Overwegingen
Verzending uitnodigingsbrief
1. In het dossier zit een uitnodigingsbrief voor de zitting. Daarop staan de correcte gegevens van het kantoor van de gemachtigde. Uit de verzendadministratie van de rechtbank blijkt dat de brief op 6 juli 2023 daadwerkelijk aan dat kantoor is verzonden. De gemachtigde is echter zonder bericht vooraf niet verschenen.
2 Aan betrokkene wordt het verwijt gemaakt dat op 19 april 2020 met het voertuig met het [kenteken] op de Gerrit Raesenerf te Gouda is geparkeerd in strijd met een parkeerverbod (bord E1), terwijl betrokkene toen de kentekenhouder was.
3 Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd van € 95,- (exclusief € 9,-administratiekosten).
Het beroepschrift
4 De gemachtigde heeft aangevoerd dat de foto’s van de gedraging ontbreken. Op 20 juni 2023 heeft de gemachtigde laten weten dat hij ‘verwijst naar de eerder bij de rechtbank ingediende gronden’.
Het verslag van de zitting
5 De vertegenwoordiger vindt het beroep ongegrond. De foto’s waren op de vorige zitting al overgelegd en zitten in het dossier. Er zijn geen andere beroepsgronden ingediend.
Het oordeel van de kantonrechter
6 De kantonrechter stelt vast dat de foto’s van de gedraging al op de vorige zitting waren overgelegd. Die zijn samen met het proces-verbaal van die zitting aan de gemachtigde toegezonden. De beroepsgrond slaagt dus niet. De gemachtigde heeft geen andere beroepsgronden aangevoerd. Verder is de verklaring van de verbalisant duidelijk. De gedraging staat vast.
7 De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij in deze zaak te laat uitspraak doet. Het is jarenlang vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geweest dat in dat geval wordt volstaan met de enkele constatering dat daarvan sprake is. Het gerechtshof heeft in het arrest van 28 juli 2023 echter aanleiding gezien om hiervan terug te komen.1 Voortaan zal een te late uitspraak moeten leiden tot vermindering van de verkeersboete met 25%. De kantonrechter sluit zich hierbij aan. De burger heeft namelijk recht op een tijdige beslissing. En dat is in deze zaak niet gelukt.
8 Het beroep is gedeeltelijk gegrond. De verkeersboete moet worden verminderd.
9 Het gerechtshof heeft in het arrest van 28 juli 2023 ook geoordeeld dat in een geval als dit de proceskosten moeten worden vergoed voor de fase waarin te laat uitspraak wordt gedaan. De kantonrechter volgt dit oordeel niet. Hij overweegt het volgende.
10 In dit geval vermindert de kantonrechter ambtshalve de verkeersboete omdat hij te laat uitspraak doet. Alleen al daarom is er geen reden voor een proceskostenveroordeling.2 Ook overigens is die reden er niet.
11 Het is inmiddels landelijk bekend dat no cure no pay-bureaus (ncnp-bureaus) grote hoeveelheden Mulderberoepen instellen. Het gaat hier niet om ingewikkelde procedures. Beroepschriften bestaan doorgaans uit standaardgronden. Dit maakt dat zij een hoog repetitief gehalte hebben. Deze wijze van procesvoering stelt ncnp-bureaus in staat om op vrij eenvoudige wijze en met geringe inspanningen vele procedures te starten. Daarbij valt op dat vaak pas op brieven van de rechtbank wordt gereageerd als deze aangetekend zijn verstuurd.
12 Alleen al in de voorraadkamer van de rechtbank liggen momenteel ruim 2.000 Mulderzaken, waarvan 1.605 van ncnp-bureaus. De onderneming van de gemachtigde in deze zaak heeft een eigen kast met daarin 762 zaken. Hier komen nog de zaken bij die al aan kantonrechters zijn toebedeeld. En dan te bedenken dat op een dagdeel Mulderzitting ongeveer 35 zaken staan. De voorraadkamer is dus al goed voor een volle maand elke doordeweekse dag in de ochtend en de middag Mulderzitting met ncnp-bureaus. En op die zitting gaat het vooral om de (hoogte van de) proceskostenvergoeding die bij een (deels) gegrond beroep aan een gemachtigde toekomt. Over het belang van de burger wordt nauwelijks meer gesproken. Die is er ook bijna nooit bij. Dit alles gaat ten koste van een tijdige en afgewogen afdoening van zaken.
13 Vanzelfsprekend heeft iedereen in Nederland recht op een tijdige uitspraak. Hier ligt een grote verantwoordelijkheid voor de rechterlijke macht. Tegelijkertijd ziet de kantonrechter dat ncnp-bureaus door de vele procedures in Mulderzaken inmiddels een eigen aandeel hebben gekregen in de tijdigheid van uitspraken. Het is evident niet redelijk om een proceskostenvergoeding toe te kennen als de reden daarvoor mede in procedeergedrag is gelegen.
14 Daar komt het volgende bij. De kantonrechter heeft op de zitting 16 zaken van de gemachtigde behandeld. In 9 daarvan doet hij te laat uitspraak. Het oordeel van het gerechtshof over de proceskosten zou tot gevolg hebben dat in totaal € 7.551,- aan vergoeding moet worden toegekend. Dit is duidelijk geen tegemoetkoming in de kosten meer, maar een royale beloning voor geringe inspanningen. De kantonrechter herhaalt nog maar eens dat de proceskostenvergoeding hier niet voor bedoeld is.
15 De kantonrechter komt na afweging van alle relevante elementen tot de conclusie dat in een geval als dit een vergoeding van de proceskosten redelijkerwijs achterwege moet blijven. Hij vindt voor deze afdoeningsmodaliteit steun in de conclusie van 26 november 2019 van Harteveld, procureur-generaal bij de Hoge Raad.3 Al met al wijst de kantonrechter het verzoek af.
Beslissing:
- -
verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
- -
wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de verkeersboete wordt vastgesteld op € 71,25 (exclusief € 9,- administratiekosten);
- -
bepaalt dat de officier van justitie het teveel aan zekerheid gestelde aan de betrokkene teruggeeft;
- -
wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Dit is de uitspraak van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door L.C. de Koning, griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.