[eiseres] vordert na verandering en vermeerdering van eis en na intrekking van het aanvankelijk gevorderde onderdeel I.:
II. aan [verweerder] een verbod op te leggen tot het doen van uitlatingen in de ruimste zin des woords, mondeling, schriftelijk of digitaal, waarbij [eiseres] direct of indirect, met haar eigen naam of een andere naam, als vriendin van [slachtoffer], op een ongunstige wijze in verband wordt gebracht met de “Arnhemse villamoord”, dan wel de moord op [slachtoffer];
III. [verweerder] te veroordelen om aan [eiseres] een voorschot van € 15.000,00 te betalen op de door haar geleden schade wegens de publicatie van het boek, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van voldoening;
IV. te bepalen dat [verweerder] een dwangsom van € 5.000,00 aan [eiseres] verschuldigd is, voor iedere keer dat [verweerder] vanaf het moment van betekening van dit vonnis, de in dit vonnis opgelegde verboden overtreedt, en € 5.000,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, een en ander met een maximum van € 500.000,00;
V. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding.