Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBDHA:2025:2330

Rechtbank Den Haag
17-01-2025
19-02-2025
C/09/677379 / KG ZA 24-1182
Ondernemingsrecht
Kort geding

Kort geding. Ondernemingsrecht. Schorsing lid. Vernietigbaar besluit schorsing van een functionaris van een vereniging. De voorzieningenrechter is, marginaal toetsend, van oordeel dat het bestuur van de vereniging in redelijkheid niet tot de gewraakte besluiten heeft kunnen komen zodat het schorsingsbesluit (en daarmee ook het voorlopige schorsingsbesluit) vernietigbaar is.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/677379 / KG ZA 24-1182

Vonnis in kort geding van 17 januari 2025

in de zaak van

[eiser] te [woonplaats] , Italië,

eiser,

advocaat mr. L.F.B.M. Peeters te Vught,

tegen:

de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid
CONFEDERATION ORNITHOLOGIQUE MONDIALE (C.O.M.) te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. F.J.M. van ‘t Geloof te Amsterdam.

Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘de COM’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 december 2024, met producties 1 tot en met 16;

- de op 8 januari 2025 namens [eiser] ingediende producties 17 en 18;

- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 6;

- de op 15 januari 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Op 17 januari 2025 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 31 januari 2025.

2 De feiten

Op grond van de stukken en op grond van wat er op de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Introductie van partijen en betrokkenen

De COM

2.1.

De COM is een vereniging (met schriftelijke statuten) naar Nederlands recht, opgericht op 14 juli 1973, met haar statutaire zetel in Den Haag. De COM houdt zich bezig met activiteiten op het gebied van vogelkunde (ornithologie) wereldwijd, waaronder het organiseren van de ornithologische wereldkampioenschappen, het ondersteunen van mondiale wedstrijden en het coördineren van tentoonstellingen van internationale aard die plaatsvinden in de aangesloten landen. Het ledenbestand van de COM wordt gevormd door nationale federaties van ornithologische verenigingen uit meer dan vijftig landen.

2.2.

De COM kent verschillende organen, waaronder het dagelijks bestuur (Comité Directeur, hierna: het COM-bestuur). Het COM-bestuur telt zeven leden en wordt voorgezeten door de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Verder heeft de COM een de algemene ledenvergadering (hierna: het Congres) en een technisch orgaan waarin alle hoogst gekwalificeerde nationale keurmeesters zijn verenigd (Ordre Mondial des Juges, hierna: OMJ), waarvan [eiser] sinds 2022 voorzitter is. Deze keurmeesters worden onder meer opgeroepen om te jureren op internationale wedstrijden – georganiseerd door de leden van de COM – en op de door de COM georganiseerde wereldkampioenschappen.

2.3.

De statuten van de COM bevatten, voor zover nu relevant, de volgende bepalingen:

ARTICLE 11

Direction of the C.O.M.

The C.O.M. is managed by a Steering Committee (C.D./C.O.M.) of seven (7) people, namely: (…)

In addition, the Steering Committee of the C.O.M. is assisted by the Executive Committee of the O.M.J. (World Order of Judges (C.E./O.M.J.) Composed of seven (7) people, namely (…)”

(…)

ARTICLE 16

Role of the Steering Committee

He is responsible for all management acts not explicitly reserved for the congress. It takes all measures for the execution of decisions taken by the congresses. It studies all the appropriate means to achieve the objectives of the C.O.M. and O.M.J..

2.4.

De COM heeft een tuchtreglement waarin, voor zover nu relevant, de volgende bepalingen zijn opgenomen:

ARTICLE 2º

DISCIPLINARY POWER

The disciplinary power is a competence of the Board of Directors of the COM, and by delegation, of its disciplinary sub-committees and of the Executive Committee of the OMJ, in accordance with the rules defined in the following articles .

(…)

ARTICLE 9º

EFFECTS OF PENALTIES

(…)

2 - The penalty of suspension consists in the complete exclusion of the offender from all

ornithological activities of the COM, and also implies the loss of the exercise of the right to be elected or appointed for tasks in social bodies or managing any organ of the COM during the period of suspension.

(…)

ARTICLE 14º

APPLICATION OF THE SUSPENSION PENALTY UP TO TWO YEARS

1 - The penalty of suspension up to two years, is generally applicable to cases of conscious

procedure demonstrating vigilance and diligence clearly inferior to what is essential for the

exercise of the ornithological activity of the associates, or intentional procedure which awaits

against the correction of diligence essential to the exercises of the ornithological activity, as a simple associate or even of director or judge, or by the affiliated institutions, as well as to the respect of the rules envisaged in the regulations and statutes of the COM

2 - This penalty will be applied in particular to all those who:

(…)

h) Did not respect, in a negligent manner, the duties provided for in the regulations and statutes of the COM and the applicable law.

(…)

k) Do not respect, in a repeated manner, the rules and provisions of the Code of Ethics of the

COM

(…)

ARTICLE 15º

APPLICATION OF SUSPENSION PENALTY UP TO TEN YEARS, LOSS OF QUALITY OF JUDGE OMJ AND DISMISSAL

1 - The penalty of suspension up to ten years is generally applicable in all cases of intentional

conduct of a legal, statutory or regulatory offense which by its extreme seriousness and

consequence, or of especially detrimental quality, implies the lasting prevention of the handling of the agent as ornithological practitioner.

2 - This penalty is specifically applicable to all those who:

(…)

f) Non-respect, or reiterated and ostensive opposition to the legitimate decisions emanating

from the confederal organs.

(…)

h) Cause damage to the Confederation by its participation or profit-sharing, direct or indirect, in an act or contract celebrated or to be celebrated.

i. i) i) Violent, in a serious and repeated manner, the rights and guarantees of the partners

(…)

ARTICLE 19º

CHARACTERISTICS OF THE DISCIPLINARY PROCESS

The disciplinary process is of summary investigation, it does not depend on special formalities, and must be carried out in such a way as to allow knowledge of the truth, by employing the means necessary for a rapid conclusion , exempt from it all that is unnecessary, impertinent or dilatory, without prejudice to the freedom of the accused to present all the evidence necessary for his defense, in the terms of the following articles.

(…)

ARTICLE 21º

NULLITIES

1 - In the disciplinary process, only the failure to hear an accused person is the reason that

determines the nullity of the trial.

2 - If investigations considered necessary have been required, a contradictory instruction will

follow, otherwise a decision must be taken immediately by the competent entity.

(…)

ARTICLE 26º

DECISION ON THE ESTABLISHMENT OF DISCIPLINARY PROCEDURE

1 - After receipt of a report containing facts liable to a disciplinary offense, it must be sent to one of the Disciplinary Committees of the COM, set up in accordance with these regulations. </ p>

2 - The competent Disciplinary Committee must decide whether the report should be archived

or whether disciplinary proceedings are initiated

3 - Its competent to take the decision provided for in number 1, the following Disciplinary

Committees

a. a) The Executive Committee of the OMJ, for possible offenses of a technical nature, or those

where the accused are OMJ judges.

b) The Disciplinary Sub Committee of COM A, constituted by 3 members of the Steering

Committee: Deputy Chairman, a Vice-Chairman (the oldest in the committee) and the

Secretary,

c) The disciplinary Sub-Committee of COM B, constituted by 3 members of the Steering

Committee: a VicePresident, the Treasurer and the Assistant Secretary

d) The full COM Steering Committee, which has exclusive disciplinary powers in cases where the accused are members of the OMJ Executive Committee or the COM Steering Committee.

e) Appeals are decided by the full COM Steering Committee, except the following case in f)

f) The Statutory Congress of the COM, which has exclusive powers to decide the appeals

presented in the disciplinary proceedings or the accused are members of the Board of Directors of the COM and of the Executive Committee of OMJ (in accordance with article 35º-3).

(…)

ARTICLE 27º

APPOINTMENT OF A DISCIPLINARY PROCEDURE INSTRUCTOR

1 - The entity establishing the procedure must appoint one of its members as instructor, who can choose a secretary from among the other members of the entity concerned.

2 - Technical expertise may be required and experts may be called upon to collaborate.

(…)

ARTICLE 35º

ELIGIBILITY

1 - From the deliberations of the Disciplinary Committees of the COM, an appeal is allowed, only in accordance with the articles of this Regulation

2 - From the deliberations of the Disciplinary Sub-Committees A and B of the COM, and the

Executive Committee of the OMJ, an appeal presented to the full COM Steering Committee is admissible.

3 - From the deliberations of the Board of Directors of the COM, an appeal is possible only in the cases provided for in article 26º, 3 d), presented to the Statutory Congress of the COM.

4 – (…)

5 - Appeals may be presented within 60 days of notification of the trial decision to the accused.

6 - The appeal to the Statutory Congress of the COM must be presented, by registered letter sent to the President General of the COM, at least 60 days before the date of the Congress.

(…)

De FOI

2.5.

De FOI is een vereniging naar Italiaans recht waarin alle Italiaanse ornithologische verenigingen zijn verenigd. De FOI is aangesloten bij de COM en houdt onder andere toezicht op ornithologische wedstrijden en tentoonstellingen in Italië. De FOI heeft een dagelijks bestuur en een ledenvergadering. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door, onder andere, de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ) als voorzitter, [eiser] als vicevoorzitter en de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ) als lid.

2.6.

Onderdeel van de FOI is de Italiaanse orde van Keurmeesters (hierna: de Italiaanse Orde). De Italiaanse Orde is de tegenhanger van de OMJ op Italiaans (nationaal) niveau. De voorzitter van de Italiaanse Orde is [naam 3] .

[eiser]

2.7.

is voorzitter van de OMJ en vicevoorzitter van de FOI. [eiser] treedt ook op als OMJ-keurmeester.

De voorlopige schorsing van [eiser] , schikkingsonderhandelingen en definitieve schorsing

2.8.

Bij brief van 6 mei 2024 heeft [naam 1] , als voorzitter van het COM-bestuur, [eiser] ervan op de hoogte gesteld dat het COM-bestuur heeft besloten een disciplinair onderzoek naar zijn gedrag te starten. Uit deze brief blijkt verder dat het COM-bestuur heeft besloten om [naam 1] als tuchtonderzoeker aan te wijzen en om [eiser] met onmiddellijke ingang preventief te schorsen voor de uitoefening van zijn functie als voorzitter van de OMJ en als OMJ-keurmeester:

Op 29 april 2024 ontving de Raad van Bestuur van de COM een rapport van de Algemeen Voorzitter van de COM over gebeurtenissen die verband houden met de regelgeving van de Italiaanse federatie FOI en uw houding en gedrag ten opzichte van deze situatie dat overtredingen van tuchtrechtelijke aard zou kunnen inhouden met het actieve en passieve optreden van een lid van het OMJ-bestuur, in dit geval de Voorzitter van de OMJ en de OMJ-keurmeester [naam 3] , Voorzitter van de Orde van Italiaanse keurmeeesters FOI.

De feiten in het rapport zijn opgenomen in de bijlage bij deze brief.

Overeenkomstig artikel 26 van het tuchtreglement van de COM is in dergelijke gevallen de voltallige Raad van Bestuur tuchtrechtelijk bevoegd.

In haar vergadering van 1 mei 2024 oordeelde de Tuchtcommissie dat het ontvangen rapport sterke aanwijzingen bevatte voor een zeer ernstige overtreding en besloot unaniem om een

tuchtprocedure in te stellen om uw gedrag te onderzoeken.

De Tuchtcommissie besloot tevens, overeenkomstig artikel 27 van het Tuchtreglement, de Algemeen Voorzitter van de COM van de C.O.M. [sic] aan te wijzen als tuchtonderzoeker.

Op grond van de strekking van artikel 28 van het Tuchtreglement heeft de Commissie tevens

besloten u met onmiddellijke ingang preventief te schorsen voor de uitoefening van uw functies als Voorzitter van de OMJ en ook als OMJ-keurmeester.

Het onderzoek in de procedure zal worden uitgevoerd door de aangewezen tuchtonderzoeker en u hebt het recht op verdediging, zoals bepaald in het Tuchtreglement van de COM.

Met deze brief, die u per e-mail en per aangetekende post zal worden toegezonden, stel ik u in kennis van de beslissing en van de schorsing, zoals bepaald in artikel 28 van het Tuchtreglement van de COM. (…)

2.9.

De brief van 6 mei 2024 bevat als bijlage een ‘Feitenrapport ter overweging en analyse van de Raad van bestuur van de COM’. Dit rapport is opgesteld door [naam 1] als tuchtonderzoeker en bevat, voor zover relevant, de volgende passages:

16- Op 16 en 17 maart 2024 woonde ik een seminarie bij (…), op uitnodiging van Ornithologische Vereniging Albatroz in Cassino, Italië.

17- Mij werd meegedeeld dat GEEN ENKELE OMJ-keurmeester van FOI-Italië de uitnodiging had kunnen aanvaarden van de Vereniging van Salerno om te keuren op de internationale wedstrijd, en dit op aanwijzing van de Voorzitter van de Orde van FOI-keurmeesters, OMJ-keurmeester [naam 3] .

18- Ik heb de voorzitter van de OMJ de heer [eiser] onmiddellijk meegedeeld dat dit een ernstige zaak was en ik heb hem gevraagd de situatie op te lossen in overeenstemming met de voorschriften van de COM en de OMJ.

19- Ik heb hem zelfs gewaarschuwd voor de ernst van de situatie en de mogelijke institutionele

en disciplinaire gevolgen, die koste wat het kost voorkomen moesten worden.

20- Ik heb de heer [eiser] ook duidelijk gemaakt dat de Internationale COM-wedstrijden een groot goed zijn voor de COM en dat met name de wedstrijd in Salerno een echt voorbeeld was van respect voor de regels van de COM, inclusief het internationale karakter van de deelnemende fokkers, de voorwaarden voor de organisatie en de behandeling van de deelnemende fokkers en keurmeesters.

21- Op 3 april 2024 ontving ik een uitnodiging om deel te nemen aan de FOI 2024 vergadering, die ik accepteerde. De vergadering vond plaats op 14 april.

22- De vergadering werd voorgezeten door de Voorzitter van de FOI, de heer [naam 2] . Naast hem zat, als Vicevoorzitter, de heer [eiser] .

23- Op de agenda van de Vergadering stond een punt om de discrepantie tussen de reglementen van de FOI en die van de COM te bespreken.

24- Op dit punt legde de Voorzitter van de FOI het probleem voor aan de vergadering, maar alleen met betrekking tot de limieten aan het type en de waarde van de prijzen. Toen het onderwerp van het systeem voor het oproepen van keurmeesters voor de internationale COM-

wedstrijden ter sprake kwam, riep [eiser] uit “oh nee, we kunnen het FOI-systeem voor keurmeesters niet veranderen, dat zou veel problemen opleveren voor de orde van keurmeesters” (vrije vertaling van uitspraken die ik zelf hoorde op de eerste rij van het amfitheater).

25- Eigenlijk kon ik, door achteraf de oproep voor de vergadering te raadplegen, vaststellen dat er niets was gepland om te bespreken over de discrepantie in het systeem om keurmesters

op te roepen.

(…)

26- Ik was echt verbaasd over de situatie, vooral door het optreden van de Voorzitter van de OMJ, die zich door het laten, maar ook door het doen, had uitgesproken tegen de behandeling, en over de uitstel van de bespreking van de FOI-reglementen om ze in overeenstemming te

brengen en verenigbaar te maken met die van de COM en van de OMJ.

27- Ik besloot niet in te grijpen of zelfs maar om een interventie te vragen, omdat ik als gast bij de vergadering aanwezig was en niemand aan de voorzitterstafel mij voorstelde of vroeg te interveniëren om op enigerlei wijze uitleg of informatie te geven.

28- De voorzitter van de FOI, de heer [naam 2] , later in de vergadering aangesproken over mogelijke disciplinaire of andere gevolgen voor de organisatoren van de wedstrijd, verklaarde dat dit achteraf zou worden beslist door de Raad van Bestuur van de FOI.

29- Tot op heden blijft de situatie ongewijzigd, geen enkele Italiaanse OMJ-keurmeester heeft de uitnodiging kunnen aanvaarden om te keuren op het Internationale Wedstrijd van Salerno,

ook niet de Europese COM-lid voor sectie F .

30- De situatie is dermate onacceptabel dat zelfs OMJ-keurmeester [naam 4] , lid van het Uitvoerend Comité van de OMJ, een uitnodiging werd onthouden op aanwijzing van de voorzitter van de FOI-keurmeesters, [naam 3] .

31- De Voorzitter van de OMJ, de heer [eiser] , is volledig op de hoogte van de situatie. Hij is zich ook zeer goed bewust van zijn taken als Voorzitter van de OMJ, en van de inhoud van de reglementen van de OMJ en van de COM.

2.10.

Ook de heer [naam 3] (voorzitter van de Italiaanse Orde, tevens OMJ-keurmeester) is door het COM-bestuur preventief geschorst uit zijn functies binnen de COM.

2.11.

Na ontvangst van de besluiten tot voorlopige schorsing van [eiser] en [naam 3] , hebben de COM en de FOI getracht tot een oplossing in der minne te komen. Dat is niet gelukt.

2.12.

Op 9 juni 2024 heeft [naam 1] , in zijn rol van tuchtonderzoeker, [eiser] uitgenodigd voor een hoorzitting. Daarop heeft [eiser] bij brief van 20 juni 2024 gereageerd dat hij niet wenst te worden gehoord door [naam 1] vanwege de diverse rollen die [naam 1] in de procedure vervult (als getuige van de feiten die ten grondslag liggen aan de tijdelijke schorsing, als aanklager van de beschuldigingen tegen [eiser] en als rechter). Volgens [eiser] biedt dat geen garantie voor de bescherming van zijn rechten noch voor onpartijdigheid. Verder heeft [eiser] in die brief verzocht om een persoon of personen te benoemen die in plaats van [naam 1] het verhoor kan/kunnen afnemen, waarvoor [eiser] zich volledig beschikbaar verklaart.

2.13.

Bij brief van 25 juli 2024 heeft [naam 1] [eiser] namens het COM-bestuur bericht dat het COM-bestuur heeft besloten om [eiser] voor een periode van vier jaar te schorsen van alle ornithologische activiteiten binnen de COM:

Het onderzoek in de procedure is uitgevoerd door de aangewezen tuchtonderzoeker en u bent geïnformeerd over uw recht om mondeling en schriftelijk te worden gehoord, zoals voorzien in het Tuchtreglement van de COM.

Er is een brief van u ontvangen over formele aspecten en waarin vraagtekens worden gezet bij de rol van de Tuchtcommissie van de COM en haar besluiten, zonder enig bewijs of verwijzing naar de meegedeelde feiten.

U hebt ook beschuldigingen geuit die op een later moment zullen moeten worden geanalyseerd om hun disciplinaire relevantie vast te stellen.

Op 24 juli 2024 heeft de tuchtonderzoeker zijn onderzoeksrapport aan de Tuchtcommissie

gepresenteerd. Deze is te vinden in de bijlage bij deze brief.

De Tuchtcommissie beschouwt uw gedrag als bijzonder ernstig gezien uw rol als Voorzitter van de OMJ en het feit dat u zeer recentelijk een nieuw Huishoudelijk Reglement van de OMJ hebt voorgesteld.

Er is dan ook rekening gehouden met de artikelen 16, 17 en 18 van de Tuchtregeling van de COM. De Tuchtcommissie van de COM heeft besloten om de conclusies van de tuchtonderzoeker en de grondslag daarvan in hun geheel te aanvaarden en heeft dientengevolge besloten om u een straf op te leggen van in totaal 4 (vier) jaar schorsing van alle ornithologische activiteiten binnen de COM.

Met deze brief, die u per e-mail en per aangetekende post zal worden toegezonden, stel ik u in kennis van de beslissing en de schorsing, zoals bepaald in artikel 32 van het Tuchtreglement van de COM. (…)”

2.14.

De brief van 25 juli 2024 bevat als bijlage een ‘Onderzoeksrapport van de tuchtprocedure tegen de heer [eiser] ’, gedateerd 23 juli 2024, dat is opgesteld door [naam 1] als tuchtonderzoeker. Dit rapport bevat de volgende tekst:

Nadat ik was aangewezen als onderzoeker in de tuchtprocedure tegen [naam 3] te

onderzoeken, heb ik de betrokkene onmiddellijk op de hoogte gebracht en heb ik, in afwachting van zijn eventuele verklaringen, een beknopt onderzoek ingesteld naar de feiten die zijn beschreven in het document dat de aanleiding vormde voor de procedure.

Ik kon het bewijsmateriaal in de tekst en deze 31 beschrijvingen van feitelijkheden opnieuw

bekijken en bevestigen.

De beklaagde is ook geïnformeerd over de mogelijkheid om persoonlijk, via videoconferentie of schriftelijk gehoord te worden. Hij weigerde.

Ik verklaar daarom alle beschreven feiten bewezen en niet betwist door de beklaagde.

Ik concludeer dat het gedrag van de beklaagde het strafbare feit vormt:

- van artikel 22 van het Huishoudelijk Reglement van de OMJ

Artikel 22 – Verplichtingen

Organisatoren van Internationale Tentoonstellingen en OMJ-keurmeeesters zijn verplicht om het COM-Reglement voor Officiële C.O.M. Wedstrijden na te leven.

-en van artikel 28 van het Huishoudelijk Reglement van de OMJ

Artikel 28 – Slotbepalingen

Dit Huishoudelijk Reglement vormt de voornaamste bron voor de werkzaamheden van de O.M.J.-keurmeesters. Elk ander reglement dat in strijd is met dit reglement wordt uitgesloten, met uitzondering van het huishoudelijk reglement en de statuten van de COM.

Het is bindend voor alle organisaties die gebruik maken van de diensten van de O.M.J.

- ook het opzettelijk en met voorbedachten rade overtreden van het COM-reglement voor de

organisatie van Internationale Competities in punt 9 en aanverwante artikelen,

“9-…

De samenstelling van de jury voor Internationale Tentoonstellingen of Competities (inclusief COM Continentale Kampioenschappen) zal worden bepaald door het Organiserend Comité, dat de uitgenodigde OMJ-keurmeesters schriftelijk op de hoogte moet stellen van de details van het evenement, inclusief datum en plaats."

En

-de lijst met prijzen voor de winnende vogels, inclusief de beste in elke sectie of groep.

Deze lijst moet een criterium van verdienste volgen, op basis van de resultaten die door de keurmeesters tijdens de keuring worden vastgesteld, en de samenstelling en waarde ervan moeten door het Organiserend Comité worden bepaald.

Dit gedrag is vastgelegd en strafbaar gesteld in de leden h), k) van punt 2 van artikel 14 en de leden f) en i) van artikel 15 van het Tuchtreglement van de COM.

Gelet op de bewezenverklaring van alle beschreven feiten en de inhoud van de toepasselijke artikelen van het Tuchtreglement van de COM, stel ik daarom voor als straf een schorsing voor een periode van vier jaar. (…)

2.15.

Bij brief van 15 november 2024 heeft [eiser] beroep ingesteld bij het Congres tegen de beslissing van 25 juli 2025 tot het opleggen van een schorsing van vier jaar van alle ornithologische activiteiten binnen de COM.

2.16.

Op 25 januari 2025 komt het Congres van de COM bijeen. Op de agenda van het Congres staat, onder andere, de verkiezing van de nieuwe voorzitter van de OMJ. Het door [eiser] ingestelde beroep tegen de beslissing tot schorsing staat niet op de agenda.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de besluiten van 6 mei 2024 (voorlopige schorsing) en 25 juli 2024 (definitieve schorsing) in hun werking te schorsen, zodat [eiser] kan deelnemen aan de verkiezing van de voorzitter van de OMJ, weer kan optreden als keurmeester en met zijn vogels kan deelnemen aan tentoonstellingen;

II. de COM te verbieden nieuwe besluiten te nemen en/of andere maatregelen te treffen die de deelname door [eiser] aan de verkiezing van de voorzitter van de OMJ op
25 januari 2024 [de voorzieningenrechter begrijpt: 2025] in Portugal onmogelijk maken of verhinderen;

III. de COM te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 100.000,-- voor elk besluit en/of elke maatregel waarmee gedaagde de deelname door [eiser] aan de verkiezing van de voorzitter van de OMJ op 25 januari 2024 [de voorzieningenrechter begrijpt: 2025] in Portugal onmogelijk maakt of verhindert;

met veroordeling van de COM in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan. [eiser] stelt dat de door de COM genomen besluiten tot voorlopige en definitieve schorsing voor een periode van vier jaar vernietigbaar zijn. De besluiten zijn genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De besluiten zijn ten eerste ingezet als oneigenlijke drukmiddelen. Daarnaast heeft [naam 1] , de voorzitter het COM-bestuur, bij de besluitvorming opgetreden als getuige, rapporteur en medebeslisser over de sanctie. Daarmee is sprake van ontoelaatbare belangenverstrengeling. Verder zijn de besluiten genomen op grond van onjuiste feiten. Ook kan het aan [eiser] verweten gedrag geen aanleiding vormen voor de schorsing, omdat – zo begrijpt de voorzieningenrechter – daar in de statuten van de COM, noch in enig document van de OMJ en noch in de normen van redelijkheid en billijkheid een grondslag voor te vinden valt. Tot slot zijn de besluiten vernietigbaar omdat de aan [eiser] gerichte verwijten niet raken aan enige statutaire bevoegdheid die hij heeft als voorzitter van de OMJ en/of als keurmeester en/of als voorzitter van de FOI. De schorsing heeft bovendien grote gevolgen voor [eiser] , aangezien hij zich, zolang de schorsing voortduurt, niet opnieuw verkiesbaar kan stellen als voorzitter van de OMJ, niet kan optreden als keurmeester en zijn vogels niet tentoon mag stellen op internationale tentoonstellingen. Dat laatste heeft economische gevolgen voor [eiser] , omdat de waarde van de door hem gefokte vogels afneemt naar mate hij minder vaak als keurmeester actief is en zijn eigen vogels tentoonstelt. [eiser] heeft ook een spoedeisend belang bij zijn vorderingen. De verkiezingen voor de nieuwe termijn van het voorzitterschap van de OMJ vinden plaats op 25 januari 2025. Als [eiser] niet aan deze verkiezingen kan deelnemen, heeft dit onomkeerbare gevolgen voor hem. Ook staan het wereldkampioenschap en vijf prestigieuze internationale tentoonstellingen op de kalender. Als de besluiten niet worden geschorst, moet [eiser] al deze evenementen missen en lijdt hij economische schade.

3.3.

De COM voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

Rechtsmacht en toepasselijk recht

4.1.

Deze zaak heeft internationale aspecten, gelet op (onder meer) de woonplaats van [eiser] in Italië. De voorzieningenrechter moet daarom ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft en, als dat het geval is, welk recht op dit geschil van toepassing is.

4.2.

De zaak valt onder het temporele en materiële toepassingsbereik van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PbEU 2012, L 351/1 (hierna: Brussel I bis-Verordening). De vorderingen zijn namelijk ingesteld na 10 januari 2015 (zie art. 66 Brussel I bis-Verordening) en de procedure betreft een handelszaak in de zin van art. 1 lid 1 Brussel I bis-Verordening. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van art. 4 van de Brussel I bis-Verordening, omdat de COM statutair is gevestigd in Nederland.

4.3.

[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de door de COM genomen besluiten tot voorlopige en definitieve schorsing vernietigbaar zijn. Op die vorderingen is op ingevolge art 10:118 jo. Art. 10:119 aanhef en onder b BW het incorporatierecht van toepassing. Art. 10:118 BW bepaalt dat een corporatie die ingevolge de oprichtingsovereenkomst of akte van oprichting haar zetel, of bij gebreke daarvan, haar centrum van optreden ten tijde van oprichting heeft op het grondgebied van de staat naar welks recht zij is opgericht, wordt beheerst door het recht van die staat (lex societas). Dat betekent dat de vorderingen moeten worden beoordeeld naar Nederlands recht.

(Spoedeisend) belang van [eiser] bij de gevraagde voorzieningen

4.4.

De COM betwist dat [eiser] een (spoedeisend) belang heeft bij de gevraagde voorzieningen. Dat verweer slaagt niet. Op 25 januari 2025 komt het Congres van de COM bijeen en één van de agendapunten betreft de verkiezing van de nieuwe voorzitter van de OMJ. Als [eiser] wordt gevolgd in zijn stellingen dat de COM ten onrechte heeft besloten hem te schorsen met als gevolg dat hij zich niet verkiesbaar kan stellen als voorzitter van de OMJ en hij daarnaast ook (economische) schade lijdt, is daarmee het spoedeisend karakter van zijn vorderingen gegeven.

Inhoudelijke beoordeling

4.5.

In deze procedure staan centraal de besluiten van 6 mei 2024 en van 25 juli 2024. Het besluit van 6 mei 2024 betreft de voorlopige schorsing van [eiser] in afwachting van de tuchtprocedure. Bij besluit van 25 juli 2024 is [eiser] definitief geschorst voor een periode van in totaal vier jaar van alle ornithologische activiteiten binnen de COM. Niet in geschil is dat beide besluiten zijn genomen door het COM-bestuur. Partijen zijn het verder er over eens dat het COM-bestuur op grond van het tuchtreglement bevoegd was om deze besluiten te nemen, zodat de voorzieningenrechter dat als uitgangspunt zal nemen bij de beoordeling.

4.6.

[eiser] heeft bij brief van 15 november 2024 beroep ingesteld bij het Congres tegen het definitieve schorsingsbesluit van 25 juli 2024. In deze brief, die hij conform art. 35 lid 6 en 26 lid 3 onder f van het tuchtreglement heeft gericht aan [naam 1] als voorzitter van de COM, heeft [eiser] uiteengezet waarom de schorsing volgens hem onterecht is en heeft hij verzocht om opheffing daarvan. Partijen zijn het erover eens dat [eiser] het recht toekomt in beroep te gaan bij het Congres. Zij verschillen echter van mening over de vraag of [eiser] dit beroep tijdig heeft ingesteld. Volgens [eiser] is dat het geval, nu zijn beroep binnen de in art. 35 lid 6 genoemde termijn – minimaal 60 dagen voor de datum waarop het Congres plaatsvindt – heeft ingesteld. De COM weerspreekt die stelling. Volgens de COM had [eiser] – naast de in art. 35 lid 6 genoemde termijn – ook de in lid 5 genoemde termijn in acht moeten nemen en het beroep moeten instellen binnen 60 dagen na kennisgeving van het besluit. Nu het beroep van [eiser] niet (ook) 60 dagen na kennisgeving van het besluit is ingesteld, is [eiser] volgens de COM niet ontvankelijk in zijn beroep.

4.7.

De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of [eiser] de in art. 35 lid 5 genoemde appeltermijn (ook) in acht had moeten nemen. Bij de beantwoording van die vraag komt het aan op de uitleg van de in artikel 35 van het tuchtreglement neergelegde regeling voor het instellen van beroep. Die uitleg moet, gezien de aard van het document dat aan uitleg is onderworpen, plaatsvinden aan de hand van objectieve maatstaven. Bij die uitleg wordt slechts gekeken naar de bewoordingen van die bepaling, in het licht van de (inhoud) van de overige bepalingen van het tuchtreglement. Daarbij kan meewegen de aannemelijkheid van de (rechts)gevolgen waartoe de onderscheidene interpretaties leiden en de vraag in hoeverre deze redelijk zijn.

4.8.

[eiser] heeft met zijn toelichting voldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij het instellen van beroep bij het Congres (alleen) de in art. 35 lid 6 genoemde termijn in acht had behoeven te nemen. [eiser] heeft er ten eerste op gewezen dat art. 35 een duidelijk onderscheid maakt tussen de situatie waarin beroep moet worden ingesteld bij het COM-bestuur enerzijds (zie art. 35 lid 2) en het geval waarin beroep moet worden ingesteld bij het Congres anderzijds (zie art. 35 lid 3). Verder heeft hij erop gewezen dat art. 35 lid 6 een termijn stelt die uitsluitend geldt voor het instellen van beroep bij het Congres. Dat [eiser] daaruit de conclusie heeft getrokken dat de termijn in art. 35 lid 5 uitsluitend is bedoeld voor het instellen van beroep bij het COM-bestuur en dat hij voor het instellen van beroep bij het Congres slechts rekening behoefde te houden met de termijn in art. 35 lid 6, komt de voorzieningenrechter daarom niet onbegrijpelijk voor.

4.9.

De voorzieningenrechter onderkent dat de uitleg van [eiser] ook wel vragen oproept (want wat in die lezing ontbreekt is met name een bepaling die een uiterste termijn voor het instellen van beroep voorschrijft). Het is dan ook niet ondenkbaar dat de opstellers van deze regeling de bedoeling hebben gehad dat de leden 5 en lid 6 beide moeten worden toegepast, maar het staat er eenvoudigweg niet en die cumulatieve toepassing is, gelet op de gebruikte bewoordingen, niet zo voor de hand liggend dat daarvan (bij een objectieve uitleg) uitgegaan moet worden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mag het feit dat het artikel onduidelijk en multi-interpretabel niet aan [eiser] worden tegengeworpen. Gelet op aard van de regeling, die [eiser] (rechtspersonenrechtelijke) rechtsbescherming biedt tegen een ingrijpend besluit ten nadele van hem, is het geëigend voor de voor [eiser] gunstige uitleg te kiezen. Daar moet nog bij worden aangetekend dat het COM-bestuur in haar kennisgeving van het definitieve schorsingsbesluit van 25 juli 2024 geen melding heeft gedaan van de bevoegdheid van [eiser] tegen haar besluit beroep in te stellen en dus ook niet hoe dat beroep had moeten worden ingesteld: bij welk orgaan en binnen welke termijn. Tegen die achtergrond heeft [eiser] tot uitgangspunt mogen nemen dat het beroep conform de ten minste goed verdedigbare interpretatie van artikel 35 lid 6 van het tuchtreglement minstens 60 dagen voor het samenkomen van het Congres moest zijn ingediend.

4.10.

De COM heeft niet weersproken dat [eiser] het beroep 60 dagen voor het Congres heeft ingediend. [eiser] heeft het beroep dus tijdig ingesteld. Dat betekent dat het COM-bestuur het beroep van [eiser] had moeten agenderen ter behandeling door het Congres op 25 januari 2025. Dat is niet gebeurd en tijdens de zitting is gebleken dat het COM-bestuur niet bereid is (omdat dat niet opportuun wordt geacht) het beroep alsnog te agenderen. Dat is problematisch voor [eiser] , omdat de COM daarmee feitelijk de beroepsgang van [eiser] frustreert. Dat maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat [eiser] zich – bij wijze van uitzondering op de regel uit het arrest van de Hoge Raad van 14 mei 1965, ECLI:NL:HR:1965:AD8077 (Amsterdams Speeltuinverbond) – direct tot de tot de civiele rechter kan wenden en zijn bezwaren tegen de besluiten van het COM-bestuur aan de rechter ter beoordeling kan voorleggen. Vooruitlopend daarop kan [eiser] een voorlopige voorziening in kort geding vragen strekkende tot schorsing van de besluiten die het COM-bestuur heeft genomen.

4.11.

Bij de beoordeling van de vorderingen van [eiser] zal de voorzieningenrechter vooruit moeten lopen op een oordeel van de bodemrechter over de vraag of de besluiten van het COM-bestuur vernietigbaar zijn, zoals [eiser] stelt. De voorzieningenrechter zal zich bij die beoordeling, voor zover getoetst wordt aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW) terughoudend moeten opstellen (zie HR 2 december 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4702 en HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9145 (VEB/KLM)). De voorzieningenrechter is, marginaal toetsend, van oordeel dat het COM-bestuur in redelijkheid niet tot de gewraakte besluiten heeft kunnen komen zodat het schorsingsbesluit (en daarmee ook het voorlopige schorsingsbesluit) vernietigbaar is. De voorzieningenrechter motiveert dat oordeel als volgt.

4.12.

Uit het door [naam 1] opgestelde feitenrapport (zie hiervoor bij 2.9) en de verduidelijking die de COM ter zitting heeft verschaft, begrijpt de voorzieningenrechter dat de COM [eiser] voornamelijk verwijt dat hij, in zijn rol als voorzitter van de OMJ en als vicevoorzitter van de OMJ, onvoldoende heeft gedaan om de belangen van de COM te beschermen, mede in de aanloop naar de internationale competitie in Salerno. Volgens de COM bestond en bestaat er onenigheid tussen de COM en de FOI over de regels die moeten worden gehanteerd bij internationale COM-wedstrijden (zoals bij de competitie in Salerno) voor wat betreft het prijzenbeleid en het beleid dat geldt voor de benoeming van keurmeesters. Zo hanteert de FOI – volgens de COM ten onrechte – de regel dat de Italiaanse keurmeesters, voorafgaand aan een internationale competitie van de COM, toestemming moeten vragen aan de voorzitter van de Italiaanse Orde om daar te mogen jureren (waarbij ze moeten vragen om een zogenoemde ‘verklaring geen bezwaar’). De onenigheid over het beleid van de FOI heeft er volgens de COM toe geleid dat de FOI heeft gepoogd het prijzen- en benoemingsbeleid van de COM te ondermijnen door te voorkomen dat de Italiaanse keurmeesters zouden deelnemen aan de competitie in Salerno, het belangrijkste jaarlijkse evenement van de COM. Daartoe heeft [naam 3] als voorzitter van de Italiaanse Orde de Italiaanse keurmeesters pas heel laat toestemming gegeven om te jureren in Salerno, aldus de COM. De COM verwijt [eiser] dat hij, als voorzitter van de OMJ en als vicevoorzitter de FOI, daar geen stokje voor heeft gestoken en zich daarnaast onvoldoende heeft ingespannen om het beleid van de FOI ten aanzien van het verlenen van toestemming aan keurmeesters te veranderen. Volgens de COM heeft [eiser] zich tijdens de FOI-vergadering van 14 april 2024 zelfs actief uitgesproken tegen de wijziging van het beleid van de FOI op dit punt. Het voorgaande rechtvaardigt volgens de COM de aan [eiser] opgelegde schorsing van vier jaar.

4.13.

De voorzieningenrechter is met [eiser] van oordeel dat de COM de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, tegenover de gemotiveerde betwisting van [eiser] , van onvoldoende onderbouwing heeft voorzien. [eiser] heeft allereerst weersproken dat [naam 3] zijn toestemming aan de Italiaanse keurmeester zou hebben onthouden om het beleid van de COM te ondermijnen. Volgens [eiser] heeft [naam 3] slechts gewacht met het verlenen van toestemming tot zijn herbenoeming als voorzitter van de FOI rond was en heeft hij de toestemming in april, ruimschoots voor de competitie in Salerno in oktober, alsnog verleend. [eiser] heeft er daarnaast op gewezen dat hij geen zeggenschap heeft over de uit te geven ‘verklaringen van geen bezwaar’ en hem om die reden ook geen verwijt kan worden gemaakt. Verder heeft [eiser] weersproken dat hij zich tijdens de vergadering van 14 april 2024 zou hebben verzet tegen de aanpassing van het beleid van de FOI ten aanzien van het verlenen van toestemming aan keurmeesters. Ter onderbouwing heeft hij videobeelden van die vergadering overgelegd, waaruit volgens hem duidelijk blijkt dat hij tijdens de bespreking van dat onderwerp niets heeft gezegd en op enig moment zelfs de vergadering (tijdelijk) heeft verlaten. De COM heeft haar stellingen, tegenover de uitgebreide lezing van [eiser] , niet van nadere onderbouwing voorzien, zodat zij naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk heeft weten te maken dat [eiser] ter zake enig verwijt kan worden gemaakt.

4.14.

De voorzieningenrechter begrijpt dat er bij de COM teleurstelling heerst over de wijze waarop de FOI haar beleid voor wat betreft het afvaardigen van keurmeesters voor evenementen van de COM heeft vormgegeven en wellicht tevens over de visie van de FOI op het beleid ter zake van uit te reiken prijzen aan winnaars. Maar die omstandigheden vormen geen reden – ook niet met inachtneming van de terughoudendheid waarmee de rechter een dergelijk besluit behoort te toetsen - om [eiser] te schorsen, laat staan voor een periode van vier jaar, uit zijn functies binnen de COM.

4.15.

De COM heeft tot slot nog aangevoerd dat [eiser] tijdens de tuchtprocedure ten onrechte heeft geweigerd zich te laten horen en daarmee over zichzelf heeft afgeroepen dat het COM-bestuur zonder zijn inbreng maatregelen tegen hem heeft getroffen. De voorzieningenrechter volgt de COM daarin niet. De voorzieningenrechter acht het niet onbegrijpelijk dat [eiser] in zijn brief van 20 juni 2024 heeft verzocht om zich door een ander lid van het COM-bestuur dan [naam 1] te laten horen. Niet geheel onvoorstelbaar is dat er bij hem twijfels bestonden over de onafhankelijkheid van [naam 1] , die in de tuchtprocedure zowel de rol van getuige als van tuchtonderzoeker vervulde en als lid van het COM-bestuur betrokken was bij de besluitvorming. De COM heeft daar nog tegenin gebracht dat [eiser] niet alleen door [naam 1] , maar door het voltallig bestuur van de COM zou worden gehoord. De uitnodiging van 9 juni 2024, die door [naam 1] is verstuurd, maakt daar echter geen melding van. Daaruit had [eiser] dus niet kunnen afleiden dat hij door het COM-bestuur zou worden gehoord. Ook na ontvangst van het verzoek van [eiser] heeft het COM-bestuur hem daar niet van op de hoogte gesteld, terwijl dat wel in de rede had gelegen. Dat [eiser] zich niet heeft laten horen, kan naar het naar het oordeel van de voorzieningenrechter daarom geen reden zijn om aan te nemen dat [eiser] zijn rechten heeft verwerkt op een inhoudelijke toetsing (door het Congres en nu) door de rechter.

4.16.

De voorzieningenrechter concludeert dat de COM in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten tot het opleggen van een schorsing voor de duur van vier jaar. Dat voert tot de conclusie dat de aangevallen besluiten genomen zijn in strijd met de redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 BW. Dat betekent dat als de besluiten aan de bodemrechter worden voorgelegd, deze besluiten naar verwachting van de voorzieningenrechter op grond van art. 2:15 lid 1 aanhef en onder b zullen worden vernietigd. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om de door [eiser] gevraagde ordemaatregel toe te wijzen en de besluiten te schorsen. Ook zal de COM [eiser] in de gelegenheid moeten stellen om deel te nemen aan de verkiezingen voor de voorzitter van de OMJ tijdens het Congres op 25 januari 2025 en mag de COM geen besluiten nemen of maatregelen treffen die deze deelname onmogelijk maken of verhinderen, voor zover deze zijn geënt op gedragingen die tot de schorsing hebben geleid. Tot slot zal de COM [eiser] in de gelegenheid moeten stellen om op te treden als keurmeester en met zijn vogels deel te nemen aan tentoonstellingen.

4.17.

Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.18.

De COM is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 140,17

- griffierecht € 331,--

- salaris advocaat € 1.107,--

- nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 1.756,17

4.19.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst de besluiten van de COM van 6 mei 2024 (voorlopige schorsing) en 25 juli 2024 (definitieve schorsing);

- veroordeelt de COM om [eiser] in de gelegenheid te stellen om (i) deel te nemen aan de verkiezing door het congres van de COM van de voorzitter van de OMJ op 25 januari 2025 in Portugal, (ii) op te treden als keurmeester en (iii) met zijn vogels kan deelnemen aan tentoonstellingen;

- verbiedt de COM om nieuwe besluiten te nemen en/of andere maatregelen te treffen die deelname door [eiser] aan de verkiezing van de voorzitter van de OMJ op 25 januari 2025 in Portugal onmogelijk maken of verhinderen, op straffe van een dwangsom van € 25.000,-- voor elk besluit en/of elke maatregel waarmee de COM de deelname door [eiser] aan de verkiezing van de voorzitter van de OMJ op 25 januari 2025 in Portugal onmogelijk maakt of verhindert, tot een maximum van € 100.000,--;

- veroordeelt de COM in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.756,17 (te weten: dagvaarding € 140,17,--, griffierecht € 331,--, salaris advocaat € 1.107,--, nakosten
€ 178,-- (plus na te melden verhoging), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de COM niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de COM € 90,-- extra betalen, plus de kosten van betekening;

- veroordeelt de COM in de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.

fjs

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.