1.7.
Op 3 april 2014 is aangenomen de Richtlijn 2014/40/EU betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (hierna: de Richtlijn). In artikel 20 van de Richtlijn staan de eisen vermeld die aan e-sigaretten worden gesteld. In artikel 29 van de Richtlijn staat een omzetbepaling, die voor zover thans relevant luidt als volgt:
“
Omzetting
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 20 mei 2016 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.
De lidstaten passen die bepalingen toe met ingang van 20 mei 2016, onverminderd artikel 7, lid 14, artikel 10, lid 1, onder e), artikel 15, lid 13, en artikel 16, lid 3.
(…)”
1.9.
In een brief van 8 juli 2014 aan de deelnemers aan het ROW staat, voor zover thans relevant, vermeld:
“(…) Het was prettig te vernemen dat de wens gedeeld wordt om regelgeving op te stellen die als doel heeft de nicotinehoudende e-sigaret door te ontwikkelen tot een product dat zo veilig mogelijk is voor de Nederlandse consument.
Tijdens het overleg is u toegezegd dat u geïnformeerd zou worden over de aanpassingen die zijn gemaakt naar aanleiding van uw input in de AMvB ‘Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret’ en de nota van toelichting. Dit heeft mede tot doel dat u uw achterban tijdig kunt informeren over de veranderingen die met invoering van het warenwetbesluit gevolg zullen krijgen. (…)
Tegen deze achtergrond is een afweging gemaakt van de gemaakte opmerkingen, wat tot een aantal aanpassingen in de wetstekst en/of de nota van toelichting heeft geleid (met betrekking tot de artikelen 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 12 en 13). Omdat de AMvB inmiddels in aangepaste vorm is voorgelegd aan de Ministerraad, is op dit moment een geheimhoudingsplicht van kracht. Dat is ook de reden waarom de laatste versie van de AMvB niet is toegevoegd in de bijlage. (…)
Enkele voorbeelden van de gemaakte aanpassingen in de wetstekst zijn vervanging van de formulering ‘verzekert’ door ‘mogelijk maakt’ en ‘nicotineafgifte per dosis’ door in mg per ml’. De artikelgewijze toelichting in de nota van toelichting is op diverse punten uitgebreid. (…)
Aan het verzoek van de marktpartijen een jaar de tijd te geven voor het voldoen aan de nieuwe regels is, in lijn met de reactie van de voorzitter hierop tijdens het ROW, geen gehoor gegeven, omdat de ondernemers door het ROW al tijdig op de hoogte zijn gebracht van de regelgeving die op hun producten van toepassing zal worden. (…)”
1.10.
Op 28 november 2014 is het Besluit van 24 november 2014, houdende tijdelijke regels met betrekking tot de elektronische sigaret (hierna: het Warenwetbesluit) in het Staatsblad gepubliceerd. De artikelen 3, 5 en 8 van dit besluit luiden als volgt:
Artikel 3
1. Een elektronische sigaret wordt slechts in de handel gebracht indien deze in de vorm is van een wegwerpproduct, of indien deze door middel van een navulverpakking en een reservoir navulbaar is of herlaadbaar is met een patroon voor eenmalig gebruik.
2. Een elektronische sigaret geeft per merk en type bij gebruik onder normale en vergelijkbare omstandigheden, op vergelijkbare wijze nicotinedoses af.
3. Een navulreservoir van een navulbare elektronische sigaret heeft een volume van ten hoogste 2 ml.
1. Nicotinehoudende vloeistof wordt slechts in de handel gebracht, indien:
a. de vloeistof is verpakt in een navulverpakking met een volume van ten hoogste 10 ml, in een elektronische sigaret in de vorm van een wegwerpproduct of in patronen voor eenmalig verbruik, met dien verstande dat patronen en reservoirs van een elektronische sigaret in de vorm van een wegwerpproduct, een volume hebben van ten hoogste 2 ml;
b. de vloeistof niet meer nicotine dan 20 mg/ml bevat;
c. er bij de productie van de vloeistof uitsluitend zuivere ingrediënten zijn gebruikt; en
d. er behalve nicotine, uitsluitend ingrediënten zijn gebruikt die, zowel in verhitte als in onverhitte toestand, niet gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de mens.
2. Nicotinehoudende vloeistof bevat geen van de volgende additieven:
a. vitaminen of andere additieven die de indruk wekken dat een elektronische sigaret gezondheidsvoordelen biedt of minder gezondheidsrisico’s oplevert;
b. cafeïne, taurine of andere additieven en stimulerende chemische verbindingen die in verband worden gebracht met energie en vitaliteit;
c. additieven die emissies kleuren;
d. additieven die de inhalatie of opname van nicotine faciliteren; en
e. additieven die in onverhitte vorm kankerverwekkend, mutageen of reprotoxisch zijn.
Artikel 8
1. Op een verpakkingseenheid en een eventuele buitenverpakking wordt, indien van toepassing, de volgende waarschuwing aangebracht: «Dit product bevat de zeer verslavende stof nicotine. Het gebruik ervan wordt afgeraden voor niet-rokers».
2. De waarschuwing, genoemd in het eerste lid:
a. loopt evenwijdig met de hoofdtekst op het voor de waarschuwing bestemde oppervlak;
b. wordt aangebracht op de twee grootste oppervlakken van de verpakkingseenheid en van elke buitenverpakking;
c. beslaat 30% van het oppervlak van de verpakkingseenheid en van elke buitenverpakking;
d. wordt aangebracht in zwarte, vetgedrukte Helvetica-letters op een witte achtergrond, met een zodanige puntgrootte dat de tekst een zo groot mogelijk deel van de daarvoor bestemde ruimte beslaat, zonder aan leesbaarheid in te boeten; en
e. wordt gecentreerd gedrukt op het voor de waarschuwing bestemde oppervlak en, op balkvormige verpakkingseenheden en buitenverpakkingen, evenwijdig met de zijrand van de verpakkingseenheid of van de buitenverpakking.
1.11.
De deelnemers aan het ROW zijn per brief van 4 december 2014 over de inwerkingtreding van het Warenwetbesluit geïnformeerd. In deze brief staat onder meer vermeld , samengevat:
- dat dit besluit op 1 februari 2015 in werking treedt, dat voor de veiligheidseisen gesteld in de artikelen 3, 4 en 5 geen overgangstermijn geldt, maar wel voor de eisen aan vermeldingen op de verpakkingen, waarbij geldt dat producten die niet voldoen aan de verpakkingseisen van de artikelen 6 en 7 nog tot zes maanden na inwerkingtreding mogen worden verkocht en dat de waarschuwingstekst, zoals bedoeld in artikel 8, drie maanden na inwerkingtreding van het besluit op de verpakking moet zijn aangebracht, hetgeen eventueel met een sticker op bestaande verpakkingen kan geschieden;
- dit besluit is genomen vooruitlopend op de implementatie van de Richtlijn, waarvan de uiterste implementatiedatum 20 mei 2016 is, hetgeen betekent dat de eisen vervat in het Warenwetbesluit sowieso per die datum in Nederlandse wet- en regelgeving dient te zijn omgezet en dat dit besluit zal worden ingetrokken als de Richtlijn wordt geïmplementeerd.