4 De beoordeling
in conventie en in reconventie
4.1.
Wat betreft het ingeroepen octrooirecht geldt dat nu Delta NL in Nederland is gevestigd, de rechtbank in conventie internationaal en relatief bevoegd is van de vorderingen van Barco kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo2 jo. artikel 80 lid 2 sub a ROW3. Ten aanzien van Delta INC ontleent de rechtbank internationale bevoegdheid aan artikel 6 lid 1 Brussel I bis-Vo jo. artikel 7 Rv. Die bevoegdheid voor de octrooirechtelijke vorderingen in conventie strekt zich uit tot het treffen van grensoverschrijdende maatregelen. Nu de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak in conventie die zien op de octrooirechten, is zij ook bevoegd kennis te nemen van de gevorderde provisionele maatregelen. De bevoegdheid om van het geschil over de geldigheid van het Nederlands deel van het octrooi kennis te nemen, en daarmee van de in reconventie gevorderde nietigheid daarvan, berust op artikel 24 lid 4 Brussel I bis-Vo in en artikel 80 lid 1 sub a ROW. Wat betreft de bevoegdheid met betrekking tot de geldigheid van de buitenlandse delen van het octrooi wordt verwezen naar r.o. 4.41.
4.2.
Van de vorderingen in conventie gebaseerd op de gestelde inbreuk op het Model is de rechtbank internationaal en relatief bevoegd kennis te nemen nu Delta NL gevestigd is in Nederland (artikel 80 lid 1, 81 onder a, 82 lid 1 en 90 lid 1 en lid 3 GModVo4 en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen). Ten aanzien van Delta INC is de rechtbank bevoegd kennis te nemen van die vorderingen omdat Delta INC is verschenen en die bevoegdheid niet heeft bestreden (artikel 82 lid 4 onder b GModVo). De bevoegdheid voor de modelrechtelijke vorderingen in conventie strekt zich uit tot de gehele Europese Unie. Ten aanzien van de vorderingen in reconventie tot nietigverklaring van het model is de rechtbank bevoegd op grond van artikel 81 onder d GModVo nu de reconventie is ingesteld in samenhang met een vordering als bedoeld in artikel 81 onder a GModVo.
Vorderingen die zien op het octrooi
4.3.
Zowel in conventie, als verweer tegen de door Barco ingestelde verbodsvordering (met nevenvorderingen), als in reconventie, bestrijdt Delta vanuit verschillende invalshoeken de geldigheid van het octrooi, deels (en primair) met een nieuwheidsaanval op verschillende gronden en verder (en subsidiair) met inventiviteitsaanvallen. Naar het oordeel van de rechtbank treft in elk geval de aanval op het Nederlands deel van EP 668, uitgaande van Katsura (zie 2.13.1) doel. De rechtbank overweegt daarover als volgt.
4.4.
Geen van beide partijen heeft zich expliciet uitgelaten over de vraag wie met betrekking tot (de beoordeling van de geldigheid van) EP 668 als gemiddelde vakman moet worden beschouwd. Aangezien het octrooi ziet op een elektronisch vergaderhulpmiddel c.q. -systeem en Delta ter onderbouwing van haar geldigheidsaanvallen een verklaring heeft overgelegd van een professor in ‘information systems and decision sciences’, die in zijn verklaringen spreekt over ‘persons skilled in Group Support Systems’, en Barco ter onderbouwing van haar verweer tegen die aanvallen wijst op een verklaring van een eigen ‘system architect’ met als achtergrond een ‘Master of science in Computer Science Engineering’, neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat de gemiddelde vakman een technicus is met kennis van elektronische vergadersystemen.
Het octrooi – de uitvinding volgens Barco
4.5.
Het octrooi heeft betrekking op een systeem, waarmee deelnemers aan een vergadering door middel van een aan hun computer (in de conclusies van het octrooi processing device genoemd, veelal een laptop) verbonden dongle (de peripheral device), voorzien van een input device (bijvoorbeeld een fysieke knop), media-inhoud kunnen tonen op een centraal scherm (in de conclusie first display genoemd) om die zo te delen met de andere deelnemers aan de vergadering.
4.6.
Barco voert aan dat met de vinding volgens het octrooi een nieuwe manier van vergaderen is ontstaan, waarin meerdere aan computers van deelnemers verbonden dongles tegelijkertijd in één communicatienetwerk samen kunnen werken en het mogelijk is geworden dat deelnemers elkaar tijdens een vergadering afwisselen in het delen van media-inhoud (een ‘democratisch element’). De verschillende dongles kunnen tijdens de vergadering aan de computers van de deelnemers gekoppeld blijven en zo kunnen de input devices worden gebruikt wanneer gewenst. Het systeem werkt ook indien slechts één dongle is aangesloten op de computer van één van de deelnemers aan de vergadering (“at least one peripheral device”), die daarmee media-inhoud kan delen, maar in het systeem moet het mogelijk zijn om meerdere dongles tegelijk te verbinden. Daaraan wordt niet voldaan als sprake is van een enkele dongle die steeds losgekoppeld en doorgegeven moet worden aan de volgende gebruiker die media wil delen, aldus Barco.
4.7.
Die van meerdere gebruikers uitgaande wijze van afwisselend presenteren, zou blijken uit een aantal kenmerken die in de visie van Barco in Katsura ontbreken en die hieronder tezamen met het volgens Barco in Katsura eveneens ontbrekende kenmerk ‘to screen scrape’ in de tekst van conclusie 1 zijn onderstreept:
An electronic meeting tool for communicating arbitrary media content from users at a meeting comprising:
a node configuration means adapted to operate a display node of a communications network, the display node being coupled to a first display, the node configuration means being adapted to receive user selected arbitrary media content from a processing device and to control display of the user selected arbitrary media content on the first display; and
at least one peripheral device adapted to communicate the user selected arbitrary media content from the processing device via the communications network, wherein the peripheral device is a connection unit comprising:
(a) a connector adapted to couple to a port of the processing device having a second display, a memory and an operating system; and
(b) a transmitter for communicating with the communications network,
(c) a program adapted to be loaded onto the processing device and to run on the operating system of the processing device, said program being adapted to obtain user selected arbitrary media content from the processing device, the program being stored on the peripheral device being adapted to screen scrape content of the second display, and
(d) an input device to allow the user to carry out a user action that triggers transfer of said user selected arbitrary media content from said processing device to said transmitter through said port, and to the communications network for display on the first display.
4.8.
Barco bestempelt het kenmerk van de input device als het centrale focus point van het octrooi, nu dat device een user action mogelijk maakt die bepaalt of media-inhoud wordt gedeeld. Dat kenmerk, in samenhang met de kenmerken users en communications network, maakt volgens Barco voor de gemiddelde vakman duidelijk dat de dongle is bedoeld om tegelijkertijd met meerdere aan de computers van gebruikers verbonden dongles te werken en dat sprake is van voornoemd ‘democratisch element’. Dit zou worden bevestigd door de beschrijving van het octrooi. Barco wijst bijvoorbeeld op figuur 1a, waarin de input device meerdere keren (voor iedere gebruiker afzonderlijk) onder nummer 48 wordt afgebeeld en op paragraaf [0105], waarin onder meer staat:
“The present invention has the advantage of scalability. It can provide a display system for use by a plurality of users in meetings. Every user in the meeting thus can have a client processing device 31 for coupling to a connection unit 47."
4.9.
Volgens Barco bestaat de stand van de techniek hooguit uit een ouderwetse wijze van presenteren, met een master computer die bepaalt of gepresenteerd wordt, of juist - zoals in Katsura - uit automatisch presenteren, zonder dat een handeling (user action) van degene die media-inhoud wil delen, vereist is. Katsura, noch een van de andere documenten uit de stand van de techniek zou openbaren dat deelnemers aan een vergadering zelf, met behulp van een input device op een aan de computer te verbinden dongle, media kunnen delen.
Onafhankelijke conclusie 1: niet nieuw
4.10.
Anders dan Barco en met Delta is de rechtbank van oordeel dat Katsura het in conclusie 1 van EP 668 geclaimde vergadersysteem anticipeert. In Katsura wordt een beeldprojectiesysteem beschreven, dat een elektronisch vergaderhulpmiddel is voor het draadloos communiceren van arbitraire media-inhoud tijdens een vergadering. In dat systeem kunnen met een aan een computer (zoals een laptop) van een deelnemer aan de vergadering gekoppelde ‘wireless device 1’ beeldgegevens van die computer worden gestuurd naar een ‘image projection device 3’ waarop het verzonden beeld kan worden weergegeven. Daartoe dient de wireless device eerst te worden aangesloten op de ‘remote operation device’. De remote operation device zorgt ervoor dat in de wireless device dezelfde wireless setup information wordt opgeslagen als in de image projection device. De rechtbank is met Delta van oordeel dat Katsura direct en ondubbelzinnig alle kenmerken, en dus ook de in geschil zijnde kenmerken ‘from users’, ‘communications network’, ‘to screen scrape’ en ‘input device’ van conclusie 1 van het octrooi openbaart.
4.11.
Barco bestreed aanvankelijk ook dat Katsura direct en ondubbelzinnig het kenmerk ‘peripheral device’ openbaart, omdat de (volgens Delta als peripheral device aan te merken) wireless device van Katsura alleen zorg zou dragen voor het draadloze netwerk en het geheugen voor de computer en geen media-inhoud zou communiceren aan de display node (weergave knooppunt). Delta heeft er echter terecht op gewezen dat onder paragraaf [0039] van Katsura uitdrukkelijk staat dat de beeldgegevens van de computer via de wireless device worden verzonden naar de image projection device, en dat de wireless device in die zin dus op exact dezelfde wijze functioneert als de peripheral device van het octrooi. Gegeven het feit dat dit kenmerk daarna geen onderwerp van geschil meer is geweest, wordt aangenomen dat dat inmiddels door Barco niet meer wordt bestreden, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat dit kenmerk direct en ondubbelzinnig wordt geopenbaard.
4.12.
De rechtbank gaat verder voorbij aan het argument van Barco dat Katsura niet in de weg kan staan aan de nieuwheid van het octrooi omdat Katsura zich concentreert op een heel ander technisch gebied, namelijk op de eigenschappen van het draadloze netwerk van een beeldprojectiesysteem, en niet, zoals het octrooi, op een vernieuwde wijze van het delen van media in een vergadering. Dat de focus in Katsura mogelijk een andere is dan in het octrooi, neemt namelijk niet weg dat Katsura direct en ondubbelzinnig alle kenmerken van conclusie 1 van EP 668 openbaart, zoals hierna voor de in geschil zijnde kenmerken zal worden toegelicht.
- De kenmerken ‘from users’ en ‘communications network’
4.13.
Volgens Barco wordt voldaan aan het kenmerk ‘from users’ én is sprake van een ‘communications network’ in de zin van het octrooi, als de mogelijkheid bestaat dat meerdere deelnemers aan een vergadering met hun computer tegelijkertijd verbonden kunnen zijn met het door de display node opgezette netwerk. Die kenmerken zouden niet worden geopenbaard in Katsura, omdat geen figuur of paragraaf van dat document iets zegt over meerdere tegelijkertijd met het netwerk verbonden deelnemers. Alle verwijzingen in Katsura naar meerdere gebruikers of meerdere computers, zoals in de paragrafen [0028] en [0031], moeten in de ogen van Barco zo worden begrepen dat gebruikers van het beeldprojectiesysteem ná elkaar (en dus niet tegelijkertijd) verbinding kunnen maken met de image projection device. In die paragrafen wordt immers gesproken over “former apparatus” en “using before”. Het gaat er in Katsura namelijk om dat als verschillende computers, bijvoorbeeld vanwege opvolgende vergaderingen, beurtelings contact willen kunnen maken met de image projection device, de remote operation device telkens nieuwe wireless setup information in de te gebruiken wireless device zal schrijven, opdat een vorige gebruiker geen verbinding meer kan maken met de image projection device, aldus Barco.
4.14.
Delta erkent weliswaar het betoog van Barco over de paragrafen [0028] en [0031], maar wijst er op dat die paragrafen zien op een specifieke uitvoeringsvorm (volgens conclusies 3 en 6) van Katsura en niet op ook andere in Katsura geopenbaarde uitvoeringsvormen, volgens welke nu juist wél dezelfde wireless setup information in meerdere wireless devices van gebruikers kan worden geschreven, zodat meerdere deelnemers tegelijkertijd, tijdens dezelfde vergadering, gebruik kunnen maken van de image projection device. Het gaat volgens Delta dan om de paragrafen [0036] en [0037], die zien op de uitvoeringsvormen van conclusies 11 en 12, en om de paragrafen [0057], [0058] en [0112], waarin de werking van de remote operation device wordt beschreven.
4.15.
Uit die paragrafen volgt inderdaad dat als meerdere wireless devices door de remote operation device zijn voorzien van dezelfde wireless setup information, al die devices in staat zijn een wireless verbinding tot stand te brengen tussen de verschillende computers waaraan die wireless devices worden gekoppeld enerzijds en de image projection device anderzijds, zodat vanuit die verschillende computers, tijdens dezelfde vergadering, via de wireless devices, beeldmateriaal kan worden verzonden naar de image projection device. Zo staat in die paragrafen (onderstreping door de rechtbank):
[0036] Since the writing frequencies which can write the same wireless setup information into a device can be setup according to the invention according to claim 11, it becomes possible from a plurality of computer apparatus to transmit the image data to an image projection device, and it becomes possible to provide the suitable picture projection system for the meeting.
[0037] Since updating of the wireless setup information can be inhibited by operation of the updating restraint means arranged at a remote operation device according to the invention according to claim 12, the same wireless setup information can be written in a plurality of devices. It becomes possible to transmit image data from a plurality of computer apparatuses to an image projection device, and it becomes possible to provide the suitable image projection system for the meeting.
[0058]: By the way, when the image data is transmitted from a plurality of the computer apparatuses 4 to the image projection device 3, it is necessary to write the wireless setup information into the plurality of wireless devices 1.
[0112]: As mentioned above, in the embodiment, when the wireless device 1 is connected to USB connector 201, the CPU 210 of the remote operation device 2 will write the wireless setup information into the wireless device 1 for performing the wireless communication with the image projection device 3. The wireless setup information is written into the wireless device 1 with the updating encryption key, the privacy of the wireless communication is improved. However, by operating a maintenance button, the wireless setup information is not made to update, it enables the same wireless setup information to be written in a plurality of wireless devices 1. Thus, the wireless communication among the plurality of computer apparatuses 4 and the image projection device 3 can be achieved.
4.16.
Nu Katsura in voornoemde paragrafen, anders dan Barco betoogt, aldus duidelijk voorziet in de mogelijkheid dat meerdere deelnemers aan een vergadering tegelijkertijd in contact kunnen staan met de image projection device en (aldus) verbonden kunnen zijn met het opgezette netwerk voor het verzenden van arbitraire media-inhoud, wordt in Katsura zowel het kenmerk ‘from users’ als het kenmerk ‘communications network’, in lijn met de betekenis die Barco daaraan geeft, direct en ondubbelzinnig geopenbaard.
4.17.
Dat in Katsura niet wordt geopenbaard hoe dit dan precies werkt aan de kant van de image projection device, in die zin dat niet duidelijk wordt hoe kan worden gewisseld tussen het beeldmateriaal van verschillende deelnemers aan de vergadering, maakt dit niet anders. Conclusie 1 van het octrooi vereist immers niet meer dan dat het elektronisch vergaderhulpmiddel beschikt over de middelen (een node configuration means aangepast om een met de first display verbonden display node te bedienen) om de arbitraire media-inhoud te ontvangen en om de weergave daarvan op de first display te besturen. Het beeldprojectiesysteem van Katsura beschikt onbestreden over dergelijke middelen, zoals beschreven in de paragrafen [0124] tot en met [0127] (waaronder een wireless part voor het ontvangen van het beeldmateriaal en een control part “[to] control the projection part 308 to project the image according to the received image data by the projection part 308.”). Verdere technische maatregelen vereist conclusie 1 van het octrooi niet.
- Het kenmerk ‘to screen scrape’
4.18.
Om arbitraire media-inhoud te communiceren volgens het in conclusie 1 geclaimde systeem, dient die inhoud te worden verkregen van de computer van een deelnemer aan de vergadering, waarna die kan worden verzonden naar de node configuration means en kan worden afgebeeld op de first display (het centrale scherm). Voor het verkrijgen van de media-inhoud van de computer, vereist conclusie 1 van het octrooi dat een programma op de peripheral device is opgeslagen, dat is aangepast om de inhoud van het beeldscherm (the second display) van de computer van een deelnemer te screen scrapen. Zie daarvoor de paragrafen [0032] en [0064] in de beschrijving, waarvan de laatste vermeldt:
[0064] "Screen scraping" in our sense refers to reading the video frame buffers and processing them, rather than just rendering them on a display. Screen scraping for presentations is described in US2002/0196378 to Slobodin et al which is included herein by reference.
4.19.
Barco voert aan dat in Katsura enkel aan de vakman wordt geopenbaard dat beeldgegevens van de computer worden verzonden naar de image projection device en daarop worden geprojecteerd (zie de paragrafen [0052] en [0158] van Katsura), maar niet hoe die gegevens worden verkregen, laat staan dat dat gebeurt door (de afbeelding op) het beeldscherm van de computer van een gebruiker van het beeldprojectiesysteem te screen scrapen. Om nieuwheidsschadelijk te kunnen zijn, zou Katsura die wijze van verkrijgen moeten openbaren, aangezien de vakman weet dat meerdere manieren bestaan waarop beeldgegevens kunnen worden vergaard, waarbij die gegevens ook worden verzonden en geprojecteerd, aldus Barco. Zij noemt daarbij als voorbeeld de mogelijkheid dat op een tweede beeldscherm, met de computer verbonden door middel van een ouderwetse videokabel, hetzelfde beeld wordt getoond als op het scherm van de computer.
4.20.
Volgens Delta echter is sprake van screen scraping volgens het octrooi, al wanneer het beeld van de computer wordt ‘gemirrored’ op het centrale scherm, oftewel wanneer het centrale scherm in de vergaderruimte precies dat beeld laat zien dat ook op het scherm van de computer van een deelnemer aan de vergadering wordt getoond. En omdat in het systeem van Katsura de image projection device het beeld van het scherm van de computer toont, openbaart Katsura voor de vakman direct en ondubbelzinnig screen scraping, aldus Delta.
4.21.
Aan te nemen is dat de vakman het begrip screen scrapen uit conclusie 1 van het octrooi zo zal opvatten dat daaraan wordt voldaan als het deel van het computergeheugen dat het op het beeldscherm van de computer weergegeven beeld bevat (de zogenaamde video buffer), wordt uitgelezen. Dat volgt uit de hiervoor opgenomen paragraaf [0064] van het octrooi ("Screen scraping" (…) refers to reading the video frame buffers and processing them), in combinatie met de beschrijving in Slobodin, waar het octrooi in paragraaf [0064] naar verwijst. Slobodin vermeldt in paragraaf [0044] (relevante delen onderstreept):
[0044] FIG. 5 illustrates in further detail selected functional components of the screen scraper sender logic 200 illustrated in FIG. 2 in accordance with one embodiment. At block 210 the screen scraper sender logic 200 obtains a copy of the raster graphics image from the video memory buffer 114 in the image generation device 110. The raster graphics image in the video memory buffer 114 is the binary data that represents the image on the image generation device’s display device 111 (e.g. a computer monitor or a laptop LCD as illustrated in FIG. 1). The screen scraper sender logic 200 obtains the binary data by directly accessing the contents of the video memory buffer 114 using a display control interface such as, for example, the Microsoft Windows operating system’s DirectDraw facility. The contents of the video memory buffer 114 are copied into the current off-screen buffer 112, and are referred to as a “screen scrape”.
4.22.
Volgens (de verwijzing in) het octrooi zelf is dus sprake van screen scrapen als de inhoud van de video frame buffer, de binaire data die het beeld vertegenwoordigen, wordt uitgelezen. Nu in Katsura het deel van het computergeheugen dat correspondeert met de inhoud van het beeldscherm van de computer van een deelnemer aan de vergadering moet worden uitgelezen, opdat het verzonden en geprojecteerd kan worden, zal de vakman het kenmerk ‘to screen scrape’ in Katsura geopenbaard zien. Dat de term screen scrapen zelf niet is terug te vinden in Katsura, doet daar niet aan af.
4.23.
De rechtbank is van oordeel dat geen grond bestaat voor het standpunt van Barco dat screen scrapen in de zin van het octrooi een bijzondere, van andere te onderscheiden, wijze van het verzamelen van (te verzenden en te projecteren) beeldgegevens is. Het voorbeeld van de ouderwetse videokabel kan Barco in elk geval niet baten, omdat het zowel in het octrooi als in Katsura gaat om een draadloos beeldprojectiesysteem. Barco heeft geen voorbeelden gegeven van alternatieve wijzen van het vergaren van beeldgegevens voor draadloos communiceren.
4.24.
Verder neemt de rechtbank in aanmerking, dat waar het gaat om de vraag of Delta met haar NovoConnect inbreuk maakt op conclusie 1 van het octrooi, uit de stellingen van Barco is af te leiden dat als gesproken wordt over ‘mirroring’ ook voldaan wordt aan het kenmerk ‘to screen scrape’. Onder verwijzing naar een aantal documenten die behoren bij de NovoConnect, waarin niet gesproken wordt over screen scrapen maar wel over mirroring, stelt Barco zich immers op het standpunt dat screen scraping software op de LauncherPlus staat en de LauncherPlus het mogelijk maakt ‘om het scherm van de laptop te screen scrapen naar het grotere scherm’ (zie randnummer 232 van de conclusie van antwoord in reconventie). Zo staat in de brochure van Delta (zie 2.11):
Connect and mirror any device onto the main screen in the meeting with easy guest access thanks to LauncherPlus
4.25.
Aangezien Barco op deze basis tot de conclusie komt dat de NovoConnect voldoet aan het kenmerk ‘to screen scrape’, is kennelijk ook volgens Barco de conclusie gerechtvaardigd dat als (in een draadloos systeem) het beeld van de computer van een deelnemer aan de vergadering wordt gemirrored naar het centrale scherm in de vergaderruimte, dat betekent dat de inhoud van het beeld van de computer is ge-screen scraped als bedoeld in conclusie 1 van het octrooi. Nu in Katsura op het image projection device hetzelfde beeld wordt getoond als op het scherm van de computer, zal de vakman ook om die reden het kenmerk ‘to screen scrape’ in Katsura meelezen.
- Het kenmerk ‘input device’
4.26.
Daarmee rest ter beoordeling de vraag of in Katsura een input device als bedoeld in het octrooi wordt geopenbaard. Vast staat dat de wireless device van Katsura een device is waarmee een deelnemer aan een vergadering een gebruikersactie kan uitvoeren die effect heeft op het op het centrale scherm weer te geven beeld. De wireless device van Katsura bevat namelijk een schuif (de image transmit-stop switch) die de gebruiker van de wireless device in twee verschillende standen kan zetten; in de image-stop-on mode en in de image-stop-off mode (vgl. fig. 3 in 2.13.1). De functionaliteit daarvan wordt beschreven in paragrafen [0071] en [0072] van Katsura. Daaruit volgt dat als de switch in de image-stop-on mode staat, op de image projection device een zwart scherm (of (optioneel) een specifiek ander beeld) op het scherm wordt geprojecteerd. Partijen twisten er over of die switch, zoals in conclusie 1 als eis aan de input device wordt gesteld, de gebruiker toe staat om een gebruikershandeling uit te voeren die aanzet tot overdracht van de gebruikersgeselecteerde arbitraire media-inhoud van de verwerkingsinrichting naar de zender via de poort, en naar het communicatienetwerk voor afbeelding op het eerste beeldscherm.
4.27.
Barco wijst op de paragrafen [0039] en [0154] e.v. van Katsura, waaruit volgens haar is af te leiden dat in Katsura de media automatisch (en dus niet aangezet door een gebruikershandeling) naar de image projection device wordt verzonden zodra de ‘image transmit application [is] being executed’, welk proces van ‘stromen’ van het signaal naar het centrale scherm alleen wordt beëindigd als de verbinding tussen de wireless device en de computer wordt verbroken. Wat in de paragrafen van [0070] en [0071] van Katsura wordt beschreven, zou niet meer zijn dan dat, als voornoemde switch in de image-stop-on mode staat, een instructie aan de image projection device wordt gegeven om een zwart beeld te tonen, als het ware alsof een zwart gordijn voor het al (automatisch) verzonden beeld wordt getrokken. Daarom wordt in Katsura geen device geopenbaard waarmee de gebruiker bepaalt of er gepresenteerd wordt en zo ja, wat, aldus Barco.
4.28.
Dit betoog kan in zoverre worden gevolgd, dat in Katsura de image-stop-off mode centraal staat, in welke stand volgens Katsura media-inhoud (mits voldaan wordt aan de voorwaarde dat de wireless setup information is opgeslagen in de wireless device matcht met diezelfde informatie in de projector) wordt overgedragen en op de image projection device het met de inhoud van het scherm van de computer corresponderende beeld wordt getoond. Dat neemt echter niet weg, en in zoverre negeert Barco ten onrechte delen van de beschrijving, dat de vakman in Katsura in de paragrafen [0070]-[0072], die tezamen gaan over de werking van de image transmit-stop switch en dus door de vakman in samenhang zullen worden gelezen, in de onbestreden Engelse vertaling zal lezen dat de image transmit-stop switch (eerste zin van paragraaf [0071]) er voor kan zorgen dat geen overdracht van ´image data’ (meer) plaats vindt (‘to stop transmitting the image data to the image projection device’). Als de wireless device is verbonden met de computer, en de switch staat in de image-stop-on mode, dan stuurt (het onderdeel van) de wireless device (dat zorgt voor de overdracht en ontvangst van data) namelijk een signaal naar de computer, die (via de wireless device) de opdracht geeft aan de image projection device om het zwarte beeld te tonen (zie laatste zin van paragraaf [0072] ‘instead of transmitting the data inputted from the computer apparatus 4 to the image projection device 3’.
4.29.
Het standpunt van Barco dat ook als de switch in de image-stop-on mode staat het proces van ‘stromen’ van de media naar de image projection device plaats vindt, kan de rechtbank niet met deze duidelijke bewoordingen rijmen. Daarbij komt dat als al juist is dat het schuiven van de switch van de image-stop-off mode naar de image-stop-on mode kan worden vergeleken met het trekken van een zwart gordijn voor het al verzonden beeld, zoals Barco stelt, dat niet valt in te zien voor de situatie dat de wireless device wordt gekoppeld aan de computer met de switch in de image stop-on mode en voor de situatie dat de image projection device al het beeld van het scherm van de computer heeft getoond, daarna de switch wordt overgezet van de image stop-off mode naar de image stop-on mode en vervolgens (met de switch in die stand) het beeld op het scherm van de computer wordt gewijzigd. In die situaties zullen voornoemde passages in Katsura naar het oordeel van de rechtbank door de vakman echt niet anders worden begrepen dan dat de met het beeldscherm van de computer corresponderende image data dan niet worden gecommuniceerd naar de projector. Als de gebruiker er in die twee situaties daarna voor kiest om de switch naar de image stop-off mode te schuiven, welke mogelijkheid (schakelen tussen de twee standen) uitdrukkelijk wordt geopenbaard in Katsura (‘It includes an image-stop-on mode and an image-stop-off mode, for switching alternatively’), dan voert de gebruiker, zoals conclusie 1 van het octrooi vereist, een gebruikershandeling uit die tot overdracht van de gebruikersgeselecteerde arbitraire media-inhoud aanzet van de verwerkingsinrichting naar de zender via de poort, en naar het communicatienetwerk voor afbeelding op het eerste beeldscherm. De switch van Katsura staat de gebruiker dus dezelfde handeling toe als de input device van het octrooi.
4.30.
Dat de OD in de voorlopige opinie van 12 december 2019 (zie 2.15) zou hebben bevestigd dat geen enkel document uit de stand van de techniek openbaart dat door middel van een input device op een peripheral device media wordt overgedragen, zoals Barco bij pleidooi heeft aangevoerd, is onjuist. De OD heeft overwogen dat de image transmit-stop switch inderdaad een rol lijkt te spelen in het proces van ‘image transmission’, maar vond niet duidelijk of de switch echt aan kan zetten tot overdracht of enkel een modus biedt waarin het mogelijk is dat media-inhoud wordt overgedragen. Nu in de onderhavige zaak alleen in geschil is wat er gebeurt in de image stop-on mode en niet dat in de image stop-off mode (zoals Barco zelf betoogt) media-inhoud automatisch wordt overgedragen, zodat de omschakeling naar die stand direct maakt dat (nieuwe) image data worden overgedragen, acht de rechtbank in deze zaak wel duidelijk geworden dat de input device (ook, net als de andere door Barco bestreden kenmerken) direct en ondubbelzinnig in Katsura wordt geopenbaard.
Afhankelijke conclusie 2: niet-inventief
4.31.
Conclusie 2 van het octrooi claimt een elektronisch vergaderhulpmiddel volgens conclusie 1, waarbij het programma (dat volgens conclusie 1 is opgeslagen op de peripheral device en is aangepast om geladen te worden op de processing device, om op het besturingssysteem daarvan te draaien en om daarvan gebruikersgeselecteerde arbitraire media-inhoud te verkrijgen door middel van screen scraping) een zero-footprint achterlaat bij beëindiging. Het octrooi omschrijft een zero-footprint-programma in de paragrafen [0055] tot en met [0057], [0104] en [0132] als een programma dat geen sporen achterlaat op de computer waarop het heeft gedraaid. Delta bestrijdt dat dit zero footprint-kenmerk inventief is, omdat het kenmerk op voor de hand liggende wijze voortvloeit uit Katsura in combinatie met Deforche, meer specifiek de paragrafen [0015] en [0062] (zie 2.13.5).
4.32.
De rechtbank volgt Delta in haar standpunt dat het zero footprint-kenmerk, geformuleerd als een functioneel kenmerk, geen inventiviteit aan conclusie 2 kan verlenen. Volgens de hiervoor genoemde paragrafen van het octrooi kan het effect van de zero-footprint namelijk worden bereikt door gebruik te maken van een portable application, in paragraaf [0054] gedefinieerd als een softwareprogramma dat is ontworpen om te worden gedraaid op de computer zonder installatie en dat is opgeslagen op een te verwijderen opslagapparaat zoals een CD, USB-stick, geheugenkaart of floppy, waarbij de programmabestanden, configuratie-informatie en data enkel op het opslagapparaat staan. Nu al volgens de in het licht van Katsura als niet-nieuw beoordeelde conclusie 1 het screen scrape-programma is opgeslagen op een te verwijderen opslagapparaat, namelijk de peripheral device, is hooguit het verschil tussen Katsura en conclusie 2 dat het screen scrape-programma is ontworpen om een zero footprint achter te laten. Een aanpassing in het ontwerp van een computerprogramma is echter uitgesloten van octrooieerbaarheid op grond van artikel 52 lid 2 aanhef en onder c EOV5. Nu het zero footprint kenmerk als zodanig niet kan worden aangemerkt als uitvinding, kan ook geen sprake zijn van uitvinderswerkzaamheid.
4.33.
Gelet hierop wordt voorbij gegaan aan de verweren van Barco tegen deze nietigheidsaanval van Delta, welke verweren zich alle richten op de combinatie Katsura en Deforche. De rechtbank komt niet toe aan het beoordelen van het kenmerk volgens de door Delta opgezette en door Barco bestreden problem solution approach (PSA).
Afhankelijke conclusie 6: niet inventief
4.34.
Conclusie 6 van het octrooi claimt dat de input device in de vorm van een fysieke actuator een oppervlakte heeft van tussen de 100 en 14.400 mm2. Voor zover is uit te gaan van de stelling van Barco dat de oppervlaktematen in dit bereik – in tegenstelling tot kleinere of juist grotere oppervlakten – maken dat de input device voor een gebruiker makkelijk in de hand ligt en/of bereikbaar is, dan valt niet in te zien dat daaraan uitvinderswerkzaamheid te pas komt. De vakman zal immers geen fysieke knoppen vervaardigen die te klein zijn om met een vinger op te drukken of te groot om nog handzaam te zijn, althans zal hij op voor de hand liggende wijze tot een knop binnen het gestelde bereik komen.
Afhankelijke conclusies 3, 4, 5 en 7: niet nieuw/inventief
4.35.
De stelling van Delta dat ook de conclusies 3, 4 en 5 niet nieuw zijn in het licht van Katsura en dat conclusie 7 geen inventief kenmerk aan conclusie 1 toevoegt, heeft Barco niet afzonderlijk bestreden, zodat de nietigheid van die conclusies wordt aangenomen.
Onafhankelijke conclusie 8: niet nieuw
4.36.
Als het gaat om de onafhankelijke werkwijzeconclusie 8 heeft Barco in haar verweer verwezen naar de argumenten die zien op conclusie 1. Gelet hierop is deze conclusie hetzelfde lot beschoren als conclusie 1.
Afhankelijke conclusies 9 tot en met 15: niet nieuw/inventief
4.37.
Barco heeft geen argumenten naar voren gebracht tegen de stelling van Delta dat de conclusies 13 en 15 evenmin nieuw zijn in het licht van Katsura. Barco heeft zich bij conclusie van antwoord in reconventie aanvankelijk wel (summier) verweerd tegen de argumenten van niet-nieuwheid van Delta bij de conclusie van eis in reconventie die zien op conclusie 14, maar nadat Delta daar in de conclusie van repliek in reconventie nog eens nader op is ingegaan, heeft Barco, anders dan geldt voor afhankelijke conclusies 2 en 6, daar geen verweer meer tegen gevoerd. De rechtbank neemt daarom als onweersproken aan dat deze conclusies niet nieuw zijn.
4.38.
Barco heeft ook niets ingebracht tegen het standpunt van Delta dat de conclusies 9 tot en met 12 niet inventief zijn. Die conclusies worden dan ook als niet-inventief beoordeeld.
Onafhankelijke conclusie 16: niet inventief
4.39.
Barco heeft ten slotte niet bestreden dat conclusie 16, welke conclusie een peripheral device voor gebruik volgens conclusie 9 claimt, niet inventief is, zodat ook die conclusie geen stand houdt.
Vorderingen hoofdzaak Nederlandse deel octrooi
4.40.
Een en ander leidt tot de slotsom dat in reconventie de vordering wordt toegewezen. Alle conclusies van het Nederlandse deel van EP 668 zullen als zijnde niet nieuw, althans niet inventief, worden vernietigd. De rechtbank komt daarom niet toe aan de vraag of sprake is van toegevoegde materie. Nu het Nederlandse deel van het octrooi wordt vernietigd, zullen de inbreuk- en nevenvorderingen in conventie die zien op het Nederlandse deel van het octrooi worden afgewezen.
Vorderingen hoofdzaak buitenlandse delen octrooi
4.41.
Voor zover de vorderingen van Barco zijn gebaseerd op inbreuk door Delta op de buitenlandse delen van EP 668 (zie 3.1), geldt dat de rechtbank weliswaar bevoegd is om de vorderingen in conventie die daarop zien te beoordelen, maar niet om te oordelen over de geldigheid van de buitenlandse octrooien. Op grond van artikel 24 lid 4 Brussel I bis-Vo zijn andere rechters dan de Nederlandse rechter daar bij uitsluiting toe bevoegd, zodat het ook die andere rechters zijn die een oordeel dienen te geven over de nietigheidsverweren van Delta ten aanzien van de buitenlandse delen van het octrooi. Omdat Barco niet heeft verzocht om aanhouding van de beoordeling van de vorderingen in conventie die de inbreuk op de buitenlandse delen van EP 668 betreffen, zal de rechtbank die vorderingen, in lijn met het Roche/Primus II-arrest6 afwijzen.
Provisionele vordering in conventie
4.42.
Vanwege de beslissing op de vorderingen in de hoofdzaak, bestaat geen belang meer bij de provisionele vordering. Die vordering van Barco zal dan ook worden afgewezen.
Vorderingen die zien op het Model
4.43.
De discussie die partijen voeren over het Model, draait om de navolgende, door Barco aangevoerde, kenmerken van het Model:
-
de strakke, sobere vormgeving met geometrische pasvormen;
-
de proporties en symmetrie van het design;
-
de drukknop is symmetrisch in het midden van de vierkante behuizing geplaatst;
-
e koppelingsverbinding (het USB-snoer) is ook symmetrisch in het midden van één van de zijkanten van de vierkante behuizing geplaatst en is via een glooiende verbinding aan de behuizing bevestigd, waardoor het overkomt als één geheel;
-
rondom de drukknop brandt, na het drukken op de knop, een rood licht, om aan te geven dat het apparaat klaar is voor gebruik;
-
de vierkante behuizing is plat, zwart van kleur en heeft afgeronde hoeken, en van de zijkant gezien is sprake van bollende lijnen.
4.44.
De rechtbank stelt vast dat, ook volgens dit lijstje, de kenmerken van het Model zijn terug te voeren op vier verschillende onderdelen: i) een donkerkleurige (zwarte) sobere vierkante, vrij platte, behuizing met afgeronde hoeken, welke behuizing van de zijkant bezien, door bollende lijnen en kleurcontrast, lijkt te bestaan uit meer delen, ii) een exact in het midden van één van de zijkanten van de behuizing, via een glooiende verbinding aan die behuizing gekoppeld USB-snoertje, iii) een ronde, wat naar boven bollende, roestvrijstaalkleurige, knop in het midden op de bovenkant van de vierkante behuizing, welke knop een groot deel van die bovenkant beslaat, iv) met om die knop een roodkleurige ronde (licht)ring. Dat het rode licht aan gaat na drukken op de knop, en de functie daarvan, valt niet onder het uiterlijk van het Model, zodat dat niet als kenmerk in de beoordeling mee zal worden genomen.
4.45.
Volgens Delta zijn de kenmerken van het Model technisch bepaald, zodat het Model op grond van artikel 8 GModVo is uitgesloten van modelrechtelijke bescherming. Daarbij wijst Delta erop dat aan elk van de hiervoor genoemde kenmerken een technische en/of ergonomische functie kan worden toegekend. Barco erkent dat een dongle aan een aantal technische vereisten moet voldoen, maar geeft te kennen dat daarnaast genoeg ontwerpersvrijheid overblijft om creatieve keuzes te maken.
4.46.
Bij de uitleg van wat onder deze zogenoemde techniek-exceptie valt, is de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) met betrekking tot artikel 8 GModVo en de Modellenrichtlijn7 relevant. In het Doceram-arrest8 uit 2018 heeft het HvJ EU de zogenoemde enige-factor-leer geformuleerd: de techniekexceptie is van toepassing wanneer de noodzaak om aan een bepaalde technische functie van het betrokken voortbrengsel te voldoen, de enige factor is waarom de ontwerper voor een bepaald uiterlijk kenmerk van dat voortbrengsel heeft gekozen en andere overwegingen, met name met betrekking tot het visuele aspect van het voortbrengsel, geen rol hebben gespeeld bij de keuze voor dat kenmerk, waarbij niet doorslaggevend is of er alternatieve modellen zijn.
4.47.
Als die leer wordt toegepast op het Model, faalt het betoog van Delta. Delta heeft in de onderbouwing van haar betoog, met verwijzing naar de dongle in het octrooi, weliswaar gewezen op de functionaliteit van het Model - waardoor een kleine efficiënte basisvorm vanzelfsprekend is, het Model moet zijn toegerust met een knop met indicator, de plaatsing van de knop in het midden ergonomische verantwoord is, de koppelingsverbinding nodig is voor de stroomtoevoer en de plaatsing van het snoertje in het midden zorgt dat de dongle plat op tafel kan blijven liggen -, maar zij heeft vervolgens niet voldoende ingebracht tegen de stellingen van Barco dat zij had kunnen kiezen voor een andere basisvorm, voor andere positioneringen en verhoudingen en voor een andere vlakverdeling. De rechtbank neemt aan dat de kenmerken van de vierkante vorm van de behuizing, de kleur van de drukknop en de verhouding tussen die knop en de behuizing, alsook de vorm, kleur en plaats van de (in het Model) ronde (licht)ring, niet enkel zijn gekozen om aan de functionaliteit te voldoen, maar dat bij het ontwerp van het Model ook visuele aspecten een rol hebben gespeeld. Dat dat zo is, wordt verder bevestigd door de andere, kennelijk tegelijkertijd met het Model door Barco geregistreerde modellen voor een dongle, waarvan de afbeeldingen zijn opgenomen in de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van Delta:
De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding (een deel van) de kenmerken van het Model van bescherming uit te sluiten omdat deze onder de techniekexceptie zouden vallen.
4.48.
Delta bestrijdt verder dat het Model beschikt over het op grond van artikel 4 lid 1 GModVo voor bescherming vereiste eigen karakter. Ingevolge artikel 6 GModVo wordt een model geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die vóór de eerdergenoemde datum voor het publiek beschikbaar zijn gesteld (het vormgevingserfgoed). Daarbij moet het eigen karakter van het model niet worden beoordeeld aan de hand van een combinatie van afzonderlijke kenmerken van meerdere oudere modellen, maar aan de hand van één of meer individueel beschouwde oudere modellen.9 De geïnformeerde gebruiker is in hoge mate aandachtig, hetzij door zijn persoonlijke ervaring, hetzij door zijn uitgebreide kennis van de betrokken sector en zal de modellen zo mogelijk rechtstreeks vergelijken.10
4.49.
Delta presenteert verschillende modellen als vormgevingserfgoed (zie 2.17). Delta stelt zich op het standpunt dat de technische en functionele vereisten beperkingen opleggen aan het ontwerp, zodat bepaalde kenmerken gebruikelijk zijn in producten als die waarvoor het Model is geregistreerd en de vormgevingsvrijheid in hoge mate is beperkt. Binnen de resterende vormgevingsvrijheid, wijkt het Model niet noemenswaardig af van wat al bekend was, aldus Delta. Daarbij wijst zij in het bijzonder op de MyWirelessTV HDMI Transmitter (zie 2.17.1). Volgens Delta bezit elk van de gepresenteerde modellen, maar met name voornoemde transmitter, zelfstandig beschouwd alle, binnen de vormgevingsvrijheid nog resterende, uiterlijke kenmerken van het Model. Ten behoeve van de leesbaarheid, neemt de rechtbank hieronder de overgelegde afbeelding van de transmitter en de afbeelding van het Model in een vergelijkbare positie over:
|
|
MyWirelessTV HDMI Transmitter
|
Model
|
4.50.
Gelet op de rol die Delta toedicht aan de MyWirelessTV HDMI Transmitter, waaruit volgt dat zij de overeenstemming met het Model het meest aanwezig acht, volstaat de rechtbank met een beoordeling van de totaalindruk van die transmitter. Daargelaten dat Barco bestrijdt dat de afbeelding van deze transmitter ook daadwerkelijk het model toont dat aan het publiek beschikbaar is gesteld, beschikt de transmitter niet over de onder 4.44 beschreven kenmerken ii) (de bevestiging van het snoertje), iii) (de roestvrijstalen knop en de vormgeving daarvan) en iv) (de roodkleurige ring).
4.51.
Hoewel juist is dat de transmitter op de zojuist, en onder rov 2.17.1, weergegeven afbeelding over een vergelijkbaar donkerkleurige (zwarte) sobere vierkante, vrij platte behuizing met afgeronde hoeken lijkt te beschikken, waarop – net als in het Model – zich in het midden een rond plaatje (met een ronde ring) bevindt dat zich voor wat betreft afmeting op dezelfde wijze als de knop in het Model verhoudt ten opzichte van de behuizing, legt dat niet veel gewicht in de schaal. De transmitter beschikt immers niet over de in het Model meest in het oog springende kenmerken van een (strak) ronde, roestvrijstaalkleurige knop, met daar omheen, op wat afstand, een roodkleurige ronde ring, en ook niet over een aan de behuizing bevestigd snoertje. Nu juist de kleurcontrasten van de knop en de ring, ten opzichte van de behuizing en elkaar, bij het Model in het oog springen, waarbij ook het snoertje een opvallend onderdeel is, is de rechtbank van oordeel dat de totaalindruk van de transmitter voor de geïnformeerde gebruiker anders is dan die van het Model.
4.52.
De voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat het Model geldig is. Dat brengt mee dat de vordering van Delta in reconventie tot nietigverklaring van het Model wordt afgewezen.
4.53.
Daarmee komt de rechtbank toe aan de beoordeling of de LauncherPlus binnen de reikwijdte van de aan het Model toe te kennen bescherming valt. Op grond van artikel 10 GModVo is dat het geval indien moet worden geoordeeld dat de LauncherPlus bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt dan het Model. Daarbij is van belang dat de beschermingsomvang van het Model afhankelijk is van de afstand die bestaat tussen het Model en het vormgevingserfgoed. Zoals hiervoor bij de beoordeling van de geldigheid van het Model is overwogen, onderscheidt het Model zich vooral van het vormgevingserfgoed, en zijn de meest in het oog springende kenmerken van het Model gelegen, in de strakke vormgeving van de knop en de kleurcontrasten tussen knop, ring en behuizing.
4.54.
De rechtbank zal bij de vraag of de LauncherPlus een andere algemene indruk wekt dan het Model uitgaan van de afbeeldingen (weergegeven onder 2.12) die de rechtbank zelf van de door Barco aangekochte exemplaren van de LauncherPlus heeft gemaakt. In de afbeeldingen van de LauncherPlus die Barco in haar processtukken heeft opgenomen, zijn namelijk niet de vier met cirkeltjes (met daarin de nummers één tot en met vier) weergegeven drukpunten op de bovenzijde van de dongle, die naar de onbestreden stelling van Delta blauw oplichten bij gebruik, zichtbaar, terwijl is gesteld noch gebleken dat ook exemplaren van de LauncherPlus zonder die cirkeltjes op de markt zijn.
4.55.
Als dan de afbeeldingen van de LauncherPlus (zie 2.12) worden vergeleken met het Model, vallen allerlei wezenlijke verschillen, niet alleen in de vormgeving van de bovenzijde van de behuizing, maar ook in de behuizing van de zijkant bezien, op. Zo beschikt de LauncherPlus niet over een geheel donkerkleurige (zwarte) behuizing, maar is het zwarte vierkante vlak op de bovenzijde omlijst door een roestvrijstaalkleurig rand, die tevens de hele zijkant van de dongle bestrijkt. Als de LauncherPlus wordt bekeken vanaf de zijkant, is geen sprake van bollende lijnen en kleurcontrast, waardoor de zijkant van de behuizing lijkt te bestaan uit meerdere delen. De LauncherPlus beschikt verder niet over een roestvrijstaalkleurige, naar boven bollende, knop in het midden op de bovenkant van de dongle, maar over een zwarte, ronde knop die op gelijke hoogte is met de rest van het bovenvlak van de dongle en daar, ook in kleur, alleen van wordt onderscheiden door een witte ring, die (zie de afbeelding op de doos) kennelijk blauw kleurt bij gebruik. De LauncherPlus wijkt verder af van het Model in het gebruik van de vier genummerde cirkeltjes op de vier (hoek)punten om de witte ring heen. Dit brengt mee dat een groot deel van de kenmerken, waaronder ook de meest in het oog springende, niet, of op geheel andere wijze zijn terug te vinden in de LauncherPlus, zodat de LauncherPlus een andere algemene indruk wekt dan het Model en daarop geen inbreuk maakt. Dat een deel van de kleuren (zwart en roestvrijstaal) ook in de LauncherPlus terug komen, maakt dit niet anders.
4.56.
Dit leidt er toe dat de vorderingen van Barco in conventie voor zover gebaseerd op inbreuk door Delta op het Model, met de andere vorderingen in conventie, zullen worden afgewezen.
4.57.
Barco zal zowel in conventie als in reconventie als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in de hoofdzaak worden veroordeeld op de voet van artikel 1019h Rv, zoals gevorderd. Delta vordert een bedrag van € 286.581,80 aan proceskosten, geheel toe te rekenen aan de procedure in conventie, waarbij 90% van dat bedrag ziet op de vorderingen die het octrooirecht betreffen en 10% op het modelrechtelijke deel. Door Barco is tegen de hoogte van die kosten aangevoerd dat die, mede gelet op haar eigen proceskostenopgave, onevenredig hoog zijn. Ook wijst Barco erop dat het haar eigen kosten overstijgende deel van ruim € 130.000,- niet goed te controleren is, omdat de omschrijving van de kosten in de opgave vaak ontbreekt of is geredigeerd.
4.58.
De rechtbank is van oordeel dat, voor zover het gaat om het modelrechtelijk geschil, deze zaak kwalificeert als een ‘normale zaak’ in de zin van de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). Op grond van deze Indicatietarieven is een bedrag van maximaal € 20.000,- aan advocaatkosten redelijk en evenredig. De rechtbank ziet in het verweer van Barco tegen de hoogte van de proceskosten voor zover het de octrooirechtelijke vorderingen betreft reden het gevorderde bedrag van € 257.923,62 (90% van het gevorderde totaal) te matigen tot een naar haar oordeel als redelijk en evenredig aan te merken bedrag van € 160.000,-. Het totaal toe te wijzen bedrag van € 180.000,- zal worden toegewezen aan de conventie, zoals onbestreden voorgesteld door Delta. De kosten van Delta in conventie worden dan ook, inclusief verschotten, die in het gevorderde begrepen waren en daarom ook in het toe te wijzen bedrag begrepen worden geacht, tot op heden begroot op € 180.000,-. Het toe te wijzen bedrag in conventie zal als gevorderd worden vermeerderd met de wettelijke rente als in het dictum vermeld. De proceskosten in reconventie worden begroot op nihil.
In het incident betreffende de provisionele vordering
4.59.
Ook in het incident zal Barco als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van Delta, welke worden begroot op nihil omdat die vordering volledig voortvloeit uit de hoofdzaak in conventie.