In de conclusie van het BING rapport, staat onder meer:
“(…) Wij constateren dat het interne onderzoek zich al snel heeft gefocust op betrokkene zonder duidelijke onderbouwing en expliciet gemaakte klachten. Naar het oordeel van BING is onvoldoende zorgvuldigheid betracht in de communicatie naar betrokkene over de precieze aanleiding en doelstelling van het onderzoek alsook ten aanzien van de gehanteerde procedure.
In de schorsingsbrief van 31 januari 2019 staat een opsomming van twaalf klachten die dor teamleiders jegens betrokkene zouden zijn geuit. Deze klachten lopen uiteen van het niet nakomen van afspraken tot discriminatoir gedrag tot het geven van lessen van onvoldoende kwaliteit; de feitelijke onderbouwing van de klachten ontbreekt c.q. blijkt hieruit niet. (…)
Volgens de clustermanager a.i. richten de sterkste verwijten jegens betrokkene zich op de veiligheid, het kwetsen en onheus bejegenen van collega’s en studenten. (…)
Andere geïnterviewden hebben weliswaar minder sterke kwalificaties gebruikt, maar schetsen tevens een beeld van een collega die de grenzen van een ander opzoekt en die zich niet conformeert aan de geldende afspraken en regels. (…)
Feit is dat er verwijten bestaan over het handelen van betrokkene, dat als discriminatoir wordt bestempeld. De genoemde voorbeelden lijken met name betrekking te hebben op één specifiek voorbeeld. Het incident heeft zich al langer geleden voorgedaan en hierover is met name verklaard vanuit tweede of derde hand dan wel door een anonieme getuige. Er is bovendien geen formele klacht. (…)
Met de aantijgingen wordt gesuggereerd dat het gebruik van alcohol en wiet invloed heeft op het functioneren van betrokkene, maar dat wordt op geen enkele manier concreet naar voren gebracht. Onder genoemde omstandigheden ontbreekt een toereikende grondslag om betrokkene een verwijt te maken ten aanzien van vermeend grensoverschrijdend gedrag. (…)
Volgens BING is voldoende aannemelijk gemaakt dat betrokkene vaak te laat was met het aanleveren van toetsen. Dat het onderwijsproces hierdoor niet zou zijn geraakt doet niet af aan het feit dat betrokkene interne afspraken onvoldoende naleeft en hierop aangesproken mag worden. Over het laat aanleveren van toetsen is echter ook verklaard dat betrokkene daarin niet de enige was. (…)
Een belangrijke constatering is dat er sinds 2015/2016 geen beoordelingsgesprek en/of functioneringsgesprek meer is gevoerd met betrokkene. (…)
De voorbeelden over bejegening door betrokkene zijn niet feitelijk onderbouwd en dateren in een aantal gevallen van lang geleden. (…)”