4.1.
Voor zover de vorderingen van John Doe zijn gebaseerd op Beneluxmerken, geldt dat de bevoegdheidsregeling van de Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheden, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX II-Vo), voor zover die regeling in materieel, formeel en temporeel opzicht van toepassing is, prevaleert boven artikel 4.6 van het Benelux-verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen) (hierna: BVIE).2 Hiervan uitgaande is de voorzieningenrechter internationaal bevoegd kennis te nemen van het verzoek op grond van artikel 4 EEX II-Vo, omdat ASR in Nederland gevestigd is. In het midden kan blijven of de relatieve bevoegdheid dient te worden vastgesteld op basis van nationaal- of van Benelux recht. Zowel toepassing van artikel 102 Rv als toepassing van artikel 4.6 lid 1 BVIE leidt namelijk tot bevoegdheid van deze voorzieningenrechter, nu de gestelde merkinbreuk onder meer plaatsvindt op een website gericht op heel Nederland, derhalve ook in het arrondissement Den Haag. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op (niet-ingeschreven) Gemeenschapsmodelrechten, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd, alsmede voor de auteursrechtelijke en contractuele aanspraken vanwege de verknochtheid van die vorderingen met de merkenrechtelijke en Gemeenschapsmodelrechtelijke vorderingen. De bevoegdheid van deze voorzieningenrechter is overigens niet bestreden noch is er een beroep gedaan op het forumkeuzebeding.
4.9.
De voorzieningenrechter zal thans de door John Doe concreet gestelde verwijten beoordelen.
a. ASR zet de Olli-knuffel in bij haar promotionele acties voor haar producten en diensten. Nieuwe klanten die bij ASR een verzekering afsluiten of een spaardeposito sluiten, krijgen van ASR een Olli-knuffel cadeau. ASR maakt hier actief reclame voor onder andere via haar website, via direct marketing, via Twitter en via banners ( John Doe verwijst specifiek naar haar producties 13a, 13f, 13g, 13i, 13j, 13l en 13m).
• De voorzieningenrechter overweegt dat uit het voorgaande blijkt dat dit handelen als zodanig geen inbreuk vormt. ASR is hiertoe gerechtigd volgens de Licentieovereenkomst. Evenmin valt in te zien dat ASR daarbij onvoldoende terughoudend is geweest na afloop van de Licentieovereenkomst op 15 augustus 2014. Gebruik als weergegeven in de producties is zodoende niet als inbreuk makend te kenschetsen.
Voor zover ASR daarbij afbeeldingen van Olli gebruikt is zulks gerechtvaardigd om duidelijk te maken over welk product het gaat.
b. In aanvulling hierop maakt ASR voortdurend reclame voor zichzelf met gebruikmaking van het woordmerk “Olli”. Daarbij gaat het om de uitingen zoals zojuist besproken, als ook om vrijwel iedere tweet die ASR op Twitter plaatst (producties 13b, 13c, 13d, 13e, 13f, 13h, 13j, 13l). Continue refereert ASR op haar voor het grote publiek toegankelijke Twitter-account naar Olli en gebruikt zij Olli dus ter promotie van haar producten en diensten. Daarbij gaat ASR zelfs zo ver dat zij over “onze knuffel Olli” spreekt (productie 13c).
• De voorzieningenrechter overweegt andermaal dat uit het voorgaande blijkt dat dit handelen als zodanig geen inbreuk vormt. ASR is hiertoe gerechtigd volgens de Licentieovereenkomst. Niettemin is de voorzieningenrechter van oordeel dat ASR hierin na afloop van de Licentieovereenkomst op 15 augustus 2014 inderdaad op één moment onvoldoende terughoudendheid heeft betracht zoals hiervoor onder 4.8 weergegeven . Terecht ageert John Doe tegen het gebruik van “onze knuffel Olli” omdat daarmee wordt gesuggereerd dat ASR daarop de (exclusieve) rechten bezit. Voorshands moet dit als in strijd met het verstrijken van de exclusiviteit op 15 augustus 2014 worden gezien. Tegenover de betwisting door ASR dat het kleinschalige acties zijn geweest, heeft John Doe voorshands onvoldoende gesteld om te oordelen dat deze acties/promoties voor het overige onvoldoende terughoudend waren.
• De voorzieningenrechter begrijpt dat de uitingen als weergegeven in productie 13 nieuw zijn. Juist is zodoende de stelling van John Doe dat deze vorm van gebruik had moeten worden voorgehouden aan of goedgekeurd door John Doe (artikel 3 Licentieovereenkomst). Teneinde dit voor de toekomst te verzekeren zal ASR worden bevolen dit te doen. Voor wat betreft de nevenvorderingen zoals rectificatie en recall overweegt de voorzieningenrechter dat uit het voorgaande volgt dat het gebruik van de 2D-afbeeldingen van Olli op zichzelf gerechtvaardigd was, zodat niet valt in te zien, zulks is ook niet toegelicht, waarom toestemming redelijkerwijs zou zijn onthouden. Overigens geldt dit beding naar voorlopig oordeel niet voor tweets vanwege de snelheid van dit medium.
c. ASR zet Olli T-shirts in de markt. Nieuwe klanten die een verzekering afsluiten, als ook bestaande klanten die meedoen aan een spaaractie, ontvangen een Olli T-shirt of mogen die uitzoeken in de ASR web-shop die tot vorige maand nog geopend was (producties 13a, 13b en 13i).
• De voorzieningenrechter overweegt andermaal dat uit het voorgaande blijkt dat dit handelen als zodanig geen inbreuk vormt. ASR is hiertoe gerechtigd volgens de Licentieovereenkomst, inclusief afbeeldingen van de t-shirts. De strijd met artikel 3 van de Licentieovereenkomst, is hiervoor reeds beslist.
d. ASR heeft door John Doe ontworpen tekeningen van John Doe eigenhandig gekopieerd en gebruikt deze in begeleidende brieven die zij naar haar klanten verstuurt (productie 13k).
• De voorzieningenrechter overweegt andermaal dat uit het voorgaande blijkt dat dit handelen als zodanig geen inbreuk vormt. ASR is hiertoe gerechtigd volgens de Licentieovereenkomst. Aangaande de strijd met artikel 3 van de Licentieovereenkomst, is hiervoor reeds beslist. Voor zover het echter de tekening van Olli betreft kan met John Doe worden aangenomen dat gebruik van deze tekening niet nodig is voor het doel van de Licentieovereenkomst noch voor de legitieme verspreiding van de restanten Olli-knuffels. Aan dit gebruik van de tekening, dat kennelijk nog niet had plaatsgevonden in de tijd dat de Licentieovereenkomst nog liep, had John Doe zodoende redelijkerwijs haar toestemming kunnen onthouden, zodat dit niet geoorloofd is te achten. Gebruik van die tekening moet dan ook als auteursrechtinbreuk worden gekwalificeerd.
e. Geen van de door ASR gebruikte promotiematerialen is door John Doe ontworpen of uitgevoerd. Zoals hiervoor aangegeven, wordt Olli voortdurend gebruikt in promotiematerialen van ASR (producties 13a, 13g, 13i, 13k, 13m als ook de Tweets). ASR handelt in strijd met het Addendum (art. D) door niet alle promotiematerialen door John Doe te laten ontwerpen en uit te voeren.
• De voorzieningenrechter overweegt dat waar de exclusiviteit van het gebruik van de Olli voor ASR was verlopen na ommekomst van de duur van het contract, dit voorshands evenzeer heeft te gelden voor de exclusiviteit voor John Doe om promotiematerialen te ontwerpen. Dit strookt ook met de gedachte dat na 15 augustus 2014 de samenwerking tussen partijen is beëindigd. Iets anders is dat deze promotiematerialen nog wel de (niet op onredelijke gronden te onthouden) goedkeuring van John Doe behoefden, doch daaromtrent is in het voorgaande reeds overwogen.
f. In geen van de door ASR gebruikt promotiematerialen is John Doe als ontwerper vermeld. Wat John Doe betreft hoeft dit niet in de Tweets – al verzet Olli zich tegen gebruik van de term “onze Olli” door ASR – maar uiteraard diende dit op grond van de overeenkomst wel in de overige promotiematerialen plaats te vinden (producties 13a, 13g, 13k, 13m). Door dit na te laten wordt in strijd gehandeld met de Licentieovereenkomst (art. 5) en het Addendum (art. D).
• De voorzieningenrechter overweegt dat dit beding, net als de hiervoor reeds besproken toestemming van John Doe voor een nieuwe uiting van een 2D weergave van Olli (artikel 3 Licentieovereenkomst), naar zijn aard waar nodig de duur van de Licentieovereenkomst ontstijgt. Het gaat er immers om dat telkens duidelijk wordt gemaakt wie de ontwerper is van Olli. ASR heeft niet inhoudelijk bestreden dat dit beding tevens geldt voor alle promotieactiviteiten, voor zover daarvoor redelijkerwijs ruimte is. Met John Doe kan worden aangenomen dat dit niet behoeft voor bijvoorbeeld tweets maar wel voor de betreffende internetpagina’s op de website van ASR of een brief, zoals producties 13g, 13k en 13m. De voorzieningenrechter vermag zonder nadere onderbouwing niet in te zien dat dit ook zou gelden voor de pagina als productie 13a overgelegd nu daarop geen Olli (in 2D of 3D) is afgebeeld.