vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Civiel recht
handelskamer
zaaknummer / rolnummer: C/16/349802 / KG ZA 13-586
Vonnis in kort geding van 30 augustus 2013
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ALP LIFT B.V.,
gevestigd te De Meern, gemeente Utrecht,
eiseres,
advocaat mr. I.I.L. Jansen te Utrecht,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BÖCKER NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Velddriel,
gedaagde,
advocaat mr. R.B.J.M. van der Linden te Veldhoven.
Partijen zullen hierna Alp Lift en Böcker genoemd worden.
2 De feiten
2.1.
Alp Lift is een onderneming die zich bezighoudt met de productie, verkoop en distributie van liften en hoogwerksystemen, alsmede met de verhuur en het onderhoud daarvan.
2.2.
Böcker heeft, onder andere, dezelfde bedrijfsactiviteiten als Alp Lift. Böcker maakt deel uit van de Böcker-groep, waartoe ook Böcker AG (als moedermaatschappij) en Böcker Maschinenwerke GmbH (hierna: Böcker Duitsland) behoren.
2.3.
Alp Lift heeft bij de voorzieningenrechter in deze rechtbank een procedure in kort geding aangespannen tegen Böcker, omdat Böcker volgens Alp Lift inbreuk maakte op haar merkenrechten. In die procedure (hierna: procedure I), die is behandeld onder zaak-/rolnummer C/16/344559 / KG ZA 13-363, is op 28 juni 2013 vonnis gewezen.
2.4.
Bij genoemd vonnis (hierna: vonnis I) heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van Alp Lift toegewezen. Het dictum van vonnis I luidt als volgt:
7.3.
beveelt Böcker om binnen 7 werkdagen na betekening van dit vonnis te bewerkstelligen dat de volgende rectificatietekst
- zonder enige toevoeging in woord en/of beeld en/of begeleidend commentaar,
- opgemaakt op een wijze en in een lettergrootte en -type zoals op de betreffende website gebruikelijk is, en
- in een duidelijk kader,
geplaatst wordt in het midden aan de bovenzijde van alle speciaal voor Böcker ingerichte Nederlandse pagina’s van de website www.boecker-group.com, waarnaar de website van Böcker www.boecker.nl direct doorlinkt, op zodanige wijze dat
- deze tekst in zijn geheel tenminste tweederde van de breedte van het beeld beslaat en tenminste 20% van de hoogte en
- goed zichtbaar en leesbaar is zonder naar beneden te hoeven scrollen,
alsmede te bewerkstelligen dat deze tekst minimaal drie maanden op deze pagina’s blijft staan:
In het vonnis van 28 juni 2013 heeft de Nederlandse rechter geoordeeld dat in door ons, Böcker Nederland B.V., verspreide brochures, mailings en andere reclame-uitingen ten onrechte gebruik is gemaakt van de benaming “Alp Lift”. De rechten op de benaming “Alp Lift” komen in de Benelux enkel en alleen toe aan Alp Lift B.V., zodat wij de benaming “Alp Lift” niet mogen gebruiken.
Bovendien heeft de rechter geoordeeld dat wij ten onrechte de suggestie hebben gewekt, dat Alp Lift B.V. niet langer actief zou zijn in Nederland, dan wel door ons zou zijn overgenomen. Ook dit is geheel onjuist.
7.4.
beveelt Böcker om binnen 7 werkdagen na betekening van dit vonnis te bewerkstelligen dat dezelfde rectificatietekst als weergegeven onder 7.3
- zonder enige toevoeging in woord en/of beeld en/of begeleidend commentaar,
- opgemaakt op een wijze en in een lettergrootte en -type zoals in het vakblad Verticaal van RENTIT gebruikelijk is,
- ter grootte van een gehele pagina,
geplaatst wordt in het eerstvolgende nummer van dit vakblad.”
2.5.
Aan de veroordeling onder r.o. 7.3. en r.o. 7.4. van vonnis I is geen dwangsom verbonden. Alp Lift had ter zake ook geen dwangsom gevorderd.
2.6.
Vonnis I is op 1 juli 2013 aan Böcker betekend. Tegen vonnis I is geen hoger beroep ingesteld.
4 De beoordeling
4.1.
Op grond van hetgeen bij dagvaarding en ter zitting is gesteld, is het spoedeisend belang voldoende gebleken.
4.2.
Alp Lift heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Böcker niet heeft voldaan aan de veroordeling uit r.o. 7.3. van vonnis I. Zij heeft volgens Alp Lift slechts op één van de vele Nederlandstalige webpagina’s een rectificatietekst opgenomen, in plaats van op al deze pagina’s, en de tekst is bovendien ten onrechte niet in een duidelijk kader geplaatst. Alp Lift heeft Böcker bij brief van 23 juli 2013 gesommeerd alsnog volledig en correct aan vonnis I te voldoen, hetgeen – op de correctie van enkele tekstuele fouten na – niet is gebeurd. Böcker heeft Alp Lift laten weten dat het technisch onmogelijk zou zijn om aan vonnis I te voldoen, maar dat daarvan geen sprake is, blijkt volgens Alp Lift al uit de omstandigheid dat de rectificatietekst sinds 5 augustus 2013 in zoverre is aangepast, dat deze thans alsnog de vereiste minimale hoogte van 20% van het beeld beslaat en tweederde van de breedte daarvan. Een eventuele technische onmogelijkheid zou bovendien geen probleem hoeven te zijn, omdat rectificatie ook zou kunnen door middel van een automatische banner over alle Nederlandstalige pagina’s.
4.3.
Alp Lift heeft gesteld dat zij er belang bij heeft dat alsnog een dwangsom aan de veroordeling uit vonnis I wordt toegevoegd, nu Böcker niet, althans onvoldoende, bereid is gebleken om vrijwillig aan die veroordeling te voldoen. Bovendien bestaat hierdoor bij Alp Lift de vrees dat Böcker ook niet vrijwillig zal voldoen aan de veroordeling uit r.o. 7.4. van vonnis I, met betrekking tot de rectificatie in het eerstvolgende, medio september 2013 verschijnende, nummer van het vakblad Vertikaal.
4.4.
Böcker heeft hiertegen aangevoerd dat Alp Lift in procedure I niet heeft gevorderd dat een dwangsom aan de veroordeling zou worden verbonden, en dat dit slechts in geval van gewijzigde omstandigheden in een latere procedure alsnog kan geschieden. Daarvan is volgens Böcker geen sprake, omdat Böcker reeds vrijwillig aan vonnis I heeft voldaan, althans de intentie heeft vrijwillig daaraan te voldoen. In dat verband is volgens Böcker van belang dat zij de rectificatietekst binnen zeven dagen na betekening van vonnis I heeft geplaatst in een lettertype en -grootte, zoals op haar site gebruikelijk is. Daardoor kon de voorgeschreven hoogte en breedte echter niet worden behaald. Op verzoek van Alp Lift heeft Böcker toen gekozen voor een ander lettertype en een andere lettergrootte, waarmee de voorgeschreven hoogte en breedte wel konden worden bereikt. Tevens zijn op verzoek van Alp Lift enkele tekstuele fouten hersteld.
4.5.
Overigens heeft Böcker aangevoerd dat zij met de plaatsing van de rectificatie op één webpagina heeft voldaan aan de veroordeling, omdat dit de enige speciaal voor Böcker ingerichte Nederlandse pagina van de website www.boecker-group.com is, waarnaar de website van Böcker www.boecker.nl direct doorlinkt. Voor zover de veroordeling iets anders zou inhouden, kan Böcker overigens niet aan die veroordeling voldoen, omdat plaatsing op alle Nederlandstalige pagina’s technisch niet mogelijk is. De standaardindeling van de website, die geldt voor alle (ook niet-Nederlandstalige) webpagina’s, laat dat namelijk niet toe en Böcker kan die indeling niet zelf veranderen. Volgens Böcker kan de rectificatietekst daardoor slechts in bestaande tekstblokken worden geplaatst, die niet op alle pagina’s even groot zijn en niet altijd groot genoeg. Bovendien heeft een groot deel van de pagina’s betrekking op bedrijfsactiviteiten van Böcker die niet ook door Alp Lift worden ondernomen, zodat daarop ook om die reden niet hoeft te worden gerectificeerd, aldus Böcker. De door Alp Lift gestelde mogelijkheid van rectificatie door middel van een banner is volgens Böcker niet relevant, omdat die niet is gevorderd.
4.6.
Böcker heeft ook aangevoerd dat geen grond bestaat voor de door Alp Lift gestelde vrees dat zij niet vrijwillig zou overgaan tot rectificatie in het vakblad. Böcker heeft zich spoedig nadat vonnis I op 1 juli 2013 aan haar was betekend, tot de uitgever van het blad gewend, die haar op 4 juli 2013 heeft laten weten niet tot plaatsing van de rectificatie over te willen gaan, althans niet op de door vonnis I voorgeschreven wijze. Dat Böcker Alp Lift daar toen niet direct van in kennis heeft gesteld, is te wijten aan de omstandigheid dat partijen alleen door middel van hun raadslieden met elkaar communiceren, en de raadsman van Böcker toen met vakantie was. Overigens heeft Böcker aangevoerd dat zij blijft proberen om overeenstemming te bereiken met de uitgever over plaatsing van de rectificatie in zijn blad.
4.7.
De voorzieningenrechter overweegt dat een dwangsom ingevolge jurisprudentie van het Benelux-Gerechtshof (17 december 2009, NJ 2010,82) niet noodzakelijkerwijs tegelijkertijd met de hoofdveroordeling behoeft te worden opgelegd. Anders dan Böcker heeft aangevoerd, zijn gewijzigde omstandigheden (behoudens een uitzondering die zich thans niet voordoet, namelijk ingeval de rechter die de hoofdveroordeling heeft uitgesproken, zonder voorbehoud en beredeneerd heeft uitgesloten dat aan zijn veroordeling een dwangsom zou worden verbonden) ook geen voorwaarde. De door Alp Lift gestelde omstandigheid dat Böcker niet vrijwillig aan de veroordeling uit r.o. 7.3. van vonnis I voldoet, en de vrees dat datzelfde het geval zal zijn met betrekking tot de veroordeling uit r.o. 7.4. van dat vonnis, is voldoende. Daaruit volgt overigens niet per definitie, dat de vorderingen van Alp Lift in de onderhavige procedure moeten worden toegewezen. Dat is slechts het geval, ingeval voldoende aannemelijk is dat Böcker niet vrijwillig aan de veroordeling uit r.o. 7.3.-7.4. van vonnis I voldoet.
4.8.
In dat verband is van belang dat partijen, zoals de voorzieningenrechter genoegzaam is gebleken, de veroordeling uit vonnis I verschillend uitleggen. Tijdens de mondelinge behandeling hebben zij naar voren gebracht dat die veroordeling is geformuleerd conform hetgeen Alp Lift in procedure I had gevorderd. In die procedure is niet aan de orde geweest wat werd bedoeld met “alle speciaal voor Böcker ingerichte Nederlandse pagina’s van de website www.boecker-group.com, waarnaar de website van Böcker www.boecker.nl direct doorlinkt”, zodat dit toen voor de voorzieningenrechter ook geen beoordelingspunt is geweest. Datzelfde geldt met betrekking tot de thans aangevoerde technische problemen, de omstandigheid dat sommige in r.o. 7.3. van vonnis I genoemde voorwaarden elkaar kennelijk uitsluiten (zo is tussen partijen niet in geschil dat het niet mogelijk is om de rectificatietekst op te maken in een lettergrootte en -type dat op de site van Böcker gebruikelijk is, en tegelijkertijd te voldoen aan de voorwaarde dat die tekst tenminste tweederde van de breedte van het beeld beslaat en tenminste 20% van de hoogte) en de weigering van de uitgever van het vakblad om de rectificatietekst op de gevorderde en door vonnis I voorgeschreven wijze te plaatsen.
4.9.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had van Böcker mogen worden verwacht dat zij de thans aangevoerde problemen ook reeds bij haar verweer in procedure I had betrokken, opdat die problemen toen hadden kunnen worden betrokken bij de beoordeling door de voorzieningenrechter in die procedure. Ook had Alp Lift beter kunnen informeren naar de uitvoerbaarheid van haar vordering. Voor die beoordeling is in de onderhavige procedure geen plaats. De voorzieningenrechter kan thans slechts beoordelen of aannemelijk is dat Böcker vrijwillig aan de veroordeling wenst te voldoen – wat die veroordeling dan ook inhoudt.
4.10.
Gelet op hetgeen partijen in de onderhavige procedure naar voren hebben gebracht, is de gestelde onwil van Böcker, en daarmee de noodzaak van een financiële prikkel in de vorm van een dwangsom, onvoldoende gebleken. Tussen partijen is immers niet in geschil dat Böcker binnen zeven dagen na betekening een rectificatie heeft geplaatst, en dat zij vervolgens op verzoek van Alp Lift het lettertype en de lettergrootte heeft gewijzigd en tekstuele fouten heeft hersteld. Ook heeft Alp Lift niet betwist dat Böcker reeds op 4 juli 2013 van de uitgever van het vakblad een – zij het negatief – antwoord heeft ontvangen op haar (aldus kennelijk binnen zeven dagen na betekening gedane) verzoek de rectificatie te plaatsen in de volgende uitgave. Evenmin heeft Alp Lift betwist dat partijen alleen door middel van hun raadslieden met elkaar communiceren, hetgeen door vakantie tijdelijk werd bemoeilijkt.
4.11.
De gevorderde dwangsommen zullen dan ook worden afgewezen, temeer daar daarmee ook geen duidelijkheid wordt verschaft in de juiste uitleg van de veroordeling uit vonnis I. Daardoor leidt toewijzing van de vordering er feitelijk toe, dat Alp Lift in de onderhandelingen tussen partijen over die uitleg een extra machtsmiddel in handen krijgt. In hetgeen Alp Lift aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, ziet de voorzieningenrechter daarvoor onvoldoende aanknopingspunten.
4.12.
Ook de gevorderde veroordeling tot volledige en correcte voldoening aan vonnis I zal worden afgewezen, nu het belang van Alp Lift bij die vordering, gelet op de inhoud van vonnis I, gesteld noch gebleken is.
4.13.
Alp Lift zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Böcker worden begroot op:
- griffierecht € 589,00
- salaris advocaat € 816,00
Totaal € 1.405,00