2 De feiten
2.1.
Partijen zijn buren. Zij hebben - kort gezegd - elk buitencamera’s geïnstalleerd op hun percelen. De plaats en het bereik (de opnames die gemaakt kunnen worden) van een aantal van die camera’s staan tussen hen al enige tijd ter discussie.
2.2.
Partijen zijn ter zake van buitencamera’s bij vaststellingsovereenkomst van 22 juni 2020 (hierna: de vaststellingsovereenkomst) het volgende - voor zover relevant - overeengekomen:
8. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] draagt er zorg voor dat de op zijn perceel aanwezige camera’s zodanig worden verplaatst dat de voordeur noch de achterdeur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is waar te nemen. Dit zal gebeuren uiterlijk voor 22 juli 2020. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal de beelden die hij na verplaatsing met zijn camera’s maakt voor 6 augustus 2020 aan zijn advocaat laten toekomen. Mr. Schils en mr. Geertsen zullen de beelden dan controleren. En partijen op de hoogte stellen van hun waarnemingen. Wanneer de advocaten concluderen dat de voordeur dan wel de achterdeur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te zien is zal [eiser in conventie, verweerder in reconventie] nogmaals de stand van de camera’s aanpassen. Dit totdat de voordeur alsook de achterdeur niet meer door zijn camera’s wordt gefilmd.
9. De veldcamera van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] maakt geen opnames van het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]
10. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zullen de camera, zoals te zien op productie 9 bij de dagvaarding verhangen, inhoudende dat die niet meer boven de garage van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] uitkomt. Dit zal plaatsvinden voor 22 juli 2020.
11. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zullen de beelden die gemaakt worden door hun camera’s uiterlijk voor 6 augustus 2020 aan hun advocaat laten toekomen. Mr. Schils en mr. Geertsen zullen de beelden dan controleren. En partijen op de hoogte stellen van hun waarnemingen. Wanneer de advocaten concluderen dat het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op de beelden te zien is, dienen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de camera’s te verplaatsen.
12. Als partijen de hiervoor opgenomen afspraken niet nakomen zijn zij een boete van
€ 250,00 per dag verschuldigd voor iedere dag dat zij de desbetreffende afspraak niet nakomen met een maximum van € 25.000,00.”
De vaststellingsovereenkomst is opgenomen in het proces-verbaal van deze rechtbank van 22 juni 2020, zaak/rolnummer C/03/268544 / HA ZA 19-461.
2.3.
Partijen hebben naar aanleiding van de bovenstaande afspraken over en weer stukken uitgewisseld. Beide partijen zijn van mening dat de wederpartij onvoldoende aan de vaststellingsovereenkomst heeft voldaan.
Camera oprit voorzijde woning [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (artikel 8 vaststellingsovereenkomst)
2.4.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft na de op 22 juni 2020 gemaakte afspraken de bevestigingspositie van de camera bij de garagepoort bij zijn oprit van de woning verhangen en bevestigd met zwarte duct-tape. Hij heeft een foto van de camera - bij e-mail van zijn advocaat - op 21 juli 2020 aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gezonden. Gevoegd bij die e-mail is een camerabeeld vanuit de nieuwe camerapositie.
2.5.
Bij e-mail van 30 juli 2020 heeft [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] laten weten dat het voornoemde camerabeeld niet akkoord was.
2.6.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij e-mail van zijn advocaat van 4 augustus 2020 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] laten weten dat de positie van de camera bij de oprit opnieuw is aangepast. Bij die e-mail is een foto gevoegd waarop de gewijzigde positie van de camera is te zien. Tevens zijn bij de e-mail gevoegd twee camerabeelden van die camera van 31 juli 2020.
2.7.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is in de e-mail van zijn advocaat van 25 augustus 2020 niet akkoord gegaan met de nieuwe bevestiging van die camera want voor hem is niet duidelijk of het om een camera gaat waarvan de lens kan draaien.
Camera [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] (artikel 10 vaststellingsovereenkomst)
2.8.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij de e-mail van 4 augustus 2020 (rov. 2.6) [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bericht dat de camera in de achtertuin van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] nog steeds niet akkoord is.
2.9.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft bij de e-mail van 25 augustus 2020 (rov. 2.7) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bericht dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , wat betreft de camera in de tuin van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , heeft voldaan aan de vaststellingsovereenkomst; het betreffende camerabeeld is aanzienlijk lager dan de dakrand.
2.10.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft op 2 september 2020 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bericht dat de camera van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] eerst op 28 augustus 2020 is verplaatst naar een positie lager dan het dak van de garage van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .
Camera in de tuin van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]
2.11.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft bij schrijven van 14 september 2020 [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bericht dat na verwijdering door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van begroeiing ter hoogte van de schuur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , (voor het eerst) is te zien dat er in de tuin van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een camera hangt, waardoor een situatie is ontstaan die strijdig is met de tussen partijen gemaakte afspraken.
2.12.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij brief van 2 oktober 2020 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] onder andere meegedeeld dat met die camera noch de voordeur noch de achterdeur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] waarneembaar is.
Tweede tuincamera [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]
2.13.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij de brief van 2 oktober 2020 (rov. 2.12) [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ook bericht dat na recente snoeiwerkzaamheden een tweede tuincamera van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is gesignaleerd, waarvan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geen weet had. Die tweede tuincamera kijkt recht op het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , aldus [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . [eiser in conventie, verweerder in reconventie] deelt mee dat dit in strijd is met artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst.
2.14.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft bij brief van 19 oktober 2020 [eiser in conventie, verweerder in reconventie] onder andere bericht dat eind juni 2020 ook camerabeelden van de betreffende (tweede) tuincamera aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn gezonden.
Aanzegging boetes ten laste van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]
2.15.
Bij deurwaardersexploot van 21 september 2020 is de brief van de advocaat van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van 14 september 2020 betekend. Tevens is de boete ex artikel 12 vaststellingsovereenkomst aangezegd.
2.16.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij brief van 22 december 2020 betwist boetes aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] verschuldigd te zijn.
2.17.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft bij exploot van 17 februari 2021 de grosse van het proces-verbaal van 22 juni 2020 aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betekend en executoriaal beslag gelegd om betaling te krijgen van onder andere de maximaal verbeurde boetes ad € 25.000,-.
2.18.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft (laatstelijk) bij e-mail van zijn advocaat van 8 maart 2021 [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bericht niet bereid te zijn de executie te staken.
Aanzegging boetes ten laste van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]
2.19.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij brief van zijn advocaat van 2 oktober 2020 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bericht dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ten gevolge van overtredingen (rov. 2.10 en 2.13) van de gemaakte afspraken, boetes verschuldigd is aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .
2.20.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij deurwaardersexploot van 2 oktober 2020 de grosse van het proces-verbaal van 22 juni 2020 aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] doen betekenen en bij deurwaardersexploot van 17 december 2020 de op grond van artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst verbeurde boetes van € 18.000,- (72 maal € 250,-) aangezegd.
2.21.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft (laatstelijk) bij e-mail van 9 februari 2021 betwist enige boete verschuldigd te zijn aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .
5 De beoordeling in conventie
5.1.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.
5.2.
De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 438 lid 2 Rv de opheffing van een executoriaal beslag bepalen. Voor de in dat geval te hanteren toetsnorm is het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 relevant. Mede gelet op die norm is in ieder geval sprake van misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) door de beslaglegger indien hij geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij handhaving van het gelegde beslag.
5.3.
De vaststellingsovereenkomst tussen partijen is vastgelegd in het proces-verbaal van deze rechtbank van 22 juni 2020 (zaaknummer / rolnummer: C/03/268544 / HA ZA 19-461). Aan beide partijen is van dat proces-verbaal een grosse verstrekt. Partijen hebben voor de nakoming van de vaststellingsovereenkomst dan ook een executoriale titel gekregen. Bij niet nakomen van de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen afspraken is de betreffende wanpresterende partij een boete verschuldigd aan de wederpartij als bedoeld in artikel 12 van de vaststellingsovereenkomst.
5.4.
De tekst van de afspraken die zijn vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst is duidelijk en staat niet tussen partijen ter discussie. Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken (artikel 7:900 lid 1 BW).
5.5.
Doordat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de camera bij zijn oprit (voorzijde woning) voor 22 juli 2020 heeft verplaatst en desgevraagd door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] opnieuw heeft verplaatst - zie rov. 2.6 - en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op 4 augustus 2020 twee camerabeelden vanuit die laatste camerastand op 31 juli 2020 aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft doen toekomen, heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tijdig aan artikel 8 van de vaststellingsovereenkomst voldaan. Ook vanuit de laatstelijk aan die camera gegeven vaste positie is immers noch de voordeur noch de achterdeur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te zien. De stelling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat die camerabeelden onvoldoende zijn, omdat niet duidelijk is of de camera bij de oprit een draaibare lens heeft en daardoor niet duidelijk is of die camera toch ook foto’s van de deur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] kan maken, wordt gepasseerd. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft immers al op 19 januari 2020, in de vorige procedure tussen partijen, aangetoond dat al zijn camera’s, dus ook de camera bij de oprit aan de voorzijde van de woning, vaste camera’s zijn en geen PTZ camera’s (productie 13, bijlage 2, dagvaarding).
5.6.
De door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] eerst na snoeiwerk van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geconstateerde tuincamera van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (zie rov. 2.11) maakt evenmin dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de afspraak als bedoeld in aan artikel 8 van de vaststellingsovereenkomst zou hebben geschonden. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft immers voldoende aannemelijk gemaakt dat ook met die camera van meet af aan noch van de voordeur noch van de achterdeur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] opnames kunnen worden gemaakt. Te zien is de tuin van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en deels de erfafscheiding van het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] (productie 17, bijlage 2, foto 3, dagvaarding). Met de foto’s van 8 januari 2021 (dezelfde bijlage 2) heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aangetoond dat al zijn camera’s noch van de voordeur noch van de achterdeur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] opnames maken. Dat die foto’s dateren van na 6 augustus 2020, de in artikel 8 van de vaststellingsovereenkomst bepaalde uiterste datum voor het toezenden van de foto’s, maakt het vorenoverwogene niet anders, nu reeds in de vorige procedure door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan de hand van foto’s van 22 januari 2020 (productie 5 bij dagvaarding) is aangetoond dat hij met de overige camera’s (anders dan de camera bij de oprit voorzijde woning) de voordeur noch de achterdeur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in beeld had.
5.7.
De stelling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geen enkel zicht mag hebben op het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] vindt geen grondslag in artikel 8 van de vaststellingsovereenkomst. De tekst van dit artikel 8, die duidelijk is, biedt daarvoor geen aanknopingspunten. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft ook betwist dat de tekst van dit artikel ruimer zou zijn bedoeld dan is geformuleerd.
5.8.
Slotsom in dit kort geding moet derhalve zijn dat, doordat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] artikel 8 van de vaststellingsovereenkomst tijdig en volledig is nagekomen, [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geen boetes als bedoeld in artikel 12 van de vaststellingsovereenkomst verschuldigd is geworden aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft dan ook geen in redelijk te respecteren belang bij handhaving van het op 17 februari 2021 gelegde executoriale derdenbeslag (rov. 2.17) en zal worden veroordeeld tot opheffing van dat beslag (productie 2, bijlage 2, dagvaarding) en terugbetaling van reeds ingevorderde boetes.
5.9.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als vermeld in de beslissing onder 7.2.
5.10.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De voorzieningenrechter acht onvoldoende termen aanwezig om daarbij af te wijken aan het liquidatietarief in kort geding. De kosten aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in conventie worden begroot op:
- betekening oproeping € 85,81
- griffierecht € 309,00
- salaris advocaat € 1.016,00
totaal € 1.410,81.
6 De beoordeling in reconventie
6.1.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.
6.2.
Doordat niet is betwist dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet is overgegaan tot invordering van de boetes ex artikel 12 van de vaststellingsovereenkomst, moet de vordering ad I, gelet op de tekst en het beoogde rechtsgevolg van die vordering, worden afgewezen. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft immers staking van de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aangevangen executie van het proces-verbaal van 22 juni 2020 gevorderd voor zover het de invordering van boetes betreft, en daarvan is feitelijk (nog) geen sprake. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft ook tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat hij met deze executie niet verder wilde gaan maar de strijd tussen partijen wil beëindigen.
6.3.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft overigens in dit kort geding niet aangetoond dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] met de tweede tuincamera (productie 12, bijlage 3, dagvaarding) opnames kan maken van het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . De tweede tuincamera van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] steekt weliswaar boven de schutting van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] uit, maar [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat met die camera alleen de circa 50 cm brede strook grond van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] naast die schutting aan de zijde van het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] c.s., is te zien. Het moet in dit kort geding ervoor worden gehouden dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de negen foto’s heeft gezien die de advocaat van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] via WeTransfer heeft toegezonden aan de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , die vervolgens op 2 juli 2020 die afbeeldingen heeft gedownload. De camera’s, behoudends de tweede tuincamera, zijn ook al op 21 juli 2020 (productie 6 bij dagvaarding) akkoord bevonden.
Voorshands wordt dan ook overwogen dat de aangezegde boetes niet voor invordering in aanmerking komen. Gelet hierop heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter geen in redelijkheid te respecteren belang bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging, van de aangevangen executie van het proces-verbaal van 22 juni 2020, over te gaan.
6.4.
Doordat, zoals in conventie reeds is overwogen, [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (ook) artikel 8 van de vaststellingsovereenkomst is nagekomen, moet de vordering onder II van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] eveneens worden afgewezen.
6.5.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De voorzieningenrechter acht onvoldoende termen aanwezig om daarbij af te wijken aan het liquidatietarief in kort geding. De kosten aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in reconventie worden begroot op € 508,00 aan salaris advocaat (factor 0,5 × tarief € 1.016,00).
7 De beslissing
De voorzieningenrechter
7.1.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het op 17 februari 2021 ten laste van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gelegde executoriale derdenbeslag (productie 2, bijlage 2, dagvaarding) op te heffen,
7.2.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet aan de in 7.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
7.3.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle reeds middels het executoriaal beslag van 17 februari 2021 geïnde bedragen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] terug te betalen,
7.4.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot op heden begroot op € 1.016,00,
7.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
7.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
7.7.
wijst de vorderingen af,
7.8.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot op heden begroot op € 508,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.1