Rechtbank den haag
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/546707 / KG ZA 18/73
Vonnis in kort geding van 27 maart 2018
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Avex B.V.,
statutair gevestigd te Utrecht,
eiseres in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 843a Rv,
advocaat mr. D.R. Versteeg te Amsterdam,
de publiekrechtelijke rechtspersoon
Politie,
zetelend te Den Haag,
gedaagde in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 843a Rv,
advocaat mr. I.J. van den Berge en mr. T.G. Zweers-te Raaij te Zwolle,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Visions Connected Netherlands B.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. J.I. Kohlen te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Avex’, ‘de Politie’ en ‘Visions’.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.
Op 7 augustus 2017 heeft de Politie bekendgemaakt een Europese openbare aanbestedingsprocedure te houden voor de opdracht “Dienst Beeldspraak”. De opdracht is verdeeld in twee percelen. Perceel 1 betreft het beheer, de levering en het onderhoud van telediensten en verhoorregistraties, inclusief bijbehorende dienstverlening en omvat een geraamde waarde van € 50.000.000,--. Perceel 2 betreft de aanbesteding van de centrale videotransport infrastructuur systemen en omvat een geraamde waarde van € 24.000.000,--.
3.2.
De economische meest voordelige inschrijving is de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding. In het Programma van Eisen van 7 augustus 2017 staat onder meer vermeld:
“
2 Gunningscriteria en wijze van beoordelen
Maximaal te behalen ongewogen punten per Perceel:
400
punten (100%).
Minimaal benodigd aantal punten om voor finale rangorde in aanmerking te komen is
280
punten (70%).
Met een score lager dan 280 ongewogen punten OFWEL lager dan 28 gewogen punten wordt de inschrijving terzijde gelegd en komt deze niet meer in aanmerking voor gunning.
2.1
Beoordeling
Een beoordelingscommissie van materiedeskundigen uit het ICT-werkveld van de Politie, bestaande uit minimaal 5 personen, zal de Inschrijvingen per Perceel op kwaliteit beoordelen en scoren op een schaal van 0 – 30 – 50 – 70 – 100 punten (beoordelingscijfer). Tussenliggende scores zijn niet mogelijk. Iedere beoordelaar zal een andere beoordelingsvolgorde van de Inschrijvingen hanteren. Eerst beoordelen de leden van de beoordelingscommissie de Offertes individueel. In de daaropvolgende consensusbijeenkomst per Perceel worden de afwijkende individuele scores besproken en wordt er, na hoor en wederhoor van de motivatie en argumenten die beoordelaars aandragen, per sub-gunningscriterium 1 consensusscore bepaald door de beoordelaars in samenwerking de inkoper.
Daarna volgt de berekening met de wegingspercentages op basis waarvan de eindscore bepaald wordt conform Tabel 1. Deze eindscore wordt gebruikt om de finale rangorde in de aanbesteding te bepalen via de beste prijskwaliteitverhouding (...) zodat de Gegunde Inschrijver en de afgewezen Inschrijvers bekend worden.
Beoordeling
|
Score
|
Uit het antwoord blijkt dat de inschrijver alle gevraagde onderdelen op goede en overtuigende wijze heeft beschreven. Voorts voldoet het antwoord in zijn totaliteit bezien:
▪ aan het PVE;
▪ aan de doelstelling en aandachtspunten per sub-gunningscriterium als beschreven in § 2.2 ;
▪ en geeft het antwoord op een of meerdere onderdelen een positief verrassende aanpak wat de werkwijze van inschrijver onderscheidend maakt.
|
100
OF
Uitstekend
|
Uit het antwoord blijkt dat de inschrijver alle gevraagde onderdelen op goede en overtuigende wijze heeft beschreven. Voorts voldoet het antwoord in zijn totaliteit bezien:
▪ aan het PVE;
▪ aan de doelstelling en aandachtspunten per sub-gunningscriterium als beschreven in § 2.2.
|
70
OF
Goed
|
Uit het antwoord blijkt dat inschrijver alle gevraagde onderdelen heeft beschreven doch een of enkele onderdelen niet voldoende of niet op overtuigende wijze in relatie tot:
▪ het PVE;
▪ aan de doelstelling en aandachtspunten per sub-gunningscriterium als beschreven in § 2.2.
|
50
OF
Voldoende
|
Uit het antwoord blijkt dat de inschrijver alle gevraagde onderdelen heeft beschreven doch OF niet alle gevraagde onderdelen heeft beschreven en, het merendeel van de gevraagde onderdelen is onvoldoende of niet op overtuigende wijze beschreven in relatie tot:
▪ het PVE;
▪ aan de doelstelling en aandachtspunten per sub-gunningscriterium als beschreven in § 2.2.
|
30
OF
Onvoldoende
|
Er is geen antwoord gegeven op de vraag
|
0
|
Inschrijvers dienen de beantwoording van de criteria 1 t/m 4 op dusdanige wijze op te stellen dat de beoordelaars de Inschrijving
anoniem
kunnen beoordelen. De naam van de Inschrijver of andere gegevens die tot de Inschrijver te herleiden zijn, mogen derhalve niet op de betreffende documenten voorkomen. (...)
Informatie over prijs dient altijd
separaat
geüpload te worden in Commerce-hub (...)”
3.3.
In de eerste Nota van Inlichtingen van 4 september 2017 staat – voor zover hier relevant – vermeld:
“
Nr.
|
Vraag
|
Referentie
|
Antwoord
|
(...)
|
(...)
|
(...)
|
(...)
|
62
|
2.1 pagina 6 U schrijft: “Met een score lager dan 280 gewogen punten OFWEL lager dan 28 gewogen punten wordt de inschrijving ter zijde gelegd en komt deze niet meer in aanmerking voor gunning.” Onze aanname is dat u hiermee bedoelt ‘OFWEL lager dan 70 gewogen punten’. Vraag: Kunt u dit bevestigen? Indien nee, wilt u dit toelichten?
|
Bijlagen Bijlage B PvE
Beeldspraak 2017 DEF
|
De Politie bevestigt dat uw aanname juist is. De vermelde 28 gewogen punten moet zijn: 70 gewogen punten. Vraag 62: tevens komt de opmerking “lager dan 280 ongewogen punten” te vervallen; er wordt alleen uitgesloten op basis van gewogen punten.”
|
3.4.
Aan de beoordelaars van de Politie is tevens een intern beoordelingsprotocol verstrekt van 31 oktober 2017, waarin onder meer dezelfde tabel is opgenomen als in het Programma van Eisen, zoals hierboven geciteerd onder 3.2. Onder die tabel in het interne beoordelingsprotocol staat vermeld:
“Inschrijver dient voor alle subgunningscriteria voor kwaliteit minimaal een voldoende te scoren, zie de Inschrijvingsleidraad. Bij een onvoldoende op een subgunningscriterium voor kwaliteit wordt de Inschrijving terzijde gelegd en komt de Inschrijver niet voor gunning in aanmerking.”
3.5.
Avex, Visions en Inter Visual Systems hebben tijdig een inschrijving ingediend.
3.6.
Bij brief van 13 november 2017 heeft de Politie aan Avex bericht dat zij voornemens is beide percelen van de opdracht te gunnen aan Visions en dat Avex op beide percelen als tweede is geëindigd. Uit de in de brief opgenomen tabel volgt dat Visions voor Perceel 1 een totale score voor kwaliteit had behaald van 65 gewogen punten en Avex van 68 gewogen punten. Voorts staat in de brief vermeld:
“Avex B.V. heeft voor Perceel 1 een prijs per kwaliteitspunt van € 1.556,62 behaald en is daarmee zo’n 30% duurder per kwaliteitspunt gebleken dan de winnende inschrijving. De inschrijvingsprijs van Visions Connected voor Perceel 1 bedraagt € 76.936,81.”
3.7.
Bij brief van 14 november 2017 heeft Avex aan de Politie gevraagd waarom de inschrijvingen van haarzelf en Visions voor Perceel 1 niet terzijde zijn gelegd, omdat zij beide voor dat perceel de minimale score op kwaliteit van 70 (gewogen) punten niet hebben behaald.
3.8.
Op 15 november 2017 heeft de Politie schriftelijk aan de inschrijvers bericht:
“Helaas moet ik u meedelen dat de Politie heeft besloten om de aanbestedingsprocedure voor Perceel 1 te staken.
De Politie gaat hiertoe over omdat er geen geldige Inschrijvingen zijn ontvangen.
De reden hiervoor is dat we signalen hebben ontvangen dat geen van de Inschrijvingen zou voldoen aan het benodigde minimale aantal kwaliteitspunten. Bij nadere bestudering is gebleken dat er inderdaad sprake is dat geen van de Inschrijvers de gestelde norm van minimaal 70 gewogen kwaliteitspunten heeft gehaald. De Politie heeft dan ook per abuis de verkeerde Gunningsbeslissing genomen.
(...)
Omdat de Politie wel van mening is dat de Inschrijvingen in potentie tot een geschikte oplossing kunnen leiden, wil de Politie u met deze brief gelijktijdig uitnodigen om Perceel 1 te vervolgen op basis van de Mededingingsprocedure met onderhandeling. (...)”
3.9.
Vervolgens is de bezwaartermijn voor de beslissing van staking van de aanbesteding voor Perceel 1 tweemaal verlengd.
3.10.
Op 7 december 2017 zijn de leden van de beoordelingscommissie opnieuw bijeengekomen. Vier van de vijf beoordelaars hebben bij een notaris een verklaring afgelegd over (de aanleiding van) deze bijeenkomst. De inhoud van deze verklaring luidt onder meer (waarbij overigens abusievelijk is verklaard dat de bijeenkomst op 8 december 2017 heeft plaatsgevonden):
“Bij de inschrijving van VisionsConnected gaf de beoordelingscommissie zowel in perceel 1 als in perceel 2 op sub-gunningscriterium 2 (Kwaliteit Dossier Afspraken en Procedures) een score van 70 ongewogen punten.
Naar mij door de heer [A], de procesbegeleider/inkoper van deze aanbesteding werd verteld, is aan VisionsConnected echter aan de in haar gerichte brief de dato dertien november tweeduizend zeventien medegedeeld dat zij in perceel 1 bij sub-gunningscriterium 2 vijftig ongewogen punten heeft gescoord.
In dat kader heb ik op verzoek van de heer [A], net als de andere vier beoordelaars, op acht december tweeduizend zeventien mijn aantekeningen van de bijeenkomst van twee november tweeduizend zeventien bestudeerd. Wij zaten met de vijf beoordelaars op acht december tweeduizend zeventien bij elkaar in Odijk. Op basis van onze aantekeningen en herinnering is gebleken dat de consensusscore inderdaad zeventig ongewogen punten is en dat kennelijk deze score van zeventig ongewogen punten niet goed was genotuleerd door de notuliste die op twee november tweeduizend zeventien de scores notuleerde.
Van andere omissies in het beoordelings- of notuleringsproces is mij niet gebleken.”
De vijfde beoordelaar heeft een soortgelijke verklaring afgelegd, met dien verstande dat hij geen melding maakt van bestudering van zijn eigen aantekeningen, die hij kennelijk niet meer in zijn bezit had.
3.11.
Bij brief van 22 december 2017 heeft de Politie aan Avex bericht:
“Bij deze deel ik u mede dat de Politie de Gunningsbeslissingen van 15 november 2017, voor wat betreft de beslissing tot stopzetting van de Europese aanbestedingsprocedure Beeldspraak 2017 Perceel 1, intrekt. De Politie is voornemens de Opdracht alsnog aan VisionsConnected Netherlands B.V. te gunnen. De Inschrijving van VisionsConnected is alsnog aangemerkt als de Inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding. De Gunningsbeslissing van 13 november 2017 blijft ingetrokken en wordt vervangen door de onderhavige Gunningsbeslissing met daaraan gekoppeld een nieuwe bezwaar termijn (...). Uw Inschrijving wordt op grond van art. 2.1 PvE terzijde gelegd, omdat u op Kwaliteit niet het minimum aantal van 70 gewogen punten hebt behaald, maar 68 punten.
Eind november 2017 heeft VisionsConnected verzocht om een motivering waarom zij op bepaalde sub-sub-gunningscriteria (Kwaliteit-DAP) niet het maximale aantal punten heeft behaald. Dit in het kader van het creëren van een gelijk speelveld, de verliezende Inschrijvers hebben een dergelijke motivering indertijd wel ontvangen. Standaard neemt de Politie in de Gunning gericht aan de winnaar geen motivering op. De Politie heeft aangegeven aan het verzoek gevolg te geven.
Vervolgens heeft de Politie geconstateerd dat in de Gunningsbeslissing van 13 november 2017 op sub-gunningscriterium 2 (Kwaliteit-DAP) door een verschrijving een score van 50 ongewogen punten is opgenomen voor VisionsConnected, terwijl VisionsConnected op dat onderdeel een score van 70 ongewogen punten heeft behaald. Deze omissie dient derhalve te worden gecorrigeerd. Deze correctie heeft ten gevolge dat VisionsConnected op Kwaliteit de minimum score van 70 gewogen punten heeft behaald, waardoor de Inschrijving van VisionsConnected voor gunning van de Opdracht in aanmerking komt.”
3.12.
Perceel 2 van de opdracht is definitief gegund aan Visions.
4 Het geschil in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 843a Rv
4.1.
Avex vordert, zakelijk weergegeven:
in de hoofdzaak:
primair:
I. de Politie te gebieden de gunningsbeslissing ten faveure van Visions in te trekken en ingetrokken te houden;
II. de Politie te verbieden om de opdracht te gunnen op basis van deze aanbesteding;
III. de Politie te gebieden om, voor zij de opdracht nog wenst te gunnen, over te gaan tot heraanbesteding met uitnodiging van Avex;
IV. de Politie te verbieden de opdracht opnieuw aan te besteden voor zover de opdracht niet wezenlijk is gewijzigd en/of het gelijke speelveld niet is gegarandeerd voor potentiële inschrijvers;
subsidiair:
V. de Politie te gebieden om niet tot gunning van de opdracht over te gaan en de opschortende termijn te verlengen tot nadat aan een bewijsopdracht is voldaan, al dan niet door het horen van getuigen;
meer subsidiair:
VI. de Politie te gebieden om niet tot gunning van de opdracht over te gaan en de opschortende termijn te verlengen tot nadat de appeltermijn is verstreken en het gerechtshof een beslissing heeft genomen op het verzoek tot het treffen van voorlopige maatregelen in appel;
alles op straffe van verbeurte van een dwangsom.
in het incident ex artikel 843a Rv:
I. de Politie te gebieden het kwalitatieve beoordelingsformulier van de verantwoordelijke inkoper over de inschrijving van Visions aan Avex te verstrekken;
II. de Politie te gebieden de aantekeningen waarnaar wordt verwezen in de notariële verklaringen van de beoordelaars aan Avex te verstrekken.
4.2.
Daartoe voert Avex – samengevat – het volgende aan. De Politie heeft verschillende fouten in haar beoordeling erkend. Deze fouten zijn het gevolg van het feit dat de Politie zich tijdens de beoordelingsfase niet heeft gehouden aan de beoordelingswijze zoals voorgeschreven in de aanbestedingsstukken. Geen van de inschrijvingen voldeed aan de gestelde minimumeis van 70 gewogen kwaliteitspunten. Niettemin zijn de inschrijvingen in eerste instantie niet alle terzijde gelegd. Daarbij komt dat de Politie een intern beoordelingsprotocol heeft gehanteerd met andere gunningscriteria dan die in het Programma van Eisen zijn vermeld. Ook heeft de Politie al in de consensusbeoordeling de prijs bij de beoordeling betrokken, terwijl eerst de eindscore op kwaliteit had moeten worden bepaald.
De Politie zou een fout hebben ontdekt in de beoordeling van de inschrijving van Visions, waardoor de inschrijving van Visions alsnog aan de minimumeis van 70 gewogen punten zou hebben voldaan. Dat is niet geloofwaardig. Een te lage score van Visions had eerder moeten zijn ontdekt. Daarvoor was geen herbeoordeling nodig. Voor een motivering van de score van Visions was ook geen nieuwe bijeenkomst van de beoordelaars nodig. Die had kunnen plaatsvinden op grond van het beoordelingsdossier waarover de verantwoordelijke inkoper beschikte. De Politie heeft niet aangetoond dat Visions recht heeft op een hogere score op basis van het beoordelingsformulier. Daarnaast heeft de Politie het gelijkheidsbeginsel geschonden door uitsluitend de inschrijving van Visions opnieuw te beoordelen, terwijl voor een herbeoordelingsbijeenkomst geen reden was. Wellicht zijn ook in de beoordeling van de inschrijving van Avex fouten gemaakt. Bovendien heeft de herbeoordeling plaatsgevonden op een moment dat de naam en de (lage) prijs van Visions al bekend waren. Van een objectieve herbeoordeling kan geen sprake zijn geweest. Gunning aan Visions is dan ook onrechtmatig.
Een volledige herbeoordeling van alle inschrijvingen ligt voor de hand, maar is niet meer mogelijk. De beoordeling op kwaliteit moest immers anoniem en zonder wetenschap van prijzen worden gedaan. De Politie heeft inmiddels alle namen van de inschrijvers en hun prijzen bekend gemaakt. Ook staat de winnaar van Perceel 2 inmiddels vast, terwijl dat perceel is verweven met Perceel 1. Nog los daarvan geldt dat de Politie geen nieuw onbevooroordeeld beoordelingsteam kan samenstellen, omdat het aantal deskundige personen schaars is. Een heraanbesteding is dan ook de enige wijze waarop de Politie de (wezenlijk gewijzigde) opdracht nog rechtmatig kan gunnen.
Er is een significant prijsverschil tussen de inschrijvingen van Avex en Visions, waardoor de inschrijving van Visions abnormaal laag is De Politie lijkt daar ondanks vragen van Avex geen nader onderzoek naar te hebben verricht. De inschrijving van Avex is op ten minste twee in het oog springende punten verkeerd of niet volledig beoordeeld.
Met de bij incidentele vordering verzochte stukken kan Avex verder onderbouwen dat de aanbestedingsprocedure onrechtmatig is verlopen.
4.3.
De Politie en Visions voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4.4.
Visions vordert – zakelijk weergegeven – de Politie te gebieden Perceel 1 definitief aan Visions te gunnen. Verkort weergegeven stelt Visions daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en dus bij afwijzing van de vorderingen van Avex, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.
4.5.
Voor zover nodig zullen de standpunten van Avex en de Politie met betrekking tot de vorderingen van Visions hierna worden besproken.
5 De beoordeling van het geschil
5.1.
De Politie heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat Avex niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, althans dat deze vanwege een gebrek aan belang voor afwijzing gereed liggen. De Politie heeft dat verweer gegrond op het betoog dat Avex geen vordering tegen haar eigen uitsluiting heeft ingesteld en ook geen bezwaren daartegen heeft geuit, daarom definitief is uitgesloten van deelname aan de aanbesteding en geen belang heeft bij het gevorderde. Dat betoog kan niet worden gevolgd. Avex komt immers op tegen de gunningsbeslissing van 22 december 2017 als geheel en vordert intrekking daarvan. Die gunningsbeslissing omvat zowel de mededeling dat de Politie voornemens is aan Visions te gunnen als de mededeling dat de inschrijving van Avex terzijde wordt gelegd. Gelet hierop kan niet worden aangenomen dat Avex definitief is uitgesloten van deelname aan de aanbesteding. Daarbij komt dat de bezwaren van Avex onder meer betrekking hebben op de beoordelingsprocedure in het algemeen en specifiek op de beoordeling van de inschrijving van Avex zelf, terwijl de inschrijving van Avex terzijde is gelegd vanwege het beoordelingsresultaat voor het onderdeel kwaliteit. Blijkens de gunningsbeslissing voldoet de inschrijving van Avex immers niet aan de eis dat voor kwaliteit minimaal 70 gewogen punten moeten worden gescoord. Avex heeft dan ook belang bij het gevorderde.
5.2.
Avex heeft zowel bezwaren tegen de correctie van de score van Visions op zichzelf, als tegen de gevolgde beoordelingsprocedure. Voor wat betreft de correctie van de score van Visions is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Politie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de eindscore van Visions als gevolg van een registratiefout in eerste instantie te laag is vastgesteld, zodat zij terecht tot correctie van die eindscore is overgegaan. Dit heeft de Politie genoegzaam onderbouwd met diverse verklaringen en aantekeningen. Avex plaatst kennelijk ook vraagtekens bij het late moment van ontdekking van deze fout, maar het is aannemelijk dat – zoals de Politie stelt – de fout aan het licht is gekomen nadat Visions om een toelichting op haar scores had gevraagd. Dat Visions in eerste instantie nog niet over die toelichting beschikte, is overigens het logische gevolg van het feit dat zij tot winnaar van de aanbesteding was uitgeroepen toen de Politie de minimale score-eis abusievelijk niet had toegepast.
5.3.
Ten aanzien van de gevolgde beoordelingsprocedure wordt vooropgesteld dat slechts wanneer sprake is van procedurele dan wel inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, plaats is voor ingrijpen door de rechter. Het geschil van partijen spitst zich in dit kader toe op de vraag of zich procedurele onjuistheden hebben voorgedaan die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt.
5.4.
Avex heeft aangevoerd dat de Politie in strijd met de in de aanbestedingsdocumenten beschreven systematiek heeft gehandeld doordat zij al in de consensusbijeenkomst de prijs bij de beoordeling had betrokken. De in het Programma van Eisen beschreven systematiek houdt in dat de beoordeling plaatsvindt door een beoordelingscommissie, waarvan de leden de inschrijvingen eerst individueel beoordelen en vervolgens in een consensusbijeenkomst de afwijkende individuele scores bespreken en in samenwerking met de inkoper één consensusscore bepalen. Ná het bepalen van de consensusscore volgt een berekening met de wegingspercentages op basis waarvan de eindscore wordt bepaald. Deze eindscore wordt gebruikt om de finale rangorde in de aanbesteding te bepalen via de beste prijskwaliteitverhouding. Gelet op de chronologie van de beschreven stappen, staat vast dat het reeds betrekken van de prijs bij de beoordeling in de consensusbijeenkomst niet is toegestaan.
5.5.
Het bezwaar van Avex op dit punt is uitsluitend gegrond op een formulering van de advocaat van de Politie in haar conclusie van antwoord, namelijk op de zinsnede “Uit de consensus-beoordeling van 2 november 2017 bleek dat Visions de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding had gedaan”. De advocaat heeft verklaard dat zij dit verkeerd heeft weergegeven en heeft betwist dat de beoordelingscommissie de prijs-kwaliteitverhouding heeft beoordeeld tijdens de consensusbijeenkomst. Nu de opmerking voorts niet wordt ondersteund door stukken van de aanbestedende dienst zelf, heeft de Politie voldoende weerlegd dat in strijd met de hiervoor beschreven chronologie is gehandeld.
5.6.
Avex heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de beoordelingscommissie met het interne beoordelingsprotocol van de Politie een van het Programma van Eisen afwijkende maatstaf heeft gehanteerd. Uit het Programma van Eisen en de eerste Nota van Inlichtingen vloeit voort dat inschrijvingen terzijde zouden worden gelegd als deze voor de vier sub-gunningscriteria voor kwaliteit minder dan 70 gewogen punten zouden scoren, terwijl maximaal 100 gewogen punten konden worden behaald. In het intern beoordelingsprotocol dat aan de beoordelaars ter hand is gesteld, staat vermeld dat inschrijvers voor alle sub-gunningscriteria voor kwaliteit minimaal een voldoende dienden te scoren en dat hun inschrijving terzijde zou worden gelegd bij een onvoldoende op een sub-gunningscriterium voor kwaliteit. Het is evident dat dit een wezenlijk verschil is; het Programma van Eisen beschrijft een minimale totaalscore en het interne beoordelingsprotocol van de Politie beschrijft een minimale score per sub-gunningcriterium.
5.7.
De Politie heeft aangevoerd dat de minimumeis zoals beschreven in het intern beoordelingsprotocol geen onderdeel uitmaakt van het beoordelingskader en pas wordt bekeken nadat beoordeling heeft plaatsgevonden, zodat die geen invloed kan hebben gehad op de beoordeling. Dat verweer kan niet worden gevolgd. Weliswaar is de tabel in het intern beoordelingsprotocol met daarin de toe te kennen scores (0-30-50-70-100) en de bijbehorende omschrijving per cijfer gelijk aan de tabel in het Programma van Eisen, en hebben de leden van de beoordelingscommissie een beoordelingsformulier ingevuld waarmee op dezelfde schaal punten zijn toegekend als voorgeschreven, maar niet valt uit de sluiten dat de waardering van de beoordelaars is beïnvloed door de foutieve instructie onder de tabel in het intern beoordelingsprotocol. Het intern beoordelingsprotocol is immers aan de beoordelaars ter hand gesteld, zodat aannemelijk is dat zij daarvan kennis hebben genomen en zich door de daarin opgenomen opmerkingen hebben laten sturen, ook als die strikt genomen geen onderdeel uitmaken van het beoordelingskader. Avex heeft gesteld dat de verantwoordelijke inkoper in een gesprek met haar heeft gemeld dat hij tijdens de beoordelingsfase niet naar het Programma van Eisen heeft gekeken. Dat heeft de Politie niet weersproken. De verantwoordelijke inkoper, die in samenwerking met de beoordelaars per subgunningscriteria één consensusscore heeft bepaald, is dus in ieder geval niet afgegaan op de juiste informatie over uitsluiting in het Programma van Eisen. De voorzieningenrechter is met Avex van oordeel dat de enkele veronderstelling dat een ander kader van een minimumscore van toepassing was dan het kader dat in de formele aanbestedingsstukken staat vermeld, al kan leiden tot andere scores. De keuze voor een bepaald aantal punten bij een sub-gunningscriterium kan worden beïnvloed door de wetenschap dat een onvoldoende direct tot uitsluiting leidt.
5.8.
Het voorgaande leidt reeds tot de conclusie dat zich procedurele onjuistheden hebben voorgedaan die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt. De stelling van Avex dat de Politie het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden door enkel de scores van de inschrijving van Visions te controleren (in de woorden van Avex: opnieuw te beoordelen), behoeft dan ook geen nadere bespreking.
5.9.
Een herbeoordeling lijkt de aangewezen weg om de onjuistheden te herstellen. Avex heeft evenwel geen herbeoordeling gevorderd, maar heraanbesteding. Een gebod tot heraanbesteding is veel ingrijpender dan een gebod tot herbeoordeling en heeft een wezenlijk ander karakter. Afwijzing van de vordering zou echter leiden tot de onwenselijke situatie dat op basis van een gebrekkig verlopen procedure zal worden gegund. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding tot toewijzing van de primair in de hoofdzaak gevorderde heraanbesteding, tenzij alle inschrijvingen binnen een periode van zes weken opnieuw worden beoordeeld overeenkomstig de voorgeschreven procedure. Avex heeft zich op het standpunt gesteld dat herbeoordeling niet mogelijk is, omdat dit niet meer – zoals voorgeschreven – anoniem en zonder wetenschap van prijzen kan worden gedaan. Dat standpunt slaagt niet. Ook in het geval ook bij anderen dan de tot op heden direct bij deze aanbesteding betrokken personen bekend is geworden welke vennootschappen een inschrijving hebben ingediend, kunnen de inschrijvingen immers aan een commissie ter beoordeling worden voorgelegd zonder dat die commissie er weet van heeft welke inschrijving van welke inschrijver is, welke inschrijving van de winnaar van Perceel 2 is en welke prijs aan welke inschrijving is gekoppeld. Daarmee lijkt het risico op favoritisme uitgesloten. Nu de Politie daarnaast heeft aangevoerd dat zij in staat is een nieuw deskundig beoordelingsteam samen te stellen, moet zij daartoe in de gelegenheid worden gesteld alvorens zij wordt gedwongen een verstrekkende heraanbesteding te starten.
5.10.
Voor het opleggen van een verplichting aan de Politie om Avex uit te nodigen om deel te nemen aan de heraanbesteding, bestaat geen wettelijke grondslag, zodat dat deel van de vordering zal worden afgewezen. De vordering in de hoofdzaak genoemd onder 3.1. sub II zal worden afgewezen, aangezien deze geen zelfstandige betekenis heeft nu het de Politie zal worden bevolen tot heraanbesteding over te gaan voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen. Avex heeft dan ook geen belang bij toewijzing van die vordering. De herbeoordeling of heraanbesteding dient vanzelfsprekend te voldoen aan de wettelijke vereisten, zodat Avex evenmin belang heeft bij toewijzing van de vordering genoemd onder 3.1. sub IV.
5.11.
Oplegging van een dwangsom is niet noodzakelijk, aangezien de Politie gerechtelijke uitspraken pleegt na te komen.
5.12.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van Visions, die strekt tot definitieve gunning aan haar, moet worden afgewezen. Ook de incidentele vordering van Avex zal worden afgewezen. Nu het de Politie zal worden geboden tot heraanbesteding, dan wel herbeoordeling over te gaan, heeft Avex immers geen belang meer bij afgifte van stukken waaruit de gang van zaken zou moeten blijken bij de beoordeling die reeds heeft plaatsgevonden.
5.13.
De Politie zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Avex. Nu de vordering van Visions wordt afgewezen, moet zij als de in het ongelijk gestelde partij in haar verhouding tot de Politie worden veroordeeld in de kosten van de Politie. Deze laatste kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Politie als gevolg van deze vordering extra kosten heeft moeten maken.
6 De beslissing
6.1.
gebiedt de Politie de gunningsbeslissing van 22 december 2017 in te trekken en ingetrokken te houden;
6.2.
gebiedt de Politie om, voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen, tot heraanbesteding over te gaan, tenzij de Politie binnen een termijn van zes weken overgaat tot herbeoordeling van alle inschrijvingen door een nieuw beoordelingsteam;
6.3.
veroordeelt de Politie in de kosten van dit geding aan de zijde van Avex, tot dusverre begroot op € 1.523,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 626,-- aan griffierecht en € 81,-- aan dagvaardingskosten, in voorkomende gevallen te vermeerderen met btw;
6.4.
veroordeelt Visions voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen jegens de Politie in de kosten van de Politie, tot dusver begroot op nihil;
6.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2018.