Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBDHA:2021:15513

Rechtbank Den Haag
18-02-2021
31-01-2022
AWB 20/5596
Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Artikel 8 EVRM / moeder uit China wil bij volwassen dochter in Nederland verblijven / geen sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie / beroep ongegrond

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/5596

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2021 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. K.L. Sett),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metzelaar).

Procesverloop

Bij besluit van 2 oktober 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 14 mei 2019 tot het verlenen van een machtiging voorlopig verblijf (mvv) afgewezen.

Bij besluit van 23 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Ook is verschenen mevrouw [referente], referente. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

De feiten

1. Eiseres heeft een mvv aangevraagd omdat zij graag in Nederland wil verblijven bij haar meerderjarige dochter, mevrouw [referente], referente. Zij heeft deze aanvraag ingediend op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Het bestreden besluit

2. Verweerder heeft aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Volgens verweerder heeft eiseres niet aangetoond dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen haar en referente. Daarom acht verweerder de weigering van een mvv niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. Gelet hierop stelt verweerder niet toe te komen aan het maken van een belangenafweging.

Het standpunt van eiseres

3. Eiseres voert aan dat sprake is van een zeer sterke mate van emotionele afhankelijkheid tussen haar en referente. Referente is nog het enige familielid van eiseres, aangezien haar echtgenoot en haar andere dochter zijn overleden. De echtgenoot van eiseres heeft op zijn sterfbed zijn wens uitgesproken dat eiseres aan haar dochters zou worden toevertrouwd. Hieruit blijkt volgens eiseres de meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Ook heeft eiseres een medische zorgbehoefte waar alleen referente in kan voorzien. Eiseres is aldus medisch gezien afhankelijk van referente. Tot slot stelt eiseres dat er in het kader van artikel 8 van het EVRM een belangenafweging moet worden gemaakt. Hierbij is van belang dat referente in Nederland haar werk, sociaal- en gezinsleven heeft. Referente is hier helemaal ingeburgerd en woont hier langer dan dat zij in China heeft gewoond. Van haar kan niet worden verwacht dat zij bij haar moeder in China gaat wonen. Op de zitting is namens eiseres een beroep gedaan op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht van 26 juni 2018.1

Eiseres heeft bij haar aanvraag de volgende stukken overgelegd:

  • -

    Kopie van de geboorteakte van referente;

  • -

    Kopie van het paspoort van referente;

  • -

    Kopie van het paspoort van eiseres;

  • -

    Kopie van de notariële akte van het familie-uittreksel;

  • -

    Kopie van de overlijdensakte van de echtgenoot van eiseres;

  • -

    Kopie van de overlijdensakte van de dochter van eiseres;

  • -

    Kopie van een ontslagbrief van het Traditional Chinese Medicine Hospital of Guangdong Province;

  • -

    Kopieën van besluiten van visumaanvragen.

Het oordeel van de rechtbank

4. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in haar uitspraak van 4 april 20192 geoordeeld dat voor de vaststelling van beschermenswaardig familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen een ouder en een niet-jongvolwassen meerderjarig kind is vereist dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie (more than normal emotional ties). Voor de vaststelling of hiervan sprake is, kan onder meer de financiële of materiële afhankelijkheid van belang zijn. Verweerder mag hierbij zwaarwegend maar niet doorslaggevend gewicht toekennen aan het antwoord op de vraag of er een reële mogelijkheid bestaat dat ook andere familieleden of derden de door het afhankelijke familielid benodigde zorg geven.

5. Uit de Werkinstructie 2019/15 van verweerder, paragraaf 3.8, blijkt onder meer het volgende. De afhankelijkheidsrelatie moet de gebruikelijke banden die tussen de ouder(s) en het meerderjarige kind bestaan, overstijgen. De afhankelijkheid kan beide kanten op bestaan: het meerderjarige kind kan afhankelijk zijn van de ouder(s), of de ouder is afhankelijk van het meerderjarige kind. De banden moeten zo sterk zijn dat als gevolg van de scheiding de betreffende gezinsleden niet in staat zijn zelfstandig te functioneren. Hier mag bij worden betrokken of anderen (bijvoorbeeld andere gezinsleden, maar ook derden) in staat zijn de zorg voor het gezinslid op zich te nemen. Een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer sprake is van medische of psychische problematiek en de gezinsleden zonder de zorg van exclusief dat ene gezinslid niet kunnen functioneren.

Is er sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie?

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat er tussen eiseres en referente geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie zoals hiervoor beschreven. Daarvoor acht de rechtbank het volgende van belang.

7. De rechtbank maakt uit de gedingstukken op dat referente in 1991 vanuit China is vertrokken naar Nederland en dat zij sindsdien niet meer met eiseres heeft samengewoond. Eiseres woonde tot 26 juni 2013 met haar echtgenoot samen. Op 26 juni 2013 is haar echtgenoot overleden en vanaf dat moment heeft haar andere dochter – de zus van referente – zich over eiseres ontfermd. Zij is op 11 september 2018 overleden. Sindsdien heeft referente de regie van de zorg voor eiseres op zich genomen. Op dat moment is echter geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie ontstaan. Het is begrijpelijk dat referente graag voor haar moeder wil zorgen, maar verweerder heeft terecht opgemerkt dat de benodigde zorg ook door anderen kan worden verleend. De rechtbank overweegt dat eiseres ter onderbouwing van haar medische zorgbehoefte alleen een ontslagbrief heeft overgelegd van het Traditional Chinese Medicine Hospital of Guangdong Province en dat eiseres verder niet heeft aangetoond wat deze ontslagbrief precies inhoudt. De stelling van eiseres dat zij onder medische behandeling staat en elke drie maanden naar het ziekenhuis gaat, is niet onderbouwd met stukken. Ook is niet gebleken van andere medische zorg. Referente heeft verklaard dat haar zwager eiseres bijstand verleent, zo brengt hij eiseres naar het ziekenhuis voor afspraken aldaar. Desgevraagd heeft referente de medische zorgbehoefte op de zitting toegelicht. De nadere uitleg van referente ziet echter op psychische ondersteuning, communicatie en begeleiding richting artsen. Referente heeft uitgelegd dat eiseres alleen haar vertrouwt. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken van een daadwerkelijke medische zorgbehoefte waar alleen referente in kan voorzien. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij medisch gezien afhankelijk is van referente, zoals zij stelt.

8. Verder is het begrijpelijk dat eiseres en referente de wens van de overleden vader van referente in vervulling willen brengen. Dit betekent echter niet dat daardoor feitelijk een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen eiseres en referente die de normale banden tussen volwassen gezinsleden overstijgen. Voorts heeft verweerder terecht betrokken dat referente de financiële en morele steun ook vanuit Nederland kan geven, zoals zij dat nu ook doet.

9. Tot slot overweegt de rechtbank dat de onder punt 3 genoemde uitspraak niet van toepassing is op de situatie van eiseres. Bij die zaak betrof het een situatie waarin sprake was van een lange periode van samenwonen. Namens eiseres is ter zitting gesteld dat zij na het overlijden van haar dochter in 2018 meerdere maanden per jaar bij referente in Nederland verblijft. De rechtbank volgt verweerder in zijn ter zitting ingenomen standpunt dat deze stelling niet is onderbouwd met onderliggende stukken en daarom niet meegewogen kan worden.

10. Nu verweerder terecht heeft vastgesteld dat geen sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM, heeft verweerder geen belangenafweging hoeven maken.

Conclusie

11. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht heeft besloten dat eiseres niet in aanmerking komt voor de gevraagde mvv.

12. Het beroep is ongegrond.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. E. de Jong, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De griffier is buiten staat de uitspraak

mede te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 ECLI:NL:RBMNE:2018:2872.

2 ECLI:NL:RVS:2019:1003.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.