RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8436324 CV EXPL 20-1555
Vonnis van de kantonrechter van 9 juni 2021
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie
gemachtigde mr. S.J.H.G.M. Schils,
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
, handelend onder de naam
[handelsnaam]
,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
gemachtigde mr. L.L.A.M. Thissen.
Partijen worden hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (in mannelijk enkelvoud) en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd.
2 De feiten
in conventie en in reconventie
2.1.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is een tuintechnisch hoveniersbedrijf.
2.2.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is een eenmanszaak die zich, onder andere, toelegt op het in opdracht van klanten ontwerpen en aanleggen van tuinen. Voor de aanleg van tuinen maakt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gebruik van verschillende onderaannemers.
2.3.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] opdracht gegeven werkzaamheden te verrichten conform een viertal offertes (productie 3 bij dagvaarding), te weten:
-
Project [naam 1] , conform de offerte van 28 februari 2019 voor een bedrag van € 40.880,30 exclusief btw,
-
Project [naam 2] , conform de offerte van 3 maart 2019 voor een bedrag van € 15.297,90 exclusief btw,
-
Project [naam 3] , conform de offerte van 28 februari 2019 voor een bedrag van € 17.780,70 exclusief btw,
-
Project [naam 4] , op basis van nacalculatie.
2.4.
Voor project [naam 1] heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vijf termijnfacturen gestuurd (productie 1 bij antwoord in conventie):
- -
Factuur 19-233 d.d. 3 april 2019 (1e termijn) voor € 10.000,- exclusief btw (€ 12.100,- inclusief btw),
- -
Factuur 19-239 d.d. 11 april 2019 (2e termijn) voor € 10.000,- exclusief btw (€ 12.100,- inclusief btw),
- -
Factuur 19-310 d.d. 7 mei 2019 (3e termijn) voor € 7.500,- exclusief btw (€ 9.075,- inclusief btw),
- -
Factuur 19-359 d.d. 24 mei 2019 (4e termijn) voor € 7.500,- exclusief btw (€ 9.075,- inclusief btw),
- -
Factuur 19-441 d.d. 20 juni 2019 (5e termijn) voor € 2.912,30 exclusief btw (€ 3.523,88 inclusief btw).
2.5.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft voor project [naam 1] nog vijf aanvullende facturen gestuurd (productie 4 dagvaarding en productie 2 bij antwoord in conventie):
- -
Factuur 19-281 d.d. 19 april 2019 (Plaatsen jacuzzi bij Fam. [naam 1] ) voor € 521,25 exclusief btw (€ 630,71 inclusief btw),
- -
Factuur 19-293 d.d. 30 april 2019 ( [naam 1] , extra werk) voor € 6.057,66 exclusief btw (€ 7.329,77 inclusief btw),
- -
Factuur 19-339 d.d. 16 mei 2019 ( [naam 1] , extra werk) voor € 3.431,26 exclusief btw (€ 4.151,82 inclusief btw),
- -
Factuur 19-376 d.d. 31 mei 2019 (Tuin [naam 1] ) voor € 2.730,- exclusief btw (€ 3.303,30 inclusief btw),
- -
Factuur 19-360 d.d. 24 mei 2019 (Tuin [naam 1] ) voor € 2.750,61 exclusief btw (€ 3.328,24 inclusief btw).
2.6.
Voor project [naam 2] heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] drie facturen gestuurd (productie 3 bij antwoord in conventie):
- -
Factuur 19-287 d.d. 30 april 2019 (Fam. [naam 2] [plaats 1] ) voor € 2.745,- exclusief btw (€ 3.321,45 inclusief btw),
- -
Factuur 19-309 d.d. 7 mei 2019 (Fam. [naam 2] in [plaats 1] ) voor € 9.255,- exclusief btw (€ 11.198,55 inclusief btw),
- -
Factuur 19-315 d.d. 9 mei 2019 (Fam. [naam 2] in [plaats 1] ) voor € 2.661,- exclusief btw (€ 3.219,81 inclusief btw).
2.7.
Daarnaast heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor project [naam 2] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog een factuur gestuurd met factuurnummer 19-317 d.d. 9 mei 2019 voor € 315,- exclusief btw (€ 381,15 inclusief btw) (productie 4 dagvaarding).
2.8.
Voor project [naam 3] heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] drie facturen gestuurd (productie 4 bij antwoord in conventie):
- -
Factuur 19-288 d.d. 30 april 2019 (Fam. [naam 3] in [plaats 2] ) voor € 3.945,- exclusief btw (€ 4.773,45 inclusief btw),
- -
Factuur 19-308 d.d. 7 mei 2019 (Fam. [naam 3] in [plaats 2] ) voor € 6.055,- exclusief btw (€ 7.326,55 inclusief btw),
- -
Factuur 19-357 d.d. 24 mei 2019 (Fam. [naam 3] in [plaats 2] ) voor € 7.780,70 exclusief btw (€ 9.414,65 inclusief btw).
2.9.
Daarnaast heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nog een aanvullende factuur gestuurd aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (productie 5 bij antwoord in conventie) met factuurnummer 19-358 d.d. 24 mei 2019 voor € 961,55 exclusief btw (€ 1.163,48 inclusief btw).
2.10.
Voor project [naam 4] heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de volgende facturen verzonden (productie 4 dagvaarding):
- -
Factuur 19-433 d.d. 17 juni 2019 voor € 3.162,69 exclusief btw (€ 3.826,85 inclusief btw),
- -
Factuur 19-452 d.d. 26 juni 2019 voor € 3.882,24 exclusief btw (€ 4.697,51 inclusief btw),
- -
Factuur 19-500 d.d. 31 juli 2019 voor € 4.097,- exclusief btw (€ 4.957,37 inclusief btw),
- -
Factuur 19-501 d.d. 31 juli 2019 voor € 4.829,18 exclusief btw (€ 5.843,31 inclusief btw),
- -
Factuur 19-502 d.d. 31 juli 2019 voor € 720,- exclusief btw (€ 871,20 inclusief btw).
2.11.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de facturen 19-223, 19-239, 19-310, 19-359 (Project [naam 1] ), 19287, 19-309, 19-315 (Project [naam 2] ), 19-288, 19-308 en 19-357 (Project [naam 3] ) geheel voldaan en ten aanzien van de overige dertien facturen een voorschot van € 30.000,- aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voldaan.
3 Het geschil
3.1.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te betalen een bedrag van € 14.923,68 ter zake van de hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke handelsrente, vanaf de vervaldag der individuele factuur, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten van deze procedure.
3.2.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt in opdracht en voor rekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] diverse (meer)werkzaamheden te hebben verricht bij de klanten [naam 1] , [naam 4] , [naam 2] en [naam 3] . [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft daarvoor dertien facturen naar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gestuurd voor een totaalbedrag van € 44.008,59 (productie 4 en 5 dagvaarding). [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft slechts een (voorschot)bedrag van € 30.000,00 betaald zodat hij nog een bedrag van € 14.008,59 verschuldigd is. Ondanks herhaalde aanmaning (productie 6 dagvaarding) en ingebrekestelling (productie 7 dagvaarding) heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het openstaande bedrag niet betaald. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] maakt voorts aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 915,09 en de wettelijke handelsrente.
3.3.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
3.5.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] veroordeelt om tegen bewijs van kwijting aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te voldoen een bedrag van € 25.474,59, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, alsmede de proceskosten en de nakosten.
3.6.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] legt aan zijn vordering ten grondslag dat ter zake van het project [naam 1] een bedrag van € 6.492,40 exclusief btw (€ 7.855,80 inclusief btw) onverschuldigd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is betaald. De door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor dit bedrag gefactureerde werkzaamheden zijn immers niet door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] uitgevoerd. Ter zake van de projecten [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] respectievelijk € 5.428,01 inclusief btw, € 2.829,40 inclusief btw en € 3.267,00 inclusief btw onverschuldigd te hebben betaald vanwege niet uitgevoerde werkzaamheden, alsmede onterecht in rekening gebrachte reistijd (project [naam 4] ). In totaal is derhalve een bedrag van € 19.380,21 onverschuldigd betaald. Verder stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat van het door hem betaalde (voorschot)bedrag van € 30.000,00 een bedrag van € 6.094,38 te veel (en dus onverschuldigd) is betaald. Immers is hij een bedrag van € 3.523,88 ter zake van het project [naam 1] niet verschuldigd, omdat het daarop betrekking hebbende werk niet is uitgevoerd, en heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een bedrag van € 16.579,09 (€ 15.415,61 project [naam 1] en € 1.163,48 project [naam 3] ) onterecht in rekening gebracht omdat het niet overeengekomen en niet uitgevoerd meerwerk betrof.
3.7.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert verweer.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling in conventie en in reconventie
4.1.
De vorderingen in conventie en in reconventie hangen samen en zullen daarom gezamenlijk behandeld worden.
4.2.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert in conventie betaling van een dertiental facturen (Project [naam 1] cfm offerte: 19-441, Project [naam 1] meerwerk: 19-281, 19-293, 19-339, 19-360 en 19-376, Project [naam 2] meerwerk: 19-317, Project [naam 3] meerwerk: 19-358, en Project [naam 4] op basis van nacalculatie: 19-433, 19-452, 19-500, 19-501 en 19-502), waarop € 30.000,- als voorschot in mindering is betaald.
De op grond van de offertes in rekening gebrachte termijnfacturen
4.3.
Met betrekking tot project [naam 1] stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de in de offerte opgenomen stelposten 100090 (afvoeren en storten van puin), 300010 (leveren en aanbrengen 51 m2 tegels), 300100 (leveren en aanbrengen houten vlonder), 700030 (leveren en aanbrengen van metselwerk muurtje), 710050 (leveren en aanbrengen PVC vijverfolie) en 710060 (leveren en plaatsen van een OASE filterpomp inclusief benodigde leidingen) niet of slechts deels zijn uitgevoerd. Dit betekent volgens hem dat hij € 7.855,80 onverschuldigd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft betaald, zodat de vordering tot betaling van de vijfde termijnfactuur (19-441) van € 3.523,88 inclusief btw moet worden afgewezen. Met betrekking tot project [naam 2] stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de in de offerte opgenomen stelposten 100020 (uitzetwerk en maatvoering), 200060 (leveren en aanbrengen vlonder) en 600010 (leveren en leggen van grondkabel t.b.v. verlichting) niet of slechts deels zijn uitgevoerd, zodat hij € 5.428,01 inclusief btw onverschuldigd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft betaald. Met betrekking tot project [naam 3] stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de in de offerte opgenomen stelposten 100020 (uitzetwerk en maatvoering), 300030 (verstekzagen en verlijmen tegels t.b.v. zwembadrand) en 300040 (leveren en aanbrengen vlonder) niet of slechts deels zijn uitgevoerd, zodat hij € 2.829,40 inclusief btw onverschuldigd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft betaald.
4.4.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Ingevolge het bepaalde in artikel 7:758 lid 3 BW is de aannemer ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat nimmer een oplevering heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit het feit dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (eind)nota’s heeft gezonden en het werk heeft verlaten, geen andere conclusie worden getrokken dan dat hij daarmee heeft aangegeven dat het werk klaar was voor oplevering. Bovendien blijkt uit de e-mail van 11 september 2019 van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat het werk [naam 1] klaar was om opgeleverd te worden (productie 8 bij dagvaarding). Het lag derhalve op de weg van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het werk binnen een redelijke termijn te keuren en, al dan niet onder voorbehoud te aanvaarden, dan wel onder aanwijzing van gebreken te weigeren. Dit heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet gedaan, zodat het werk ingevolge artikel 7:758 lid 1 BW als opgeleverd moet worden beschouwd.
4.5.
Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , zoals hij tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht, op basis van goed vertrouwen de facturen klakkeloos is gaan betalen en dat zijn projectleider, [naam projectleider] , kampte met psychische problemen en een burn-out zodat hij het werk niet nauwkeurig heeft gecontroleerd dient voor zijn rekening en risico te komen en staat niet in de weg aan de conclusie dat het werk is opgeleverd. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, valt niet in te zien waarom de oplevering – zoals door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tijdens de mondelinge behandeling gesteld – niet als décharge-moment kan worden beschouwd. Verder betreffen de volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet (geheel) uitgevoerde stelposten gebreken die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (of zijn medewerker [naam projectleider] ) redelijkerwijs had moeten ontdekken, zodat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] sinds de oplevering van aansprakelijkheid voor deze gebreken is ontslagen op grond van artikel 7:758 lid 3 BW.
4.6.
De kantonrechter is het niet eens met de stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat het niet gaat om een gebrekkige prestatie, maar een in het geheel niet presteren. Immers waren de volgens hem niet uitgevoerde stelposten onderdelen van ‘het werk’. Het deels niet uitvoeren van de overeengekomen werkzaamheden (als hiervan inderdaad sprake was) betekende dus dat het werk (de betreffende tuin) gebrekkig werd opgeleverd. Dit betekent dat artikel 7:758 BW wel van toepassing is en dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , nu de betreffende werken zijn opgeleverd en de betreffende gebreken redelijkerwijs hadden moeten worden ontdekt bij oplevering, van aansprakelijkheid is ontslagen.
4.7.
Voor zover de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] derhalve ziet op betaling van de laatste termijnfactuur van project [naam 1] (19-441) ligt die vordering voor toewijzing gereed en voor zover de vordering in reconventie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ziet op de reeds betaalde termijnfacturen (zie 2.11.) zal die worden afgewezen.
De in rekening gebrachte meerwerkfacturen met betrekking tot de projecten [naam 1] , [naam 2] en [naam 3]
4.8.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert naast de hiervoor beoordeelde vijfde termijnfactuur van Project [naam 1] de betaling van zeven meerwerkfacturen (Project [naam 1] : 19-281, 19-293, 19-339, 19376 en 19-360, Project [naam 2] : 19-317 en Project [naam 3] : 19-358). Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hij geen opdracht verstrekt voor de uitvoering van de werkzaamheden zoals opgenomen in de facturen 19-2811, 19-2932, 19-3393, 19-3764 en 19-3585 en zijn deze werkzaamheden ook niet uitgevoerd. De vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dient daarom voor zover die ziet op deze facturen te worden afgewezen, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
4.9.
Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet betwist (en ten aanzien van factuur 19-360 zelfs erkent) dat de meerwerkzaamheden zoals opgenomen in de facturen 19-360 en 19-317 zijn overeengekomen en uitgevoerd, ligt de vordering in conventie in zoverre (€ 3.709,- inclusief btw) in beginsel voor toewijzing gereed. Naar het oordeel van de kantonrechter rust op [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de bewijslast van de stelling dat de in de betwiste facturen genoemde werkzaamheden daadwerkelijk zijn overeengekomen en dat deze werkzaamheden zijn uitgevoerd. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal, nu hij het bewijs hiervan heeft aangeboden, tot het bewijs van zijn stelling worden toegelaten.
Project [naam 4] (nacalculatie)
4.10.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert ten slotte betaling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van een vijftal facturen ter zake van project [naam 4] (facturen 19-433, 19-452, 19-500, 19-501 en 19-502). Ten aanzien van deze facturen betwist [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] enkel (voldoende specifiek) de gefactureerde reiskosten (volgens zijn opgave: € 3.267,- inclusief btw), zodat deze facturen voor het overige (€ 16.929,24) kunnen worden toegewezen.
4.11.
Tussen partijen staat vast dat Project [naam 4] zou worden gefactureerd op basis van nacalculatie. Het is naar het oordeel van de kantonrechter gebruikelijk en redelijk dat bij ‘uurtje factuurtje’ reiskosten in rekening worden gebracht. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de stelling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , dat bij een offerte reiskosten in de offerteprijs zijn ingecalculeerd, ook niet betwist, dus staat vast dat reiskosten vallen onder de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gewoonlijk bedongen prijzen. Voor zover hieromtrent dus geen andere verwachtingen bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn gewekt, en hij stelt niet dat dit het geval is, geldt dat de reisuren vergoed dienen te worden op grond van artikel 7:752 BW. De in rekening gebrachte € 3.267,- ligt dus ook voor toewijzing gereed.
4.12.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is in ieder geval de facturen 19-441, 19-360, 19-317, 19-433, 19-452, 19-500, 19-501 en 19-502 verschuldigd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (totaalbedrag: € 27.429,51,-). Of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ook de overige facturen (totaalbedrag: € 16.579,08) verschuldigd is, hangt af van de uitkomst van de te geven bewijsopdracht. Van hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] uiteindelijk verschuldigd is, moet € 30.000,- worden afgetrokken, nu dit bedrag reeds als voorschot is betaald. In afwachting van het te leveren bewijs wordt iedere verdere beslissing in conventie aangehouden.
4.13.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] komt geen vordering in reconventie toe ten aanzien van de tien facturen waarvan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in conventie geen betaling vorderde. Dit omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op grond van artikel 7:758 lid 3 BW niet meer aansprakelijk is voor de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gestelde gebreken (het niet (geheel) uitvoeren van enkele stelposten), nu deze gebreken aan de werken [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] bij de oplevering redelijkerwijs hadden moeten worden ontdekt (zie 4.5. e.v.). Of [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een deel van de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als voorschot betaalde € 30.000,- moet terugbetalen, hangt af van de uitkomst van de bewijsopdracht in conventie. In afwachting hiervan wordt iedere verdere beslissing in reconventie aangehouden.
5 De beslissing
5.1.
stelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de gelegenheid om te bewijzen dat de in de facturen met factuurnummers 19-281, 19-293, 19-339, 19-376 en 19-358 genoemde werkzaamheden met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn overeengekomen en zijn uitgevoerd,
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 juli 2021 voor uitlating door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.3.
bepaalt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , indien hij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct op 7 juli 2021 in het geding moet brengen,
5.4.
bepaalt dat indien [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] getuigen wil laten horen, hij het aantal en – zo mogelijk – de personalia van de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en de gemachtigde(n) van partijen in de maanden juli 2021 tot en met november 2021 direct op 7 juli 2021 moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.5.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
5.6.
houdt iedere verdere beslissing aan,
5.7.
houdt in afwachting van de bewijslevering in conventie iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en is in het openbaar uitgesproken.
RJ