat hij zoveel mogelijk geld wilde ontvangen in het kader van de beschermingsovereenkomst, maar dat er geen aanwijzing is dat het Openbaar Ministerie hierin is meegegaan en hem – via de beschermingsovereenkomst – in ruil voor zijn verklaringen een financiële beloning heeft toegezegd.

Veroordeling wapenbezit in januari 2017

Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] zich op 14 januari 2017 heeft laten aanhouden met een vuurwapen omdat hij bescherming zocht. Bij een doorzoeking zijn vervolgens een tweede vuurwapen en een jammer aangetroffen. [medeverdachte 1] is hiervoor vervolgd en aan hem is uiteindelijk in hoger beroep op 20 september 2018 zeven maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest opgelegd. Als basis voor de stelling van de verdediging dat sprake zou zijn van een ongeoorloofde toezegging, geldt de bewering van [medeverdachte 1] dat het Openbaar Ministerie hem zou hebben toegezegd dat de straf voor het wapenbezit bij de executie afgetrokken zou worden van de uiteindelijk op te leggen straf in de zaak Marengo. [medeverdachte 1] en zijn verdediging baseren dit op handgeschreven berekeningen van [advocaat 1] . Het Openbaar Ministerie betwist echter dat een dergelijke afspraak is gemaakt.

De rechtbank stelt voorop dat de afspraak die volgens [medeverdachte 1] gemaakt is, een afspraak zou zijn als genoemd in artikel 5 lid 6 van de Aanwijzing, en dat deze daarmee ongeoorloofd zou zijn. Dat deze toezegging door het Openbaar Ministerie gedaan zou zijn is echter niet aannemelijk geworden. De verklaring van [medeverdachte 1] en de berekeningen van [advocaat 1] zijn daarvoor onvoldoende, waarbij wordt meegewogen dat de andere advocaat die [medeverdachte 1] destijds bijstond heeft verklaard dat die afspraak niet is gemaakt. Bovendien hebben partijen bij het ondertekenen van de kroongetuigenovereenkomst ten overstaan de rechter-commissaris uitdrukkelijk verklaard dat er geen verdere of andersluidende afspraken zijn gemaakt.

Is de basis-strafeis van vierentwintig jaren proportioneel?

Zoals hiervoor besproken heeft het Openbaar Ministerie in de overeenkomst de basis-strafeis bepaald op een gevangenisstraf van vierentwintig jaren en toegezegd om vijftig procent hiervan als straf te zullen eisen bij nakoming van de verplichtingen door [medeverdachte 1] . In het algemeen geldt dat het Openbaar Ministerie bij het bepalen van een strafeis een ruime beoordelingsvrijheid heeft die de rechter moet eerbiedigen. Dat geldt ook voor een strafeis tegen een kroongetuige. Het is echter denkbaar dat een toegezegde basis-strafeis tegen een kroongetuige zo onbegrijpelijk laag is dat het verschil met een reguliere strafeis niet anders kan worden opgevat dan als tegenprestatie voor af te leggen verklaringen. Daarvan is sprake als het Openbaar Ministerie, gelet op alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van zijn ruime beoordelingsvrijheid, in redelijkheid niet tot de toegezegde basis-strafeis heeft kunnen komen.

[medeverdachte 1] wordt (kort gezegd) vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 5] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding van deze moord (subsidiair de medeplichtigheid daaraan), het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 1] ), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 7] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties. In vergelijking met de straffen die het Openbaar Ministerie in de zaak Marengo heeft geëist tegen medeverdachten is de basis-strafeis van vierentwintig jaren gevangenisstraf naar de huidige maatstaven laag te noemen. Daarbij moet echter worden meegewogen dat de overeenkomst is gesloten in december 2017 en dat de straffen die destijds voor dergelijke feiten werden opgelegd beduidend lager waren dan thans het geval is. Alle omstandigheden overziend is de basis-strafeis van vierentwintig jaren niet zo onverklaarbaar laag dat deze niet anders kan worden verklaard dan als een verkapte tegenprestatie voor het afleggen van verklaringen, terwijl de maximale strafkorting van vijftig procent niet wordt overschreden. Daarom acht de rechtbank de overeenkomst met [medeverdachte 1] ook op het punt van de overeengekomen basis-strafeis niet onrechtmatig.

Aanpassing strafeis aan nieuwe v.i.-regeling

Uiteindelijk heeft het Openbaar Ministerie een lagere straf geëist dan in de overeenkomst is toegezegd. Aanleiding daarvoor is de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen op 1 juli 2021. In deze nieuwe wet is de termijn van de voorwaardelijke invrijheidstelling gemaximeerd tot twee jaren bij gevangenisstraffen vanaf zes jaren. De basis-strafeis van vierentwintig jaren zou ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een gevangenisstraf van twaalf jaren en een netto gevangenisstraf van acht jaren betekenen. Daar mocht [medeverdachte 1] volgens het Openbaar Ministerie bij het sluiten van de overeenkomst van uitgaan. Tijdens de gesprekken daarover met de raadslieden van [medeverdachte 1] is, toen het ging over de netto-strafverwachting, het voornemen van het kabinet om de v.i.-regeling te versoberen wel aan bod gekomen. Daarbij heeft het Openbaar Ministerie aan de raadslieden aangegeven dat de afspraak zoals die met [medeverdachte 1] op dat moment werd gemaakt (en de gerechtvaardigde verwachtingen die [medeverdachte 1] daaraan mocht ontlenen) door het Openbaar Ministerie zouden worden geëerbiedigd. Het Openbaar Ministerie heeft daarbij steeds gezegd dat het laatste woord hierover uiteraard aan de rechter is. De inhoud van de overeenkomst biedt volgens het Openbaar Ministerie ruimte om een gevangenisstraf te eisen die erop neerkomt dat de kroongetuige netto acht jaren moet zitten, nu in de overeenkomst is opgenomen: ‘onder gelijkblijvende omstandigheden’. Na de invoering van de Wet straffen en beschermen zijn de omstandigheden gewijzigd. In het requisitoir is daarom niet vierentwintig jaren gevangenisstraf als uitgangspunt genomen, maar twintig jaren gevangenisstraf, welke met vijftig procent is verminderd tot de uiteindelijke strafeis van tien jaren gevangenisstraf in plaats van twaalf jaren gevangenisstraf. De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat het Openbaar Ministerie daarmee een grotere korting op de strafeis heeft gegeven dan de wet toestaat.

De rechtbank overweegt als volgt. Bij het aangaan van de overeenkomst in 2017 gold de oude regelgeving die erop neerkwam dat een veroordeelde tot een lange gevangenisstraf in beginsel na het uitzitten van twee derde van zijn gevangenisstraf in aanmerking kwam voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Het Openbaar Ministerie en [medeverdachte 1] konden bij het aangaan van de overeenkomst geen rekening houden met de gevolgen die de Wet straffen en beschermen zou hebben voor de uitvoering van de aan [medeverdachte 1] op te leggen straf, omdat de invoering van die wet nog onzeker was. De mogelijkheid dat [medeverdachte 1] na de inwerkingtreding van deze wet bij een gelijkblijvende basis-strafeis in een nadeliger positie zou komen te verkeren dan waar hij op grond van de overeenkomst van uit mocht gaan, is wel onder ogen gezien. Hoewel in de overeenkomst alleen gesproken wordt over de basis-strafeis en niet over de netto uit te zitten gevangenisstraf, acht de rechtbank het aannemelijk dat juist de te verwachten netto gevangenisstraf voor [medeverdachte 1] van belang is geweest bij de vraag of hij de overeenkomst wilde aangaan. In die zin is er dan ook sprake van een wijziging van omstandigheden die tot gevolg heeft dat de overeenkomst voor [medeverdachte 1] nu anders uitpakt dan hij bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten. Gelet op het belang dat opgewekt vertrouwen in beginsel gehonoreerd dient te worden is de rechtbank van oordeel dat het Openbaar Ministerie in afwijking van de overeenkomst zijn strafeis ter zitting mocht baseren op een basis-strafeis van twintig jaren gevangenisstraf. De rechtmatigheid van de overeenkomst wordt daardoor ook achteraf niet aangetast.

Het niet vervolgen voor bepaalde zaken en de keuzes bij de tenlastelegging

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leent de beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Ditzelfde geldt voor de spiegelbeeldige beslissing om niet te vervolgen. Maatstaf is daarbij of niet geoordeeld kan worden dat een redelijk handelend lid van dat Openbaar Ministerie van vervolging heeft kunnen afzien. Het enkele feit dat die vervolgingsbeslissing een criminele getuige betreft maakt niet dat daardoor de beoordelingsmaatstaf verandert.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hem enige weken na de poging om [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ) te vermoorden door middel van een explosief onder zijn auto bij ’t Kalfje in Amsterdam (de zaak Raspvijl) door [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] is gevraagd of hij semtex kon leveren. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het zijn eigen conclusie was dat dit voor een nieuwe aanslag op [slachtoffer 6] bedoeld zou zijn. [medeverdachte 1] heeft daar toen navraag over gedaan bij een contactpersoon maar daar is het wat semtex betreft bij gebleven – deze is, zo verklaart [medeverdachte 1] , nooit door hem geleverd. Omdat de gesprekken die [medeverdachte 1] stelt te hebben gevoerd pas plaatsgevonden zouden hebben na de bomaanslag bij ’t Kalfje, kan de rechtbank niet inzien hoe dat leidt tot een strafbare rol van [medeverdachte 1] in de zaak Raspvijl. Ook los daarvan is niet onbegrijpelijk dat het Openbaar Ministerie heeft afgezien van vervolging, alleen al omdat het in de verklaring van [medeverdachte 1] enkel gaat over gesprekken en steunbewijs ontbreekt.

Voor wat betreft de zaak Zeilboot geldt dat het Openbaar Ministerie heeft aangegeven dat het leveren van kentekeninformatie door [medeverdachte 1] op 8 december 2016 onvoldoende is voor een strafbare rol van [medeverdachte 1] bij de moord op [slachtoffer 6] , nu hij vaker kentekeninformatie opvroeg en doorgaf, dit ook gebeurde voor bijvoorbeeld observaties door de politie en hij op dat moment niet wist dat de door hem opgevraagde informatie bedoeld was ten behoeve van de moord op [slachtoffer 6] . Voorts heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat het laten bevragen van kentekens en het doorgeven van die informatie wordt meegewogen in het verwijt van deelname aan de criminele organisatie. De rechtbank acht de beslissing om [medeverdachte 1] niet in de zaak Zeilboot te vervolgen – het dossier in ogenschouw nemend – niet onbegrijpelijk.

Met betrekking tot de zaak Orinoco – een schietincident op 24 december 2010 waarbij [medeverdachte 1] iemand in zijn been geschoten zou hebben – geldt dat het Openbaar Ministerie van het parket Midden-Nederland eind 2022 heeft beslist dat vervolging van [medeverdachte 1] daarvoor niet opportuun is ‘gezien (onder meer) het tijdsverloop, de recente veroordeling van [medeverdachte 1] voor het wapenbezit en de huidige vervolging van [medeverdachte 1] in 26Marengo, alsmede het feit dat de huidige ernstige problematiek op het gebied van cocaïnehandel en de daarmee gepaard gaande geweldsdelicten al alle focus en capaciteit kosten van politie en justitie Midden-Nederland.’5 Een dergelijke beslissing valt niet alleen binnen de beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie heeft, maar kan bovendien – nu deze vijf jaren na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst pas is genomen – nimmer worden aangemerkt als een (ongeoorloofde) toezegging in het kader van die overeenkomst. Dit zou alleen anders zijn als op voorhand zou zijn toegezegd dat er geen vervolging zou plaatsvinden voor na het sluiten van de overeenkomst opkomende verdenkingen, maar dat daar sprake van is, is gesteld noch gebleken.

Hoewel er – vooral op basis van de eigen verklaringen van [medeverdachte 1] – ontegenzeggelijk aanwijzingen zijn dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan Opiumwetdelicten, valt de beslissing van het Openbaar Ministerie om hem daar niet voor te vervolgen zonder meer binnen de beoordelingsvrijheid die het ten aanzien daarvan heeft. Het opsporingsonderzoek heeft zich immers niet hierop gericht, maar op een groter belang, namelijk een groot aantal moorden en pogingen daartoe, voorbereidingshandelingen voor moorden en een criminele organisatie die zich met moorden bezighield. Die beslissing van het Openbaar Ministerie beoordeelt de rechtbank niet als een ontoelaatbare toezegging.

Voor geen van de door de verdediging genoemde kwesties – het niet vervolgen van [medeverdachte 1] in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, het niet vervolgen voor Opiumwetdelicten – geldt derhalve dat de door het Openbaar Ministerie genomen beslissingen onbegrijpelijk zijn en buiten de beoordelingsvrijheid vallen die het Openbaar Ministerie toekomt. Dit geldt ook voor de (andere) keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen. De keuze om [medeverdachte 1] in de zaak Roos/Doorn alleen in de subsidiaire variant voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 1] te vervolgen is – nu hij na de (vergis)moord op [slachtoffer 1] is gestopt met die voorbereidingen – niet onbegrijpelijk. Dit geldt ook voor de keuze om hem in de zaak Kreta niet te vervolgen voor voorbereiding van moord op [betrokkene 4] en de broers [betrokkene 5] , nu hij over de zaak Kreta uitgebreide verklaringen heeft afgelegd en het zwaartepunt van zijn voorbereidingshandelingen duidelijk lag bij [slachtoffer 5] . Dat het Openbaar Ministerie hierover – in strijd met het in artikel 5 lid 1 en 2 van de Aanwijzing verwoorde immuniteitsverbod – toezeggingen heeft gedaan aan dan wel afspraken heeft gemaakt met [medeverdachte 1] , is bovendien gesteld noch aannemelijk geworden.

Begunstiging levenspartner [medeverdachte 1] ?

De verdediging stelt dat uit de berichten in de hiervoor genoemde iPhone blijkt dat de levenspartner van [medeverdachte 1] spreekt over maandelijkse toelagen, gelden die verborgen werden, een huis in Marokko dat zou worden gekocht en een auto, waarbij er ontevredenheid is over de auto. Dit zijn financiële voordelen voor de levenspartner die in strijd zijn met artikel 5 lid 7 van de Aanwijzing, aldus de verdediging.

Vast staat dat de partner van [medeverdachte 1] – door buiten haarzelf liggende omstandigheden – uit haar normale leven is weggerukt en in een beveiligingsprogramma terecht is gekomen. Dat de situatie waarin zij verkeert met zich kan brengen dat zij van de overheid een toelage en bepaalde voorzieningen krijgt, wekt geen bevreemding. De berichten waar de verdediging op wijst bieden geen ondersteuning voor de stelling dat er daarbij sprake zou zijn van een verboden toezegging aan [medeverdachte 1] door het begunstigen van zijn levenspartner.

Ongemoeid laten van financieel voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken)?

De verdediging stelt dat [medeverdachte 1] niet geconfronteerd is met een ontnemingsvordering en dat hij geen vragen hoefde te beantwoorden over drugshandel, zijn financiële voordeel en zijn – uit de berichten in de iPhone naar voren komende – chantage- en afpersingspraktijken. De verdediging verzuimt echter te onderbouwen waarom dit op een ongeoorloofde toezegging aan de kroongetuige zou wijzen. Op grond van de kroongetuigenovereenkomst is het duidelijk waarover [medeverdachte 1] verplicht is te verklaren. Ten aanzien van ander (vermeend) strafbaar handelen dan de dealfeiten heeft hij geen verklaringsplicht. Over eventueel financieel voordeel dat hij gehad heeft als gevolg van de dealfeiten is hij op grond van de overeenkomst wél verplicht te verklaren. De rechtbank constateert dat hij dat ook gedaan heeft en dat het enige financiële voordeel dat hij – naar eigen zeggen – heeft gehad € 5.000,- was voor zijn rol in de zaak Tennis. De keuze om ten aanzien van dit bedrag af te zien van een ontnemingsvordering past – gezien de hoogte van het bedrag, afgezet tegen de aard en de omvang van de verdenkingen waarvoor [medeverdachte 1] wel vervolgd wordt – binnen de ruime beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie toekomt. Van een beslissing die zo onbegrijpelijk is dat deze moet worden gezien als een ontoelaatbare, verkapte tegenprestatie voor het afleggen van zijn verklaringen is geen sprake.

Is de bepaling in artikel 4.2 van de overeenkomst een ongeoorloofde toezegging?

Artikel 4.2 van de kroongetuigenovereenkomst luidt als volgt:

‘Zover de officier van justitie van mening is dat sprake is van de onder 4.1 sub a genoemde omstandigheid, zal hij zulks aangeven bij de raadsman van de getuige alsmede de getuige zelf en de getuige in staat stellen om binnen een redelijke termijn alsnog de voorwaarde uit de overeenkomst na te komen.’

Dit artikel verwijst naar het in artikel 4.1 sub a van de overeenkomst geformuleerde recht van de officier van justitie om deze schriftelijk te ontbinden in het geval dat de getuige enige voorwaarde uit de overeenkomst niet, niet volledig of niet naar behoren nakomt. De stelling van de verdediging dat er een extra begunstiging zit in deze bepaling kan de rechtbank niet volgen.

De verplichtingen van [medeverdachte 1] zijn in de overeenkomst als volgt omschreven:

1.1

De getuige verplicht zich vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst telkens overeenkomstig de hem door of vanwege het College van Procureurs-Generaal of de officier van justitie gegeven aanwijzingen onvoorwaardelijk zijn medewerking te verlenen aan het afleggen van (nadere) verklaringen tegenover leden van het Openbaar Ministerie of door of vanwege de officier van justitie aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering. De verplichting tot het afleggen van deze (nadere) verklaringen heeft betrekking op de misdrijven die worden beschreven in de (kluis)verklaringen die als bijlage bij deze overeenkomst zijn gevoegd.

1.2

Een zelfde verplichting als onder 1.1 genoemd bestaat ten aanzien van het afleggen van getuigenverklaringen tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de strafkamer van enige rechtbank en/of de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig ressort en/of de strafkamer van enig gerechtshof in het kader van de strafrechtelijke vervolging, waaronder begrepen het op naam en zonder vermomming afleggen van verklaringen in een openbare terechtzitting, tenzij het Openbaar Ministerie vermomming noodzakelijk acht.

1.3

De getuige zal bij gelegenheid van de hiervoor onder 1.1 en/of 1.2 genoemde verhoren niet weigeren te verklaren over zijn eigen (al dan niet strafrechtelijk relevante) betrokkenheid bij de feiten die worden genoemd in de (kluis)verklaringen zoals neergelegd in de bijgevoegde processen-verbaal. Hij zal zijn verklaringen zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid afleggen. De getuige doet afstand van het hem als verdachte toekomende verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot onderwerpen die niet worden genoemd in de (kluis)verklaringen geldt het verschoningsrecht van de getuige onverkort.

1.4

De getuige verklaart door ondertekening van deze overeenkomst dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen, zoals deze blijkt uit bijgevoegde processen-verbaal naar zijn beste weten volledig op waarheid berust.

1.5

De getuige zal vanaf het moment van ondertekening van deze overeenkomst, behoudens het onder 1.6 gestelde, op geen enkele wijze tegenover derden, met uitzondering van zijn raadsman, zijn partner en zijn naaste familie, melding maken van deze overeenkomst en de (inhoud van) de daarin bedoelde verklaringen.

1.6

De getuige zal rechtstreeks noch door middel van een derde, onder wie zijn raadslieden, anders dan tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de raadsheer- commissaris in enig resort en/of in een (openbare) terechtzitting van de strafkamer van enige rechtbank of gerechtshof, dan wel ingevolge enige (andere) wettelijke verplichting, mededeling doen over de totstandkoming van deze overeenkomst en de wijze waarop aan deze overeenkomst uitvoering wordt gegeven. De getuige zal geen mededeling doen over (aspecten van) getuigenbescherming(smaatregelen).

Slechts bij de eerste drie verplichtingen – het onvoorwaardelijk zijn medewerking verlenen aan het afleggen van nadere verklaringen over de dealfeiten tegenover de recherche (1.1), tegenover rechters (1.2) en het bij die verhoren niet mogen weigeren te verklaren over zijn eigen betrokkenheid bij de dealfeiten en het zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid verklaren (1.3) – is het niet, niet volledig of niet naar behoren nakomen herstelbaar. Bij niet-nakoming van de overige verplichtingen, waarbij met name de onder 1.4 opgenomen verplichting voor [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust in het oog springt, is niet-nakoming onherstelbaar. Naar haar aard kan een bepaling als artikel 4.2 slechts betrekking hebben op herstelbaar niet nakomen. Echter, ook zonder deze bepaling vloeit uit de artikelen 6:265 jo. 6:82 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voort dat bij dergelijk niet nakomen pas tot ontbinding van de overeenkomst kan worden overgegaan nadat de schuldenaar een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen die termijn uitblijft. Een dergelijke contractsbepaling voegt dus niets toe. De stelling van de verdediging dat artikel 4.2 een vrijbrief is om te liegen en daarmee een ongeoorloofde toezegging van het Openbaar Ministerie, is derhalve onjuist.

4.1.4.3 Samenvatting en conclusie

Uit het hiervoor besprokene volgt dat de kroongetuigenregeling niet onjuist is toegepast door het Openbaar Ministerie en dat er geen aanwijzingen zijn dat aan [medeverdachte 1] verboden toezeggingen zijn gedaan in ruil voor het afleggen van verklaringen. Daarbij geldt dat de overeenkomst met [medeverdachte 1] betrekking heeft op feiten als bedoeld in artikel 226g Sv en het Openbaar Ministerie het naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden dringend noodzakelijk heeft geacht om tot een overeenkomst met [medeverdachte 1] te komen. Hij kon immers verklaren over een aantal voltooide en mislukte liquidaties waarvan de opsporing op een dood spoor was beland en zonder zijn verklaringen niet binnen afzienbare tijd tot resultaat had geleid. Zijn verklaringen behelsden bovendien de vermeende opdrachtgever en het middenkader, die tot op dat moment niet of nauwelijks in beeld waren bij justitie. Door de verklaringen van [medeverdachte 1] kon zicht worden verkregen op een nog actieve criminele organisatie (zie hoofdstuk 4.7 Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)) die (mede) als oogmerk had het plegen van moorden, die tot dan toe onder de radar was gebleven. Ook in onderling verband en samenhang bezien is er geen sprake van een overschrijding van de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit, zodat de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of het uitsluiten van de verklaringen van [medeverdachte 1] van het bewijs op die grond niet slagen.

4.1.5

Betrouwbaarheid van de kroongetuige

4.1.5.1 Verweer van de verdediging

Kern van het verweer van de verdediging is de stelling dat uit de bewoordingen van de wet en de Aanwijzing voortvloeit dat niet alleen de verklaringen van de kroongetuige op betrouwbaarheid dienen te worden beoordeeld, maar ook de persoon van de kroongetuige.

Daarbij heeft de verdediging in de eerste plaats gewezen op getuigen die [medeverdachte 1] omschrijven als een (pathologische) leugenaar. Ook wijst de verdediging op de wijze waarop [medeverdachte 1] (volgens de verdediging) overkomt als hij door rechters verhoord wordt (snel pratend, op het eerste oog betrouwbaar, maar ijskoud en zonder spijt) en het beeld dat opstijgt uit zijn iPhone-berichten (een nare houding naar zijn familie inzake getuigenbescherming, een schaker, een manipulator, ijskoud, iemand die aangeeft een boef te blijven, iemand die zich diffamerend uitlaat over de medewerkers van het Team Getuigenbescherming (TGB) en die het onderste uit de kan wil). Het beeld dat volgens de verdediging blijft hangen is een kroongetuige die enkel oog heeft voor zijn eigen belang, die zich superieur voelt, meedogenloos (over de ruggen van derden) en manipulatief is, die volgens eigen zeggen altijd crimineel zal blijven en die bereid is tot leugens voor eigen bestwil. Daarnaast heeft de verdediging zich uitgeput in het fileren van de vele verklaringen van de kroongetuige en daarbij gewezen op vele inconsistenties, ongerijmdheden dan wel onwaarschijnlijkheden, speculaties en – in haar ogen – kennelijke leugens in deze verklaringen. De conclusie van de verdediging is dat de kroongetuige niet betrouwbaar is en dat zijn verklaringen op vele punten onwaar zijn en daarom niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden.

4.1.5.2 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een crimineel is, en dat blijkt ook uit het dossier. Ook heeft hij tijdens het proces onder ede tegenover de rechtbank gelogen over de telefoons die hij in zijn cel heeft gehad en heeft hij lange tijd gewacht met het beantwoorden van bepaalde vragen, terwijl duidelijk was dat hij die vragen wel moest beantwoorden. [medeverdachte 1] heeft nadien telkens uitleg gegeven over zijn beweegredenen voor zijn handelen tijdens die verhoren. Wat hier ook allemaal van zij – voor de beoordeling door de rechtbank is het uiteindelijk niet relevant. Waar het om gaat is of de verklaringen die [medeverdachte 1] over de dealfeiten heeft afgelegd betrouwbaar zijn. Het is niet aan de rechtbank om een oordeel te geven over het karakter of de rechtschapenheid (of het gebrek daaraan) van de persoon [medeverdachte 1] . Kennisname door de rechtbank en de procespartijen van een (al dan niet bestaand) psychologisch rapport dat (in een ander kader dan het kader van zijn strafzaak) over [medeverdachte 1] zou zijn opgemaakt acht de rechtbank daarom niet relevant. [medeverdachte 1] is een criminele getuige. Dat gegeven en de omstandigheid dat hij zelf van (betrokkenheid bij) zeer ernstige strafbare feiten wordt verdacht en het Openbaar Ministerie met hem een verklaringsovereenkomst heeft gesloten in ruil voor strafvermindering, noopt bij gebruik van zijn verklaringen voor het bewijs uiteraard tot behoedzaamheid. De in artikel 360 lid 2 Sv geformuleerde opdracht van de wetgever aan de rechter om in dat geval daarvoor in het bijzonder reden te geven is ingegeven door het aan de figuur van de kroongetuige verbonden risico. Immers, de voordelen die de kroongetuige uit hoofde van de met hem gemaakte afspraken (kunnen) toevallen bergen het risico in zich dat die getuige kan menen er voordeel bij te hebben om in meer of mindere mate niet naar waarheid te verklaren.

Los van het bovenstaande geldt dat de rechter op grond van artikel 344a lid 4 Sv het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend kan aannemen op grond van verklaringen van (kort gezegd) kroongetuigen. Die bepaling verzet zich er echter niet tegen dat de bewezenverklaring in beslissende mate wordt aangenomen op grond van de verklaring van een kroongetuige.6 Het voorgaande betekent dus dat voor een zaak met een enkele kroongetuige de gewone regels van het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv gelden. Dit betekent dat een bewezenverklaring niet geheel gebaseerd mag worden op de verklaring van deze getuige. Het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv betreft echter de tenlastelegging in haar geheel en niet een onderdeel daarvan. Deze bepaling verbiedt de rechter om tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.7

De verklaringen van [medeverdachte 1] dienen dus kritisch bekeken te worden. Daarbij geldt voor de rechtbank dat de kluisverklaringen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid een sleutelrol vervullen, nu van deze verklaringen met de meeste zekerheid aangenomen kan worden dat ze niet zijn beïnvloed door voortschrijdende kennis van het dossier en mediaberichten en andere invloeden die (gewild of ongewild) de authenticiteit van verklaringen kunnen beïnvloeden. [medeverdachte 1] heeft in de periode van januari tot en met mei 2017 in de kluisverklaringen zeer uitgebreid verklaard over de dealfeiten. In deze periode had hij geen toegang tot enig dossier en ook geen toegang tot openbare bronnen (los van de toegang tot Google Maps of Google Street View tijdens verhoren, om bijvoorbeeld een locatie aan te kunnen wijzen). Hij heeft dus enkel uit zijn geheugen kunnen putten. De rechtbank constateert dat [medeverdachte 1] in zijn kluisverklaringen buitengewoon gedetailleerd heeft verklaard over de zaken waar hij zelf bij betrokken zegt te zijn geweest (te weten Kreta, Tennis, Roos/Doorn en de criminele organisatie), zowel over zijn eigen rol als over de rollen van medeverdachten. Over de andere dealfeiten – waar hij niet zelf bij betrokken is geweest – heeft hij eveneens uitgebreid verklaard en daarbij ook steeds aangegeven wat zijn bronnen van wetenschap waren (doorgaans van horen zeggen, waarbij zijn bronnen veelal ‘de straat’, [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] waren).

[medeverdachte 1] wist dat zijn verklaringen in aanloop naar een mogelijke kroongetuigenovereenkomst zoveel mogelijk geverifieerd zouden worden en dat leugens over zijn eigen rol (door deze kleiner te maken) of de rollen van anderen (door hen onterecht te beschuldigen) een kroongetuigenovereenkomst in gevaar konden brengen. Wat hij niet wist, was dat de Ennetcom-server en een deel van de PGP-safe-server gekopieerd zouden worden en dat in de periode na het afleggen van de kluisverklaringen een zeer grote hoeveelheid PGP-berichten rondom de dealfeiten boven tafel zou komen en dat deze PGP-berichten ook bij de verificatie van zijn verklaringen konden worden betrokken. De rechtbank constateert dat juist deze PGP-berichten de verklaringen van [medeverdachte 1] op veel punten (vaak tot in de details) ondersteunen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] tijdens de vele verhoren – bij de recherche, bij de rechter-commissaris en op zitting – consistent is blijven verklaren over de dealfeiten, zijn eigen rol en de rollen van anderen. De conclusie van de verdediging van [medeverdachte 7] dat [medeverdachte 1] een groot aantal evidente onwaarheden heeft verklaard onderschrijft de rechtbank derhalve niet. De rechtbank constateert dat deze beweerdelijke evidente onwaarheden voor zover het de dealfeiten betreft telkens (onderdelen van) verklaringen van [medeverdachte 1] betreffen die geen of weinig ondersteuning vinden in andere bewijsmiddelen. Dat maakt het echter geen onwaarheden. De omstandigheid dat een (deel van een) verklaring niet of niet geheel geverifieerd kan worden, maakt niet dat deze gefalsificeerd (en dus onwaar) is. Het kan uiteraard wel met zich brengen dat de bewijskracht van (dat deel van) die verklaring minder groot is.

De rechtbank beschouwt [medeverdachte 1] gezien het voorgaande als een betrouwbaar verklarende getuige, waar het gaat over strafbare feiten die aan hem en zijn medeverdachten in de zaak Marengo ten laste zijn gelegd. Uiteraard moet de rechtbank bij de beoordeling van de zaaksdossiers steeds onderzoeken of de voor het bewijs relevante onderdelen van de verklaringen van [medeverdachte 1] de betrouwbaarheidstoets kunnen doorstaan. Per zaaksdossier zal, voor zover de kroongetuige daarover voor de verdachten belastend heeft verklaard, nader worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] .

4.1.6

Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU?

De rechtbank begrijpt uit de dupliek van de verdediging van [medeverdachte 16] dat voorwaardelijk is verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU over – samengevat – de vraag of de beperkingen voor de verdediging om de financiële afspraken met de kroongetuige te kunnen controleren, onder meer tijdens de ondervraging van de kroongetuige, zich nog verdragen met een doeltreffend proces.

De rechtbank komt, gelet op de voorgaande beslissing, toe aan de beoordeling van dit verzoek. De rechtbank ziet in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd geen grond voor het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht en wijst het verzoek daarom af.

4.2

PGP-bewijs

In het dossier bevindt zich een groot aantal PGP-berichten. Deze zijn afkomstig van in Canada bij het Nederlandse bedrijf Ennetcom veiliggestelde data (Ennetcom-data) en van in Costa Rica bij het bedrijf Rack Lodge S.A. veiliggestelde data (PGP-safe-data). De PGP-berichten dienen te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van artikel 344 lid 1 onder 5 Sv. Dit betekent dat deze berichten alleen voor het bewijs kunnen worden gebruikt in samenhang met andere bewijsmiddelen.

Bij het gebruik van de PGP-berichten voor het bewijs past behoedzaamheid. De rechtbank is zich ervan bewust dat veelal sprake is van incomplete PGP-communicatie. Dit komt in de eerste plaats doordat op de servers niet alle communicatie meer te vinden was vanwege het retentiebeleid van de aanbieder van de dienst.8 In het geval van PGP-safe geldt bovendien dat niet alle servers zijn gekopieerd, maar dat de keuze is gemaakt voor het kopiëren van de apparatuur uit de serverkast die vanaf 2012 werd gehuurd. De apparatuur die in de vanaf 2016 gehuurde serverkast stond, is dus niet gekopieerd. Het kopiëren bij PGP-safe is bovendien op enig moment door de Costa Ricaanse autoriteiten beëindigd toen die servers nog niet volledig waren gekopieerd.9 Daar komt bij dat in het dossier die berichten terecht zijn gekomen die het Openbaar Ministerie uit de Marengo-dataset als relevant heeft geselecteerd. Hierbij past overigens de kanttekening dat de verdediging inzage heeft gehad in de Marengo-dataset en zij zelf ook heeft kunnen verzoeken om voeging van berichten die zij relevant vond.

Verder geldt dat de meeste verdachten hebben ontkend de (enige) gebruiker van een bepaald PGP-account te zijn, dan wel zich op hun zwijgrecht hebben beroepen. Slechts enkele verdachten hebben duiding gegeven aan de inhoud van de berichten. In de berichten wordt soms onduidelijk gesproken. In sommige gevallen zijn conversaties onvolledig. In een deel van de conversaties ontbreken zelfs alle berichten van een van de deelnemers. De context van de berichten is dan ook niet steeds duidelijk. Daar staat tegenover dat voor de bewijswaarde relevant is dat personen die een versleutelde berichtendienst gebruikten zich onbespied waanden en vaak openlijk communiceerden over waar ze mee bezig waren, zonder pogingen dit te verhullen. Ook dat weegt de rechtbank mee bij de beoordeling.

4.3

PGP-identificatie

4.3.1

Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo

De rechtbank heeft op basis van de processen-verbaal van identificatie – en in voorkomende gevallen op basis van overige informatie in het dossier en/of wat is besproken ter terechtzitting – vastgesteld wie de gebruiker van een PGP-e-mailadres was. Ook is op basis daarvan vastgesteld of, en zo ja onder welke bijnamen een bepaalde gebruiker bekend stond of werd opgeslagen. In bijlage 2 bij dit vonnis is een overzicht opgenomen van deze PGP-e-mailadressen en de gebruikers met hun eventuele bijnamen. [verdachte] is niet als gebruiker van een PGP-e-mailadres geïdentificeerd.

4.3.2

Identificatie e-mailadressen overige gebruikers

Het dossier bevat een aantal processen-verbaal van identificatie met betrekking tot e-mailadressen die door het Openbaar Ministerie aan andere personen, niet zijnde verdachten in Marengo, worden toegeschreven. In sommige gevallen is de identificatie van de gebruiker(s) van die overige e-mailadressen van belang voor de beoordeling en duiding van conversaties uit de zaaksdossiers en/of voor de koppeling van e-mailadressen aan (Marengo-)verdachten. Om die reden is de rechtbank nagegaan of de identificatie op basis van de in die processen-verbaal van identificatie genoemde feiten en omstandigheden gerechtvaardigd is. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit het geval is. Om die reden zijn ook deze overige gebruikers van e-mailadressen in de genoemde bijlage bij dit vonnis opgenomen.

4.4

Zaaksdossier Zeilboot

Het zaaksdossier Zeilboot betreft de poging tot moord en de moord op [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ). Op 8 december 2016 heeft [slachtoffer 6] een afspraak in hotel citizenM in Amsterdam. Als hij na afloop weer naar zijn auto loopt, rent een persoon langs hem en deze lijkt daarbij een vuurwapen op hem te richten. Er valt geen schot. [slachtoffer 6] rijdt vervolgens naar club Boccaccio in Laren (hierna: de club). Nadat hij de club heeft verlaten en in zijn auto is gestapt, wordt hij doodgeschoten.

[verdachte] wordt beschuldigd van betrokkenheid bij zowel de poging tot moord (feit 2) als de moord (feit 1).

Het Openbaar Ministerie vordert vrijspraak voor de ten laste gelegde feiten van dit zaaksdossier, dus voor de poging tot moord dan wel de medeplichtigheid daaraan en voor de moord dan wel de medeplichtigheid daaraan. Ook de verdediging heeft bepleit dat [verdachte] van alle feiten wordt vrijgesproken. De rechtbank is met het Openbaar Ministerie en de verdediging van oordeel dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen kunnen worden. [verdachte] wordt vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

4.5

Zaaksdossier Plato

4.5.1

Inleiding

In de nacht van 4 op 5 december 2016, omstreeks middernacht, is er een melding van inbraak in een woning aan de [adres] . De bewoonster treft [betrokkene 8] (hierna: [betrokkene 8] ) bloedend in haar woning aan. Hij zegt dat hij is beschoten en dat hij de woning in is gevlucht door een ruit in te slaan. Hij legt meerdere verklaringen af en doet uiteindelijk aangifte van poging tot doodslag/moord.

[verdachte] wordt verdacht van het medeplegen van een poging tot moord op [betrokkene 8] . Subsidiair wordt hij verdacht van medeplichtigheid aan deze poging tot moord.

4.5.2

Standpunten

Volgens het Openbaar Ministerie kan ten aanzien van [verdachte] de medeplichtigheid aan de poging tot moord op [betrokkene 8] bewezen worden verklaard.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat [verdachte] moet worden vrijgesproken omdat er onvoldoende bewijs is.

4.5.3

Feiten en omstandigheden

4.5.3.1 Resultaten doorzoeking [adres]

Op 10 mei 2017 vindt een doorzoeking plaats op het adres [adres] , het verblijfsadres van [verdachte] . Bij die doorzoeking worden bakens, telefoons en simkaarten in beslag genomen die van belang blijken te zijn in het onderzoek Plato.10 Een van de in beslag genomen telefoons is een BlackBerry Q10, waarvan de inhoud leesbaar is gemaakt. Op deze telefoon is DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van [betrokkene 11] (hierna: [betrokkene 11] ) met een matchkans kleiner dan één op één miljard.11 De inhoud van chats bevestigt dat dit PGP-toestel gebruikt is door [betrokkene 11] .12 Op basis van verkeersgegevens van de in beslag genomen digitale goederen, de chats van [betrokkene 11] en enige andere bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de volgende reconstructie van gebeurtenissen in de week voorafgaand aan en op 5 december 2016.

4.5.3.2 Periode van 28 en 29 november 2016

In de avond van 28 november 2016 wordt in Utrecht een van de later in de woning van [verdachte] gevonden bakens (hierna: Baken 1) geactiveerd en vervolgens in Rotterdam onder de auto van [betrokkene 8] geplakt. Het telefoontoestel waarmee Baken 1 is gevolgd (hierna: bakentoestel 1) beweegt rond 23:07 uur vanuit Rotterdam richting Utrecht, waarbij om 00:56 uur een zendmast in De Meern wordt aangestraald.13 Die nacht, op 29 november 2016 om 00:25 uur, wordt een Seat Ibiza met het valse kenteken [kenteken] gesignaleerd door ANPR, rijdend op de A12 Rechts 9.0, van Den Haag richting Utrecht.14 In de avond van 29 november 2016 verplaatsen Baken 1 en het telefoonnummer van [betrokkene 8] zich vanaf de directe woonomgeving van [betrokkene 8] naar het centrum van Rotterdam. Bakentoestel 1 straalt ook zendmasten aan in het centrum van Rotterdam. Een PGP-toestel gebruikmakend van een telefoonnummer eindigend op *5831 en een IMEI-nummer eindigend op *1277 straalt om 23:12 uur de zendmast Meidoornhoek in Rotterdam aan. Bakentoestel 1 en dit PGP-toestel bewegen later die nacht richting Utrecht.15 Op dit PGP-toestel worden zwak aanwezige DNA-kenmerken van [betrokkene 11] aangetroffen en wordt DNA van een onbekende man aangetroffen.16 Anders dan het Openbaar Ministerie kan de rechtbank niet vaststellen dat de onbekende man [medeverdachte 2] is.17 De telefoon van [verdachte] straalt op 28 november 2016 om 23:09 uur een zendmast aan in Zoetermeer en vervolgens op 29 november 2016 om 01:28 uur in De Meern.18Hieruit leidt de rechtbank af dat [verdachte] niet samen met bakentoestel 1 vanuit Rotterdam heeft bewogen deze nacht, maar dat dit wellicht [betrokkene 11] en/of de onbekende man is/zijn geweest.

4.5.3.3 30 november 2016

De telefoon van [verdachte] straalt op 30 november 2016 om 00:27 uur een zendmast aan in Babberich, gemeente Zevenaar, vlakbij de Duitse grens, en vervolgens om 01:30 uur de zendmast Rhodosdreef in Utrecht.19 [betrokkene 11] , [medeverdachte 2] en [verdachte] worden om ongeveer 02:05 uur samen aangehouden in Utrecht in de hiervoor genoemde Seat Ibiza, omdat deze valse kentekenplaten heeft.20 Bakentoestel 1 straalt rond dit tijdstip een zendmast vlakbij de plaats van aanhouding aan. Bij fouillering heeft [medeverdachte 2] drie telefoons bij zich, [betrokkene 11] twee en [verdachte] één.21 Omstreeks 14:58 uur worden [betrokkene 11] , [medeverdachte 2] en [verdachte] heengezonden vanuit het cellencomplex in Houten. Bakentoestel 1 straalt om 15:16 uur een zendmast in Houten aan.22 De rechtbank leidt hieruit af dat een van de zes telefoons die zij bij zich hadden bakentoestel 1 is. De rechtbank stelt vast dat kort daarna twee PGP-toestellen actief worden in Nederland in Tiel en een PGP-toestel naar Utrecht gaat en een ander via Nieuwegein naar Rotterdam. Op het ene PGP-toestel werd DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van [medeverdachte 2] en op het andere PGP-toestel werd DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van [betrokkene 11] .23 De rechtbank stelt op basis van deze gegevens vast dat [medeverdachte 2] en [betrokkene 11] deze nieuwe PGP-toestellen in gebruik nemen. Dat blijkt ook uit de omstandigheid dat deze toestellen zijn verbonden met de telefoonnummers 882350231640714 en 882350231640715, nummers die – zie pagina 28 van het zaaksdossier Zeilboot/Raspvijl en de bespreking van het zaaksdossier Zeilboot in bijlage 3 – ook in andere toestellen van respectievelijk [medeverdachte 2] en [betrokkene 11] terugkomen.

4.5.3.4 Periode van 1 en 2 december 2016

Het PGP-toestel van [medeverdachte 2] straalt om 20:26 uur zendmasten in Landsmeer aan. Het PGP-toestel van [betrokkene 11] straalt om 19:28 uur en om 21:28 uur een zendmast gelegen aan de G.J. de Jonghweg in Rotterdam aan. In de tussenliggende periode stralen bakentoestel 1 en het telefoonnummer van [betrokkene 8] zendmasten aan in het centrum van Rotterdam.24

Uit berichten tussen [betrokkene 11] en [betrokkene 12] op 1 december 2016 tussen 21:25 uur en 22:00 uur maakt de rechtbank op dat [betrokkene 11] doorgeeft dat hij [betrokkene 8] heeft gezien bij Coffeeshop Nemo in Rotterdam. Uit de berichten tussen 22:43 uur en 22:50 uur blijkt dat [betrokkene 11] weet dat [betrokkene 8] op dat moment bij Coffeeshop Colosseum is en dat hijzelf in Rotterdam West is. [betrokkene 12] beschikt ook over plaatsen en een adres waar [betrokkene 8] is geweest. Om 23:01 uur geeft [betrokkene 11] het bericht door dat [betrokkene 8] weer thuis is. Zij bespreken waar [betrokkene 8] verder is geweest. [betrokkene 11] laat weten dat het baken nog maximaal twee dagen mee kan en er dus de volgende dag af moet. [betrokkene 12] vraagt om een foto van degene die [betrokkene 11] heeft gezien en laat weten dat het morgen actiedag is. [betrokkene 11] heeft de foto op een ander PGP-toestel staan – hij had twee kleine foto’s ontvangen van pat en het was één daarvan. Over de ontvangst van de foto’s van pat hadden [betrokkene 11] en [betrokkene 12] rond 22:00 uur ook al berichten gewisseld.25 Uit het onderzoek Ster komt naar voren dat als [betrokkene 12] het over ‘pat’ heeft, hij [medeverdachte 16] bedoelt.26 Op een SD-kaart die bij een doorzoeking in de woning van [betrokkene 11] is aangetroffen zijn heimelijke opnames en foto’s van de tweelingbroer van [betrokkene 8] aangetroffen.27

Uit berichten tussen [betrokkene 11] en [betrokkene 12] op 2 december 2016 tussen 01:55 uur en 02:37 uur volgt dat [betrokkene 11] kan checken waar de ‘anabole hond’ is als hij zijn wekker zet rond 11, 12 uur.28 De rechtbank houdt het ervoor dat daarmee [betrokkene 8] wordt bedoeld.

4.5.3.5 Periode van 2 en 3 december 2016

Op 2 december 2016 is er intensief berichtenverkeer tussen [betrokkene 11] en [betrokkene 12] . Om 11:04 uur zoekt [betrokkene 12] contact met [betrokkene 11] om te vragen of [betrokkene 8] al bewogen heeft. Even later krijgt [betrokkene 11] ook het PGP-adres van [medeverdachte 16] om rechtstreeks met hem contact te hebben. Om 12:26 uur vraagt [betrokkene 12] [betrokkene 11] naar bivakmutsen en handschoenen. [betrokkene 11] laat weten dat de bivakmutsen weg waren omdat Mexx ze bij iemand had achtergelaten.29 Uit de volgende berichten leidt de rechtbank af dat het de bedoeling was om [betrokkene 8] op 2 december 2016 te liquideren.30

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

12:54

[betrokkene 12]

[betrokkene 11]

Oke top sir u weet actiedag vandaag dus moeten alles snel en tiptop regelen.

15:57

[betrokkene 12]

[betrokkene 11]

Geen probleem. Heb je gekeken ofdat die hond bewogen is, zo niet dan ga snelweg op sir. Wil vandaag een whoop whoop te horen krijgen

Het PGP-toestel van [medeverdachte 2] straalt op diezelfde dag aan het einde van de middag (om 17:01 en 17:53 uur) zendmasten aan in Landsmeer.31 Daar wordt door politieambtenaren omstreeks 18:50 uur gezien dat een BMW met kenteken [kenteken] , een grijze Renault Clio met een kenteken beginnend met [kenteken] en een zwarte Volkswagen Transporter uit een garagebox aan het adres [adres] rijden. Gezien is dat de BMW en de Renault Clio op de toerit naar de A10 links in de richting van Coenplein rijden.32 Uit ARS-gegevens blijkt dat een Renault Clio met kenteken [kenteken] om 19:53 uur op korte afstand van deze BMW op de A16 rijdt.33 De Renault Clio met kenteken [kenteken] is door ARS gesignaleerd om 21:46 uur op de kruising van de Adriaan Volkerweg en de Olympiaweg te Rotterdam . De BMW met kenteken [kenteken] is door ARS om 22:16 uur gesignaleerd op de Klein Nieuwland en om 22:18 uur op het Kreekhuizerplein , allebei te Rotterdam .34

Het PGP-toestel van [medeverdachte 2] straalt tussen 20:58 uur en 21:24 uur zendmasten aan gelegen aan de Veerlaan, de Veerhaven en het Stationsplein te Rotterdam.35 Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat deze Renault Clio dezelfde is als de Renault Clio die in Landsmeer met de BMW uit de garagebox is gereden en dat [medeverdachte 2] betrokken is geweest bij de beweging van deze auto’s vanuit Landsmeer naar Rotterdam. In de tussentijd – om 19:13 uur – heeft [betrokkene 11] een bericht aan [betrokkene 12] gestuurd: ‘Rij net langs zijn huis fiets van hem staat hier’.36

Om 22:24 uur wordt Baken 2 – eveneens op 10 mei 2017 aangetroffen op het verblijfadres van [verdachte] – actief en straalt een zendmast aan op De Laagjes te Rotterdam. Het daarbij behorende bakentoestel 2 straalt dan de zendmast gelegen aan de Pythagorasweg 5 in Rotterdam aan. Ook het telefoonnummer van [betrokkene 8] straalt deze zendmast aan en om 22:56 uur doet het PGP-toestel van [betrokkene 11] dat ook.37 De rechtbank leidt hieruit af dat [betrokkene 8] op dat moment het bakentoestel bij zich heeft. Op Baken 2 en bakentoestel 2 – allebei op 10 mei 2017 aangetroffen op het verblijfadres van [verdachte] – zijn dactyloscopische sporen en DNA van [medeverdachte 2] aangetroffen.38

Ondertussen wisselen [betrokkene 11] en [betrokkene 12] de volgende chats.39

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

22:44

[betrokkene 11]

[betrokkene 12]

Ik ben de straat van hond

22:50

[betrokkene 11]

[betrokkene 12]

Ik zag hem net staan auto stond geparkeert maar ik kan daar niet staan is een richtingsweg kleine smale straat en jongens stonden bij zijn auto ik maak blokje weg is tie en die track tript weer hij geeft deze straat aan weer

22:52

[betrokkene 12]

[betrokkene 11]

Pfffff text die sweep of denhaag sir

Het PGP-toestel van [medeverdachte 2] beweegt om 00:24 uur van Rotterdam richting Gouda.40 Het telefoonnummer van [betrokkene 8] en bakentoestel 2 bewegen (respectievelijk om 00:28 uur en 01:36 uur) in dezelfde richting naar de Kleiweg in Rotterdam, terwijl van Baken 2 geen zendmastgegevens meer worden geregistreerd. Het baken lijkt dus niet (meer) te functioneren.41 Het PGP-toestel van [medeverdachte 2] straalt om 08:39 uur een zendmast aan in Utrecht.42 De BMW is door ARS gesignaleerd om 05:05 uur op het Kreekhuizerplein en om 05:06 uur op de Klein Nieuwland en de kruising van de Adriaan Volkerweg en de Olympiaweg, steeds in Rotterdam. Bakentoestel 2 straalt om 05:12 uur de zendmast Hogeweide A2 in Utrecht aan en bakentoestel 1 om 05:29 uur de zendmast Amsterdamsestraatweg 441 in Utrecht.43

De rechtbank kan niet vaststellen dat [verdachte] in de avond van 2 december 2016 en de daaropvolgende nacht met [betrokkene 11] of [medeverdachte 2] is geweest. Zijn telefoon straalt om 19:19 uur een zendmast in Utrecht aan, om 20:19 uur een zendmast in Bodegraven en om 20:50 uur en 21:16 uur de zendmast Millinxstraat 33 in Rotterdam. Om 21:16 uur, 21:59 uur en 22:00 uur straalt zijn telefoon de zendmast Sint-Andriesstraat 300 in Rotterdam aan en vanaf 00:46 uur tot 05:01 uur blijft zijn telefoon deze zendmast regelmatig aanstralen. Tussen 03:08 uur en 03:11 uur straalt zijn telefoon ook enige malen de zendmast Millinxstraat 33 in Rotterdam aan. Het laatste contact in Rotterdam is om 05:01 uur op de zendmast Sint-Andriesstraat 300 en vanaf 06:01 uur straalt zijn telefoon zendmasten in Utrecht aan.44

4.5.3.6 3 december 2016

Uit de PGP-berichten in de nacht/ochtend van 3 december 2016 tussen [betrokkene 11] en MarsMelow ( [medeverdachte 14] ) en tussen [betrokkene 11] en Zwarte Joop ( [medeverdachte 5] ) blijkt dat Baken 2 niet naar behoren werkt en wordt vervangen.45 Uit berichten vanaf 09:44 uur blijkt dat een nieuw baken is geplaatst. [betrokkene 12] stuurt de gebruiksaanwijzing (afkomstig uit een doorstuurbericht) van [medeverdachte 5] door aan [betrokkene 11] . 46 Uit onderstaande berichtenwisseling – waarin met ‘Sir’, ‘ENEMY FOR MOTHERFUCKERS’, ‘P’ en ‘Patt’ naar het oordeel van de rechtbank [medeverdachte 16] wordt bedoeld – leidt de rechtbank af dat ook [medeverdachte 16] zich actief bemoeit met de bakens.47

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

12:41

[medeverdachte 5]

[betrokkene 11]

Sir zegt dat u ook 2x nieuwe tracks heb in bezit???

12:44

[betrokkene 11]

[medeverdachte 5]

Ik heb 1 hier die 1tje is gistern kapot weggegooid simkaar kapot alles moest gisteren

12:50

[medeverdachte 5]

[betrokkene 11]

FW: ENEMY FOR MOTHERFUCKERS 1 [12/03/2016 @ 12:48 pm]

Ja dus 1nieuwe heeft ie ja 1kapot klopt die is weg dus 4stuks

12:50

[medeverdachte 5]

[betrokkene 11]

Dus 1 is stuk en dan heeft u nog 1 nieuwe zegt sir????

12:51

[betrokkene 11]

[medeverdachte 5]

Ik heb hhier twee tracks sir 1tje is kapot

12:52

[betrokkene 12]

[betrokkene 11]

Je moet beter leren uitleggen want zo krijg je 2 mensen die straks pissig zijn op jou ik en P. Dus beter uitleggen sir

12:53

[betrokkene 12]

[betrokkene 11]

Ja die was nog nieuwe man, wat bezield jou, hoe kan je die weggooien zonder te overleggen met mij of met P

12:55

[betrokkene 11]

[betrokkene 12]

P zegt tegen mij rij snelweg op gooi die track kapot dachte actie zou gebeuren moest ook meteen weg maar is geen actie gebeurrt

13:01

[betrokkene 11]

[betrokkene 12]

Ik ga zoizo niet te slapen sir gisteren die man alstie naar huis was gegaan wastie weg die track deed het niet meer heb hem nog opgespoord alles waar die hond was zharr gelijk die track erafgehaald

13:25

[betrokkene 11]

[betrokkene 12]

Sir ik geef gisteren aan batt is bijna leeg en dat ik baan op ga ik moest nog ff die fimpje kijken kon ik gaan ik ga ik zie auto daar voor de deur maar ik krijg geen kans om track te verwissel of eraf te halen batt valt uit die man is spoorloos ik vind hem op adres in de nacht patt vraagt hoelang is van daar naar zijn adres ik zeg 12 km pat zegt als hij gaat bewegen dan gelijk weggg track weggooien snelweg op gaan wij dachten dat hij naar huis is gegaan hij is dus niet naar huis gegaan wachten hele tijd niks toen moest nieuwe track eronder maar die track doet niet dus sir dit is percies hoe is gegaan gisteren en waarom sir kunnen tracks niet gwn start klaar worden afgeleverd nu moet ik weer na die man van denhaag snapt u sir

Bovendien schrijft [betrokkene 11] in zijn berichten over de bakens dat hij samen was met [medeverdachte 2] .48

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

13:55

[betrokkene 11]

[betrokkene 12]

Ik ga naar denhaag wollah Mexx was erbij heb ik ook tegen joop gezegt is zijn eigen ding wollah hij was 1 uur bezig om aan te krijgen allemaal codes en shitt is nog wel zijn ding

21:20

[betrokkene 11]

[betrokkene 12]

Nee joh wat stond niet sir we zijn drie kwartier bezig mexx is naats mij getuigen

Baken 3 – door de politie aangetroffen onder de auto van [betrokkene 8] – wordt actief in Gouda om 19:21 uur. Het PGP-toestel van [medeverdachte 2] straalt vanaf 19:40 uur zendmasten aan in Gouda. Baken 3, bakentoestel 3 en het telefoonnummer van [betrokkene 8] stralen later die dag zendmasten aan in de directe woonomgeving van [betrokkene 8] .49 De simkaarthouder behorende bij het nummer van Baken 3 is op 10 mei 2017 aangetroffen in de woning van [verdachte] .50

4.5.3.7 Periode van 4 en 5 december 2016

Om 16:55 uur straalt bakentoestel 3 een zendmast in Woerden aan en om 17:39 uur een zendmast in de directe woonomgeving van [betrokkene 8] .51 Vanaf 19:58 uur bewegen Baken 3 en bakentoestel 3 in de richting van het centrum van Rotterdam.52 Het telefoontoestel van [verdachte] straalt die avond voor het laatst om 22:06 uur een zendmast aan in Utrecht en vervolgens de volgende ochtend om 06:17 uur weer.53

Omstreeks middernacht vindt de melding van de inbraak plaats waarbij [betrokkene 8] zegt te zijn beschoten, zoals hiervoor verwoord in de inleiding. Door de politie is Baken 3 onder de auto van [betrokkene 8] aangetroffen. Onderzoek heeft uitgewezen dat bakentoestel 3, waarin een simkaart zat waarvan de simkaarthouder is aangetroffen bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] , bij dit baken hoort.54

Omstreeks 00:12 uur wordt de BMW brandend aangetroffen op de Prinsendijk in Rotterdam. De Renault Clio is om 00:19 uur en 00:20 uur rijdend gesignaleerd door ARS op de Adriaan Volkerweg in Rotterdam. De eerstvolgende signalering van deze Renault Clio is om 19:35 uur op de Adriaan Volkerweg in Rotterdam, om 19:38 uur op de A16, om 20:38 uur (blijkens een bekeuring) in Utrecht en om 21:18 uur op de Ringweg Noord/A10 in Amsterdam.55

4.5.4

Oordeel van de rechtbank

4.5.4.1 Poging tot moord?

[betrokkene 8] zegt te zijn beschoten, maar hij heeft meerdere verklaringen afgelegd die niet helemaal eensluidend zijn. Hij heeft direct toen de politie ter plaatse kwam verklaard dat hij even terug liep naar zijn auto, toen hij die BMW zag. Hij stopte en zag twee schimmen uitstappen. Toen hoorde hij ‘tak tak tak’. Ze schoten met een Kalasjnikov, hij herkende het geluid. Hij zegt dat hij heel hard is gaan rennen en toen bij de woning naar binnen is gegaan. De ruit heeft hij kapotgemaakt.56 In de ambulance zegt hij tegen de meerijdende politieambtenaar dat hij voor zijn woning een zwarte BMW 335 zag staan en wist dat het foute boel was. Hij zegt dat hij twee mannen zag uitstappen met bivakmutsen, dat hij meteen is gaan rennen en vluchten en dat hij tijdens het vluchten pistoolschoten hoorde. Hij zegt dat hij bleef rennen, op een gegeven moment ten val is geraakt en op dat moment heel erg bang was dat ze hem dood zouden schieten. Toen hij op wilde staan draaide hij zich kort om, om te kijken of de mannen nog achter hem aan zaten. Met een stoel heeft hij de ruit ingeslagen en in die woning heeft hij zich verschanst in een kamer boven.57 Als [betrokkene 8] dezelfde dag als verdachte wordt gehoord zegt hij dat hij op het moment van rennen “politie, politie” schreeuwde en ‘paf’ hoorde. Ook verklaart hij dat een van de twee mannen iets zwarts in zijn handen had en dat hij denkt dat het een handvuurwapen was, maar dat hij het niet goed heeft gezien.58 Op 12 januari 2017 doet hij aangifte van poging tot doodslag/moord.59 Op 1 september 2021 is [betrokkene 8] als getuige gehoord door de rechter-commissaris, maar toen heeft hij zich op zijn verschoningsrecht beroepen.

[betrokkene 8] is in de woning waar hij was binnengedrongen door de politie bloedend aangetroffen. Hij had op dat moment zijn shirt uit, omdat hij wilde controleren of hij geraakt was. De verwonding aan zijn hoofd is bekeken, maar de politie constateert dat dit een snijverwonding is als gevolg van het springen door het raam en dat hij geen verdere verwondingen heeft.60 Een BMW als die waar [betrokkene 8] over heeft verklaard is 10 minuten later brandend aangetroffen.61 Dit is dezelfde BMW die (zie hoofdstuk 4.5.3.5 Periode van 2 en 3 december 2016) op 2 december 2016 in Landsmeer door de politie is gezien terwijl deze uit de loods reed waar op 7 en 8 februari 2017 een doorzoeking is gedaan. Daarbij is een grote hoeveelheid gestolen auto’s, kentekenplaten en andere goederen aangetroffen die gerelateerd zijn aan door de organisatie van [medeverdachte 16] gepleegde moorden of pogingen daartoe. Bij de bespreking van de criminele organisatie zal hier nader op worden ingegaan.

De politie heeft een buurtonderzoek gedaan en meerdere mensen gesproken, maar niemand heeft gezien of gehoord dat er geschoten is of dat iemand met een vuurwapen op straat liep. Enkele getuigen hebben rond de tijd dat [betrokkene 8] zegt te zijn beschoten een dan wel twee knallen gehoord, maar de rechtbank kan niet vaststellen of dit van een vuurwapen is geweest of dat het geluid afkomstig was van bijvoorbeeld het slaan tegen de ruit kort voor het naar binnen vluchten in de woning. Dat [betrokkene 8] in paniek deze woning in is gevlucht en heeft gevraagd om de politie te bellen staat voor de rechtbank vast. Dat hij ervan overtuigd is dat hij is beschoten wil de rechtbank ook aannemen, maar onderzoek ter plaatse heeft niet geleid tot de vondst van een huls of een kogelinslag. Dat er daadwerkelijk geschoten is acht de rechtbank op grond van het bovenstaande niet bewezen. Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan de rechtbank evenmin afleiden dat de man (of mannen) die uit de BMW zou(den) zijn gestapt achter [betrokkene 8] is (of zijn) aangerend. [betrokkene 8] verklaart dit zelf niet – hij heeft het alleen over mannen met bivakmutsen die uitstappen – en ook de gehoorde getuigen verklaren dit niet.

Ook andere feitelijkheden die kunnen wijzen op een begin van uitvoering van een liquidatie, zoals het uitstappen van mannen met bivakmutsen, kan de rechtbank niet vaststellen. De verklaring van [betrokkene 8] wordt op dit punt namelijk niet ondersteund door ander bewijs. De rechtbank kan evenmin vaststellen dat de BMW met hoge snelheid is weggereden. Er is alleen één getuige die verklaart over een auto die met snelle vaart reed.62 De rechtbank realiseert zich dat de – wel uit de bewijsmiddelen volgende maar niet ten laste gelegde – omstandigheid dat de BMW kort nadat [betrokkene 8] de woning is binnengedrongen brandend is aangetroffen past bij een poging tot liquidatie, omdat dit een gebruikelijke werkwijze is om sporen uit te wissen. Maar voor een poging tot liquidatie is dus geen bewijs. Nu – als gezegd – de ten laste gelegde handelingen die een dergelijke conclusie kunnen dragen niet bewezen zijn, dient vrijspraak te volgen. Dit leidt ertoe dat [medeverdachte 16] , [medeverdachte 2] en [verdachte] worden vrijgesproken van het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 8] en dat [medeverdachte 2] en [verdachte] eveneens worden vrijgesproken van medeplichtigheid daaraan.

4.5.4.2 Slotoverweging

De rechtbank heeft er – ondanks de vrijspraak – voor gekozen om de bewijsmiddelen in het zaaksdossier Plato uitgebreid in dit vonnis op te nemen, omdat deze van belang zijn bij de later in dit vonnis te bespreken verdenking van deelname aan een criminele organisatie. Het Openbaar Ministerie heeft ervoor gekozen om geen voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 8] (subsidiair) ten laste te leggen, maar uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt voor de rechtbank zonneklaar dat in ieder geval [betrokkene 11] en [betrokkene 12] – die beiden thans niet terechtstaan – zich daarmee hebben beziggehouden. Zij zijn immers sinds eind november 2016 dagelijks bezig geweest met het plaatsen van maar liefst drie bakens onder de auto van [betrokkene 8] en het in kaart brengen van zijn bewegingen met als doel om hem te (laten) liquideren.

Hoewel de bakens, telefoons en simkaarten die in deze zaak van belang zijn, zijn aangetroffen in de woning van [verdachte] , kan uit de bewijsmiddelen – anders dan bij [medeverdachte 16] en [medeverdachte 2] – geen strafbare betrokkenheid bij de voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 8] worden vastgesteld. Niettemin zijn de overwegingen in dit zaaksdossier in het licht van de hem verweten deelname aan genoemde criminele organisatie ook in zijn zaak van belang.

4.6

Zaaksdossier Roos/Doorn

4.6.1

Inleiding

Het zaaksdossier Roos/Doorn betreft het onderzoek naar de gewelddadige dood van [slachtoffer 7] (hierna: [slachtoffer 1] ) op 12 januari 2017 te Utrecht (onderzoek Roos) en een incident op 14 januari 2017 waarbij twee personen, die mogelijk een moord wilden plegen op [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ), na een achtervolging zijn aangehouden (onderzoek Doorn). [verdachte] wordt beschuldigd van betrokkenheid bij beide zaken.

4.6.2

Standpunten

Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat medeplichtigheid aan moord op [slachtoffer 1] bewezen verklaard kan worden, evenals medeplichtigheid aan voorbereiding van moord op [betrokkene 1] .

De verdediging bepleit dat [verdachte] moet worden vrijgesproken.

4.6.3

Feiten en omstandigheden

4.6.3.1 Telefoonnummers

In dit zaaksdossier komen verschillende telefoonnummers voor, die in het dossier respectievelijk aan [betrokkene 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] worden toegeschreven. De rechtbank merkt daarover het volgende op.

Het telefoonnummer 31684944927 was in gebruik bij [betrokkene 1] .63

Het telefoonnummer 31618654112 was in gebruik bij [verdachte] .64 [verdachte] heeft op de terechtzitting van 23 november 2022 echter verklaard dat hij de telefoon met dit nummer vaak uitleende aan [betrokkene 11] . Vaak was dat op een moment dat [verdachte] en [betrokkene 11] thuis waren, maar [betrokkene 11] ging ook wel eens één à anderhalf uur weg met de telefoon, aldus [verdachte] . De rechtbank gaat aan deze verklaring van [verdachte] voorbij. De reden daarvoor is dat [verdachte] deze stelling pas in een zeer laat stadium van de procedure heeft ingenomen, terwijl hij eerder heeft verklaard dat hij de enige gebruiker was van deze telefoon.65 Verder heeft de rechtbank in het dossier ook geen aanwijzingen gevonden dat een ander deze telefoon ook gebruikte.

Een verbalisant heeft een stemvergelijking uitgevoerd op basis van tapgesprekken. Op grond daarvan concludeert deze dat het telefoonnummer 31685721705 werd gebruikt door dezelfde persoon als het telefoonnummer 31618654112, dus door [verdachte] .66 [verdachte] bestrijdt bij pleidooi dat hij het telefoonnummer 31685721705 op 12 januari 2017 in bezit heeft gehad. Hij heeft dit laatstgenoemde telefoonnummer mogelijk wel later in gebruik gehad, toen de telefoon met het nummer 31618654112 was stukgevallen en hij een telefoon uit de kast had gepakt zonder te weten waarvoor deze eerder was gebruikt. De rechtbank verwerpt dit scenario van [verdachte] . Uit het dossier volgt immers dat [verdachte] het telefoonnummer 31618654112 is blijven gebruiken, bijvoorbeeld in een gesprek met zijn moeder op 14 april 2017.67 Dat is niet te rijmen met zijn stelling dat de telefoon was stukgevallen. [verdachte] wijst er nog op dat het telefoonnummer 31685721705 contact heeft met het telefoonnummer 31685672768, terwijl in het dossier dat telefoonnummer ook aan [verdachte] wordt toegeschreven. Uit een proces-verbaal68 blijkt echter dat zowel [verdachte] als zijn moeder dat laatste telefoonnummer gebruiken. Daarbij past ook dat dat telefoonnummer in de administratie van [verdachte] voorkomt als ‘mamie2’.69 De rechtbank concludeert dat het telefoonnummer 31685721705 (ook) in gebruik was bij [verdachte] .

Het telefoonnummer 31619156941 was in gebruik bij [medeverdachte 2] .70

Het telefoonnummer 31687747649 wordt in het dossier in verband gebracht met [medeverdachte 2] ,71 maar de aanwijzingen dat [medeverdachte 2] dit telefoonnummer zou gebruiken – vijf contacten van [medeverdachte 2] zijn ook een contact van dit telefoonnummer en de telefoonnummers 31619156941 en 31687747649 stralen vaak bij elkaar in de buurt aan – acht de rechtbank onvoldoende concreet om daarvan uit te gaan, temeer omdat beide telefoonnummers zich soms los van elkaar verplaatsen. Reeds daarom schrijft de rechtbank het telefoonnummer 31687747649 niet toe aan [medeverdachte 2] .

4.6.3.2 Auto’s regelen

[medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 8] hem in december (de rechtbank begrijpt: 2016) vroeg of hij auto’s kon regelen. [medeverdachte 1] vroeg dat vervolgens aan [betrokkene 13] (hierna: [betrokkene 13] ) en kreeg van hem een lijstje van auto’s die geleverd konden worden. Hij stuurde dat lijstje door naar [medeverdachte 8] , die het weer doorstuurde naar [medeverdachte 16] . Er kwam respons op dat ze vier auto’s wilden hebben, waaronder een Audi A5 en een Audi Q5. Het verzoek was afkomstig van [medeverdachte 16] . [medeverdachte 1] weet dat [medeverdachte 16] de opdracht gaf omdat het een doorstuurbericht betrof.72 De werkwijze was volgens [medeverdachte 1] dat de dieven een afspraak maakten met de persoon die een auto aanbood op internet en vervolgens ’s nachts de auto stalen.73 Op het moment dat [medeverdachte 1] het verzoek van [medeverdachte 8] kreeg om auto’s te regelen, wist hij al dat de auto’s voor liquidaties en observaties gebruikt zouden worden, zo verklaart hij.74

De verklaring van [medeverdachte 1] wordt bevestigd door [betrokkene 13] . Hij verklaart dat hij een Audi Q5 en een Audi A5 heeft geleverd aan [medeverdachte 1] , die hij herkent als hem een foto wordt getoond van [medeverdachte 1] . Hij denkt dat hij de Audi Q5 na nieuwjaarsdag heeft geleverd. De Audi Q5 was zwart van kleur.75

[medeverdachte 1] verklaart verder dat hij aan [medeverdachte 8] doorgaf dat er nieuwe kentekenplaten op de Audi A5 moesten worden gezet. [medeverdachte 8] stuurde dat door naar [medeverdachte 16] , die zei: kies maar wat platen uit, we gaan ze drukken. Voor de Audi A5 vond [medeverdachte 1] een kenteken van een soortgelijke auto op internet.76 [medeverdachte 1] verwijderde de originele kentekenplaten van de Audi A5 en gooide deze bij de bankjes aan de Lauwerecht in de Vecht.77 [medeverdachte 1] heeft de Audi Q5 en de Audi A5 afgeleverd door ze op de Chilidreef te parkeren.78

Het onderzoek levert bevestiging op van dit deel van de verklaring van [medeverdachte 1] . Op 11 juli 2017 worden ter hoogte van het zitplateau aan de Lauwerecht in de Vecht twee kentekenplaten opgedoken met het kenteken [kenteken] .79 Dit kenteken past bij een Audi A5 die tussen 3 en 5 januari 2017 is gestolen.80

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat [medeverdachte 1] op verzoek van [medeverdachte 8] voor [medeverdachte 16] twee gestolen auto’s aanschaft en deze met valse kentekenplaten aflevert aan de organisatie van [medeverdachte 16] .

4.6.3.3 [betrokkene 1] invalide maken

[medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 7] hem ongeveer tien dagen voor de liquidatie (de rechtbank begrijpt: van [slachtoffer 1] ) een bericht van [medeverdachte 16] liet zien over ‘Imo’, waarin stond: ‘we gaan hem gehandicapt maken. Dat hij nooit meer kan lopen’. Volgens [medeverdachte 1] had Imo blijkbaar geroddeld.81

Op 2 januari 2017 stuurt [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] onder meer de volgende berichten.82

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

14:34

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Broertje zo een jongen werkte by malabata vroeger, imo kent u die?

14:41

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ja broertje die kk hond geeft info, wat die hoort en ziet, aan die [betrokkene 3] en piet. hy zei dat [betrokkene 3] op een lyst staat etc! Ok top

14:45

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok vieze hoerenkind even invalide maken

komt ie vaak by u?

14:49

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok broertje dank u

14:51

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Dank zeer broertje

14:54

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok even invalide maken beter voor hem kk gasten info honden

De antwoorden van [medeverdachte 7] ontbreken, maar hij heeft wel verklaard dat hij een verzoek kreeg om uit te kijken naar [betrokkene 1] , die Imo wordt genoemd. Imo zou een pak slaag krijgen. [medeverdachte 7] vertelde dat aan [medeverdachte 1] , zo verklaart hij.83

De rechtbank stelt op basis van het bovenstaande vast dat [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] vraagt om naar [betrokkene 1] uit te kijken. [betrokkene 1] moet volgens [medeverdachte 16] invalide gemaakt worden.

4.6.3.4 [betrokkene 1] naar de hel sturen

[medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 7] hem een bericht van [medeverdachte 16] liet zien waarin deze over Imo zei: ‘Ik ga hem naar de hel sturen, hahaha’. Dat was een of twee dagen na het bericht dat [medeverdachte 16] Imo gehandicapt ging maken.84 Imo hing vaak in lounges. Aan [medeverdachte 1] werd toen twee keer gevraagd: kun je even kijken of hij daar binnen is? Hij zag Imo echter niet.85

De verklaring van [medeverdachte 1] wordt grotendeels bevestigd in een bericht van 5 januari 2017 van [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] met de volgende inhoud.86

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

21:28

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hahaha telepathie heb alles al van hem broertje die gaat snel na hell hahahaha

[medeverdachte 7] verklaart dat [medeverdachte 1] naar [betrokkene 1] op zoek ging. [medeverdachte 1] gaf de gegevens door aan [medeverdachte 7] , die deze weer doorgaf aan de verzoeker, aldus [medeverdachte 7] .87

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 16] enkele dagen na het bericht dat [betrokkene 1] invalide gemaakt moest worden, aan [medeverdachte 7] meldt dat hij [betrokkene 1] naar de hel zal sturen. Mede gelet op de vaststellingen die de rechtbank hierna doet, gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 16] daarmee bedoelt dat hij [betrokkene 1] zal laten vermoorden.

4.6.3.5 7 januari 2017

Op 7 januari 2017 sturen [medeverdachte 16] en [medeverdachte 1] onder meer de volgende berichten naar [medeverdachte 7] .88

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

22:02:48

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

bell [01/07/2017 @ 10:53 pm] Salaam sir, die track heeft een storing ik denk door de kou sir maar die hond is in pacha nu sir ze fiets staat daar voor de deur, kunt u niet achter komen waar die binnen zit sir en wat die aan heeft zodat we de juiste man kunnen filmen.

22:02:58

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Salam broertje alles goed die imo is daar iemand nu

22:07

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Dank u broertje

22:08

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ok bro nu of mag het met 20min?

22:12

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ok bro

22:15

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok sir en zeg wat ie aanheeft dan laat ik hem opnemen dan weten we zeker zit

22:18

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok dank u broertje

22:25

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

volgens mij zit ie hier bro met zwart witte dsquared pet audi van z'n broertje staat ook voor de deur als dat hem is kan niet dichtbij komen is vol

22:26

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

[betrokkene 14] zit ook aan die tafel die zie ik wel en tegenover hem zit denk ik die Imo ga je zo bevestigen

22:27

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Nee Pasha bro

22:30

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ga je zo bevestigen kan niet bij die tafel komen hij zit achterin met rug na me toe...

22:38

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Zwarte jas zwart pet met witte grote letters op z'n pet van dsquared hij is de enige er mee hij zit met [betrokkene 14]

22:39

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Imo is toch die broer van die dikke die bij ons komt van die audi a3 toch die graag grappig doet?

22:41

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ok bro hij is hier binnen je weet welke squared pet hij draagt toch?

22:43:07

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Achter rechts

22:43:57

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Zwarte pet met witte letters rondom van dsquared

22:44:47

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Klaar bro?

22:46

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ok ga hier met 5min wG dan stuur ik je kenteken

22:51

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

[kenteken] dat is hem volgens mij staat geen andere hij staat precies op de hoek geparkeerd van die eet tent hij staat op de stoep als je deur uitloopt rechts

23:01

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ok bro hell vandaag?

De werkelijke tijdstippen van de hierboven genoemde berichten zijn één uur later dan de in de linker kolom vermelde tijd.89

Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat een zekere ‘bell’ (hierna: Bell) aan [medeverdachte 16] meldt dat de tracker (de rechtbank neemt aan: de tracker die is bevestigd onder de auto van [betrokkene 1] ) storing heeft, maar dat [betrokkene 1] zich in Le Pacha bevindt, want zijn auto staat voor de deur. Bell wil weten waar [betrokkene 1] zit en wat hij aanheeft, zodat ze hem kunnen filmen. [medeverdachte 16] stuurt dat bericht om 23:02 uur door naar [medeverdachte 7] en vraagt hem of er iemand in Le Pacha is. Berichten van [medeverdachte 7] ontbreken, maar uit [medeverdachte 16] ’s opmerking ‘Dank u broertje’ maakt de rechtbank op dat [medeverdachte 7] reageert. Dat wordt ook bevestigd door de berichten van [medeverdachte 1] , waaruit volgt dat hij een verzoek van [medeverdachte 7] heeft gekregen en vervolgens naar Le Pacha gaat. [medeverdachte 7] meldt dat kennelijk aan [medeverdachte 16] , gelet op diens opmerking ‘Ok sir en zeg wat ie aanheeft dan laat ik hem opnemen dan weten we zeker zit’. [medeverdachte 1] meldt [medeverdachte 7] vervolgens waar [betrokkene 1] zit en welke kleding deze draagt. De rechtbank concludeert dat [medeverdachte 7] het verzoek van [medeverdachte 16] doorgeeft aan [medeverdachte 1] en dat deze de gevraagde informatie aan [medeverdachte 7] verstrekt.

Aanstralen zendmasten

De telefoon met het telefoonnummer dat bij [betrokkene 1] in gebruik is straalt op de avond van 7 januari 2017 om 22:58 uur en om 23:06 uur een zendmast aan in de directe omgeving van Le Pacha. De telefoons die in gebruik zijn bij [verdachte] en [medeverdachte 2] stralen die avond (respectievelijk om 22:44 uur en 23:11 uur) een zendmast aan op vijfhonderd meter van Le Pacha.90 Dat is omstreeks de tijdsaanduiding (10:53 pm) die vermeld staat in het doorgestuurde bericht van Bell over de aanwezigheid van [betrokkene 1] in Le Pacha.

4.6.3.6 8 januari 2017

Foto maken

[medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] vroeg om een foto van Imo te maken in de Platinum Lounge en dat [medeverdachte 7] dat weer aan [medeverdachte 1] vroeg. [medeverdachte 1] sprak met [medeverdachte 7] af dat hij foto’s zou maken en die naar [medeverdachte 8] zou doorsturen. [medeverdachte 8] zou ze dan doorsturen naar [medeverdachte 16] , die ze weer zou doorsturen naar de heads. [medeverdachte 1] probeerde een foto te maken met zijn Sky-telefoon, maar dat lukte niet. Met zijn iPhone maakte [medeverdachte 1] vervolgens foto’s van Imo en die stuurde hij door naar [medeverdachte 8] , met het verzoek ze door te sturen naar [medeverdachte 16] . [medeverdachte 8] wist echter nergens van. Hij zei: ‘wie is die man? Die ken ik niet’. Hij stuurde de foto’s uiteindelijk wel door.91 [medeverdachte 1] vroeg aan [medeverdachte 8] of de foto’s goed waren. [medeverdachte 8] vroeg dat weer aan [medeverdachte 16] , die zei: ‘ja, het is goed, top’, aldus [medeverdachte 1] .92

In een onder [medeverdachte 1] inbeslaggenomen iPhone is een foto aangetroffen waarop [betrokkene 1] te zien is. Bij deze foto staat als informatie: ‘Created 8-1-2017 03:26:25’. De GPS-locatie die is opgeslagen in de iPhone is die nacht tussen 00:00 en 03:45 uur gelegen op enkele meters afstand van de Platinum Lounge.93

Op 8 januari 2017 worden de volgende berichten verstuurd tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] , [medeverdachte 16] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] .94 Hoewel in twee hieronder opgenomen berichten geen tijdstip en verzender, en in één geval ook geen ontvanger, vermeld staan, stelt de rechtbank op grond van de inhoud ervan vast dat het een lopende berichtenwisseling is tussen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] .

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

00:57:13

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

HIJ Is hier

00:57:15

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Lounge

00:59

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ja bro

01:00

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ga zo probere foto te maken

01:02

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ja aub sir maak foto voor zeker heid

01:04

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ok bro

01:10

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok dank u broertje

01:12

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ja ben bezig hij zit alleen donkere kant waar precies geen licht is dus ga me best doen

01:14

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ja ga ik doen

01:37

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ben bezig maak ze met m'n iphone die andere pakt hem slecht

01:39

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

lphone maakt goeie foto's dan maak ik ze met m'n BlackBerry van de iphone foto's overnemen komt goed

02:28

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Heb kar foto’s gestuurd

02:30

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Verifieer of ze goed zijn anders maak ik nieuwe

02:33

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Vertel kar even na wie ze die moet doorsturen

02:36

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 7]

Salam wie is IMO van de foto die net N naar mijn stuurde ???

02:38

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 7]

Maar dat is geen [betrokkene 3] uit amsfoord

-------Original Message-------

From: Panter new

To: Selftest

Subject: Re:

Sent: Jan 8, 2017 3:37 AM

Die kleine had die foto's nodig van hem broer

-------Origineel bericht-------

Van: Real

Aan: Selftest

Onderwerp:

Verzonden: 8 Jan 2017 03:36

Salam wie is IMO van de foto die net N naar mijn stuurde ???

02:40

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 7]

Is dat die Piwi ???

(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 7] )

[medeverdachte 8]

Nee iemand anders hij vroeg om hem deze komt uit overvecht

-----Origineel bericht------

Van: Real

Aan: Selftest

Onderwerp:

Verzonden: 8 Jan 2017 03:40

Is dat die piwi ???

02:42

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 7]

Oke wie is hij dan???

(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 7] )

(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 8] )

Deze jongen werkte vroeger bij malabata cofeeshop hij speelde info door na wat mensen hij zei tegen hun dat [betrokkene 3] amersfoort op lijst staat enzo hij is marokaans

-----Origineel bericht------

Van: Real

Aan: Selftest

Onderwerp:

Verzonden: 8 Jan 2017 03:42

Oke wie is hij Dan ???

02:49

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 7]

Oke

02:56

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok dank u sir

02:56

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Dank u broertje

De werkelijke tijdstippen van de hierboven genoemde berichten zijn één uur later dan de in de linker kolom vermelde tijd.95

[medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 16] de bijnaam ‘kleine’ heeft.96

De rechtbank stelt vast dat deze berichten de verklaring van [medeverdachte 1] bevestigen dat hij na overleg met [medeverdachte 7] , die weer overlegt met [medeverdachte 16] , foto’s maakt van [betrokkene 1] voor de heads. [medeverdachte 1] stuurt die foto’s vervolgens naar [medeverdachte 8] , die ze doorstuurt naar [medeverdachte 16] .

Aanstralen zendmasten

In de nacht van 8 januari 2017 stralen de telefoons van [verdachte] (om 01:54 uur) en [medeverdachte 1] (om 02:00 uur) dezelfde zendmast aan, gelegen op de Perudreef 8 te Utrecht, in de directe omgeving van de Platinum Lounge.97

4.6.3.7 Avond van 9 januari 2017 en nacht van 9 op 10 januari 2017

Op 9 januari 2017 stuurt [medeverdachte 16] de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .98

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

19:49

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

bell [01/09/2017 @ 8:45 pm] Sir hond is thuis nog,hele dag niet bewogen ook sir, fietsen plaatsen alsnog sir of nog even wachten sir?

19:53

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hele dag zyn auto niet bewogen.

19:58

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok broertje top alles staat klaar gewoon

20:04

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Dank u broertje dan laat ik heads erop afgaan

Die avond straalt een Haifan T6-baken (IMEI-nummer 864768010761767 met telefoonnummer 31612639581) om 20:47 uur de zendmast aan de Tannhäuserdreef te Utrecht aan. Deze zendmast bevindt zich op driehonderd meter van de [adres] , waar [betrokkene 1] woont.99 Later wordt een Haifan T6-baken met het genoemde IMEI-nummer aangetroffen in de woning van [verdachte] aan de [adres] (beslagcode DOM161.04.05.009).100 In het aangetroffen baken bevindt zich de simkaart met het nummer 31612639581.101 Het baken krijgt SIN-nummer AAJV5839NL.102 Een bemonstering van de simkaarthouder van het baken (SIN-nummer AAKP2765NL#01) levert een match op met de (op dat moment) onbekende man F. De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.103 Het DNA-profiel matcht met de profielen in profielcluster 39625.104 Het DNA-profiel van [medeverdachte 2] blijkt vervolgens te matchen met de profielen van cluster 39625.105

De rechtbank concludeert dat het DNA van [medeverdachte 2] zich bevindt op de simkaarthouder van een baken dat op 9 januari 2017 wordt gebruikt bij het achterhalen van [betrokkene 1] .

Die nacht worden er ook nog berichten gewisseld tussen [medeverdachte 16] en [medeverdachte 7] en tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] .106

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

00:09:07

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Notori [01/10/2017 @ 1:2 am] Die kut auto beslaat ook met 4man

00:09:26

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Pfff echt iedere dag is die er nu 3heads en driver staan er niks alles moekteb broertje

00:15

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok in pacha ook niet niks

00:17

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Nee heb al iemand in pacha hy is daar niet broertje

00:18

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

[betrokkene 14] is hier net binnen bro denk dat ie hierheen komt?

00:18

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Dank u voor de moeite broertje

00:19

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ok dan ga ik zo na scenario

00:23

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Is dat zyn vriend dus heads scherp laten zyn nu

00:31

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Scenario is die niet bro

00:32

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Dus daar is die ook niet laten we hopen hy gaat na u toe

Uit deze berichten komt naar voren dat [medeverdachte 16] drie schutters en een chauffeur heeft klaarstaan, dat [medeverdachte 7] hiervan op de hoogte is, dat [medeverdachte 1] op zoek is naar [betrokkene 1] en dat hij, als hij hem gevonden heeft, [medeverdachte 7] daarvan op de hoogte brengt en dat [medeverdachte 7] vervolgens de bevindingen van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 16] doorgeeft.

4.6.3.8 Periode van 10 en 11 januari 2017

Mislukte aanslag

[medeverdachte 1] verklaart dat hij had afgesproken dat hij [medeverdachte 7] een berichtje zou sturen als hij Imo in de Platinum Lounge zag op een moment dat [medeverdachte 7] daar zelf niet was. Toen die situatie zich voordeed, stuurde [medeverdachte 1] het bericht: ‘hij is hier binnen’. Er kwam vlak daarna bij [medeverdachte 1] een bericht binnen: ‘die hond is in Platinum sir’. [medeverdachte 1] leidde daaruit af dat er al een spotteam aanwezig was. Die nacht is het niet tot een aanslag gekomen omdat Imo door een zijingang zijn flat binnenging, terwijl de hitters bij een andere ingang stonden te wachten, aldus [medeverdachte 1] .107

Op 11 januari 2017 stuurt [medeverdachte 16] overdag de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .108

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

11:59

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Alikoem salam sir broertje nee had track eraf gehad dus als u hem ziet of hoort meld my even dan gaat track erop teveel pech gisteren alles moekteb was zyn dag niet en by wou ik hem niet doen voor deur dat kan niet

12:04

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Nee die hond is via andere weg thuis gekomen

15:01

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Notor [01/11/2017@ 3:59 pm) En sir weet je welke deur zijn ingang is, mocht hij weer andere kant komt of iets zet een man bij z'n deur

[medeverdachte 1] stuurt op 11 januari 2017 ’s avonds de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .109

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

22:36

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ja bro die is gisteren op een haar na geglipt engeltje op z'n schouder's jij sliep gisteren had toen kar gemailt van die dwerg is hier kun je het doorgeven precies toen ik het doorgaf kreeg kar ook mail binnen van hij is in lounge spotter’s zaten op hem

22:39

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ik weet ze waren al bij z'n deur hij is via andere ingang na binnen gegaan

De verklaring van [medeverdachte 1] vindt grotendeels bevestiging in bovenstaande berichten. Hieruit blijkt immers dat [medeverdachte 1] in de nacht van 10 op 11 januari 2017 (anders dan hij heeft verklaard aan [medeverdachte 8] (‘Kar’), en dus niet aan [medeverdachte 7] ) meldt dat [betrokkene 1] zich in de Platinum Lounge bevindt, dat hij van [medeverdachte 8] hoort dat er zich al een spotteam in de buurt bevindt en dat de aanslag die nacht mislukt. Ook blijkt uit de berichten dat [medeverdachte 16] [medeverdachte 7] de volgende dag informeert dat een aanslag op [betrokkene 1] is mislukt en dat [medeverdachte 1] dat later met [medeverdachte 7] bespreekt.

Aanstralen zendmasten

Zendmastgegevens onderbouwen de verklaring van [medeverdachte 1] over die nacht. Het telefoonnummer van [betrokkene 1] straalt op 11 januari 2017 om 03:33 uur een zendmast aan op de Kaap Hoorndreef 66 te Utrecht. Deze zendmast bevindt zich op 684 meter van de Platinum Lounge. Die nacht straalt een telefoonnummer van [medeverdachte 1] tussen 02:53 uur en 03:30 uur diezelfde zendmast aan.110

4.6.3.9 Nacht van 11 op 12 januari 2017

Moord op [slachtoffer 1]

[medeverdachte 1] verklaart dat hij woensdag (de rechtbank begrijpt: woensdag 11 januari 2017) in de Platinum Lounge was.111

De volgende berichten van die avond en nacht zijn van belang. 112

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

22:23

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Salam broertje als die by u komt die hond laat my weten

22:29

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ik ga nu wel opstaan kan toch niet meer slapen

00:37

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Walou bro

00:39

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ook niet bro

00:42

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

[betrokkene 14] komt nu binnen misschien komt ie zo bro

Hoewel berichten van [medeverdachte 7] niet zijn veiliggesteld, leidt de rechtbank uit het geheel van de berichten van [medeverdachte 16] en [medeverdachte 1] af dat [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] vraagt om naar [betrokkene 1] uit te kijken en dat [medeverdachte 7] dat verzoek doorgeeft aan [medeverdachte 1] , die vervolgens in de avond van 11 januari 2017 en de nacht van 11 op 12 januari 2017 – in elk geval in de Platinum Lounge – uitkijkt naar [betrokkene 1] , maar hem niet vindt.

Een broer van [betrokkene 1] verklaart dat hij in die nacht zag dat op de parkeerplaats van de Peetersdreef te Utrecht een Audi werd geparkeerd. Het kenteken van de Audi was [kenteken] . Later parkeerde er een zwarte Seat, met daarin twee Marokkaans/Noord-Afrikaans uitziende jongens, op ongeveer vijftien meter afstand van de Audi. Het kenteken van de Seat begon met [kenteken] , aldus de getuige. Rond 00:45 uur reed de Audi weg, met de Seat erachteraan.113 Later verklaart deze getuige dat het kenteken van de Audi niet [kenteken] was, maar [kenteken] .114

Op 12 januari 2017 om 01:45 uur wordt bij 112 melding gemaakt van schoten op de [adres] te Utrecht.115 De politie komt omstreeks 01:50 uur ter plaatse en ziet in de portiek van de [adres] met huisnummers [adres] een man op de grond liggen die geen teken van leven vertoont.116 Het slachtoffer blijkt [slachtoffer 1] te zijn, woonachtig aan de [adres] te Utrecht.117 Bij sectie op zijn lichaam wordt geconcludeerd dat hij is overleden door meerdere schotverwondingen.118

In de centrale hal van de flat aan de [adres] met huisnummers [adres] worden twaalf hulzen aangetroffen.119 De hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een (semi-) automatisch aanvalsgeweer van het type Kalasjnikov.120

[betrokkene 1] verklaart dat hij aan de [adres] te Utrecht woont.121 Hij was de nacht van de moord in een café met vrienden, waaronder [slachtoffer 1] . Toen de zaak ging sluiten en [betrokkene 1] naar huis wilde gaan, bood hij [slachtoffer 1] een lift naar huis aan.122[slachtoffer 1] besloot echter om met andere jongens mee te rijden. Zij reden achter [betrokkene 1] aan. [betrokkene 1] parkeerde zijn auto in zijn straat. Hij hoorde vervolgens ‘trrrr, trrrr’.123 Hem werd verteld dat er geschoten was en dat [slachtoffer 1] dood was.124

Een getuige verklaart dat hij met [slachtoffer 1] in de auto zat en dat [slachtoffer 1] bij de [adres] uitstapte. De getuige hoorde vervolgens harde knallen. Plots zag hij twee mannen uit de portiek komen. De een droeg een handvuurwapen en de ander een AK47, of een sterk daarop gelijkend vuurwapen. De twee mannen renden weg in de richting van de [adres] .125

Een andere getuige hoorde twee salvo’s. Toen hij na twintig seconden uit het raam keek, zag hij een man wegrennen in de richting van de [adres] . Deze man had een lang voorwerp in zijn hand. De man liep naar een auto die midden op de weg stilstond en stapte achter de bestuurder in. Aan de achterlichten van deze auto zag de getuige dat het een Audi was.126

Op 12 januari 2017 om 01:47 uur krijgen twee politieambtenaren de opdracht te gaan naar de Pallas Athenedreef te Utrecht waar een auto in brand staat. Om 01:55 uur zijn zij ter plaatse en zien zij een brandende zwarte Audi A5, voorzien van het kenteken [kenteken] . Op ongeveer één meter van de Audi A5 verwijderd ligt een zwarte bivakmuts op de grond. Op de kruising van de Pallas Athenedreef met de Vulcanusdreef ligt een gele aansteker.127 De bivakmuts wordt veiliggesteld onder het SIN-nummer AAFK2498NL. De aansteker wordt veiliggesteld onder het SIN-nummer AAFK2497NL.128 Op de stoep ter hoogte van de voorzijde van de Audi wordt een rode dop van een Coca-Colafles aangetroffen. De binnenzijde van deze dop ruikt naar benzine. De dop wordt veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKA2149NL. Een spoor op de dop wordt veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKA2150NL.129 Op het zitvlak van de achterbank ligt een sporttas.130 Deze sporttas wordt veiliggesteld en bemonsterd, waaronder het hengsel van de sporttas onder het SIN-nummer AAKL6738NL.131

Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) voert een DNA-onderzoek uit ten aanzien van bovengenoemde sporen. Dit levert de volgende resultaten op.132

SIN

Beschrijving DNA-profiel

DNA kan (mede) afkomstig zijn van

Matchkans

AAFK2498NL#01

Bivakmuts

DNA-profiel van een man

[betrokkene 15]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

AAFK2497NL#01

Aansteker

DNA-profiel van een man

[betrokkene 15]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

AAKL6738NL#01

Hengsel van de tas

DNA-mengprofiel, minimaal 2 personen

[betrokkene 16]

Zie hieronder

AAKA2150NL#01

Coca-Coladop

DNA-mengprofiel, minimaal 2 personen

[betrokkene 16]

Zie hieronder

Ten aanzien van bemonstering AAKL6738NL#01 van het hengsel van de tas

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn ten minste één miljard keer waarschijnlijker als de bemonstering DNA bevat van [betrokkene 16] (hierna: [betrokkene 16] ) en één willekeurige, onbekende persoon, dan als de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige, onbekende personen.

Ten aanzien van bemonstering AAKA2150NL#01 van een Coca-Coladop

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn ten minste tien miljoen keer waarschijnlijker als de bemonstering DNA bevat van [betrokkene 16] en één willekeurige, onbekende persoon, dan als de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige, onbekende personen.133

Het originele kenteken van de brandende Audi A5 is [kenteken] .134

[betrokkene 15] (hierna: [betrokkene 15] ) verklaart op 30 maart 2017 dat ze met z’n drieën waren toen ze naar de plek in Utrecht reden waar de Audi werd verbrand. Dit waren [betrokkene 17] , die is overleden, [betrokkene 15] zelf en nog een ander. [betrokkene 17] zat linksvoor in de Audi.135 [betrokkene 15] verklaart dat hij de Audi in brand heeft gestoken.136

[betrokkene 17] (hierna: [betrokkene 17] ) wordt op 31 januari 2017 doodgeschoten.137

Een anonieme getuige (getuige A) verklaart dat [betrokkene 17] hem vertelde dat hij betrokken was bij een liquidatie in Utrecht, waarbij de verkeerde is gepakt. [betrokkene 17] was de driver, hij was met [betrokkene 16] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 16] ) en [betrokkene 15] . [betrokkene 15] ging schieten op die jongen. Daarna zijn ze weggereden. De dag na de moord moest [betrokkene 17] teruggaan, omdat ze de verkeerde hadden. Er zijn twee Polen gekomen en met hen heeft hij rondgereden.138

De rechtbank stelt op grond van het bovenstaande vast dat [betrokkene 15] , [betrokkene 16] en [betrokkene 17] als uitvoerders betrokken zijn bij de moord op [slachtoffer 1] en dat zij bij die moord gebruikmaken van de Audi A5 die door [medeverdachte 1] is geleverd op verzoek van [medeverdachte 16] .

Die Audi A5 is eerder die nacht gezien in combinatie met de Seat met een kenteken dat begint met [kenteken] .

[medeverdachte 1] verklaart dat hij te horen kreeg dat [slachtoffer 1] was vermoord en dat hij toen naar de [adres] is gegaan. Toen hij daar aankwam, zag hij [betrokkene 1] .139

In de nacht van 12 januari 2017 stuurt [medeverdachte 1] de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .140

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

01:55

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Hoor net ook van ifi [betrokkene 30] belde hem

02:12

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ja volgens mij wel bro die andere is hier ook

02:14:48

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Ja

02:14:56

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Die is aan het kijken

02:16

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Overvecht moskee [adres]

Daarna stuurt [medeverdachte 16] de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .141

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

02:19

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Alikoem salam broertje alles goed ja ik weet sir

02:21

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Spotters zeiden het vol petten daar vieze kankerhoeren zoon tffoeee

De rechtbank constateert dat de berichten de verklaring van [medeverdachte 1] bevestigen. Hij bespreekt de moord op [slachtoffer 1] met [medeverdachte 7] en geeft aan [medeverdachte 7] door dat hij [betrokkene 1] (‘die andere’) daar ziet. [medeverdachte 16] bericht [medeverdachte 7] even later dat het daar volgens de spotters vol met politie staat.

Aanstralen zendmasten

In de nacht van 11 op 12 januari 2017 staat het telefoonnummer van [verdachte] vanaf 01:00 uur uitgeschakeld tot de volgende ochtend.142

4.6.3.10 Avond van 12 januari 2017

[medeverdachte 16] stuurt op 12 januari 2017 onder meer de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .143

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

20:54

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Salam broertje alles goed? Die hond is in pacha kan iemand kyken of zyn auto er staat sir

21:17

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Broertje safi spotterz zittern er al op

21:20

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Dank u broertje sorry voor dit

21:28

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Broertje als die by u komt meld my hy gaat weg by pacha nu

22:22

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hebt u iemand binnen in pacha broertje

22:24

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok hy zit daar binnen als goed is

23:12

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ja hy ryd nu weg

23:40

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Broertje hy is thuis kan niemand hem na buiten lokken

23:44

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Nee u nooit broertje wolah gisteren wilde hem absoluut niet by u doen voor de zaak echt kanker geluks vogel

23:48

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Nee broertje nu als die na buiten komt

23:50

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hy is na buiten sir

23:52

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hy gaat na u toe denk ik

De werkelijke tijdstippen van de hierboven genoemde berichten zijn één uur later dan de in de linker kolom vermelde tijd.144

De rechtbank concludeert uit deze berichten dat [medeverdachte 16] in de avond van 12 januari 2017 doorgaat met het aan [medeverdachte 7] vragen om informatie over [betrokkene 1] door te geven. Berichten van [medeverdachte 7] zijn niet aangetroffen, maar uit het geheel van de berichten van [medeverdachte 16] kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat [medeverdachte 7] antwoord geeft en informatie blijft verstrekken. [medeverdachte 16] meldt dat de spotters er al op zitten en vraagt of iemand [betrokkene 1] naar buiten kan lokken. Daaruit maakt de rechtbank op dat het de bedoeling is dat [betrokkene 1] die nacht alsnog wordt vermoord.

[medeverdachte 16] geeft blijkens deze berichten – telkens uitgaande van de werkelijke tijdstippen – om 21:54 uur door dat [betrokkene 1] in Le Pacha is en om 22:17 uur dat de spotters [betrokkene 1] volgen. Om 22:28 uur bericht [medeverdachte 16] dat [betrokkene 1] bij Le Pacha vertrekt. [betrokkene 1] straalt die avond om 21:24 uur een zendmast aan de Oudenoord 111 te Utrecht aan,145 in de directe omgeving van Le Pacha,146 en om 22:03 uur straalt hij een zendmast aan de Zwanenvechtlaan 54 te Utrecht aan. [verdachte] straalt tussen 22:05 en 22:10 uur eveneens de zendmast aan de Zwanenvechtlaan 54 te Utrecht aan.147 Om 23:22 uur vraagt [medeverdachte 16] of [medeverdachte 7] iemand heeft in Le Pacha. Om 23:24 uur voegt [medeverdachte 16] daaraan toe dat hij (de rechtbank neemt aan: [betrokkene 1] ) daarbinnen is.148 Om 23:02 uur straalt [betrokkene 1] wederom de zendmast aan de Oudenoord 111 te Utrecht aan. Vanaf 22:47 uur tot 23:33 uur straalt ook de telefoon van [verdachte] diezelfde zendmast aan.149

De rechtbank concludeert op grond van het bovenstaande dat [betrokkene 1] zich op de avond van 12 januari 2017 in Le Pacha bevindt, daar weggaat, maar later die avond ook weer terugkeert. Op grond van de zendmastgegevens lijkt [verdachte] dezelfde bewegingen te maken.

4.6.3.11 13 januari 2017

Op 13 januari 2017 stuurt [medeverdachte 16] onder meer de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .150

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

00:37

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Zit niks onder kutzooi broertje tracj storing eraf gehaalt ben moe van deze hond echt

00:39

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ja zeker

00:41

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok broertje by u wil ik hem niet doen is hoofdpyn voor u daarom beter by zyn huis

00:43

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok broertje

00:49

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hebben hem weer broertje hy komt na ov denk nog even by u

01:17:32

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Jonnes [01/13/2017 @ 1:51 am) Hij is zo wie zo met die draak die kalla. Hij moet hem eerst ergens afzetten.

01:17:42

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hy is nog niet thuis alles staat klaar

01:21

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Dank u broertje stel hy komt by u laat my ook direct weten

01:50

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Waar kan die hond nog zolaat zitten broertje? Pacha is dicht als goed is by niks

02:35

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Nee sir hy ryd rondjes in ov

02:39

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hy zat rondjes te ryden dus spotter vielen op hebben afstand genomen

02:43

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ja zwaar te erg

[medeverdachte 1] verklaart dat de Platinum Lounge gesloten zou worden als [betrokkene 1] daar ‘gepakt’ zou worden en dat [medeverdachte 8] daar bang voor was. De Platinum Lounge is van leden van de familie [medeverdachte 8] , aldus [medeverdachte 1] .151 Dit wordt bevestigd in bovenvermelde berichten. Hierin komt naar voren dat [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] meldt dat hij [betrokkene 1] bij zijn huis wil vermoorden en niet bij de Platinum Lounge, omdat dat de belangen van [medeverdachte 7] doorkruist.

De telefoon van [betrokkene 1] straalt die nacht om 00:22 uur een zendmast aan de Tannhäuserdreef te Utrecht aan. Om 00:24 uur straalt de telefoon van [verdachte] diezelfde zendmast aan.152

In de middag van 13 januari 2017 stuurt [medeverdachte 16] het volgende bericht aan [medeverdachte 7] .153

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

14:06

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ja broertje en heads te lang daar gestaan straks weer nieuwe dag nieuwe kansen

[betrokkene 1] verklaart dat hij op 13 januari 2017 in de nacht naar huis wilde gaan en zijn straat in reed. Hij controleerde alle auto’s in de straat en op de binnenplaats. Hij maakte in totaal misschien wel drie of vier rondjes. Hij zag een Skoda en zette zijn auto naast die Skoda stil. De Skoda reed toen vol gas weg.154

De rechtbank stelt op grond van het bovenstaande vast dat de schutters die nacht klaarstaan om [betrokkene 1] te vermoorden, maar dat dit mislukt omdat [betrokkene 1] rondjes rijdt in Overvecht (‘hy ryd rondjes in ov’) waardoor de spotters afstand moeten nemen.

4.6.3.12 Auto herkend

[medeverdachte 1] verklaart dat [betrokkene 13] hem op 12 januari 2017 in de loop van de dag vertelde dat leden van de familie [slachtoffer 1] de auto die bij de moord gebruikt was, hadden herkend.155[medeverdachte 1] gaat ervan uit dat [betrokkene 13] zijn naam heeft genoemd in een gesprek met de familie.156[medeverdachte 1] kreeg vervolgens een bericht doorgestuurd van [medeverdachte 16] , waarin stond dat hij wel moest weten wat hij ging zeggen.157 Ook zag [medeverdachte 1] een bericht waarin [medeverdachte 16] zei dat hij moest zeggen dat [betrokkene 18] uit Amsterdam erachter zat en dat [medeverdachte 1] de auto had geleverd aan een zekere [betrokkene 29] , een loopjongen van een neefje van [betrokkene 18] .158

De verklaring van [medeverdachte 1] wordt bevestigd in de navolgende berichten. Op 12 januari 2017 stuurt [medeverdachte 1] de volgende berichten aan [medeverdachte 7] . 159

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

16:16

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Buurt waar jij? Stress bro ze zoeken me

16:18

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Oude buurjongens fammilie van die van gisrter

16:19

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 7]

Auto die gister is gebruikt ze herkennen hem

[medeverdachte 8] stuurt die dag de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .160

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

18:06

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 7]

- Hy moet zeggen jongen van [betrokkene 29] neef van [betrokkene 18] neus broer anders zeg my laat ik hem vandaag zometeen direct slapen

18:10

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 7]

[medeverdachte 1]

18:14

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 7]

TIME WILL TELL.....[01/12/2017 @ 7:13 pm]

En die [medeverdachte 1] moet de waarheid vertellen aan hun! Dat hij die auto aan hun heeft verkocht in A'dam

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] op 12 januari 2017 van [betrokkene 13] verneemt dat de familie van [slachtoffer 1] de auto die bij de moord werd gebruikt heeft herkend. Uit de inhoud en schrijfwijze van het bericht van 18:06 uur leidt de rechtbank af dat dit een doorstuurbericht van [medeverdachte 16] is. Hierbij betrekt de rechtbank dat uit het bericht van 18:14 van [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 7] duidelijk blijkt dat [medeverdachte 8] berichten van [medeverdachte 16] (‘TIME WILL TELL’) aan het doorsturen is. [medeverdachte 8] geeft [medeverdachte 16] ’s instructies via [medeverdachte 7] aan [medeverdachte 1] , met het verhaal dat deze moet vertellen aan de familie van [slachtoffer 1] over de herkomst van de auto.

4.6.3.13 Gesprek [medeverdachte 1] met familie [slachtoffer 1]

[medeverdachte 1] verklaart dat hij bang was dat hij zou gaan vastlopen in het verhaal en dat hij daarom een ander verhaal verzon over de afnemer van de auto (een zekere Danny uit Amsterdam die in [medeverdachte 1] ’s telefoon stond als ‘Jack’). Hij vertelde aan leden van de familie van [slachtoffer 1] het door hem verzonnen verhaal en sprak met hen af dat hij zou proberen de afnemer van de auto te achterhalen. [medeverdachte 1] stuurde een relaas van het besprokene naar [medeverdachte 8] , die het weer doorstuurde naar [medeverdachte 16] .161

Op 14 januari 2017 wordt [medeverdachte 1] aangehouden. In een telefoon die hij dan in bezit heeft worden PGP-berichten aangetroffen tussen personen die ‘Mellow’ en ‘Luciano’ genoemd worden. In een chatgesprek op 13 januari 2017 is onder meer het volgende te lezen. 162

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

21:01

Mellow

Luciano

Salaam broer heb ze om 08:00 gesproken

21:43

Mellow

Luciano

Broer heb ze verteld hoe het gegaan is heb ze gezegd heb die Hollander in A'dam leren kennen z'n naam is danny moest hem opslaan onder Jack in m'n sky, leerde hem kennen tijdens uitgaan heb paar x gehandeld met hem in mdma daarna vroeg die mij of ik auto's kon regelen heb gezegd ga navragen eenmaal nagevraagd iemand gevonden. Heb lijstje gegeven en kreeg een bestelling terug van 4 stuks hij wou ze met spoed hebben liefst de snelle zo snel mogelijk maar kon enkel die q5 leveren en achteraf nog diesel ook

21:46

Mellow

Luciano

Die nam die omdat ie gehaast was zelfde verhaal met die laatste auto,eenmaal geleverd wou die de rest ook ben er achter na gegaan beurde rond de 2500,toen die woensdag die slecht nieuws kwam van die gene die weg is ben ik meteen na die flat gegaan heb staan kijken vond het heel erg,kon nauwlijks slapen in de ochtend las ik iets over een a5 en in de middag werd me bevestigd dat het die a5 was tussenpersoon van de auto's gaf me dat aan ben toen meteen gaan uitzoeken of dat zo was ben die danny meteen gaan mailen van Hey gap moet jouw met spoed spreken eenmaal gestuurd geen reactie gehad na 2min wou ik weer kijken zag ik hij is uit me lijst? Ben meteen Adam ingedoken om uit te zoeken waar die uithangt

21:49

Mellow

Luciano

Dit is het verhaal wat ik verteld heb (…)

21:52

Mellow

Luciano

Moest wel bepaalde detail's vertellen die over een komen zoals het gegaan is want tussen persoon was namelijk bij alles erbij dat ziet ie het verhaal komt over een

21:54

Luciano

Mellow

- Oké broer duidelyk!!

21:56

Mellow

Luciano

Ze hebben die tusen person bedreigd als jij er bij betrokken bent ben je de volgde,mij hebben ze niet dreigend aangesproken ofiets maar ze observeerde me wel of ik aan het liegen was heb gezegd dit is het zo is het gegaan ze verwachten nu van me dat ik die danny ga opsporen kijken waar die uithangt

22:08

Mellow

Luciano

(…) Gaan ze dreigen wordt het oorlog broer dan is het niet anders

22:16

Luciano

Mellow

Dan doen wy mee u hebt niks gedaan en nu is er woede veel vragen Allah sebroem oe salam

[medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 8] ‘Luciano’ is en dat hijzelf dan ‘Mellow’ moet zijn.163

De rechtbank stelt op grond van de verklaring van [medeverdachte 1] en de berichten vast dat [medeverdachte 1] een verzonnen verhaal vertelt aan de familie van [slachtoffer 1] en dat hij aan [medeverdachte 8] in berichten terugkoppelt hoe het gesprek ging.

4.6.3.14 Incident 14 januari 2017

Op 14 januari 2017 stuurt [medeverdachte 16] onder meer de volgende berichten aan [medeverdachte 7] .164

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

00:17

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Broertje aub kyk of u jongens van u mee kan laten zoeken vandaag weg waar die ook is

01:43

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Niks broertje pacha dicht moezel ook dus kan alleen punjab of by u of ze huis worden

02:09

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok wat doen ze daar broertje?

02:12

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Gisteren waren ze erook

02:18

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ok broertje dank u

02:20

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Nee sir pacha dicht moezel niet punjab niet

02:38

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ja echt broertje gewoon hun dag niet alles moekteb maar deze gaat hoe dan ook alleen geduld en ze gaan

02:41

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Amin sir Amin!!

04:59

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hond is gewoon nog steeds niet thuis gekomen

17:28

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Alikoem salam broertje hoor iemand heeft op die hond geschoten maar lykt my onzin broertje

17:30

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Vanochtend dat zeggen ze op straat

18:46

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ja is goed broertje zyn al bezig even kyken overvecht is heet nu

19:06

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Riddle new [01/14/2017 @ 8:5 pm] En die imo is na wouten gegaan en gezegt dat hij probelemen heeft en denkt vr hem is en met wie

19:54

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Ze hebben gisteren heads gepakt met kalas in kofferbak alles

Op 14 januari 2017, omstreeks 05:15 uur, krijgen politieambtenaren te Utrecht het verzoek om te gaan naar de [adres] , waar een grijze Skoda Fabia met gedoofde lichten rondjes zou rijden over de parkeerplaats en nu zou stilstaan. De politieambtenaren zien bij de [adres] een Skoda Fabia met kenteken [kenteken] (hierna: de Skoda) rijden en geven de Skoda een stopteken. De Skoda rijdt met verhoogde snelheid weg. Daarop ontstaat een achtervolging over de snelweg A27, via onder meer het Oostereind te Hilversum en wederom de A27, waarna de Skoda crasht op de snelweg A1. Bij de auto worden twee personen aangehouden, [betrokkene 10]165 en [betrokkene 9] .166 Zij dragen allebei verschillende kledingstukken over elkaar.167 In de Skoda worden drie flessen met vermoedelijk benzine aangetroffen en tien patronen die geschikt zijn om te verschieten met een Kalasjnikov.168 Langs de snelweg A1 wordt een Kalasjnikov gevonden.169 Een burger treft op het Oostereind te Hilversum de loop en de kamer van een Kalasjnikov aan.170 Bij de oprit van de snelweg A27 wordt op 4 april 2017 een patroonhouder van een automatisch vuurwapen gevonden.171

Het kenteken op de Skoda ( [kenteken] ) is vals.172 Het originele kenteken is [kenteken] .173 De Skoda is op 6 of 7 december 2016 gestolen.174

In de Skoda worden drie aanstekers aangetroffen.175 Op een aansteker die in de middenconsole wordt aangetroffen (SIN-nummer AAKL8656NL),176 wordt een DNA-mengprofiel gevonden, dat matcht met het DNA van [medeverdachte 2] .177 Het gevonden mengprofiel is meer dan één miljard keer waarschijnlijker als de bemonstering mede het DNA van [medeverdachte 2] bevat dan wanneer de bemonstering het DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.178

Verder bevindt zich op de draaiknop van de rugleuning van de bijrijdersstoel van de Skoda een DNA-spoor (SIN-nummer AAKL7746)179 dat eveneens matcht met het DNA van [medeverdachte 2] .180 Het gevonden mengprofiel is meer dan één miljard keer waarschijnlijker als de bemonstering mede het DNA van [medeverdachte 2] bevat dan wanneer de bemonstering het DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.181

Op de gesp van de gordel aan de bijrijderszijde van de Skoda is ook een DNA-mengprofiel aangetroffen (SIN-nummer AAKL7747NL).182 Het profiel matcht met profielcluster 39625.183 Later is gebleken dat het DNA-profiel van [medeverdachte 2] matcht met profielcluster 39625.184De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.185

[betrokkene 9] verklaart op 2 februari 2017 dat hij op 14 januari 2017 in Utrecht in de Skoda reed en dat [betrokkene 10] toen tegen hem zei dat er iemand kwam die hem een paar dingen ging wijzen. Er stapte vervolgens een man voorin, met een petje, een Marokkaan of Turk. [betrokkene 9] moest weer gaan rijden. Ze reden langs drie plekken waaronder Pacha (de rechtbank begrijpt: Le Pacha).186

[betrokkene 1] verklaart op 14 januari 2017 dat hij die ochtend met een auto naar zijn woning aan de [adres] reed en een Skoda zag staan.187 De Skoda reed, met alleen stadsverlichting aan,188 even achter de auto aan waarin [betrokkene 1] zich bevond en parkeerde toen weer in.189 [betrokkene 1] belde om 05:11 uur de politie190 en toen de politie kwam aanrijden reed de Skoda met gedoofde lichten langs de auto waarin [betrokkene 1] zich bevond.191 De politie reed met zwaailicht aan achter de Skoda aan.192

Op 14 januari 2017 omstreeks 14:45 uur treft de politie op de Achillesdreef in Utrecht een Audi Q5 aan, met het valse kenteken [kenteken] .193 In deze Audi liggen drie flessen met naar benzine ruikende vloeistof en drie aanstekers. Het originele kenteken dat behoort bij de Audi is [kenteken] .194 De Audi blijkt op 29 of 30 december 2016 te zijn gestolen.195

De rechtbank stelt gelet op bovenstaande berichten vast dat [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] vraagt of de jongens van [medeverdachte 7] kunnen uitkijken naar [betrokkene 1] . Wederom ontbreken de antwoorden van [medeverdachte 7] , maar uit de berichten van [medeverdachte 16] maakt de rechtbank op dat hij informatie heeft gegeven aan [medeverdachte 16] . In het bijzonder het bericht van [medeverdachte 16] ‘Ok wat doen ze daar broertje?’ wijst daarop. [medeverdachte 16] geeft aan [medeverdachte 7] door dat [betrokkene 1] niet is aangetroffen. Later die nacht bericht hij [medeverdachte 7] dat [betrokkene 1] nog steeds niet is thuisgekomen. Uit de andere onderzoeksbevindingen blijkt dat [betrokkene 10] en [betrokkene 9] die nacht [betrokkene 1] opwachten in de omgeving van diens huis, met de bedoeling hem om het leven te brengen, maar zij slaan op de vlucht als de politie arriveert. Dit wordt bevestigd in de berichten. De avond van 14 januari 2017 stuurt [medeverdachte 16] een bericht van een derde door aan [medeverdachte 7] waarin staat dat [betrokkene 1] naar de politie is gegaan. Ook meldt [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] dat de schutters zijn gepakt.

4.6.3.15 Loods in Landsmeer

Tijdens een doorzoeking van een loods aan het [adres] op 7 februari 2017 worden onder meer acht auto’s aangetroffen,196 die allemaal gestolen blijken te zijn.197 In deze loods vindt de politie verder een kentekenbewijs van een Skoda Fabia met het kenteken [kenteken] .198 Dat is het originele kenteken van de Skoda Fabia die met het kenteken [kenteken] door [betrokkene 9] en [betrokkene 10] werd gebruikt op 14 januari 2017.199

In de loods in Landsmeer wordt ook het originele kentekenbewijs (met het kenteken [kenteken] ) gevonden van de gestolen Audi Q5 die op 14 januari 2017 is aangetroffen op de Achillesdreef te Utrecht.200

Op het stuur van een Citroën in de loods wordt een DNA-mengprofiel gevonden (SIN-nummer AAKG2185NL#01),201 dat matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] . Het gevonden mengprofiel is circa 15.000 keer waarschijnlijker als de bemonstering mede het DNA van [medeverdachte 2] bevat dan wanneer de bemonstering het DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.202

Verder wordt in de loods op een DNA-monster van de binnenzijde van een handschoen (SIN-nummer AAFV4570NL#02)203 een DNA-mengprofiel aangetroffen dat matcht met het DNA van [medeverdachte 12] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.204

Ook worden in de loods vingerafdrukken van [medeverdachte 2] aangetroffen op een tas van de Action, op de dop van een verf-spuitbus zwart metallic en op een blikje Red Bull.205

De rechtbank stelt vast dat de door de schutters gebruikte Skoda en de Audi Q5, die kennelijk gebruikt zou worden als overstapauto, in verband kunnen worden gebracht met de loods in Landsmeer, waar het DNA van [medeverdachte 12] en [medeverdachte 2] wordt gevonden.

4.6.3.16 Aantreffen Seat Ibiza

Op 21 augustus 2017 treft de politie op de Martin Luther Kingstraat in Landsmeer twee gestolen Seat Ibiza’s aan, waarvan er één het valse kenteken [kenteken] heeft. Het originele kenteken van die Seat is [kenteken] .206 Het kenteken [kenteken] is door ARS op 9 januari 2017 op de N200 (van Halfweg naar de snelweg A10) geregistreerd en door Vialis op 11 en 13 januari 2017 ’s nachts op de snelweg A10 in Amsterdam. De eigenaar van de Seat met dat (originele) kenteken verklaart die reisbewegingen niet te hebben gemaakt.207

In de loods in Landsmeer worden bij de bovengenoemde doorzoeking een kennisgeving van een bekeuring en drie parkeertickets op het kenteken [kenteken] (het originele kenteken van de Seat) aangetroffen.208

De rechtbank gaat ervan uit dat de Seat met het valse kenteken [kenteken] de Seat is die door de broer van [betrokkene 1] in de nacht van 11 op 12 januari 2017 wordt gezien op de Peetersdreef te Utrecht (waarbij hij aangeeft dat het kenteken begint met [kenteken] ).

Op de verstelgreep van de linker voorstoel van deze Seat wordt een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA van [medeverdachte 2] .209 De matchkans is kleiner dan één op één miljard.210

De rechtbank concludeert dat het DNA van [medeverdachte 2] zich op die verstelgreep bevindt.

4.6.3.17 Ontmoeting [medeverdachte 1] met [betrokkene 2]

[medeverdachte 1] verklaart dat hij op zaterdag (de rechtbank begrijpt: zaterdag 14 januari 2017) in Breukelen een ontmoeting had met [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ). [medeverdachte 1] vertelde hem toen dat [medeverdachte 16] degene is die zijn neef heeft vermoord. [medeverdachte 1] verklaart dat [betrokkene 2] onder de indruk was en dat hij zei dat zij heel goed zijn met die man.211

[betrokkene 2] bevestigt tegenover de rechter-commissaris dat hij [medeverdachte 1] ontmoette in Breukelen en dat [medeverdachte 1] tijdens die ontmoeting heeft gezegd dat de groep van [medeverdachte 16] achter de liquidatie zit.212 Ook verklaart hij dat hij tegen [medeverdachte 1] heeft gezegd dat zij geen problemen hebben met [medeverdachte 16] .213

[medeverdachte 16] stuurt op 14 januari 2017 twee doorstuurberichten aan [medeverdachte 7] , afkomstig van een zekere ‘new’.214

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

19:11

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

new [01/14/2017 @ 8:6 Maar broer 1 probleem: een kk hoeren kind die die autos heeft geregeldt, heben me neefjes hem meegenomen. zegt autos heeft ie aan u verkocht dat. Je het weet heb neefjes gezegt, hou op met deze bullshit!

19:12

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

new [01/14/2017 @ 8:9 pm] Maar hij zei als je T zegt dan ben ik weg.

Daarna stuurt [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 7] een bericht door van een zekere ‘Riddle New’.215

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

19:24

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Riddle new [01/14/2017 @ 8:24 pm]

[medeverdachte 1] heet die hond Ken je hem

Vervolgens schrijft [medeverdachte 16] het volgende aan [medeverdachte 7] .216

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

19:26

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

U leest het

19:28

[medeverdachte 16]

[medeverdachte 7]

Hy weet ga iedereen van hem laten slapen als die my naam heeft genoemt grote heeft hem heeel goed gesproken en nu stiekem my naam noemen zieke honden

De rechtbank stelt vast dat [betrokkene 2] in zijn verklaring bevestigt dat [medeverdachte 1] tegenover hem de naam van [medeverdachte 16] heeft genoemd. De rechtbank leidt dit ook af uit de hiervoor aangehaalde doorstuurberichten van ‘new’, die gelet op de inhoud vermoedelijk afkomstig zijn van een lid van de familie [slachtoffer 1] . [medeverdachte 16] sprak in zijn eerdere berichten over het invalide maken en het naar de hel sturen van [betrokkene 1] en hij is ook in de hier geciteerde berichten aan het woord. Hij krijgt een bericht binnen dat zijn naam is genoemd door ‘ [medeverdachte 1] ’, en dat ‘hij’ – kennelijk [medeverdachte 1] – het daarbij over ‘T’ heeft. [medeverdachte 16] is boos dat zijn naam – ‘my naam’ – is genoemd. Deze gang van zaken onderstreept dat [medeverdachte 16] degene is die steeds onder dit account de opdrachtgever is van de voorgenomen moord op [betrokkene 1] .

4.6.4

Oordeel van de rechtbank

4.6.4.1 Betrouwbaarheid verklaringen van [medeverdachte 1]

De rechtbank overweegt inzake de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] als kroongetuige inzake het zaaksdossier Roos/Doorn het volgende.

[medeverdachte 1] verklaart in zijn kluisverklaringen zeer gedetailleerd over de gebeurtenissen van januari 2017. Zoals uit het bovenstaande blijkt, worden die verklaringen op veel punten bevestigd door (pas later ontsleutelde) PGP-berichten. De verklaringen van [medeverdachte 1] vinden ook bevestiging in verklaringen van [betrokkene 13] over de geleverde Audi’s. Verder worden de verklaringen van [medeverdachte 1] bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 7] over [betrokkene 1] die invalide gemaakt moet worden (ook al ontkent [medeverdachte 7] dat hem later is gemeld dat [betrokkene 1] vermoord moest worden) en over [medeverdachte 1] die aan [medeverdachte 7] doorgaf of hij [betrokkene 1] al dan niet zag in lounges, waarna [medeverdachte 7] die informatie doorgaf aan ‘de verzoeker’, waarvan de rechtbank vaststelt dat daarmee [medeverdachte 16] wordt bedoeld. De verklaring van [betrokkene 2] bevestigt dat [medeverdachte 1] aan hem de naam van [medeverdachte 16] als opdrachtgever van de moord heeft verteld. [medeverdachte 16] ’s reactie ondersteunt dit ook in de berichten die hij over [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 7] heeft gestuurd, en waaruit de rechtbank begrijpt dat [medeverdachte 8] (‘grote’) goed met [medeverdachte 1] heeft gesproken, maar dat [medeverdachte 1] nu kennelijk (stiekem) toch [medeverdachte 16] ’s naam heeft genoemd. Als dat het geval is, dan heeft [medeverdachte 16] daar een duidelijk antwoord op: iedereen van hem gaat slapen.

Verder worden de verklaringen van [medeverdachte 1] ondersteund door andere onderzoeksbevindingen, zoals het aantreffen van kentekenplaten op de door [medeverdachte 1] genoemde plaats in de Vecht en de gevonden foto van [betrokkene 1] in de telefoon van [medeverdachte 1] . Ook de verklaring van [medeverdachte 1] dat er nog een ander spottersteam voor [medeverdachte 16] werkte, wordt – naast de berichten – ook bevestigd door zendmastgegevens en DNA-sporen.

Wezenlijke onjuistheden in de verklaringen van [medeverdachte 1] heeft de rechtbank niet aangetroffen in het zaaksdossier Roos/Doorn. Het gaat in geval van onjuistheden vooral om vergissingen die [medeverdachte 1] lijkt te maken over details, zoals kentekens of data waarop bepaalde gebeurtenissen plaatsvonden. Daarnaast is er één geval waar hij verklaart dat hij contact had met [medeverdachte 7] , terwijl uit de berichten blijkt dat dat contact (in de nacht van 10 op 11 januari 2017) met [medeverdachte 8] plaatsvond. Dit alles doet aan de betrouwbaarheid niet af.

De rechtbank concludeert dat de verklaringen van [medeverdachte 1] met betrekking tot het zaaksdossier Roos/Doorn betrouwbaar zijn.

4.6.4.2 Rol van [verdachte]

De rechtbank leidt uit de gang van zaken gedurende de avond van 7 januari 2017, zoals die hierboven is vastgesteld, af dat [verdachte] en [medeverdachte 2] zich die avond in de omgeving van Le Pacha bevinden als [betrokkene 1] daar is en wordt geobserveerd. [verdachte] is die nacht ook in de omgeving van de Platinum Lounge als [betrokkene 1] daarnaartoe is gegaan. Op 9 januari 2017 worden de bewegingen van [betrokkene 1] gevolgd met een baken dat later in de woning van [verdachte] wordt aangetroffen en waarop zich het DNA van [medeverdachte 2] bevindt. In de nacht van 10 op 11 januari 2017 is er (naast [medeverdachte 1] ) nog een spottersteam aan het werk om [betrokkene 1] te lokaliseren. In de nacht van 11 op 12 januari 2017 bevindt zich een gestolen Seat Ibiza met vals kenteken op een parkeerplaats samen met de Audi die korte tijd later wordt gebruikt bij de moord op [slachtoffer 1] . Beide auto’s rijden vervolgens achter elkaar weg. Later wordt het DNA van [medeverdachte 2] aangetroffen op de verstelgreep van de bestuurdersstoel van de Seat.

In de avond van 12 januari 2017 wordt [betrokkene 1] door de spotters geobserveerd als hij zich onder meer in Le Pacha bevindt, zo blijkt uit de PGP-berichten. Die avond straalt de telefoon van [verdachte] twee zendmasten aan die ook door de telefoon van [betrokkene 1] worden aangestraald (Zwanenvechtlaan en Oudenoord te Utrecht). Ook in de nacht van 12 op 13 januari 2017 zijn de spotters [betrokkene 1] aan het volgen. De telefoons van [betrokkene 1] en [verdachte] stralen dan kort na elkaar dezelfde zendmast aan (Tannhäuserdreef te Utrecht). Op 14 januari 2017 staan [betrokkene 9] en [betrokkene 10] in een Skoda klaar om [betrokkene 1] te vermoorden. Op verschillende plaatsen in de Skoda, waaronder de gesp van de bijrijdersgordel, wordt het DNA van [medeverdachte 2] aangetroffen. Dat past bij de verklaring van [betrokkene 9] dat hij eerder met een Marokkaanse of Turkse man die op de bijrijdersstoel zat, heeft rondgereden omdat de man hem plaatsen moest tonen, waaronder Le Pacha.

De bewegingen op 7 januari 2017 en in de nacht van 12 op 13 januari 2017 leiden er, in combinatie met de overige bevindingen, toe dat de rechtbank van oordeel is dat het niet anders kan dan dat [verdachte] toen (deels samen met [medeverdachte 2] ) bezig is geweest met het lokaliseren van [betrokkene 1] .

4.6.4.2.1 Vrijspraak medeplegen

Met het Openbaar Ministerie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de handelingen van [verdachte] zijn te kwalificeren als medeplichtigheidshandelingen, en niet als medeplegen. [verdachte] wordt dan ook vrijgesproken van het primair tenlastegelegde medeplegen.

4.6.4.2.2 Opzet op dood [betrokkene 1] ?

De verdediging heeft betoogd dat [verdachte] niet op de hoogte was van het misdadige doel van de (beweerdelijk) verstrekte inlichtingen. De rechtbank verwerpt dat verweer. Het is naar het oordeel van de rechtbank niet goed denkbaar dat [verdachte] , als hij al niet op de hoogte was van het moordplan, niet in elk geval de serieuze mogelijkheid voor lief heeft genomen dat het de bedoeling was om [betrokkene 1] te vermoorden.

De rechtbank stelt daartoe voorop dat algemeen bekend is dat bij liquidaties veelal spotters ingezet worden die de gangen van het doelwit doorgeven, zodat de schutters het doelwit kunnen opwachten of benaderen en doden. De rechtbank gaat ervan uit dat [verdachte] met die mogelijkheid rekening heeft gehouden. Daarbij is van belang dat hij al geruime tijd deel uitmaakte van een criminele organisatie die zich met liquidaties bezighield en het spotten op [betrokkene 1] ook plaatsvond in het kader van die organisatie. De rechtbank verwijst naar wat hierover in hoofdstuk 4.7.2.8 Deelname aan de criminele organisatie is overwogen. Daar komt in belastende zin bij dat [verdachte] op 12 januari 2017 in de avond en de daaropvolgende nacht [betrokkene 1] observeert, terwijl er de vorige nacht bij diens woning een moord was gepleegd.

De rechtbank oordeelt daarom dat het niet voorstelbaar is dat [verdachte] , bij de observaties als die hier hebben plaatsgevonden, geen rekening hield met de mogelijkheid dat zijn observaties gebruikt zouden worden voor een moord. De rechtbank acht gelet op het voorgaande dan ook bewezen dat [verdachte] opzet had op de dood van [betrokkene 1] .

4.6.4.2.3 Waarop is de medeplichtigheid gericht?

De raadsman heeft betoogd dat voor bewezenverklaring van de medeplichtigheid aan voorbereidingshandelingen nodig is dat vast komt te staan dat [verdachte] behulpzaam is geweest bij of gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft bij het verwerven, vervaardigen, invoeren, uitvoeren, doorvoeren of voorhanden hebben van de voorwerpen die hebben gediend tot de voorbereiding van de moord. Zo is de tenlastelegging nu eenmaal opgesteld, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt over dat verweer het volgende.

In de kern komt de tenlastelegging van dit feit erop neer dat [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of een of meer anderen, ter voorbereiding van moord op [betrokkene 1] , opzettelijk voorwerpen bestemd tot het begaan van dat misdrijf, hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf [verdachte] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de woorden ‘welk misdrijf’ betrekking hebben op het verwerven, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren en/of voorhanden hebben van de voorwerpen, of op de voorbereiding van moord.

Artikel 46 lid 1 Sr luidt:

‘Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft.’

Daaruit is op te maken dat de kern van de bepaling niet is gelegen in de voorbereidingsmiddelen (in dit geval: de voorwerpen), maar in de voorbereiding zelf. Dat er sprake moet zijn van voorbereidingsmiddelen is een beperkende voorwaarde voor de strafbaarheid van de voorbereiding217 maar het verwerven, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren en/of voorhanden hebben van de voorbereidingsmiddelen is niet zonder meer aan de voorbereiding gelijk te stellen. Een andere uitleg van de bepaling zou betekenen dat ondersteunende handelingen door de medeplichtige die bij andere delictsvormen wel strafbaar zijn (zoals op de uitkijk staan of de observatie van een potentieel slachtoffer), buiten de strafbare medeplichtigheid aan voorbereidingshandelingen kunnen vallen als ze niet te koppelen zijn aan door de plegers gebruikte voorbereidingsmiddelen. Daarom geldt dat de medeplichtige geen medeplichtigheidshandelingen hoeft te hebben verricht die betrekking hebben op de voorwerpen die in de tenlastelegging worden genoemd; hij kan ook op een andere manier de voorbereiding hebben ondersteund. De rechtbank verwerpt daarom het verweer.

4.6.4.2.4 Voorbereidingsmiddelen

De foto’s van [betrokkene 1] zijn te beschouwen als voorbereidingsmiddel voor de voorgenomen moord op [betrokkene 1] , nu deze (in elk geval mede) bestemd zijn voor de uitvoering van die moord. [betrokkene 9] en [betrokkene 10] en hun medepleger(s) hebben verder de op 14 januari 2017 gecrashte Skoda Fabia met daarin een vuurwapen, munitie en flessen benzine en aanstekers en de op de vluchtroute gevonden Kalasjnikov voorhanden gehad. Ook die voorbereidingsmiddelen zijn dus bewezen. Van de PGP-telefoons en de iPhone kan niet worden vastgesteld dat deze waren bedoeld om bij de liquidatie te gebruiken, dus deze worden niet als voorbereidingsmiddel bewezen verklaard.

4.6.4.2.5 Opzet op vergismoord?

De verdediging betoogt dat [verdachte] geen opzet had op de dood van [slachtoffer 1] . Daaromtrent overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de gang van zaken zoals die hierboven is weergegeven volgt dat de moord op [slachtoffer 1] op een vergissing berustte. De bedoeling was om [betrokkene 1] , die naar de flat aan de [adres] onderweg was, bij aankomst te vermoorden, maar toen [slachtoffer 1] daar (iets eerder dan [betrokkene 1] ) aankwam heeft de schutter kennelijk aangenomen dat deze [betrokkene 1] was. Dat doet volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad aan het opzet van de schutter niet af,218 maar de vraag is of dat anders ligt voor de medeplichtige. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat ten aanzien van de medeplichtige bij de bewezenverklaring en de kwalificatie moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan.219 In dit geval was het opzet van [verdachte] – naar mag worden aangenomen – grotendeels gelijk aan de door de schutter verrichte handelingen: de schutter heeft zich begeven naar de omgeving van de woning van [betrokkene 1] , heeft daar op hem gewacht en heeft het vuur geopend op een persoon die daar aankwam en waarvan de schutter meende dat deze [betrokkene 1] was. Dat het slachtoffer achteraf een ander bleek te zijn, maakt dat niet anders.

Een eventueel beperkter opzet van [verdachte] zou aan de orde kunnen komen bij de strafmaat, maar daaromtrent merkt de rechtbank nu reeds op dat ten minste sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 1] . Daartoe wordt het volgende overwogen.

De werkwijze ten aanzien van liquidaties door de criminele organisatie waar [verdachte] deel van uitmaakte was veelal dat de schutters (na een seintje van de spotters) klaar gingen staan om het slachtoffer te doden als deze op een bepaalde plaats arriveerde – zoals bij het verlaten of het binnengaan van diens woning. Die werkwijze moet [verdachte] ook duidelijk zijn geweest, gelet op zijn rol zoals die uit het dossier naar voren komt. De schutters moeten dan in uiterst korte tijd beslissen of een persoon die op de aangegeven plaats aankomt, het beoogde slachtoffer is of een derde, zoals in dit geval. Dat brengt het aanmerkelijke risico met zich mee dat abusievelijk een derde, die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats is het slachtoffer wordt. Ook dat moet [verdachte] duidelijk zijn geweest: het is een feit van algemene bekendheid dat het bij liquidaties voorkomt dat een ander dan het beoogde slachtoffer om het leven wordt gebracht. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] het aanmerkelijke risico voor lief heeft genomen dat een derde zou worden vermoord.

4.6.4.2.6 Conclusie

[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan (kort gezegd) medeplichtigheid aan de moord op [slachtoffer 1] en aan medeplichtigheid aan het medeplegen van voorbereiding van moord op [betrokkene 1] .

4.7

Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)

4.7.1

Standpunten

Volgens het Openbaar Ministerie dient [verdachte] veroordeeld te worden voor kort gezegd deelneming aan een criminele organisatie die zich toelegde op het plegen van moorden.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.7.2

Oordeel van de rechtbank

De basis van de beoordeling van de criminele organisatie bestaat grotendeels uit de conclusies van de rechtbank met betrekking tot de zaaksdossiers. In bijna alle gevallen komt de rechtbank tot bewezenverklaring van het medeplegen van [medeverdachte 16] . Van het medeplegen van de moord op [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) (een deel van het zaaksdossier Aker) wordt hij echter vrijgesproken. Ook volgt er vrijspraak in de zaaksdossiers Raspvijl en Plato. Bij de bespreking van het zaaksdossier Plato is echter overwogen dat de keuze in de tenlastelegging, waarbij alleen een poging tot moord op [betrokkene 8] ten laste is gelegd en niet (subsidiair) ook voorbereidingshandelingen voor die moord, daar de oorzaak van is. De rechtbank stelt wel vast dat [medeverdachte 16] met anderen betrokken is bij de voorbereiding van de moord op [betrokkene 8] . Bij de bespreking van de zaaksdossiers in de zaak van [medeverdachte 16] waar vrijspraak is gevolgd zijn wel de bewijsmiddelen weergegeven, omdat deze van belang zijn voor de beoordeling van de criminele organisatie.

Bij [medeverdachte 16] zijn – anders dan bij de andere verdachten – alle zaaksdossiers ten laste gelegd. De vaststellingen in de zaaksdossiers in de zaak tegen [medeverdachte 16] zijn in de strafzaak van de andere verdachten in het kader van de beoordeling van hun verdenking van deelname aan de criminele organisatie van belang. Ook zijn de overwegingen in de zaak tegen [medeverdachte 16] over de verdenking van het leidinggeven aan een moordorganisatie van belang. De vraag is immers of de andere verdachten (op enig moment) (mede) leiding hebben gegeven dan wel hebben deelgenomen aan die organisatie. De rechtbank zal daarom de besprekingen van de relevante zaaksdossiers uit het vonnis van [medeverdachte 16] met de daarin genoemde bewijsmiddelen als bijlage 3 voegen bij de vonnissen van zijn medeverdachten, voor zover deze zaaksdossiers niet in hun eigen vonnis worden besproken. In de vonnissen van alle verdachten wordt – ook als aan hen slechts deelname in een beperkte periode wordt verweten – de gehele overweging met betrekking tot [medeverdachte 16] ’s rol in de criminele organisatie weergegeven.

4.7.2.1 Juridisch kader artikel 140 Sr

Onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr moet worden verstaan een samenwerkingsverband tussen tenminste twee personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet vereist is dat daarbij komt vast te staan dat elke deelnemer aan deze organisatie moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere deelnemers, of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.220

Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven.221 Oogmerk op het plegen van één misdrijf is dus onvoldoende. Voor het bewijs van dat oogmerk komt betekenis toe aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. De mate van samenwerking kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Het naaste doel dat wordt nagestreefd wordt daar ook onder begrepen.222

4.7.2.2 Gepleegde misdrijven

In de hierna volgende overwegingen zal de rechtbank vaststellen dat er sprake was van een criminele organisatie die zich bezig hield met moorden, waar [medeverdachte 16] leiding aan heeft gegeven.

In een periode van anderhalf jaar zijn [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] vermoord. Daarnaast hebben in die periode moordpogingen plaatsgevonden op [slachtoffer 6] en [betrokkene 7] , zijn moorden voorbereid op [slachtoffer 4] , [betrokkene 8] , [betrokkene 1] , [betrokkene 3] , [betrokkene 6] en [betrokkene 5] en is een aanslag op de spyshop in Nieuwegein voorbereid. Er is rondom deze levensdelicten maar een deel van de PGP-communicatie boven water gekomen, maar uit de berichten die er wel zijn komt het beeld naar voren dat [medeverdachte 16] vanuit het buitenland voor, tijdens en na de liquidaties met een aantal vertrouwde contacten – die (delen van) de voorbereidingen en het nawerk in Nederland coördineerden – communiceerde. Zo blijkt bij de moord op [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) in september 2015, de voorbereiding op de aanslag op de spyshop in dezelfde maand en de voorbereiding in januari 2016 van de moord op [slachtoffer 4] dat het [medeverdachte 11] is die in Nederland de mensen aanstuurt die daadwerkelijk handelingen verrichten. Vanaf 16 februari 2016 is [medeverdachte 11] echter gedetineerd voor zijn betrokkenheid bij de zaak Koper. Bij de moord op [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) en de voorbereiding van de moord op [betrokkene 3] in april 2016 en de voorbereiding van de moord op [betrokkene 8] in december 2016 wordt die aansturende rol vervuld door een broer van [medeverdachte 16] , [betrokkene 12] . Bij de moord op [slachtoffer 5] in juni 2016 en de poging tot moord op [betrokkene 7] in oktober 2016 ligt de coördinatie (mede) bij [medeverdachte 8] . Voor zover zicht op de communicatie is verkregen wordt [medeverdachte 16] daarbij steeds gedetailleerd op de hoogte gehouden en is hij degene die beslist of er tot actie wordt overgegaan. In een aantal zaaksdossiers (Ster en Rudolf, voor zover het de aanslag op de spyshop betreft) geven de chats ook zicht op contacten met de uitvoerders, in de andere zaaksdossiers ontbreekt dat zicht. Wel blijkt uit diverse chats dat [medeverdachte 16] aangeeft dat hij contact met de schutters heeft. Uit de communicatie in de zaak Ster tussen [medeverdachte 16] en zijn broer [betrokkene 12] en in de zaak Kreta tussen [medeverdachte 16] en [medeverdachte 10] blijkt bovendien dat [medeverdachte 16] degene is die beslist over de (omvang van de) betalingen aan hen die een rol hebben bij een liquidatie. Voorts komt in de zaaksdossiers Ster en Kreta naar voren dat de organisatie mensen heeft die wapens beheren. Ook wordt er een continue voorraad gestolen auto’s met valse kentekens aangehouden.

4.7.2.3 Wagenpark

Dit laatste wordt bevestigd door de doorzoeking in een loods in [adres] aan het [adres] op 7 februari 2017, kort na de ten laste gelegde periode. In die loods worden acht gestolen auto’s met valse kentekens aangetroffen. In de loods worden DNA-sporen van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 12] en [verdachte] gevonden. In de auto’s zijn documenten aangetroffen die horen bij de Seat Ibiza, de Audi A5, de Audi Q5 en de Skoda die in de zaken Roos/Doorn een rol hebben gespeeld. Bij de loods is bovendien op 2 december 2016 de Renault Clio gezien die een rol speelt in de zaken Zeilboot en Plato. Ook in april 2016 was er al sprake van een stalling voor gestolen auto’s. Dit blijkt uit PGP-berichten tussen [medeverdachte 12] en [medeverdachte 16] en [medeverdachte 12] en [medeverdachte 5] van 18 april 2016.223

4.7.2.4 Onderzoek Koper

De startdatum van de criminele organisatie die aan [medeverdachte 16] is ten laste gelegd is 1 juli 2015. Ter terechtzitting heeft het Openbaar Ministerie laten weten dat het oorspronkelijk de bedoeling was 16 juli 2015 als aanvangsdatum ten laste te leggen. De dag daarvoor – op 15 juli 2015 –zijn in het onderzoek Koper diverse verdachten aangehouden in verband met de voorbereidingen voor het plegen van een moord en het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid wapens. De verdachten in Koper bleken te beschikken over twee gereedstaande gestolen snelle Audi’s met daarin petflessen met benzine, een grote hoeveelheid wapens, opnameapparatuur, bakens, PGP-telefoons, jammers en kentekens van politievoertuigen. In maart 2019 worden verdachte [betrokkene 19] (hierna: [betrokkene 19] ) en een aantal medeverdachten in hoger beroep tot lange gevangenisstraffen veroordeeld voor onder meer het voorbereiden van een moord en deelname aan een criminele organisatie gericht op het voorbereiden van moord. Deze organisatie wordt hierna ook aangeduid als de Kopergroep. Tot de veroordeelden behoort ook [medeverdachte 11] . Dat de Kopergroep voor [medeverdachte 16] werkte wordt in diverse bewijsmiddelen bevestigd. Direct nadat de Kopergroep is aangehouden blijkt uit de chats van [medeverdachte 16] met [medeverdachte 11] dat [medeverdachte 16] zich opwindt over de aanhoudingen, waarbij hij [medeverdachte 11] adviseert om ergens veilig te gaan zitten en aangeeft dat degenen die zijn aangehouden ‘top advos’ moeten krijgen.224 Ook vermoedt hij dat niet alle wapens gevonden zijn en bespreekt hij met [medeverdachte 11] dat de wapens die er nog liggen zo snel mogelijk bij [medeverdachte 4] ondergebracht moeten worden.225 Daarnaast blijkt uit de chats dat [medeverdachte 16] via de advocaten van de aangehouden verdachten probeert om aan informatie over de zaak te komen.226 Bovendien voelt [medeverdachte 16] zich blijkens de chats verantwoordelijk voor de betaling van de advocaten en het onderhouden van de gezinnen van de aangehouden verdachten.227

Ook zijn er aanwijzingen dat de Kopergroep voor de aanhoudingen voor [medeverdachte 16] bezig was met de voorbereidingen van liquidaties die uiteindelijk in het kader van de zaak Marengo zijn onderzocht. Bij de doorzoeking van de woning van Koper-verdachte [betrokkene 20] op 15 juli 2015 is een SD-kaart aangetroffen met daarop drie filmpjes van [slachtoffer 4] .228 Op 25 februari 2015 is [slachtoffer 4] – die uiteindelijk op 9 mei 2016 wordt vermoord (zie zaaksdossier Aker) – met anderen gefilmd bij de McDonald’s te Nieuwegein. Ook zijn in november 2014 gemaakte beelden van [slachtoffer 5] aangetroffen.229 Daarnaast is er in juni 2015 een baken geplaatst onder de auto van [betrokkene 5] . Bij de doorzoeking op het verblijfadres van [betrokkene 19] is een PGP-toestel in beslag genomen waarop vijf foto’s, met tijdstempel 25 februari 2015, van [slachtoffer 4] zijn aangetroffen. Deze foto’s zijn genomen van een van de hiervoor genoemde filmpjes.230 Foto’s van [slachtoffer 4] , waarvan één eveneens met tijdstempel 25 februari 2015, zijn ook aangetroffen op een in Ierland onder [betrokkene 21] (hierna: [betrokkene 21] ) op 7 april 2016 in beslag genomen PGP-toestel.231 Uit het onder [betrokkene 19] in beslag genomen PGP-toestel zijn berichten naar voren gekomen waaruit blijkt dat hij tot zijn aanhouding regelmatig contact heeft met [medeverdachte 16] , onder meer over de voorbereiding van de liquidatie van [slachtoffer 4] .232 Zie daarover uitgebreider de bespreking van het zaaksdossier Aker. Hierin komen ook PGP-berichten aan de orde tussen [medeverdachte 16] en [betrokkene 21] . Zij bespreken – zie de berichten van 30 maart 2016 om 01:04 uur en 01:02 uur233 – dat [medeverdachte 16] , als [betrokkene 21] er niet meer is, gewoon door moet gaan ‘met die kk hoeren’ en dat dat een ‘levenstaak’ is geworden. Deze opmerkingen zijn – in de context van de andere chats – niet anders te duiden dan dat [medeverdachte 16] en [betrokkene 21] een (deels) gezamenlijke liquidatielijst hebben die ook als [betrokkene 21] wordt aangehouden, afgewerkt moet worden. Uit het onderzoek Rudolf komt naar voren dat de moord op [slachtoffer 2] en de voorgenomen aanslag op de spyshop een rechtstreeks gevolg zijn van de aanhoudingen en inbeslagnames in het onderzoek Koper, namelijk wraak voor de rol die de spyshop volgens [medeverdachte 16] en de zijnen gehad zou hebben bij het oprollen van de Kopergroep en een waarschuwing voor de toekomst.234

4.7.2.5 Aangetroffen administraties

Bij [betrokkene 22] – een van de Koper-verdachten – wordt bij een doorzoeking een financiële administratie aangetroffen. Hierin komen de namen ‘Boek , ‘Piet’ en ‘schoonzoon’ voor, de bijnamen van respectievelijk [betrokkene 19] , [medeverdachte 11] en [medeverdachte 4] . In deze administratie zijn inkomsten uit verdovende middelen en uitgaven met betrekking tot de aanschaf van wapens, bakens, PGP-telefoons en uitgaven voor ‘spotters’ en ‘hitters’ opgenomen.235 Tijdens een pro formazitting in de zaak Koper op 14 januari 2016 is [medeverdachte 16] door [medeverdachte 11] op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen op die zitting. [medeverdachte 11] kreeg deze informatie door van [medeverdachte 14] , die als publiek bij die zitting aanwezig was. In die berichtgeving wordt vermeld dat geprobeerd wordt een link te leggen tussen de inbeslaggenomen administratie en de liquidaties van [betrokkene 23] op 14 april 2014 en [betrokkene 24] op 1 december 2014.236

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

10:17

[medeverdachte 11]

[medeverdachte 16]

------Origineel bericht------

Van: Brada bril

Aan: Eigen/own

Onderwerp:

Verzonden: 14 Jan 2016 10:07

Sir in die administratieboekje staan datum's waarneer dr hitters zijn uitbetaald!! En dat proberen ze te linken op [betrokkene 23] en [betrokkene 24] !! Op de datums dat hun zijn gevlamd staan ook betaal transactie's!!

In de Marengo-dataset bevindt zich een groot aantal chats, die eveneens een kasadministratie bevatten.237 Hieruit blijkt dat [medeverdachte 11] , [medeverdachte 5] en [betrokkene 25] (hierna: [betrokkene 25] ) – een neef van [medeverdachte 16] – aan een broer van [medeverdachte 16] , [betrokkene 26] , verantwoording afleggen over de inkomsten en uitgaven en dat deze uiteindelijk rapporteert aan [medeverdachte 16] . Uit deze administratie leidt de rechtbank af dat er ook in de ten laste gelegde periode op grote schaal in verdovende middelen wordt gehandeld, dat de gedetineerde Koper-verdachten regelmatig geld krijgen en dat ook de kosten van de liquidatie van [slachtoffer 3] in deze administratie zijn verwerkt.238 De Koper-administratie stopt op 15 juli 2015 en de in de Ennetcom-data aangetroffen administratie wordt voor het eerst zichtbaar op 9 augustus 2015. Uit de schrijfwijze van de beide administraties, de gebruikte termen, de namen van stempels van verdovende middelen en de namen van de deelnemers, leidt de rechtbank af dat de in de Ennetcom-data aangetroffen administratie een meeromvattende voortzetting is van de Koper-administratie.239 Dit blijkt ook uit de volgende berichten van [betrokkene 26] aan [medeverdachte 11] van 16 juli 2015, de dag na de wapenvondst in het onderzoek Koper.240

Tijdstip

Verzender

Ontvanger

Bericht

17:01

[betrokkene 26]

[medeverdachte 11]

Goedemiddag sir. Kunt u mij de ijzerlijst sturen om te checken met wat ik heb?

17:07

[betrokkene 26]

[medeverdachte 11]

Ok sir, alvast bedankt. En kunt u ook aan mij doorgeven welke handel er aan schoonzoon is gegeven en wat er is gepakt en ook wat er eventueel aan cash is gepakt?

De rechtbank concludeert op grond van het bovenstaande dat de moordorganisatie van [medeverdachte 16] het werk van de Kopergroep, met grotendeels andere deelnemers, voortzet.

4.7.2.6 Verklaringen van [medeverdachte 1]

In het hoofdstuk over de kroongetuige en bij de bespreking van de afzonderlijke zaaksdossiers is al aandacht besteed aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] is uitgebreid verhoord over wat hij weet over [medeverdachte 16] en de mensen met wie [medeverdachte 16] samenwerkt. De rechtbank constateert daarbij dat hetgeen [medeverdachte 1] verklaart over de oorsprong van de criminele samenwerking tussen [medeverdachte 16] en een aantal medeverdachten – met name [medeverdachte 10] en [medeverdachte 8] – niet gebaseerd is op eigen ervaringen of waarnemingen, maar dat zijn kennis is gebaseerd op wat hij van anderen heeft gehoord of dat het interpretaties van hem zijn. Dit geldt ook voor zijn verklaringen die gaan over medeverdachten waar hij niet of nauwelijks mee is omgegaan. De bewijswaarde van die delen van zijn verklaringen is daarom beperkt.

De rechtbank heeft eerder in dit vonnis overwogen dat de (kluis)verklaringen van [medeverdachte 1] met name bewijswaarde hebben voor zover het gebeurtenissen betreft waar hij zelf bij betrokken is geweest. Dit betreft voornamelijk gebeurtenissen waarbij hij samenwerkte met [medeverdachte 8] , [medeverdachte 7] en (indirect) [medeverdachte 16] . Wat hij daarover verklaart wordt ondersteund door andere onderzoeksbevindingen, met name de grote hoeveelheid (pas later ontsleutelde) PGP-berichten. Deze onderbouwen ook zijn verklaring dat [medeverdachte 8] zijn eigen mensen onder zich had werken, waaronder [medeverdachte 1] zelf.241 De omstandigheid dat [medeverdachte 1] veel medeverdachten niet kent (en zij ook zeggen hem niet te kennen) past bij zijn verklaring dat de leden van de organisatie alles proberen af te schermen en ervoor te zorgen dat iedereen zo min mogelijk van elkaar weet.242In de verklaringen van [medeverdachte 1] over de criminele organisatie heeft de rechtbank geen opzettelijke onjuistheden aangetroffen. Dat hij over een groot aantal situaties of mensen verklaart hoe hij denkt dat het zit, beperkt – zoals hiervoor al overwogen – de bewijswaarde van die delen van zijn verklaringen. Dit alles doet niet af aan de betrouwbaarheid van die verklaringen voor het overige. De rechtbank concludeert dat de verklaringen van [medeverdachte 1] inzake de criminele organisatie – met de hiervoor genoemde kanttekening – betrouwbaar zijn.

4.7.2.7 Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie

Uit het voorgaande, gevoegd bij al hetgeen ten aanzien van de zaaksdossiers is overwogen, komt naar voren dat [medeverdachte 16] leiding gaf aan een organisatie die zich op professionele wijze bezighield met moorden. [medeverdachte 16] beschouwde een aantal mensen als vijanden of verraders die kennelijk koste wat het kost geliquideerd moesten worden. Slechts een aantal vertrouwde contacten die (een deel van) de organisatie rondom de liquidatie op zich namen had rechtstreeks contact met [medeverdachte 16] zelf. Liquidaties werden goed voorbereid door de beoogde slachtoffers vooraf, door middel van spotters, in beeld te brengen. Soms werden daar technische hulpmiddelen zoals bakens bij gebruikt. De voorraad gestolen auto’s met valse kentekenplaten en de voorraad wapens werden beheerd, op peil gehouden en er waren mensen verantwoordelijk voor het onderhoud. Ook werd de voorraad PGP-toestellen op peil gehouden en werden na een liquidatie de daarbij gebruikte toestellen uit de lucht gehaald. Ook werden sporen gewist, bijvoorbeeld door een ruimte schoon te maken, wapens in stukken te slijpen en auto’s in brand te steken. De organisatie had mensen tot haar beschikking om goederen (wapens, geld, auto’s) te halen of te brengen en diegenen die meehielpen werden betaald. Ook werd gebruikgemaakt van corrupte ambtenaren om informatie te krijgen.

Het oogmerk van de organisatie zag niet alleen op moord en de voorbereiding daarvan, maar – zoals ten laste gelegd – ook op het bezit van vuurwapens en munitie en op gekwalificeerde diefstal. Tot het oogmerk van de organisatie moet ook worden gerekend het naaste doel dat de organisatie nastreeft. Voor het plegen van liquidaties als de onderhavige is noodzakelijk, en daarmee oogmerk van de organisatie, dat tevens overtredingen van de Wet wapens en munitie worden begaan. De wijze waarop de liquidaties werden gepleegd, waarbij telkens gestolen auto’s werden gebruikt, impliceert verder dat gekwalificeerde diefstal eveneens een oogmerk van de organisatie was.

4.7.2.8 Deelname aan de criminele organisatie

Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr is slechts sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen, dan wel deze ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.243 In het bestanddeel ‘deelneming aan’ een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr ligt het opzet van de verdachte besloten. Voor ‘deelneming’ is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Niet vereist is dat de verdachte wetenschap heeft van een of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.244 Ook hoeft de verdachte geen opzet op die concrete misdrijven te hebben.245

Bij [verdachte] wordt bewezen verklaard dat hij medeplichtig is aan de moord op [slachtoffer 1] en aan de voorbereiding van de moord op [betrokkene 1] . Van de andere levensdelicten waarvoor hij in Marengo wordt vervolgd – de poging om [slachtoffer 6] te vermoorden in Amsterdam, de uiteindelijke moord op [slachtoffer 6] in Laren en de poging om [betrokkene 8] te vermoorden – wordt hij vrijgesproken. Daarbij verdient opmerking dat de rechtbank in de zaak Plato bij [verdachte] – anders dan bij zijn medeverdachten in dat zaaksdossier – onvoldoende aanwijzing ziet van betrokkenheid bij de (niet ten laste gelegde) voorbereidingshandelingen tot moord.

De twee feiten die bewezen verklaard worden hebben in de laatste paar dagen van de pleegperiode van de criminele organisatie plaatsgevonden. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat [verdachte] in de periode daarvoor, door het verrichten van kleine diensten, in toenemende mate betrokken raakt bij de criminele organisatie. Die betrokkenheid begint – voor zover de rechtbank kan vaststellen – ermee dat [medeverdachte 2] en [betrokkene 11] in april 2016 bij hem verblijven en zijn woning kennelijk als uitvalsbasis gebruiken. Zo worden op 12 april 2016 twee Walther-pistolen en een, op een Kalasjnikov gelijkend, automatisch vuurwapen afgegeven op de [adres] , waarbij een huisnummer is opgegeven dat zich bevindt in de flat waar [verdachte] verblijft.246 Later worden op de plaats delict van de moord op [slachtoffer 3] twee vuurwapens van het merk Walther aangetroffen en een patroonhouder voor een automatisch vuurwapen.247 Als [betrokkene 27] (hierna: [betrokkene 27] ), een van de mannen die uiteindelijk voor de moord op [slachtoffer 3] is veroordeeld, is opgepakt wordt zijn woning door [medeverdachte 2] schoongemaakt. Vervolgens heeft deze, naar de rechtbank aanneemt, een en ander bij [verdachte] verborgen. Zie daarvoor het bericht van 17 april 2016 om 10:33 uur: “belangerijkste spullen zijn eruit en goed verborgen bij een maat van me”.248Ook maakt [verdachte] op 18 november 2016 geld over naar [betrokkene 27] als deze in detentie zit in verband met deze liquidatie.249

Ook stelt de rechtbank betrokkenheid van [verdachte] bij de criminele organisatie vast op grond van bevindingen in het zaaksdossier Kreta. Tijdens een doorzoeking van de woning van [verdachte] op 10 mei 2017 wordt een laptop van het merk Asus aangetroffen waarvan wordt vastgesteld dat deze bij [verdachte] in gebruik was.250 Op deze laptop is een foto van [slachtoffer 5] meermalen opgeslagen, waarbij de eerste op 14 april 2016 is bekeken en de laatste op 23 juni 2016, enkele uren na de moord op [slachtoffer 5] .251 Ook wordt op 28 augustus 2016 meermalen de zoekterm ‘liquidatie [slachtoffer 5] ’ op de website van YouTube ingevoerd en dit wordt ook nog eens op 19 april 2017 gedaan.252 Daarnaast bevat de laptop een foto van de [adres] . Het betreft een foto die op 20 juni 2016, om 21:26 uur is gemaakt vanaf de [adres] met zicht richting de [adres] , waar [slachtoffer 5] woonde. De foto is – zo heeft het NFI met de hoogst mogelijke graad van waarschijnlijkheid vastgesteld – gemaakt met de Samsung Galaxy Edge-telefoon van [verdachte] .253 De rechtbank concludeert gelet daarop dat [verdachte] die foto heeft gemaakt. De moord op [slachtoffer 5] vond twee dagen later plaats.

De scooter die bij de liquidatie van [slachtoffer 5] is gebruikt wordt kort na de moord gevonden. De scooter en de plaats waar deze is aangetroffen zijn op 23 juni 2016 forensisch onderzocht.254 Rond de scooter hangt een sterke benzinegeur. Vlakbij de scooter ligt een jerrycan waar de dop vanaf is gedraaid. Op de jerrycan bevindt zich een DNA-spoor dat matcht met het DNA van [betrokkene 28] (hierna: [betrokkene 28] ).255 Voor de rechtbank staat vast dat deze scooter voor de liquidatie in de berging heeft gestaan bij [verdachte] . Dat blijkt uit een tapgesprek op 10 mei 2017 tussen twee vrouwen, waarin dat met zoveel woorden wordt gezegd.256

‘V: Maar ja kijk.. weet je.. die ehh.. d'r stond een ehh.. voertuig in de scoet. in de schuur.. waar ehh.. die is gebruikt.. maar dat is voor dat ie is geliquideerd werd, was ie bij [verdachte] in de schuur, maar dat is toen.. Toen hebben ze 'm opgehaald in die schuur of eh.. die scooter en ehh.. toen is die man geliquideerd..’

Mede redengevend daarvoor is dat [betrokkene 28] een contact van [verdachte] is en dat [verdachte] op 22 juni 2016 via Facebookmessenger contact met [betrokkene 28] heeft en rond 21:37 uur – kort voor de liquidatie – buiten met hem afspreekt.257

Bij de genoemde doorzoeking op 10 mei 2017 wordt bovendien een grote hoeveelheid bakens, telefoons en simkaarten in beslag genomen die van belang zijn in het onderzoek Plato en (zie hoofdstuk 4.5.3 Feiten en omstandigheden) veelal te koppelen zijn aan [medeverdachte 2] en [betrokkene 11] . Verder wordt bij deze doorzoeking een PGP-administratie aangetroffen.258 Dit betreft een administratie vanaf 9 januari 2017, waarin de bijnamen voorkomen van onder andere [medeverdachte 5] , [medeverdachte 8] , [betrokkene 25] en [medeverdachte 14] . De mutaties van 13 januari 2017 – vlak na de moord op [slachtoffer 1] – houden kennelijk verband met de werkwijze van de criminele organisatie om na een moord PGP-toestellen en/of simkaarten te vervangen.259 Door een handschriftdeskundige is na een handschriftvergelijking met de hoogste graad van waarschijnlijkheid vastgesteld dat het handschrift in de administratie van [verdachte] is.260 De rechtbank neemt aan dat deze administratie is bijgehouden door [verdachte] .

Deze administratie loopt overigens nog enige maanden na het eindigen van de ten laste gelegde periode – 14 januari 2017 – door. Dat [verdachte] ook na die datum betrokken blijft bij de moordorganisatie leidt de rechtbank af uit het bericht dat hij op 20 april 2017 aan [betrokkene 11] stuurt: “ik doe het! geef maar door!! regel t maar en laat maar weten wnr die in slaap moet valle, app heegt storing kom straks langs me osso”.261

Ook wijst de rechtbank in dit verband nog op de aankoop van tien aanstekers en drie flessen ammonia, door [verdachte] op 20 januari 2017 bij Albert Heijn in Amersfoort. De betreffende aankoopbon wordt later in een AH-draagtas aangetroffen bij de doorzoeking in de loods aan het [adres] . In die draagtas zitten meerdere aanstekers en drie flessen ammonia.262 [verdachte] heeft hierover verklaard dat hij deze aankoop heeft gedaan op verzoek van een vriend die toen bij hem heeft geslapen.263 Hoewel de aankoopdatum net buiten de ten laste gelegde periode valt, ziet de rechtbank dit als een aanwijzing dat [verdachte] betrokken is en blijft bij de organisatie die na de moord op [slachtoffer 1] kennelijk de benodigde voorraad weer op peil moet brengen.

De rechtbank concludeert dat [verdachte] zijn huis ter beschikking stelt aan medeverdachten voor het aannemen van wapens en voor de opslag van spullen van een aangehouden moordverdachte, dat hij kort voor de moord op [slachtoffer 5] een foto maakt van diens woonomgeving, dat hij een scooter in zijn berging stalt die vervolgens wordt gebruikt bij de moord op [slachtoffer 5] , dat hij bakens, telefoons en simkaarten bewaart en dat hij een PGP-administratie bijhoudt. Ook observeert hij een potentieel slachtoffer. De rol van [verdachte] binnen de organisatie evolueert van hand- en spandiensten naar het bijhouden van de administratie van de PGP-telefoons en het daadwerkelijk observeren van een potentieel slachtoffer. Gelet op al het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat [verdachte] op de hoogte was van het oogmerk van de organisatie. De rechtbank acht dan ook bewezen dat [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich toelegde op het plegen van moorden.

De ten laste gelegde periode vangt aan op 1 januari 2016, maar voor betrokkenheid bij de moordorganisatie voor 12 april 2016 bevat het dossier geen aanknopingspunten. Dat leidt tot een partiële vrijspraak. Ten bewijze van het deelnemen van de overige in de tenlastelegging genoemde personen zijn als bijlage 4 de bewijsoverwegingen ten aanzien van de medeverdachten opgenomen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat [verdachte]

Ten aanzien van het in zaak A ten laste gelegde

in de periode van 12 april 2016 tot en met 14 januari 2017 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband bestaande uit verdachte en (onder andere) [medeverdachte 16] en [medeverdachte 8] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 12] en [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] en [medeverdachte 15] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 9] en [medeverdachte 2]

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- moord en

- gekwalificeerde diefstal en

- bezit vuurwapens en munitie;

Ten aanzien van het in zaak B onder 1 subsidiair ten laste gelegde

[betrokkene 15] en [betrokkene 16] op 12 januari 2017 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen een ander, welke later is gebleken [slachtoffer 1] te zijn, opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven hebben beroofd door met een vuurwapen kogels in het lichaam van [slachtoffer 1] te schieten

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op tijdstippen gelegen in de periode van 1 december 2016 tot en met 12 januari 2017 in Nederland opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door

- informatie door te geven over de plek waar het beoogde slachtoffer (te weten: [betrokkene 1] ) zich bevond en

- plaatsbepalingsapparatuur aan of in het voertuig van het beoogde slachtoffer (te weten: [betrokkene 1] ) te bevestigen of te plaatsen;

Ten aanzien van het in zaak B onder 2 ten laste gelegde

[betrokkene 9] en [betrokkene 10] op 14 januari 2017 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord op [betrokkene 1] , opzettelijk

- twee aanvalsgeweren (model Kalasjnikov) en

- tien kogelpatronen en

- een gestolen personenauto met vals kenteken en

- flessen met een brandbare vloeistof en aanstekers en

- gegevensdragers houdende foto’s van [betrokkene 1] ,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden hebben gehad,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op tijdstippen gelegen in de periode van 1 december 2016 tot en met 14 januari 2017 in Nederland opzettelijk inlichtingen heeft verschaft, door informatie door te geven over de plek waar [betrokkene 1] zich bevond.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. [verdachte] is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluit. [verdachte] is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1

Eis van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat [verdachte] voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijfentwintig jaren en acht maanden, met aftrek van de tijd die al in voorlopige hechtenis is doorgebracht.

8.2

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met het feit dat in Roos/Doorn sprake is van eendaadse samenloop aangezien de (vermeende) handelingen van [verdachte] naar aard en gedraging zien op het kennelijke wilsbesluit om [betrokkene 1] te observeren en dat enkele wilsbesluit dan bepalend is. Ook verzoekt de verdediging rekening te houden met het feit dat de Wet straffen en beschermen inmiddels is ingevoerd in die zin, dat rekening gehouden wordt met de netto uitkomst van de straf. Verder wijst de verdediging op uitspraken van rechtbanken in andere zaken. Bij dupliek heeft de verdediging nog verzocht rekening te houden met het feit dat [verdachte] als Marengo-verdachte niet in aanmerking zal komen voor fasering omdat daartoe een reclasseringsrapportage nodig is en de reclassering (liever) niet werkt met een Marengo-verdachte en dat hij als gevolg daarvan ook niet in aanmerking zal komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling.

8.3

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van [verdachte] , zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

8.3.1

Ernst van de feiten en persoon van de verdachte

De bewezen geachte criminele organisatie heeft onder leiding van [medeverdachte 16] in een periode van anderhalf jaar aan vijf mensen het leven ontnomen. Daarnaast heeft de organisatie twee mensen geprobeerd te vermoorden en de moord op zes mensen voorbereid. Ook is een aanslag op een spyshop voorbereid, waarbij het risico dat daar mensen aanwezig waren niet als belemmering werd gezien.

De opdrachten hiertoe werden gegeven door [medeverdachte 16] . Hij beschikte over leven en dood van iedereen die hem in zijn beleving hinderde. Criminele rivalen, mensen die (beweerdelijk) een schuld niet hadden afbetaald, mensen die (mogelijk) spraken met zijn vijanden of met de politie; zij liepen allemaal het risico om op een dodenlijst van [medeverdachte 16] te belanden. Het gemak waarmee [medeverdachte 16] besloot dat iemand dood moest is schokkend. De daarover door hem verzonden PGP-berichten laten niets aan de verbeelding over: doden uit wraak, ter afschrikking of waarschuwing, dan wel als boodschap aan degene die hij eigenlijk dood wilde maar die voor hem onvindbaar was. Daarbij zijn er nauwelijks aanwijzingen dat de leden van de organisatie morele bezwaren hadden tegen de terreur die van [medeverdachte 16] uitging. Als een lid al moeite had met een voorgenomen moord, dan zette hij zich daar meestal overheen en onttrok hij zich niet.

De organisatie ging professioneel te werk bij de voorbereiding en uitvoering van de moorden en het nadien uitwissen van de sporen. Er werden observatieteams ingezet om de gangen van de beoogde slachtoffers na te gaan en er werd een voorraad gestolen auto’s aangehouden en van valse kentekens voorzien ten behoeve van observaties en liquidaties. Informatie werd ook verkregen via corrupte ambtenaren. Verder werden wapens geregeld, uitgeprobeerd en gereinigd. De communicatie verliep via versleutelde e-mailberichten met PGP-toestellen en vaak via tussenpersonen, kennelijk om te voorkomen dat de betrokkenen zouden ontdekken wie er verder nog een rol speelden bij de moordplannen. Bij de uitvoering werd geprobeerd het slachtoffer te plaatsen, zodat een elders gereedstaand schuttersteam de moord uit kon voeren. Ook werd geprobeerd om slachtoffers te lokken. Er werd na afloop grote zorg besteed aan het laten verdwijnen van de gebruikte auto’s, wapens en PGP-toestellen.

Dit alles maakt de indruk van een professioneel moordbedrijf, dat er alles aan deed om de door [medeverdachte 16] opgedragen moorden succesvol uit te voeren en ontdekking te voorkomen. Er hebben zich verschillende situaties voorgedaan waarin het risico werd gelopen dat een ander dan de beoogde persoon werd vermoord. In één geval is dat ook daadwerkelijk gebeurd. De reacties daarop in de chats wijzen erop dat dat door de betrokkenen werd gezien als een bedrijfsrisico. Uit de onderlinge communicatie blijkt niet dat de betrokkenen hierdoor geschokt waren of gevoelens van schuld of schaamte hadden; men ging gewoon door met het plannen van de voorgenomen moord.

Er is zicht op de organisatie van [medeverdachte 16] gekomen doordat de kroongetuige zich uit angst voor zijn leven bij de politie heeft gemeld en is gaan verklaren, en door het beschikbaar komen van PGP-berichten. Het zijn met name deze berichten die duidelijk maken hoe nietsontziend de organisatie te werk ging. Het leed dat familieleden van de slachtoffers werd aangedaan speelde geen rol. In enkele gevallen waren jonge kinderen aanwezig toen hun vader werd doodgeschoten. Veelzeggend is dat geen van de nabestaanden en slachtoffers gebruik heeft willen maken van het hen toekomende spreekrecht of als benadeelde partij een vordering heeft ingediend. Daarmee is de angst die bij hen teweeg is gebracht door het meedogenloze geweld van de organisatie van [medeverdachte 16] zichtbaar. De vele aandacht van de media voor de zaak Marengo toont de maatschappelijke impact die de moordorganisatie op de samenleving heeft gehad. De schokkende omstandigheid dat tijdens het strafproces een broer, een raadsman en de vertrouwenspersoon van de kroongetuige zijn vermoord heeft de maatschappelijke impact van de zaak Marengo zonder enige twijfel vergroot. De zaak Marengo gaat echter niet over deze moorden en de verdachten in de zaak Marengo worden in die strafzaken (op dit moment) niet vervolgd. Deze moorden spelen dan ook geen rol bij het bepalen van de straffen.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straffen gekeken naar straffen die in andere moordzaken en zaken die zien op pogingen tot moord en voorbereiding van moord zijn opgelegd. Hoewel strafzaken zich moeilijk laten vergelijken, is er wel een ontwikkeling zichtbaar waarin steeds zwaarder gestraft wordt. De roep om vergelding vanuit de maatschappij wordt steeds luider. Het inzicht in het handelen van de zware criminaliteit – verkregen door de inhoud van PGP-berichten – draagt daar ook aan bij. Het opleggen van straffen dient bij te dragen aan de algemene preventie van strafbare feiten en daarom moet er afschrikkende werking van uitgaan. Ook in deze zaak wordt duidelijk gemaakt dat op deze ernstige vormen van nietsontziend, ontwrichtend geweld een stevige reactie van de strafrechter volgt. De rechtbank realiseert zich daarbij dat alleen zwaarder straffen het geweld niet kan stoppen en dat ook de hoogste straf het leed van de nabestaanden niet kan vergelden.

[verdachte] wordt veroordeeld voor (kort gezegd) medeplichtigheid aan moord op [slachtoffer 1] , medeplichtigheid aan voorbereiding van moord op [betrokkene 1] en deelname aan de criminele organisatie gedurende negen maanden.

[verdachte] verricht vanaf het voorjaar van 2016 hand- en spandiensten voor de criminele organisatie van [medeverdachte 16] . Zo worden spullen van een aangehouden moordverdachte bij hem verborgen en stalt hij een scooter die voor een moord gebruikt wordt, vooraf in zijn berging. Ook houdt [verdachte] een administratie van PGP-toestellen bij en bewaart hij door de organisatie gebruikte bakens, telefoons en simkaarten. In januari 2017 houdt hij zich bezig met het lokaliseren van een potentieel slachtoffer, [betrokkene 1] . Ook nadat abusievelijk een ander, [slachtoffer 1] , is vermoord gaat hij door met het observeren van [betrokkene 1] . Anders dan de verdediging heeft bepleit volgt hieruit dat geen sprake is van eendaadse samenloop.

De rechtbank concludeert dat [verdachte] gaandeweg een steeds belangrijkere rol is gaan innemen in de criminele organisatie. In dat verband acht de rechtbank het zorgelijk dat [verdachte] na de ten laste gelegde periode het volgende tekstbericht stuurt aan [betrokkene 11] : “ik doe het! Geef maar door!! Regel t maar en laat maar weten wnr die in slaap moet valle”. Dat doet vrezen dat [verdachte] op dat moment een nog prominentere rol bij de uitvoering van moorden ambieert.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie betreffende [verdachte] blijkt dat hij in 2018 is veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor vuurwapenbezit in mei 2017. Ten aanzien van deze veroordeling dient de rechtbank rekening te houden met artikel 63 Sr. Verder is [verdachte] in 2016 veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens bedreiging en vuurwapenbezit. De rechtbank kan geen rekening houden met de door de verdediging geuite veronderstelling dat [verdachte] niet in aanmerking zal komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het betreft hier immers een toekomstige onzekere gebeurtenis.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de straffen die aan de medeverdachten zijn opgelegd en hoe deze zich, mede gelet op ieders rol, tot elkaar verhouden. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van tien jaren passend.

8.3.2

Redelijke termijn

Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak sprake is van zeer bijzondere omstandigheden.

Mede als gevolg van de verdenking van deelneming aan een criminele organisatie is de zaak tegen [verdachte] buitengewoon ingewikkeld te noemen, in de eerste plaats door de omvang van de zaak. De zaak Marengo is aangevangen met een eerste zitting in maart 2018 met twee verdachten – [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] – en uiteindelijk uitgegroeid tot een proces tegen zeventien verdachten en een zeer omvangrijk dossier. [medeverdachte 16] is op 18 december 2019 overgedragen door de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en [medeverdachte 8] is in december 2021 uitgeleverd door Colombia. Zij zijn pas toen ze in Nederland waren in persoon aan het proces gaan deelnemen.

Het politiedossier in de zaak Marengo betreft zes moorden, twee pogingen tot moord en vijf voorbereidingen van moord. In totaal bevat het politiedossier tienduizenden pagina’s. Verder is er in deze zaak sprake van een kroongetuige, die niet alleen heeft verklaard over de afzonderlijke zaaksdossiers, maar ook over de criminele organisatie waar alle verdachten lid van zouden zijn geweest. Daarmee zijn de verklaringen van de kroongetuige in de zaken van alle verdachten van belang. Daarnaast bevat het dossier een zeer grote hoeveelheid ontsleutelde berichten uit PGP-toestellen, die inzicht geeft in de verschillende zaaksdossiers en ook in de verhouding tussen de vermoede leden van de criminele organisatie. De samenhang tussen de verschillende zaken brengt mee dat het los van elkaar behandelen van de zaken van verschillende verdachten tot weer nieuwe complicaties zou leiden. De rechtbank heeft daar niet voor gekozen. Dat betekent dat de grootte van de totale zaak Marengo – zowel voor wat betreft het aantal feiten als het aantal verdachten – voor de rechtbank een gegeven is. Dat geldt daarmee ook in de zaken van de verdachten met een minder omvangrijke verdenking of met weinig of geen onderzoekswensen.

De rechtbank heeft steeds als dat kon de zaken van de verdachten gelijktijdig behandeld, maar daarnaast heeft ook een groot aantal zittingen plaatsgevonden waarbij slechts de zaak van één verdachte aan de orde was. Ook het debat op de zitting was zeer uitgebreid. Zo bedraagt het requisitoir meer dan 800 pagina’s, terwijl de pleitnota’s van de raadslieden samen meer dan 3.000 pagina’s omvatten. Thans wordt in alle zaken op dezelfde dag vonnis gewezen.

De gehele procedure heeft lang geduurd, maar dat is niet te wijten aan een talmend Openbaar Ministerie of aan een gebrek aan inzet van opsporingscapaciteit. Wel was er sprake van beperkte beschikbaarheid van De Bunker of een vergelijkbare beveiligde zittingszaal en heeft ook de complexiteit van het plannen van zittingen – gelet op het grote aantal procespartijen – een rol gespeeld bij de vertraging. De omvang en complexiteit van de zaak is echter de hoofdoorzaak van de lange duur van het proces. Daarbij was veel tijd nodig om de onderzoekswensen van de verdediging te inventariseren, te beoordelen en hieraan uitvoering te geven. Aanvankelijk heeft vooral de rechter-commissaris daarbij regie gevoerd, maar uiteindelijk heeft ook bij de rechtbank een groot aantal regiezittingen plaatsgevonden. Op verzoek van (vooral) de verdediging hebben vele getuigenverhoren bij de rechter-commissaris plaatsgevonden en hebben meerdere verhoren van de kroongetuige daarnaast ook ter terechtzitting plaatsgevonden. De keuze van het Openbaar Ministerie om de zaak aan te vangen en verdachten aan te houden en te dagvaarden op een moment dat er nog geen einddossier was – en het dossier dat er wel was, zeer summier was – beschouwt de rechtbank vanwege de reeks van feitelijke gebeurtenissen als een begrijpelijke en noodzakelijke keuze. [medeverdachte 1] was immers in september 2017, op basis van ander bewijs dan zijn eigen verklaringen, als verdachte in de zaak Roos aangehouden. Na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst op 27 december 2017 mocht hij niet meer zwijgen over zijn eigen rol en de rollen van anderen. Bovendien had hij verklaard over een nog actieve moordorganisatie en werd [medeverdachte 7] – vermeend lid van die organisatie – neergeschoten en in het ziekenhuis opgenomen. Omdat er, los van de kluisverklaringen, bewijs tegen [medeverdachte 7] bestond in de zaak Roos/Doorn was zijn aanhouding – en daarmee de start van de zaak Marengo – onvermijdelijk. Dat er op dat moment nog lang geen afgerond dossier was heeft echter wel zijn weerslag gehad op de duur van het proces. Pas in mei 2019 – anderhalf jaar na de eerste aanhouding – konden de rechtbank en de verdediging beschikken over de overeenkomst met de kroongetuige en de door hem afgelegde verklaringen. Pas toen kon gestart worden met de zeer complexe, niet in de zaken van alle verdachten gelijk oplopende, regievoering. Enige vertraging is verder ontstaan door de uitbraak van Covid. Ook het feit dat, nadat eerst een broer van de kroongetuige, ook een van zijn advocaten en zijn vertrouwenspersoon gedurende het proces zijn vermoord, heeft tot vertraging geleid. Op meerdere momenten is de kroongetuige van rechtsbijstand verstoken geweest. Het feit dat de advocaat van [medeverdachte 16] is aangehouden en gedetineerd tijdens de procedure, waardoor ook hij enige tijd geen rechtsbijstand heeft gehad, heeft ook tot vertraging geleid.

De rechtbank acht vanwege al deze bijzondere omstandigheden een redelijke termijn van vier jaren voor de zaken van alle verdachten in Marengo gerechtvaardigd.

De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak de aanvangsdatum van de redelijke termijn moet worden gesteld op 13 november 2018, de datum waarop [verdachte] in verzekering is gesteld. Dit betekent dat de redelijke termijn in de zaak van [verdachte] met een jaar en ruim drie maanden is overschreden.

De Hoge Raad handelt bij een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan een jaar naar bevind van zaken. Gelet op het door de Hoge Raad gehanteerde uitgangspunt bij een overschrijding van de redelijke termijn van zes maanden tot een jaar264 zou het ‘bevind van zaken’ opgevat kunnen worden als dat de korting in dit geval ten minste zes maanden of meer zou moeten bedragen. De rechtbank acht een hogere korting dan zes maanden echter niet aangewezen en ziet alles afwegend aanleiding de gevangenisstraf met zes maanden te matigen.

8.3.3

Wet straffen en beschermen

Met ingang van 1 juli 2021 is de Wet straffen en beschermen in werking getreden. De voorwaardelijke invrijheidstelling is op grond van die wet thans geregeld in artikel 6.2.10 Sv (nieuw). De periode waarin een veroordeelde via een voorwaardelijke invrijheidstelling kan werken aan zijn resocialisatie is (bij gevangenisstraffen van meer dan twee jaren) net als in de oude regeling een derde van de opgelegde straf, maar die periode kan onder de nieuwe wet niet langer zijn dan twee jaren. De wet bevat geen overgangsbepaling zodat de regeling onmiddellijke werking heeft, in die zin dat op vonnissen van na 1 juli 2021 het nieuwe regime van toepassing is.

In de vorige paragraaf is door de rechtbank geoordeeld dat een redelijke termijn van vier jaren voor de zaken van alle verdachten in Marengo gerechtvaardigd is. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat de redelijke termijn voor [verdachte] is aangevangen op 13 november 2018. De strafzaak had dus op 13 november 2022 moeten zijn afgedaan door de rechtbank.

De rechtbank gaat ervan uit dat de strafzaak van [verdachte] niet vóór de ingangsdatum van de Wet straffen en beschermen zou zijn afgedaan als de redelijke termijn niet was overschreden. Bij die stand van zaken is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om rekening te houden met de oude wettelijke v.i.-regeling.

8.3.4

Conclusie

Alles afwegend zal de rechtbank aan [verdachte] een gevangenisstraf van negen jaren en zes maanden opleggen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6.2.10 Sv.

8.3.5

Voorlopige hechtenis

De verdediging heeft bepleit dat de voorlopige hechtenis op grond van artikel 67a lid 3 Sv dient te worden opgeheven. Gelet op de straf die heden aan [verdachte] wordt opgelegd doet de situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv zich niet voor. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt daarom afgewezen.

9 Beslag

Onder [verdachte] zijn de in bijlage 5 genoemde voorwerpen in beslag genomen.

9.1

Standpunten

Voor de standpunten en de toelichting daarop van het Openbaar Ministerie wordt verwezen naar bijlage 6.

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over het beslag.

9.2

Oordeel van de rechtbank

Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van de onder 1 tot en met 8, 10, 16, 17, 18, 20, 21, en 24 tot en met 30 genoemde voorwerpen primair gevorderd dat deze worden gedeponeerd voor het bewijs. Het deponeren van voorwerpen voor het bewijs is een beslissing die de rechtbank niet kan nemen, omdat hier geen wettelijke grondslag voor is. De rechtbank kan inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaren, onttrekken aan het verkeer, bewaren ten behoeve van de rechthebbende of de teruggave daarvan aan de rechthebbende gelasten.

PGP-telefoons

De onder 1, 2, 3 en 7 genoemde voorwerpen betreffen PGP-telefoons. PGP-telefoons worden gebruikt om via versleutelde berichten met andere PGP-telefoons te communiceren. [verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van strafbare feiten. Hij heeft onder meer deelgenomen aan een criminele organisatie die zich richt op het plegen van moorden. De rechtbank vindt in het dossier geen aanknopingspunten waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de onder [verdachte] in beslag genomen PGP-telefoons gebruikt werden voor legitieme doeleinden. De rechtbank acht gelet op het voorgaande voldoende aannemelijk dat de onder [verdachte] in beslag genomen PGP-telefoons zijn gebruikt voor communicatie ten behoeve van de criminele organisatie en het betreft dan ook voorwerpen die tot het begaan van een misdrijf zijn bestemd. De onder 1, 2, 3 en 7 genoemde voorwerpen worden dan ook verbeurd verklaard.

Telefoons/peilbaken

Het Openbaar Ministerie stelt zich blijkens bijlage 6 ten aanzien van het onder 4 genoemde voorwerp op het standpunt dat deze telefoon geen historische verkeersgegevens blijkt te bevatten maar dat het onderzoek aan het toestel nog niet definitief is afgerond. De enkele omstandigheid dat het onderzoek nog niet definitief is afgerond, is geen grond waarop een voorwerp verbeurd kan worden verklaard of kan worden onttrokken aan het verkeer. Uit het dossier blijkt verder niet dat het bij dit voorwerp gaat om een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. De rechtbank zal daarom de teruggave aan [verdachte] gelasten van het onder 4 genoemde voorwerp.

Het onder 5 genoemde voorwerp betreft een telefoon waarvan het nummer is gebruikt in combinatie met het onder 6 genoemde voorwerp, te weten een peilbaken. Het baken is gebruikt voor het afleggen van het beoogde slachtoffer in de zaak Roos/Doorn. De onder 5 en 6 genoemde voorwerpen worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het in zaak B bewezen geachte is begaan.

Het onder 8 genoemde voorwerp betreft een telefoon waarvan uit onderzoek is gebleken dat daarmee een foto is gemaakt die zou kunnen zijn gemaakt om een locatie te verduidelijken ten behoeve van de moord op [slachtoffer 5] . Het onder 10 genoemde voorwerp betreft een telefoon die, gelet op de inhoud daarvan, in gebruik is geweest bij een medeverdachte. In die telefoon zijn verschillende afbeeldingen aangetroffen van [slachtoffer 6] . [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich richt op het plegen van moorden, zoals in zaak A bewezen is geacht. [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] zijn beiden slachtoffer geworden van deze criminele organisatie. De onder 8 en 10 genoemde voorwerpen worden dan ook verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot dat voorwerp het in zaak A bewezen geachte is begaan.

Simkaarthoesje

Het onder 9 genoemde voorwerp betreft een simkaarthoesje met daarop een telefoonnummer en een PUK-code. In de zaak Kreta heeft een doorzoeking plaatsgevonden waarbij een BlackBerry in beslag is genomen waarop administratie werd bijgehouden ten behoeve van de criminele organisatie. Het telefoonnummer en de PUK-code op het simkaarthoesje worden in die administratie genoemd. Het onder 9 genoemde voorwerp dient te worden verbeurd verklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van dat voorwerp het in zaak A bewezen geachte is begaan.

Laptop

Het onder 11 genoemde voorwerp betreft een laptop waarop de zoekterm ‘liquidatie’ talloze malen werd ingevoerd en waarop op verschillende data en tijdstippen internetpagina’s werden geopend over de liquidatie van [slachtoffer 6] . Ook zijn op de laptop een groot aantal foto’s van [verdachte] met (op) vuurwapens (gelijkende voorwerpen) aangetroffen, soms ook in schiethouding. [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich richt op het plegen van moorden, zoals in zaak A bewezen is geacht. [slachtoffer 6] is slachtoffer geworden van die criminele organisatie. Het onder 11 genoemde voorwerp dient te worden verbeurd verklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van dat voorwerp het in zaak A bewezen geachte is begaan.

Koevoeten

De onder 12 en 13 genoemde voorwerpen betreffen twee koevoeten. [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich behalve op het plegen van moorden ook richtte op gekwalificeerde diefstal. De rechtbank gaat ervan uit dat [verdachte] deze voorwerpen ten behoeve van de criminele organisatie onder zich had. De voorwerpen dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het in zaak A bewezen geachte is begaan.

Stortingsbewijs

Het onder 14 genoemde voorwerp betreft een stortingsbewijs van de penitentiaire inrichting, waarbij [verdachte] op 8 november 2016 een geldbedrag heeft overgemaakt aan een persoon die op dat moment gedetineerd was omdat hij verdacht werd van het plegen van de moord op [slachtoffer 3] . De rechtbank beschouwt dit als een betaling in het kader van de in zaak A bewezen geachte criminele organisatie en zal het voorwerp – dat als gezegd een bewijs van die betaling inhoudt – daarom verbeurd verklaren. Ook het onder 15 genoemde voorwerp – een telefoon – zal worden verbeurd verklaard, nu op de SD-kaart in de telefoon diverse foto’s van [verdachte] zijn aangetroffen met (op) vuurwapens (gelijkende voorwerpen).

Simkaarten
Ten aanzien van de onder 16, 17, 18, 20 en 21 heeft het Openbaar Ministerie zich op het standpunt gesteld dat het onderzoek aan deze voorwerpen nog niet gereed is en dat niet duidelijk is wat erop staat. De enkele omstandigheid dat het onderzoek nog niet gereed is en het daarom niet duidelijk is wat er op de voorwerpen staat, is geen grond waarop een voorwerp verbeurd kan worden verklaard of kan worden onttrokken aan het verkeer. Uit het dossier blijkt verder niet dat het bij deze voorwerpen gaat om voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. De rechtbank zal daarom de teruggave aan [verdachte] gelasten van de onder 16, 17, 18, 20 en 21 genoemde voorwerpen.

Folder

Het onder 19 genoemde voorwerp betreft een folder van T-Mobile met daarop een IMEI-nummer dat aan een telefoonnummer kan worden gekoppeld waarvan de rechtbank in de zaak Roos/Doorn heeft vastgesteld dat [verdachte] dat telefoonnummer in gebruik had. Die omstandigheid maakt echter niet dat het bij dit voorwerp gaat om een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. De rechtbank zal daarom de teruggave aan [verdachte] gelasten van het onder 19 genoemde voorwerp.

Printplaat/afdekklep/accu BlackBerry

Het onder 22 genoemde voorwerp betreft een printplaat, afdekklep en accu van een BlackBerry. Uit het dossier blijkt niet dat het gaat om een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. De rechtbank zal daarom de teruggave aan [verdachte] gelasten van het onder 22 genoemde voorwerp.

Kentekenplaathouders

Het onder 23 genoemde voorwerp betreft 10 kentekenplaathouders. [verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan het tezamen met anderen plegen van strafbare feiten. Hij heeft onder meer deelgenomen aan een criminele organisatie die zich behalve op het plegen van moorden ook richtte op gekwalificeerde diefstal. De criminele organisatie maakte daarbij veelvuldig gebruik van valse of vervalste kentekenplaten. [verdachte] heeft zich niet uitgelaten over de reden van de aanwezigheid van de 10 kentekenplaathouders. De rechtbank acht het gelet op het voorgaande voldoende aannemelijk dat [verdachte] de onder hem in beslag genomen kentekenplaathouders in zijn bezit had ten behoeve van de criminele organisatie en het betreft dan ook voorwerpen met behulp waarvan het in zaak A bewezen geacht is begaan. Het onder 23 genoemde voorwerp wordt dan ook verbeurd verklaard.

Tijdens detentie

Ten aanzien van de onder 24, 25, 26, 28 en 29 genoemde voorwerpen – in de cel van [verdachte] in beslag genomen handgeschreven notities en een agenda – is de rechtbank op grond van het dossier niet gebleken dat het hierbij gaat om voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. De rechtbank zal daarom de teruggave aan [verdachte] gelasten van deze voorwerpen.

De onder 29 en 30 genoemde voorwerpen – twee telefoons – zijn bij een doorzoeking in de penitentiaire inrichting op 12 juli 2019 aangetroffen. De telefoons zaten verstopt in de deur van de koelkast waar [verdachte] toegang tot had. Blijkens bijlage 6 waren de telefoons destijds niet uit te lezen, maar kunnen deze met de huidige apparatuur opnieuw bekeken worden. Het enkele gegeven dat een telefoon met de huidige apparatuur opnieuw bekeken kan worden, is geen grond waarop een voorwerp verbeurd kan worden verklaard of kan worden onttrokken aan het verkeer. Uit het dossier blijkt verder niet dat het hierbij gaat om voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Niet bekend is wie de eigenaar is van de telefoons. De rechtbank zal daarom de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de onder 29 en 30 genoemde voorwerpen.

De onder 31 en 32 genoemde voorwerpen – twee USB-sticks – zijn in de bezoekersruimte van de penitentiaire inrichting in beslag genomen. De USB-sticks waren volgens het Openbaar Ministerie bestemd voor [verdachte] en uit (destructief) onderzoek is gebleken dat de USB-sticks fungeren als Micro SD-kaartlezers. Nu de rechtbank geen aanwijzingen heeft dat het gaat om voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en niet bekend is wie de eigenaar is van de USB-sticks, zal de rechtbank de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de onder 31 en 32 genoemde voorwerpen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 46, 47, 48, 49, 57, 63, 140 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissingen.

11 Beslissingen


De rechtbank:

Verklaart het in zaak B onder 1 primair ten laste gelegde en het in zaak C onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat [verdachte] het in zaak A ten laste gelegde en het in zaak B onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in hoofdstuk 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan [verdachte] meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt [verdachte] daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het in zaak A bewezen verklaarde

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

Ten aanzien van het in zaak B onder 1 subsidiair bewezen verklaarde
medeplichtigheid aan het medeplegen van moord;

Ten aanzien van het in zaak B onder 2 bewezen verklaarde

medeplichtigheid aan het medeplegen van voorbereiding van moord.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt [verdachte] tot een gevangenisstraf van 9 (negen) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

4. DOM161.02.02.004

Omschrijving: Alcatel one touch 1016D, kleur zwart /35742082633454 en
35742082633462

16. B.02.01.003 MDRAB16009-403135

Omschrijving: simkaart eindigt op 1720

17. B.02.01.004 MDRAB16009-403136

Omschrijving: Lyca mobiel sim kaart eindigt 0044

18. B.03.01.001 MDRAB16009-403137

Omschrijving: Sim kaart eindigt op 0555

19. B.03.03.001 MDRAB16009-403140

Omschrijving: folder tmobile met imeinr. 352564076481760

20. B.04.01.002 MDRAB16009-403142

Omschrijving: Lyca simkaart nr 1 eindigt op 3623

21. B.04.01.003 MDRAB16009-403143

Omschrijving: Lyca simkaart nr 2

22. B.10.01.001 MDRAB16009-403147

Omschrijving: printplaat.afdekklep, accu BlackBerry

24. VER21.01.01.001 /495339

Omschrijving: A4 met handgeschreven notities

25. VER21.01.01.002 /495340

Omschrijving: A4 met handgeschreven notities

26. VER21.01.02.001 /495341

Omschrijving: Handgeschreven A4

27. VER21.01.02.002 /495342

Omschrijving: Wit briefje handgeschreven

28. VER21.02.01.001 /495343

Omschrijving: Agenda 2018 1439/1440

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

29. VE21.01.01.001

Omschrijving: Samsung SM-A202F/DS

30. VE21.01.01.002

Omschrijving: Samsung SM-G800F
31. VE21-3.01.01.001 /LERAC17002-558012

Omschrijving: USB stickje

32. VE21-3.01.01.002 /LERAC17002-558013

Omschrijving: USB stickje

Verklaart verbeurd:

1. DOM161.02.02.001

Omschrijving: BlackBerry Q10, wit 351519060272568 imsi 882350231640714

2. DOM161.02.02.002

Omschrijving: Blackberry Q10 wit / Imeinummer 351519060131277 imsi
882350232235831

3. DOM161.02.02.003

Omschrijving: Blackberry met het imei nummer 356761055208299 imsi 882350231640714

5. DOM161.04.05.006.01

Omschrijving: Samsung mobiele telefoon DUOS, blauw (hoort bij onderstaande
baken)

6. DOM161.04.05.006.02

Omschrijving: GPS Vehicle tracker kleur zwart / Imei 358739051263219 baken

7. DOM161.05.01.001

Omschrijving: BlackBerry, wit, serienummer 89011703278093695743

8. DOM161.05.01.002

Omschrijving: Samsung mobiele telefoon, zilver, serienummer
8931163200310954695

9. DOM161.05.04.001.02

Omschrijving: Simkaarthoesje Vodafone / mobiel nummer 0625471993 + bewaar
pukcode: 06845982

10. DOM161.05.04.003

Omschrijving: Samsung DUOS, zwart, zonder achterkant, serienummer
35196508108851/9

11. DOM161.05.08.001

Omschrijving: Laptop, merk Asus, model X73s, serienummer B8N0AS101019317.

14. B.01.02.005 MDRAB16009-403133

Omschrijving: stortingsbewijs PI

15. B.02.01.002 MDRAB16009-403134

Omschrijving: Samsung S5

23. B.10.02.001 MDRAB16009-403148

Omschrijving: 10 kentekenplaat houders

Onttrekt aan het verkeer:

12. B.01.02.003 MDRAB16009-403131

Omschrijving: koevoet rood

13. B.01.02.004 MDRAB16009-403132

Omschrijving: Koevoet geel

Dit vonnis is gewezen door

[naam rechter 1] , voorzitter,

[naam rechter 2] en [naam rechter 3] , rechters,

in tegenwoordigheid van [naam griffier 1] en [naam griffier 2] , griffiers

en van [naam rechter 4] , rechter in de zin van artikel 6, derde lid, van de Wet RO,

en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 februari 2024.

1 [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 14] en [medeverdachte 15] op 2 oktober 2018, [medeverdachte 13] op 12 november 2018, [verdachte] op 13 november 2018, [medeverdachte 9] op 22 januari 2019, [medeverdachte 3] op 23 januari 2019, [medeverdachte 6] op 31 januari 2019, [medeverdachte 4] op 28 maart 2019, [medeverdachte 11] op 27 mei 2019 in Suriname en op 28 mei 2019 in Nederland, [medeverdachte 10] op 27 mei 2019 in Suriname en op 29 mei 2019 in Nederland, [medeverdachte 16] op 16 december 2019 in Dubai en op 19 december 2019 in Nederland en [medeverdachte 8] op 7 februari 2020 in Colombia en op 7 december 2021 in Nederland.

2 Zie (onder meer) HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:600.

3 HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:600, r.o. 8.3.

4 HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:600, r.o. 3.11.

5 Zie de schriftelijke toelichting van het Openbaar Ministerie op de zitting van 6 december 2022, p. 5.

6 HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:600, r.o. 3.16.

7 HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6458, r.o. 3.2.

8 AD03 (PGP), p. 303-306.

9 AD03 (PGP), p. 640-643.

10 ZD07 (Plato), p. 318 en 319.

11 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 498-503.

12 ZD07 (Plato), p. 552 en 553.

13 ZD07 (Plato), p. 320 en 332.

14 ZD07 (Plato), p. 332.

15 ZD07 (Plato), p. 321.

16 ZD07 (Plato), p. 321 en ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 501.

17 Anders dan het Openbaar Ministerie stelt blijkt dit niet uit de pagina’s 505 en 506 van het zaaksdossier Zeilboot. De omstandigheid dat op de pagina’s 487 en 493 staat dat het DNA van onbekende man F overeenkomt met profielcluster 39625 en [medeverdachte 2] ’s DNA hiermee ook matcht, acht de rechtbank hier niet voldoende, omdat het hier een ander NFI-rapport betreft en de rechtbank niet duidelijk is geworden dat dat dezelfde persoon is als de onbekende man F op pagina 501.

18 ZD07 (Plato), p. 332.

19 ZD07 (Plato), p. 333.

20 ZD07 (Plato), p. 321.

21 ZD07 (Plato), p. 321.

22 ZD07 (Plato), p. 322.

23 ZD07 (Plato), p. 322 en 323.

24 ZD07 (Plato), p. 323.

25 ZD07 (Plato), p. 567-569.

26 AD03 (PGP), p. 2137.

27 ZD07 (Plato), p. 512, 517, 518 en 523.

28 ZD07 (Plato), p. 570.

29 ZD07 (Plato), p. 571.

30 ZD07 (Plato), p. 572.

31 AD00 (Algemeen dossier), p. 2851.

32 ZD07 (Plato), p. 99.

33 ZD07 (Plato), p. 323

34 ZD07 (Plato), p. 339.

35 ZD07 (Plato), p. 338 en AD00 (Algemeen dossier), p. 2851.

36 ZD07 (Plato), p. 572.

37 ZD07 (Plato), p. 324 en 339.

38 ZD07 (Plato), p. 325.

39 ZD07 (Plato), p. 574.

40 ZD07 (Plato), p. 339.

41 ZD07 (Plato), p. 324, 339 en 340.

42 AD00 (Algemeen dossier), p. 3018.

43 ZD07 (Plato), p. 340.

44 ZD07 (Plato), p. 338-340.

45 ZD07 (Plato), p. 554-562.

46 ZD07 (Plato) p. 580.

47 ZD07 (Plato), p. 562, 575 en 576.

48 ZD07 (Plato), p. 578 en 579.

49 ZD07 (Plato), p. 341-343.

50 ZD07 (Plato), p. 319.

51 ZD07 (Plato), p. 326 en AD00 (Algemeen dossier), p. 2852 en 3019.

52 ZD07 (Plato), p. 326.

53 ZD07 (Plato), p. 345.

54 ZD07 (Plato), p. 319 en 328.

55 ZD07 (Plato), p. 345 en AD00 (Algemeen dossier), p. 2852.

56 ZD07 (Plato), p. 38.

57 ZD07 (Plato), p. 48 en 49.

58 ZD07 (Plato), p. 53.

59 ZD07 (Plato), p. 60.

60 ZD07 (Plato), p. 38 en 39.

61 ZD07 (Plato), p. 329.

62 ZD07 (Plato), p. 80.

63 AD00 (Algemeen dossier), p. 96.

64 TGO Zeilboot, RDK [verdachte] , p. 443 en 444.

65 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 345.

66 TGO Zeilboot, RDK [verdachte] , p. 443 en 444.

67 PD [verdachte] , p. 124.

68 ZD03 (Kreta), p. 563.

69 AD00 (Algemeen dossier), p. 120.

70 ZD01 (Roos/Doorn), p. 369.

71 ZD01 (Roos/Doorn), p. 447 en 448.

72 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 265 en 266.

73 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 268.

74 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 1959.

75 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 563 en 566.

76 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 355.

77 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 356 en 357.

78 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 267 en 268.

79 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 333.

80 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 316 en 318.

81 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 269 en 270.

82 ZD01 (Roos/Doorn), p. 2.

83 AD04 (Verhoren verdachten), p. 1157 en 1158.

84 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 626.

85 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 270.

86 ZD01 (Roos/Doorn), p. 3.

87 AD04 (Verhoren verdachten), p. 1158 en 1159.

88 ZD01 (Roos/Doorn) p. 5 en AD00 (Algemeen dossier), p. 1758.

89 ZD01 (Roos/Doorn), p. 370.

90 ZD01 (Roos/Doorn), p. 370 en 371.

91 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 270 en 271.

92 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 628.

93 ZD01 (Roos/Doorn), p. 480.

94 ZD01 (Roos/Doorn), p. 7, 8 en 453 en AD00 (Algemeen dossier), p. 2891 en 2892.

95 ZD01 (Roos/Doorn), p. 371.

96 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 94.

97 ZD01 (Roos/Doorn), p. 372.

98 ZD01 (Roos/Doorn), p. 8 en 9.

99 ZD01 (Roos/Doorn), p. 373.

100 ZD07 (Plato), p. 13 en 14.

101 ZD01 (Roos/Doorn), p. 373.

102 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), relaas p. 23.

103 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 486.

104 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 487.

105 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 506.

106 ZD01 (Roos/Doorn), p. 10 en 11.

107 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 272 en 273.

108 AD03 (PGP), p. 2105.

109 AD03 (PGP), p. 2106 en AD00 (Algemeen dossier), p. 1758.

110 ZD01 (Roos/Doorn), p. 377.

111 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 273.

112 ZD01 (Roos/Doorn), p. 13.

113 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 387-389.

114 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 400.

115 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 147.

116 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 155.

117 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 230.

118 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 3789.

119 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 3647.

120 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4109.

121 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2060.

122 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2063.

123 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2064

124 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2065.

125 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 404.

126 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 463.

127 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 233.

128 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 3806.

129 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 3805.

130 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 3816.

131 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 3819.

132 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4021 (een geschrift).

133 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4022 (een geschrift).

134 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 98.

135 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1385, 1386 en 1390.

136 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1385, 1386 en 1392.

137 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 12.

138 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 572.

139 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 273 en 274.

140 ZD01 (Roos/Doorn), p. 14.

141 ZD01 (Roos/Doorn), p. 14.

142 ZD01 (Roos/Doorn), p. 378.

143 ZD01 (Roos/Doorn), p. 16 en 17.

144 ZD01 (Roos/Doorn), p. 379.

145 ZD01 (Roos/Doorn), p. 379.

146 ZD01 (Roos/Doorn), p. 380.

147 ZD01 (Roos/Doorn), p. 380.

148 ZD01 (Roos/Doorn), p. 397.

149 ZD01 (Roos/Doorn), p. 380.

150 ZD01 (Roos/Doorn), p. 18.

151 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 271.

152 ZD01 (Roos/Doorn), p. 381.

153 ZD01 (Roos/Doorn), p. 19.

154 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2066.

155 ZD01 (Roos/Doorn), p. 283.

156 ZD01 (Roos/Doorn), p. 284.

157 ZD01 (Roos/Doorn), p. 284 en 285.

158 ZD01 (Roos/Doorn), p. 285 en 286.

159 ZD01 (Roos/Doorn), p. 15.

160 ZD01 (Roos/Doorn), p. 16.

161 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 278 en 279.

162 ZD01 (Roos/Doorn), p. 29 en 30.

163 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 1411 en 1412.

164 ZD01 (Roos/Doorn), p. 20.

165 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1680 en 1681.

166 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1688.

167 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1691 en 1692.

168 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1723.

169 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1694, 4308-4310 en 4446.

170 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1701, 4309, 4310, 4445 en 4446.

171 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1713.

172 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1720.

173 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1735.

174 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1715.

175 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4323 en 4332.

176 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4332.

177 ZD01 (Roos/Doorn), p. 499 en 500.

178 ZD01 (Roos/Doorn), p. 502.

179 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4325.

180 ZD01 (Roos/Doorn), p. 500.

181 ZD01 (Roos/Doorn), p. 502.

182 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4326.

183 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4546.

184 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 505 en 506.

185 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4545.

186 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2510 en 2511.

187 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2069.

188 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2108.

189 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2113.

190 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2102.

191 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2121.

192 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 2117.

193 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1737 en 1738.

194 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 4404 en 4405.

195 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1747.

196 ZD07 (Plato), zaaksdossier Sporen 26Hapeville, p. 4 en 5.

197 ZD07 (Plato), zaaksdossier Sporen 26Hapeville, p. 182.

198 ZD07 (Plato), p. 258 en 259.

199 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 1735.

200 ZD07 (Plato), p. 258 en 259.

201 ZD07 (Plato), proces-verbaal zaaksdossier Sporen 26Hapeville, p. 4.

202 ZD07 (Plato), p. 375.

203 ZD07 (Plato), proces-verbaal zaaksdossier Sporen 26Hapeville, p. 3

204 ZD07 (Plato), zaaksdossier Sporen 26Hapeville, p. 26.

205 ZD07 (Plato), proces-verbaal zaaksdossier Sporen 26Hapeville, p. 5.

206 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 342 en 343.

207 TGO-dossier Roos/Doorn, p. 280.

208 ZD07 (Plato), zaaksdossier Sporen 26Hapeville, p. 181.

209 ZD01 (Roos/Doorn), p. 130 en 131.

210 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 508.

211 AD01 (Verhoren [medeverdachte 1] ), p. 285.

212 AD05 (Verhoren rechter-commissaris), p. 223.

213 AD05 (Verhoren rechter-commissaris), p. 228.

214 ZD01 (Roos/Doorn), p. 21.

215 ZD01 (Roos/Doorn), p. 22.

216 ZD01 (Roos/Doorn), p. 22 en 24.

217 Zie Memorie van Toelichting 22 268, nr. 3, p. 13 en 14.

218 HR 8 april 1997, NJ 1997, 443.

219 HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4471.

220 HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7134, r.o. 4.3.

221 HR 15 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6148, r.o. 2.3.4.

222 HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0502, r.o. 3.4.

223 ZD07 (Plato), p. 256.

224 AD02 (Verificatie verklaringen Koper, relaas pv), p. 9 en 10.

225 AD02 (Verificatie verklaringen Koper, relaas pv), p. 12-15.

226 AD02 (Verificatie verklaringen Koper, relaas pv), p. 19.

227 AD02 (Verificatie verklaringen Koper, relaas pv), p. 20.

228 ZD09 (Aker), p. 276-286.

229 AD00 (Algemeen dossier), p. 698.

230 ZD09 (Aker), p. 288.1-288.5.

231 ZD09 (Aker), p. 289 en 295.

232 ZD09 (Aker), p. 157, 158, 166, 302 en 305.

233 ZD09 (Aker), p. 384.

234 AD03 (PGP), p. 2902, 2903 en 3037-3039.

235 AD02 (Verificatie verklaringen Koper), p. 488-493 en ZD08 (140 Sr), p. 261 en 262.

236 ZD08 (140 Sr), p. 59.

237 ZD08 (140 Sr), p. 55-87.

238 ZD08 (140 Sr), p. 67.

239 ZD08 (140 Sr), p. 59 en 60.

240 AD03 (PGP), p. 2891.

241 AD01 (Verklaringen [medeverdachte 1] ). p. 99.

242 AD01 (Verklaringen [medeverdachte 1] ), p. 492 en 493.

243 HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264, r.o. 4.3.

244 HR 18 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0858.

245 HR 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5651, r.o. 3.3.

246 ZD02 (Ster), p. 1060-1063.

247 TGO-dossier Ster (FO), p. 38 en 224.

248 ZD02 (Ster), p. 890.

249 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 304 en AD04 (Verhoren verdachten), p. 1391 en 1405.

250 ZD03 (Kreta), p. 784.

251 ZD03 (Kreta), p. 785.

252 ZD03 (Kreta), p. 786 en 787.

253 ZD03 (Kreta), p. 790, 791 en 860-869.

254 ZD03 (Kreta FO-map), p. 77-81 en 319-335.

255 ZD03 (Kreta FO-map), p. 284-287.

256 AD00 (Algemeen dossier), p. 1961.

257 ZD03 (Kreta), p. 685.

258 ZD03 (Kreta), p. 597-607.

259 ZD03 (Kreta), p. 620-632.

260 ZD03 (Kreta), p. 639.

261 AD00 (Algemeen dossier), p. 1976 en 1977.

262 ZD07 (Plato), p. 204-208.

263 ZD06 (Zeilboot/Raspvijl), p. 341, 342 en 344.

264 De Hoge Raad gaat in gevallen waarin de redelijke termijn met meer dan zes maanden maar met minder dan een jaar is overschreden uit van een korting op de gevangenisstraf van tien procent. In die gevallen bedraagt de omvang van de korting niet meer dan de duur van de overschrijding en in elk geval nooit meer dan zes maanden.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.