Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBAMS:2025:1117

Rechtbank Amsterdam
21-02-2025
24-02-2025
81/328715-21 (A) en 81/219839-20 (B)
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig

Onderzoek Highland. Negen (9) jaar gevangenisstraf voor leiding geven aan criminele organisatie (2015-2023). Medeplegen van gewoontewitwassen. Valsheid in geschrift. Voorhanden hebben van vuurwapen en munitie. Voorhanden hebben 21,5 kg MDMA. Voorbereidingshandelingen voor handel en productie van verdovende middelen.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Team Strafrecht

Parketnummers: 81/328715-21 (A) en 81/219839-20 (B)

Datum uitspraak: 21 februari 2025

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1981,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres 1] ,

nu gedetineerd in de [detentieplaats] ,

(hierna: [verdachte]).

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 november 2024, 20 november 2024, 25 november 2024,
6 december 2024 en 10 december 2024.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, op de zitting van 22 maart 2024 gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. L.M.J. Backx en mr. F. Bahadin (hierna: officier van justitie) en van wat verdachte en zijn raadsman mr. A.M.J. Comans, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

Het onderzoek is gesloten op de zitting van 21 februari 2025, waarna direct uitspraak is gedaan.

2 Inleiding onderzoek Highland

Het onderzoek Highland is in november 2021 gestart naar aanleiding van restinformatie uit onderzoek Kristal. Onderzoek Kristal betreft een onderzoek waarin de hoofdverdachte wordt verdacht van grootschalige handel in ketamine en het witwassen van grote geldbedragen. Het vermoeden is ontstaan dat het witwassen onder andere plaatsvond via het netwerk van [verdachte] . Op basis van dit vermoeden is onderzoek Highland gestart. Het onderzoek vond heimelijk plaats in de periode juli 2022 tot en met april 2023 waarbij onder meer gebruik werd gemaakt van politie infiltratie. Er zou sprake zijn van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen [verdachte] en medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , onder meer gefaciliteerd door de besloten vennootschappen [naam BV 1] . (hierna: [naam BV 1] ) en [naam BV 2] . (hierna: [naam BV 2] ). Criminelen zouden tassen met contant geld naar het bedrijfspand van [naam BV 1] brengen of het geld werd op straat in ontvangst genomen met behulp van tokens, waarna de gelden geteld werden in het bedrijfspand van [naam BV 1] . Vervolgens zouden de gelden via verschillende routes worden witgewassen, waaronder routes via Hongarije, Polen en China. Contant geld zou worden vervoerd naar Hongarije en Polen en daar vermoedelijk op bankrekeningen worden gestort waarna het geld zou zijn overgeboekt naar Chinese rekeningen en beschikbaar worden gesteld aan de criminele klanten van de organisatie van [verdachte] . [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zouden ieder een eigen rol in het geheel hebben. [medeverdachte 1] zou zich bezighouden met het in ontvangst nemen en tellen van contante gelden. [medeverdachte 2] zou zich bezig houden met de administratieve afwikkeling. [medeverdachte 3] zou vanuit Hongarije opereren als broker en [verdachte] zou de leider van het geheel zijn. Op 21 april 2023 zijn [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aangehouden en zijn bedrijfspanden en woningen doorzocht, waarbij onder meer wapens, munitie en drugs zijn aangetroffen. Het onderzoek heeft tot de volgende beschuldiging geleid.

3 Tenlastelegging

Aan verdachte is - na een laatste wijziging op de terechtzitting van 19 november 2024 - kort weergegeven - tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het:

Zaak A

Feit 1, primair

medeplegen van (gewoonte)witwassen van totaal € 55.193.987,- contant geld in de periode van 1 januari 2015 tot en met 21 april 2023 in Nieuw-Vennep , althans in Nederland en/of China en/of Hongkong en/of Hongarije en/of Polen;

Feit 1, subsidiair

medeplegen van schuldwitwassen van totaal € 55.193.987,- contant geld in de periode van 1 januari 2015 tot en met 21 april 2023 in Nieuw-Vennep , althans in Nederland en/of China en/of Hongkong en/of Hongarije en/of Polen;

Feit 2

deelname aan een criminele organisatie als oprichter, leider en/of bestuurder in de periode 1 januari 2015 tot en met 21 april 2023, in Nieuw-Vennep en/of Hoensbroek , althans in Nederland en/of China en/of Hongkong en/of Hongarije en/of Polen;

Feit 3, primair

medeplegen van valsheid in geschrift in de periode 21 november 2022 tot en met
21 april 2023 in Nieuw-Vennep en/of Nieuwe Wetering , althans in Nederland;

Feit 3, subsidiair

medeplegen van voorhanden hebben en/of gebruik maken van en/of afleveren dan wel gebruik laten maken van vals/vervalst geschrift in de periode 21 november 2022 tot en met 21 april 2023 in Nieuw-Vennep en/of Nieuwe Wetering , althans in Nederland;

Feit 4

medeplegen van voorhanden hebben van een vuurwapen en/of 15 volmantel patronen en/of 51 scherpe patronen en/of 21 kogelpatronen in de periode 24 maart 2022 tot en met
21 april 2023 in Nieuwe Wetering en/of Nieuw-Vennep , althans in Nederland;

Feit 5

medeplegen van aanwezig hebben van 21,5 kilogram MDMA op 21 april 2023 in
Nieuw-Vennep , althans in Nederland;

Feit 6

medeplegen van het voorbereiden/bevorderen van het opzettelijk invoeren/uitvoeren/ telen/bereiden/bewerken/verwerken/verkopen/afleveren/verstrekken/vervoeren/vervaardigen van MDMA en/of (met)amfetamine in de periode van 1 augustus 2022 tot en met
21 april 2023 in Nieuw-Vennep en/of Hoensbroek , althans in Nederland; en

Zaak B

medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en 8 patronen in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 31 augustus 2020 in Nieuw Wetering /Nederland

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in de bijlage I.

4 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt verdediging zaak A, feit 3 (valsheid in geschrift)

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het recht tot strafvervolging voor de ten laste gelegde valsheid in geschrift. In het infiltratietraject is sprake geweest van schending van het zogenoemde Tallon-criterium (het verbod tot uitlokking). [verdachte] zou door undercoveragenten (WOD-ers) zijn uitgelokt tot het plegen van een strafbaar feit, waarop zijn opzet op dat moment niet al was gericht.

Standpunt openbaar ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat er geen sprake is schending van het Tallon-criterium. De dienst die [verdachte] aanbood aan de WOD-ers was een dienst die door de organisatie van [verdachte] reeds aan andere klanten werd aangeboden. Er was sprake van een objectieve verdenking dat de organisatie van [verdachte] zich al eerder bezighield met criminele activiteiten op dit gebied en dat [verdachte] de predispositie had om soortgelijke strafbare feiten te plegen.

Beoordeling

Op grond van het Tallon-criterium mag een verdachte niet tot andere strafbare feiten worden gebracht dan waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht. Schending van dit verbod levert strijd op met het recht van een verdachte op een eerlijk proces en daarmee schending van
artikel 6 van het EVRM.

De rechtbank stelt vast dat er sterke aanwijzingen waren dat verdachte zich samen met anderen bezighield met het witwassen van grote geldbedragen. Naar aanleiding hiervan is het infiltratietraject gestart. [verdachte] heeft aan undercoveragenten verteld over de vier methoden die hij gebruikte om contant geld om te zetten. De geldtransacties die hij voor de undercoveragenten verrichtte behoorde tot één van deze vier methoden. In het kader van deze geldtransacties stelde [verdachte] zelf de undercoveragenten voor om door middel van valse facturen aan die geldtransacties een legale status te geven. Dit betekent dat de valse facturen onderdeel uitmaakten van één van de door [verdachte] zelf geschetste witwasmethoden. Het (laten) opstellen van valse facturen door [verdachte] kan daarom niet worden gezien als uitlokking tot het plegen van een strafbaar feit waar zijn opzet of oogmerk tevoren niet al op was gericht.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat geen sprake is van schending van het Tallon-criterium en dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de strafvervolging voor het in zaak A, bij feit 3 ten laste gelegde (mede)plegen van valsheid in geschrift.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Standpunt van openbaar ministerie

De officier van justitie vindt dat alle feiten in zaak A en zaak B kunnen worden bewezen.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van alle feiten moet worden vrijgesproken, met uitzondering van:

- zaak B;

- zaak A feit 3

- zaak A feit 1 voor wat betreft de bedragen € 1.240.000,- (geldroute Polen) en € 53.966,- (contant geld in woning verdachte). Voor deze feiten en de onderdelen van feit 1 heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft meer specifiek en samengevat het volgende aangevoerd.

Vrijspraak zaak A, feit 1 - € 23.670.363 (overboekingen naar Chinese bankrekeningen)

Het openbaar ministerie heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is geweest van geld afkomstig uit enig misdrijf en dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de in de tenlastelegging genoemde verdachten.

Vrijspraak zaak A, feit 1 - € 16.610.820,- (geldroute Hongarije)

Er is onvoldoende bewijs dat [verdachte] betrokken is geweest bij de geldroute via Hongarije. [medeverdachte 1] heeft een voor verdachte ontlastende verklaring afgelegd en bovendien [verdachte] is bijna niet in de telruimte gezien.

Vrijspraak zaak A, feit 1 - € 2.156.290,- (ophalen contant geld aan [adres 2] )

Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat [verdachte] betrokken is geweest bij het ophalen van contant geld aan de [adres 2] . [medeverdachte 1] heeft ook hierover een voor [verdachte] ontlastende verklaring afgelegd. Het betrof een privé aangelegenheid.

Vrijspraak zaak A, feit 1 - € 299.665,- (onder [persoon] in beslaggenomen)

Er is onvoldoende bewijs dat [verdachte] hierbij betrokken is geweest. De verklaring van de WOD-er is niet betrouwbaar. [verdachte] uitlatingen tegenover de WOD-er zijn niet anders te kwalificeren dan grootspraak.

Vrijspraak zaak A, feit 1 - € 10.500.000,- (onderzoek Kristal)

Onderzoek Kristal en onderzoek Highland zijn te veel verweven om Highland als nieuw onderzoek te beschouwen waarin apart toestemming voor het infiltratietraject kon worden gevraagd. De verdenking tegen [verdachte] in onderzoek Kristal, waarin [verdachte] een zwijgende verdachte was, had een rol moeten spelen bij de afweging om al dan niet toestemming voor infiltratie te verlenen. [verdachte] is in het infiltratietraject niet gewezen op zijn recht om te zwijgen, terwijl hij werd gehoord met betrekking tot een reeds bestaande verdenking. Indachtig Shannon v. UK, ECHR 4 oktober 2005 (6563/03) is sprake van schending van het nemo tenetur-beginsel. Een ernstig en onherstelbaar verzuim, waarbij [verdachte] in zijn belangen is geschaad. Het rechtsgevolg hiervan moet zijn dat de processen-verbaal met daarin de verklaringen van de WOD-ers moeten worden uitgesloten voor het bewijs.

Met de verklaringen van [naam 1] en [naam 2] dient de rechtbank voorzichtig om te gaan, omdat de verdediging beiden niet als getuige heeft kunnen horen.

Vrijspraak zaak A, feit 1 - € 418.880,- (contant geld in bedrijfspand [adres 2] )

Er is onvoldoende bewijs dat [verdachte] betrokken is bij dit in het bedrijfspand aan de [adres 2] aangetroffen geld. [medeverdachte 1] heeft een verklaring afgelegd die ontlastend is voor [verdachte] .

Vrijspraak zaak A, feit 2 (crimineel samenwerkingsverband)

Dat sprake is geweest van valse facturen en twee bedragen zijn witgewassen is onvoldoende om te spreken van een crimineel samenwerkingsverband dat daarop ziet, laat staan dat deze organisatie het oogmerk tot het plegen van Opiumwetfeiten had.

Vrijspraak zaak A, feit 4 (vuurwapen Glock in bedrijfspand [adres 2] in 2023)

Het dossier bevat geen bewijs dat [verdachte] het wapen voorhanden heeft gehad. Het enkele feit dat [verdachte] betrokken is bij bedrijven die zijn ingeschreven op het adres van het bedrijfspand aan [adres 2] is onvoldoende om aan te nemen dat [verdachte] de beschikkingsmacht had over het wapen. Bovendien lag het wapen in het bedrijfspand op een ontoegankelijke plek.

Vrijspraak zaak A, feit 5 (MDMA 21,5 kg) en feit 6 (voorbereidingshandelingen)

Voor de betrokkenheid van [verdachte] bij deze drugsfeiten is onvoldoende bewijs aanwezig. De aanwijzingen dat [verdachte] sprak over (chemische) stoffen komen uit een ander tijdvak dan het tenlastegelegde tijdvak. Niet is gebleken dat [verdachte] verantwoordelijk was voor het aangaan van de huurovereenkomst van de [adres 3] en voor het betalen van de huurpenningen. Evenmin is gebleken dat [verdachte] ooit op de [adres 3] is geweest.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt alle (primair) ten laste gelegde feiten in zaak A en B bewezen. Voor bepaalde onderdelen van de verschillende ten laste gelegde feiten zal verdachte worden vrijgesproken. In de hiernavolgende overwegingen licht de rechtbank die partiële vrijspraken toe.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen in de voetnoten het volgende vast.1

5.3.1.

Algemene vaststellingen

5.3.1.1. Bijzondere opsporingsmiddelen en het infiltratietraject

Infiltratietraject

In het infiltratietraject hebben undercoveragenten aan [verdachte] gevraagd of hij hun kon helpen met het omzetten van contant geld in giraal geld en dit over te boeken naar een rekening in Canada. Door de undercoveragenten werd in eerste instantie voorgesteld om een proeftransactie van € 50.000 uit te voeren. Dat was volgens [verdachte] geen probleem. Het geld voor de proeftransactie zou via een zakelijke bankrekening van een logistiek bedrijf uit Hongkong of Singapore naar de Canadese bankrekening van de undercoveragent worden overgemaakt en er zou een commissie van 6% of 7% worden gerekend. [verdachte] gaf aan dit al jaren te doen.2 Nadat de transactie was bevestigd, liet [verdachte] de undercoveragenten een afgescheurd twintig euro biljet met serienummer fotograferen. Die foto zou bij het afgeven van het contante geld dienen als bewijs van de transactie.3

De undercoveragenten hebben aan [verdachte] gevraagd of het een probleem zou zijn als het contante geld afkomstig was uit de “grey stuff”. Dit was volgens hem geen probleem. 4 Hij gaf de undercoveragenten een telefoonnummer door ( [telefoonnummer] ) waarop zij voortaan met hem konden communiceren over gevoelige zaken. Het bedrijf van [verdachte] moesten zij “ [naam bedrijf] ” noemen. Voor het omzetten van contant geld naar giraal geld rekende [verdachte] een commissie van 5-5,5% van Nederland naar China, 2,5% van China naar Hongkong en 2,5% voor hemzelf. Hij vertelde dat hij al heel lang bezig was met deze business. 5

Op 21 november 2022 is een undercoveragent langsgegaan bij [naam BV 1] om de afgesproken € 50.000 met 6% commissie af te geven.6 Op 8 december 2022 is [verdachte] op uitnodiging van de undercoveragenten naar Zürich gevlogen. Gedurende deze dag heeft [verdachte] hen veel verteld over zijn werkwijze. Hij vertelde onder andere het volgende. Het afgegeven contante geldbedrag van € 50.000,- is eerst fysiek naar Hongarije vervoerd en hiervoor is 2,5% commissie gerekend. In Hongarije kent hij een corrupte medewerker van de [bankinstelling] die hij 3% heeft betaald om het bedrag te storten op een Chinese bankrekening. Via deze Chinese rekeningen wordt het geld vervolgens overgeboekt naar de rekening van het bedrijf [naam BV 3] tegen een betaling van 2% commissie. De contactpersoon van [verdachte] die zorgt voor het transport van het geld van Nederland naar Hongarije krijgt 2,5%. Hij kent dit contact al jaren. Tot slot zou [verdachte] nog 2,5% commissie hebben ontvangen. In Polen bestaat een soortgelijke structuur.7

Verder heeft [verdachte] tijdens de vlucht naar Zürich de undercoveragenten geïnformeerd over de vier methoden die hij gebruikt om contant geld om te zetten:

1. Cash to crypto, waarbij contant geld wordt aangenomen en omgezet naar cryptocurrencies zoals USDT’s;

2. Business to business, de constructie die voor de € 50.000,- is gebruikt;

3. Cash to cash, waarbij via een ander land contant geld wordt uitgevoerd;

4. Trade based money laundering, waarbij er in Nederland goederen worden gekocht die

populair zijn in China, bijvoorbeeld babymelkpoeder. Deze worden vervolgens verscheept

om in China weer te worden verkocht. Met deze opbrengt worden goederen gekocht die in

Colombia populair zijn, zoals generatoren, televisies en huishoudelijke apparaten. Deze

goederen worden op hun beurt weer verscheept naar en verkocht in Colombia.8

In Zürich heeft [verdachte] aan een undercoveragent verteld dat hij veel zaken doet met de Colombianen die in de blokken zitten en die geld naar hem brengen. [verdachte] gaf aan dat hij zelf geen zaken doet in blokken. Hij importeert spullen voor het maken van M.9 De Colombiaanse klanten hebben bedrijven in China waar [verdachte] renminbi’s aan betaald.

Tijdens een ontmoeting tussen [verdachte] en de undercoveragenten op 26 januari 2023 werd gesproken over transport naar Oost Europa. [verdachte] vertelde de undercoveragent dat hij dat wel spannend vond in verband met controles en dat hij voor transport naar Hongarije wel connecties had.10 Op 22 maart 2023 heeft [verdachte] verteld dat hij het geld altijd controleert en telt. Hij zei dat hij naar China zou gaan en dat tijdens zijn afwezigheid de undercoveragenten zaken met [alias medeverdachte 2] moesten doen.11 [alias medeverdachte 2] is zijn rechter- en linkerhand en [verdachte] zei dat hij al meer dan tien jaar met hem samenwerkt.12

Op 3 april 2023 tekende [verdachte] voor de undercoveragenten een constructie op papier uit en liet daarmee zien hoe de geldstroom via Hongarije verliep. Als reden hiervan noemde [verdachte] dat de Colombianen het geld direct dezelfde dag op een rekening in China willen hebben en dat dat alleen kan via Hongarije. Met dit geld kopen Colombianen direct goederen in China. [verdachte] vertelde dat dit een vaste constructie is die zij gebruiken. 13

Bijzondere opsporingsmiddelen

Tijdens het opsporingsonderzoek zijn verder telefoongesprekken afgeluisterd (hierna: tap) en zijn gesprekken opgenomen tussen twee of meer personen die in beslotenheid plaatsvinden (hierna: OVC). De OVC-gesprekken zijn opgenomen in de auto van [medeverdachte 1] en in de ruimte van het bedrijfspand van [naam BV 1] aan de [adres 2] in Nieuw-Vennep waar een telmachine stond en geld werd geteld. Deze ruimte wordt hierna verder aangeduid met ‘telruimte’. Verder zijn er camerabeelden opgenomen in de telruimte, op het parkeerterrein van [naam BV 1] aan de [adres 2] , de oprit hier naartoe, parkeerplaatsen langs de straat en de oprit van het magazijn. Het parkeerterrein van [naam BV 1] wordt hierna aangeduid met het ‘parkeerdek’.14

5.3.1.2. Identificatie verdachten als gebruikers van diverse accounts

In onderzoek Kristal is op 31 augustus 2020 aan de [adres 2] in Nieuw-Vennep in de tas van [verdachte] een iPad aangetroffen en in beslag genomen (volgnummer R2 en omschrijving iPad A.19.60).15 [verdachte] heeft ter zitting verklaard dat de iPad van hem is.16 Op deze iPad zijn verschillende WeChat-gesprekken aangetroffen over de periode 2015 tot en met 2020.17

Verder zijn in onderzoek Highland tijdens doorzoekingen verschillende telefoons in beslag genomen. Op deze telefoons zijn vele berichten aangetroffen die zijn verstuurd via onder andere WhatsApp en WeChat accounts. Een deel van deze berichten is gedownload en vervolgens vertaald door tolken Chinees. In sommige berichten worden mensen bij naam genoemd. Daarnaast zijn er ook veel audioberichten verstuurd. Tolken Chinees hebben bij een groot aantal audioberichten op basis van stemherkenning kunnen aangeven wie het bericht vermoedelijk heeft ingesproken. Voor deze stemherkenning is gebruik gemaakt van vergelijking met eerder uitgewerkte tapgesprekken en OVC-gesprekken waar verdachten aan hebben deelgenomen.18 De rechtbank gaat uit van de stemherkenningen door de tolken.

Hierna worden de accounts besproken die op de iPad en de telefoons zijn aangetroffen en wie de gebruiker van de telefoons en de betreffende accounts is geweest.

Identificatie [verdachte] als gebruiker van account ‘ [accountnaam 1] ’

Het WeChat-ID [accountnummer 1] met gebruikersnaam [alias verdachte] , aangetroffen op de iPad, was in gebruik bij [verdachte] . [verdachte] heeft erkend dat hij gebruik maakt van de naam [alias verdachte] .19 Verder is in onderzoek Kristal eveneens de telefoon van [verdachte] in beslaggenomen waarop ditzelfde WeChat-account is aangetroffen.20

Identificatie [medeverdachte 1] als gebruiker van diverse accounts

Het account ‘ [accountnaam 2] ’, is aangetroffen in de WeChat-gesprekken op de iPad en Iphone van [verdachte] .21 Dit account is eveneens aangetroffen op een iPhone die op 21 april 2023 in de woning van [medeverdachte 1] is aangetroffen (D.01.02.002). In het nachtkastje op de slaapkamer van [medeverdachte 1] lag ook een Oppo telefoon (D.01.02.001) met daarop berichten van onder andere het account ‘ [accountnaam 3] ’. Een tolk heeft de stem van [medeverdachte 1] herkend in audioberichten verstuurd door dit account. Gelet op de stemherkenning en de vindplaats van de telefoon staat vast dat [medeverdachte 1] ook de gebruiker was van dit account.22

Verder is in de telruimte van [naam BV 1] een Oppo telefoon (A.02.02.001) in beslag genomen waarop berichten zijn aangetroffen van het account ‘ [accountnaam 4] ’.
De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] ook de gebruiker was van deze telefoon en van voornoemd account. Zoals hierna blijkt was [medeverdachte 1] dagelijks in de telruimte aanwezig om geld te tellen. Verder heeft een tolk de stem van [medeverdachte 1] herkend in audioberichten verstuurd door dit account.23

Identificatie [medeverdachte 2] als gebruiker van diverse accounts

[medeverdachte 2] was de gebruiker van WeChat-ID ‘ [accountnummer 2] ’ met als gebruikersnaam ‘ [alias medeverdachte 2] ’, aangetroffen op de iPad van [verdachte] . In onderzoek Kristal is op de telefoon van [naam 2] een WeChat-gesprek aangetroffen tussen [naam 2] en account ‘ [accountnummer 2] [alias medeverdachte 2] ’. In dit gesprek wordt gevraagd naar het telefoonnummer van [alias medeverdachte 2] . Het telefoonnummer dat [alias medeverdachte 2] doorgeeft is volgens het politieregistratiesysteem in gebruik bij [medeverdachte 2] .

In onderzoek Kristal is een image gemaakt onder de naam [image] (diversen digitaal beslag [naam BV 1] ). Hierin is een Chinees paspoort op naam van [naam 3] ( [geboortedatum] ) opgeslagen onder de naam [naam paspoort] .24 Verder wordt in een WeChat-gesprek tussen [verdachte] en ‘ [accountnummer 2] [alias medeverdachte 2] ’ op 23 januari 2017 een ticket gedeeld op naam van
[medeverdachte 2] , met als naam: Ticket for: [medeverdachte 2] _Trip to Guangzhou : [naam pdf] .25

Tijdens het infiltratietraject merkte [verdachte] tijdens een ontmoeting met de undercoveragenten op dat wanneer hij niet aanwezig zou zijn, er zaken konden worden gedaan met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] bevestigde dat door met zijn hoofd te knikken. [medeverdachte 2] noemde zichzelf [alias medeverdachte 2] en werd door een van de undercoveragenten herkend.26 Getuige [getuige] , directeur van [naam BV 2] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] altijd [alias medeverdachte 2] noemt.27 Ook is het account aangetroffen op de iPhone (E.02.01.001) die tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] op 21 april 2023 in beslag is genomen.28 De stem van [medeverdachte 2] is door een tolk herkend in audioberichten verstuurd door dit account.29

Tijdens doorzoeking in de woning van [medeverdachte 2] is ook een Oppo telefoon (E.02.01.003) in beslag genomen met daarop berichten verzonden met account ‘ [accountnaam 5] ’ en WeChat account ‘ [accountnaam 6] ’. 30 Door beide accounts zijn audioberichten verstuurd waarvan een tolk de stem van [medeverdachte 2] heeft herkend. Verder hebben beide accounts berichten ontvangen waarin de gebruiker werd aangesproken met ‘ [alias medeverdachte 2] ’. Gelet hierop, alsmede de vindplaats van de telefoon en de stemherkenning is vast komen te staan dat [medeverdachte 2] gebruiker is van beide accounts.31

Identificatie [medeverdachte 3] als gebruiker van diverse accounts

Bij doorzoeking van de woning van [medeverdachte 3] in Boedapest op 21 april 2023 zijn de volgende telefoons in beslag genomen; een iPhone (G.01.01.001), een Vertu telefoon (G.01.01.002), een Xiaomi telefoon (G.01.01.004) en een Huawei telefoon (G.01.01.007).32 Over de inbeslaggenomen telefoons heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij een Vertu telefoon en een iPhone gebruikte en dat hij mogelijk van zijn baas zakelijk telefoons heeft gekregen.33

Op de iPhone (G.01.01.001) is het Threema account ‘ [accountnummer 3] ’aangetroffen en drie e-mailadresssen met daarin verwerkt ‘ [naam 4] ’. Een tolk heeft de stem van [medeverdachte 3] herkend in audioberichten die in gesprekken in de periode februari tot en met maart 2023 zijn verstuurd en waaraan dit account deelnam.

Op de Vertu telefoon (G.01.01.002) is het WhatsApp account ‘ [accountnaam 7] ’ aangetroffen. Door een tolk is de stem van [medeverdachte 3] herkend in audioberichten verzonden door dit account. Door een andere gebruiker werd de gebruiker regelmatig aangesproken met ’ [alias medeverdachte 3] ’.34

Op de Xiaomi telefoon (G.01.01.004) zijn Whatsapp berichten aangetroffen die zijn verzonden met het account ‘ [accountnaam 8] ’ en op de Huawei telefoon (G.01.01.007) berichten die zijn verzonden met account ' [accountnaam 9] ’. In door deze accounts verzonden audioberichten is door een tolk de stem van [medeverdachte 3] herkend.35 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij denkt dat de naam [alias medeverdachte 3] de naam is van zijn WeChat account op zijn zakelijk telefoon die hij van zijn baas heeft gekregen. Hij gebruikt het account met de naam [alias medeverdachte 3] alleen voor zakelijke doeleinden.36

Tot slot is op 21 april 2023 in het bedrijfspand van [bedrijf 1] in Boedapest een Samsung telefoon (F.01.01.001) aangetroffen en in beslag genomen. Daarop stonden berichten verstuurd door het WeChat account ‘ [accountnaam 10] ’, gevolgd door Chinese tekens. In chats in de periode april tot en met juli 2022 zijn door dit account audioberichten verstuurd. De stem in de audioberichten is door een tolk herkend als de stem van [medeverdachte 3] . Volgens de tolk betekenen de Chinese tekens ‘ [alias medeverdachte 3] ’, de voornaam van [medeverdachte 3] .37

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de voornoemde telefoons en de daarop aangetroffen accounts in gebruik waren bij [medeverdachte 3] .

Voor de leesbaarheid van dit vonnis worden in het vervolg bij de weergave van berichten de door de rechtbank aan de betreffende accounts gekoppelde namen van gebruikers [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] of [medeverdachte 3] gelezen.

5.3.1.3. Eén “stuk” is 10.000

Door [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] wordt regelmatig over ‘stuks’ gecommuniceerd. Deze term wordt vaak gebruikt in relatie tot bedragen waarover zij praten en chatten. In een telefoongesprek van 23 juli 2022 zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] dat een Westerling 100.000 komt halen. Hij geeft vervolgens instructie aan [medeverdachte 2] om 10 stuks aan de Westerling te geven.38 In een gesprek van 14 augustus 2022 zegt [medeverdachte 1] tegen [naam 5] (fonetisch) dat er 3 stuks zijn en [naam 5] zegt dat hij komt. Tegen [medeverdachte 2] zegt [medeverdachte 1] dat als [naam 5] komt hij hem 30k moet geven.39 In een chat stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 2] “ik heb hier een miljoen, 1 miljoen”. [medeverdachte 2] geeft aan dat [verdachte] het naar [medeverdachte 2] moet overmaken en dat hij het dan weer naar haar overmaakt. [verdachte] laat aan [medeverdachte 2] weten dat hij in de trein zit maar om zes uur 100 stuks over zal maken.40 Op 23 december 2015 stuurt [medeverdachte 1] aan [verdachte] “dat is [naam 20] 50 stuks keer 7,03 en nogmaals keer 0,95 = 3339250. Om tot voornoemd totaalbedrag te komen moet worden gerekend met 10.000 voor 1 stuk.41

Gelet op het voorgaande, en het feit dat de organisatie van [verdachte] geldbedragen in euro’s in ontvangst neemt en overdraagt (zie onder meer 5.3.2) is de rechtbank van oordeel dat met één stuk 10.000 euro wordt bedoeld.

5.3.2.

Medeplegen gewoontewitwassen (zaak A, feit 1 primair)

5.3.2.1. Witwasmethode 1: € 23.670.363,- (overboekingen naar Chinese bankrekeningen)

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte samen met anderen zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 23.670.363,- in de periode 24 december 2015 tot en met
31 december 2018.

De WeChat-gesprekken die op de iPad van [verdachte] zijn aangetroffen zijn geanalyseerd. Het betreffen gesprekken tussen:

- [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [alias nicht verdachte] in de periode 2016-202042

- [verdachte] en [alias nicht verdachte] in de periode 2015-202043

- [verdachte] en [medeverdachte 1] in de periode 2015-202044

- [verdachte] en [medeverdachte 2] in de periode 2015-202045

In WeChat-gesprekken zijn als bijlage overboekingsbewijzen van Chinese bankrekeningen aangetroffen. De overboekingsbewijzen zijn gedeeld tussen onder meer [verdachte] , [medeverdachte 1] , [alias nicht verdachte] en [medeverdachte 2] .46 Vier bankrekeningen vielen op, omdat van deze bankrekeningen het grootste aantal overboekingsbewijzen werd gedeeld. De vier bankrekeningen staan op naam van [medeverdachte 2] , [naam echtgenote van verdachte] (de echtgenote van [verdachte] ) en [alias nicht verdachte] (alias [alias nicht verdachte] een nicht van [verdachte] in China47). De rechtbank stelt vast dat het om de volgende bankrekeningen, bedragen en perioden gaat48:

bankrekening

eindigend op:

omzet overboekingen (omgerekend naar euro’s)

overboekings-

bewijzen

naar aantal

bankrekeningen

periode

*7684 ( [medeverdachte 2] )49

€ 2.454.721,‐

84

59

24‐12‐2015 t/m 5‐7‐2017

*1125 ( [naam echtgenote van verdachte] )50

€ 9.851.116,‐

266

126

17‐7‐2015 t/m 16‐5‐2018

*2196 ( [alias nicht verdachte] )51

€ 6.292.882,‐

216

136

21‐10‐2015 t/m 9‐4‐2018

*9870 ( [alias nicht verdachte] )52

€ 5.071.644,‐

192

124

2016 t/m 2018

totaal

€ 23.670.363,‐

Witwasvermoeden

Voor een veroordeling voor witwassen is vereist dat bewezen is dat een voorwerp afkomstig is ‘uit enig misdrijf’. In die gevallen dat uit het dossier niet blijkt uit welk specifiek misdrijf het voorwerp afkomstig is, kan een verdachte toch worden veroordeeld als het op basis van het dossier niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Om te beoordelen of van die situatie sprake is, is in de rechtspraak een stappenplan ontwikkeld.

Dit stappenplan begint met dat het openbaar ministerie bewijs moet aandragen dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van een verdachte worden verwacht dat hij dit vermoeden onderuit haalt door het geven van een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de herkomst van het geld.

Als een verdachte zo’n verklaring heeft gegeven is het aan het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de door de verdachte gestelde herkomst van het voorwerp. Als het openbaar ministerie dat onderzoek heeft verricht is het aan de rechter om te oordelen of voldoende kan worden uitgesloten dat het voorwerp van de tenlastelegging een legale herkomst heeft en dat een criminele herkomst de enige aanvaarbare verklaring is. Als een legale herkomst kan worden uitgesloten is bewezen dat het voorwerp ‘uit enig misdrijf afkomstig is’.

Op grond van de inhoud van het dossier is onvoldoende vast te stellen dat het bedrag afkomstig is uit een specifiek misdrijf. De rechtbank moet daarom eerst de vraag beantwoorden of er een gerechtvaardigd vermoeden is dat de overgeboekte gelden van misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt hiertoe het volgende.

WeChat-groepsgesprek met [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [alias nicht verdachte] (alias [alias nicht verdachte] ) 53

Op 2 en 3 september 2016 werken [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samen bij het overboeken van bedragen naar Chinese bankrekeningen. Dat volgt onder meer uit de volgende berichten:

2 september 2016:

[medeverdachte 2] : “klopt het baas dat er nog een bedrag van 680k dat nog niet is overgemaakt?”

[medeverdachte 2] : “heb jij daar genoeg? Hier kan er nog 2 stuks overgemaakt worden”

[medeverdachte 2] : “ik zal die 2 stuks die zijn vooruitbetaald naar [naam 6] overmaken”

[verdachte] : “zeg het maar tegen ze, het is slechts 5,5%, daarom gaat het langzamer”

[medeverdachte 1] : “ [alias medeverdachte 2] stuur me wat rekeningnummers, ik ga [naam 7] 20k euro aan geld laten overmaken, ze gaat het wrsch straks overmaken, geef wat rekeningnummers”

[medeverdachte 1] : “baas, als de rekening van [naam 6] niet gaat, dan kan ik vanavond nog 10k dat ik naar [naam 6] over kan hevelen, die 10k (ntv) maak ik over naar [alias medeverdachte 2] ,”

[medeverdachte 1] : “Die 1 stuks van [alias medeverdachte 2] is die persoon van vanmiddag die het komt halen van [alias medeverdachte 2] , daarom staat er [alias medeverdachte 2] en niet de naam van die persoon.”54

3 september 2016:

[verdachte] : “die 680k van achteraan , hoeveel daarvan heb jij overgemaakt, [alias medeverdachte 2] ? [naam 8] heeft al 400k overgemaakt, bij jou resteert nog zo'n 280k, hoeveel heb je nou overgemaakt?”

[medeverdachte 2] : “ik heb 285k overgemaakt, in twee keer overgemaakt, de 1e keer 200k en de tweede keer via ICBC 85k (samengevat)”55

Op 5 september 2016 wordt in een chat tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [alias nicht verdachte] gecommuniceerd over het ophalen van € 20.000,- door “de Belg”. Verder vraagt [medeverdachte 1] of [naam 9] al is aangekomen. De volgende dag laat [verdachte] in een chat tussen [naam 32] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [alias nicht verdachte] weten dat geld is ontvangen van [naam 9] . Vervolgens moet er van [verdachte] worden begonnen met overmaken en laat hij weten dat de eerste zes nu worden overgemaakt.56

In oktober 2016 wordt er gecommuniceerd over het ophalen, in ontvangst nemen en het afhalen van geld. Uit het gebruik van het woord “stuks” kan worden afgeleid dat het om grote geldbedragen gaat.

Op 2 oktober 2016 stuurt [medeverdachte 1] :

“bijvoorbeeld als we bij kleine [naam 10] 50 stuks ophalen, als het 0,8 is, hoeveel kunnen we dan verdienen? Bereken dat eens, we kunnen er eens naartoe gaan als ze ons introduceren bij mensen”.57

Op 10 oktober 2016 stuurt [medeverdachte 1] :

“Enping vrouw heeft heel weinig vandaag, slechts 12 stuks. Neem jij dat straks aan en geef het aan [naam 11] (…) morgen heeft de enpingvrouw veel meer dan vandaag (…)”.58

[verdachte] meldt op 29 oktober 2016 in een chat tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [alias nicht verdachte] dat een Guangzhounees per maand ongeveer 40 stuks nodig heeft en elke keer 5-12 stuks wil hebben. Deze persoon wil vandaag 12 stuks afhalen en [verdachte] vraagt of het er wel of niet is.59

Op 21 december 2016 laat [verdachte] in een chat tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [alias nicht verdachte] weten dat er 7 stuks zijn aangekomen en dat hij ze allemaal aan [naam 6] heeft gegeven.60

[medeverdachte 1] meldt op 24 december 2016 aan [medeverdachte 2] dat als [medeverdachte 2] de doos kleding naast de tv weghaalt er vier pakken geld liggen welk geld van Rotterdam is.61

WeChat-gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] 62

Uit berichten op 16 en 17 november 2015 blijkt dat er onduidelijkheid is over de hoeveelheid, 70000 of 80000. [verdachte] geeft aan dat hij het op kantoor zal checken. Het blijkt om 7 stuks te gaan. [medeverdachte 1] bevestigt dat dit klopt. De volgende ochtend stuurt [medeverdachte 1] de volgende berekening: 7*095=450238. Deze berekening komt overeen met het omrekenen van € 70.000,- naar ¥ na aftrek van commissie. Vervolgens geeft [medeverdachte 1] Chinese bankrekeningen door.63

Een chat op 18 november 2015 tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] gaat over een contant bedrag van € 44.400,- dat door [medeverdachte 2] is opgehaald. De volgende dag vraagt [medeverdachte 1] aan [verdachte] “die 40k+ , is er nog geld, geef het eerst terug aan die Enping Man”. [verdachte] laat weten dat er overgemaakt kan worden.64
In de periode 4 tot en met 7 december 2015 stemmen [medeverdachte 1] en [verdachte] met elkaar af hoeveel geld voor wie kan worden overgemaakt.

[verdachte] : “een paar ton overmaken is geen probleem maar 2,9 miljoen niet, wat doen we?”

[medeverdachte 1] : “maak eerst een beetje over, een paar ton en dan verder zien.”

[verdachte] : “begrepen.”

(…)

[medeverdachte 1] : “heb je tijd om wat over te maken naar de Enping-man. Maak eerst die 10k+ over naar [naam 12] .”

(…)

[verdachte] : “Nu ga ik 1 miljoen overmaken naar [naam 13] , is dat een probleem?”

[medeverdachte 1] : “Geen probleem, maak maar over.”

Verder zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte] : “de vracht van Lava (fon) voor hoeveel is dat meegenomen? Als je het wist kon je die Enping-man ook die 60 stuks eergisteren laten meenemen, dat zou lekker geweest zijn.” [verdachte] stuurt: “Nu is de valutakoers van Lava (fon) 673 en daarna is het 6 punten inhouden. Die van Lava zijn natuurlijk het hoogste. 6 punten inhouden behalve datgene van [naam 14] , hoeveel houden we dan over? Dat is ongeveer je meest linke prijs minus 0,35.” Ten slotte spreken zij over “iets” dat aan de Enping-man moet worden gegeven en 60 stuks die zijn overgemaakt en 50 stuks die nog moeten worden overgemaakt. Iemand anders is ze nog 30 stuks schuldig.65

Op 18 december 2015 vraagt [verdachte] hoeveel [medeverdachte 1] aan de Duitser heeft gegeven. [medeverdachte 1] stuurt dat hij 20 stuks heeft gegeven.66

Op 4 februari 2016 vraagt [verdachte] hoeveel het in totaal van de Enping-man en -vrouw is. Volgens [verdachte] zijn er 20 stuks gehaald en daarna 10 stuks teruggegeven. [medeverdachte 1] meldt aan [verdachte] dat de Enping-man 1.348.000 is en stuurt rekeningnummers waar het geld naar moet worden overgeboekt. [verdachte] laat weten dat hij het geld gaat overmaken.67
In een chat tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] stuurt [verdachte] op 24 maart 2016 dat [naam 15] waarschijnlijk nog meer heeft en [naam 9] 20 stuks wil. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij straks gaat halen. [verdachte] antwoordt dat hij [naam 15] via WeChat heeft bevraagd en geeft [medeverdachte 1] opdracht het geld op te halen.68

WeChat-gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] 69

Op 21 juni 2016 communiceren [verdachte] en [medeverdachte 2] over een westerling, het ophalen van een token, ‘dingen’ mee terug nemen en het overboeken van bedragen naar rekeningen. De volgende dag moet aan [medeverdachte 1] worden gevraagd de rekeningnummers door te geven. [medeverdachte 2] zal het dan overmaken. Vervolgens worden er bankgegevens van Chinese rekeningen gestuurd.70
Op 28 en 29 juni 2016 gaat het over ‘dingen’ die [medeverdachte 2] gaat ophalen en over het overmaken van bedragen via Chinese rekeningen.71
Op 9 en 10 juli 2016 communiceren [verdachte] en [medeverdachte 2] over het wisselen van ‘stuks’, het overboeken van bedragen naar en van verschillende personen en het overboeken van 50 stuks door [medeverdachte 2] .72
Op 11 en 12 juli 2016 worden er de volgende berichten gestuurd:

[medeverdachte 2] : “baas kleine [naam 16] wil geld ontvangen”

(…)

[medeverdachte 2] : “baas heb je geld”

[verdachte] : “ [alias medeverdachte 2] hoeveel wil je hebben”

[medeverdachte 2] : “kleine [naam 16] nog 60 stuks schuldig”

[medeverdachte 2] : “ik heb hier nog rond de tien dat ik kan overmaken”

[medeverdachte 2] : “ik kan 20 stuks overmaken”

(…)

[verdachte] : “vertel het hem, dat morgen alles aan hem wordt betaald”

[medeverdachte 2] : “goed vergeet niet geld over te maken”

[verdachte] : “welke rekening??”

[medeverdachte 2] : “nu zijn we in totaal 206700 schuldig, die 18460 moet overgemaakt

worden naar [naam 19] (fon vert), naar de andere persoon moet

overgemaakt worden 187610”73

Op 18 februari 2017 stuurt [medeverdachte 2] aan [verdachte] “baas, heeft [naam 17] een token van een tientje aan jou gegeven?”.74
Op 30 november 2015 meldt [verdachte] aan [medeverdachte 2] dat de Duitser vandaag 25 stuks komt halen en vraagt aan [medeverdachte 2] of hij dat klaar wil leggen.75
[verdachte] geeft [medeverdachte 2] op 2 december 2015 de volgende instructie:

“Kijk [alias medeverdachte 2] , je moet het zo doen: nadat je 20 stuks hebt gehaald, dan moet je daar
1 miljoen eruit halen, dat hoef je niet naar mij over te maken, die 1 miljoen moet je overmaken naar [naam 18] , doe net alsof ik op het moment dat ik 6 ton eruit haalde, nog een keer 1 miljoen naar buiten heb overgemaakt. Vervolgens ga je het resterende geld dat over is van de 1 miljoen terug naar mij overmaken, dan is die 2 ton van jou dan afgelost.”76

Op 22 december 2018 vraagt [medeverdachte 2] aan [verdachte] “na weggaan pas geld overmaken naar die persoon?”. [verdachte] antwoordt: “Die persoon zegt in bijzijn overmaken, je kan het zeggen dat je het zo overmaakt, zorg alleen dat je de biljetten goed telt.”77

De rechtbank stelt vast dat in de WeChat-gesprekken veel wordt gecommuniceerd over het in ontvangst nemen van grote geldbedragen en het overhandigen daarvan aan derden. Het gaat over tienduizenden tot honderdduizenden euro’s waarbij veelal wordt gesproken over ‘stuks’. Er wordt eveneens gecommuniceerd over ‘iets’ en ‘dingen’ en over tokens. Uit de gesprekken komt verder naar voren dat er miljoenen euro’s naar Chinese bankrekeningen worden overgeboekt. Verder wordt er niet gecommuniceerd over enige legale tegenprestatie of verplichting.

Het overdragen van grote contante geldbedragen is op zichzelf al een indicatie dat geld uit misdrijf afkomstig is. Daarbij komen de volgende kenmerken die duiden op criminele geldstromen:

  • -

    er wordt gecommuniceerd door middel van versluierd taalgebruik. De bedragen worden niet gespecificeerd maar uitgedrukt in ‘stuks’, ‘iets’ of ‘dingen’;

  • -

    identiteiten worden niet bekend gemaakt. Personen worden aangeduid met namen als ‘de Duitser’, ‘de Westerling’ of ‘de Enping-man’;

  • -

    er is niet gebleken van een administratieve verantwoording en evenmin is gebleken dat sprake was van een redelijk bedrijfseconomisch doel.

  • -

    het is ongebruikelijk dat zakelijke betalingen worden overgeboekt via Chinese privérekeningen.

Gelet op voornoemde omstandigheden is er sprake van een vermoeden van witwassen, zodat van verdachte mag worden verwacht dat hij een min of meer verifieerbare, niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de legale herkomst van het geld geeft. [verdachte] heeft geen verklaring afgelegd; hij heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht. De raadsman heeft nog gesteld dat de werkwijze een onderdeel is van een normale (bonafide) bedrijfsvoering, maar dat is op geen enkele wijze concreet gemaakt en vindt nergens enige ondersteuning in.

Hierbij komt nog dat [verdachte] aan de undercoveragenten uitgebreid heeft verteld over deze methode van witwassen. Geld uit “grey stuff” is voor [verdachte] geen probleem en hij zit al jaren in deze business (zie onder 5.3.1.1).

De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat de overgeboekte bedragen van totaal € 23.670.363 van misdrijf afkomstig zijn en dat [verdachte] hier (op zijn minst genomen) voorwaardelijk opzet op heeft gehad.

Conclusies

De rechtbank oordeelt dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gezamenlijk als medeplegers zich schuldig hebben gemaakt aan witwassen. Uit de WeChat-gesprekken blijkt dat zij nauw en bewust hebben samengewerkt bij het overboeken van de gelden. Daarbij valt op dat in de chatberichten [verdachte] door zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] steeds ‘baas’ wordt genoemd en dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de instructies van [verdachte] opvolgen.78

De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] en zijn medeplegers een bedrag van € 23.670.363,- voorhanden hebben gehad en hebben overgedragen door deze over te boeken. Doordat er ook contante geldbedragen zijn gestort, zijn deze ook omgezet.

5.3.2.2. Witwasmethode 2: € 1.240.000,- (geldroute Polen)

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich samen met anderen zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 1.240.000,- in de periode 5 mei 2018 tot en met 27 juni 2018 Contante geldbedragen zijn naar Polen gebracht, giraal gemaakt en overgeboekt naar Chinese bankrekeningen.

De geldroute via [naam 20]

Uit de WeChat-gesprekken die op de iPad van [verdachte] zijn aangetroffen blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 2] op 4 en 5 april 2018 communiceren over een verkenning in Polen. 79 Uit de chats blijkt dat [medeverdachte 2] op 5 april 2018 in Polen is en van [verdachte] instructies meekrijgt. [medeverdachte 2] moet in Polen praten over aantal punten, bedragen, valutakoers, hoeveel er van tevoren overgeboekt wordt, hoe er moet worden overgedragen en hoe dat veilig gedaan kan worden. Verder gaat het over een sleutel van de loods en tijdstippen van aankomst en overboekingen. [medeverdachte 2] moet van [verdachte] de wegen verkennen en de loods bekijken. [medeverdachte 2] vraagt aan [verdachte] of er iets is waar hij op moet letten of nadrukkelijk moet zeggen. [verdachte] geeft aan dat er eerder 0,55 is afgesproken, 0,3% voor de persoon en 0,25% voor de uitgaven. Vervolgens vat [medeverdachte 2] de instructies samen: “oké, [naam 20] ze maken rechtstreeks eerst geld over naar ons? Dan komen we daar aan, laten we die dingen achter voor hen, en ze dragen het over een die persoon”. [verdachte] meldt dat [medeverdachte 2] dat eerst met ze moet bespreken en dat het normaal wel zo gaat. 80 Later meldt [medeverdachte 2] dat hij de loods heeft gezien en stuurt een foto van een loods met een slagboom ervoor. [medeverdachte 2] geeft aan dat alles goed is. Als [verdachte] vraagt waarom er een slagboom is en zoveel moeilijke dingen antwoordt [medeverdachte 2] : “is prima, gaat allemaal automatisch open. De loods kan hij zelf gebruiken, kan hij vracht in kwijt, ik zei dat is prima, wel een beetje ruimte overhouden zodat de auto erin kan en vracht kan uitladen (…)”. [verdachte] laat weten dat als de omgeving oké is dat het dan akkoord is.81

In de periode 21 maart 2018 tot en met 7 april 2018 vindt er een WeChat-gesprek plaats tussen [verdachte] en de gebruiker van account ´ [accountnaam 11] ´. [verdachte] spreekt hem aan met [naam 20] (hierna: [naam 20] ). Op 21 maart 2018 stuurt [verdachte] een bericht dat hij in Nederland veel cash heeft liggen en vraagt of [naam 20] mensen kent die geld kunnen innemen. [naam 20] antwoordt bevestigend. Op 7 april 2018 stuurt [naam 20] dat er elke dag geen limiet aan het volume zit en dat als 10-50-100 stuks doet het geen probleem is. [naam 20] vraagt verder of het privé-privé betreft, of publiek-publiek en geeft aan dat het eerste het makkelijkst is. [naam 20] geeft aan dat hij het met ze heeft besproken en schrijft “ze zijn akkoord dat ze eerst overmaken naar ons, na het overmaken ga ik met hun de overdracht doen”.82

Uit WeChat-gesprekken in juni 2018 blijkt dat twee keer gebruik werd gemaakt van deze geldroute via [naam 20] . De eerste transactie vond plaats op 22 en 23 juni 2018 en de tweede transactie op 23 en 24 juni 2018.83

Eerste transactie van € 300.000,- via [naam 20] op 22 en 23 juni 2018

Op 22 juni 2018 stuurt [verdachte] aan [naam 20] een overzicht met rekeningnummers met de mededeling dat alles overgemaakt moet worden naar de rekening van [naam 35] . Hij stuurt het overzicht ook naar [medeverdachte 2] eveneens onder vermelding dat alles moet worden overgemaakt naar de laatste rekening op de foto. Het laatste rekeningnummer op het verstuurde overzicht is [rekeningnummer] (hierna: # [rekeningnummer] ).84 Uit de chat blijkt dat [medeverdachte 2] op 23 juni 2018 onderweg is naar [naam 20] in Polen. [verdachte] vraagt aan [naam 20] waarom hij geen gps locatie naar [medeverdachte 2] heeft gestuurd. [naam 20] geeft aan dat hij zijn locatie aan [medeverdachte 2] zal sturen en [verdachte] vraagt later aan [medeverdachte 2] of hij al in Polen is gearriveerd. Om 06.35 uur laat [medeverdachte 2] weten “nog 110 km”.85 [verdachte] stuurt vervolgens aan [medeverdachte 1] “ [medeverdachte 1] , stuur de rekensom door naar mij, [alias medeverdachte 2] arriveert bijna, ik moet de som uitrekenen voor hem, en daarna hoeveel ingenomen/ontvangen”. [medeverdachte 2] laat weten dat eerst de vracht van 30 verrekend kan worden. Vervolgens stuurt [naam 20] omstreeks 10.47 uur achtereenvolgens vijf berichten met daarin vijf bedragen in rmb die zijn overgemaakt naar rekeningnummer # [rekeningnummer] . Daarna stuurt hij “in totaal 2268000”. Op verzoek van [verdachte] stuurt [naam 20] daarna screenshots van de bank waarop rekeningnummer # [rekeningnummer] is te zien. Vervolgens stuurt [naam 20] aan [verdachte] een handgeschreven briefje met berekeningen, waaronder: “30 x 7,56 = 2268000”.86

De rechtbank concludeert dat uit het voorgaande blijkt dat [medeverdachte 2] op 23 juni 2018 in Polen is en € 300.000,- aan contant geld naar [naam 20] heeft gebracht en dat door (mensen van) [naam 20] dit bedrag, omgerekend 2268000 renminbi, in vijf delen is overgemaakt op een door [verdachte] aangegeven Chinese rekening van een privé persoon.

Tweede transactie van € 300.000,- via [naam 20] op 23 en 24 juni 2018

Op 23 juni 2018 stuurt [medeverdachte 1] een afbeelding van een handgeschreven notitie naar [verdachte] met daarop de volgende berekening: 30 x 7.56 x 0.9650 = 2188620. Daarna stuurt [medeverdachte 1] een overzicht met rekeningnummers naar [verdachte] en zegt dat de derde tot en met de zevende plek moeten worden overgemaakt. [verdachte] stuurt het overzicht door naar [naam 20] en vraagt hem het bedrag van 2,18 miljoen over te maken op rekeningen drie tot en met zeven en het restant over te maken naar de Merchants Bank.

Op 24 juni 2018 stuurt [naam 20] naar [verdachte] zes overboekings-bewijzen met tussenstanden per ontvanger. De eerste vijf overboekingsbewijzen van rekeningen van vijf personen met achternaam [achternaam] stuurt [verdachte] naar [medeverdachte 1] . Het zesde overboekingsbewijs van 75526 van een rekening van [naam echtgenote van verdachte] stuurt [verdachte] niet door. [verdachte] stuurt wel een overboekingsbewijs van 8.620 renminbi van de rekening van [naam echtgenote van verdachte] naar een rekening op naam van [naam 21] .87 De rechtbank stelt vast dat het totaal van de overboekingen naar de vijf personen met achternaam [achternaam] 2.180.000 is. Dit bedrag opgeteld bij de overboeking van 8620 komt uit op 2.188.620, gelijk aan het totaal op de handgeschreven notitie van [medeverdachte 1] .

De rechtbank concludeert dat uit het voorgaande blijkt dat [medeverdachte 2] € 300.000,- aan contant geld naar [naam 20] in Polen heeft gebracht en dat door (mensen van) [naam 20] dit bedrag, omgerekend 2.188.620 renminbi, in delen is overgemaakt naar verschillende Chinese rekeningen van privé personen. Dat [medeverdachte 2] € 300.000,- naar Polen heeft gebracht volgt uit het getal ‘30’ in de berekening op de handgeschreven notitie. Dat [medeverdachte 2] contant geld naar Polen heeft gebracht wordt ondersteund door een chat op 23 juni 2018. [naam 20] stuurt een foto van een kapot vijftig euro biljet waarop [verdachte] laat weten “als er kapotte zijn die vergoedden we”. Kort daarna stuurt [naam 20] aan [verdachte] weer een foto van kapot vijftig eurobiljet en stuurt “(…) ik hoop dat als jullie het daar ontvangen het even controleren (…)”.88De rechtbank houdt het ervoor dat de kapotte biljetten als tokens - betalingsbewijzen – dienen, zoals [verdachte] dat ook heeft uitgelegd aan de undercoveragenten (zie 5.3.1.1).

De geldroute via [naam 22]

Op de iPad van [verdachte] zijn WeChat-gesprekken aangetroffen tussen [verdachte] en een gebruiker van een niet geïdentificeerd WeChat account met de naam [naam 22] .89 Uit deze gesprekken blijkt dat [verdachte] in mei en juni 2018 drie keer gebruik maakt van een geldroute via [naam 22] in Polen.

Eerste transactie - € 240.000,- door [verdachte] gebracht op 6 mei 2018

Op 5 mei 2018 omstreeks 10.25 uur stuurt [verdachte] een overzicht met Chinese rekeningnummers naar [naam 22] en meldt dat er vandaag 24 stuks komen. Hij vraagt [naam 22] om eerst een gedeelte van het geld te laten overmaken. [naam 22] vraagt op welke rekening hoeveel geld moet komen. [verdachte] antwoordt dat hij maar moet regelen wat hij wil. Om 19.28 uur vraagt [verdachte] om een adres en laat weten dat hij al in Polen is en over ongeveer twee uurtjes zal arriveren.90 De volgende dag stuurt [naam 22] overboekingsbewijzen met diverse bedragen.91 Op 7 mei 2018 laat [verdachte] weten dat alles is aangekomen.92

De rechtbank komt tot de conclusie dat uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] € 240.000,- naar (de mensen van) [naam 22] in Polen heeft gebracht. [naam 22] heeft dit geld vervolgens overgemaakt of over laten maken naar door [verdachte] opgegeven Chinese rekeningnummers. Uit de overboekingsbewijzen blijkt dat er meer geld is overgemaakt dan € 240.000,-.

Tweede transactie - € 200.000,- onbekend door wie gebracht op 9 mei 2018

Op 9 mei 2018 meldt [verdachte] aan [naam 22] dat “het spul dan vandaag komt”. [verdachte] stuurt dat 140 stuks naar een paar banken moet en dat de rekeningen niet veranderen. Het restbedrag moet nog steeds naar de [naam bank 1] gestuurd worden.93 [naam 22] stuurt de volgende dag een foto van een handgeschreven notitie met daarop de twee berekeningen; “200000 x 0,0055 = 1100,-“ en “198900 x 7.525 = 1496722”. Hij laat weten dat hij nu aan het overmaken is. Vervolgens stuurt hij overboekingsbewijzen van totaal 1.496.720.94

De rechtbank concludeert hieruit dat [verdachte] door een onbekend gebleven persoon € 200.000,- naar (mensen van) [naam 22] in Polen heeft laten brengen. Uit de berekeningen op de handgeschreven notitie blijkt dat er van € 200.000,- een percentage is ingehouden. Het restant is omgerekend met een valutakoers van 7,525 naar renminbi 1496722.

Derde transactie - € 200.000,- door buitenlander gebracht op27 juni 2018

Op 27 juni 2018 vraagt [verdachte] aan [naam 22] of er morgen spul naar hem toe kan gaan en dat het waarschijnlijk vanavond rond twaalf uur aankomt. [naam 22] laat weten dat het geen probleem is. [verdachte] meldt dat het om 20 stuks gaat en de chauffeur een buitenlander is die meteen weggaat als hij de 20 stuks heeft afgegeven. [verdachte] geeft [naam 22] opdracht om het na ontvangst te tellen en als het klopt de chauffeur te laten gaan. [verdachte] stuurt dat [naam 22] het morgen naar hem moet overmaken.95 Op 28 juni 2018 stuurt [verdachte] twee Chinese rekeningnummers en vraagt het geld, de 1,47 miljoen, op deze twee rekeningen over te maken. [naam 22] stuurt even later twee overboekingsbewijzen met daarop de twee Chinese rekeningnummer en de bedragen 754.950 en 714.950. Het totaal van deze bedragen is 1.469.900, afgerond 1,47 miljoen. Daarna stuurt [naam 22] een afbeelding van een handgeschreven notitie met daarop twee berekeningen; “198900 x 7,619 = 1515419” en “1515419 – 1470000 = 45419”.96

De rechtbank komt tot de conclusie dat [verdachte] door een buitenlander € 200.000,- naar (mensen van) [naam 22] in Polen heeft laten brengen. [verdachte] laat weten dat er 20 stuks onderweg zijn, ofwel € 200.000,-. Dit wordt ondersteund door de berekeningen op de handgeschreven notitie. Op de notitie staat het bedrag van 198900 omgerekend met een valutakoers van 7,619 naar renminbi, te weten 1515419. Na aftrek van het bedrag van 45419 resteert een afgerond bedrag van 1,47 miljoen. Uit de notitie van [naam 22] van 9 mei 2018 blijkt dat het bedrag van 198900 het restant is van 200000 na inhouding van een percentage van 0,0055. Het bedrag van 45.519 is naar de rekening van [naam echtgenote van verdachte] . de vrouw van [verdachte] , overgemaakt.

Witwasvermoeden

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de (contante) geldbedragen afkomstig zijn van een specifiek misdrijf. Voor de vraag of de geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn, moet de rechtbank de verschillende stappen van het stappenplan (5.3.2.1) langslopen.

De rechtbank is van oordeel dat er een gerechtvaardigd vermoeden is dat het bedrag van € 1.240.000,- van misdrijf afkomstig is.

Het vervoeren van grote contante geldbedragen levert op zichzelf al een indicatie voor witwassen op. Het fysiek vervoeren van grote bedragen contant geld brengt veiligheidsrisico’s met zich en is hoogst ongebruikelijk in het geval het geld op legale wijze is verkregen. Daarbij komen de volgende feiten en omstandigheden die wijzen op een criminele herkomst van het geld:

  • -

    [verdachte] heeft [medeverdachte 2] naar Polen gestuurd op voorverkenning;

  • -

    de naar Polen vervoerde grote contante bedragen zijn vervolgens giraal gemaakt en overgeboekt naar Chinese bankrekeningen van privépersonen; en

  • -

    [medeverdachte 1] waarschuwt [verdachte] op 23 juni 2018 dat er niet meer dan vijftig per keer moet worden overgemaakt en geen hele bedragen. [verdachte] stuurt deze waarschuwing vervolgens door naar [medeverdachte 2] en [naam 20] .97 Verder stuurt [verdachte] op 22 juni 2028 omstreeks 21.20 uur naar [medeverdachte 2] :98

“onthou: dit geld heb je meegenomen in opdracht van [naam BV 2] om wat te doen? Varkensvlees, containers, varkenspoten enz te kopen, je hoeft het niemand uit te leggen, als je problemen ondervind: dit is geld van de zaak, en andere zaken wacht maar tot de advocaat komt, onthou dit (…) onthou: Als er wat is, outhou dit: niks uitleggen. Als er wat is, laat het over aan mij. Ik geef je rugdekking, ok? Als er wat is, wacht op de advocaat, ik leg het uit, geld is van de zaak. Dat is het.”.

Tot slot heeft te gelden dat [verdachte] tijdens het infiltratietraject tegen undercoveragenten A2507 en A2503 gezegd dat wanneer hij hun contante geld zou ontvangen, dit geld naar Hongarije of Polen zal worden gereden. In Hongarije en Polen is het namelijk veel makkelijker vanwege corruptie en omdat hij daar mensen kent, aldus [verdachte] .99

[verdachte] heeft geen verklaring afgelegd. De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders zijn dan dat het geld, totaal € 1.240.000,- (€ 300.000,- + € 300.000,- via [naam 20] en € 240.000,- + € 200.000,- + € 200.000,- via [naam 22] ) van misdrijf afkomstig is en dat [verdachte] hier (op zijn minst genomen) voorwaardelijk opzet op heeft gehad.

Conclusies

De rechtbank oordeelt dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich gezamenlijk als medeplegers schuldig hebben gemaakt aan witwassen. Verdachte, en zijn medeplegers, hebben in totaal een bedrag van € 1.240.000,- voorhanden gehad, overgedragen en omgezet.

Uit de hiervoor besproken WeChat-berichten blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] nauw en bewust hebben samengewerkt bij het witwassen via [naam 20] , met uitzondering van de eerste transactie.

Voor het witwassen via [naam 22] geldt dat de nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt uit onder meer een WeChat-gesprek tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op
23 juni 2018. In dit gesprek wordt bevestigd dat de percentages van de route via [naam 20] hetzelfde zijn als bij [naam 22] :100

[medeverdachte 2] aan [verdachte]

met welke cijfers rekenen we? Hoeveel wordt er vanaf getrokken?

[verdachte] aan [medeverdachte 2]

zelfde als met [naam 22] 0,3%

[medeverdachte 2] aan [verdachte]

0,3% en nog 0,25 erbij [naam 20] totaal is het 0,5%

[verdachte] aan [medeverdachte 2]

alles is identiek aan [naam 22] , ja reken met 0,5%

[medeverdachte 2] aan [verdachte]

goed, je kan het nu berekenen, zaterdag beweegt er niks.

[verdachte] aan [medeverdachte 2]

[naam 17] heeft mij nog geen bedragen gegeven snap je

[verdachte] aan [medeverdachte 1]

, stuur de rekensom door naar mij, [alias medeverdachte 2] arriveert bijna, ik moet de som uitrekenen voor hem, en daarna hoeveel ingenomen/ontvangen

Verder had [verdachte] direct contact met [naam 22] over het witwassen van de contante geldbedragen. Afgezien van de percentages blijkt uit de hiervoor aangehaalde WeChat-gesprekken dat de werkwijze van de route via [naam 22] hetzelfde is als via [naam 20] . Tot slot is van belang dat [naam 22] op 24 juni 2018 aan [verdachte] bericht dat [naam 22] “de broeder” van [verdachte] “dit weekend” is tegengekomen.101 Zoals de rechtbank al heeft vastgesteld bij de geldroute via [naam 20] , was [medeverdachte 2] op 23 juni 2018 in Polen. Met “broeder” wordt volgens de rechtbank [medeverdachte 2] bedoeld.

5.3.2.3. Witwasmethode 3: € 16.610.820,- (geldroute Hongarije)

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag in de periode 4 december 2021 tot en met
14 april 2023. Door verdachten werden grote contante geldbedragen in ontvangst genomen, geteld en naar Hongarije vervoerd. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en de chauffeur van de geldtransporten naar Hongarije hebben hierover een verklaring afgelegd.

5.3.2.3.1. Verklaringen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en de chauffeur

Verklaring [medeverdachte 1] op 22 oktober 2024

[medeverdachte 1] heeft op 22 oktober 2024 onder meer verklaard dat er geld van Nederland naar Hongarije moest en dat hij op verzoek van [medeverdachte 3] contant geld in euro’s moest ophalen en tellen. Soms gebeurde het eens in de twee weken en soms ook wel eens twee maanden niet. De werkwijze was als volgt. [medeverdachte 1] kreeg van [medeverdachte 3] een Whatsapp bericht met daarin een token en een adres waar [medeverdachte 1] het geld moest ophalen. Met het token, een vijf euro biljet, reed [medeverdachte 1] in zijn auto naar het adres. Na het laten zien van het token kreeg [medeverdachte 1] het geld overhandigd. Het geld zat meestal in een plastic tas. Na ontvangst werd het geld door [medeverdachte 1] in zijn kantoor met een telmachine geteld, waarna hij het bedrag aan [medeverdachte 3] doorgaf. [medeverdachte 3] gaf vervolgens aan op welk tijdstip het geld zou worden opgehaald. [naam chauffeur 2] [de rechtbank begrijpt: [naam chauffeur 2] , hierna [naam chauffeur 2] ] is de chauffeur van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] moest vaak geld aan hem overhandigen en dan vervoerde [naam chauffeur 2] het geld naar Hongarije. [medeverdachte 3] en [naam chauffeur 2] hebben wel eens in het kantoor van [medeverdachte 1] in zijn bijzijn geholpen met tellen van het geld. Zodra het geld was geteld, legde [medeverdachte 1] het geld in een machinekamer naast de keuken. Volgens [medeverdachte 1] zou het ook kunnen dat hij het geld even in zijn auto bewaarde, als het geld kort na het tellen zou worden opgehaald. Soms kwam er iemand om geld op te halen of moest [medeverdachte 1] het geld ergens heen brengen. In 99,9 % van de gevallen werd het geld opgehaald. Dat gebeurde door [naam chauffeur 2] en soms door andere chauffeurs.

Over de aan hem getoonde foto van de bus met kenteken [kenteken 1] heeft [medeverdachte 1] verklaard dat het geld met zo een soort bus door de chauffeurs van [medeverdachte 3] werd opgehaald. Ook werd een afbeelding van de bus met opschrift [opschrift] aan hem getoond. Deze bus is volgens [medeverdachte 1] ook gebruikt bij het ophalen van geld.102 De bus met opschrift [opschrift] is de bus met Tsjechisch kenteken [kenteken 2] .103

Verklaring [medeverdachte 3] op 8 oktober 2024

[medeverdachte 3] heeft op 8 oktober 2024 onder meer verklaard dat [medeverdachte 1] op adressen in Nederland geld moest ophalen en dat het geld naar Hongarije werd vervoerd. De chauffeur was [naam chauffeur 2] . [medeverdachte 3] stuurde [medeverdachte 1] via Whatapp het adres en het bedrag dat opgehaald moest worden. Voor het ophalen van het geld stuurde [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] een token, te weten een afbeelding van een vijf euro biljet. Als [medeverdachte 1] het geld had opgehaald bevestigde hij dit aan [medeverdachte 3] .104

Verklaring getuige [naam chauffeur 2]

Getuige [naam chauffeur 2] heeft verklaard dat hij [naam chauffeur 2] wordt genoemd. Hij is meermalen bij [naam BV 1] geweest. Elke keer haalde hij van het parkeerterrein van [bedrijf 1] in Hongarije een bus op. Het waren twee verschillende bussen waarvan de kentekens eindigen op [kenteken 2] en [kenteken 1] . Na het ophalen van de bus reed hij naar [naam BV 1] in Nederland. Vervolgens reed hij weer terug naar Hongarije en parkeerde de bus weer op het parkeerterrein.105

De verklaringen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [naam chauffeur 2] over de werkwijze van de geldroute via Hongarije komen overeen met bevindingen van camerabeelden, afgeluisterde gesprekken en bakengegevens van de auto van [medeverdachte 1] en de Tsjechische bussen. Twee bussen met Tsjechische kentekens [kenteken 2] en [kenteken 1] zijn in een aantal perioden in 2022 en 2023 voorzien van een baken en opgenomen in het Automatic Number Plate Recognition (ANPR) register. Een aantal bevindingen wordt hieronder besproken.106

5.3.2.3.2. Bevindingen van camerabeelden, gesprekken en bakengegevens

Gebeurtenissen op 3 oktober 2022

Op camerabeelden is het volgende te zien. Om 13.51 uur rijdt een rode BMW met kenteken [kenteken 3] het parkeerdek van van [naam BV 1] . Enkele minuten later komt [medeverdachte 1] aan lopen. De bestuurder van de BMW haalt een groene tas en een tas met Lidl logo van de achterbank van zijn auto en geeft deze aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] gaat met beide tassen het kantoor van [naam BV 1] in en loopt met de tassen de telruimte in. Hij doet de deur van binnenuit op slot en haalt stapels geld uit de tassen. Met behulp van de telmachine telt hij het geld.
Om 14.04 uur lijkt [medeverdachte 1] een foto te maken van het geld bij de telmachine. Uit een ovc-gesprek in de telruimte blijkt dat [medeverdachte 1] belt met een man en zegt “(…) hij/zij zei tegen mij dat het 358300 was. Maar ik heb geteld, ik heb jou een foto gestuurd, je kunt het zien, het is niet eens 300.(…)”.

Om 15.07 uur is [medeverdachte 1] klaar met tellen van het geld. Hij stopt het geld samen met de tas met Lidl logo in de groene tas en gaat naar de keuken beneden.

Om 16.35 uur loopt [medeverdachte 1] met twee tassen waaronder een groene tas met dezelfde kleur als de tas die hij eerder die dag ontving naar buiten en zet de tassen in de achterbak van zijn auto. Vervolgens loopt hij het kantoorpand weer in.

Om 17.01 uur komt [medeverdachte 1] naar buiten en blijft rondhangen bovenaan de oprit van het parkeerdek. Kort daarna komt een man in beeld. [medeverdachte 1] heeft tijdens zijn verhoor bij het tonen van de afbeeldingen van de camerabeelden verklaard dat dit [naam 23] is. Hij had [naam 23] gevraagd het geld in de auto te stoppen. 107

[naam 23] stapt in een Tsjechische bus met kenteken [kenteken 2] .

[naam 23] rijdt de bus naar een ander deel van het parkeerdek en parkeert in de buurt van de auto van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] haalt de twee tassen uit de achterbak van zijn auto en loopt ermee naar de bus. De tassen worden aan de passagierskant in de bus gezet. Het lijkt er dan op dat [naam 23] de inhoud uit de tassen haalt en boven de passagiersstoel weg stopt. Als [naam 23] klaar is doet hij de bus dicht. [medeverdachte 1] loopt daarna weg met een tas die vermoedelijk leeg is.

Om 17.30 uur komt een andere onbekende man in beeld. Hij stapt in de bus en rijdt kort daarna weg. Uit ANPR-gegevens blijkt dat de Tsjechische bus om 20.56 uur de grens bij Oldenzaal richting Duitsland passeert.108

Op grond van deze feiten en omstandigheden en de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op 3 oktober 2022 contant geld in ontvangst heeft genomen dat nadat hij het had geteld ongeveer € 300.000,- bleek te zijn. [medeverdachte 1] heeft dit gemeld aan [medeverdachte 3] en heeft [medeverdachte 3] een foto gestuurd van het geld. [medeverdachte 1] heeft het geld tijdelijk bewaard in zijn auto en vervolgens is het geld in de bus met Tsjechisch kenteken [kenteken 2] geladen en naar Hongarije vervoerd.

Gebeurtenissen op 7 oktober 2022

Op camerabeelden is het volgende te zien.

Om 10.31 uur komt dezelfde BMW als op 3 oktober 2022 het parkeerdek op rijden. De auto parkeert bij de hoofdingang van het kantoorpand van [naam BV 1] waar [medeverdachte 1] staat te wachten. [medeverdachte 1] opent de achterportier van de auto en haalt er een blauwe plastic Albert Heijn tas uit, waarna de auto wegrijdt. Enkele minuten later komt [medeverdachte 1] met de tas de telruimte binnen en doet de deur op slot. Hij haalt stapels bankbiljetten uit de tas en legt deze op de grond bij de geldtelmachine.

In een OVC-gesprek in de telruimte is te horen dat [medeverdachte 1] om 10.33 uur zegt “hij/zij zegt dat het 40 is.(…) dit, deze, deze 40 stuks, zijn niet slecht, het is best goed.”

Om 11.00 uur is [medeverdachte 1] klaar met tellen en stopt hij het geld terug in de Albert Heijn tas en loopt ermee de telruimte uit. Vervolgens komt [medeverdachte 1] weer terug de telruimte in en zegt hij “die 40 van de buitenlander, dat bedrag klopt.”109
Uit een OVC-opname in de auto van [medeverdachte 1] blijkt dat hij om 12.15 uur een bericht inspreekt waarin hij vraagt hoe laat [naam chauffeur 2] vandaag ongeveer aan komt.110

Op camerabeelden om 16.44 uur komt een blauwe Mazda met kenteken [kenteken 4] op naam van [naam 23] het parkeerdek op rijden. [naam 23] stapt uit en pakt iets uit de achterbak en lijkt dat voorin aan de bijrijders kant te leggen. Kort daarop komt [medeverdachte 1] het parkeerdek op rijden, stapt uit en loopt naar binnen naar de keuken. Een minuut later komt hij via de zijdeur bij de ruimte van de keuken weer naar buiten met een kartonnen doos in zijn handen. Hij geeft de doos aan [naam 23] die de doos in zijn auto zet. Beiden gaan naar binnen en even later rijdt [medeverdachte 1] in zijn auto weg.

Omstreeks 18.00 uur voert [medeverdachte 1] in zijn auto een gesprek met een vrouw. De vrouw vraagt wat [medeverdachte 1] komt doen als zijn dingen nog niet af zijn. [medeverdachte 1] antwoordt dat de vrouw het belangrijkst is en dat hij broer [broer] heeft gevraagd hem te helpen. Om 18.26 uur speelt [medeverdachte 1] het volgende bericht af “broer, [naam chauffeur 2] is er”, waarop [medeverdachte 1] zegt dat hij gaat bellen. Daarna zegt [medeverdachte 1] tegen de vrouw dat hij even naar broer [broer] gaat bellen en kort daarop is te horen dat [medeverdachte 1] met een man belt en zegt “hij/zij is er”.111

Op camerabeelden om 18.42 uur komt een Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] het parkeerdek op rijden, de bus wordt naast de blauwe Mazda met kenteken [kenteken 4] geparkeerd. De bestuurder van de bus is [naam 23] . Hij haalt de doos uit de Mazda en zet deze aan de passagierskant in de Tsjechische bus.

Vanaf 18.45 uur is in de weerspiegeling van het kantoorpand te zien dat hij achter de passagiersstoel van de bus bezig is.

Om 18.56 uur loopt hij met een doos het parkeerterrein af. Een uur later loopt een andere man naar de Tsjechische bus en rijdt ermee weg.

Op basis van ANPR gegevens blijkt dat de Tsjechische bus om 21.02 uur bij Oldenzaal de grens met Duitsland is gepasseerd.112

Op grond van deze feiten en omstandigheden en de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op 7 oktober 2022 contant geld in ontvangst heeft genomen dat nadat hij het had geteld € 400.000,- bleek te zijn (40 stuks is 400.000, zie 5.3.1.3). In de middag geeft [medeverdachte 1] een doos met geld aan [naam 23] die de doos in zijn auto bewaart totdat [naam chauffeur 2] er is. Later als [naam chauffeur 2] is gearriveerd, laadt [naam 23] het geld uit de doos in de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] . Vervolgens vertrekt [naam chauffeur 2] (alias [naam chauffeur 2] ) met de Tsjechische bus naar Hongarije.

Gebeurtenissen op 27 en 28 oktober 2022

Op camerabeelden is te zien dat [medeverdachte 1] op 27 oktober 2022 rond 14.24 uur met zijn auto het parkeerdek van [naam BV 1] verlaat. Uit bakengegevens blijkt dat de auto van [medeverdachte 1] omstreeks 14:48 uur stil stond op adressen in Amsterdam. Rond 14.48 uur komt een camper met Hongaars kenteken [kenteken 5] op naam van [bedrijf 1] het parkeerdek op rijden. [medeverdachte 3] en [naam chauffeur 2] stappen uit.113 [naam chauffeur 2] heeft over deze dag verklaard dat hij de bus op het parkeerterrein in Hongarije heeft opgehaald en dat [medeverdachte 3] daar instapte. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij op 27 oktober 2022 bij [naam BV 1] aanwezig was bij het tellen van geld.114

[medeverdachte 3] en [naam chauffeur 2] gaan het bedrijfspand van [naam BV 1] in en lopen rond 14.54 uur samen met [medeverdachte 2] de telruimte in. Omstreeks 15.11 uur parkeert [medeverdachte 1] zijn auto op het parkeerdek, haalt een witte tas uit de achterbak en loopt hiermee het kantoorpand in en gaat de telruimte in. [medeverdachte 1] haalt uit de witte tas een doos die vol zit met bundels bankbiljetten en begint rond 15.16 uur met het geld tellen. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] lopen afwisselend de telruimte in en uit. Uit een OVC-gesprek in de telruimte blijkt dat [medeverdachte 1] constateert dat dat er twee keer 50 euro te weinig is, in totaal 100. [medeverdachte 1] vraagt waar hij 'dit' moet laten. [medeverdachte 3] zegt dat hij morgen komt om de wolhandkrab te halen en zegt het dan tegelijkertijd te doen. [medeverdachte 1] en [naam chauffeur 2] wisselen elkaar af bij het tellen van het geld. Om 15.41 uur zegt [medeverdachte 1] dat deze partij 100 tekort komt. [medeverdachte 1] bevestigt de vraag van [medeverdachte 3] of het 235000 minus 100 is. Het geld wordt weer in de doos gedaan. Er volgt een gesprek over het verrekenen van geldbedragen. Even daarna haalt [medeverdachte 1] geld uit de doos en stopt het in een rode papieren tas. [medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 3] dat het snel weg moet omdat hij zich anders zorgen maakt en dat hij snel oude [naam 24] (fonetisch) moet zeggen dit weg te halen van hier. [medeverdachte 1] praat over een keer dat het alarm is afgegaan. Om 16.28 uur stopt [medeverdachte 1] de rode tas met geld in een blauwe boodschappentas en loopt met de blauwe tas de telruimte uit.115

De volgende dag om 09.30 uur komt dezelfde camper met [naam chauffeur 2] en [medeverdachte 3] het parkeerdek op rijden. Zij gaan het kantoorpand binnen. Kort daarna komt [naam chauffeur 2] met een volle boodschappentas het kantoorpand uit, gevolgd door [medeverdachte 1] die ook een tas bij zich heeft. Beiden lopen naar de camper en te zien is dat de zijdeur open gaat. [medeverdachte 3] komt ook naar buiten en loopt richting de camper. De zijdeur gaat open en dicht. Rond 10.00 uur lopen ze met zijn drieën het kantoorpand weer in. Kort daarna komen ze weer naar buiten waarna de camper weg rijdt. [medeverdachte 1] lijkt op de passagiersstoel te zitten en [naam chauffeur 2] achter het stuur. Een kwartier later lopen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] de oprit op en het kantoorpand binnen. Een minuut later lopen ze samen met [verdachte] de telruimte binnen. 116 Er wordt een gesprek gevoerd over [naam 25] [persoon] . [persoon] is in augustus 2022 met drie ton aangehouden in Heeze (zie onder 5.3.2.5). [verdachte] zegt iets over voorzichtig zijn aan de telefoon, zoveel mogelijk alleen praten bij ontmoetingen, er wordt afgeluisterd.

Op grond van deze feiten en omstandigheden en de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [naam chauffeur 2] stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op 27 oktober 2022 bundels geldbiljetten heeft opgehaald. Het geld is vervolgens in de telruimte door [medeverdachte 1] in aanwezigheid van onder meer [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] geteld. De volgende dag is geld in de Hongaarse camper geladen waarbij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] aanwezig zijn. Zou is vervolgens met de camper naar [bedrijf 1] in Hongarije gereden.

Gebeurtenissen op 13 en 14 november 2022

Uit een tapgesprek komt naar voren dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 november 2022 rond 09.26 uur met elkaar bellen. [medeverdachte 1] zegt dat het huis van die persoon nummer [huisnummer] is, de man van de vrouw heeft dikke [naam 26] . [alias medeverdachte 2] moet zeggen dat [medeverdachte 1] dingen komt halen. Om 10.12 uur arriveert [medeverdachte 2] bij [naam BV 1] en gaat het kantoorpand binnen. Kort daarna komt hij weer naar buiten en pakt een blauwe plastic Albert Heijn bigshopper uit de kofferbak van zijn auto. Met de tas loopt hij weer naar binnen en is een minuut later met de tas in de telkamer. Hij gaat achter het bureau zitten en haalt meerdere stapels biljetten uit de tas. Om 10.20 begint hij met het tellen van het geld. In een OVC-gesprek in de telruimte is te horen dat [medeverdachte 2] zegt dat er eentje te kort is waarop [medeverdachte 1] reageert. Als [medeverdachte 2] om 10.39 uur klaar is met tellen stopt hij het geld weer in de blauwe Albert Heijn tas.117 Op camerabeelden is te zien dat om 12.02 uur een auto met kenteken [kenteken 6] het parkeerdek op komt rijden. Om 12.04 uur belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] zegt dat die persoon is aangekomen. [medeverdachte 2] antwoordt dat hij het nu aan die persoon geeft. Vervolgens komt [medeverdachte 2] de telruimte binnen, pakt de blauwe Albert Heijn tas met geld en loopt ermee naar buiten naar de auto met kenteken [kenteken 6] . De bestuurder stapt uit en [medeverdachte 2] overhandigt de tas aan de bestuurder. De bestuurder zet de tas op de achterbank van zijn auto en rijdt weg.

Op grond van deze feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] door [medeverdachte 1] op pad is gestuurd om geld op te halen. Daarna telt [medeverdachte 2] het geld in de telruimte en geeft hij aan [medeverdachte 1] door dat het geld niet compleet is. Het geld wordt even later door een onbekende persoon opgehaald. [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 2] gebeld om te melden dat die persoon bij [naam BV 1] is gearriveerd.

Uit bakengegevens blijkt dat de auto van [medeverdachte 1] op 13 november 2022 rond 09.40 uur de omgeving van de woning van [medeverdachte 1] verlaat. Verder blijkt dat gedurende de dag de auto op diverse adressen in Rotterdam is gestopt. In een OVC-gesprek opgenomen in de auto is een gesprek van omstreeks 09.54 uur te horen tussen [medeverdachte 1] en een man waarin onder meer wordt gesproken over tickets, een token en 425:

[medeverdachte 1] : Which one?

man: No! ..... And this one?

[medeverdachte 1] : Yeah, you give me one, just take one.

man: Huh?

[medeverdachte 1] : Take one, that one… there two.. two tickets…….take one is ok.

(…)

[medeverdachte 1] : How Much?

man: Eh.. 425.

[medeverdachte 1] : 425. Ok.

(…)

man: But why you sent me two token?

[medeverdachte 1] : I don't know which one you want.

man: It's not important.

[medeverdachte 1] : Take one, is ok.

(..)

[medeverdachte 1] : Yah, ok.

man: Oke, bye”

Verder blijkt uit een OVC-gesprek in de auto van [medeverdachte 1] dat hij rond 10.05 uur belt met [medeverdachte 3] . Ze praten over een bedrag van 42,5 en [medeverdachte 1] zegt dat hij de eerste bon of nota heeft gebruikt, die van 0705. Verder wordt er gesproken over drie verschillende partijen en [medeverdachte 1] zegt dat hij geen tijd heeft om die 42,5 van nu te tellen. [medeverdachte 3] zegt dat hij [naam chauffeur 2] zal sturen.

Op camerabeelden is te zien dat [medeverdachte 1] rond 16.53 uur arriveert bij [naam BV 1] . Hij pakt een blauwe bigshopper uit de achterbak van zijn auto, gaat naar binnen en loopt met de blauwe bigshopper de telruimte in. Hij doet de deur op slot en pakt uit de bigshopper een kleine plastic Albert Heijn tas en nog een kleine blauwe plastic tas. Vervolgens begint hij bundels geld uit de tassen tellen. Tijdens het tellen belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 3] en meldt dat er een bundel is die wat briefjes mist. [medeverdachte 1] zegt dat hem is verteld dat het 425 is maar dat er een bundel van 20000 is waar 400 mist. Wanneer [medeverdachte 1] klaar is met tellen stopt hij het geld weer in de blauwe Albert Heijn bigshopper en loopt met de tassen de telruimte uit.118

Op 14 november 2022 komt [medeverdachte 1] om 10.24 uur met twee boodschappentassen het kantoorpand van [naam BV 1] uit lopen. Hij zet de tassen op de achterbank van zijn auto. Op camerabeelden is te zien dat ongeveer een half uur later de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] het parkeerdek op komt rijden. Kort daarna komt [medeverdachte 1] naar buiten, pakte de twee tassen uit zijn auto en brengt die naar de Tsjechische bus. Te zien is dat [medeverdachte 1] eerst bezig is bij de passagierskant en daarna de zijdeur opent en daar aan het rommelen is. De chauffeur van de bus stapt uit en loopt naar de passagierskant. [naam 23] gaat aan de gang achter de passagiersstoel. [medeverdachte 1] kijkt ondertussen mee. Het lijkt erop dat [naam 23] een onderdeel achter de passagiersstoel los maakt en weghaalt. Vervolgens gaat hij door met rommelen achter de stoel. Daarna plaatst hij rond 11.21 uur het losse auto-onderdeel weer terug achter de passagiersstoel. [medeverdachte 1] loopt daarna weg met de, vermoedelijk lege, boodschappentassen. De chauffeur loopt om 11.33 uur het kantoorpand uit naar de Tsjechische bus, waarna enkele minuten later de bus wegrijdt. Uit een OVC-gesprek in de telruimte blijkt dat [medeverdachte 1] om 11.34 uur belt met een man en zegt “48, bijna 49 stuks”. Uit ANPR gegevens blijkt dat de Tsjechische bus om 14.37 uur de grens bij Oldenzaal richting Duitsland passeert.119

Op grond van deze feiten en omstandigheden en de verklaringen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [naam chauffeur 2] stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op 13 november 2022 in Rotterdam contant geld heeft opgehaald. Hij heeft daarover contact met [medeverdachte 3] die [naam chauffeur 2] (alias [naam chauffeur 2] ) zal sturen om geld uit Nederland naar Hongarije te vervoeren. Vervolgens telt hij het geld in de telruimte bij [naam BV 1] en heeft over de hoogte van het geldbedrag contact met [medeverdachte 3] omdat er geld mist. De volgende dag wordt er bij [naam BV 1] een bedrag van bijna € 490.000 (49 stuks is 490.000, zie 5.3.1.3) in de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] geladen. [medeverdachte 1] is daarbij aanwezig.

Gebeurtenissen op 24 november 2022

Uit bakengegevens blijkt dat de auto van [medeverdachte 1] op 24 november 2022 rond 14.50 uur op verschillende adressen in Schiedam stil staat. Om 14.48 uur is op een OVC-opname in de auto een stem van een man te horen die zegt dat die persoon om drie uur op tijd is. Om 15.03 uur voert [medeverdachte 1] met een man in of bij zijn auto het volgende gesprek:

[medeverdachte 1] : “How many?”

man: “One million”

[medeverdachte 1] : “One million? Ok”

man: “Ok. Byebye”

Daarna is te horen dat een autodeur dicht slaat. Vervolgens belt [medeverdachte 1] met een ander persoon en zegt dat het in handen is en dat het om 100 stuks gaat en “mogelijk is het allemaal van 500”. Rond 15.40 uur is te zien dat [medeverdachte 1] arriveert bij het kantoorpand van [naam BV 1] . Hij haalt een grijze sporttas uit zijn auto, loopt naar binnen en loopt enkele minuten later met de tas de telruimte in. Hij doet de deur op slot en gaat met de tas achter het bureau zitten. Uit de grijze sporttas haalt hij een rode plastic tas met opschrift Dirk. Uit de rode tas haalt hij in groen plastic verpakte geldbiljetten. Na het tellen van het geld stopt hij de geldbundels weer in de rode plastic tas en schrijft iets op een briefje. 120 Diezelfde ochtend om 11.14 uur is [medeverdachte 1] door een man gebeld en laat [medeverdachte 1] weten dat twee of drie uur kan. [medeverdachte 1] vraagt wanneer de persoon komt om die 30 stuks te halen. Vervolgens zegt [medeverdachte 1] dat het belangrijkste is dat hij wil weten wanneer [naam chauffeur 2] komt.121

Op camerabeelden is te zien dat om 16.15 uur een Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] het parkeerdek oprijdt. De chauffeur stapt uit en loopt het kantoorpand binnen. Eveneens om 16.15 uur is uit een OVC-opname in de telruimte te horen dat [medeverdachte 1] met [medeverdachte 3] belt. Er wordt over bedragen gesproken en [medeverdachte 1] zegt dat [naam chauffeur 2] is aangekomen. Een paar minuten later om 16.19 uur verlaat [medeverdachte 1] de telruimte met een bontgekleurde en rode plastic tas met opschrift Dirk. Om 16.24 uur loopt [medeverdachte 1] het kantoorpand uit met een gele plastic tas in zijn hand en loopt richting de Tsjechische bus. Er is dan geen zicht op wat hij doet. Uiteindelijk verschijnt hij zonder tas weer in beeld en gaat het kantoorpand in. Om 16.32 uur rijdt de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] weg. [medeverdachte 1] belt om 17.35 in de telruimte met [medeverdachte 3] en zegt dat er zojuist 505000 is weggegaan. Uit ANPR gegevens blijkt dat de Tsjechische bus om 19.27 uur de grens bij Oldenzaal richting Duitsland passeert.122

Op grond van deze feiten en omstandigheden en de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [naam chauffeur 2] stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op 24 november 2022 in Schiedam € 1.000.000,- aan contanten heeft opgehaald (100 stuks is € 1.000.000,-, zie 5.3.1.3.). In de middag wordt € 505.000,- contant opgehaald door [naam chauffeur 2] (alias [naam chauffeur 2] ) met de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] die het geld naar Hongarije brengt.

Totalen periode 20 februari 2022 tot en met 20 april 2023

Op grond van het afluisteren van gesprekken (tap- en OVC-gesprekken), observaties, camerabeelden en bakengegevens is vastgesteld dat in de periode van 20 februari 2022 tot en met 20 april 2023 totaal 90 keer contant geld in ontvangst is genomen door [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] . Het geld werd door derden naar het bedrijfspand aan de [adres 2] gebracht of de geldoverdracht vond plaats op straat waarna het contante geld naar het bedrijfspand van [naam BV 1] werd bracht. Van 59 overdrachten is het bedrag vastgesteld waarvan het totaal € 10.999.990,- bedraagt. Bij het overdragen van geld is [verdachte] 8, [medeverdachte 2] 14, [medeverdachte 1] 82 en [medeverdachte 3] 20 keer betrokken geweest.123 Uit camerabeelden van de telruimte in de periode 30 september 2022 tot en met 26 januari 2023 blijkt dat [medeverdachte 1] 92 keer geld heeft geteld met behulp van de telmachine. [verdachte] heeft 5 keer geld geteld, [medeverdachte 2] 19 keer en [medeverdachte 3] 1 keer.124

5.3.2.3.3. Vervoer van het geld naar Hongarije

De twee Tsjechische bussen en de Hongaarse camper

Op basis van de bakengegevens en de ANPR gegevens blijkt dat de twee bussen met Tsjechische kentekens [kenteken 2] en [kenteken 1] vanuit Nederland telkens direct naar het bedrijfsadres van [bedrijf 1] in Hongarije rijden, onder andere via Duitsland.125 [medeverdachte 3] was van 2 maart 2021 tot 24 november 2021 eigenaar van [bedrijf 1] . Het correspondentieadres is tevens het woonadres van [medeverdachte 3] .126De camper met Hongaars kenteken [kenteken 5] die op 28 oktober 2022 bij [naam BV 1] in Nieuw-Vennep is geladen met contant geld in aanwezigheid van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] is op 21 april 2023 aangetroffen bij [bedrijf 1] in Boedapest en in beslaggenomen.127Het kenteken van de camper stond ten tijde van de in beslagneming [kenteken 7] op naam van [medeverdachte 3] . Het betreft echter dezelfde camper. Door de Hongaarse politie is de camper geïnspecteerd. Bij de doorzoeking van het voertuig werd een brief aangetroffen van [naam 27] . Op deze brief stond de naam en het adres van [medeverdachte 3] en kenteken [kenteken 8] .128

De beide Tsjechische bussen zijn in de periode van 25 februari 2022 tot en met
14 april 2023 in totaal 30 keer vanaf [naam BV 1] in Nieuw-Vennep de grens richting Duitsland gepasseerd.129

Op een aantal dagen heeft de Hongaarse politie observaties verricht bij onder meer het bedrijfsadres van [bedrijf 1] in Boedapest.130 Op 18 maart 2022 om 11.31 uur is gezien dat de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 2] bij [bedrijf 1] in Boedapest arriveert. De chauffeur loopt het pand van [bedrijf 1] binnen en vervolgens komt [medeverdachte 3] in beeld. [medeverdachte 3] loopt met een lege doos naar de bus en haalt een pakket uit de cabine van de bus en stopt het in de lege doos. Uit een observatie in Nederland blijkt dat de Tsjechische bus de vorige dag om 13.00 uur op het parkeerdek van het bedrijfspand van [naam BV 1] aan de [adres 2] in Nieuw-Vennep arriveert en om 14.04 uur weer vertrekt.131

Op 23 maart 2022 arriveert de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] bij [bedrijf 1] in Boedapest. De bus is de vorige dag vertrokken bij [naam BV 1] in Nieuw Vennep.132De Tsjechische bus met kenteken [kenteken 2] arriveert op 24 maart 2022 om 10.56 uur bij [bedrijf 1] . De vorige dag is deze bus bij [naam BV 1] in Nieuw-Vennep vertrokken.133Verder is de bus met kenteken [kenteken 1] op 12 april 2022 bij [bedrijf 1] gezien en de bus met kenteken [kenteken 2] op 3 mei 2022.134

Verborgen ruimten in de Tsjechische bussen

Op 21 april 2023 zijn bij [bedrijf 1] in Boedapest naast de Hongaarse camper ook de twee Tsjechische bussen aangetroffen en inbeslaggenomen. In de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] is een verborgen ruimte aangetroffen.135

Dat sprake is van een verborgen ruimte en dat daarvan ook gebruik is gemaakt blijkt uit de camerabeelden van het parkeerdek van [naam BV 1] van 7 oktober 2022 en 14 november 2022. Op 7 oktober 2022 is in de weerspiegeling van het kantoorpand te zien dat [naam 23] een doos aan de passagierskant van de bus met kenteken [kenteken 1] zet. Vervolgens is hij van 18.45 uur tot 18.56 uur bezig achter de passagiersstoel.136 Op 14 november 2022 is te zien dat [medeverdachte 1] twee tassen naar de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] brengt waarna de chauffeur aan de gang gaat achter de passagiersstoel. Hij lijkt een onderdeel achter de passagiersstoel los te maken en weg te halen. Nadat hij achter de stoel aan het rommelen is geweest plaats bij het losse onderdeel weer terug achter de passagiersstoel.137

De bus met kenteken [kenteken 2] met opdruk [opschrift] is vanwege het ontbreken van een sleutel niet volledig geïnspecteerd.138 Op camerabeelden van het parkeerdek van [naam BV 1] van 3 oktober 2022 is te zien dat door [medeverdachte 1] en [naam 23] tassen aan de passagierskant van deze bus worden neergezet. Het lijkt erop dat [naam 23] de inhoud uit de tassen haalt en boven de passagiersstoel wegstopt.139Aan [medeverdachte 1] zijn tijdens zijn verhoor afbeeldingen getoond van de camerabeelden op het parkeerdek van [naam BV 1] op 3 oktober 2022 opgenomen in AMB-15 op pagina 12 tot en met 19. Over de drie afbeeldingen van de Tsjechische bus met opschrift [opschrift] heeft [medeverdachte 1] verklaard dat het de auto is die door [medeverdachte 3] wordt gebruikt en dat het geld daarin moest. Hij heeft [naam 23] gevraagd om het geld in de auto te stoppen. Hij moest het geld goed verstoppen. Soms moest dit onder de stoel en soms moest er eerst iets met een schroevendraaier worden los gemaakt.140 De rechtbank is van oordeel dat hieruit blijkt dat ook de bus met kenteken [kenteken 2] over eenzelfde soort verborgen ruimte beschikte als die met kenteken [kenteken 1] en dat daarvan ook gebruik werd gemaakt bij het vervoeren van contant geld naar Hongarije.141

Aantreffen contant bedrag € 1.010.820 in voertuig bij Duitse grens

Op 4 december 2021 is aan de grens van Nederland met Duitsland het voertuig met Hongaars kenteken [kenteken 9] gecontroleerd. In het voertuig is € 1.010.820,- contant geld aangetroffen. De chauffeur [naam chauffeur] overhandigde een CMR (hierna: vrachtbrief) waarop stond dat hij 140 dozen bij [naam BV 2] . in Nieuw-Vennep had geladen. [medeverdachte 2] is enig bestuurder van [naam BV 2] sinds de oprichting op 18 april 2017.142De ontvanger van de goederen was volgens de vrachtbrief het Hongaarse bedrijf [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) met het adres [adres 4] in Boedapest, Hongarije.143 [bedrijf 2] is gevestigd in Boedapest in dezelfde straat als [bedrijf 1] .144 Naast de directeur van [bedrijf 2] , [directeur bedrijf 2] , is ook [medeverdachte 3] gemachtigde op de bankrekeningen van [bedrijf 2] .145 [bedrijf 2] is tevens huurder van de loods aan de [adres 3] in Nieuw-Vennep waar MDMA en grote hoeveelheden (pre)precursoren zijn aangetroffen (zie onder 5.3.4).

In het voertuig stonden blauw/zwarte dozen met Chinese karakters en daarin verpakkingen met papieren zakdoeken. Tussen de dozen zakdoeken werd een grote bruine doos aangetroffen. In de doos zaten drie tassen waarin het totaalbedrag van € 1.010.820,- contant geld werd aangetroffen. Er werden 396 dozen met papieren zakdoeken aangetroffen terwijl op de vrachtbrief 410 dozen stond. De geldbedragen waren gebundeld met kleine elastieken, waarbij de bundels weer bij elkaar waren gebundeld.146

[naam chauffeur] heeft verklaard dat hij op 3 december 2021 vanuit Boedapest naar Nederland reed en de volgende dag tegen 18.00 uur bij de loods aankwam waar hij al ongeveer tien keer eerder is geweest. 147 [naam chauffeur] heeft aan verbalisanten op zijn mobiele telefoon met Google Maps laten zien waar het laden had plaatsgevonden. Dat bleek het pand van [naam BV 2] en [naam BV 1] aan de [adres 2] in Nieuw-Vennep te zijn.148 Bij aankomst moest hij de loods in rijden. Hem werd gezegd dat hij in de cabine moest gaan rusten. Ondertussen werd de laadruimte geladen met dozen. Na het inladen kreeg hij een vrachtbrief en is hij vertrokken. Na zijn vorige ritten is hij vooral naar het adres [adres 4] Boedapest, Hongarije gereden.149

5.3.2.3.4. Witgewassen bedrag en periode

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat via de Hongaarse geldroute totaal € 16.610.820,- contant geld is witgewassen. De uitgangspunten daarbij zijn dat
30 keer is waargenomen dat de Tsjechische voertuigen vanaf het bedrijfspand aan de [adres 2] naar [bedrijf 1] in Hongarije zijn gereden en dat minimaal € 400.000

per rit naar Hongarije werd vervoerd (30 x € 400.000 = € 12.000.000). [verdachte] heeft

tegen de undercoveragenten gezegd dat er minimaal € 400.000,- wordt vervoerd en dit wordt bevestigd in OVC-gesprekken op 14 november 2022 en 24 november 2022. Daarnaast is in de berekening meegenomen dat op 4 december 2021 een bedrag van € 1.010.820 in het voertuig met Hongaars kenteken [kenteken 9] is aangetroffen en in beslag is genomen en dat de chauffeur [naam chauffeur] heeft verklaard dat hij ongeveer 10 keer op het adres [adres 2] in Nieuw‐Vennep was geweest, waarbij voor de 9 overige ritten wordt verondersteld dat steeds minimaal € 400.000 is vervoerd (€ 1.010.820 + 9 x € 400.000 = € 4.610.820).

De rechtbank overweegt dat op grond van de grote hoeveelheden contant geld die in de telruimte zijn geteld en het op 4 december 2021 onderschepte bedrag van € 1.010.820, dat het om grote geldbedragen ging. Voorts stelt de rechtbank vast dat er meerdere geldtransporten van Nederland naar Hongarije hebben plaatsgevonden. Hoewel er aanwijzingen zijn dat er geregeld minimaal € 400.000,- werd vervoerd is de verklaring van [verdachte] tegen de undercoveragenten onvoldoende bewijs om vast te stellen dat daadwerkelijk met elke rit (minimaal) € 400.000,- werd vervoerd. Verder is de rechtbank van oordeel dat met de verklaring van [naam chauffeur] dat hij al tien keer bij [naam BV 1] aan de [adres 2] in Nieuw-Vennep is geweest niet is bewezen dat hij dan ook telkens contant geld naar Hongarije heeft vervoerd. Voorgaande leidt tot de conclusie dat niet is bewezen dat het om een totaalbedrag van € 16.610.820,- gaat. De rechtbank vindt wel bewezen dat sprake is van een groot geldbedrag.

Voorts stelt de rechtbank vast dat het vervoeren van het geld heeft plaatsgevonden in Nederland en in Hongarije in de periode van 4 december 2021 tot en met 14 april 2023. De begindatum 4 december 2021 is de datum waarop het geld in het Hongaarse voertuig werd aangetroffen. De einddatum van 14 april 2023 is de laatste datum waarop peilbakengegevens zijn verkregen van de Tsjechische bus met kenteken [kenteken 1] .150

5.3.2.3.5. Witwasvermoeden

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de (contante) geldbedragen afkomstig zijn van een specifiek misdrijf. Voor de vraag of de geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn, moet de rechtbank de verschillende stappen van het stappenplan (4.3.2.1.) langslopen. De rechtbank is van oordeel dat er een gerechtvaardigd vermoeden is dat het grote contante geldbedrag dat naar Hongarije is vervoerd van misdrijf afkomstig is.

Zoals reeds bij witwasmethode 1 en 2 overwogen levert het overdragen en vervoeren van grote contante geldbedragen elk voor zich al een indicatie voor witwassen op. Daarbij komt dat geldbedragen die zijn gebundeld met kleine elastieken, waarbij deze bundels ook weer bij elkaar worden gebundeld een typisch kenmerk is van crimineel geld. Nog een indicatie is dat bij het vervoeren van het geld gebruik werd gemaakt van verborgen ruimten in de voertuigen. Daar komen nog de volgende feiten en omstandigheden bij die duiden op criminele geldstromen:

- de overdracht van de contante gelden vond onder meer op openbare plekken plaats en er werd gebruik gemaakt van tokens. Tokens worden in de wereld van ondergronds bankieren gebruikt om je als partij te kunnen identificeren151;

- van een aantal kentekens van voertuigen die bij [naam BV 1] zijn gezien, zijn de kentekenhouders of aan hen gerelateerde personen geïdentificeerd en is gebleken dat zij antecedenten hadden. Dit geldt eveneens voor een aantal personen die betrokken waren bij overdrachten van tassen152 en

-er werd gecommuniceerd door middel van versluierd taalgebruik zoals ‘stuks’.

[verdachte] heeft geen verklaring afgelegd. De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het grote geldbedrag van misdrijf afkomstig is en dat [verdachte] hier (op zijn minst genomen) voorwaardelijke opzet op heeft gehad.

Conclusies

Verdachte, en zijn medeplegers, hebben een groot geldbedrag verworven, voorhanden gehad en overgedragen in de periode van 4 december 2021 tot en met 14 april 2023. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] nauw en bewust hebben samengewerkt bij het transporteren en overboeken van gelden via Hongarije, waardoor sprake is van medeplegen.

Vast is komen te staan dat [medeverdachte 3] een coördinerende rol had bij de geldtransporten. Hij stuurde [medeverdachte 1] aan bij het innen van grote contante geldbedragen en het klaar maken van het geld voor vervoer naar Hongarije. [medeverdachte 3] stuurde eveneens de chauffeur(s) van de Tsjechische bussen aan, die het geld bij [naam BV 1] ophaalden en naar Hongarije vervoerden.

Het tellen van het geld werd voornamelijk door [medeverdachte 1] gedaan. Verder hield [medeverdachte 1] ook toezicht bij het laden van het geld in de bussen.

[verdachte] en [medeverdachte 2] hielden zich bezig met zowel geldoverdrachten als met het tellen van geld.

De betrokkenheid van [verdachte] blijkt eveneens uit zijn mededelingen aan de undercoveragenten. Samengevat houden die in dat contant geld van Nederland in een dag naar Hongarije wordt gereden. [verdachte] heeft een contactpersoon in Hongarije die hij al jaren kent en die kent een corrupte bankmedewerker bij een Chinese bank. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat [verdachte] met zijn contactpersoon in Hongarije [medeverdachte 3] bedoelde. Nadat contant geld van Nederland naar Hongarije is vervoerd duurt het een dag om het geld op een Chinese bankrekening te krijgen, waarna het kan worden doorgeboekt naar andere rekeningen. 153

5.3.2.4. Witwasmethode 4: € 2.156.290,- (ophalen contant geld door derden aan [adres 2] Nieuw-Vennep )

De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 2.156.290,- in de periode 10 november 2022 tot en met 12 april 2023. Aan acht overdrachten die hierna worden besproken kan op basis van OVC-gesprekken, camerabeelden en chatberichten een specifiek bedrag worden gekoppeld.

Overdacht van € 115.000,- op 10 november 2022

Op de camerabeelden van het parkeerdek is te zien dat een man in een zwarte BMW aan komt rijden en met een rugtas het bedrijfspand van [naam BV 1] binnen gaat. De man gaat de telruimte binnen waar [medeverdachte 1] op dat moment aanwezig is. [medeverdachte 1] pakt uit een papieren tas een witte plastic tas en haalt daar twee grote en een kleine stapel bankbiljetten uit. Hij geeft het geld aan de man die het in zijn rugzak stopt. Vervolgens pakt [medeverdachte 1] een andere witte plastic tas uit de papieren tas en haalt daar vier grote en kleinere stapel biljetten uit die hij op zijn bureau legt. De man stopt ook deze stapel biljetten in zijn rugzak en verlaat de telkamer. In een OVC-gesprek in de telruimte is kort daarna te horen dat [medeverdachte 1] zegt “110000..2900... en 5200”en “net precies 115200”.154 Uit deze feiten en omstandigheid blijkt dat [medeverdachte 1] een grote hoeveelheid geld heeft overgedragen aan de man in de BMW. Daarna geeft hij de hoogte van het bedrag door, te weten € 115.000,-.

Overdacht van € 30.000,- op 14 november 2022

Op camerabeelden van het parkeerdek is te zien dat een man in de Audi aan komt rijden en met een rugtas en een rood tasje het bedrijfspand in gaat. De man gaat de telruimte binnen waar [medeverdachte 1] op dat moment aanwezig is. [medeverdachte 1] pakt een grote rode tas van de kast en haalt daar

pakken met eurobiljetten uit en gaat tellen. Even later zegt [medeverdachte 1]hier is 10.000, hier is 20.000, hier is 30.000. Het is geteld. Als [medeverdachte 1] klaar is met tellen stopt de man een deel van het getelde geld in zijn rugtas. De man verlaat het bedrijfspand met de rugtas en rijdt weg.

Uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat [medeverdachte 1] een grote hoeveelheid geld heeft overgedragen aan de man in de Audi. Het gaat om een bedrag van € 30.000,-. 155

Overdacht van € 618.560 op 17 november 2022

In een OVC-gesprek in de telruimte van 16 november 2022 om 17.10 uur is te horen dat een man zegt dat de goederen van vandaag morgenochtend om 10.00 uur worden opgehaald. [medeverdachte 1] zegt goed en dat hij die dingen van neefje erbij doet en kijkt hoeveel het dan is. In een Whatsappgesprek op 16 november 2022 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 1] om 16.12 uur de volgende berekening gestuurd: “468560 + 15 -> neefje, in totaal 618560”. De volgende ochtend om 10.00 uur stuurt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] “goedemorgen broeder, straks om 10 uur moet je niet vergeten de code te sturen inzake de vracht die wordt opgehaald hier, dank”. Op camerabeelden in de ochtend van die dag is te zien dat [medeverdachte 1] 10.03 uur met twee tassen door de hoofdingang naar buiten loopt en deze op de achterbank van zijn auto zet. Hij gaat weer naar binnen en om 10.49 uur komt hij weer het parkeerdek op lopen. Hij blijft daar even staan en lijkt op iemand te wachten. Om 10:50 komt een auto met Duits kenteken het parkeerdek op rijden. [medeverdachte 1] loopt met de auto mee terwijl deze parkeert. [medeverdachte 1] lijkt met de bestuurder te praten en hem iets te laten zien op zijn telefoon. Vervolgens stapt de bestuurder uit en loopt met [medeverdachte 1] mee naar zijn auto. [medeverdachte 1] pakt de twee tassen en geeft deze aan de bestuurder. De bestuurder zet de tassen vervolgens op de achterbank van zijn auto en vertrekt.156 Uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat op 17 november 2022 [medeverdachte 1] bij het bedrijfspand in Nieuw-Vennep een bedrag van € 618.560, - heeft overgedragen aan de man in het Duitse voertuig.

Overdracht van € 500.000 op 26 november 2022

In een OVC-gesprek opgenomen in de auto van [medeverdachte 1] op 26 november 2022 omstreeks 09.00 uur is te horen dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] vraagt om dingen voor hem te halen en zegt dat om
12 uur mensen dingen komen halen. [medeverdachte 1] zegt dat vandaag 500000 aan die persoon moet worden gegeven, die komt om 12 uur om dingen op te halen. Om 11.01 uur is te horen dat [medeverdachte 1] zegt dat hij het aan [medeverdachte 3] gaat vragen en [medeverdachte 2] zegt dat die persoon nog niet is aangekomen. Tegelijkertijd is op camerabeelden te zien dat er een voertuig met Duits kenteken bij [naam BV 1] staat. De bestuurder blijft in de auto zitten. Na 20 minuten gaat [medeverdachte 2] naar beneden met een doos. Hij laat die in de gang staan, loopt naar het Duitse voertuig. [medeverdachte 2] loopt terug naar de ingang en pakt de doos. Hij loopt ermee naar het Duitse voertuig en zet de doos op de achterbank waarna het voertuig wegrijdt.157

In een Excelbestand dat op de computer van [medeverdachte 3] is aangetroffen staat de datum van 26 november 2022 met vermelding van 500.000.158Uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat op 26 november 2022 [medeverdachte 2] bij het bedrijfspand in Nieuw-Vennep een bedrag van € 500.000, - heeft overgedragen aan de man in het Duitse voertuig. [medeverdachte 1] heeft dit eerder die ochtend aan [medeverdachte 2] doorgeven.

Overdracht van € 662.530 op 27 november 2022

In een OVC-gesprek opgenomen in de auto van [medeverdachte 1] op 27 november 2022 is vanaf
14.41 uur te horen dat [medeverdachte 1] zegt dat hij onderweg is naar de zaak en er al om 15.30 uur is. [medeverdachte 3] zegt dat de code niet is veranderd. [medeverdachte 1] zegt in een spraakbericht dat hij de code niet meer kan vinden en vraagt [medeverdachte 3] om die nog een keer te sturen. Op camerabeelden van het parkeerdek van [naam BV 1] is te zien dat om 15.32 uur een voertuig met Lets kenteken arriveert. [medeverdachte 1] loopt naar het Letse voertuig en wijst de bestuurder waar hij moet parkeren. De bestuurder stapt uit en loopt met [medeverdachte 1] mee naar zijn auto. [medeverdachte 1] opent de achterportier van zijn auto. Een voor een buigen ze zich in de auto. Vervolgens pakt [medeverdachte 1] iets uit de auto en telt iets voor hem. Aan het eind zegt hij “622.530”. De bestuurder loopt met een plastic tas weg naar het Letse voertuig en rijdt weg. In een Excelbestand dat op de computer van [medeverdachte 3] is aangetroffen staat de datum van 27 november 2022 met vermelding van 622.530.159

Uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat op 27 november 2022 [medeverdachte 1] bij het bedrijfspand in Nieuw-Vennep een bedrag van € 622.530,- heeft overgedragen aan bestuurder van het Letse voertuig. Voor de overdracht heeft [medeverdachte 1] gebruikt maakt van een token. Dat blijkt uit de code die [medeverdachte 3] aan hem heeft gestuurd.

Overdracht van € 60.000 op 30 december 2022

Op 30 december 2022 is op camerabeelden te zien dat [medeverdachte 1] rond 13.46 uur met lege handen de oprit van het parkeerdek af loopt. Na twintig minuten komt hij terug met een tas. Met de tas komt hij de telruimte binnen, haalt geld uit de tas. In een OVC-gesprek opgenomen in de telruimte is om 14.05 uur te horen dat [medeverdachte 1] zegt dat een westerling meer dan 60k heeft meegebracht en dat [naam 5] het straks kan komen ophalen. [medeverdachte 1] zegt dat [naam 5] niet te laat moet komen omdat [medeverdachte 1] om 18.00 uur weg moet. Vervolgens gaat [medeverdachte 1] het geld tellen en is daar rond 14.23 uur mee klaar. Op camerabeelden van het parkeerdek is te zien dat om 15.05 uur een voertuig met kenteken [kenteken 10] arriveert. Een man en een vrouw stappen uit en gaan het kantoorpand in. De man komt vervolgens de telruimte binnen. [medeverdachte 1] overhandigt hem een plastic tas die [medeverdachte 1] bij zich had toen hij de helling op kwam lopen. De man stopt de tas in zijn rugzak. De man en vrouw verlaten het pand en rijden weg.160

Uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat op 30 december 2022 [medeverdachte 1] in de telruimte een bedrag van tenminste € 60.000,- heeft overgedragen aan de man in het voertuig met kenteken [kenteken 10] .

Overdracht van € 100.000 op 28 maart 2023

Op de Oppo telefoon die in de woning van [medeverdachte 1] in beslag is genomen zijn de volgende chats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] aangetroffen;

24 maart 2023:

[medeverdachte 1] : “goedemorgen broeder, die 10 stuks dingen van gisteren, komt daar vandaag nog iemand voor om het op te halen”

[medeverdachte 3] : “Vandaag geen mensen broer, ik kijk vanmiddag even of ik het kan verkopen.”

27 maart 2023:

[medeverdachte 1] : “goedemorgen broeder” en “en dat ding van vrijdag, is er vandaag nog steeds niet niemand die het wil hebben?”

[medeverdachte 3] : “niemand die het wil hebben broer (…)”

28 maart 2023:

[medeverdachte 1] : “goedemorgen broeder, het ding van vrijdag dat is zojuist door een werknemer van [naam 29] meegenomen”161

Uit deze chats blijkt dat op 28 maart 2023 [medeverdachte 1] een bedrag van € 100.000,- (rechtbank: 1 stuk is 10.000) aan een derde heeft overgedragen.

Overdracht van € 70.000 op 12 april 2023

Op de Vertu telefoon die in Hongarije onder [medeverdachte 3] in beslag is genomen zijn de volgende chats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] aangetroffen van 12 april 2023;

[medeverdachte 3] (10.47 uur): “broer, 10 stuks nodig, heb jij dat liggen?”

[medeverdachte 1] (10.51 uur): “niet zoveel , want de laatste tijd niet meer van dat”

[medeverdachte 3] (10.53 uur): “ [naam 20] alleen maar 7 stuks? Ik zeg het die persoon”

[medeverdachte 3] ( 10.54 uur): “die persoon heeft vandaag toevallig 10 stuks nodig (…)”

[medeverdachte 1] (10.55 uur): “goed, zeg dat hij het moet komen ophalen”

[medeverdachte 3] (15.58 uur): “ze zeggen dat ze onderweg zijn”

[medeverdachte 1] (15.59 uur): “zeg die persoon mij een ticket te geven”

[medeverdachte 1] (16.40 uur): “gegeven”

[medeverdachte 1] (16.41 uur): “7 stuks”

[medeverdachte 3] (16.41 uur): “goed broer, bedankt”162

Uit deze chats blijkt dat op 12 april 2023 [medeverdachte 1] een bedrag van € 70.000,- (rechtbank: 1 stuk is 10.000) aan een derde heeft overgedragen.

Witwasvermoeden

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de (contante) geldbedragen afkomstig zijn van een specifiek misdrijf. Voor de vraag of de geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn, moet de rechtbank de verschillende stappen van het stappenplan (5.3.2.1) langslopen. De rechtbank is van oordeel dat er een gerechtvaardigd vermoeden is dat het contante geld van misdrijf afkomstig is en verwijst naar hetgeen hierover is overwogen bij de voorgaande witwasmethoden.

[verdachte] heeft geen verklaring afgelegd. De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders zijn dan dat het totale contante geldbedrag dat is overgedragen aan derden van misdrijf afkomstig is en dat [verdachte] hier (op zijn minst genomen) voorwaardelijk opzet op heeft gehad.

Conclusies

Verdachte, en zijn medeplegers, hebben in de periode van 10 november 2022 tot en met 12 april 2023 een totaalbedrag van € 2.156.290,- aan contanten voorhanden gehad, en overgedragen aan derden. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] nauw en bewust hebben samengewerkt bij het overdragen van de gelden aan derden, waardoor sprake is van medeplegen. Hoewel [verdachte] niet bij specifiek deze acht geldoverdrachten in beeld is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat hij (als baas) wel medepleger is. In het infiltratietraject heeft hij uitvoerig verteld over de vier witwasmethoden die zijn organisatie hanteert en uit de overdrachten van contant geld aan derden blijkt dat daar ook uitvoering aan is gegeven.
[medeverdachte 2] is betrokken geweest bij de overdracht van € 500.000,- op 26 november 2022.

5.3.2.5. Witwasmethode 5: € 299.665,-(onder [persoon] in beslag genomen op 19 augustus 2022)

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van het bedrag van € 299.665,- dat op 19 augustus 2022 onder [persoon] in beslag is genomen.

[persoon] is op 19 augustus 2022 op heterdaad aangehouden tijdens een geldoverdracht van € 299.665,- op een parkeerterrein in Heeze. In het voertuig is een verborgen ruimte aangetroffen. [persoon] heeft verklaard dat hij op verzoek van iemand anders naar het parkeerterrein is gereden om daar dit geld op te halen, tegen een beloning. [persoon] is op 15 februari 2023 veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf voor het witwassen van deze € 299.665,-.163

De betrokkenheid van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] bij dit feit blijkt uit OVC‐gesprekken, WhatsApp‐berichten en bestanden die zijn aangetroffen op de computer van [medeverdachte 3] en de verklaringen van [verdachte] in het infiltratietraject.

Uit OVC‐gesprekken blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] regelmatig spreken over de situatie van [persoon] .

Op 19 augustus 2022 zegt [medeverdachte 1] in een gesprek in de telruimte met onder meer [verdachte] dat “het jongetje van [medeverdachte 3] ” iets over tien uur 30 stuks had meegenomen en dat die persoon ergens iets is overkomen. Verder blijkt uit de gesprekken dat ze een advocaat voor hem willen regelen. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij voortaan een ander telefoonnummer heeft.

[medeverdachte 1] zegt dat van die 300k [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ieder 150k moeten vergoeden. [medeverdachte 3] heeft al € 150.000 terugbetaald en die andere € 150.000 moeten ze terugbetalen met werken aldus [medeverdachte 1] . [medeverdachte 3] heeft € 75.000,- voorgeschoten voor [medeverdachte 1] . [verdachte] zegt iets over voorzichtig zijn aan de telefoon, zoveel mogelijk alleen praten bij ontmoetingen, er wordt afgeluisterd. De advocaatkosten van [persoon] bedragen tot nu toe € 20.000 en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] moeten daarvan ieder de helft betalen.164 [verdachte] heeft op 8 december 2022 tegen undercoveragenten gezegd dat “een van zijn jongens” is gepakt met € 300.000 in een verborgen ruimte van een auto.165

In de telefoon van [persoon] met Hongaars nummer zijn berichten tussen hem en [medeverdachte 1] aangetroffen die dateren van enkele dagen tot de dag voor de aanhouding van [persoon] . De berichten gaan onder meer over tickets, geld en spul. [persoon] laat weten dat de afspraak morgen (19 augustus 2022) is en dat hij morgen komt.166 [medeverdachte 1] heeft in zijn verhoor op 22 oktober 2024 verklaard dat hij het bedrag op had moeten halen maar dat hij die dag geen tijd had. Daarom is [persoon] het geld gaan halen. Het was de bedoeling dat [persoon] het geld daarna bij [naam BV 1] aan [medeverdachte 1] zou overhandigen.167 [medeverdachte 1] heeft op 22 oktober 2024 eveneens verklaard dat hij het onderschepte bedrag moest vergoeden omdat hij het geld had moeten ophalen en het door de politie in beslag is genomen.168

De administratie die op de computer van [medeverdachte 3] is aangetroffen is geanalyseerd. Hieruit blijkt dat [persoon] tijdens zijn voorlopige hechtenis salaris kreeg doorbetaald. Over de maanden

augustus tot en met november gaat dit om € 12.000,-. 169 Dit wordt bevestigd door een OVC-gesprek van 20 april 2023 opgenomen in de telruimte. [medeverdachte 1] zegt dat “hij nu elke maand 3000 moest geven inzake iemand die is gepakt en binnen zit. [medeverdachte 1] zei dat hij en nog iemand samen elk 1500 op zich nemen en dat die persoon (…) nu al acht maanden binnen (…).”170 Het bedrag van € 3.000,- per maand komt overeen met de vermelding van € 12.000,- voor vier maanden in de administratie op de computer van [medeverdachte 3] onder de noemer “kosten [persoon] / [naam 25] / [persoon] ”. In de administratie staan eveneens de getallen ‐ 300000 en - 150000 genoemd onder vermelding van “ [naam 17] ”. Dit komt overeen met het bedrag van € 150.000,- dat nog moet worden vergoed door [medeverdachte 1] . Ook de advocaatkosten van € 20.000,- komen voor in de administratie.171

Witwasvermoeden

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat het (contante) geldbedrag afkomstig is van een specifiek misdrijf. Voor de vraag of het geldbedrag uit misdrijf afkomstig is, moet de rechtbank de verschillende stappen van het stappenplan (5.3.2.1) langslopen. De rechtbank is van oordeel dat er een gerechtvaardigd vermoeden is dat het contante geldbedrag van € 299.665,-van misdrijf afkomstig is. Zoals reeds bij de vorige witwasmethoden overwogen leveren het vervoeren van een grote contante geldbedrag, de overdracht daarvan op een openbare plek en het gebruik van een verborgen ruimte indicaties voor witwassen op. Daarbij komt dat [verdachte] tegenover de undercoveragenten heeft verklaard over de vier methoden van witwassen, waar het vervoeren van contant geld naar Hongarije onderdeel vanuit maakte. [medeverdachte 3] is zijn contactpersoon voor dit traject.

[verdachte] heeft geen verklaring afgelegd over de herkomst van het geld. De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders zijn dan dat het contante geldbedrag van € 299.665,- van misdrijf afkomstig is en dat [verdachte] hier (op zijn minst genomen) voorwaardelijk opzet op heeft gehad.

Conclusies

Verdachte heeft, samen met de medeplegers, een bedrag van € 299.665,- voorhanden gehad. [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hebben bij het witwassen van het geldbedrag nauw en bewust samengewerkt waardoor sprake is van medeplegen.

5.3.2.6. Witwasmethode 6: € 10.500.000,- (onderzoek Kristal)

De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een bedrag van € 10.500.000,- in de periode februari 2019 tot en met mei 2020 in Nederland, China en Hongkong.

De raadsman heeft verzocht voorzichtig om te gaan met de verklaringen van [naam 1] en [naam 2] . De rechtbank gebruikt de verklaringen voor het bewijs, omdat zij worden ondersteund door de overige bewijsmiddelen.

[naam 2] heeft verklaard dat hij contant geld van [naam 1] naar [verdachte] bracht en dat [verdachte] werd ingeschakeld om het geld naar China te krijgen. Via [verdachte] kwam het op een Chinese rekening.172 Elke keer als er contant geld naar [verdachte] was gebracht, kwam het geld in China terecht.173 [naam 2] haalde het contante geld bij [naam 1] thuis op en bracht het naar [verdachte] in Nieuw‐Vennep. Dit is volgens [naam 2] vaak gebeurd. [naam 1] liet hem van tevoren weten om hoeveel geld het ging. [naam 2] nam dan contact op met [verdachte] om een afspraak te maken om het geld op het kantoor van [verdachte] aan hem te overhandigen. Op het kantoor van [verdachte] nam iemand van zijn kantoor het geld mee naar een andere ruimte waar het geld werd geteld. [naam 2] kreeg daar een mondelinge bevestiging van en er werd niets vastgelegd. Het enige bewijs zijn de chats.174

[naam 2] heeft daarnaast verklaard dat [verdachte] wel eens heeft verteld dat het contante geld dat [verdachte] ontving naar Hongarije werd gebracht, dat was de route van het geld.175

Over de herkomst van de gelden heeft [naam 2] onder meer verklaard dat hij nooit echt heeft doorgevraagd en dat het op een gegeven moment ook normaal werd.176

Volgens hem bestond er geen verband tussen het contante geld dat naar [verdachte] werd gebracht en zijn bedrijven [bedrijf 3] ./ [bedrijf 4] . Er zijn geen producten of diensten geleverd die verband hielden met de ontvangen bedragen.177

[naam 1] heeft verklaard dat [verdachte] contant geld aannam en er bancaire geldstromen van maakte.178

Bedrag van ¥ 7.546.759 - 15 februari 2019 tot en met 20 april 2019

[naam 2] beschikte over een Chinese bankrekening met nummer [bankrekeningnummer 1] bij de [naam bank 2] . Op de in beslag genomen laptop van [naam 2] is een transactieoverzicht van deze rekening aangetroffen over het jaar 2019. De bedragen in dit overzicht worden telkens door onder meer [verdachte] en [naam 2] in chatberichten bevestigd.179

[naam 2] heeft bevestigd dat het contante geld dat hij bij [verdachte] bracht naar zijn Chinese bankrekening werd overgeboekt.180

Uit analyse van het transactieoverzicht en de chatberichten is gebleken dat van 15 februari 2019 tot en met 20 april 2019 via het netwerk van [verdachte] 7.546.759 RMB in opdracht van [naam 1] is overgemaakt naar de Chinese bankrekening van [naam 2] .181

Bedrag van ¥ 3.261.010 RMB - 14 mei 2019 tot en met 1 augustus 2019

Uit chatberichten die op de telefoon van [naam 2] zijn aangetroffen komt naar voren dat [naam 2] , nadat zijn Chinese bankrekening was geblokkeerd, aan [verdachte] heeft gevraagd om het contante geld van [naam 1] over te maken naar drie andere Chinese bankrekeningen ten name van natuurlijke personen. Uit deze chatberichten blijkt dat van 14 mei 2019 tot en met 1 augustus 2019 in opdracht van [naam 2] via [verdachte] bedragen zijn overgemaakt naar deze Chinese bankrekeningen met een totaalbedrag van 3.261.010 RMB.182

Bedrag van $ 730.085 - 28 maart 2019 tot en met 24 april 2019

Uit analyse van banktransacties van [bankrekeningnummer 2] op naam van [bedrijf 4] . is naar voren gekomen dat vanaf 28 maart 2019 tot en met 24 april 2019 zeven keer grote geldbedragen van [bedrijf 5] . zijn ontvangen met een totaal van $ 730.085.183 Uit chatberichten blijkt dat het contant geld van [naam 1] betreft dat naar [verdachte] is gebracht en via het bedrijf [bedrijf 5] op de bankrekening van [bedrijf 4] is gestort.184

Bedrag van $ 9.691.834 - 29 maart 2019 tot en met 4 mei 2020

Uit analyse van de bankrekeningen van [bedrijf 6] is gebleken dat in de periode 29 maart 2019 tot en met 4 mei 2020 grote bedragen van in totaal $ 9.691.834 zijn ontvangen van vijf verschillende bedrijven die in China of Hongkong gevestigd zijn. Twee van die bedrijven zijn [bedrijf 5] Ltd. en van [bedrijf 7] .185 Het merendeel van de bedragen zijn omgewisseld naar euro’s en doorgestort naar [bedrijf 4] . De bedragen werden in de administratie geboekt in rekening-courantverhouding tussen [bedrijf 6] en [bedrijf 4] ./ [bedrijf 3] . Dit blijkt uit de grootboekkaart die tijdens de doorzoeking in het bedrijfspand van [bedrijf 4] ./ [bedrijf 3] . is aangetroffen. Het betreft grootboekkaart 1846 met de naam ’ [naam rek. courant] / [bedrijf 4] ’.186

[naam 28] heeft de geldstromen die over de rekeningen van [bedrijf 6] zijn gelopen niet kunnen verklaren. [bedrijf 6] deed volgens hem geen zaken met [bedrijf 5] . en [bedrijf 7] en ontving alleen betalingen. Volgens [naam 28] heeft [bedrijf 6] niets aan deze bedrijven verkocht.187 Uit analyse van chatgesprekken van [naam 1] , [naam 2] [verdachte] en [naam 28] blijkt eveneens dat gebruik werd gemaakt van voornoemde geldroute via bedrijven in China en Hongkong via [bedrijf 6] .188

[naam 2] heeft bevestigd dat het contante geld dat bij [verdachte] werd gebracht eerst alleen op zijn Chinese bankrekening werd overgeboekt. Na de kennismaking tussen [naam 1] en [verdachte] op
26 maart 2019 werd het geld ook via [bedrijf 5] . en [bedrijf 7] . terug naar [bedrijf 6] . en [bedrijf 3] / [bedrijf 4] . geboekt. De herkomst van het geld had geen relatie met de zakelijke activiteiten van [bedrijf 3] / [bedrijf 4] . of de zakelijke activiteiten van [bedrijf 6] .189

In totaal is via (het netwerk van) [verdachte] in de periode februari 2019 tot en met mei 2020 (omgerekend) circa € 10.500.000,- aan contant geld overgeboekt naar Chinese bankrekeningen of bankrekeningen in Hongkong. Dat gebeurde overeenkomstig onderstaande schema:190

route van het geld

bedrag

omgerekend naar € 191

via [verdachte] naar Chinese bankrekening

[bankrekeningnummer 1] [naam 2]

¥ 7.546.759

953.963,68

via [verdachte] naar Chinese bankrekeningen van andere

natuurlijke personen in China

¥ 3.261.010

412.214,72

via [verdachte] naar bedrijven in Hongkong naar [bedrijf 4]

/ [bedrijf 3]

$ 730.085

643.423,91

via [verdachte] naar bedrijven in Hongkong en vanuit

Hongkong naar [bedrijf 6]

$ 9.691.834

8.541.413,30

totaal

10.551.015,61

Witwasvermoeden

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de (contante) geldbedragen afkomstig zijn van een specifiek misdrijf. Voor de vraag of de geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn, moet de rechtbank de verschillende stappen van het stappenplan (5.3.2.1) langslopen. De rechtbank is van oordeel dat er een gerechtvaardigd vermoeden is dat het geld van misdrijf afkomstig is. Zoals reeds bij voorgaande witwasmethoden overwogen levert het overdragen van grote contante geldbedragen een indicatie voor witwassen op. Daar komen de volgende feiten en omstandigheden bij. Het geld werd giraal gemaakt en overgeboekt naar China, al dan niet via Hongkong. Tegenover de geldbedragen die door het bancaire systeem gingen stond geen verplichting. Verder behoort deze modus operandi tot een van de reeds bewezenverklaarde witwasmethoden van de organisatie van [verdachte] . Tot slot blijkt uit het dossier Kristal dat [naam 1] verdacht wordt van grootschalige drugshandel.

[verdachte] heeft geen verklaring afgelegd over de herkomst van het geld. De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders zijn dan dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig is en dat [verdachte] hier (op zijn minst genomen) voorwaardelijk opzet op heeft gehad.

Conclusies

Verdachte heeft een bedrag van € 10.551.015,61 verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet. [verdachte] heeft bij het witwassen van het geld nauw en bewust samengewerkt met [naam 2] en [naam 1] waardoor sprake is van medeplegen.

5.3.2.7. Witwasmethode 7: € 418.880,- -21 april 2023 aangetroffen in bedrijfspand [naam BV 1]

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van het bedrag van € 418.880,- dat op 21 april 2023 bij [naam BV 1] aan de [adres 2] in Nieuw-Vennep is aangetroffen en in beslag is genomen.

Op 21 april 2023 zijn tijdens de doorzoeking van het bedrijfspand van [naam BV 1] aan de [adres 2] in Nieuw-Vennep twee grote contante geldbedragen van totaal € 418.880,- aangetroffen en in beslag genomen. In de serverruimte zat in een tas € 279.810,-. In een ruimte waar ook een geldtelmachine aanwezig was zat in een tas onder een stoel een bedrag van € 139.070,-.192

Op de actiedag van 21 april 2023 reed [naam chauffeur 2] (alias [naam chauffeur 2] ) het parkeerdek van [naam BV 1] op met een Volkswagen Passat met Tsjechisch kenteken [kenteken 11] . In deze auto is een verborgen ruimte aangetroffen. [naam chauffeur 2] heeft verklaard dat hij opdracht had gekregen om deze rit uit te voeren. Hij heeft alleen deze keer een auto opgehaald bij [bedrijf 1] in plaats van een van de bussen die hij normaal ophaalde.193 Op de Vertu telefoon van [medeverdachte 3] zijn de volgende berichten van 20 april 2023 van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] aangetroffen:

[medeverdachte 1] : “morgenochtend ben ik om 930 pas daar, zeg de persoon beneden te wachten op de

oude werknemer”

[medeverdachte 1] : “broer die persoon komt met de kleine auto, de grote auto is bezig met overschrijven, kan pas over 2 weken mee worden gereden, [naam chauffeur 2] komt met kleine auto, maakt niet uit waar jij het legt, overal is goed

[medeverdachte 1] : “als het niet gemonteerd moet worden dan hoeft die oude werknemer niet benaderd te worden, zeg hem dat hij na half tien pas moet arriveren, ik kan niet eerder komen, als ik de kinderen heb weggebracht dan ben ik er pas om 35-40, bij geen file 930 aankomst, vertel hem niet zo vroeg te komen en even op mij te wachten”.194

Voorgaande leidt tot de conclusie dat [naam chauffeur 2] in opdracht van [medeverdachte 3] bij [naam BV 1] geld van [medeverdachte 1] in ontvangst moest nemen en naar Hongarije moest vervoeren. Deze keer had hij alleen geen Tsjechische bus mee gekregen maar een personenauto met verborgen ruimte. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het bij [naam BV 1] aangetroffen contante geldbedrag, het geld is dat [naam chauffeur 2] op had moeten halen en naar [bedrijf 1] in Hongarije had moeten vervoeren, als onderdeel van witwasmethode 3 (de geldroute via Hongarije).

Witwasvermoeden

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat het (contante) geldbedrag afkomstig is van een specifiek misdrijf. Voor de vraag of het geldbedrag uit misdrijf afkomstig is, moet de rechtbank de verschillende stappen van het stappenplan (5.3.2.1) langslopen. Bij de witwasmethode 3 is reeds vastgesteld dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat de contante geldbedragen die naar Hongarije werden vervoerd van misdrijf afkomstig zijn. [verdachte] heeft geen verklaring gegeven. De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig is en dat [verdachte] hier (op zijn minst genomen) voorwaardelijk opzet op heeft gehad.

Conclusies

De betrokkenheid van [verdachte] volgt uit het reeds vastgestelde feit dat hij de leider is van de organisatie die zich bezig hield met witwassen van gelden, onder andere via Hongarije. Verdachte heeft derhalve een bedrag van € 418.880,- voorhanden gehad. Zoals reeds bij witwasmethode 3 overwogen, hebben [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] nauw en bewust samengewerkt met betrekking tot de geldroute via Hongarije, waardoor sprake is van medeplegen.

5.3.2.8. Witwasmethode 8: € 53.966,- in woning [verdachte]

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 53.966,- op 21 april 2023 in Nieuwe Wetering .

Op 21 april 2023 is in de woning van [verdachte] in totaal € 53.966,- aan contant geld gevonden en in beslaggenomen.195 Aangezien [verdachte] zich jarenlang heeft schuldig gemaakt aan het grootschalig medeplegen van gewoontewitwassen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het in beslag genomen contante geld deel uitmaakt van het geld dat binnen de organisatie van [verdachte] circuleerde. Het is ook ongebruikelijk om zo een groot bedrag aan contant geld in huis te hebben. Voor het gerechtvaardigd witwasvermoeden van die gelden verwijst de rechtbank naar de andere witwasmethoden waarbij dit vermoeden is onderbouwd.

[verdachte] heeft geen verklaring afgelegd over de herkomst van het geld in zijn woning. De rechtbank komt tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het contante geldbedrag dat hij voorhanden heeft gehad van misdrijf afkomstig is en dat hij hier (op zijn minst genomen) voorwaardelijk opzet op heeft gehad.

5.3.2.9. Gewoontewitwassen

Gelet op de lange periode en de frequentie van het witwassen en de omvang van de witgewassen (contante) geldbedragen komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van medeplegen van gewoontewitwassen.

5.3.3.

Medeplegen valsheid in geschrift (zaak A, feit 3 primair)

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan het opmaken van valse facturen in de periode 21 november 2022 tot en met 21 april 2023 in Nederland (zaak A, feit 3 primair). Het volgende is hiervoor van belang.

Een onderdeel van het infiltratietraject was om een groot bedrag aan contant geld (in twee transacties) via het netwerk van [verdachte] giraal te laten maken en over te laten boeken naar een door de undercoveragenten doorgegeven Canadese bankrekening van het fictieve bedrijf [fictief bedrijf] .196 Op 18 november 2022 gaf [verdachte] aan de undercoveragent een papiertje met daarop het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit nummer moest voor de communicatie worden gebruikt.. Daarnaast gaf [verdachte] aan dat de codenaam voor [naam BV 1] “ [naam bedrijf] ” is. Via dit telefoonnummer (hierna: [naam bedrijf] -nummer) heeft contact via WhatsApp plaatsgevonden.197 De Oppo telefoon met dit telefoonnummer is op 21 april 2023 in de woning van [medeverdachte 2] aangetroffen en in beslag genomen (E.02.01.003). Deze telefoon was in gebruik bij [medeverdachte 2] (zie 5.3.1.2).198

[verdachte] stelde voor om gebruik te maken van het Nederlandse [naam BV 3] (hierna: [naam BV 3] ) om het geld naar Canada over te maken. Volgens [verdachte] was dit bedrijf “clean” en had het een goede staat van dienst.199 Er diende wel een factuur te worden opgemaakt zodat de transactie ook “clean” zou lijken. Hiervan zei [verdachte] tegen de undercoveragenten dat het mogelijk veel werk leek, maar de transactie daardoor legitiemer zou overkomen. [verdachte] gaf aan dat de undercoveragenten een dergelijke factuur konden opstellen, maar dat [verdachte] dat ook voor hen kon doen.200

Op 21 november 2022 werd het geld voor de eerste transactie door de undercoveragent aan [verdachte] overhandigd. Afgesproken werd dat [verdachte] een factuur zou opmaken en naar het
e‐mailadres van het Canadese bedrijf zou sturen. Bij het passeren van een kantoorruimte in het pand van [naam BV 1] merkte [verdachte] op dat wanneer [verdachte] niet aanwezig zou zijn zaken konden worden gedaan met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] bevestigde dat door met zijn hoofd te knikken. [medeverdachte 2] noemde zichzelf [alias medeverdachte 2] en werd door een van de undercoveragenten herkend.201

Uit WeChat‐berichten op de hiervoor genoemde Oppo telefoon blijkt dat [medeverdachte 2] opdracht kreeg om een factuur op naam van [naam BV 3] op te maken. [medeverdachte 2] ontving van een ander telefoonnummer, waarvan de gebruiker onbekend is gebleven, factuurgegevens van [naam BV 3] met e-mail: [emailadres 1] . [medeverdachte 2] stuurde dezelfde dag “kan dit zo/is het oke zo”. De onbekend gebleven gebruiker stuurde vervolgens “factuur kan/factuur is oke! Stuur het ajb naar [emailadres 1] ”.202

Ook zijn op de Oppo telefoon twee valse facturen van [naam BV 3] gericht aan het bedrijf [fictief bedrijf] aangetroffen met daarbij het rekeningnummer zoals doorgegeven door de undercoveragenten, te weten;

- een factuur gedateerd 17 november 2022 van [fictief bedrijf] aan [naam BV 3] ter hoogte van $24.100203

- een factuur gedateerd 21 november 2022 van [fictief bedrijf] aan [naam BV 3] ter hoogte van $25.780204

Beide facturen zien op “Fulfillment & Storage”.

Op 23 november 2022 zijn deze facturen vanaf het [naam bedrijf] ‐nummer naar undercoveragent [naam ondercoveragent] verstuurd met de mededeling dat dit de facturen zijn en dat het geld is overgemaakt. De betaling van $24.100 is op 28 november 2022 ontvangen en de betaling van $25.780 is op 30 november 2022 ontvangen.205 Dat de bedragen ontvangen zijn blijkt ook uit de bankafschriften van [fictief bedrijf] .206

Op 8 december 2022 vond wederom een ontmoeting plaats tussen [verdachte] en de undercoveragenten. [verdachte] heeft toen uitgelegd dat de eerste transactie bewust niet werd uitgesplitst in gelijke transacties van € 25.000,- omdat dat soort bedragen verdacht zouden kunnen lijken. [verdachte] waarschuwde dat de boekhouding goed op orde moest zijn. [verdachte] gaf desgevraagd ook aan dat de facturen niet per e‐mail aan het opgegeven Canadese bedrijf

waren gestuurd omdat het bedrijf eigenlijk zelf haar eigen facturen had moeten opmaken. De facturen werden verzorgd door [verdachte] en [medeverdachte 2] .207

Op diezelfde dag heeft de undercoveragent wederom een contant geldbedrag aan [verdachte] gegeven voor de tweede transactie.208 Ook voor deze transactie zijn verschillende facturen opgesteld door [verdachte] en [medeverdachte 2] . Op 19 december 2022 worden door het [naam bedrijf] -nummer twee facturen aan undercoveragent [naam ondercoveragent] gestuurd. Het betreft de volgende facturen:

- een factuur gedateerd 5 december 2022 van [fictief bedrijf] aan [naam BV 3] ter hoogte van $22.731,55209

- een factuur gedateerd 9 december 2022 van [fictief bedrijf] aan [naam BV 3] ter hoogte van $24.666,28.150210

Beide betalingen zijn ontvangen op 16 december 2022. De factuur van 5 december 2022 zag op “Fulfillment and last mile delivery” en de factuur van 9 december 2022 op “Fulfillment and Storage”.

De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 2] in ieder geval samen met een ander de vier hiervoor genoemde facturen hebben opgemaakt ten behoeve van de twee illegale geldtransacties. Het betreffen vier valse facturen bestemd om deze illegale geldstromen te kunnen onderbouwen in de boekhouding. [medeverdachte 2] en [verdachte] hebben hierbij nauw en bewust samengewerkt. Daardoor is sprake van medeplegen.

5.3.4.

Medeplegen van voorbereidingshandelingen voor handel en productie van verdovende middelen (zaak A, feit 6)

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de handel in en de productie van verdovende middelen in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 21 april 2023 in Nederland (zaak A, feit 6).

OVC-gesprekken en chat-gesprekken

De rechtbank overweegt dat uit OVC-gesprekken en chat-gesprekken is komen vast te staan dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] zich bezig hielden met drugshandel, de import van grondstoffen voor het produceren van drugs en het opzetten van een drugslaboratorium. Zij communiceerden hierover in versluierde taal zoals “keukens” en “koks”. Verder hadden zij het onder meer over een aankomst in de haven, kostprijzen van meer dan honderdduizend en CAS-nummers van de (pre)precursoren BMK en PMK. CAS-nummers zijn unieke numerieke identificatiecodes die door de Chemicals Abstract Service (CAS) aan chemicaliën worden toegekend.211 Verder communiceren zij over koks die uren moeten roeren en een percentage krijgen en het versturen van pakketten “=K” en “M”. Het voorgaande blijkt uit de volgende gesprekken.

In een opgenomen gesprek in de telruimte op 4 augustus 2022 is te horen dat [medeverdachte 1] met iemand spreekt over dat [naam 12] een keuken heeft. De persoon die de fabriek runt krijgt normaal de helft, 500. [medeverdachte 1] en de ander spreken over de andere 500, zij krijgen ieder 250. Koks krijgen een percentage en er moet worden getest en gekeken naar het gehalte. Er wordt gesproken over CAS-nummers en dat er twee soorten zijn. Die van 60% is wel oké, die van 30% is wat geel en laag. Als het zover is wordt er wat verdeeld over de keukens om te proberen. Het gaat om een verboden product. Het voornaamste is dat de keuken het moet laten testen en als het klaar is dan is de winst nogal groot. Als het wordt ontdekt is er niet zoveel aan de hand, het wordt in beslag genomen. Tot slot wordt er gesproken over kartonnen dozen en dat er niks aan de hand is omdat ze beschikken over een loods.212

Op 12 augustus 2022 praat [medeverdachte 1] in de telruimte tegen een onbekend gebleven persoon over manieren om te distribueren, dat de prijs omhoog gaat als de fabriek gesloten is, dat niet alles in één magazijn moet worden gezet en over een keuken. In een ander gesprek op dezelfde dag zegt [medeverdachte 1] dat hij vroeger niet aan materialen kon komen, maar nu wel en dat de aanvullende ingrediënten/materialen heel duur zijn. Hij zegt dat er “absoluut meer dan genoeg winst te halen valt.”213

Op 5 september 2022 vindt in de telruimte op de [adres 2] en gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] . [verdachte] heeft het over vervoerskosten, 100 per kilo en hij moet heel duidelijk de prijs weten. [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] tegen een persoon moet zeggen dat de verhouding zoutzuur water 1 op 2 is, de temperatuur 85 graden en dat er zeven uur geroerd moet worden. [verdachte] zegt dat de koks dat niet willen, waarop [medeverdachte 1] zegt dat iedereen weet dat die 28578 zeven uur roeren kost, waarop [verdachte] zegt dat die persoon nu 28579 gebruikt.214 In de telruimte spreekt [medeverdachte 1] op 16 augustus 2022 een bericht in waarin hij onder meer zegt dat een persoon moet navragen of het gemaakt is van zwavelzuur of zoutzuur. In een ander opgenomen gesprek in de telruimte die dag heeft hij het weer over zuren en noemt hij het nummer 28578.215 Nummer 28578 is het begin van het CAS-nummer van PMK ethylglycidaat.216

In een gesprek op 15 november 2022 opgenomen in de auto van [medeverdachte 1] spreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] over een keuken, negen ton die op de 30ste aankomt in de haven en dat [medeverdachte 1] verlies lijdt als hij steeds monsters weggeeft, “die dingen hebben nummers, die weten ze.” Een Rus vroeg hem om een monster, maar hij wilde het niet geven.217 Vervolgens praat [medeverdachte 1] op 17 november 2022 in de telruimte met een man over BMK en PMK en 28578, de mogelijkheid van verkopen en samenwerken, een kostprijs van 150.000 of 145.000. In een gesprek dat later die dag plaatsvindt zegt [medeverdachte 1] dat die dingen voor de keuken morgen arriveren en dat een man een kilo van het spul wil om het te wegen en te ervaren.218 Op 18 november 2022 zegt [medeverdachte 1] in de auto tegen een persoon dat hij straks weer een monster aan mensen moet geven en hij de laatste tijd echt dingen moet verkopen. Dat van baas [verdachte] is verkocht voor 16.000 en wordt maandag opgehaald.219 In de auto zegt [medeverdachte 1] op
28 november 2022 tegen een man dat hij morgen 25 kilo van 28578 aan een persoon kan geven.220 Op 27 december 2022 is in de auto te horen dat [medeverdachte 1] aan een man voorstelt om “K” en “M” in pakketten te versturen naar de Verenigde Staten en Canada.221

[medeverdachte 1] meldt op 8 maart 2023 via Whatsapp aan [medeverdachte 3] dat hij 25 kilo aan iemand wil geven die het wil proberen en vraagt of [medeverdachte 3] hem hierbij wil helpen. “Die persoon zegt dat als de test goed is gaan ze van ons kopen.”222 In de Vertu telefoon van [medeverdachte 3] (G.01.01.002) zijn chatberichten tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 30 maart 2023 aangetroffen. Ze hebben het over prijzen, monsters en het testen van puur wit. [medeverdachte 1] heeft gisteren 100 (vermoedelijk 100 kilogram) aan [naam 29] gegeven en eerder drie gele aan de seafoodman. [medeverdachte 1] gaat navraag doen bij baas [verdachte] in verband met een persoon die geld heeft gegeven. Als er niet wordt gekocht zal er een prijsstijging zijn volgens [medeverdachte 1] .223

De rechtbank is van oordeel dat uit de gesprekken blijkt dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] in versluierd taalgebruik communiceerden over de verkoop en de productie van MDMA en (met)amfetamine, de benodigde grondstoffen daarvoor en het productieproces. Dat zij de benodigde grondstoffen ook voorhanden hadden blijkt uit het volgende.

Doorzoeking loods [adres 3] in Nieuw-Vennep

Op 21 april 2023 zijn bij doorzoeking van de loods aan de [adres 3] in Nieuw-Vennep 21,5 kilogram MDMA en een grote hoeveelheid (pre)precursoren aangetroffen en in beslag genomen. Verder werden een weegschaal, twee vacumeermachines, twee dozen met vacuümzakken en een sealmachine aangetroffen en in beslaggenomen.224

De in totaal 21,5 kilogram MDMA werd aangetroffen in de volgende tassen en dozen en voorzien van een SIN-nummer:225

aangetroffen in:

hoeveelheid

SIN-nummer

kartonnendoos met daarin een Lidl boodschappentas

1,0 kilo

AAIY4631NL

witte plastic zak

3,5 kilo

AAIY4632NL

kartonnen doos met daarin een Action boodschappen tas met 5 plastic zakken

9,96

AAIY4633NL, AAIY4634NL, AAIY4635NL, AAIY4636NL, AAIY4637NL.

Albert Heijn boodschappentas met daarin een plastic zak

1,98 kilo

AAIY4638NL

kartonnen doos met zwartkleurige strijkzak

5,08 kilo

AAIY4639NL

totaal

21,5 kilogram

Het Douane Laboratorium heeft vastgesteld dat het materiaal van SIN-nummers AAIY4631NL t/m AAIY4639NL 3,4-MDMA bevat. Deze substantie is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.226

De (pre)precursoren werden als volgt aangetroffen. Links achterin de loods stond een stapel met 58 kartonnen dozen waarvan de etiketten zichtbaar waren verwijderd. In de kartonnen dozen zaten per doos een zak van 25 kilo, met daarin een dubbele plastic binnenzak. In de plastic binnenzak zat wit poeder en brokken. Totaal betrof het 1.450 kilo. Van deze zakken zijn aselect zeven monsters genomen waaraan de volgende SIN-nummers zijn toegekend; AAIY4656NL, AAIY4655NL, AAIY4654NL, AAIY4653NL, AAIY4652NL, AAIY4651NL, AAIY4650NL.227 Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna NFI) heeft vastgesteld dat deze monsters de ethylester van ‘PMK-glycidezuur’ (vermeld als ethyl-3-(2H-1,3-benzodioxol-5-yl)-2-methyloxirane-2-carboxylaat, PMKethylglycidaat) bevatten.228

Rechts achterin de loods stond een stapel met 68 kartonnen dozen op pallets.

De etiketten waren zichtbaar verwijderd. In de kartonnen dozen zaten per doos 1 zak van 25 kilo, met daarin een dubbele plastic binnenzak. In de plastic binnenzak zat wit poeder. Totaal betrof het 1.700 kilo. Van deze zakken zijn aselect zeven monsters genomen, waaraan de volgende SIN-nummers zijn toegekend: AAIY4663NL, AAIY4657NL, AAIY4658NL, AAIY4660NL, AAIY4659NL, AAIY4661NL, AAIY4662NL.229 Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna NFI) heeft vastgesteld dat deze monsters een zout van ‘BMK-glycidezuur’ (2-methyl-3-fenyloxiraan-2-carbonzuur) bevatten.230

De aangetroffen (pre)precursoren voldoen aan de omschrijving van een geregistreerde stof van categorie 1 zoals opgenomen in de Wet ter voorkoming misbruik chemicaliën en de daarin genoemde Europese Verordeningen. In relatie tot drugs worden zouten van BMK‐glycidezuur gebruikt voor het vervaardigen van BMK, een grondstof voor (met)amfetamine. De ethylester van PMK‐glycidezuur wordt gebruikt voor het vervaardigen van PMK, een grondstof voor MDMA.231

De rechtbank stelt vast dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] betrokken zijn bij deze aangetroffen (pre)precursoren in de loods. Het volgende is hiervoor redengevend.

In het bedrijfspand van [naam BV 1] aan de [adres 2] in Nieuw-Vennep zijn een huurovereenkomst en facturen voor de huur van de loods aan de [adres 3] aangetroffen. Als huurder staat vermeld [directeur bedrijf 2] handelend onder de naam [bedrijf 2] , gevestigd aan [adres 4] in Budapest. De ingangsdatum van de huurovereenkomst is 1 augustus 2022 en de verhuurder is [naam eigenaar loods] .232 [naam eigenaar loods] heeft als eigenaar van de loods aan de [adres 3] verklaard dat hij de loods destijds te huur had staan. Rond juli 2022 kwamen er een man en een vrouw kijken die een dependance zochten.233Zij hadden verderop aan de [adres 2] een bedrijf [naam BV 1] . [naam eigenaar loods] heeft [directeur bedrijf 2] nooit ontmoet.234 De huur van de loods is van juli tot oktober 2022 betaald van een bankrekening van [bedrijf 2] .235 [medeverdachte 3] is gemachtigde tot deze bankrekening.236 De huur van oktober 2022 tot januari 2023 is in opdracht van [medeverdachte 1] contant betaald door [naam 30] .
Op 19 januari 2023 belde [naam 30] met de telefoon van [medeverdachte 1] naar [naam eigenaar loods] . [naam 30] vroeg aan [naam eigenaar loods] of hij een afspraak kon maken om de huur te betalen, waarop [naam eigenaar loods] vroeg of het om [adres 3] ging.237 [naam eigenaar loods] heeft bevestigd dat hij het geld contant heeft ontvangen.238 [naam 30] is werknemer van [naam BV 1] en heeft verklaard dat hij het geld van [medeverdachte 1] kreeg en aan de eigenaar van de loods heeft gegeven.239 In een OVC‐gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 4 januari 2023 zegt [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 3] niet moet vergeten dat ze hun eigen loods moeten betalen, omdat “hun 4 ton vracht nog daar binnen ligt.” en vraagt [medeverdachte 1] hoeveel huurachterstand er is.240

Op een overzicht waarin [naam eigenaar loods] de betalingen van de huur bijhield staan tevens de contactgegevens van huurder [directeur bedrijf 2] . Als e-mailadres staat vermeld ‘ [emailadres 2] ’. Dit e-mailadres is gekoppeld aan de Samsung telefoon (F.01.01.001) van [medeverdachte 3] die bij doorzoeking van zijn woning is aangetroffen.241

[medeverdachte 1] heeft onder andere verklaard dat hij in opdracht van [medeverdachte 3] een Engelssprekende persoon

uit Hongarije heeft gevraagd om de loods te regelen. [medeverdachte 1] had een sleutel van de loods. [medeverdachte 3]

had hem gevraagd om binnen in de loods te gaan kijken of de spullen al waren gearriveerd. Dit waren twee pallets met kartonnen dozen. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat in een

deel van de periode de huur contant werd betaald door [medeverdachte 3] .242 In de loods aan [adres 3] werd tijdens de doorzoeking een verzekeringspas van [medeverdachte 1] gevonden.243

Op 20 april 2023 zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 3] in een OVC‐gesprek: “Als wij daar dit doen, dat mag niet. Veel dingen.” [medeverdachte 3] zegt even later tegen [medeverdachte 1] : “Je hebt de loods nog.” Waarop [medeverdachte 1] zegt: “Klopt, de loods is apart. De loods daar worden dingen opgeslagen.” (…) “Hoe dan ook, de loods is apart, hoeveel heb ik hier...de grote daarvan zijn er nog 56 dozen, de kleine daarvan zijn er nog meer dan 60.”244 Dit aantal dozen sluit aan bij het aantal dozen dat de volgende dag in de loods is aangetroffen, namelijk 58 dozen met ethylester van PMK glycidezuur en 68 dozen met zouten van BMK glycidezuur.

Op de iPhone van [medeverdachte 3] zijn Threema-berichten uit het voorjaar van 2023 aangetroffen.245 De stem van ‘nnman’ in audioberichten heeft een tolk geïdentificeerd als de stem van [medeverdachte 3] .246 Op een gedeelde foto is een groene container zichtbaar met bruine dozen als inhoud. Ook zijn foto’s aangetroffen van opgestapelde dozen, met en zonder etiketten. In de berichten wordt gesproken over labels met ‘caustisch gecalcineerd magnesium’. Soortgelijke dozen zonder label en met eenzelfde plakband positionering zijn in de loods aan de [adres 3] aangetroffen. 247

De betrokkenheid van [verdachte] bij de loods en de aangetroffen (pre)precursoren volgt uit de eerder besproken OVC-gesprekken en chats, alsmede uit zijn verklaringen tijdens het infiltratietraject. Aan de undercoveragenten heeft [verdachte] verteld dat hij ook “grey stuff”, zoals drugs, uit Oost-Europa kan halen.248Verder heeft hij verteld dat hij spullen importeert voor het maken van “M”.249 Aangezien met de aangetroffen grondstoffen MDMA kan worden gemaakt en er ook MDMA in de loods is aangetroffen is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat [verdachte] met “M” MDMA bedoelde. Hetzelfde geldt voor [medeverdachte 1] als hij het heeft over M, zoals hiervoor besproken.

Alles overwegende vindt de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] in de periode van
1 augustus 2022 tot en met 21 april 2023 voorbereidingshandelingen hebben verricht voor het vervaardigen van verdovende middelen en de handel in verdovende middelen. Zij hebben hiervoor 1.453 kilogram ethylester van PMKglycidezuur en 1.700 kilogram zouten van BMK‐glycidezuur, twee vacumeermachines, vacuümzakken en een weegschaal voorhanden gehad. Eveneens hebben zij voor de opslag hiervan de loods aan [adres 3] in Nieuw‐Vennep gehuurd. Zij hebben hierbij nauw en bewust samengewerkt waardoor sprake is van medeplegen.

5.3.5.

Aanwezig hebben 21,5 kg MDMA (zaak A, feit 5)

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van 21,5 kg MDMA op 21 april 2023 in Nieuw-Vennep .

Bij de doorzoeking op 21 april 2023 van de loods aan [adres 3] in Nieuw-Vennep is eveneens 21,5 kilogram MDMA aangetroffen en in beslag genomen. Op basis van de hiervoor (zaak A, feit 6) besproken OVC-gesprekken, chats en zijn verklaringen tijdens het infiltratietraject stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de wetenschap had van de MDMA in dezelfde loods en er de beschikkingsmacht over had.

[verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hebben hierbij nauw en bewust samengewerkt, waardoor sprake is van medeplegen.

5.3.6.

Voorhanden hebben vuurwapen en munitie in de periode 24 maart 2022 tot en met 21 april 2023 (zaak A, feit 4)

De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van 21 (kaliber.22LR) patronen die op 21 april 2023 in zijn woning in Nieuwe Wetering zijn aangetroffen (zaak A, feit 4). Van het medeplegen hiervan zal hij worden vrijgesproken, nu daarvoor onvoldoende aanknopingspunten aanwezig zijn in het dossier.

Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] in [woonplaats] op
21 april 2023 zijn in een jas in de inloopkast 21 patronen aangetroffen.250
Op 31 augustus 2020 werd in dezelfde inloopkast een vuurwapen en munitie gevonden. Hierover heeft [verdachte] een bekennende verklaring afgelegd (zie hierna onder 5.3.7).

Aangezien de munitie is gevonden in een inloopkast, een ruimte waarvan doorgaans dagelijks gebruik wordt gemaakt, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] over de munitie kon beschikken. Gelet hierop en op het eerder aantreffen van een wapen en munitie op dezelfde plek is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] de munitie op 21 april 2023 bewust aanwezig heeft gehad.

De rechtbank vindt niet bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen merk Glock, de 15 stuks munitie (kaliber 9mmx19) en de 51 (kaliber.22LR) scherpe patronen die zijn aangetroffen in het bedrijfspand van [naam BV 1] op
21 april 2023 (zaak A, feit 4). Het vuurwapen en de munitie is aangetroffen in een bedrijfspand waar meer bedrijven waren gevestigd, waaronder het [naam BV 1] , het bedrijf van [verdachte] . Dit is echter onvoldoende bewijs dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van het vuurwapen en de munitie. Verdachte wordt daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken.

5.3.7.

Voorhanden hebben vuurwapen in woning (zaak B)

De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en de munitie in de periode van 1 augustus 2020 tot en met
31 augustus 2020 in Nieuwe Wetering (zaak B).

Op 31 augustus 2020 is in het kader van onderzoek Kristal bij doorzoeking van de woning van [verdachte] op het [adres 1] een vuurwapen en een patroonhouder met munitie aangetroffen en in beslag genomen.251

[verdachte] heeft op de zitting van 20 november 2024 bekend dat hij wist dat dit wapen en munitie bij hem thuis lagen.252

Uit het onderzoek naar het wapen bleek dat het een semi-automatisch vuurwapen betrof, van het merk Walther, model P22 en het kaliber .22 Lr ( [naam 15] Rifle). Volgens de beschrijving van de politie betreft het een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.

Uit onderzoek naar de munitie bleek dat er acht stuks munitie van het merk CCI (Cascade Cartridge Co.) en het kaliber .22 Lr ( [naam 15] Rifle) in het patroonmagazijn zaten. Volgens de beschrijving van de politie betrof het munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.253

5.3.8.

Deelname aan een criminele organisatie (zaak A, feit 2)

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte als leider heeft deelgenomen aan een organisatie die als oogmerk had het plegen van gewoontewitwassen en de productie van, en de handel in drugs, in de periode van 1 januari 2015 tot en met 21 april 2023 (zaak A, feit 2). Hieronder zal de rechtbank haar oordeel toelichten. Voor zover voor een bewijsmiddel geen voetnoot is opgenomen, verwijst de rechtbank naar eerdere overwegingen in dit vonnis.

Om aan de vereisten van artikel 140 Wetboek van Strafrecht te voldoen moet worden vastgesteld dat i) sprake is van een organisatie, dat ii) die organisatie als oogmerk had het plegen van misdrijven en dat iii) verdachte aan die organisatie (opzettelijk) heeft deelgenomen.

De organisatie; structuur en duurzaamheid

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een organisatie die bestaat uit [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Gedurende een lange periode, vanaf begin 2015 tot in 2023 hield de organisatie zich bezig met gewoontewitwassen. [medeverdachte 3] is eind 2019 in beeld gekomen bij deze organisatie. Vanaf begin 2020 hield de organisatie zich eveneens bezig met voorbereidingshandelingen voor de handel in en het produceren van drugs, waaronder het voorhanden hebben van grote hoeveelheden (pre)precursoren in verschillende plaatsen en het huren van een loods.

Uit de bewijsmiddelen van de bewezen verklaarde feiten is vast komen te staan dat het samenwerkingsverband tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] een bepaalde structuur en duurzaamheid had. Er was een taakverdeling en zaken werden met elkaar afgestemd. Ook werden zaken voor elkaar waargenomen.

[verdachte] was de leider van de organisatie en had het voor het zeggen. Hij werd onder meer door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ‘baas’ genoemd.254 Zoals is gebleken uit het infiltratietraject, onderhield [verdachte] ook het contact met nieuwe klanten, waaronder de undercoveragenten. Sinds 2015 onderhielden [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] contact via WeChat. [medeverdachte 1] hield zich voornamelijk bezig met het ontvangen, tellen en overdragen van de contante geldbedragen. Als [medeverdachte 1] niet aanwezig was, nam [medeverdachte 2] voor hem waar. Als [verdachte] afwezig was, konden zaken met [medeverdachte 2] worden gedaan.255 Ook voor wat betreft de (pre(pre)cursoren hielden voornamelijk [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zich bezig met het transport hiervan en het vergaren van informatie voor de productie van drugs. Als [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] het hebben over de verkoop van grondstoffen, prijzen, monsters, testen van puur wit en over 100 die gister aan [naam 29] is gegeven, gaat [medeverdachte 1] navraag doen bij “baas [verdachte] ”.256

De structuur van de samenwerking werd ook zo door anderen gezien. Getuige [naam getuige] die sinds 2014 chauffeur bij [naam BV 1] was heeft verklaard dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ook wel “de top 3” werden genoemd. [verdachte] was volgens hem “altijd de grote baas”. [medeverdachte 1] was volgens hem altijd “de baas op de achtergrond”.257

Dat er vanaf 2015 sprake is van samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] blijkt eveneens uit een tapgesprek van 13 maart 2022. [naam 23] vertelde daarin aan een onbekend gebleven persoon dat hij al langer samenwerkt met in ieder geval [verdachte] en [medeverdachte 1] .258 [verdachte] vertelde de undercoveragenten dat hij al meer dan tien jaar samenwerkt met [medeverdachte 2] en dat [medeverdachte 2] zijn rechter- en linkerhand is.259

De samenwerking met [medeverdachte 3] is in december 2019 begonnen. In een WeChat-gesprek van
19 en 20 december 2019 aangetroffen op een Huawei telefoon van [medeverdachte 3] (G.01.01.007) hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] het over het tellen van geld en het ophalen van geld in Polen. Ook wordt gesproken over “14 stuks.”260 [medeverdachte 1] heeft op 14 oktober 2022 in een OVC-gesprek in zijn auto gezegd dat hij al jarenlang samenwerkt met [medeverdachte 3] .261 Dat het hier alleen om illegale activiteiten gaat, is evident.

Het oogmerk van de organisatie

Voorts stelt de rechtbank vast dat de organisatie het oogmerk had misdrijven te plegen, te weten gewoontewitwassen en het produceren van en het handelen in verdovende middelen. De rechtbank verwijst voor de bewijsmiddelen naar de bespreking van het bewezen verklaarde gewoontewitwassen (zaak A, feit 1 primair) en het bewezen verklaarde verrichten van voorbereidingshandelingen met betrekking tot verdovende middelen (zaak A feit 6). Niet is vereist dat het beoogde misdrijf daadwerkelijk is gepleegd. Voor het bewijs van het oogmerk verdovende middelen te produceren en te verhandelen, is de bewezenverklaring van de voorbereidingshandeling voldoende.

Deelname aan de criminele organisatie; de rol van de verdachten

Zoals weergegeven hebben aan de organisatie deelgenomen [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . De rechtbank vindt niet bewezen dat de rechtspersonen [naam BV 2] en [naam BV 1] aan de organisatie hebben deelgenomen; daarvoor biedt het dossier te weinig aanknopingspunten.

[verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn allen betrokken geweest bij het gewoontewitwassen. [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn op hun beurt ook bij de voorbereidingshandelingen voor de productie van en de handel in verdovende middelen betrokken geweest. [medeverdachte 2] is niet vervolgd voor het verrichten van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de (pre)precursoren die in de loodsen zijn aangetroffen. Dat betekent echter niet dat hij geen deelnemer was van een organisatie die als oogmerk had gewoontewitwassen en productie van en handel in drugs. Het gaat erom dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Voor deelneming aan de organisatie is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet van het oogmerk van de organisatie. Een deelnemer hoeft geen wetenschap te hebben van concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd. Dat [medeverdachte 2] wist van in ieder geval één de oogmerken van de organisatie blijkt uit de bewezenverklaring van het gewoontewitwassen. Van het andere oogmerk, het produceren van verdovende middelen en de handel, had [medeverdachte 2] in ieder geval in zijn algemeenheid wetenschap. Op enig moment was hij namelijk actief met het bestellen van (pre)precursoren.262

De rol van [verdachte] als deelnemer van de organisatie kenmerkt zich als: leidend. Door verschillende personen wordt [verdachte] als leider bestempeld. Door [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] werd hij, zoals hiervoor besproken, ‘baas’ genoemd en het beleid werd door [verdachte] bepaald. Zijn leidende rol komt duidelijk naar voren in het infiltratietraject (zie onder 5.3.1.1). Hij bepaalde en zette de lijnen uit. Aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gaf hij verschillende instructies en deelde hij opdrachten uit in het kader van de geldhandel. Diverse keren gaf [verdachte] opdracht aan [medeverdachte 2] om contante geldbedragen in ontvangst te nemen of over te dragen. Bijvoorbeeld € 15.000,- in ontvangst te nemen en daarvoor een token te sturen, ofwel “een overdacht zoals gewoonlijk”.263 Een dag later gaf hij [medeverdachte 2] opdracht om € 20.000,- in contanten aan een persoon te geven.264 Verder werd [verdachte] benaderd door [medeverdachte 2] (na contact met [medeverdachte 1] ) over het meenemen van “het papiertje” voor het afrekenen.265 In de beginperiode van de organisatie liet [verdachte] zijn nichtje [alias nicht verdachte] (alias) [alias nicht verdachte] bankrekeningen in China openen en beheren.266Verder werd [verdachte] geraadpleegd bij problemen zoals de opgepakte [persoon] of de prijzen van de grondstoffen.

[medeverdachte 2] werd door [verdachte] aan de undercoveragenten gepresenteerd als zijn “rechter‐ en linkerhand”.

Bij afwezigheid van [verdachte] neemt [medeverdachte 2] voor hem waar. [medeverdachte 2] was betrokken bij de uitvoering van de transacties in het kader van het undercovertraject en maakte daarvoor samen met [verdachte] de valse facturen op. Dat [medeverdachte 2] administratieve taken had, blijkt eveneens uit het feit dat hij de overboekingen naar bankrekeningen regelde nadat contant geld in ontvangst was genomen. Daarnaast is naar voren gekomen dat [medeverdachte 2] af en toe tassen met geld in de telruimte telde en dat hij tassen meegaf aan personen die deze bij het bedrijfspand in Nieuw‐Vennep kwamen ophalen.267Naast instructies die [medeverdachte 2] van [verdachte] kreeg, volgde hij eveneens instructies op van [medeverdachte 1] .268

[medeverdachte 1] was dagelijks bezig met de contante geldstromen. Hij nam tassen in ontvangst van derden bij [naam BV 1] . Ook ging hij regelmatig met zijn auto op pad om tassen met geld op te halen. [medeverdachte 1] had hierbij ontmoetingen met personen op openbare plekken. Voor de geldtransporten naar Hongarije was hij aanwezig bij het laden van de bussen met geld. Hij was vrijwel dagelijks in de telruimte op het kantoor van [naam BV 1] . [medeverdachte 1] communiceerde over de geldhandel met [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Het waren vooral [verdachte] en [medeverdachte 3] die [medeverdachte 1] instructies gaven. [medeverdachte 1] gaf op zijn beurt weer instructies aan [medeverdachte 2] wat hij in bepaalde gevallen moest doen. De undercoveragent werd door [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] beschreven als een persoon die al een tijdje omgaat met “baas [verdachte] ”.269

[medeverdachte 3] is, zoals hiervoor vermeld, eind 2019 voor het eerst in beeld gekomen.270 [medeverdachte 3] was de man in Hongarije, het ‘contact’ van [verdachte] , de schakel in het giraal maken van het contante geld. Hij was eveneens verantwoordelijk voor het vervoer van het contante geld vanuit Nederland ( [naam BV 1] ) naar Hongarije ( [bedrijf 1] ). Verder stuurde hij [medeverdachte 1] op afstand aan als [medeverdachte 1] op straat contant geld in ontvangst nam. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hadden het meeste contact met elkaar, niet alleen over de geldhandel maar eveneens over de grondstoffen voor verdovende middelen. Uit het contact blijkt dat het voornamelijk [medeverdachte 3] was die [medeverdachte 1] aanstuurde. Voor bepaalde opdrachten of vragen gaf [medeverdachte 1] aan dit aan zijn baas te zullen vragen.271

Conclusie

Uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] een aandeel hadden in, dan

wel ondersteuning verleenden aan de gedragingen die leidden tot het verwezenlijken van het

oogmerk van de organisatie. Het oogmerk van de organisatie was het plegen van

gewoontewitwassen en het opzettelijk produceren van verdovende middelen en de handel daarin. Er was hierbij sprake van een samenwerkingsverband tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] met een bepaalde structuur en duurzaamheid, waarbij ieder zijn eigen rol had. Hieruit en uit de al bewezenverklaarde feiten blijkt ook dat verdachten wisten van het oogmerk van de organisatie. Voor [medeverdachte 3] geldt dat is bewezen dat hij deelnemer aan de criminele organisatie is geweest van november 2019 tot en met 21 april 2023. Voor [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] geldt dat is bewezen dat zij deelnemer waren vanaf 1 januari 2015 tot hun aanhouding op 21 april 2023.

6 Bewezenverklaring

De rechtbank vindt op grond van de bewijsmiddelen in de voetnoten bewezen dat verdachte

Zaak A

Feit 1, primair

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 21 april 2023 in Nederland en/of China en/of Hongkong en/of Hongarije en/of Polen, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, voorwerpen, te weten (contante) geldbedragen van:

  • -

    € 23.670.363,- en

  • -

    € 1.240.000,- en

  • -

    een groot geldbedrag en € 2.156.290,- en

  • -

    € 299.665,- en

  • -

    € 10.500.000,- en

  • -

    € 53.966,- en

  • -

    € 418.880,-,

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende was en/of wie deze voorwerpen voorhanden had,

terwijl hij en zijn mededaders wisten dat deze voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

Feit 2

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 21 april 2023, in Nederland,
als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder anderen):

- [medeverdachte 1] en

- [medeverdachte 2] en

- [medeverdachte 3] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- ( gewoonte)witwassen, als bedoeld in artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht en

- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of opzettelijk vervaardigen van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, als bedoeld in artikel 10a eerste lid Opiumwet;

Feit 3, primair

in de periode van 21 november 2022 tot en met 21 april 2023, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen:

- een factuur van [fictief bedrijf] aan [naam BV 3] met factuurbedrag $ 24.100,00 en

- een factuur van [fictief bedrijf] aan [naam BV 3] met factuurbedrag $ 25.780,00 en

- een factuur van [fictief bedrijf] aan [naam BV 3] met factuurbedrag $ 24.666,28 en

- een factuur van [fictief bedrijf] aan [naam BV 3] met factuurbedrag $ 22.731,55,

die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben opgemaakt, door
- zakelijk weergegeven - (telkens) op die facturen - in strijd met de waarheid - te (doen) vermelden dat tussen voornoemde ondernemingen legitieme transacties hadden plaatsgevonden met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

Feit 4

op 21 april 2023 te Nieuwe Wetering munitie van categorie III, van de Wet wapens en munitie, te weten 21 (kaliber .22LR) kogelpatronen, voorhanden heeft gehad;

Feit 5

op 21 april 2023 te Nieuw-Vennep , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 21,5 kilogram MDMA;

Feit 6

in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 21 april 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten:

- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en

- het opzettelijk vervaardigen van MDMA en/of hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of (met)amfetamine en/of hoeveelheden van een materiaal bevattende (met)amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,

voorwerpen, stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door:

- zeer grote hoeveelheden van ethylester van ‘PMK glycidezuur’ (vermeld als

ethyl-3-(2H- 1,3-benzodioxol-5-yl) -2-methyloxirane-2-carboxylaat, PMK-ethylglycidaat), welke stof kan worden omgezet in PMK en welke stof kan worden gebruikt bij/voor de bereiding en verwerking en vervaardiging van MDMA, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, op te slaan en voorhanden te hebben en

- zeer grote hoeveelheden van zouten van ‘BMK-glycidezuur’
(2-methyl-3-fenyloxiraan-2-carbonzuur), welke stof kan worden gebruikt bij/voor de bereiding en verwerking en vervaardiging van amfetamine en metamfetamine, in elk geval middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, op te slaan en voorhanden te hebben en

- vacumeermachines en vacuümzakken voorhanden te hebben en

- een weegschaal voorhanden te hebben en

- een bedrijfsruimte, te weten de loods aan de [adres 3] , te huren en voorhanden te hebben;

Zaak B

op 31 augustus 2020 te Nieuwe Wetering voorhanden heeft gehad een vuurwapen van categorie III sub 1, te weten een (semi automatisch) pistool (merk / model: Walther / P22) en munitie van categorie III, te weten 8 patronen (merk / kaliber: CCI / .22 LR).

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

7 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 Motivering van de straffen

9.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar in zaak A onder 1 tot en met 6 en zaak B bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest.

9.2.

Het standpunt/strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering niet in verhouding is met wat in de beoogde maar niet door de rechtbank gevolgde procesafspraken stond.

9.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het dossier en ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft ruim acht jaar leiding gegeven aan een criminele organisatie die als oogmerk had gewoontewitwassen en het produceren van synthetische drugs en de handel daarin. Verdachte was ook betrokken bij de uitvoering van de strafbare feiten waar het oogmerk van de criminele organisatie op was gericht.

Verdachte heeft zich gedurende die lange periode, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het plegen van witwassen van grote hoeveelheden crimineel geld. Dagelijks werden grote contante geldbedragen met criminele herkomst werden in ontvangst genomen, overgedragen aan derden of giraal gemaakt en overgeboekt. Het contante geld werd onder meer naar het buitenland vervoerd om het daar via corrupte bankmedewerkers giraal te laten maken en over te boeken naar bankrekeningen in onder meer China. Ook kon er bij verdachte contant geld worden opgehaald. Met deze werkwijze voorzag de organisatie van verdachte in de behoefte van criminelen en criminele organisaties om buiten het zicht van de overheid zaken te doen, criminele transacties uit te voeren en crimineel geld weer legaal te doen lijken. Gelet op de omvang van de witgewassen bedragen kan het niet anders dan dat de klanten van verdachte zich bij (de overdracht van) deze bedragen bezighielden met ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit, zoals (georganiseerde) drugshandel, wapenhandel en mensenhandel.

Door het witwassen van criminele winsten werd deze onderliggende (zware) criminaliteit in stand gehouden en gefaciliteerd. Uit misdrijf verkregen gelden kregen door verdachte een schijnbaar legale herkomst, waarna de plegers van het misdrijf vrijelijk over het geld kunnen beschikken in de legale economie. De vermenging van illegale- en legale geldstromen zorgt voor ontwrichting van het economische en financiële verkeer. Verdachte heeft ervoor gezorgd dat dit ondermijnende systeem in stand werd gehouden. Daarnaast worden witgewassen gelden weer gebruikt ter financiering van andere misdrijven.

Verder heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs. Hij heeft in een loods stoffen opgeslagen waarmee zeer grote hoeveelheden synthetische drugs konden worden geproduceerd. Daarnaast had verdachte ook daadwerkelijk 21,5 kilogram MDMA opgeslagen in een loods.

Drugs zijn ontwrichtend voor de maatschappij; zijn gaan gepaard met verslavingsproblematiek en bijkomende problemen. De productie en handel van drugs gaat voorts gepaard met zware criminaliteit, veel geweld, gevaar voor de omgeving en milieuschade. Georganiseerde drugshandel ondermijnt ook de rechtsstaat. Niet gebleken is dat verdachte de ernst van dit alles inziet. Hij heeft puur uit eigen gewin gehandeld.

Dat de wereld van de georganiseerde misdaad doorgaans gepaard gaat met geweld blijkt ook uit het feit dat verdachte een vuurwapen met munitie in zijn woning had liggen. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot onveiligheid in de maatschappij. Vuurwapens worden immers gebruikt om te dreigen, af te persen, te verwonden en mensen te doden.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 24 september 2024. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De straf

De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur van de straf gekeken naar de verschillende rollen van de verdachten binnen de criminele organisatie, zoals hiervoor weergegeven.

Verdachte was de leider en had het voor het zeggen. Hij onderhield de contacten en zette de lijnen uit. Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen genomen. Verder weegt de rechtbank mee dat verdachte, nadat hij in 2020 was aangehouden voor witwassen (onderzoek Kristal) zijn witwasactiviteiten onverstoord heeft voortgezet en zijn criminele organisatie heeft uitgebreid met drugshandel. Daarmee heeft hij evenmin inzicht getoond in het laakbare van zijn gedrag of daar afstand van genomen.

De rechtbank weegt al het voorgaande zwaarder dan de officier van justitie en zal daarom een hogere gevangenisstraf dan gevorderd opleggen. Hierbij heeft de rechtbank ook gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. De rechtbank vindt alles afwegende een gevangenisstraf van negen jaar passend en geboden.

Weliswaar is het recht van verdachte op berechting van zijn zaak binnen redelijke termijn ten aanzien van het witwassen van € 10.500.00,- (onderzoek Kristal) en het voorhanden hebben van een pistool in augustus 2020 (onderzoek Kristal) overschreden, maar in het licht van de omvang van de opgelegde straf voor alle bewezenverklaarde feiten bestaat geen grond om aan dat oordeel nog enig ander rechtsgevolg te verbinden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

10 Beslag

10.1.

Voorwerpen en contante gelden

Onder verdachte zijn voorwerpen en geldbedragen in beslag genomen, waarover de rechtbank nog moet beslissen. De rechtbank neemt voor de duidelijkheid de nummering uit de op de zitting overgelegde beslaglijsten hieronder over. Het gaat om:

81-219839-20 (Kristal)

1) 60.000,-- euro _143432

2) 160.980 EUR geld

5) 1 STK Boot_143268 (Omschrijving: 8,2 x 2x2 meter, zonder trailer, merk: Intender 820, bouwjaar 2017)

6) 1 STK scooter (omschrijving: afmeting 40x60x15 in grijze kist, zwart, merk: Sublue _143278)

7) 1 STK motorfiets (omschrijving: inclusief kentekenbewijs deel 1, een HD map met daarin info en facturen en een sleutel van een schijfremslot met hanger van Harley Davidson, Oranje, merk: Harley David _143459

8) 1 STK Horloge (Omschrijving: 18 karaats rosegouden heren polshorloge, Rolex, model Daytona 116505, met bruine wijzerplaat en drie registers, automatisch chronograaf uurwerk, Rose, merk: Rolex _143485)

11) 1 STK portemonnee (omschrijving: Zwart, merk: Gucci_144082)

13) 1 STK zonnebril (omschrijving: Louis Vuitton zonnebril in blauwe Louis Vuitton doos, V _143272)

14) 1 PR schoenen (omschrijving: Bruine Burberry doos met daarin zwart/witte herenschoenen maat 42 nieuw, zwart/wit, merk: Burberry _143277)

15) 1 PR schoenen (omschrijving: Oranje Louis Vuitton doos met daarin zwarte Louis Vuitton schoenen nieuw in doos maat 8,5, zwart, merk: LV _143276

16) 1 STK portemonnee (omschrijving: Burberry zakje met daarin rode Prada beurs, rood, merk: Prada _143244

18) 1 STK portemonnee (omschrijving: Bruine Louis Vuitton doos met zwarte LV beurs, zwart, merk: LV _143246

19) 1 STK rugzak (omschrijving: Gele Louis Vuitton tas met daarin een bruine LV rugzak,

bruin, merk: LV _ 143248)

21) 1 STK tas (omschrijving: witte stoffen Dior zak met daarin een rode handtas merk Dior, rood, merk: Dior _143250

22) 1 STK tas (omschrijving: gele Louis Vuitton tas met daarin een bruine Louis Vuitton shopper, Bruin, merk: LV _143251)

23) 1 STK tas (omschrijving: gele Burberry zak met daarin een geruite Burberry shopper, Burberry _143252)

24) 1 STK tas (omschrijving: zwart, merk: Fendi_143253)

25) 1 STK tas (omschrijving: witte stoffen Prada zak met daarin een rode Prada shopper, rood, merk: Prada _143254)

26) 1 STK tas (omschrijving: bruine stoffen zak met daarin een grijze Gucci tas, grijs, merk: Gucci _143255

27) 1 STK tas (omschrijving: bruin, merk: Bally_143256)

28) 1 STK tas (omschrijving: geel stoffen zakje met daarin een kleine bruine Louis Vuitton handtas, bruin, merk: LV_143257)

29) 1 STK tas (omschrijving: witte stoffen zak Chanel met daarin glimmende zwarte handtas Chanel, zwart, merk: Chanel_143258

30) 1 STK tas (omschrijving: witte stoffen zak met daarin zwarte handtas en bijbehorende riem merk Dior, zwart, merk: Dior _143259

31) 1 STK tas (omschrijving: geel stoffen zakje met daarin een rood ruiten tasje Burberry, rood, merk: Burberry _143260)

32) 1 STK tas (omschrijving: geel stoffen tasje met daarin een zwarte handtas Louis Vuitton, zwart, merk: LV_143261)

34) 1 STK tas (omschrijving: wit stoffen Karl Lagerfeld zak met daarin een zwarte Chanel tas, zwart, merk: Chanel_143263

35) 1 STK tas (omschrijving: zwart satijnen YSL hoes met daarin een paarse clutch van YSL, Paars, merk: YSL _143264)

36) 10.164,38 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245801; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code Q.02.01.001.001; 12.800

Amerikaanse Dollars t.w.v. € 10.164,38)

37) 454,55 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245802; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code 0.02.01.001.002; 3.800 Chinese Yuan t.w.v. € 454,55

38) 398,23 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245803; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code 0.02.01.001.003; 450 Zwitserse Frank t.w.v. € 398,23

39) 766,68 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245801; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code Q.02.01.001.004; 3.700 Poolse Zloty t.w.v. € 766,68

40) 1238 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245801; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code Q.02.01.001.005; 12.600 Hong Kong Dollar t.w.v. € 1.238,94

41) 10.000 EUR geld (omschrijving: OI3325-6067708_143265)

42) 1 STK telefoontoestel (omschrijving: OI3325-6067708_143419, iPhone 11)

43) 1 STK computer (omschrijving: OI3325-6067708_143420, iPad)

81/328715-21 (Highland)

6) 1 STK onroerende registergoederen (omschrijving: onverdeelde helft van de woning aan de [adres 1] , kadastraal bekend gemeente Alkemade, [kadastraal nummer 1] , dossiernummer: [dossiernummer] )

7) 1 STK onroerende registergoederen (omschrijving: onverdeelde helft, kadastrale omschrijving Water, kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, [kadastraal nummer 2] )

8) 3.712,30 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_220824;; documentcode KVI-002-05 ; IBN code C.04.07.002; 4000 Amerikaanse Dollars t.w.v. € 3.712,30)

9) 323,90 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_246229; documentcode KVI-002-05; IBN code C.04.07.003.001; 819 Amerikaanse Dollars t.w.v. € 760,09)

10) 522,96 EUR ibgn 21-4-2023

11) 1.238,96 EUR ibgn 23-04-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_246231; documentcode KVI-002-05; IBN code C.04.07.003.003; 45.950 Thaise Baht t.w.v. € 1.238,96

12) 414,99 EUR ibgn 23-04-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_246232; documentcode KVI-002-05; IBN code C.04.07.003.004; 3.500 Hong Kong Dollar t.w.v. € 414,99

13) 28,58 EUR ibgn 23-04-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_246233; documentcode KVI-002-05; IBN code C.04.07.003.005; 130 Poolse Zloty t.w.v. € 28,58

15) 1.000 EUR ibgn 21-2-2023 (omschrijving: 6069925_220790)

16) 200 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: 6069925_220797)

17) 2.715 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: 6069925_220816)

18) 24.770 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: 6069925_220828)

19) 19.000 EUR obgn 21-4-2023 (omschrijving: 6069925_220829)

20) 270 STK geld vals (omschrijving: OI3325-6069925_220473)

21) 200 STK geld vals (omschrijving: OI3325-6069925_221663)

22) 1 STK telefoontoestel (omschrijving: OI3325-6069925_220465, Oppo)

23) 1 STK telefoontoestel (omschrijving: omschrijving: OI3325-6069925_220826, iPhone)

24) 26,63 EUR (omschrijving: OI3325-6069925_253314 betreft 10000 Hongaarse Forint omgerekend)

25) 12,61 EUR (omschrijving: OI3325-6069925_253315 betreft 25 Arubaanse Florin omgerekend)

26) 1 STK gereedschap geldtelmachine (omschrijving) OI3325-6069925_220480

27) 1 STK Telefoontoestel (omschrijving:OI3325-6069925_220787; Redmi)

10.2.

Standpunt openbaar ministerie en verdediging

Het openbaar ministerie heeft het volgende gevorderd:

Verbeurdverklaring van:

81-219839-20 (Kristal)

  • -

    telefoon (#42)

  • -

    IPad (# 43)

  • -

    Contante geldbedragen aangetroffen in de woning van [verdachte] en het bedrijfspand [adres 2] Nieuw Vennep (totaal € 244.003, te weten: #1, #2, # 36 t/m 41)

81/328715-21 (Highland )

- de telefoons (#22 en # 23 en #27) en geldbedragen voor in totaal € 53.966.

Onttrekking aan het verkeer van:

- vals geld (#20 en #21)

Verder heeft het openbaar ministerie de rechtbank verzocht de overige voorwerpen/gelden terug te geven aan de rechthebbende, omdat hierop conservatoir beslag is/wordt gelegd.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

10.3.

Oordeel van de rechtbank

De volgende hieronder genoemde voorwerpen/gelden worden verbeurd verklaard, omdat:
i) sprake is van een veroordeling wegens enig strafbaar feit

en/of

ii) deze voorwerpen/gelden aan [verdachte] toebehoren of die [verdachte] geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen

en/of

iii) de feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan en/of voorbereid.

81-219839-20 (Kristal)

Alle hiervoor onder 10.1 genoemde voorwerpen/gelden.

81/328715-21 (Highland)

Alle hiervoor genoemde voorwerpen/gelden, met uitzondering van de voorwerpen onder #20 en #21.

De volgende voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer

81/328715-21 (Highland)

Het valse geld: # 20 en # 21.

Het ongecontroleerde bezit hiervan is namelijk in strijd met de wet of het algemeen belang.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

  • -

    33, 33a, 36b, 47, 57, 63, 140, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    2, 10 en 10a van de Opiumwet;

  • -

    26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

12 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart de officieren van justitie ontvankelijk in de strafvervolging.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1 primair, 2, 3 primair, 4, 5, 6 en

zaak B tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Zaak A, feit 1, primair

medeplegen van, van het plegen van witwassen een gewoonte maken

Zaak A, feit 2

als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

Zaak A, feit 3, primair

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Zaak A, feit 4

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Zaak A, feit 5

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

Zaak A, feit 6

medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

Zaak B

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 (negen) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

81-219839-20 (Kristal)

1) 60.000,-- euro _143432

2) 160.980 EUR geld

5) 1 STK Boot_143268 (Omschrijving: 8,2 x 2x2 meter, zonder trailer, merk: Intender 820, bouwjaar 2017

6) 1 STK scooter (omschrijving: afmeting 40x60x15 in grijze kist, zwart, merk: Sublue _143278)

7) 1 STK motorfiets (omschrijving: inclusief kentekenbewijs deel 1, een HD map met daarin info en facturen en een sleutel van een schijfremslot met hanger van Harley Davidson, Oranje, merk: Harley David _143459

8) 1 STK Horloge (Omschrijving: 18 karaats rosegouden heren polshorloge, Rolex, model Daytona 116505, met bruine wijzerplaat en drie registers, automatisch chronograaf uurwerk, Rose, merk: Rolex _143485

11) 1 STK portemonnee (omschrijving: Zwart, merk: Gucci_144082)

13) 1 STK zonnebril (omschrijving: Louis Vuitton zonnebril in blauwe Louis Vuitton doos, V _143272)

14) 1 PR schoenen (omschrijving: Bruine Burberry doos met daarin zwart/witte herenschoenen maat 42 nieuw, zwart/wit, merk: Burberry _143277)

15) 1 PR schoenen (omschrijving: Oranje Louis Vuitton doos met daarin zwarte Louis Vuitton schoenen nieuw in doos maat 8,5, zwart, merk: LV _143276

16) 1 STK portemonnee (omschrijving: Burberry zakje met daarin rode Prada beurs, rood, merk: Prada _143244

18) 1 STK portemonnee (omschrijving: Bruine Louis Vuitton doos met zwarte LV beurs, zwart, merk: LV _143246

19) 1 STK rugzak (omschrijving: Gele Louis Vuitton tas met daarin een bruine LV rugzak,

bruin, merk: LV _ 143248)

21) 1 STK tas (omschrijving: witte stoffen Dior zak met daarin een rode handtas merk Dior, rood, merk: Dior _143250

22) 1 STK tas (omschrijving: gele Louis Vuitton tas met daarin een bruine Louis Vuitton shopper, Bruin, merk: LV _143251)

23) 1 STK tas (omschrijving: gele Burberry zak met daarin een geruite Burberry shopper, Burberry _143252)

24) 1 STK tas (omschrijving: zwart, merk: Fendi_143253)

25) 1 STK tas (omschrijving: witte stoffen Prada zak met daarin een rode Prada shopper, rood, merk: Prada _143254)

26) 1 STK tas (omschrijving: bruine stoffen zak met daarin een grijze Gucci tas, grijs, merk: Gucci _143255

27) 1 STK tas (omschrijving: bruin, merk: Bally_143256)

28) 1 STK tas (omschrijving: geel stoffen zakje met daarin een kleine bruine Louis Vuitton handtas, bruin, merk: LV_143257)

29) 1 STK tas (omschrijving: witte stoffen zak Chanel met daarin glimmende zwarte handtas Chanel, zwart, merk: Chanel_143258

30) 1 STK tas (omschrijving: witte stoffen zak met daarin zwarte handtas en bijbehorende riem merk Dior, zwart, merk: Dior _143259

31) 1 STK tas (omschrijving: geel stoffen zakje met daarin een rood ruiten tasje Burberry, rood, merk: Burberry _143260)

32) 1 STK tas (omschrijving: geel stoffen tasje met daarin een zwarte handtas Louis Vuitton, zwart, merk: LV_143261)

34) 1 STK tas (omschrijving: wit stoffen Karl Lagerfeld zak met daarin een zwarte Chanel tas, zwart, merk: Chanel_143263

35) 1 STK tas (omschrijving: zwart satijnen YSL hoes met daarin een paarse clutch van YSL, Paars, merk: YSL _143264)

36) 10.164,38 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245801; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code Q.02.01.001.001; 12.800

Amerikaanse Dollars t.w.v. € 10.164,38)

37) 454,55 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245802; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code 0.02.01.001.002; 3.800 Chinese Yuan t.w.v. € 454,55

38) 398,23 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245803; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code 0.02.01.001.003; 450 Zwitserse Frank t.w.v. € 398,23

39) 766,68 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245801; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code Q.02.01.001.004; 3.700 Poolse Zloty t.w.v. € 766,68

40) 1238 EUR ibgn 31-8-2020 (omschrijving: OI3325-6067708_245801; documentcode KVI-Q.02.01.001-subnummers; IBN code Q.02.01.001.005; 12.600 Hong Kong Dollar t.w.v. € 1.238,94

41) 10.000 EUR geld (omschrijving: OI3325-6067708_143265)

42) 1 STK telefoontoestel (omschrijving: OI3325-6067708_143419, iPhone 11)

43) 1 STK computer (omschrijving: OI3325-6067708_143420, iPad)

81/328715-21

6) 1 STK onroerende registergoederen (omschrijving: onverdeelde helft van de woning aan de [adres 1] , kadastraal bekend gemeente Alkemade, [kadastraal nummer 1] , dossiernummer: [dossiernummer] )

7) 1 STK onroerende registergoederen (omschrijving: onverdeelde helft, kadastrale omschrijving Water, kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, [kadastraal nummer 2] )

8) 3.712,30 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_220824;; documentcode KVI-002-05 ; IBN code C.04.07.002; 4000 Amerikaanse Dollars t.w.v. € 3.712,30)

9) 323,90 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_246229; documentcode KVI-002-05; IBN code C.04.07.003.001; 819 Amerikaanse Dollars t.w.v. € 760,09)

10) 522,96 EUR ibgn 21-4-2023

11) 1.238,96 EUR ibgn 23-04-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_246231; documentcode KVI-002-05; IBN code C.04.07.003.003; 45.950 Thaise Baht t.w.v. € 1.238,96

12) 414,99 EUR ibgn 23-04-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_246232; documentcode KVI-002-05; IBN code C.04.07.003.004; 3.500 Hong Kong Dollar t.w.v. € 414,99

13) 28,58 EUR ibgn 23-04-2023 (omschrijving: OI3325-6069925_246233; documentcode KVI-002-05; IBN code C.04.07.003.005; 130 Poolse Zloty t.w.v. € 28,58

15) 1.000 EUR ibgn 21-2-2023 (omschrijving: 6069925_220790)

16) 200 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: 6069925_220797)

17) 2.715 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: 6069925_220816)

18) 24.770 EUR ibgn 21-4-2023 (omschrijving: 6069925_220828)

19) 19.000 EUR obgn 21-4-2023 (omschrijving: 6069925_220829)

20) 270 STK geld vals (omschrijving: OI3325-6069925_220473)

23) 1 STK telefoontoestel (omschrijving: omschrijving: OI3325-6069925_220826, iPhone)

24) 26,63 EUR (omschrijving: OI3325-6069925_253314 betreft 10000 Hongaarse Forint omgerekend)

25) 12,61 EUR (omschrijving: OI3325-6069925_253315 betreft 25 Arubaanse Florin omgerekend)

26) 1 STK gereedschap geldtelmachine (omschrijving) OI3325-6069925_220480

27) 1 STK Telefoontoestel (omschrijving:OI3325-6069925_220787; Redmi)

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

21) 200 STK geld vals (omschrijving: OI3325-6069925_221663)

22) 1 STK telefoontoestel (omschrijving: OI3325-6069925_220465, Oppo)

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.B.W. Beekman, voorzitter,

mrs. A.H.E. van der Pol en Ch.A. van Dijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Madiol, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 februari 2025.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen uit het dossier met nummer 69925 (onderzoek Highland), volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Eveneens is het digitale paginanummer vermeld. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 INF-I-011 (p. 5812-5815), p. 5813, dp. 5829.

3 INF-I-011 (p. 5812-5815), p. 5814, dp. 5830.

4 INF-I-012 (p. 5820-5823), p. 5821, dp. 5837.

5 INF-B-013 (p. 5826-5827), p. 5827, dp. 5843.

6 INF-I-014 (p. 5832-5834), p. 5833, dp. 5849.

7 INF-I-015 (p. 5839-5843), p. 5840, dp. 5856.

8 INF-I-015 (p. 5839-5843), p. 5841 e.v., dp. 5857 en 5858.

9 INF-I-016 (p. 5848-5850), p. 5849, dp. 5865.

10 INF-I-019 (p. 5869-5871), p. 5871, dp. 5887.

11 INF-I-026 (p. 5909-5911), p. 5910, dp. 5926.

12 INF-I-028 (p. 5922-5924), p. 5922, dp. 5938.

13 INF-I-030 (p. 5937-5940), p. 5938, dp. 5954.

14 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1847 e.v., dp. 1855; AMB-035 (p. 2287-2290), p. 2287, dp. 2295.

15 IBN-017-01 (van DOC 211, nazending 104 pgs) (p. 13147-13194), p. 13152, dp. 49; Verklaring [verdachte] ter zitting van 10 december 2024.

16 Verklaring [verdachte] ter zitting van 10 december 2024.

17 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2590, dp. 2598.

18 AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2451 e.v., dp. 2459.

19 DOC-266 (p. 13089-13093), p. 13090, dp. 13108.

20 AMB-001 (p. 1551-1577), p. 1557, dp. 1565.

21 AMB-001 (p. 1551-1577), p. 1557, dp. 1565.

22 IBN-002-04 (p. 4783-4805), p. 4789/dp.4801; AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2454, dp. 2462.

23 IBN-004-03 (p.4888-4910), p. 4903, dp. 4916; AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2452, dp. 2460.

24 AMB-001 (p. 1551-1577), p. 1563, dp. 1571.

25 AMB-001 (p. 1551-1577), p. 1563, dp. 1571; DOC-231 (p. 9281-9653), p. 9483, dp. 9501.

26 INF-I-014 (p. 5832-5834), p.5833 e.v, dp. 5849 ev.

27 G-06-01 (p. 1507-1524), p. 1508, dp. 1515.

28 IBN-003-04 (p. 4834-48680), p. 4842, dp. 4854.

29 AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2455, dp. 2463.

30 IBN-003-04 (p. 4834-48680), p. 4843, dp. 4855.

31 IBN-003-04 (p. 4834-48680), p. 4843, dp. 4855; AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2455 e.v., dp. 2463.

32 IBN-006-03a (p. 4980-4993), p.4986 en 4990, dp. 4999 en dp. 5003; AMB-040 (p. 2296-2297), p. 2296, dp. 2304 e.v. In IBN-006-03 staat de Xiaomi telefoon onder nummer 18 vermeld. In de vertaling IBN-006-03a staat de Xiaomi telefoon vermeld onder nummer 17. In AMB-040 staat bij de Xiaomi telefoon als Hongaarse IBN code nummer 18 vermeld. Aangezien er bij de doorzoeking van de woning door [medeverdachte 3] één Xiaomi telefoon in beslag is genomen gaat de rechtbank ervan uit dat het om een en dezelfde telefoon gaat en dat in de vertaling abusievelijk 17 als code voor deze telefoon is genoteerd in plaats van 18.

33 V-06-03 (nazending, p. 1-9), p. 5.

34 AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2456 e.v., dp. 2464.

35 AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2457 e.v., dp. 2465.

36 V-06-03 (nazending, p. 1-9), p. 6.

37 IBN-006-04a (p. 5004-5012), p. 5011, dp. 5024, postnummer 19; AMB-040 (p. 2296-2297), p. 2296, dp. 2304; AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2456 e.v., dp. 2464.

38 AMB-019 (p. 1994-1997), p. 1994, dp. 2002.

39 AMB-019 (p. 1994-1997), p. 1995, dp. 2003.

40 AMB-019 (p. 1994-1997), p. 1995 e.v., dp. 2003.

41 AMB-019 (p. 1994-1997), p. 1997, dp. 2005.

42 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2590 e.v., dp. 2598; DOC-228 (p. 7868-8203) dp.7886.

43 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2603 e.v., dp. 2611; DOC-229 (p. 8204-8296), dp. 8222.

44 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2615 e.v., dp. 2623; DOC-230 (p. 8297-9280), dp. 8315.

45 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2653 e.v., dp. 2661; DOC-231 (p. 9281-9653), dp. 9299.

46 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2600, dp. 2592.

47 AMB-014 (p. 1826-1837), p. 1833, dp. 1841.

48 AMB-014 (p. 1826-1837), dp. 1834; DOC-019 (p. 6166-6168), dp. 6184; DOC-020 (p. 6169-6176), dp. 6187; DOC-021 (p. 6177-6182), dp. 6195; DOC-022 (p. 6183-6188), dp. 6201.

49 AMB-014 (p. 1826-1837), p. 1827, dp. 1835; DOC-019 (p. 6166-6168), dp. 6184.

50 AMB-014 (p. 1826-1837), p. 1828, dp. 1836; DOC-020 (p. 6169-6176), dp. 6187.

51 AMB-014 (p. 1826-1837), p. 1829, dp. 1837; DOC-021 (p. 6177-6182), dp. 6195.

52 AMB-014 (p. 1826-1837), p. 1830, dp. 1838; DOC-022 (p. 6183-6188), dp 6201.

53 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2590 e.v., dp. 2598; DOC-228 (p. 7868-8203) dp.7886.

54 DOC-228 (p. 7868-8203), p. 7877 e.v., dp. 7895.

55 DOC-228 (p. 7868-8203), p. 7887 e.v., dp. 7905.

56 DOC-228 (p. 7868-8203), p. 7890 e.v., dp. 7908.

57 DOC-228 (p. 7868-8203), p. 7931, dp.7949.

58 DOC-228 (p. 7868-8203), p. 7935, dp.7953

59 DOC-228 (p. 7868-8203), p. 7944, dp.7962.

60 DOC-228 (p. 7868-8203), p. 7957, dp.7975.

61 DOC-228 (p. 7868-8203), p. 7958, dp.7976.

62 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2615 e.v., dp. 2623; DOC-230 (p. 8207-9280), dp. 8315.

63 DOC-230 (p. 8207-9280), p. 8325 e.v., dp. 8343.

64 DOC-230 (p. 8207-9280), p. 8339, dp. 8347.

65 DOC-230 (p. 8207-9280), p. 8361 e.v., dp. 8379.

66 DOC-230 (p. 8207-9280), p. 8382, dp. 8400.

67 DOC-230 (p. 8207-9280), p. 8461 e.v., dp. 8479.

68 DOC-230 (p. 8207-9280), p. 8536, dp. 8554.

69 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2653 e.v., dp. 2661; DOC-231 (p. 9281-9653), dp. 9299.

70 DOC-231 (p. 9281-9653), p. 9428, dp. 9446 e.v.

71 DOC-231 (p. 9281-9653), p. 9434, dp. 9452.

72 DOC-231 (p. 9281-9653), p. 9441 e.v., dp. 9459.

73 DOC-231 (p. 9281-9653), p. 9444 e.v., dp. 9462.

74 DOC-231 (p. 9281-9653), p. 9495, dp. 9513.

75 DOC-231 (p. 9281-9635), p. 9299, dp. 9317.

76 DOC-231 (p. 9281-9635), p. 9306, dp. 9324.

77 DOC-231 (p. 9281-9635), p. 9627, dp. 9645.

78 AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2590, dp. 2598.

79 AMB-016 (p. 1969-1979), p. 1969, dp. 1977 e.v.; DOC-067 (p. 6336-6342), dp 6354.

80 DOC-067 (p. 6336-6341), p. 6336 en 6337, dp. 6354 en 6355.

81 DOC-067 (p. 6336-6341), p. 6340 en 6341, dp. 6358 en 6359.

82 AMB-016 (p. 1969-1979), p. 1970, dp. 1978; DOC-068 (p. 6342-6343), dp. 6360.

83 AMB-016 (p. 1969-1979), p. 1970 e.v., dp. 1978 e.v.; DOC-069 (p. 6344-6377), dp. 6362.

84 DOC-069 (p. 6344-6377), p. 6345-6346, dp. 6363.

85 DOC-069 (p. 6344-6377), p. 6346-6349, dp. 6364.

86 DOC-069 (p. 6344-6377),p. 6350-6359, dp. 6368.

87 DOC-069 (p. 6344-6377), p. 6362, dp. 6380 e.v..

88 DOC-069 (p. 6344-6377), p. 6360 en 6361, dp. 6378 en 6379.

89 AMB-016 (p. 1969-1979), p. 1974 e.v., dp. 1982 e.v.; DOC-070 (p. 6378-6409).

90 DOC-070 (p. 6378-6409), p. 6378, 6380, dp. , 6398.

91 DOC-070 (p. 6378-6409), p. 6388 e.v., dp. 6406 e.v.

92 DOC-070 (p. 6378-6409), p. 6397, dp. 6415.

93 DOC-070 (p. 6378-6409), p. 6398, dp. 6416.

94 DOC-070 (p. 6378-6409), p. 6399-6402, dp. 6417.

95 DOC-070 (p. 6378-6409), p. 6403-6405, dp.6421.

96 DOC-070 (p. 6378-6409), p. 6403-6405, dp.6422 e.v..

97 DOC-069 (p. 6344-6377), p. 6348, dp. 6366.

98 DOC-069 (p. 6344-6377), p. 6344, dp. 6362.

99 INF-I-015 (p. 5839-5843), p. 5840, dp. 5856.

100 DOC-069 (p. 6344-6377), p. 6348-6350, dp. 6366.

101 DOC-070 (p. 6378-6409), p. 6402, dp. 6420.

102 V‐03‐04 (nazending, p.1-11), p. 6 en 7; AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1856, dp. 1864.

103 AMB-056 (p. 2377-2411), p. 2387, dp. 2395.

104 V-06-03 (nazending, p. 1-9), p. 5-6.

105 V-11-02 (p. 1442-1451), p. 1448 e.v., dp. 1455.

106 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2481, dp. 2489.

107 V‐03‐04 (nazending, p.1-11), p. 7 laatste alinea; AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1856, dp. 1864.

108 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1849-1857, dp. 1857.

109 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1857-1859, dp. 1865.

110 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1862-1863, dp. 1870.

111 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1863-1865, dp. 1871.

112 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1865-1868, dp. 1873.

113 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1887, dp. 1895.

114 V-06-02 (a) (p. 1388-1403), p. 1394 een na laatste alinea, dp. 1400.

115 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1887-1897, dp. 1895.

116 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1899-1902, dp. 1907.

117 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1905-1910, dp. 1913.

118 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1910-1915, dp. 1919.

119 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1916-1921, dp. 1924.

120 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1935-1937, dp. 1943.

121 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1939, dp. 1947.

122 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1939-1942, dp. 1947.

123 AMB-011 (p. 1613-1764), bijlage 1, p. 1759 e.v., dp. 1767.

124 AMB-015 (p. 1838-1968), bijlage I, p. 1963-1968, dp. 1971.

125 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2481-2482, dp. 2489-2490.

126 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2480, dp. 2488.

127 AMB-056 (p. 2377-2411), p. 2401, dp. 2454.

128 AMB-059 (p. 2440-2450), p. 2446-2447, dp. 2454.

129 AMB-024 (p. 2048-2065), p. 2061, dp. 2069.

130 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2483, dp. 2491; OBS-050 (p. 4610-4656), dp. 4620; OBS-050a (p. 4657-4666), dp. 4667.

131 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2483-2485, dp. 2491.

132 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2487, dp. 2495.

133 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2492, dp. 2500.

134 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2493, dp. 2501; OBS-050a (p. 4657-4666), p. 4659, dp. 4669.

135 AMB-059 (p. 2440-2450), p. 2441-2443, dp. 2449-2451; DOC-013, p. 6079, dp. 6079.

136 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1865-1867, dp. 1873.

137 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1917-1920, dp. 1925.

138 AMB-059 (p. 2440-2450), p. 2444-2446, dp. 2452; DOC-013, p. 6079, dp. 5079.

139 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1856, dp. 1864.

140 V‐03‐04 (nazending, p.1-11), p. 6 en 7; AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1856, dp. 1864.

141 AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1856, dp. 1864.

142 DOC-002 (p. 6005-6007), p. 6005, dp. 6023.

143 AMB-064 (p. 2544-2563), p. 2545, dp. 2553.

144 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2477 dp. 2485; DOC-208, p. 7440, dp. 7458.

145 RHV-005-05 (p. 5372-5373), p. 5372, dp. 5386.

146 AMB-064 (p. 2544-2563), p. 2546 en 2560, dp. 2554.

147 RHV-006-03 (p. 5420-5430), p. 5426, dp. 5443.

148 AMB-064 (p. 2544-2563), p. 2548, dp. 2556.

149 RHV-006-03 (p. 5420-5430), p. 5426, dp. 5443.

150 ZD-001 (p. 941-1023), p. 985-986, dp. 989.

151 DOC-023 (p. 6189-6200), p. 6193, dp. 6211.

152 AMB-035 (p. 2287-2290), p. 2287, dp. 2295

153 INF-I-015 (p. 5839-5843), p. 5840, dp. 5856; INF-I-030 (p. 5937-5940), p. 5938, dp. 5954.

154 ZD-001 (p. 941-1023), p. 992, dp. 996.

155 ZD-001 (p. 941-1023), p. 992-995, dp. 996.

156 ZD-001 (p. 941-1023), p. 995 e.v., dp. 999; AMB-072 (p. 2588-2709), p. 2695 e.v., dp. 2703; DOC-224 (p.7680-7703), p. 7701 e.v., dp. 7719.

157 ZD-001 (p. 941-1023), p. 997, dp. 1001.

158 ZD-001 (p. 941-1023), p. 997 e.v., dp. 1001; DOC-251a (tabblad [naam 34] ), p. 12959, dp. 12977.

159 ZD-001 (p. 941-1023), p. 998 e.v., dp. 1002; DOC-251a (tabblad [naam 34] ), p. 12959, dp. 12977.

160 ZD-001 (p. 941-1023), p. 999, dp. 1003; AMB-015 (p. 1838-1968), p. 1951-1957, dp. 1959.

161 ZD-001 (p. 941-1023), p. 999-1000, dp. 1003; DOC-221 (p. 7482-7533), p. 7505 e.v., dp. 7523.

162 ZD-001 (p. 941-1023), p. 1001-1006, dp. 1005; DOC-225 (p. 7704-7770), p. 7723 e.v. dp. 7741.

163 AMB-022 (p. 2026-2034), p. 2026-2027, dp. 2034.

164 AMB-022 (p. 2026-2034), p. 2028, dp. 2036.

165 INF-B-016 (p. 5846-5847), p. 5847, dp. 5863.

166 AMB-022 (p. 2026-2034), p. 2032-2034, dp. 2040.

167 V‐03‐04 (nazending, p.1-11), p. 6.

168 V‐03‐04 (nazending, p.1-11), p. 6.

169 AMB-065 (p. 2564-2576), p. 2572, dp. 2580.

170 AMB-065 (p. 2564-2576), p. 2572, dp. 2580.

171 AMB-065 (p. 2564-2576), p. 2572, dp. 2580.

172 V-05-009 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 3.

173 V-05-009 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 6.

174 V-05-005 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 5.

175 V-05-009 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 13.

176 V-05-009 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 7, derde alinea.

177 V-05-009 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 12, onderaan.

178 V-01-002 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 4.

179 AMB-052 van DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7024 e.v., dp. 7042.

180 V-05-009 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 6 onderaan.

181 AMB-052 van DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7024 e.v., dp. 7042.

182 AMB-052 van DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7037 e.v., dp. 7055.

183 AMB-052 van DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7045, dp. 7063.

184 AMB-052 van DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7046 e.v., dp. 7064.

185 AMB-052 van DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7050, p. 7052 e.v. , dp. 7068.

186 AMB-052 van DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7055, dp. 7073.

187 G-01-01 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 3, onderaan, p.4, vierde alinea.

188 AMB-052 van DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7059 e.v., dp. 7077.

189 V-05-009 (nazending onderliggende stukken DOC-178), p. 6 onderaan, p. 7 bovenaan.

190 DOC-178 (p. 7011-7083), p. 7080, dp. 7098.

191 Er is gerekend met de gemiddelde koers van 1 januari 2019 en 30 juni 2020, de periode waarin de bedragen in het bancaire systeem rondgingen. Gemiddelde koers ¥ (7,8859+7,9360)/2 = 7,91095 en gemiddelde koers $ (0,8724+0,8902)/2 = 0,8813 (zie DOC-178 (p. 7011-7083) AMB-052, p. 7080, dp. 7098).

192 IBN-004-03 (p. 4888-4910), p. 4892, dp. 4904; ZD-001-02 (ongenummerde nazending 31 pgs incl. bijlagen), dp. 1, 2 en KVI-001-04, dp. 11 e.v.

193 V-11-03 (p. 1452-1457), p. 1456, dp. 1462.

194 DOC-225 (p. 7704-7770), p. 7769 e.v. dp. 7787.

195 IBN-001-04 (p. 4729-4754); ZD-001-02 (ongenummerde nazending 31 pgs incl. bijlagen), dp. 1, 2 en KVI-002-04, dp. 3 e.v.

196 INF-I-011 (p. 5812-5815), p. 5813 e.v., dp. 5829.

197 INF-I-013 (p. 5828-5829), p. 5829, dp. 5845; INF-B-013 (p. 5826-5827), p. 5827, dp. 5843; INF-B-032 (p. 5959-5993) inclusief bijlagen, p. 5987, dp. 6003.

198 IBN-003-04 (p. 4834-4868), p. 4843, dp. 4855.

199 INF-I-012 (p. 5820-5823), p. 5823, dp. 5839.

200 INF-I-012 (p. 5820-5823), p. 5823, dp. 5839.

201 INF-I-014 (p. 5832-5834), p. 5833 e.v, dp. 5849.

202 ZD-003 (p. 1125-1145), p. 1134 e.v., dp. 1138; DOC-157a (p. 6688-6722), p. 6688 e.v., dp. 6706.

203 ZD-003 (p. 1125-1145), p. 1135 e.v, dp. 1135.; DOC-167 (p. 6778-6780), p. 6780, dp. 6798; DOC-232 (p. 9654-9692), p. 9659, dp. 9677; DOC-078, p. 6417, dp. 6435.

204 ZD-003 (p. 1125-1145), p. 1135 e.v, dp. 1135; DOC-167 (p. 6778-6780), p. 6779, dp. 6797; DOC-232 (p. 9654-9692), p. 9661, dp. 9679; DOC-079, p. 6418, dp. 6436.

205 INF-B-032 (p. 5959-5993) inclusief bijlagen, p. 5970, dp. 5986.

206 DOC‐071, p. 6410, dp. 6428; DOC‐072, p. 6411, dp. 6429.

207 INF-I-015 (p. 5839-5843), p. 5840 en 5842, dp. 5856.

208 INF-I-015 (p. 5839-5843), p. 5843, dp. 5859.

209 ZD-003 (p. 1125-1145), p. 1137 e.v., dp. 1141; DOC-232 (p. 9654-9692), p. 9683, dp. 9701; DOC-081, p. 6420, dp. 6438.

210 ZD-003 (p. 1125-1145), p. 1137 e.v., dp. 1141; DOC-232 (p. 9654-9692), p. 9681, dp. 9699; DOC-080, p. 6419, dp. 6437.

211 AMB-033, p. 2286, dp. 2294.

212 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1162 e.v., dp. 1166.

213 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1163 e.v., dp. 1167.

214 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1172 e.v., dp. 1177.

215 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1165 e.v., dp. 1169.

216 AMB-033, p. 2286, dp. 2294.

217 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1187 e.v., dp. 1191.

218 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1189 e.v., dp. 1193.

219 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1190 e.v., dp. 1195.

220 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1192 e.v., dp. 1196.

221 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1192 e.v., dp. 1196.

222 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1192 e.v., dp. 1196; DOC-185 (p. 7137-7138), p. 7137, dp. 7155.

223 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1199 e.v., dp. 1203; DOC-175 (p. 6929-6996), p. 6932, dp. 6950.

224 IBN‐005‐03 (p. 4951-4956), p. 4956 , dp. 4969.

225 DOC-139 (p. 6582-6607), p. 6583 e.v., dp. 6601.

226 DOC‐138 (p. 6577-6581), p. 6579, dp. 6597.

227 DOC-139 (p. 6582-6607), p. 6583, dp. 6601.

228 DOC-220 (p. 7476-7481), p. 7479 e.v., dp. 7497.

229 DOC-139 (p. 6582-6607), p. 6584, dp. 6602.

230 DOC-220 (p. 7476-7481), p. 7479 e.v., dp. 7497.

231 DOC-220 (p. 7476-7481), p. 7479 e.v., dp. 7497.

232 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2464, dp. 2472; DOC-129 (p. 6529-6542), p. 6529, dp. 6547; DOC-131 (p. 6546-6552), dp. 6564.

233 G‐011‐01(p. 1538-1545), p. 1539, dp. 1546.

234 G‐011‐01(p. 1538-1545), p. 1540, tweede alinea, dp. 1547.

235 IBN-005-01 (4942-4948), p. 4946, dp. 4959; BOB-069-01 (p. 4238-4244), dp. 4238.

236 RHV-005-05 (p. 5372-5373), p. 5372, dp. 5386.

237 IBN-005-01 (4942-4948), p. 4946, dp. 4959; BOB-069-01 (p. 4238-4244), dp. 4238.

238 G‐011‐01(p. 1538-1545), p. 1542, bovenaan, dp. 1549.

239 V-14-01 (p. 1482-1497), p. 1483 en 1487, dp. 1475.

240 AMB-030 (p. 2249-2268), p. 2262, dp. 2270.

241 AMB-061 (p. 2461-2498), p. 2476, dp. 2482.

242 V‐03‐04 (nazending, p.1-11), p. 9.

243 IBN‐005‐03 (p. 4951-4956), p. 4953, dp. 4966.

244 AMB-062 (p. 2499-2515), p. 2506, dp. 2514.

245 VD-06-12 (p. 714-758), p. 740, dp. 743; DOC-190 (p. 7169-7183), p. 7171 e.v., dp. 7189.

246 AMB-060 (p. 2451-2460), p. 2456 e.v., dp. 2464.

247 VD-06-12 (p. 714-758), p. 740, dp. 743; (DOC-190, dp. 7187).

248 INF-I-015 (p. 5839-5843), p. 5843, dp. 5859.

249 INF-I-016 (p. 5848-5850), p. 5849, dp. 5865.

250 IBN‐001‐04 (p. 4729-4754), p. 4734 , dp. 4746; IBN-001-05 (p. 4755-4756), p. 4755, dp. 4767.

251 IBN-018 (van DOC-211, nazending 1 van 104 pgs) (p. 13159-13169), p. 13161, dp. 58.

252 Verklaring [verdachte] ter zitting van 20 november 2024.

253 AMB-070 (van DOC-211, nazending 1 (p. 13139-13144), p. 13139, dp. 36.

254 AMB-028 (p. 2239-2243), dp. 2247.

255 INF-I-026 (p. 5909-5911), p. 5910, dp. 5926.

256 ZD-005 (p. 1146-1216), p.1199 e.v., dp. 1203; DOC-175 (p. 6929-6996), p. 6932, dp. 6950.

257 G‐04‐01 (p. 1502-1506), p. 1503, dp. 1510.

258 ZD-002 (p. 1024-1124), p. 1059, dp. 1063; AMB-027 (p. 2211-2238), p. 2218, dp. 2226.

259 INF-I-028 (p. 5922-5924), p. 5922, dp. 5938.

260 ZD-002 (p. 1024-1124), p. 1067, dp. 1071; DOC-222 (p. 7534-7536), dp. 7552 e.v.

261 AMB-027 (p. 2211-2238), p. 2231, dp. 2239.

262 AMB-077 (nazending van 120 pgs), p. 13215 e.v., dp. 9.

263 ZD-002 (p. 1024-1124), p.1057, dp. 1061; DOC‐172, p. 6845.

264 ZD-002 (p. 1024-1124), p.1057, dp. 1061; DOC‐172, p. 6844.

265 ZD-002 (p. 1024-1124), p.1044, dp 1048.

266 ZD-002 (p. 1024-1124), p. 1049, dp. 1053; DOC-229 (p. 8204-8296), dp. 8222

267 ZD-002 (p. 1024-1124), p. 1035 e.v., dp. 1039; AMB-015 (p. 1838-1968) met bijlage, p. 1963 e.v., dp. 1971.

268 AMB-027 (p. 2211-2238), p. 2227 e.v., dp. 2235.

269 ZD-002 (p. 1024-1124), p. 1076 e.v. , dp. 1080; INF‐B‐027 (p. 5914-5916), dp. 5930; DOC-221 (p. 7482-7533), dp. 7500.

270 ZD-002 (p. 1024-1124), p. 1067, dp. 1071 e.v.

271 ZD-002 (p. 1024-1124), p. 1090 e.v., dp. 1094; DOC‐191 (p. 7182-7227), dp. 7200.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.