vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Civiel recht
handelskamer
zaaknummer / rolnummer: C/16/392105 / HA ZA 15-438
Vonnis in incidenten van 11 november 2015
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AZBIL TELSTAR BENELUX B.V.,
gevestigd te Woerden,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in de incidenten ex artikelen 843a en 223 Rv van haarzelf,
verweerster in het incident ex artikel 223 Rv van Medexs c.s.
advocaat mr. E.A. van de Kuilen-Stap te Rotterdam,
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEDEXS B.V.,
gevestigd te Rhenen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
G&A INTERIEURBOUW B.V.,
gevestigd te Rhenen,
3. [gedaagde sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
4. [gedaagde sub 4],
wonende te [woonplaats] ,
5. [gedaagde sub 5],
wonende te [woonplaats] ,
6. [gedaagde sub 6],
wonende te [woonplaats] ,
7. [gedaagde sub 7],
wonende te [woonplaats] ,
8. [gedaagde sub 8],
wonende te [woonplaats] , Duitsland,
gedaagden in conventie in de hoofdzaak,
eisers in reconventie in de hoofdzaak,
verweerders in de incidenten ex artikelen 843a en 223 Rv van Telstar,
eisers in het incident ex artikel 223 Rv van henzelf
advocaat mr. J. Anema te Amersfoort.
Partijen zullen hierna Telstar en Medexs c.s. genoemd worden. Daarnaast zullen de individuele gedaagden in de hoofdzaak aangeduid worden als volgt:
- gedaagde sub 1: Medexs
- gedaagde sub 2: G&A
- gedaagde sub 3: [gedaagde sub 3]
- gedaagde sub 8: [gedaagde sub 8]
- gedaagden sub 3 tot en met 7: de Werknemers.
3 De beoordeling in de incidenten opgeworpen door Telstar
Staken inbreuk op auteursrechten Telstar
3.1.
Telstar vordert dat de rechtbank een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding, inhoudende dat G&A het plegen van inbreuken op haar auteursrechten met betrekking tot de in de dagvaarding onder punten 107 en 109 bedoelde “blocks” (hierna: de blocks) staakt en gestaakt houdt. Medexs c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
3.2.
Telstar heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.
3.3.
Ter onderbouwing van de door haar gevorderde voorlopige voorziening heeft Telstar aangevoerd dat G&A inbreuk maakt op haar auteursrechten met betrekking tot de blocks door deze in haar eigen tekeningen te gebruiken. Volgens haar blijkt dat onder meer uit de tekening die G&A in het kader van het project voor het Nederlands Kanker Instituut (NKI) heeft gebruikt (productie 47 van Telstar). Deze tekening stemt in overwegende mate overeen met de tekening van Telstar voor hetzelfde project (zelfde productie).
3.4.
De rechtbank constateert dat de blocks waarop de gevorderde voorlopige voorziening ziet, dezelfde zijn als de blocks die onderdeel uitmaakten van de kort gedingprocedure die geëindigd is in het vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 13 februari 2015 (productie 18 van Telstar). In dat vonnis heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de blocks (die zijn opgenomen onder 2.16 van dat vonnis) auteursrechtelijk beschermd zijn.
3.5.
In het kader van dit incident heeft G&A het auteursrechtelijk beschermde karakter van de blocks niet betwist, zodat de rechtbank vooralsnog, in het kader van dit incident, van de juistheid van dat oordeel zal uitgaan.
3.6.
G&A heeft enkel als verweer aangevoerd dat Telstar bij de gevorderde voorlopige voorziening geen belang heeft, aangezien zij na het kort gedingvonnis heeft aangegeven dat zij, als sprake zou zijn van auteursrechtinbreuk, dat gebruik met onmiddellijke ingang zou staken en ook per 1 december 2014 heeft gestaakt.
3.7.
De rechtbank volgt G&A niet in haar verweer. Indien G&A een dergelijke toezegging aan Telstar heeft gedaan, is dat onvoldoende om te oordelen dat Telstar geen enkel rechtens te respecteren belang meer bij haar voorlopige voorziening (versterkt met een dwangsom) heeft. Immers, niet gesteld of gebleken is dat Telstar met die toezegging genoegen heeft genomen. In ieder geval moet worden geconstateerd dat zij de door haar gevraagde voorlopige voorziening niet heeft ingetrokken. Bovendien geldt dat of G&A het gebruik daadwerkelijk heeft gestaakt, voor Telstar niet te controleren is, omdat dat gebruik binnen het bedrijf van G&A zelf dan wel in relatie tot een (Telstar onbekende) opdrachtgever zal plaatsvinden. Indien G&A het gebruik van de blocks daadwerkelijk heeft gestaakt, wordt zij ook niet in enig belang getroffen door het opleggen van de gevraagde voorziening. De rechtbank wijst de gevraagde voorlopige voorziening dan ook toe.
Afschrift van/inzake in bescheiden
3.8.
Daarnaast heeft Telstar gevorderd dat G&A en de Werknemers op grond van artikel 843a Rv veroordeeld worden om een afschrift te verstrekken van dan wel inzage te geven in de volgende bescheiden:
a. alle AutoCAD-bestanden en -tekeningen die in het bezit zijn van G&A en de Werknemers en die één of meer van de blocks bevatten
b. de correspondentie tussen gedaagden met betrekking tot de ontwerpen, offertes en
de gunning van de volgende projecten:
• Amphia Ziekenhuis te Oosterhout;
• Atrium Medisch Centrum Parkstad te Heerlen;
• Heilig Hartziekenhuis Roeselare-Menen (thans AZ Delta) (België);
• Laurentius Ziekenhuis te Roermond;
• Slingeland Ziekenhuis te Doetinchem;
• Universitair Medisch Centrum Utrecht;
• Nederlands Kanker Instituut;
• de in productie 49 genoemde projecten, althans een door uw rechtbank daaruit te maken keuze.
c. de door G&A verzonden offertes, opdrachtbevestigingen en facturen met betrekking
tot de volgende projecten c.q opdrachtgevers:
• Amphia Ziekenhuis te Oosterhout;
• Atrium Medisch Centrum Parkstad te Heerlen;
• Heilig Hartziekenhuis Roeselare-Menen (thans AZ Delta) (België);
• Laurentius Ziekenhuis te Roermond;
• Slingeland Ziekenhuis te Doetinchem;
• Universitair Medisch Centrum Utrecht;
• Nederlands Kanker Instituut.
3.9.
Een vordering tot het verstrekken van een afschrift van dan wel inzage in bescheiden is op grond van artikel 843a Rv alleen toewijsbaar indien voldaan is aan de volgende vereisten: 1) rechtmatig belang 2) bepaalde bescheiden 3) rechtsbetrekking tussen betrokken partijen.
3.10.
Telstar stelt zich op het standpunt dat aan de vereisten van artikel 843a Rv is voldaan, aangezien zij de Werknemers aanspreekt wegens schending van hun geheimhoudings- en non-concurrentiebedingen, schending van goed werknemerschap en inbreuk op de auteursrechten van Telstar, en alle gedaagden op grond van onrechtmatige daad, zodat een rechtsbetrekking aanwezig is. Zij heeft een rechtmatig belang bij de gevraagde bescheiden, omdat zij op die wijze de omvang van de wanprestatie c.q. het onrechtmatig handelen van G&A en de Werknemers kan vaststellen.
3.11.
De rechtbank zal in het navolgende onderscheid maken tussen de vordering voor zover ingesteld tegen G&A en de vordering voor zover ingesteld tegen de Werknemers.
3.12.
Om te voldoen aan het vereiste van een “rechtsbetrekking” moet in het kader van dit incident voldoende aannemelijk zijn dat de gestelde rechtsbetrekking bestaat. Als het gaat om de gestelde rechtsbetrekking tussen Telstar en G&A is de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat G&A auteursrechtelijke beschermde blocks van Telstar heeft gebruikt. Uit de als productie 47 door Telstar overgelegde tekeningen met betrekking tot het project bij het NKI blijkt dat de door Telstar en G&A gemaakte tekeningen zo zeer met elkaar overeenkomen dat aannemelijk is dat bij de tekening van G&A gebruik moet zijn gemaakt van de blocks van Telstar. In zoverre is derhalve een rechtsbetrekking tussen deze partijen aanwezig (art. 1019a Rv).
3.13.
G&A heeft in haar conclusie van antwoord in het incident onder meer als verweer aangevoerd dat Telstar geen rechtmatig belang heeft bij de gevorderde bestanden en tekeningen, aangezien G&A dergelijke bestanden en tekeningen ook van Telstar zelf of andere partijen kan hebben ontvangen, zodat - als G&A al bestanden tekeningen met die blocks in bezit zou hebben - dat niet wil zeggen dat zij wanprestatie heeft gepleegd of onrechtmatig heeft gehandeld jegens Telstar.
3.14.
Voor het bepalen van de omvang van de auteursrechtinbreuk van G&A is het naar het oordeel van de rechtbank voor Telstar van groot belang om vast te stellen welke bestanden en tekeningen G&A in bezit heeft die de betreffende blocks bevatten. G&A kan vervolgens in de hoofdzaak als verweer aanvoeren dat die bestanden of tekeningen niet door haar gemaakt zijn of van derden (of zelfs van Telstar zelf) afkomstig zijn, maar dat staat in het kader van dit incident niet in de weg aan het oordeel dat Telstar een rechtmatig belang heeft bij het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van de hiervoor bedoelde bestanden en tekeningen bij G&A.
3.15.
De omstandigheid dat Telstar in het voorlopig getuigenverhoor nog meer getuigen had kunnen horen over de door haar gestelde gang van zaken, doet hieraan niet af, nu in een geval als het onderhavige met name bescheiden een duidelijk beeld kunnen geven van de omvang van de auteursrechtinbreuk door G&A. De bescheiden vragen aan de beweerdelijke opdrachtgevers van G&A is niet mogelijk, omdat Telstar met hen geen rechtsbetrekking heeft als vereist door artikel 843a Rv.
3.16.
Telstar heeft naar het oordeel van de rechtbank ook een rechtmatig belang bij de gevraagde correspondentie tussen gedaagden met betrekking tot de ontwerpen, offertes en gunning van bepaalde projecten, alsmede de door G&A in kader van deze projecten verzonden offertes, opdrachtbevestigingen en facturen. Immers, daardoor wordt zij in staat gesteld om te beoordelen of, en zo ja in hoeverre, G&A betrokken is geweest bij projecten die ten tijde van het vertrek van de Werknemers door Telstar werden behandeld. Zoals hiervoor reeds is overwogen, is voldoende aannemelijk dat G&A, blijkens het indienen bij de opdrachtgever van tekeningen die gemaakt zijn met de auteursrechtelijk beschermde blocks van Telstar, betrokken is geweest bij het project NKI, terwijl Telstar evenzeer voor dit project in de running was. Daarnaast heeft de kort gedingrechter voorshands voldoende aannemelijk geoordeeld dat Medexs inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Telstar met betrekking tot de blocks. G&A is - blijkens het gebruik van dezelfde handelsnaam (productie 48 van Telstar), dezelfde personeelsleden en (indirect) bestuurders - nauw gelieerd aan Medexs, zodat aannemelijk is dat G&A projecten heeft gedraaid met behulp van van Medexs afkomstige, inbreukmakende tekeningen.
De rechtbank constateert dat G&A in het kader van dit incident niet heeft gesteld dat zij niet betrokken is geweest bij de projecten waarover Telstar informatie wil ontvangen, maar alleen dat:
- in de als productie 49 door Telstar overgelegde lijst met projecten, projecten zijn vermeld waarin is gewerkt in de periode 2008-2013, “en zeker niet in 2014”, zodat “afwezigheid van enig belang een gegeven” is (punt 195 van haar conclusie van antwoord in de incidenten), en
- “ als deze projecten al door G&A worden uitgevoerd” zij “daartoe een opdracht [heeft] gekregen” en “waar mogelijk” dan Medexs inschakelt (punt 199 van haar conclusie van antwoord in de incidenten).
3.17.
Gelet op het voorgaande heeft Telstar er naar voorlopig oordeel van de rechtbank belang bij om een afschrift te krijgen van de gevraagde informatie met betrekking tot projecten die zij in het verleden heeft behandeld, maar die om onduidelijke redenen niet in een opdracht zijn geëindigd. De rechtbank is wel van oordeel dat Telstar onvoldoende heeft onderbouwd waarom zij belang heeft bij gegevens over alle projecten die zijn opgenomen in de door haar als productie 49 overgelegde lijst, nu een groot deel van de projecten dateert van ruim vóór 2014, het jaar dat Medexs is opgericht en diverse werknemers bij haar zijn vertrokken. De rechtbank zal de lijst dan ook beperken tot de projecten die in het dictum zijn vermeld.
3.18.
Anders dan G&A stelt is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde correspondentie wel voldoende duidelijk is omschreven om te voldoen aan het in artikel 843a Rv gestelde vereiste van bepaaldheid. De correspondentie is beperkt tot een aantal met name genoemde projecten en specifieke onderwerpen waarover die correspondentie zou moeten gaan (ontwerpen, offertes en gunning van de projecten).
3.19.
Als laatste verweer heeft G&A in het kader van dit incident aangevoerd dat toewijzing van de incidentele vordering ertoe zou leiden dat zij haar complete (wijze van) bedrijfsvoering aan Telstar zou moeten afstaan, zodat in zoverre sprake is van een gewichtige reden die aan toewijzing in de weg staat.
3.20.
Naar het oordeel van de rechtbank is de enkele omstandigheid dat een concurrent op de hoogte raakt van bedrijfsinformatie onvoldoende zwaarwegend om te gelden als een gewichtige reden als bedoeld in artikel 843a Rv (vgl. Hof Den Haag 20 mei 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9818). Overigens is van afgifte van de complete bedrijfsvoering ook geen sprake, maar alleen van specifieke stukken ten aanzien van specifieke projecten en is niet nader onderbouwd welke consequenties het verstrekken van de gevorderde gegevens zou hebben voor de bedrijfsvoering van G&A. Het verweer treft dus geen doel.
3.21.
Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de incidentele vordering ten aanzien van G&A grotendeels toewijsbaar is.
Ten aanzien van de Werknemers
3.22.
Ter onderbouwing van haar incidentele vordering jegens de Werknemers heeft Telstar aangevoerd dat zij de gevraagde bescheiden nodig heeft om na te gaan welke ex-werknemers bestanden bezitten die de blocks bevatten en welke ex-werknemers op welke wijze betrokken bij de genoemde projecten zijn (geweest). Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank in wezen sprake van een fishing expedition, omdat Telstar dus kennelijk niet weet welke werknemer over welke informatie beschikt en dat op deze wijze te weten wil komen. Daarmee is niet voldaan aan het vereisten van artikel 843a Rv. In zoverre zal de vordering derhalve worden afgewezen.
3.23.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.
3.24.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van de incidenten aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
4 De beoordeling in het incident opgeworpen door Medexs c.s.
4.1.
Medexs c.s. vordert dat de rechtbank een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding, inhoudende dat de rechtbank het ten laste van [gedaagde sub 3] gelegde beslag opheft en (Telstar veroordeelt dat deze) de beslagen opgeheven houdt, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Telstar voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4.2.
De rechtbank begrijpt dat de vordering in wezen wordt ingesteld door [gedaagde sub 3] (omdat het beslag waarvan opheffing wordt gevorderd alleen het ten aanzien van hem gelegde beslag betreft). De rechtbank zal daarvan in het navolgende uitgaan.
4.3.
[gedaagde sub 3] heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.
4.4.
Ter onderbouwing van zijn vordering tot opheffing van het ten laste van hem gelegde conservatoire beslag heeft [gedaagde sub 3] aangevoerd dat het beslag op ondeugdelijke gronden is gelegd, althans onnodig/vexatoir is. Volgens [gedaagde sub 3] heeft Telstar geen, althans onvoldoende bewijs voor de zware beschuldigingen die in het beslagrekest aan zijn adres zijn gemaakt en is het weinige bewijs gebaseerd op ongeloofwaardige verklaringen.
4.5.
De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.
4.6.
De rechtbank constateert dat het grootste deel van de vordering waarvoor door Telstar ten laste van [gedaagde sub 3] beslag is gelegd, bestaat uit de schade die Telstar stelt te hebben geleden door schending door [gedaagde sub 3] van diens non-concurrentiebedingen, in het bijzonder bestaande uit het oprichten (via [bedrijf] , een besloten vennootschap waarvan [gedaagde sub 3] enig aandeelhouder en enig bestuurder is) van een met Telstar concurrerende vennootschap: Medexs Holding B.V., de moedermaatschappij van Medexs.
4.7.
[gedaagde sub 3] heeft erkend bij de oprichting van deze vennootschap betrokken te zijn geweest, maar stelt dat het doel van deze vennootschap niet concurrerend was met het doel van de vennootschap van Telstar. Het Medexs-concern zou zich volgens [gedaagde sub 3] alleen richten op het produceren en verkopen van zogenaamde sanitaire cellen, en niet op cleanrooms voor ziekenhuizen (zoals Telstar doet).
4.8.
In artikel 2 van de oprichtingakte van Medexs staat evenwel vermeld dat de vennootschap ten doel heeft “de verkoop en bouw van cleanrooms en operatiekamers” (productie 54 van Telstar). [gedaagde sub 3] stelt in zijn akte uitlating producties in het incident weliswaar dat een sanitaire cel in feite een kleine cleanroom is en dat een cleanroom ook niet beperkt is tot de medische wereld, maar uit de doelomschrijving en verwijzing naar “operatiekamers” blijkt dat het wel degelijk de bedoeling was dat het Medexs-concern zich zou bezighouden met het bouwen en verkopen van cleanrooms in dezelfde branche als Telstar. Het doel van dit concern was derhalve naar het voorlopig oordeel van de rechtbank wel concurrerend met Telstar.
4.9.
Vast staat dat [gedaagde sub 3] zich had verbonden aan non-concurrentiebedingen (in de arbeidsovereenkomst en de aandeelhoudersovereenkomst) die betrokkenheid bij een concurrerende onderneming verbieden. Voorshands kan dan ook geoordeeld worden dat [gedaagde sub 3] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van deze bedingen, en verplicht is om de schade te vergoeden die Telstar dientengevolge heeft geleden. Telstar heeft deze schade in de bodemprocedure begroot op bijna € 5.000.000,-- aan misgelopen omzet (met een gederfde marge van € 896.000).
4.10.
Gelet op het voorgaande kan niet geoordeeld worden dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van de vordering van Telstar jegens [gedaagde sub 3] is gebleken. De rechtbank wijst de incidentele vordering tot opheffing van het ten laste van [gedaagde sub 3] gelegde beslag dan ook af.
4.11.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
5 De beslissing
De rechtbank
in de incidenten van Telstar
5.1.
veroordeelt G&A voor de duur van het geding om iedere inbreuk op de auteursrechtelijk beschermde blocks van Telstar (zoals weergegeven onder 2.16 van het kort gedingvonnis van 13 februari 2015) te staken en gestaakt te houden,
5.2.
veroordeelt G&A om aan Telstar een dwangsom te betalen van € 1.000,-- voor iedere overtreding van de onder 5.1 vermelde veroordeling en € 500,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 200.000,-- is bereikt,
5.3.
veroordeelt G&A om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis een afschrift te verstrekken aan Telstar van de navolgende bescheiden:
a. alle AutoCAD-bestanden en -tekeningen die in het bezit zijn van G&A en die een of meer van de onder 5.1 bedoelde blocks bevatten,
b. de correspondentie tussen gedaagden met betrekking tot de ontwerpen, offertes en
de gunning van de volgende projecten:
• Amphia Ziekenhuis te Oosterhout;
• Atrium Medisch Centrum Parkstad te Heerlen;
• Heilig Hartziekenhuis Roeselare-Menen (thans AZ Delta) (België);
• Laurentius Ziekenhuis te Roermond;
• Slingeland Ziekenhuis te Doetinchem;
• Universitair Medisch Centrum Utrecht;
• Nederlands Kanker Instituut;
• Equipe Zorgbedrijven te Eindhoven
• Academisch Ziekenhuis Maastricht
• Radboud Ziekenhuis te Nijmegen
• Sint Jansdal te Harderwijk
• Bronovo Ziekenhuis te Den Haag
• Catharina Ziekenhuis te Eindhoven
c. de door G&A verzonden offertes, opdrachtbevestigingen en facturen met betrekking
tot de onder b. genoemde projecten,
5.4.
veroordeelt G&A om aan Telstar een dwangsom te betalen van € 1.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de onder 5.3 uitgesproken veroordeling voldoet , tot een maximum van € 100.000,-- is bereikt,
5.5.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident en de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan aan,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in het incident van Medexs c.s.
5.8.
wijst de incidentele vordering af,
5.9.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident en de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan aan,
5.10.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 december 2015 voor conclusie van repliek in conventie, tevens van antwoord in reconventie.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2015.1