Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBLIM:2025:1565

Rechtbank Limburg
20-02-2025
14-03-2025
11413928/AZ/24-121
Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen;

Niet aangetoond door werkgever dat werknemer onder invloed van drugs komt werken;

Door werkgever afgenomen drugstest in strijd met AVG;

Sprake van onrechtmatig verkregen bewijs, dit bewijs buiten beschouwing.

Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2025-0322
VAAN-AR-Updates.nl 2025-0322
Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2025/107

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer / rekestnummer: 11413928 \ AZ VERZ 24-121

Beschikking van 20 februari 2025

in de zaak van

SIF NETHERLANDS B.V.,

te Roermond ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: Sif,

gemachtigde: mr. C.A.E. Nijman,

tegen

[verweerder] ,

te [plaatsnaam] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder] ,

gemachtigde: I. Stierum (DAS Rechtsbijstand),

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met 12 producties (productie 9 ontbreekt)

- de nader ingekomen productie 9 en nieuwe productie 7 zijdens Sif

- het verweerschrift met 10 producties

- de mondelinge behandeling van 9 januari 2025, waarbij zijn verschenen:

- namens Sif, [vertegenwoordiger] , bijgestaan door mr. Nijman;

- [verweerder] , bijgestaan door zijn gemachtigde,

- de spreekaantekeningen zijdens Sif.

2 De feiten

2.1.

[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1978, is sinds 8 september 2008 in dienst bij Sif. De functie van [verweerder] is [functienaam]1 [functienaam] met een loon van € 4.294,46 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

De CAO voor Metaalbewerkingsbedrijf is van toepassing op de arbeidsovereenkomst.

2.2.

Sif is een bedrijf dat stalen funderingen fabriceert (monopiles) voor offshore windparken. De monopiles zijn om en nabij 120 meter lang, kennen een diameter van 9 tot 11 meter en hebben een gewicht van 2500 ton. Deze monopiles worden vervolgens vanuit de vestiging [plaatsnaam] over het water getransporteerd naar Europoort.

2.3.

[verweerder] is binnen Sif onder meer verantwoordelijk voor de kwaliteitsinspecties van de monopiles. In zijn functieomschrijving is onder meer opgenomen:

  • -

    “Verricht diverse metingen en inspecties gedurende productie en eindmetingen handmatig of met behulp van geavanceerde meetapparatuur (zoals total station, fotogrammetrie of easy laser). Ziet toe op de juiste toepassing van vastgestelde procedures en instructies en spreekt medewerkers aan bij het niet naleven van de procedures.

  • -

    HSE Naleving

Leeft alle geldende HSE normen en de daaruit voortvloeiende voorschriften en procedures na bij het uitvoeren van de werkzaamheden, en het opvolgen van aanvullende instructies. Signaleert onveilige situaties, stopt de werkzaamheden en rapporteert aan de dienstdoende HSE officer en Hall Coördinator.

- Constateert afwijkingen in de processen doormiddel van metingen en beoordeelt mogelijke oorzaken. Onderneemt actie om verbeteringen toe te passen”.

2.4.

Vanwege (onder meer) de zware constructies die gefabriceerd worden, gelden er binnen Sif allerlei veiligheidsregels.

2.5.

Voor (onder meer) alcohol en drugs geldt er vanaf oktober 2023 een zero tolerance beleid. Het is niet toegestaan om tijdens werktijd onder invloed daarvan te zijn. Dit beleid is mondeling kenbaar gemaakt aan de medewerkers.

2.6.

In het alcohol- drugs- en medicijnenbeleid2 van Sif is (onder meer) opgenomen:

“SIF Netherlands B.V. ("Sif") hecht veel belang aan een gezonde en veilige werkomgeving voor iedereen die voor Sif werkt. Een onderdeel daarvan is dat er een duidelijk kader is over het gebruik van alcohol, drugs en medicijnen. Werken onder invloed kan namelijk grote risico's en negatieve gevolgen hebben. Zowel voor de werknemer zelf als voor collega's. Zo kan het leiden tot ziekte, hoge kosten, reputatieschade maar ook veiligheidsrisico's.

(..)

Middelen: alle alcoholhoudende dranken en drugs. Hieronder vallen ook medicijnen die niet professioneel zijn voorgeschreven door een arts of een andere daartoe bevoegde professional of waarbij de voorgeschreven of aanbevolen maximale doseringen niet worden gerespecteerd èn die van invloed zijn op het oordeelsvermogen en alertheid van de gebruiker.

2.1

Het is iedere medewerker en derde verboden om op het terrein van Sif of in de aan Sif toebehorende motorvoertuigen middelen te bezitten of te gebruiken, onder invloed van middelen te zijn en/of deze te verhandelen.

( )”

2.7.

Binnen Sif vinden er onaangekondigde alcohol- en drugscontroles aan de poort plaats. Deze worden verricht door een extern bureau.

2.8.

Op 25 september 2024 is [verweerder] bij aanvang van zijn dienst positief getest op cannabis. De test is afgenomen door een extern bureau en het personeelsnummer van [verweerder] is gekoppeld aan de testuitslag. De medewerker van het externe bureau - [medewerker] van [bedrijf 1] - heeft het navolgende over [verweerder] verklaard:

“( .. )

Ik heb zelf de drugstest afgenomen nadat onze drugshond bij de persoon [nummer] is gaan zitten.

Ik herinner mij dat deze persoon wat rode ogen had en niet helder van geest was.

Wij stellen altijd bij binnenkomst (in een aparte ruimte) de vraag heeft u iets gebruikt. Zijn antwoord was ja, gisterenavond heb ik gebruikt.

Dan volgt er een speekseltest volgens de richtlijnen.

Deze speekseltesters zijn gecertificeerd en zijn de betrouwbare die er op de markt zijn. Worden ook gebruikt door de politie in Nederland en daarbuiten.

Als de uitslag positief is wordt er altijd een tweede test aangeboden met een andere productiecode, deze persoon heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Ook bieden wij de persoon altijd een taxi aan om veilig naar huis te komen.

Hier heeft hij op dat moment geen gebruik van gemaakt.

Wij hebben later nog de speekseltest door de computer laten controleren en ook daar was de test POSITIEF op Cannabis.

( )"

2.9.

Na de test heeft [verweerder] een gesprek gehad met twee managers, [manager 1] en [manager 2] .

2.10.

[manager 1] ( [functienaam] ) heeft over dit gesprek verklaard:

"( )

..

Tijdens het gesprek was waarneembaar dat [verweerder] rood doorlopen en waterige ogen had, kwam verdoofd/numb over, hij had continu een nonchalante grijns/glimlach op zijn gezicht, hij zei heel erg weinig tijdens het gesprek en was niet gefocust. Ik kreeg hierdoor de indruk dat [verweerder] nog altijd onder invloed van drugs was tijdens het gesprek. Hij kwam namelijk erg stoned over.

( )"

2.11.

[manager 2] ( [functienaam] ) heeft hierover verklaard:

“Hij reageerde amper en had een vreemde grijns op zijn gezicht met rode ogen. We hebben deze waarnemingen overigens niet aan hem zelf kenbaar gemaakt tijdens het gesprek.

Hier kreeg [verweerder] van [manager 1] en mij te horen dat hij positief getest had en dat hij op non-actief werd gezet en dus naar huis kon gaan in afwachting van nader contact. Medewerkers zei vrijwel direct dat hij gisteravond cannabis had gebruikt en dat dat geen kwaad kon. Hierop heb ik geantwoord dat dat absoluut niet slim was. Medewerker gaf ook

in het gesprek aan dat hij al 18 jaar werkzaam was bij Sif en vroeg opgegeven moment ook "wat gaat er nu gebeuren?". Hierbij heb ik op nogmaals duidelijk gemaakt dat hij nu niet mag gaan werken en dat hij naar huis wordt gestuurd en dat hij moest afwachten op nader bericht vanuit HR of zijn leidinggevende.

( )”

2.12.

In het vervolggesprek op 26 september 2024 heeft [verweerder] tegen Sif gezegd dat hij de nacht voorafgaande aan zijn dienst cannabis heeft gebruikt en dat hij niet wist dat de cannabis nog in het lichaam aanwezig zou zijn. Sif heeft aan [verweerder] laten weten dat zij na beraad hem verder zal informeren.

2.13.

Vervolgens heeft Sif op 8 oktober 2024 aan [verweerder] te kennen gegeven dat zij door zijn handelswijze het vertrouwen in hem is verloren en dat zij geen basis meer ziet voor een vruchtbare voortzetting van het dienstverband. Als voorstap voor een ontbindingsprocedure heeft Sif [verweerder] de mogelijkheid geboden om in onderling overleg tot een beëindiging van het dienstverband te komen.

2.14.

Bij monde van zijn gemachtigde heeft [verweerder] op 14 oktober 2024 wederom gesteld dat hij in de nacht voorafgaande aan zijn dienst een feestje heeft gehad en daarbij cannabis heeft gebruikt, maar dat hij in de veronderstelling was dat dit bij de start van zijn dienst uit zijn systeem zou zijn. Hij liet weten niet akkoord te gaan met een beëindiging van zijn dienstverband en zijn werkzaamheden te willen hervatten.

Verder liet [verweerder] , kort samengevat, weten dat de test op grond van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) niet toegestaan is en dat Sif voor zijn handelen een waarschuwing had moeten geven in plaats van ontslag.

2.15.

De gemachtigde van Sif heeft op 17 oktober 2024 laten weten dat - naast de positieve testuitslag - uit meerdere verklaringen is gebleken dat [verweerder] duidelijk onder invloed van drugs verkeerde. Daarnaast werd het standpunt niet gedeeld dat er eerst een waarschuwing had moeten worden opgelegd. Zij verwees naar het zero tolerance beleid ten opzichte van het gebruik van verdovende middelen. Daarbij is namens Sif het zwaarwegende veiligheidsbelang voor Sif benadrukt en dat gelet daarop ieder risico dient te worden voorkomen.

2.16.

Partijen hebben geprobeerd een regeling te treffen. Dit is niet gelukt.

Sif is om die reden deze procedure gestart.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Sif verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, meer subsidiair vanwege een combinatie van ontslaggronden (hierna: i-grond of cumulatiegrond) althans een andere redelijke grond met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten met rente.

3.2.

Sif heeft het navolgende – kort weergegeven – aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegd.

e-grond

3.3.

[verweerder] is onder invloed van drugs op het werk verschenen, terwijl hij weet dat Sif een zero tolerance beleid heeft. Uit de speekseltest blijkt dat hij cannabis heeft gebruikt. Twee managers van Sif en een medewerker van een extern bureau3 hebben verklaard dat [verweerder] onder invloed was van drugs. [verweerder] heeft erkend in de nacht voorafgaand aan zijn dienst cannabis gebruikt te hebben. Uit het beleid van Sif blijkt dat het verboden is om onder invloed van alcohol en/of drugs te zijn tijdens het werk. Sif doet er alles aan om ieder risico, hoe gering het risico mogelijk ook kan zijn, op een ongeluk te voorkomen, omdat zij werkt met zware constructies en voertuigen. Als zich een risico verwezenlijkt, dan is de kans op een ernstig (fataal) ongeluk groot. Om die reden geldt een zero tolerance beleid. Sif moet haar medewerkers hierin kunnen vertrouwen en verwacht dat zij voortdurend alert en scherp blijven op naleving van de veiligheidsvoorschriften en geen enkel risicodragend gedrag vertonen. Dit geldt vooral voor [verweerder] die een controlerende en voorbeeldfunctie heeft. Tot de functietaak van [verweerder] behoort dat hij zijn collega's aanspreekt op een onveilige werksituatie. Dit beleid wordt actief uitgedragen en structureel gehandhaafd, zodat [verweerder] van het belang dat Sif aan het antidrugsbeleid hecht doordrongen had kunnen en moeten zijn. Met zijn handelen heeft [verweerder] een uiterst onveilige en onwerkbare situatie voor Sif, collega's en derden gecreëerd. Naast de veiligheidsrisico's zette hij de reputatie van Sif op het spel. [verweerder] heeft hiermee duidelijk in strijd met het goed werknemerschap gehandeld en Sif acht de handelswijze van [verweerder] erg verwijtbaar.

g-grond

3.4.

De basis voor de verstoorde arbeidsverhouding is in dit geval gelegen in het handelen van [verweerder] . Hij heeft welbewust het beleid van Sif overtreden en heeft daarmee alle veiligheidsinstructies aan zijn laars gelapt. Des te kwalijker daarbij is dat hij als [functienaam] juist een controlerende- en voorbeeldrol voor collega's had ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid. Hij heeft het vertrouwen van Sif verloren en daarmee is de arbeidsrelatie dermate ernstig verstoord dat herstel niet meer mogelijk is.

i-grond

3.5.

In de optiek van Sif kan in redelijkheid niet meer van haar worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en is het daarom gerechtvaardigd dat de arbeidsovereenkomst eindigt. Sif is van mening dat er in dit geval sprake is van een combinatie van ontslaggronden. Sif heeft uitvoerig toegelicht waarom volgens haar sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen en/of nalaten en een verstoorde arbeidsverhouding. Sif hecht eraan nog kort te benoemen dat zij het [verweerder] - te meer gelet op zijn functie - zeer kwalijk neemt dat hij de veiligheid in de wind heeft geslagen en grote risico's voor hem, voor zijn collega's en voor derden op de koop heeft toegenomen. Daar komt bij dat hij de reputatie van Sif op het spel heeft gezet door onder invloed van drugs op het werk te zijn. Sif acht zijn gedrag niet alleen roekeloos, maar ook uiterst onzorgvuldig.

Van Sif kon in redelijkheid niet worden gevergd nadere gesprekken - al dan niet onder begeleiding van een derde - te voeren teneinde te proberen de arbeidsrelatie te herstellen, omdat voor Sif de handelswijze van [verweerder] dusdanig ernstig is dat een dergelijk gesprek de verstoring van de arbeidsrelatie niet zou kunnen oplossen. De veiligheid is dermate zwaarwegend voor Sif dat zij hem niet meer kan vertrouwen. Sif rekent het [verweerder] zeer zwaar aan dat hij, ondanks het duidelijk en kenbare alcohol- en drugsbeleid, er bewust voor kiest om dit beleid ter zijde te schuiven.

3.6.

[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen.

3.7.

Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] :

- om toekenning, onder overlegging van bruto/netto specificaties, van een transitievergoeding van € 25.868,36 bruto, een aanvullende vergoeding bij ontbinding wegens de i-grond en een billijke vergoeding van

€ 134.469,92, alle bedragen vermeerderd met rente;

  • -

    bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de opzegtermijn zonder aftrek van de proceduretijd;

  • -

    veroordeling van Sif in de proceskosten.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt voor zover van belang hierna nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

4.2.

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is.4 Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.5 De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.

4.3.

Sif verwijt [verweerder] dat hij onder invloed van drugs op het werk is verschenen. Volgens Sif blijkt dit niet alleen uit de positieve testuitslag van de speekseltest, maar ook uit de verklaringen van twee managers van Sif en die van de medewerker van het externe bureau die de speekseltest heeft afgenomen. [verweerder] bestrijdt dat hij onder invloed op het werk is verschenen. Hij heeft cannabis gebruikt bij een feest rond 02:00 uur. Dit was 11 uur vóór aanvang van zijn werkzaamheden, zodat hij niet meer onder invloed kon zijn bij aanvang van zijn werkzaamheden.6 Hij was alert en in staat zijn taken veilig uit te voeren. De uitslag kan verklaard worden door restsporen in zijn speeksel. Daarnaast is de drugstest in strijd met AVG en kan deze niet als bewijs worden gebruikt, aldus [verweerder] .

4.4.

De kantonrechter stelt het volgende voorop. Sif kan het enkele gebruik van cannabis door een werknemer in privé tijd niet verbieden. Overigens is dat, denkt de kantonrechter, ook niet wat Sif beoogt. Sif wenst echter – gelet op de in potentie risicovolle arbeidsomstandigheden - dat een werknemer bij het uitvoeren van die werkzaamheden niet onder invloed is van cannabis. Dat acht de kantonrechter op zich een begrijpelijke wens die ook legitiem is. Het gaat in deze zaak dus niet om de vraag of [verweerder] op enig moment voorafgaand aan het moment waarop hij zijn arbeid wilde aanvangen cannabis heeft gebruikt, maar om de vraag of Sif heeft aangetoond dat hij voornemens was zijn werkzaamheden onder invloed van cannabis aan te vangen. Naar het oordeel van de kantonrechter is Sif daar niet in geslaagd. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.

Speekseltest is onrechtmatig bewijs

4.5.

[verweerder] stelt dat de drugstest in strijd is met de AVG en als onrechtmatig bewijs terzijde geschoven dient te worden. Sif is het hier niet mee eens. De kantonrechter zal de drugstest buiten beschouwing laten en overweegt daartoe als volgt.

4.6.

Sif voert speekseltesten uit op haar werknemers. De gegevens die uit deze testen komen moeten beschouwt worden als “gegevens over de gezondheid van een persoon”. In het kader van de AVG worden dergelijke gegevens beschouwt als “bijzondere persoonsgegevens”. Ingevolge de AVG is het verboden om bijzondere persoonsgegeven te verwerken, tenzij er een wettelijke grondslag voor geldt. Voor sommige beroepen, bijvoorbeeld loodsen, is een dergelijke wettelijke grondslag ook gecreëerd. Maar voor de werkzaamheden van [verweerder] is die wettelijke grondslag er niet. Dat maakt dat het Sif niet is toegestaan om door middel van een speekseltest te controleren of haar medewerkers (in dit geval) drugs hebben gebruikt7. Er is aldus een inbreuk gemaakt door Sif op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [verweerder] . De passende “remedie” acht de kantonrechter het buiten toepassing laten van de uitslag van test. De kantonrechter zal hierna (r.o. 4.14) nog ingaan op de vraag of het belang van de waarheidsvinding wellicht met zich meebrengt dat, hoewel hier sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, het bewijsmiddel toch toegelaten moet worden.

Eigen verklaring van [verweerder] draagt niet bij aan het bewijs

4.7.

[verweerder] heeft zelf verklaard dat hij cannabis heeft gebruikt. Hij stelt echter dat dat ongeveer 11 uur voor aanvang van de werkzaamheden is geweest. Uitgaande van de gebruikelijke afbraaktijd van cannabis in het lichaam van een persoon zou er dan van invloed op het functioneren geen sprake meer moeten zijn. Hoewel [verweerder] het gebruik van cannabis dus heeft erkend is zijn verklaring feitelijk een ontkenning van het feit dat hij onder invloed van cannabis zou hebben verkeerd bij aanvang van de werkzaamheden. En zoals hiervoor uiteengezet is gaat het enkel daarom.

Verklaringen managers en externe medewerker zijn onvoldoende

4.8.

De verklaringen van de twee managers van Sif en die van de medewerker van het externe bureau zijn onvoldoende om aan te tonen dat [verweerder] onder invloed van drugs was.

4.9.

Dat [verweerder] rode of waterige ogen had, is door alle drie verklaard. Dit hoeft echter niet te betekenen dat [verweerder] onder invloed was. Het hebben van rode of waterige ogen kan legio oorzaken hebben.

4.10.

De medewerker van het externe bureau heeft ook verklaard dat [verweerder] niet helder van geest was. Dit is een conclusie die door de betreffende medewerker getrokken wordt, kennelijk naar aanleiding van bepaald gedrag en/of uitlatingen en/of bewegingen van [verweerder] die door hem zijn waargenomen. Dit wordt echter niet uitgelegd. Wat heeft deze medewerker dan feitelijk waargenomen? En kan het welhaast niet anders zijn dan dat dat gedrag het gevolg is van “onder invloed zijn” van cannabis? Bij gebreke van een feitelijke onderbouwing kan de kantonrechter dus niet beoordelen of de getrokken conclusie “niet helder van geest en daarom onder invloed van drugs”, juist is.

4.11.

Dit geldt ook voor de verklaringen van de twee managers die zeggen dat [verweerder] stoned oogde en verdoofd/numb overkwam. Er worden conclusie verbonden aan hetgeen de managers hebben waargenomen, terwijl zij niet beschrijven wat zij daadwerkelijk hebben gezien. Daarmee zijn hun conclusies niet controleerbaar en navolgbaar.

Dat [verweerder] volgens deze manager(s) (continu) een (vreemde) grijns/glimlach op zijn gezicht had, een nonchalante indruk maakte, weinig zei tijdens het betreffende gesprek en niet gefocust was, hoeft ook niet te betekenen dat hij op dat moment onder invloed was.

[verweerder] werd geselecteerd door een drugshond, onderworpen aan een cannabistest en heeft daarna een gesprek met twee managers over een onderwerp waarvan hij weet dat Sif het zeer serieus neemt en er zware consequenties aan verbindt. Het is onder die omstandigheden zeer wel denkbaar dat [verweerder] geschrokken en angstig/zenuwachtig gedrag laat zien, wat door de managers – met wetenschap van de uitslag van de test - vervolgens is geïnterpreteerd als “onder invloed zijn”.

Cannabistest geeft geen uitsluitsel voor de te bewijzen omstandigheid

4.12.

Los van het feit dat de speekseltest niet afgenomen had mogen worden speelt ook nog het volgende. Sif stelt dat het om een zeer betrouwbare test gaat – ook de politie gebruikt deze – maar om welke test het dan feitelijk gaat wordt niet vermeld. Daardoor kan de mate van betrouwbaarheid niet gecontroleerd worden wat op zich al aanleiding is om de test ook op deze grond buiten beschouwing te laten.

4.13.

Maar er is (nog) meer. Van de meeste speekseltesten is bekend dat zij betrouwbaar aantonen dat iemand cannabis heeft gebruikt maar dat zij geen voorspellende waarde hebben voor de vraag of iemand nog onder invloed is van cannabis. Doorgaans wordt er nog positief getest voor het gebruik terwijl van invloed op het gedrag van de persoon geen sprake meer is. Daarom voert de politie na een positieve speekseltest altijd een bloedonderzoek uit om vast te stellen of de betreffende persoon onder invloed is van cannabis of niet. Dit gebeurt dus bij het type test waarvan het externe bureau stelt dat deze in dit geval ook is gebruikt. Kortom, de uitslag van de gebruikte test is onvoldoende betrouwbaar om de conclusie te kunnen trekken dat [verweerder] onder invloed van cannabis verkeerde.

Onrechtmatig verkregen bewijs blijft buiten beschouwing

4.14.

Hiervoor is overwogen dat de speekseltest onrechtmatig is afgenomen. Het enkele feit dat bewijs onrechtmatig is verkregen, heeft echter niet zonder meer tot gevolg dat dit bewijs moet worden uitgesloten. Dit heeft Sif terecht betoogd. Uit artikel 152 Rv volgt immers dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd en dat de waardering van het bewijs aan het oordeel van de rechter is overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt. In een civiele procedure geldt niet als algemene regel dat de rechter op onrechtmatig verkregen bewijs geen acht mag slaan. In beginsel wegen het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, alsmede het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken (welke belangen mede aan artikel 152 Rv ten grondslag liggen) zwaarder dan het belang van uitsluiting van bewijs.8

4.15.

Voor beantwoording van de vraag of de uitslag van de test toch als bewijs kan worden toegelaten acht de kantonrechter het navolgende van belang.

  1. Door het testen op (in dit geval) drugs maakt Sif – zoals eerder gezegd – een inbreuk op het recht op eerbieding van de persoonlijke levenssfeer van [verweerder] . De geldende regelgeving op grond van de AVG is betrekkelijk nieuw, en mag dus geacht worden aan te sluiten bij de actuele inzichten van de wetgever. Na invoering van de AVG is namens werkgevers herhaaldelijk gewezen op het belang bij het kunnen uitvoeren van dergelijke testen en is aangedrongen op wetgeving die deze testen mogelijk maken. De wetgever heeft echter – in ieder geval tot heden – geen aanleiding gezien aan dat verzoek tegemoet te komen. De kantonrechter meent daaruit te moeten afleiden dat de inzichten van de wetgever op dit punt (nog) niet zijn gewijzigd en dat deze dus niet snel terzijde geschoven mogen worden.

  2. Sif verbindt zeer zware consequenties aan de onrechtmatig afgenomen - en wat betreft de te beantwoorden vraag onnauwkeurige - test, namelijk onverbiddelijke beëindiging van het dienstverband. Aspecten als staat van dienst, het aantal dienstjaren en andere omstandigheden die mitigerend zouden kunnen werken worden daarbij bewust buiten beschouwing gelaten. De sanctie is niet beperkt tot, bijvoorbeeld, een non-actief stelling voor één dag. Sif beoogt bewust van de sanctie een afschrikwekkende werking te doen uitgaan. Nu Sif de test zo zwaar laat wegen en op deze manier gebruikt, mag van haar nog nadrukkelijker verwacht worden dat zij daarbij de geldende waarborgen voor haar personeel naleeft. Daar is echter geen sprake van.

  3. [verweerder] heeft zelf toestemming gegeven voor het afnemen van de test. De vraag dringt zich op of die instemming het onrechtmatige karakter van het afnemen van de test wegneemt, althans er toe leidt dat de uitslag wel gebruikt mag worden voor de bewijsvoering. Die vraag beantwoordt de kantonrechter ontkennend. De werkgever verlangt van de werknemer dat deze aan de test meewerkt. Gelet op de gezagsverhouding en de afhankelijke positie van de werknemer kan onder die omstandigheden niet van instemming in volle vrijheid gesproken worden. Daar komt in dit geval nog eens bij dat Sif in haar reglementen heeft vastgelegd dat niet meewerken aan deze test hetzelfde effect heeft als het afnemen van een positieve test. Daarmee is enige keuzevrijheid van de werknemer volledig illusoir gemaakt.

  4. Sif wijst er op dat aan [verweerder] een tweede speekseltest is aangeboden, kennelijk bedoelt als een soort second opinion om hem van een mogelijk ten onrechte positieve uitslag te zuiveren. [verweerder] heeft die test geweigerd. Los van de vraag of het aanbieden van een contra expertise überhaupt kan bijdragen aan het wegnemen (of verminderen) van de onrechtmatigheid van de inbreuk als gevolg van de eerste test, is de kantonrechter van oordeel dat van dit aanbod geen “reparatie” uitgaat. Het gaat immers om dezelfde test, die dus dezelfde gebreken kent als de uitgevoerde test. Van het aanbieden van een reële mogelijkheid tot het ontzenuwen van de belastende uitkomst van de eerste test (bijvoorbeeld door middel van een bloedonderzoek) is geen sprake geweest. Het aanbod tot het uitvoeren van deze contra expertise heeft daarom geen gevolg voor de vraag of de uitslag van de oorspronkelijke test toelaatbaar is voor het bewijs.

  5. De kantonrechter heeft hiervoor (r.o. 4.12. en 4.13.) overwogen waarom de uitgevoerde test geen betrouwbaar antwoord geeft op de te beantwoorden vraag, te weten was [verweerder] onder invloed van cannabis toen hij wilde aanvangen met zijn werkzaamheden. Nu de test geen doorslaggevende bijdrage kan leveren aan het bewijs is er geen reden in het belang van de waarheidsvinding belangrijke waarborgen opzij te zetten en de uitslag van de test toe te laten voor de bewijsvoering.

Tussenconclusie: niet voldaan aan e-grond

4.16.

Sif heeft niet aangetoond dat [verweerder] onder invloed was van drugs toen hij een aanvang wilde maken met zijn werkzaamheden. Er is dus niet komen vast te staan dat er sprake is van verwijtbaar handelen aan de zijde van [verweerder] . De e-grond is niet voldragen en vormt geen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Er is ook niet voldaan aan andere ontslaggronden

4.17.

De gestelde g-grond is helemaal gegrond op het vermeende feit dat [verweerder] onder invloed van drugs op het werk is verschenen en daardoor het vertrouwen van de werkgever onwaardig is geworden. Dat is echter niet komen vast te staan. Daarom moet die verdenking “weggedacht” worden waarna er objectief gezien geen reden voor Sif overblijft om geen vertrouwen in [verweerder] meer te hebben.

De kantonrechter begrijpt best dat Sif daar, vermoedelijk, anders over zal denken maar dat is een omstandigheid die volledig bij Sif ligt. Op dit moment heeft de kantonrechter geen reden om aan te nemen dat het vertrouwen met het verstrijken van de tijd niet weer volledig kan herstellen.

Nu er feitelijk helemaal geen gronden zijn om de arbeidsovereenkomst te ontbinden komt aan de mogelijkheid van de i-grond geen betekenis toe.

4.18.

De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden.

Proceskosten

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van Sif, omdat Sif ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,

5.2.

veroordeelt Sif in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Sif niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad9.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.

no

1 [functienaam]

2 Ongedateerd, productie 8 bij verzoekschrift

3 Die de speekseltest heeft afgenomen

4 Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

5 Artikel 7:669 lid 1 BW.

6 Volgens het Trimbos Instituut is cannabis na 6-8 uur niet meer traceerbaar.

7 De Nederlandse privacy toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP), heeft in maart 2019 bericht dat het afnemen van alcohol- drugs- en geneesmiddelentesten op de werkvloer is verboden, tenzij er een wettelijke grondslag is (zie ook het Besluit alcohol drugs en geneesmiddelen in het verkeer).

8 HR 7 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0500, NJ 1993/78, en HR 12 februari 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0860, NJ 1993/599

9 Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.