Kort geding. Arbeid. Geen vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens dwaling. Voor zover er al sprake is van dwaling dan voor risico van de dwalende, werkgever. Loonvordering en vordering tot toelating tot werkvloer toegewezen.
Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 25 mei 2022
in de zaak van
[eiseres]
,
wonend aan de [adres 1] , [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde mr. C.J.M. van den Bos-Ackermans,
tegen
1 de burgerlijke maatschap [gedaagde sub 1] ,
gevestigd en kantoor houdend te [vestigingsplaats 1] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 2], als maat van gedaagde sub 1,
gevestigd en kantoor houdend aan de [adres 2] , [vestigingsplaats 2] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 3], als maat van gedaagde sub 1,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
gedaagden,
gemachtigde mr. T.C. Zuidervaart.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] worden genoemd.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding
-
de door [gedaagden] op 13 mei 2022 ingediende aanvullende producties
-
de conclusie van antwoord
-
de pleitnota van mr. Van den Bos-Ackermans
-
de mondelinge behandeling van 19 mei 2022.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1.
[eiseres] is met ingang van 2 januari 2022 op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (zes maanden) in dienst getreden van [gedaagden] in de functie van receptioniste / administratief medewerkster tegen een loon van laatstelijk € 1.989,00 bruto per maand exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.
2.2.
Tijdens het sollicitatiegesprek heeft [eiseres] aan [gedaagden] meegedeeld dat zij op een wachtlijst stond voor een maagverkleining en dat de verwachte hersteltermijn twee weken zou bedragen.
2.3.
Op 16 februari 2022 heeft [eiseres] de maagverkleining ondergaan.
2.4.
Op 1 maart 2022 bericht [eiseres] aan [gedaagden] dat zij nog niet kon komen werken. De operatie is goed verlopen, maar het herstel duurde langer dan verwacht. [gedaagden] stelde het op prijs als [eiseres] weer zou komen werken.
2.5.
Op 7 maart 2022 heeft [eiseres] - tegen het advies van de behandelend arts - aangeboden om vanaf 9 maart 2022 halve dagen te komen werken.
2.6.
Bij brief van 9 maart 2022 bericht [gedaagden] aan [eiseres] :
“Wij stellen ons op het standpunt dat wij destijds bij het sollicitatiegesprek niet juist zijn geïnformeerd en dat bij een juiste voorstelling van zaken wij nimmer met jou een arbeidsovereenkomst zouden hebben gesloten.
(…) Tijdens het gesprek gaf je aan dat je een maagverkleining zou ondergaan en dat je twee weken weg zou zijn. (…) Als je bij het sollicitatiegesprek had aangegeven dat je minimaal vier tot zes weken niet zou kunnen komen, hadden we een andere keuze gemaakt en hadden we jou niet aangenomen. (…)
Wij laten je hierbij daarom weten dat we jouw arbeidsovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. De facto komt dat erop neer dat je bent ontslagen per 1 maart jl. Je ontvangt vanaf dan geen loon meer. Het tot op heden ontvangen ‘loon’ kun je beschouwen als vergoeding voor de door jou verrichte werkzaamheden.”
3 Het geschil
3.1.
Tegen de achtergrond van deze vaststaande feiten vordert [eiseres] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het (achterstallig) loon vanaf maart 2022 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de nevenvorderingen (de wettelijke verhoging, wettelijke rente, het verstrekken van bruto / netto loonspecificaties, wedertewerkstelling, dwangsom en buitengerechtelijke kosten), alsmede tot betaling van de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over de nakosten.
3.2.
[gedaagden] heeft verweer gevoerd.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna - voor zover relevant - worden ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Het spoedeisend belang ligt naar het oordeel van de kantonrechter besloten in de aard van het gevorderde en is overigens door [gedaagden] ook niet betwist.
4.2.
Beoordeeld moet worden of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat het gerechtvaardigd is op toewijzing vooruit te lopen door het geven van een voorlopige voorziening. Daarbij dient de kantonrechter uit te gaan van de voorshands vaststaande feiten, die maar beperkt (zonder formele bewijslevering) kunnen worden getoetst in een kort geding.
4.3.
Allereerst dient beoordeeld te worden of de arbeidsovereenkomst door [gedaagden] buitengerechtelijk is vernietigd op grond van dwaling.
4.4.
Het is een feit van algemene bekendheid dat de herstelperiode na een operatie langer kan duren dan ingeschat. Onder deze omstandigheden komt de dwaling - als al van dwaling sprake is - voor risico van de dwalende, [gedaagden] . Voor vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens dwaling is dan ook geen plaats. Dit brengt met zich dat de arbeidsovereenkomst nog steeds voortduurt en [gedaagden] het loon aan [eiseres] verschuldigd is en haar dient toe te laten tot de werkvloer. De daarop betrekking hebbende vorderingen liggen dan ook voor toewijzing gereed.
4.5.
Nu betaling van het loon niet tijdig heeft plaatsgevonden, maakt [eiseres] op goede gronden aanspraak op vergoeding van de wettelijke verhoging. De gevorderde wettelijke verhoging zal - tot de gevraagde en gevorderde 50% - worden toegewezen omdat geen gronden zijn aangevoerd die tot matiging nopen. De gevorderde wettelijke rente, die door het enkele betalingsverzuim verschuldigd wordt, ligt ook voor toewijzing gereed.
4.6.
De gevorderde afgifte van een bruto/netto specificatie van de - hierna in het dictum toe te wijzen - loonbedragen leent zich eveneens voor toewijzing.
4.7.
Tegen de gevorderde dwangsommen heeft [gedaagden] geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat deze zullen worden toegewezen en gemaximeerd op de hierna in het dictum weergegeven wijze.
4.8.
[eiseres] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke kosten. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde vergoeding aan buitengerechtelijke kosten zal dan ook worden toegewezen.
4.9.
[gedaagden] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op: - dagvaarding € 131,18
De gevorderde nakosten en de wettelijke rente daarover zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen:
-
€ 3.978,00 bruto aan achterstallig loon over de periode maart en april 2022, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% en het geheel (de optelsom) nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,
-
€ 1.989,00 bruto per maand, althans bij wijze van voorschot, vanaf mei 2022 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% over de te late betalingen en het geheel (de optelsom) nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,
-
€ 823,90 aan vergoeding van buitengerechtelijke kosten,
5.2.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiseres] binnen vijf dagen na betekening van het vonnis deugdelijke bruto/netto loonstroken over de maanden maart en april 2022 en de toekomstige maanden te verstrekken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25,00 per dag dat [gedaagden] in gebreke blijft daaraan te voldoen tot een maximum van € 1.000,00,
5.3.
veroordeelt [gedaagden] om binnen 48 uur na dagtekening van dit vonnis [eiseres] toegang te verlenen, te doen of laten verlenen tot de werkplek en haar in staat te stellen haar gebruikelijke werkzaamheden als receptioniste / administratief medewerker te verrichten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [gedaagden] in gebreke blijft daaraan te voldoen tot een maximum van
€ 10.000,00,
5.4.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten van [eiseres] , die tot de uitspraak van dit vonnis worden begroot op € 1.092,18,
5.5.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [eiseres] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 124,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening,
- te vermeerderen, indien betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.
CJ
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: