Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBMNE:2018:6343

Rechtbank Midden-Nederland
20-12-2018
21-12-2018
16/705532-16 (strafzaak) en 21/006360-14 (tul) (P)
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig

De rechtbank Midden-Nederland heeft zeven mannen veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van 5 tot 10 jaar voor hun betrokkenheid bij het plegen van ram-, trek, plof- en lanskraken. De kraken vonden plaats tussen juli 2015 en oktober 2016 op geldautomaten van ING bij verschillende vestigingen van Albert Heijn. Ook wordt de mannen verweten dat zij in verschillende samenstellingen een rol hadden bij een criminele organisatie die plofkraken pleegde.

Bij veel van de kraken werd gebruik gemaakt van gestolen auto’s met valse kentekenplaten. De mannen zijn ook veroordeeld voor opzetheling van deze auto’s. Ze gebruikten onder meer regenpakken, bivakmutsen en handschoenen om geen sporen achter te laten. De mannen werkten in verschillende groepen waarbij er telkens sprake was van een strakke organisatie en een zeer doelgerichte samenwerking. In totaal oordeelt de rechtbank dat de mannen in verschillende samenstellingen verantwoordelijk zijn voor twee ram- en trekkraken in Uithoorn en Hilversum, plofkraken in Leersum, Driebergen, Almelo, Utrecht, Axel en Nuland. Ook hebben ze zich schuldig gemaakt aan twee pogingen tot plofkraken in Weesp en Soest en een poging tot inbraak in een bedrijfspand in Lopik.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening met de zeer professionele wijze waarop de kraken zijn voorbereid en gepleegd. Er is bij elke verdachte gekeken naar het aantal strafbare feiten en het strafblad. De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat er is gekeken naar straffen in vergelijkbare zaken en omdat de rechtbank minder kraken bewezen acht. Ook bepaalt de rechtbank dat de verdachten hun gevangenisstraf direct moeten uitzitten. Tenslotte moeten de verdachten in totaal ruim 760.000 euro aan schadevergoeding betalen en zo’n 370.000 euro aan winst terugbetalen die zij met hun criminele activiteiten hebben gemaakt.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/705532-16 (strafzaak) en 21/006360-14 (tul) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 december 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1985] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 januari 2017, 31 maart 2017, 27 juni 2017, 10 juli 2017, 27 november 2017, 12 maart 2018, 8, 11, 15 en 18 oktober 2018 en 6 december 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officieren van justitie mr. A.J.S. Visser en mr. drs. M. Lousberg (hierna: de officier van justitie) en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. C.M.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partij dhr. [A] namens de ING Bank N.V. naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting van 27 juni 2017 nader omschreven. Vervolgens is de tenlastelegging op de zitting van 11 oktober 2018 gewijzigd. De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 21 juli 2015 te [vestigingsplaats] , al dan niet samen met anderen, uit een geldautomaat van de ING Bank N.V. in de Albert Heijn aan het [adres] , een geldbedrag van in totaal € 67.010,00 heeft gestolen door middel van braak;

Feit 2: in de periode van 20 juli 2015 tot en met 21 juli 2015 te Vleuten en/of Uithoorn, al dan niet samen met anderen, een BMW, type 3, met origineel kenteken [kenteken] heeft geheeld;

Feit 3: op 24 juli 2015 te [vestigingsplaats] , al dan niet samen met anderen, uit een geldautomaat van de ING Bank N.V. in de Albert Heijn aan de [adres] , een geldbedrag van in totaal € 32.190,00 heeft gestolen door middel van braak;

Feit 4: in de periode van 22 juli 2015 tot en met 24 juli 2015 te Hilversum en/of Nieuwegein, al dan niet samen met anderen, een Opel Corsa, met origineel kenteken [kenteken] heeft geheeld;

Feit 5: op 27 augustus 2015 te [vestigingsplaats] , al dan niet samen met anderen, uit een geldautomaat van de ING Bank N.V. in de Albert Heijn aan de [adres] , een geldbedrag van in totaal € 28.580,00 heeft weggenomen door middel van braak;

Feit 6: in de periode van 24 augustus 2015 tot en met 27 augustus 2015 te Soest en/of Nieuwegein, al dan niet samen met anderen, een Opel Corsa, met origineel kenteken [kenteken] heeft geheeld;

Feit 7: op 31 augustus 2015 te [vestigingsplaats] , al dan niet samen met anderen, heeft geprobeerd een hoeveelheid geld uit de geldautomaat van de ING Bank N.V. aan de [adres] weg te nemen, door middel van braak de kluisdeur van de geldautomaat open te trekken;

Feit 8: op 17 september 2015 te [vestigingsplaats] , al dan niet samen met anderen, uit een geldautomaat van de ING Bank N.V. in de Albert Heijn aan de [adres] , een geldbedrag van in totaal €38.820,00 heeft gestolen door middel van braak;

Feit 9: in de periode van 13 september 2015 tot en met 17 september 2015 te Nieuwegein en/of Soest, al dan niet samen met anderen, een BMW met origineel kenteken [kenteken] heeft geheeld;

Feit 10: op 30 juni 2016 te [vestigingsplaats] , al dan niet samen met anderen, een ontploffing teweeg heeft gebracht in een geldautomaat van de ING Bank N.V. in de Albert Heijn aan de [adres] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gebouwen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was

en/of

op 30 juni 2016 te Leersum, al dan niet samen met anderen, een hoeveelheid geld van de ING Bank N.V. weg te nemen, door middel van braak;

Feit 11: op 28 juli 2016 te [vestigingsplaats] , al dan niet samen met anderen, een ontploffing teweeg heeft gebracht in een geldautomaat van de ING Bank N.V. in de Albert Heijn aan de [adres] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gebouwen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was

en/of

op 28 juli 2016 te Utrecht, al dan niet samen met anderen, heeft geprobeerd een hoeveelheid geld van de ING Bank N.V. weg te nemen door middel van braak;

Feit 12: in de periode van 8 juni 2016 tot en met 28 juli 2016 te Utrecht en/of Berlicum en/of Kerkdriel , al dan niet samen met anderen, een Volkswagen met origineel kenteken [kenteken] heeft geheeld;

Feit 13: in de periode van 11 december 2015 tot en met 11 oktober 2016 te Utrecht en/of Nieuwegein en/of Kerkdriel heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van ram-/trek-, lans-, en plofkraken, het plegen van diefstallen danwel opzetheling van voertuigen en het voeren van valse kentekens;

Feit 14: in de periode van 21 juni 2016 tot en met 24 september 2016 te Harmelen en/of Kerkdriel en/of Nieuwegein en/of Utrecht, al dan niet samen met anderen, een bestelbus, merk Mercedes-Benz, type Sprinter met origineel kenteken [kenteken] heeft geheeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1.

Inleiding onderzoek 032Smit 1

Het dossier 032Smit bevat de bevindingen van een onderzoek naar een reeks van aanvallen op ING geldautomaten in winkels van Albert Heijn in 2015 en 2016. Bij deze aanvallen of kraken wordt de toegang tot de winkel verkregen door te rammen met een voertuig of door middel van braak. De wijze waarop de geldautomaat vervolgens wordt opengebroken verschilt per kraak.

Bij een ram/trekkraak is de geldautomaat opengebroken en open/omver getrokken met behulp van een band, staalkabel of ketting en een ramvoertuig. Bij een lanskraak wordt de geldautomaat geopend door middel van een thermische lans die door een kluisdeur heen brandt. Bij een plofkraak wordt de kluisdeur van de geldautomaat geopend door middel van het inbrengen en het laten ontploffen van gas. Na opening van de kluisdeur van de geldautomaat middels één van de voornoemde werkwijzen, kunnen geldcassettes verwijderd worden uit de geldautomaat.2

4.2.

Overwegingen ten aanzien van inkt- en glasonderzoek en gemeen gevaar voor goederen en/of personen

De rechtbank bespreekt hieronder eerst het inkt- en glasonderzoek en zal in algemene zin een oordeel geven over de resultaten hiervan en in hoeverre deze voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Vervolgens zal de rechtbank ingaan op het gemeen gevaar voor goederen en/of personen. Deze overwegingen zijn van toepassing op de ten laste gelegde feiten waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

Ten aanzien van het inktonderzoek

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het inktonderzoek stelt de raadsman dat onduidelijkheid bestaat over de houdbaarheidsdata en de mogelijkheid van contaminatie/overdracht. Het bedrijf Applied DNA Sciences (hierna: ADNAS) is een commercieel bedrijf en heeft een monopolie positie. Daarom dient terughoudend te worden omgegaan met de resultaten uit dit onderzoek.

Over het onderzoek 3

In Nederland staan lobby (losstaande) geldautomaten onder andere in supermarkten, die voorzien zijn van geldcassettes met een inktbeveiligingssysteem. Dit inktbeveiligingssysteem treedt in werking op het moment dat op oneigenlijke wijze wordt getracht de geldcassette te openen. Bij activatie van het inktbeveiligingssysteem zullen bankbiljetten in de geldcassette via een sproeisysteem worden voorzien van blauwe inkt. Deze blauwe inkt is voorzien van een unieke DNA-marker.

ADNAS, gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika, is de leverancier en ontwikkelaar van de DNA-markers. Deze DNA-markers bevatten een unieke DNA-code. Het bedrijf ADNAS is ISO-gecertificeerd. De DNA-marker wordt opgenomen in het kwaliteitsdatabestand en voorzien van een unieke DNA-flaconcode. ADNAS levert de DNA-markers aan het bedrijf 3SI Security Systems (hierna: 3SI).

Het bedrijf 3SI, gevestigd in België, is de leverancier van de geldcassettes met inktbeveiligingssystemen aan Geld Service Nederland (hierna: GSN). Het bedrijf 3SI vermengt de blauwe inkt met de, eerder genoemde, DNA-marker en plaatst een inktreservoir in de geldcassette. De geldcassette wordt door 3SI voorzien van een uniek geldcassettenummer. Door 3SI wordt vastgelegd welke DNA-marker (DNA-code) er in elke geldcassette wordt geplaatst. Dit wordt gedaan door middel van het koppelen van de DNA-code aan het unieke geldcassettenummer in een database. Het bedrijf 3SI is eveneens ISO gecertificeerd.

In de database wordt aan het serienummer van de geldcassette onder andere de volgende informatie gekoppeld: inktblok nummer, DNA-code en de productiedatum. Op deze wijze kan de link worden gemaakt tussen de DNA-code en het serienummer van de geldcassette. Bij uitgifte van de geldcassette wordt in de database vastgelegd aan welke klant deze wordt verstrekt.

Door het bedrijf G4S worden, in opdracht van het bedrijf GSN, de geldcassettes gevuld met bankbiljetten. Door het bedrijf G4S worden de geldcassettes tijdens dit proces voorzien van een eigen unieke barcode waardoor de cassettes traceerbaar zijn gedurende het gehele proces: bij het inpakken (vullen geldcassettes), het transport van en naar geldautomaat en het uitpakken (inclusief tellen). Deze eigen unieke barcode wordt door het bedrijf tevens gekoppeld aan het geldcassettenummer, aangebracht door het bedrijf 3SI. De geldcassettes worden vervolgens door G4S vervoerd en in de automaten geplaatst. Ter plaatse worden de geldcassettes gekoppeld aan de betreffende locatie van de geldautomaat, door middel van het scannen van de barcode van de geldcassette en de barcode van de geldautomaat.

Op diverse locaties waar een aanval op een geldautomaat heeft plaatsgevonden is het inktbeveiligingssysteem van geldcassettes in werking getreden. Op een groot gedeelte van deze locaties zijn monsters van de inkt, verder te noemen referentiemonsters, veiliggesteld. ADNAS heeft deze veiliggestelde referentiemonsters van de inkt onderzocht en heeft de unieke DNA-code van deze inkt getracht vast te stellen.

Bij onderzoek van diverse kraken zijn door de politie sporendragers veiliggesteld waarop vermoedelijk sporen van beveiligingsinkt aanwezig waren. Deze sporendragers werden onderzocht en bemonsterd. ADNAS heeft ook van deze bemonsteringen getracht de unieke DNA-code vast te stellen.

Door het bedrijf G4S is een overzicht verstrekt van de geldcassettenummers welke zich bevonden in aangevallen geldautomaten in Nederland, waarbij beveiligingsinkt is vrij gekomen. Vervolgens is dit overzicht aangevuld door het bedrijf 3SI met de bij hen bekende gekoppelde DNA-codes.

De door ADNAS vastgestelde DNA-codes van de inktbemonsteringen zijn door het LFCT (landelijke forensische coördinatie team) vergeleken met de DNA-codes uit de administratie van G4S en 3SI. Daarnaast is er ook een vergelijking gemaakt tussen de DNA-codes van inktbemonsteringen van sporendragers en de DNA-codes van de referentiemonsters.

In het dossier 032Smit is gebruik gemaakt van de resultaten van het inktonderzoek.

Het NFI heeft in het rapport van 16 februari 2018 de validiteit van de conclusies en de uniciteit van de matches in het rapport van de forensisch deskundigen van ADNAS onderzocht. De gerapporteerde conclusies worden, voor zover deze te controleren zijn, door de NFI deskundige als valide gezien. Ook onderschrijft de NFI deskundige dat met de werkwijze van ADNAS unieke DNA-markers te verkrijgen en terug te meten zijn.4

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van bovengenoemde procedure vast dat er geen reden is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van het onderzoek van ADNAS en de koppeling van de DNA-code van de inktbemonsteringen aan de referentiemonsters op de plaatsen waar inkt is aangetroffen, alsmede aan de wijze waarop de DNA-code in de administratieve registratie van 3SI/G4S is weergegeven. De resultaten van het inktonderzoek kunnen dan ook bijdragen aan het bewijs. Op welke wijze daar invulling aan wordt gegeven, zal de rechtbank in voorkomend geval per feit bespreken in de bewijsoverweging.

Ten aanzien van het glasonderzoek

Standpunt van de verdediging

De raadsman stelt dat overdracht van glas sterk afhankelijk is van de situatie en dat daar weinig tot geen onderzoek naar is gedaan. Daarbij hebben de deskundigen verklaard dat het goed kan zijn dat één persoon binnen een groep verantwoordelijk is voor de verspreiding van glasdeeltjes. Verder blijkt uit het dossier ook niet hoe het glasmonster uit de sponningen van de ruiten is gehaald, dit ter voorkoming van verwarring met ander glas. De raadsman verzoekt aldus terughoudend met de resultaten van het glasonderzoek om te gaan.

Over het onderzoek 5

In het dossier 032Smit is een glasonderzoek verricht, waarover door het NFI op 19 juli 2018 een herziene rapportage is uitgebracht. Uit dit rapport volgt dat aangetroffen glas in de diverse kledingstukken, schoenen, en bemonsteringen van onder andere auto’s wordt aangeduid als ‘vreemd glas’, waarbij het object waar glasdeeltjes zich op bevinden een sporendrager wordt genoemd. Voor het referentieglas is gebruik gemaakt van de LFCT (landelijke forensische coördinatie team)-glasdatabase waarin glasmonsters zijn opgenomen van overvallen en ram- en plofkraken. Van de sporendragers zijn door middel van uitkloppen of door een stofzuiger met opzetfilter zogenaamde stofmonsters verkregen. Deze stofmonsters zijn microscopisch onderzocht op de aanwezigheid van glasdeeltjes. De glassporen zijn vergeleken met het referentieglas uit de LFCT-database op basis van de samenstelling van de sporenelementen in het glas. Er wordt nagegaan of het vreemde glas wel of niet te onderscheiden is van het referentieglas op basis van de elementsamenstelling. Bepaald wordt vervolgens of de resultaten beter passen bij een gestelde hypothese I of bij de alternatieve hypothese II. Per sporendrager wordt het aantal aangetroffen op glas gelijkende deeltjes vermeld, het aantal in onderzoek genomen op glas gelijkende deeltjes en het aantal glasdeeltjes dat matcht met referentiemonsters uit de LFCT-database. Over de ‘bewijskracht’ wordt per match de ordegrootte van de bewijskracht vermeld, waarbij die hypothesen I en II worden beschouwd. In geval van een match is dan de conclusie dat voor een aantal glasdeeltjes in de bemonstering van de sporendrager, die in de elementsamenstelling overeenkomen met het referentieglas, geldt dat de resultaten van het glas vergelijkend onderzoek veel waarschijnlijker (ordegrootte bewijskracht 100-10.000) zijn wanneer deze glasdeeltjes afkomstig zijn van de vernielde ruit, waartoe het referentieglas behoort (hypothese I), dan wanneer de aangetroffen glasdeeltjes afkomstig zijn van (een) willekeurige andere ruit(en) of glazen objecten (hypothese II). Of zeer veel waarschijnlijker als matches worden gevonden met meerdere onafhankelijke glasbronnen, afkomstig van hetzelfde delict.

Voorts blijkt uit het rapport dat glasonderzoek normaliter geen rechtstreeks verband kan leveren tussen een persoon en een delict, maar wel een verband tussen een gebroken ruit en een glassporendrager, zoals een trui. Het verband met de persoon volgt uit andere informatie zoals bijvoorbeeld wie de eigenaar van de trui is. Uit wetenschappelijke literatuur is bekend dat bij willekeurige personen op de kleding vaak geen, één en in zeldzame gevallen twee tot drie glasdeeltjes worden aangetroffen, terwijl bij personen die verdacht zijn van inbraken dan wel ram- en plofkraken regelmatig veel meer deeltjes worden gevonden.

De deskundigen geven in het rapport aan dat er ook niet-matchende deeltjes zijn aangetroffen op de sporendragers. Deze zijn wel allemaal vergeleken met de referentieruit(en) op de plaats delict. Bij iedere vergelijking van een glasdeeltje op een sporendrager met glas van een referentieruit is er een kans dat er door toeval een match gevonden wordt. Het uitvoeren van meerdere vergelijkingen betekent dat de kans stijgt om per toeval een match te vinden. Met deze beide factoren (matches met meerdere referentieruiten en het aantreffen van niet-matchende deeltjes) is de door deskundigen rekening gehouden bij het bepalen van de bewijskracht. Om nader onderscheid te maken tussen de oorzaken van een toevalsmatch en een echte match, is andere informatie noodzakelijk die in principe voor elke match apart gewogen moet worden. De a priori kans op een echte match wordt groter als de persoon die bij de sporendrager betrokken is door ander bewijs dan de glasmatch in beeld is als verdachte van het plegen van een kraak, bijvoorbeeld een getuigenverklaring of een DNA-match met voorwerpen op de plaats delict.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat de resultaten van het glasonderzoek kunnen bijdragen aan het bewijs, met inachtneming van de bewijskracht die de deskundigen verbinden aan de verschillende glasmatches. Op welke wijze de resultaten van betekenis kunnen zijn voor het bewijs, zal in voorkomend geval per feit worden besproken bij de bewijsoverweging.

Ten aanzien van het gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het gemeen gevaar voor goederen en/of het levensgevaar stelt de raadsman zich op het standpunt dat het brandtechnisch rapport te algemeen is en dat de kans op brand dan wel het gevaar voor personen nihil is, nu gebruik is gemaakt van brandblusser en de politie snel ter plaatse was.

Oordeel rechtbank

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Om dat aan te kunnen nemen, dient dat gevaar ten tijde van de plofkraak naar algemene ervaringsregels voorzienbaar te zijn geweest. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het is een feit van algemene bekendheid dat een plofkraak veel schade kan aanrichten. Uit de foto’s van de plaatsen delict blijkt dat, naast de geldautomaat, onder andere ook plafondplaten van de Albert Heijn filialen zijn vernield. De rechtbank neemt op basis hiervan aan dat er door de plofkraak sprake was van gemeen gevaar voor goederen. De rechtbank verwijst naar de gebezigde bewijsmiddelen bij feit 10 en 11.

Om levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander als vaststaand te kunnen aannemen is vereist dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen volgt dat dat gevaar inderdaad te duchten was. Dit betekent dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Uit het dossier volgt niet onder welke concrete omstandigheden het levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel zich heeft voorgedaan. Het enkele gegeven dat boven de Albert Heijn filialen woningen gesitueerd zijn is niet voldoende concreet, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat dit gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar is geweest.. Gelet hierop kan het ten laste gelegde, voor zover inhoudende dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, niet zonder meer worden afgeleid uit de bewijsmiddelen. De rechtbank zal verdachte dan bij feit 10 en 11 vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.

4.3.

Vrijspraak van de feiten 5, 6, 7, 8 en 9

4.3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend

bewezen te verklaren.

4.3.2.

Ram- en trekkraak Soest (feit 5)

4.3.2.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 5 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de ram- en trekkraak.

4.3.2.2. Het oordeel van de rechtbank

Op 27 augustus 2015 heeft er een ramkraak plaatsgevonden bij de Albert Heijn op [adres] in [vestigingsplaats] . De daders zijn met een gestolen auto via de hoofdingang de winkel binnengereden tot aan de geldautomaat van de ING. Met behulp van de auto werd de kluisdeur uit de kluis van de geldautomaat getrokken. Op camerabeelden is te zien dat een van de daders bij de kraak gebruikmaakt van een schroevendraaier die qua formaat gelijk is aan de schroevendraaier die na de kraak naast de opengebroken ING-automaat is aangetroffen. Uit de bemonstering van die schroevendraaier volgt dat DNA is aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. Hoewel dit DNA-bewijs een sterke aanwijzing is voor de betrokkenheid van verdachte bij deze ramkraak, stelt het bewijsmiddel op zichzelf beschouwd niet buiten redelijke twijfel, dat het verdachte is geweest die dit feit heeft begaan. Nu verder geen ondersteuning te vinden is in het dossier dat het verdachte is geweest die dit feit heeft begaan, acht de rechtbank het onder feit 5 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken.

4.3.3.

Poging ram- en trekkraak Zaltbommel (feit 7)

4.3.3.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 7 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de poging ram- en trekkraak.

4.3.3.2. Het oordeel van de rechtbank

Op 31 augustus 2015 komt er een melding binnen bij de politie dat sprake is van een inbraak bij de Albert Heijn aan de [adres] in [vestigingsplaats] . Ter plaatse bleek dat was gepoogd de geldautomaat te forceren met een ketting die aan één zijde was bevestigd aan de VW Golf die klem stond onder een rolluik van de winkel. Uit de resultaten van de bemonstering van het sleepoog dat op de mat lag voor de VW Golf blijkt dat het aangetroffen DNA-spoor matcht met het DNA-profiel van verdachte. Dit DNA-bewijs vormt weliswaar een sterke aanwijzing voor de betrokkenheid van verdachte bij de poging ramkraak, maar het is het enige aanknopingspunt dat verdachte in verband brengt hiermee. Nu enig steunbewijs ontbreekt om verdachte als dader aan te merken, is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het onder feit 7 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

4.3.4.

Ram- en trekkraak [vestigingsplaats] (feit 8)

4.3.4.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 7 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de poging ram- en trekkraak.

4.3.4.2. Het oordeel van de rechtbank

Bij de meldkamer komt op 17 september 2015 een bericht binnen dat het inbraakalarm bij de Albert Heijn op de [adres] in [vestigingsplaats] zou zijn afgegaan. Verbalisanten zien aldaar dat de schuifpui van de winkel geheel was vernield. Op camerabeelden is te zien dat een zwarte BMW de winkel inrijdt. De bemonstering van de sleutelkaart die in het contactslot zat van de auto leverde een bruikbaar DNA-profiel op. Dit profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte. Ook voor dit feit geldt dat het DNA-bewijs een sterke aanwijzing vormt voor de betrokkenheid van verdachte bij de ramkraak, maar door het ontbreken van enig steunbewijs is dit naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om verdachte aan te merken als dader van het ten laste gelegde feit. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het onder feit 8 ten laste gelegde.

4.3.5.

Heling Opel Corsa [kenteken] (feit 6)

4.3.5.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 6 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de heling van de auto.

4.3.5.2. Het oordeel van de rechtbank

Nu verdachte is vrijgesproken voor de ram- en trekkraak in Soest, waarbij de Opel Corsa is gebruikt en het feit dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte degene is geweest die de Opel Corsa heeft verworven, voorhanden heeft gehad of heeft overdragen, zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

4.3.6.

Heling BMW [kenteken] (feit 9)

4.3.6.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 9 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de heling van de auto.

4.3.6.2. Het oordeel van de rechtbank

Nu verdachte is vrijgesproken voor de ram- en trekkraak in Nieuwegein, waarbij de BMW is gebruikt en uit het dossier niet blijkt dat verdachte degene is geweest die de BMW heeft verworven, voorhanden heeft gehad of heeft overdragen, zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

4.4.

De bewezenverklaarde feiten

De rechtbank bespreekt hieronder de te bezigen bewijsmiddelen en zal hier per feit vervolgens een bewijsoverweging aan wijden.

De rechtbank gaat op grond van wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit, welke bewijsmiddelen telkens slechts worden gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

4.4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Ten aanzien van de onder de criminele organisatie ten laste gelegde diefstallen van voertuigen heeft de officier van justitie partiële vrijspraak verzocht, nu niet kan worden bewezen dat er in crimineel verband werd samengewerkt ten einde één of meerdere auto’s te stelen.

4.4.2.

Ram- en trekkraak Uithoorn 21 juli 2015 en heling BMW [kenteken] (feit 1 en 2)

4.4.2.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de trekkraak. De autosleutel, waarop DNA van verdachte is gevonden, betreft een zogenaamde loper die al langere tijd mee gaat. Verdachte heeft ook aangegeven, dat hij het grootste deel van de hoes van de sleutel waarschijnlijk een keer heeft aangeraakt. Daarbij is het juist onwaarschijnlijk dat verdachte betrokken is geweest bij dit feit, want alle daders droegen steeds handschoenen. Het feit dat DNA van verdachte op de plaats delict is aangetroffen zegt dus niets. Concluderend is het DNA op de autosleutel geen daderspoor, ook niet in het kader van de voorbereidende fase. Het DNA op de spanband is een mengprofiel en eveneens geen daderspoor. Verdachte kan deze eerder in bezit hebben gehad of aangeraakt.

Over de heling heeft de raadsman aangevoerd dat als er al bewijs is van aanwezigheid van verdachte in deze auto, dan is er niet ook wetenschap over de ontvreemding van die auto. Indien hij al de chauffeur is geweest, dan is er sprake van een sleutel die voor de officiële kan doorgaan, wat geenszins argwaan behoeft te wekken. Daarnaast komt in het algemeen de vraag op waarom er heling en niet diefstal ten laste is gelegd, temeer gelet op de korte tijd tussen de ontvreemding en het gebruik, dan wel bezit. Uit het procesdossier volgt niet dat verdachte wetenschap heeft van valse kentekens, dan wel betrokkenheid van verdachte bij het verwisselen van kentekens.

4.4.2.2. Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Door [aangeefster 1] , is namens Albert Heijn B.V., [adres] te [vestigingsplaats] , op 21 juli 2015 aangifte gedaan. Zij verklaart:

‘Ik ben supermarktmanager van de Albert Heijn gevestigd aan het [adres] te [vestigingsplaats] en in deze functie gerechtigd tot het doen van aangifte namens de benadeelde.

Omstreeks 04.08 uur werd ik gebeld door mijn collega de heer [B] . Hij was met

de heer [C] ter plaatse in de Albert Heijn aan het [adres] naar aanleiding van een alarm melding meerdere zones welke was binnengekomen bij ons beveiligingsbedrijf G4S.6

Ik ben hierop ter plaatse gegaan en zag dat naar aanleiding van genoemde ramkraak

het volgende:

[…]

- Bandensporen op de vloer lopende vanaf de nooduitgang tot naast de

counter/informatiebalie.

[…]

- De ING pinautomaat was totaal vernield.’7

Door de ING Bank N.V. wordt namens [A] aangifte gedaan.8 De kluisdeur is uit de automaat getrokken. Twee geldcassettes zijn opengebroken en liggen ongeveer twee meter van de geldautomaat. De ramen van de nooddeur zijn vernield en op de vloer zitten twee grote en een aantal kleine inktplekken. Tot slot zijn de twee rolluiken van de Albert Heijn beschadigd.9 De diefstal geld is 42.050,00 en 24.960,00 euro (De rechtbank begrijpt in totaal 67.010,00 euro).10

Op 25 juli 2015 heeft verbalisant [verbalisant 1] camerabeelden van de Albert Heijn bekeken. Hij verklaart daarover:

“03:42:14 uur: Zwartkleurige BMW rijdt in de Albert Heijn en rijdt vervolgens door het rolluik weer naar buiten. BMW voorzien van kenteken [kenteken] rijdt meerdere malen heen en weer tegen het rolluik. In de aankomende minuten zijn drie (3) verschillende personen te zien.”11

Op 21 juli 2015 is door verbalisant [verbalisant 2] , forensisch onderzoeker, een onderzoek naar sporen verricht. Hij verklaart daarover:

‘Het onderzoek is verricht in een winkelcentrum te [adres] , [vestigingsplaats] .12

In het overdekte winkelcentrum zagen wij een personenauto van het merk BMW en type

320D, zwart van kleur voorzien van Nederlandse kentekenplaat met de cijfer

lettercombinatie [kenteken] . […] Wij zagen dat de kofferbak van de BMW open stond. Wij zagen aan de achterzijde van de BMW dat er een sleepoog ingedraaid was. Aan dit sleepoog was een harpsluiting met borstbout bevestigd. Aan deze harpsluiting was een spanband

bevestigd. Deze spanband liep onder het rolluik door en was bevestigd aan de kluis. Wij zagen dat de kluisdeur open was. Tevens zagen wij dat er twee van de vier geldlades ontbraken uit de kluis. De spanband werd in het midden doorgesneden en veiliggesteld en voorzien van SIN AAIL9866NL en SIN AAIL9867NL.

Onderzoek personenauto [kenteken]13

[…]

In het contactslot zagen wij een sleutel. Wij zagen dat dit een gemanipuleerde sleutel betrof. Wij zagen dat rondom de "baard" van de sleutel grijze duet-tape was aangebracht. Deze sleutel werd vervolgens veiliggesteld en voorzien van SIN AAIL9856NL.14

[aangever 1] heeft, namens [D] , op 21 juli 2015 aangifte gedaan van diefstal van zijn personenauto.

Hij verklaart:

‘Ik ben de gebruiker van een personenauto, merk BMW, type 3Er Reihe 320D, kleur zwart

en voorzien van het kenteken [kenteken] . Dit is de personenauto van de in deze aangifte

genoemde benadeelde. . […] Gisterenavond 20 juli 2015 omstreeks 23:45 uur stond de personenauto geparkeerd op de parkeerplaats aan de achterzijde van mijn woning.15 U heeft mij zojuist wakker gemaakt om te melden dat de personenauto in Uithoorn is aangetroffen. De dader(s) moet de personenauto afgelopen nacht hebben gestolen.’16

Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek

Door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) is een rapport opgesteld naar aanleiding van Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een ramkraak gepleegd in Uithoorn op 21 juli 2015. Hieruit volgt:17

DNA-onderzoek

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

- AAIL9856NL#01 een bemonstering van de buitenzijde van een sleutel

Uit bemonstering AAIL9856NL#01 is een DNA-profiel van een man verkregen. Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte [verdachte] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.18

Het NFI heeft een tweede rapport opgesteld vanwege aanvullend DNA-onderzoek naar aanleiding van een ramkraak gepleegd in Uithoorn op 21 juli 2015.

DNA-onderzoek

Op grond van de eerste resultaten van het standaard DNA-onderzoek (zie het rapport van

aanvraag 001) zijn de onderstaande bemonsteringen onderworpen aan een zogenoemde

LCN DNA-analyse, met als doel om DNA-profielen te verkrijgen die geschikt zijn voor een

handmatig vergelijkend DNA-onderzoek. Als onderdeel van de standaard onderzoeksprocedure wordt bij LCN DNA-analyse de reproduceerbaarheid van de verkregen

resultaten onderzocht.

  • -

    AAIL9866NL#01 bemonstering van het metalen oog aan een deel van een sleepkabel

  • -

    AAIL9867NL#01 bemonstering van het metalen oog aan een deel van een sleepkabel19

Uit bemonstering AAIL9866NL#01 is een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen verkregen. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [verdachte] en minimaal één onbekende persoon.

Uit bemonstering AAIL9856NL#01 is een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen verkregen. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [verdachte] en minimaal één onbekende persoon.

Om de bewijskracht hiervan te berekenen zijn hypotheses opgesteld.

Bemonstering AAIL9866NL#01

Hypothese I: De bemonstering bevat celmateriaal van [verdachte] en één willekeurige

onbekende persoon.

Hypothese II: De bemonstering bevat celmateriaal van twee willekeurige onbekende personen.

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn meer dan één miljoen keer

waarschijnlijker als hypothese I waar is, dan als hypothese II waar is.

Bemonstering AAIL9867NL#01

Hypothese III: De bemonstering bevat celmateriaal van [verdachte] en één willekeurige

onbekende persoon.

Hypothese IV: De bemonstering bevat celmateriaal van twee willekeurige onbekende

personen.

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn meer dan één miljard keer

waarschijnlijker als hypothese III waar is, dan als hypothese IV waar is.20

Bewijsoverweging

Ram-, trekkraak (feit 1)

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 21 juli 2015 een ram/trekkraak met een BMW heeft plaatsgevonden op de geldautomaat van de ING in de Albert Heijn aan het [adres] te [vestigingsplaats] . Op de beelden is te zien dat bij deze kraak drie daders zijn betrokken. Voor de Albert Heijn stond de BMW die gebruikt is bij deze ram/trekkraak. In het contactslot van de auto zat een gemanipuleerde sleutel. Uit een bemonstering van de buitenzijde van de sleutel werd een DNA-profiel van een man verkregen, die matcht met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard. Aan de achterzijde van de BMW was een sleepoog ingedraaid. Aan dit sleepoog was een harpsluiting bevestigd, waaraan een spanband zat. Deze spanband zat vast aan de kluis van de geldautomaat. Deze spanband werd voor onderzoek in het midden doorgesneden en bemonsterd. Uit DNA-onderzoek volgt dat op de twee delen van de spanband DNA-mengprofielen worden aangetroffen van twee personen. De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek (aan de bemonsteringen van de spanband) zijn meer dan 1 miljoen keer respectievelijk meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker als de bemonstering celmateriaal bevat van verdachte en een willekeurige onbekende persoon dan als de bemonstering celmateriaal bevat van twee willekeurige onbekende personen. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat nu door de daders handschoenen wordt gedragen, het DNA van verdachte op een ander moment op de voorwerpen moet zijn achtergelaten. Dat de daders tijdens de kraak handschoenen hebben gedragen, sluit volgens de rechtbank niet uit dat er DNA is overgedragen, bijvoorbeeld door overdracht van biologisch celmateriaal dat op de buitenzijde van de handschoen terecht is gekomen door het aantrekken van de handschoenen dan wel lichaamscontact. De rechtbank trekt op grond van de DNA-onderzoeken de conclusie dat het DNA op de sleutel van de BMW en een deel van het DNA op de spanband afkomstig is van verdachte.
De combinatie van de resultaten van deze twee DNA-onderzoeken ondersteunen en versterken elkaar naar het oordeel van rechtbank in belangrijke mate. Een en ander is bijzonder belastend en vormt een sterke aanwijzing voor betrokkenheid van verdachte bij de ramkraak.
Deze belastende omstandigheden vragen dan ook zeer nadrukkelijk om een verklaring over de vraag hoe op de plaats delict het DNA-materiaal van verdachte op meerdere delict gerelateerde objecten, op zowel de beide uiteinden van de spanband als op de sleutel die in het contactslot van de ram/trekauto, is terechtgekomen.
Verdachte heeft, na zich in eerdere verhoren bij de politie op zijn zwijgrecht beroepen te hebben, pas op de inhoudelijke zitting verklaard dat het mogelijk is dat hij door zijn werk als automonteur de sleutel van de auto en de spanband ooit in zijn handen heeft gehad, maar dat hij niet betrokken is geweest bij de ramkraak.

Van verdachte mag echter worden verwacht dat hij een verifieerbare en aannemelijke verklaring aflegt over het aantreffen van zijn DNA op de verschillende delict gerelateerde objecten. Hij kan niet enkel wijzen naar de mogelijkheid dat hij deze in zijn handen heeft gehad en dat deze niet door zijn toedoen op de plaats delict zijn terechtgekomen.
De rechtbank betrekt bij haar beoordeling ook de andere, in dit vonnis besproken soortgelijke bewezen verklaarde feiten waarbij op meerdere plaatsen verschillende delict gerelateerde objecten zijn aangetroffen met DNA afkomstig van verdachte. Tevens heeft de rechtbank betrokken de match tussen inkt op een in de woning van verdachte aangetroffen handschoen en inkt uit de geldcassette uit Hilversum (feit 3). Deze forensische bevindingen versterken de overtuiging dat verdachte zich in 2015 ook met ram- en trekkraken bezig hield. Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte als (mede)dader is betrokken geweest bij de ramkraak in Uithoorn. De bewijsmiddelen leveren in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte zich samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan de ramkraak.

Heling (feit 2)

De BMW bleek op 20 juli 2015 omstreeks 23:45 uur achtergelaten te zijn door de eigenaar. Op 21 juli omstreeks 03:40 uur vond de kraak plaats. De BMW is dus enkele uren later in diezelfde nacht gebruikt als ram/trekauto bij de kraak. Vervolgens is deze achtergelaten op de plaats delict met in het contact een gemanipuleerde sleutel, waarop DNA is aangetroffen van verdachte. Voorts heeft de rechtbank met de bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde geoordeeld dat verdachte een van de daders is geweest bij de ram/trekkraak in Uithoorn met gebruikmaking van deze auto. Een concrete aanwijzing dat verdachte zelf (en niet bijvoorbeeld een derde, zoals een bij dit feit betrokken mededader) de auto heeft gestolen is er niet. Op grond hiervan komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte deze auto samen met anderen tot zijn beschikking heeft gehad, terwijl hij wist dat deze van misdrijf afkomstig was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de opzetheling van de BMW wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.4.3.

Ram- en trekkraak Hilversum 24 juli 2015 en heling Opel Corsa [kenteken] (feit 3 en 4)

4.4.3.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 3 en 4 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de trekkraak. Het DNA van verdachte is weliswaar aangetroffen op achtergebleven goederen en op het stuur, maar dat zijn veelgebruikte spullen. Daarnaast zijn het mengprofielen, wat de anderen minsten zo verdacht maakt en derhalve zijn deze niet redengevend voor het bewijs. De inpakdatum van het inkt is onbekend. De aangetroffen handschoen met inktsporen is bij verdachte aangetroffen ruim een jaar later na de trekkraak waardoor de bewijswaarde erg gering is. Daarnaast heeft verdachte desgevraagd verklaard de handschoen niet te herkennen. Aan de handschoen is geen DNA onderzoek verricht, waardoor deze niet gekoppeld kan worden aan verdachte.

Ten aanzien van de heling stelt de raadsman dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte de wetenschap had dat de auto was gestolen. Verdachte kan ook als monteur in de auto hebben gezeten en daarbij DNA hebben achtergelaten. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

4.4.3.2. Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Door [aangever 2] , namens Albert Heijn op de [adres] te [vestigingsplaats] , wordt op 24 juli 2015 aangifte gedaan. Hij verklaart:

‘Ik ben teamleider bij de Albert Heijn. […] Op vrijdag 24 juli 2015 heeft er een inbraak plaatsgevonden op de [adres] te [vestigingsplaats] . […] Om 01.52 uur hebben onbekende daders met een voertuig de voorpui/rolluik van de Albert Heijn ingereden. Hierna hebben zij de mobiele pinautomaat van de ING-Bank met een kabel deze pinautomaat opengebroken. Op de beelden is te zien dat 3 daders het pand binnenkomen.’21

Door de ING Bank N.V. wordt namens [A] aangifte gedaan.22 De kluisdeur is uit de automaat getrokken.23 De vloer zat onder de inkt en er is schade aan het rolluik van de Albert Heijn. De totale diefstal geld is 32.190,00 euro.24

Op 24 juli 2015 is door verbalisant [verbalisant 3] , forensisch onderzoeker, een onderzoek naar sporen verricht. Hij verklaart daarover:

‘In de hal trof ik een personenauto aan, merk Opel, type Corsa, kleur grijs. Er waren geen kentekenplaten op de voertuig aanwezig. Op de achterbank van het voertuig lag een kentekenplaat met het kenteken [kenteken] . Blijkens informatie van de collega's van de Algemene Politie Dienst bleek dit voertuig te zijn ontvreemd in Nieuwegein. Ik zag dat er een sleepoog aan de rechter achterzijde van het voertuig aanwezig was. Aan dit sleepoog was middels een harpsluiting een spanband bevestigd. Met behulp van een wattenstaafje bemonsterde ik de harpsluiting van de spanband. Ik zag dat het sleepoog verbogen was en dat de spanband kapot was. Het afgebroken deel van de spanband zat vast onder de auto. […]

In de Albert Heijn stond een vrijstaande geldautomaat van de ING bank. De deuren van de geldautomaat waren open. Bij de geldautomaat lag een uiteinde van een groene spanband met daaraan een haak. […]

De twee geldcassettes in de hal van het winkelcentrum waren beiden open gebroken. De inktpatroon in de cassettes waren geactiveerd. Rondom de cassettes lagen bankbiljetten. Met behulp van een wattenstaafje bemonsterde ik de inkt van deze twee geldcassettes.25

De opengebroken cassettes hadden als inhoud bankbiljetten van respectievelijk 20 euro en 50 euro. Ik zag op de deksels van de cassettes sporen van een breekijzer. Gezien de plaats en vorm van deze sporen was met kracht op de deksels van de geldcassette geslagen waardoor de deksels los waren gekomen. In de cassettes waren nog bankbiljetten aanwezig.

De volgende sporen/stukken van overtuiging werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:

- SIN AAIE2025NL relatie met SIN AAIE2732NL harpsluiting aan spanband;26

- SIN AAIE2742NL Verf gang winkelcentrum, geldcassette 20 euro.’27

Onderzoek Opel Corsa

[aangever 3] heeft op 23 juli 2015 aangifte gedaan van diefstal van zijn personenauto.

Hij verklaart:

‘Ik ben eigenaar van een personenauto van het merk Opel, type Corsa, kleur blauw, voorzien van het kenteken [kenteken] . Het chassisnummer van mijn auto is [chassisnummer] .

Op woensdag 22 juli 2015, omstreeks 23:30 uur heb ik mijn auto voor het laatst gezien. Op dat moment stond mijn auto geparkeerd op een parkeerplaats ter hoogte van [adres] te [woonplaats] . Ik heb mijn auto middels mijn op afstand bedienbare autosleutel afgesloten en onbeschadigd achtergelaten. […] Op donderdag 23 juli 2015, omstreeks 11:00 uur, kwam ik terug op de plek waar ik mijn auto voor het laatst gezien heb. Ik zag dat mijn auto was weggenomen.’28

Op 25 juli 2015 is door verbalisant [verbalisant 4] , forensisch onderzoeker, een onderzoek naar sporen verricht. Hij verklaart daarover:

‘Ik zag dat het een personenauto betrof van het merk Opel, type Corsa, blauw van kleur en voorzien van kenteken [kenteken] . […]

Ik heb het stuur bemonsterd op huidepitheel, deze bemonstering heb ik voorzien van29

SIN AAIL1495NL.

Op de achterbank zag ik een verbogen kentekenplaat liggen behorende bij dit voertuig.’30

Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek

Door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) is een rapport opgesteld naar aanleiding van Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een ramkraak in Hilversum op 24 juli 2015.

In de aanvraag onderzoek van 2 november 2015 van de politie eenheid Midden-Nederland

wordt verzocht de DNA-profielen van [verdachte] RAAD1960NL (geboren op [1985] ) […] te vergelijken met het eerder verkregen DNA-mengprofielen van het celmateriaal in de bemonsteringen […] AAIL1495NL#0l (stuur) uit aanvraag 001 van deze zaak.

De twee uiteinden en het tussenstuk van de sleepkabel zijn bemonsterd en als

AAIE2732NL#0l, #02 en #03 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. […]

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

- AAIE2732NL#03 een bemonstering van het uiteinde met beugel van een sleepkabel.31

Op grond van het eerste resultaat van het standaard DNA-onderzoek is het standaard DNA-onderzoek aan de bemonsteringen […], AAIL1495NL#01 (zie aanvraag 001 van deze zaak) en AAIE2732NL#03 herhaald.

Resultaten

  • -

    Uit bemonstering AAIE2732NL#03 (uiteinde met beugel) is een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen verkregen. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [verdachte] en minimaal twee onbekende personen;

  • -

    Uit bemonstering AAIL1495NL#0l (stuur) is een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen verkregen. De DNA nevenkenmerken kunnen afkomstig zijn van [verdachte] en minimaal twee onbekende personen.32

AAIE2732NL#03 (uiteinde met beugel)

Er is aangenomen dat de bemonstering AAIE2732NL#03 celmateriaal bevat van drie niet

verwante personen. Onder deze aanname zijn de resultaten van het DNA-onderzoek

beschouwd onder het volgende hypothesepaar:

Hypothese I: De bemonstering bevat celmateriaal van [verdachte] en twee willekeurige

onbekende personen.

Hypothese II: De bemonstering bevat celmateriaal van drie willekeurige onbekende

personen.

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn meer dan 1 miljoen keer

waarschijnlijker als hypothese I waar is, dan als hypothese II waar is.

AAIL1495NL#01 (stuur)

Er is aangenomen dat de bemonstering AAIL1495NL#0l celmateriaal bevat van vier niet

verwante personen, waaronder een relatief grote hoeveelheid celmateriaal van onbekende

man A. Onder deze aanname zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder

het volgende hypothesepaar:

Hypothese V: De bemonstering bevat relatief veel celmateriaal van onbekende man A en een

relatief geringe hoeveelheid celmateriaal van [verdachte] en twee willekeurige onbekende

personen.

Hypothese VI: De bemonstering bevat relatief veel celmateriaal van onbekende man A en een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal van drie willekeurige onbekende personen.33

De bevindingen van het vergelijkend autosomaal DNA-onderzoek zijn tussen de 10.000 en

1.000.000 keer waarschijnlijker als hypothese V waar is, dan als hypothese VI waar is.34

Doorzoeking [adres] te [woonplaats]

Op 11 oktober 2016 omstreeks 6:02 uur vond een doorzoeking ter inbeslagneming plaats aan de [adres] te [woonplaats] .35 Onder anderen werden zwarte handschoenen van het merk Fostex in beslaggenomen. De [adres] te [woonplaats] wordt bewoond door [verdachte] .36

Verbalisant [verbalisant 5] heeft een sporenonderzoek verricht. Zij verklaart als volgt:

‘Naar aanleiding van een aantal huiszoekingen, in het kader van het onderzoek 032Smit, heb ik de navolgende inbeslaggenomen stukken van overtuiging ontvangen van het behandelend team en tussen 28 november en 30 november 2016 onderzocht:

Doorzoeking [adres] te [woonplaats]

- F12.01.008 AAKJ6139NL: 1 paar handschoenen37

Ik zag dat er zich op zowel de bankbiljetten als ook op de hierboven benoemde stukken van overtuiging uit de woningen van de verdachten, paars/blauwe vlekken bevonden, gelijkend op inkt. Ik heb van een representatief aantal bankbiljetten en de met inkt besmeurde stukken van overtuiging een monster genomen of uitgeknipt en veiliggesteld.

Ik heb de monsters als volgt gewaarmerkt en omschreven;38

AAKJ6139NL: monster R-handschoen wijsvinger AAKJ6563NL’39

Inktonderzoek

Door het bedrijf ADNAS zijn de veiliggestelde referentiemonsters van de inkt onderzocht en is de unieke DNA-code van de inkt vastgesteld.40

Door verbalisant [verbalisant 6] is een overzicht gemaakt van alle resultaten van ADNAS. Hieruit volgt het volgende:

Resultaten inktonderzoek woning [adres] te [woonplaats]

- AAKJ6139NL (F.12.01.008) handschoenen, fostex, zwart

De inktbemonsteringen hebben matches opgeleverd middels de administratieve registratie van 3Sl/G4S en referentiemonsters van een Plaats Delict gerelateerd aan het volgende delict:

- PL0900-2015226684: aanval op ING geldautomaat in Albert Heijn aan de [adres] te [vestigingsplaats] op 24 juli 2015.41

Tabel 15

- AAKJ6563NL, inktmonster handschoen (F.12.01.008 met SIN-nummer AAKJ6139NL matcht met DNA-code referentiemonster (AAIE2742NL) en 3SI/G4S met [adres] te [vestigingsplaats] .42

Bewijsoverweging

Ram- en trekkaak (feit 3)

Op 24 juli 2015 is in de Albert Heijn aan de [adres] te [vestigingsplaats] een ram/trekkraak op de geldautomaat van de ING geweest met een Opel Corsa. Op beelden van de kraak zijn drie daders te zien. De geldautomaat was opengebroken en er is inkt vrijgekomen. Aan de auto die als ram/trekauto is gebruikt, was een spanband bevestigd. De spanband is onderzocht en uit de bemonstering van de uiteinde van de beugel werd een DNA-mengprofiel verkregen. De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn meer dan 1 miljoen keer waarschijnlijker als de bemonstering celmateriaal bevat van verdachte en twee willekeurige onbekende personen, dan als de bemonstering celmateriaal bevat van drie willekeurige personen. Ook het stuur van de auto werd bemonsterd en hieruit werd een DNA-mengprofiel verkregen. De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn tussen de 10.000 en 1.000.000 keer waarschijnlijker als de bemonstering relatief veel celmateriaal van onbekende man A en een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal van verdachte en twee willekeurige onbekende personen bevat, dan als de bemonstering relatief veel celmateriaal van onbekende man A en een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal van drie willekeurige onbekende personen bevat. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat een deel van het celmateriaal op het uiteinde van de spanband en op het stuur van de auto afkomstig is van verdachte.
Voorts is op 11 oktober 2016 bij een doorzoeking van de woning van verdachte een handschoen aangetroffen. Op de rechterhandschoen bleek inkt te zitten, die zowel een match opleverde met de administratieve registratie als met het referentiemonster van de inkt gekoppeld aan de plaats delict. De rechtbank overweegt dat dit bijdraagt aan het bewijs dat deze handschoen gebruikt is bij de ramkraak.
Aldus is de rechtbank van oordeel dat de resultaten van beide DNA-onderzoeken in combinatie met de dubbele match van de inkt op de handschoen als bewijsmiddelen elkaar ondersteunen en in belangrijke mate versterken, hetgeen zeer belastend is voor verdachte.
Over al deze belastende omstandigheden heeft verdachte eerst op de inhoudelijke zitting een verklaring willen geven, inhoudende dat hij als automonteur het stuur van de Opel Corsa en de spanband in zijn handen kan hebben gehad, maar dat hij niet betrokken is geweest bij de ramkraak. De rechtbank overweegt dat van verdachte verwacht mag worden dat hij een verifieerbare en aannemelijke verklaring aflegt voor het aantreffen van de DNA-mengprofielen op de verschillende delict gerelateerde objecten. Verdachte kan niet volstaan met het enkele verwijzen naar de mogelijkheid de spanband en het stuur te hebben aangeraakt en dat deze niet door zijn toedoen op de plaats delict zijn terechtgekomen. Daar komt bij dat de enkele verklaring van verdachte ter zitting dat hij de met inkt bevlekte handschoen uit zijn woning niet herkent, niet afdoende is om dit bewijs ter zijde te schuiven.
Ook bij dit feit betrekt de rechtbank de andere, in dit vonnis besproken soortgelijke bewezen verklaarde feiten waarbij op meerdere plaatsen verschillende delict gerelateerde objecten zijn aangetroffen met DNA afkomstig van verdachte.
Gelet op een en ander gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte als (mede)dader betrokken is geweest bij de ramkraak. Op grond van voornoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank dan ook van oordeel dat deze een wettig en overtuigend bewijs opleveren dat verdachte zich samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan de ramkraak.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht dat, als de schroevendraaier die aangetroffen is op de plaats delict wordt gebruikt bij de bewezenverklaring van dit feit, het onderzoek in deze zaak moet worden aangehouden, zodat de verbalisant gehoord kan worden die onlangs een proces-verbaal heeft opgesteld over de bemonstering van de schroevendraaier. Dit verzoek behoeft geen nadere bespreking, nu de rechtbank de schroevendraaier niet als bewijsmiddel heeft betrokken bij de bewezenverklaring en verdachte aldus geen belang heeft bij dit verzoek. Dit verzoek zal de rechtbank afwijzen.

Heling (feit 4)

Bij de ramkraak in de Albert Heijn is een Opel Corsa achtergebleven. Uit de aangifte volgt dat de Opel Corsa tussen 22 juli 2015 23.30 uur en 23 juli 11.00 uur is gestolen. De ramkraak heeft plaatsgevonden op 24 juli 2015 om 01.52 uur. De rechtbank constateert dat er iets meer dan een dag heeft gezeten tussen de ramkraak en de diefstal van de auto. Op de camerabeelden is te zien dat de Opel Corsa is gebruikt om tegen de roldeuren van de winkel te rammen en naar binnen te rijden. Op de achterzijde van deze auto zat een sleepoog, waaraan een spanband was bevestigd. De auto had geen kentekenplaten en de originele kentekenplaten ( [kenteken] ) lagen achterin de auto. Het stuur van dit voertuig is bemonsterd en hierop zijn DNA-sporen gevonden die kenmerken bevat van het DNA-profiel van verdachte. Daar komt bij dat de rechtbank reeds bij het ten laste gelegde feit onder 3 heeft geoordeeld dat verdachte als een van de daders betrokken is geweest bij de ramkraak in Hilversum waar de Opel Corsa als ram/trekauto is gebruikt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met anderen deze auto voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze van misdrijf afkomstig was. De opzetheling kan aldus wettig en overtuigend bewezen worden.

4.4.4.

Plofkraak Leersum 30 juni 2016 (feit 10)

4.4.4.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 10 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de plofkraak. Door getuige [getuige 1] wordt gesproken over daders die onderling in een vreemde, onbekende taal spreken. Dat is een contra-indicatie voor de betrokkenheid van verdachte. Ten aanzien van het aangetroffen DNA merkt de verdediging op dat het DNA van verdachte enkel op (de lus) van de zaklamp zit. De dactysporen op de batterijen van de zaklamp zijn niet van verdachte. De zaklamp is dus door meerdere persoon gebruikt. Op basis van de foto’s van de camerabeelden bij de loods in [woonplaats] kan geen herkenning plaatsvinden. De camerabeelden zijn niet meer beschikbaar, waardoor de verdedigingsrechten niet konden worden uitgeoefend, om die reden mogen de beelden niet gebruikt worden voor het bewijs, althans met grote terughoudendheid. Verdachte betwist overigens daar op die datum te zijn geweest. Met betrekking tot de glasmatch merkt de verdediging op dat de verpakking van de schoenen gescheurd is, waardoor deze match niet als bewijs kan worden gebezigd dan wel dat hier met terughoudendheid mee om moet worden gegaan.

4.4.4.2. Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Door [aangeefster 2] wordt op 30 juni 2016 namens Albert Heijn aan de [adres] in [vestigingsplaats] aangifte gedaan.43 Zij verklaart:

‘Ik werd vannacht, omstreeks 01.45 uur gebeld […]. Ik zag dat er een ruit uit lag en ik zag dat de ING pinautomaat was opengebroken. Ik zag rook in de winkel hangen en ik zag veel geld op de grond liggen.’44

Door verbalisant [verbalisant 7] worden de camerabeelden van de Albert Heijn bekeken. Hij verklaart:

‘Daarop was onder andere te zien dat een persoon het raam verbreekt en de winkel binnen komt door het ontstane gat. Deze persoon heeft een staaf in zijn handen en begint daarmee direct aan de oranje deur van de pinautomaat te breken. Te zien is dat de deur wordt geopend. Vervolgens verricht de persoon nog wat handelingen waarna hij de winkel weer via het raam verlaat. Korte tijd daarna zag ik dat de pinautomaat explodeerde. Direct daarna zag ik drie personen de winkel inkomen en deze personen begonnen direct spullen vanaf de grond op te rapen. Na ongeveer 30 seconden verlieten de drie personen de winkel via het gat in de ruit.’45

Namens de ING Bank N.V. is door [A] aangifte gedaan.46 De kluis is volledig vernield. Door de plof is het bovencompartiment beschadigd.47 Het raam naast de automaat is kapot. Een aantal plafondplaten zijn door de druk vernield/verschoven. Rondom de automaat is inkt op de vloer aanwezig. De kassacounter is vernield.48 Diefstal geld is 11.850,00 euro en 29.960,00 euro (de rechtbank begrijpt: samen 41.810,00 euro).49

Getuige [getuige 1] verklaart:

‘Op 30 juni 2016 omstreeks 01.30 uur werd ik wakker van een harde knal. […] Ik zag dat drie personen ter hoogte van de ingang van de Albert Heijn bezig waren.50 […] Hierna hoorde ik nogmaals een harde klap. Ik zag kort hierna dat de drie personen in het pand van de Albert Heijn waren. […] Kort hierna hoorde ik weer een grote knal. […] Ongeveer 30 seconden later zag ik de drie personen weer uit de Albert Heijn komen. Zij liepen in de

richting van de parkeerplaats en stapten in een klaarstaande zwarte personenauto van het merk Audi, type A3. […] De drie mannen stapten in de Audi. Hierna reed de Audi met piepende banden weg. […] De Audi had volgens mij een kofferbak. […] Ik hoorde ook dat een van de drie mannen in zuiver Nederlands sprak.’51

Getuige [getuige 2] verklaart:

‘Afgelopen nacht om precies 01:35 uur werd ik wakker van een harde klap. […] Ik hoorde het geluid wat ik herkende als dat van een mokerslag. Vervolgens hoorde ik een geluid wat leek op zwaar vuurwerk dat af ging in een ondergrondse container. […] Kort na het laatste geluid hoorde ik een gigantisch harde knal, het klonk alsof er iets ontplofte. […] Ik hoorde toen ook glasgerinkel.52 […] Ik zag toen drie mannen allemaal in het donker gekleed bij de Albert Heijn in de buurt staan. […] Ik zag iets verderop op de parkeerplaats een donkere Audi staan. De achterklep van de auto stond open. Ik zag dat één van de mannen naar de bestuurderszijde van de auto toe liep. Ik zag dat de tweede man erachteraan rende, ik hoorde hem zeggen: 'Godverdomme, schiet op man!", dit werd geschreeuwd in accentloos Nederlands.’53

Door verbalisant [verbalisant 8] , forensisch onderzoeker, een forensisch onderzoek naar sporen verricht.54 Zij verklaart:

‘Op donderdag 30 juni 2016 omstreeks 01:45 uur kreeg ik, verbalisant, het verzoek te gaan naar een vestiging van supermarkt keten Albert Heijn gelegen aan de [adres] in [vestigingsplaats] .55 […] Ik zag dat één van de ruiten, aan de rechter voorzijde kapot was. […] Aan de buitenzijde van deze ruit, zag ik op de grond een zwart gekleurde zaklamp liggen. Aan deze zaklamp was door middel van grijs gekleurd tape een wit gekleurd snoer bevestigd die vervolgens aan een aluminium pijp verbonden was. Deze aluminium pijp lag aan de binnenzijde van het pand, op de vloer voor de pinautomaat. Het betrof hier de ontsteker met daaraan de verbinding naar het gedeelte waar het vermoedelijke explosief aan verbonden was geweest. […] Door mij, verbalisant, werden diverse goederen en sporen veiliggesteld, gewaarmerkt en inbeslaggenomen.56

  • -

    Glas, binnenzijde vloer achter ingeslagen ruit: AAIZ2710NL

  • -

    […]

  • -

    Zaklamp met snoer en aluminium pijp, aan de binnen en buitenzijde van de ingeslagen ruit: AAIZ2671NL.57

DNA-match

Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, inhoudende onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een diefstal met geweld gepleegd in Leersum op 30 juni 2016, van 13 september 2016, volgt:58

‘De bemonstering van de gehele buis is veiliggesteld als AAIZ2671NL#01, de bemonstering van de gehele buitenzijde, inclusief koord, van de zaklamp is veiliggesteld als AAIZ2671NL#02 en de bemonstering van de rugzijde van de tape is veiliggesteld als

AAIZ2671NL#03 voor een DNA-onderzoek.59

Resultaten

AAIZ2671NL#02 matcht met een DNA-profiel van een man: [verdachte] . De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard.’60

Camerabeelden loods [woonplaats]

In het kader van onderzoek 032Smit werden ter observatie van de loods aan de [adres] in [woonplaats] twee camera’s geplaatst. De eerste camera werd op 21 mei 2016 geplaatst en stond gericht op het toegangshek van het terrein. De tweede camera werd op 17 juni 2016 geplaatst en stond gericht op de loods deur van de loods die in gebruik was bij de verdachten (derde deur).61

Uit het onderzoek naar de loods in [woonplaats] komt naar voren dat verdachte de huurder was van deze loods62 en dat hij geld overmaakte voor de huur.63 Verdachte heeft verklaard in de loods in [woonplaats] geweest te zijn en gebruik te maken van deze loods. Zijn garage, danwel werkplaats, was in de loods in [woonplaats] .64

Verbalisant [verbalisant 9] heeft de beelden van [woonplaats] van 30 juni 2016 uitgekeken en verklaart:

‘Vanaf begin maart 2016 werk ik als tactisch rechercheur in het onderzoek 032Smit. In dit onderzoek heb ik meerdere keren zowel statisch als bewegend film materiaal van de subjecten [verdachte] […] gezien. Ik zag op de camerabeelden dat op donderdag 30 juni 2016 omstreeks 00:01 uur een Opel Astra met kenteken [kenteken] aankomt bij het hek bij de locatie [woonplaats] . […] Ik zag dat de bijrijder bij het hek uitstapt en het hek opent. Vervolgens liep de bijrijder naar de 3e loods en opende de loods deur. […] De bijrijder die het hek en de loodsdeur heeft geopend herken ik als verdachte [verdachte] .65 […] Ik zag op de camerabeelden dat op donderdag 30 juni 2016 omstreeks 00:30 uur de Opel Astra met kenteken [kenteken] en een zwarte Audi A3 met kenteken [kenteken] uit de loods komen en wegrijden.’66

Door verbalisant [verbalisant 22] worden de beelden van de loods in [woonplaats] van 30 juni 2016 uitgekeken. Zij verklaart:

‘Op donderdag 30 juni 2016 omstreeks 13:59 uur zie ik via de live beelden in [woonplaats] het volgende. Ik zie een zwarte Audi A3 voorzien van kenteken [kenteken] met duplicaat code 1 rechts het beeld in rijden en voor het hek tot stilstand komen. […] Ik zie een NN persoon uitstappen en richting het hek lopen. […]. Ik zie dat het hek open gaat en dat de zwarte Audi het terrein oprijdt. […] Ik zie dat de zwarte Audi A3 bij roldeur drie de loods binnen rijdt. […] Dan komt de NN persoon de loods uitlopen. Ik herken nu deze man zonder meer als verdachte [verdachte] , […]. Ik herken [verdachte] vanwege zijn blanke huidskleur, lang slank postuur, kort haar met grote inhammen en een tatoeage in zijn nek. Alsmede herken ik hem van de foto welke ik verkregen heb via de strafrechtsketendatabank, welke dateert van 26 augustus 2014.’67

Verdachte heeft verklaard zichzelf te herkennen op de beelden van 30 juni 2016 om 13:59 uur.68

Aangetroffen Audi [kenteken]

Door verbalisant [verbalisant 10] wordt het volgende geverbaliseerd:

‘Op 28 juli 2016 heeft er een plofkraak plaats gevonden op de ING-geldautomaat in de Albert Heijn aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Hierbij werd een donkerkleurige Audi 3 serie gezien. Vlak na de plofkraak werd een zwarte Audi RS3, voorzien van vals kenteken [kenteken] en behorende bij het originele kenteken [kenteken] , op de Breitnerstraat te Almere aangetroffen. […] Betreffend voertuig, verder in dit proces-verbaal genoemd als Audi, is door de Afdeling Specialistische Ondersteuning (Team Digitale Expertise) van de Regionale Recherche onderzocht.69 […] De volgende locaties werden via een voorkeuzeknop (Points of Interest) in de TomTom ingevoerd als recentelijke bestemmingen en betreffen allemaal locaties van Albert Heijns: […] Leersum, Honingraat.70 […] Gegevens van de aangetroffen bluetooth MAG-adressen 00:0E:9F:78:FF:93 en 40:EF:4C:15:87:24 uit de Audi, zijn op 22 augustus 2016 gevorderd van de VerkeersInformatieDienst (VID). […] Op 30 juni 2016 te 01:07 uur wordt het MAC-adres van de Audi op de N225 ter hoogte van hectometerpaal 25.4 te Leersum gedetecteerd.’71

Op 3 september 2016 is door verbalisant [verbalisant 11] , forensisch onderzoeker, een forensisch onderzoek naar sporen verricht in de Audi [kenteken] .72 Hij verklaart:

‘De hierna genoemde sporen/sporendragers werden […] veiliggesteld.73

  • -

    SIN AAJJ7119NL: glas, op vloer in auto;

  • -

    SIN AAJJ7120NL: vezels/micro, auto uitgezogen met filter, mogelijk kleine glasresten.74

Glasonderzoek Audi

Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, inhoudende het vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van een plofkraak in Almere op 28 juli 2016, van 20 december 2016 volgt:75

Resultaten

- Uit AAJJ7120NL matchen 2 glasdeeltjes met referentie glas AAIZ2710NL van de plofkraak in Leersum.76

Door het NFI is op 19 juli 2018 een herzien rapport uitgebracht over het tweede aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken. Uit dit rapport volgt:77

De glassporen uit de diverse kledingstukken, schoenen en bemonsteringen van auto’s worden vergeleken met het referentieglas uit de LFCT-database en dan wordt bepaald of de resultaten beter passen bij hypothese H1 of bij de alternatieve hypothese H2. […]

Hypothese H1: het op/in de onderzochte sporendrager aangetroffen glas is deels afkomstig van de vernielde ruit, waartoe het referentieglas heeft behoord.

Hypothese H2: het op/in de onderzochte sporendrager aangetroffen glas is afkomstige van (een) willekeurig andere rui(en) of glazen object(en).78

Resultaten

- AAIZ2710NL-B (dubbel of gelaagd glas79), auto uitgezogen met filter, 45 glasdeeltjes waarvan 2 glasdeeltjes matchen met AAIZ2710NL, locatie Leersum.

Voor 2 glasdeeltjes van 45 onderzochte glasdeeltjes in de bemonstering van de sporendrager, die in elementsamenstelling overeenkomen met het referentieglas, geldt dat de resultaten van het glas vergelijkend onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer deze glasdeeltjes afkomstig zijn van de vernielde ruit (hypothese 1), dan wanneer de aangetroffen glasdeeltjes afkomstig zijn van (een) willekeurig andere ruit(en) of glazen object(en) (hypothese 2). 80

Doorzoeking woning verdachte en glasmatch met schoenen

Op 11 oktober 2016 omstreeks 06:02 uur vond een doorzoeking ter inbeslagneming plaats aan de [adres] te [woonplaats] .81 Onder anderen werden schoenen in beslaggenomen. De [adres] te [woonplaats] wordt bewoond door [verdachte] .82

Verbalisant [verbalisant 5] heeft een sporenonderzoek verricht. Zij verklaart als volgt:

‘Naar aanleiding van een aantal huiszoekingen, in het kader van het onderzoek 032Smit, heb ik de navolgende inbeslaggenomen stukken van overtuiging ontvangen van het behandelend team en tussen 28 november en 30 november 2016 onderzocht:

Doorzoeking [adres] te [woonplaats]

- F12.01.001 AAJQ5838NL: 1 paar schoenen, merk Adidas83

Verbalisant [verbalisant 24] verklaart:

‘De schoenen (AAJQ5838NL) waren, omwikkeld in een DNA-laken. […] Door ons werden de sporendragers herverpakt en verzegeld in een nieuwe papieren zak’84

Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, inhoudende het aanvullend onderzoek vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes met glasdatabank van ram- en plofkraken, van 14 maart 2017, volgt:85

Te onderzoeken materiaal

AAJQ5838NL Schoeisel (schoen)86

Resultaten

- Uit AAJQ5938NL matchen 5 glasdeeltjes met referentie glas AAIZ2710NL-B van de plofkraak in Leersum.87

Door het NFI is op 19 juli 2018 een herzien rapport uitgebracht over het tweede aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken. Uit dit rapport volgt:88

Resultaten

- AAJQ5838NL, schoenen, 20 glasdeeltjes waarvan 5 glasdeeltjes matchen met AAIZ2710NL-B, locatie Leersum.

Voor 5 glasdeeltjes van 20 onderzochte glasdeeltjes in de bemonstering van de sporendrager, die in elementsamenstelling overeenkomen met het referentieglas, geldt dat de resultaten van het glas vergelijkend onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer deze glasdeeltjes afkomstig zijn van de vernielde ruit (hypothese 1), dan wanneer de aangetroffen glasdeeltjes afkomstig zijn van (een) willekeurig andere ruit(en) of glazen object(en) (hypothese 2). 89

Bewijsoverweging

Uit bovengenoemde bewijsmiddelen volgt dat op 30 juni 2016 omstreeks 01:30 uur een plofkraak heeft plaatsgevonden op de geldautomaat in de Albert Heijn aan het [adres] in [vestigingsplaats] . Een getuige ziet dat de drie daders zijn gevlucht in een zwarte Audi type A3.

Op beelden worden anderhalf uur vóór de plofkraak bij de loods in [woonplaats] drie personen gezien met een zwarte Audi A3 voorzien van kenteken [kenteken] . Eén van hen wordt door de verbalisant herkend als verdachte [verdachte] . Deze herkenning heeft plaatsgevonden op basis van bewegende beelden. In het dossier bevinden zich de stills hiervan. In het proces-verbaal is gerelateerd dat de verbalisant meerdere keren zowel statisch als bewegend filmmateriaal van [verdachte] heeft gezien. Door een technisch defect zijn de camerabeelden niet meer beschikbaar, zodat de verdediging de herkenning van verdachte niet heeft kunnen toetsen. Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat dit niets afdoet aan de herkenning die door verbalisant is gedaan. De rechtbank heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van de herkenning en zal deze gebruiken voor het bewijs.
Voorts wordt op de beelden van de loods waargenomen dat verdachte samen met twee anderen om 00.30 uur vertrekt met twee auto’s waaronder de Audi vanaf de loods. Om 01:07 uur wordt de Audi gedetecteerd in Leersum. De dag nà de kraak wordt verdachte wederom met dezelfde Audi waargenomen om 13.59 uur bij de loods. In deze Audi met kenteken [kenteken] – die vier weken later na een plofkraak in Almere wordt aangetroffen – wordt glas aangetroffen. Dit glas matcht met glas afkomstig van de plaats delict in Leersum, hetgeen een sterke aanwijzing vormt dat de Audi gebruikt is bij die plofkraak. Ten aanzien van de loods in [woonplaats] is voor de rechtbank overigens vast komen te staan dat het destijds de uitvalsbasis vormde voor allerlei activiteiten rondom plofkraken, waarbij wordt verwezen naar de overwegingen over de criminele organisatie in dit vonnis.

De rechtbank constateert dat verdachte samen met anderen midden in de nacht in de loods is gezien met de Audi, die kort daarna ook vlakbij de kraak in Leersum is gesignaleerd. Een halve dag later komt verdachte naar de loods terugrijden met de Audi waarin op een later moment sporen van de kraak in Leersum worden aangetroffen.

Op de plaats delict wordt DNA gevonden op een zaklamp waaraan een snoer met een buis is bevestigd, die als ontsteker de ontploffing teweeg heeft gebracht. Het aangetroffen DNA matcht met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat een willekeurig persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard. Hieruit trekt de rechtbank de conclusie dat op de ontsteker als een delict gerelateerd object het DNA van verdachte is aangetroffen.

Voorts zijn bij een doorzoeking in het huis van verdachte schoenen met glasdeeltjes aangetroffen. De veiliggestelde schoenen zijn gewikkeld in een DNA-laken en vervolgens in een zak gedaan die later blijkt te zijn gescheurd. Uit onderzoek blijkt dat het glas van de schoenen matcht met het glas van de plaats delict, hetgeen bijdraagt aan het bewijs dat verdachte op de plaats delict is geweest. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat door het scheuren van de zak besmetting/overdracht van glas heeft plaatsgevonden, zoals de raadsman heeft betoogd. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de glasmatch uit te sluiten voor het bewijs.


De rechtbank stelt vast dat de DNA-match op een delict gerelateerd object in combinatie met de match van glas uit de Audi en de schoenen van verdachte naar glas van de plaats delict als bewijsmiddelen elkaar ondersteunen en in belangrijke mate versterken. Voorts kan verdachte in verband gebracht worden met de Audi die vlak voor, alsook in de nabijheid van de kraak is gesignaleerd. Deze omstandigheden in samenhang bezien zijn zeer belastend voor verdachtes betrokkenheid bij de plofkraak.
Over al deze belastende omstandigheden heeft verdachte pas op de inhoudelijke zitting willen verklaren. Verdachte heeft in algemene termen wederom op zijn werkzaamheden als automonteur gewezen en ontkent betrokken te zijn bij de plofkraak. Verdachte heeft wel verklaard dat hij door zijn werk destijds in verschillende auto’s reed, waaronder ook de Audi met kenteken [kenteken] . Hij herkent zichzelf op de beelden bij de loods als hij ’s middags komt aanrijden met de Audi, maar ontkent dat hij met de Audi is gezien in de nacht van de plofkraak. Over de loods in [woonplaats] zegt verdachte dat hij deze gebruikt om aan auto’s te sleutelen. Over het aangetroffen glas in de Audi en de schoenen heeft verdachte geen verklaring willen afleggen, anders dan dat hij zegt te twijfelen aan de betrouwbaarheid van het glasonderzoek. De rechtbank overweegt dat van verdachte verwacht mag worden dat hij een verifieerbare en aannemelijke verklaring aflegt over het aantreffen van de DNA-match met een delict gerelateerd object op de plaats delict, alsmede over het aangetroffen glas in de auto en onder zijn schoenen. Verdachte kan ook niet volstaan met de enkele verklaring een halve dag na de kraak in de Audi te hebben gereden, zonder in te willen gaan op welke wijze hij die auto heeft verkregen.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte een van de daders is geweest van de plofkraak. Op grond van voornoemde bewijsmiddelen in hun onderlinge verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat deze een wettig en overtuigend bewijs opleveren dat verdachte zich samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen en diefstal door een of meerdere personen, zoals onder feit 10 ten laste is gelegd.

4.4.5.

Plofkraak Utrecht 28 juli 2016 en heling Volkswagen Golf [kenteken] (feit 11 en 12)

4.4.5.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 11 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de plofkraak. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de gasflessen, zoals deze in de Volkswagen Golf zijn aangetroffen, in elke garage staan en dat verdachte deze vier weken voor de betreffende kraak al had aangeschaft. De gasflessen duiden aldus niet op de betrokkenheid van verdachte. De spullen uit de loods werden ook door andere personen gebruikt, dus ook dat bewijst niet de betrokkenheid van verdachte. Ten aanzien van de aangetroffen handschoen is niet duidelijk geworden of deze gebruikt is bij de plofkraak. De handschoen kan al veel langer in de Volkswagen Golf hebben gelegen. Het DNA van verdachte op de binnenkant van deze handschoen is geen daderspoor en bewijst dus ook niet enige betrokkenheid van verdachte. De gebruikte Volkswagen Golf komt verdachte niet bekend voor. Verdachte zou in een Volkswagen Golf hebben gereden, maar niet is duidelijk geworden om welke Volkswagen Golf dat gaat.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 12 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het feit dat verdachte de Volkswagen Golf heeft gebruikt dan wel dat hij betrokken was bij de gepleegde plofkraak. Medeverdachte [medeverdachte 1] is de dag na de diefstal van de Volkswagen Golf met de auto in bij de loods in [woonplaats] gezien.

4.4.5.2. Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Op 28 juli 2016 wordt door [aangever 4] namens Albert Heijn aan het [adres] te [vestigingsplaats] aangifte gedaan. Hij verklaart:

‘Op donderdag 28 juli 2016, rond 02.00 uur, werd ik gebeld door de assistent manager van de supermarkt. Hij vertelde mij dat er een plofkraak was geweest bij de Albert Heijn waar ik manager van ben.90 […] Ik zag dat de nooddeur aan de voorzijde van de winkel open stond, en dat de ruit hiervan beschadigd was. Ik zag dat er een gat in het glas van de nooddeur zat. Toen ik binnen kwam zag ik een grote puinhoop en veel schade. Ik zag dat er verschillende platen uit het plafond waren en dat er ook verschillende lampen op de grond lagen. Deze lampen kwamen ook uit het plafond. Ik zag dat de plastic omheining van de zelfscankast kapot was. Ook zag ik dat de planken aan de zij en voorkant van de service balie kapot waren.’91

Door de ING wordt namens [A] aangifte gedaan.92 De lobby geldautomaat is volledig vernield. De nooddeur van de Albert Heijn is opengebroken en een raam kapot geslagen. Naast de geldautomaat is een houten koof vernield door de klap. Plafondplaten rond de automaat zijn door rondvliegend puin doorboord of naar beneden gekomen. Door de winkel zijn meerdere plafondplaten kapot. De vloer heeft inktbeschadigingen rondom de automaat. De Glazen wanden rond de klaphekjes zijn kapot.93 Diefstal geld is 7.250,00 euro en 9.020,00 euro (de rechtbank begrijpt: samen 16.270,00 euro).94

Door verbalisant [verbalisant 12] , beeldanalist van de Nationale Politie, worden de camerabeelden van de Albert Heijn aan [adres] in [vestigingsplaats] bekeken. Zij verklaart:

‘Ik, rapporteur, zag dat: op de videobeelden drie daders waar te nemen zijn. Ik, rapporteur, zag dat dader 1 […] grote lichte handschoenen (leken op werkhandschoenen) aanhad […]. Dader 2 lichte handschoenen droeg […]. Ik, rapporteur, zag dat daders 1 en 2 gebruik maakten van een breekijzer en schroevendraaier, […] een donkere tas, […] een gasflescombinatie (1 grote en 1 kleine gasfles), […] elektradraad met lans […] en een gestippeld doek/deken. […] Ik, rapporteur, zag dat dader 1 als eerste de ruimte binnenkwam met een tas, deze op de grond neerlegde, daar een schroevendraaier uit haalde en begon met het wrikken aan de GEA (de rechtbank begrijpt: geldautomaat). Dader 2 binnenkwam met de gasflescombinatie. Dader 1 de schroevendraaier weer terug in de tas stopte en daarna een breekijzer uit de tas haalde. Hierna ging de dader weer verder met het wrikken aan de GEA.

Dader 2 het doek/deken klaar legde op de grond. Dader 1 het electradraad uit de tas pakte en deze in de GEA stopte. Dader 2 de gasflessen opendraaide. Daders 1 en 2 van de GEA wegliepen, waarna dader 1 nog 1 keer terugliep en nog even draaide aan de kleine gasfles. Dader 1 liep weer weg en gelijk hierna vond de plof plaats Dader 1 of 2 het doek/deken pakte en op de grond neerlegde Daders 1 en 2 de geldcassettes stuk gooiden en het geld raapten en o.a. vermoedelijk ook op het doek/deken neerlegden. Dader 3 naar binnen liep en de gasflescombinatie mee naar buiten nam. Hierna vertrekken de daders.’95

Op 28 juli 2016 is door verbalisant [verbalisant 13] , forensisch onderzoeker, een forensisch onderzoek naar sporen verricht.96 Zij verklaart:

‘Door mij, verbalisant, werden diverse glas deeltjes afkomstig van de kapotte ruit van

de nooddeur veiliggesteld. Zowel aan de binnenzijde als de buitenzijde van de

nooddeur werd door mij glas veiliggesteld. Het betrof glas op de grond aan de buitenzijde van de nooddeur SIN: AAJI8598NL en glas aan de binnenzijde van de nooddeur op de vloer ter hoogte van kassa 5/6 SIN: AAJI8599NL. […] Door mij werden van alle 4 de geldcassettes inkt bemonsteringen genomen […]. Het betrof een inkt bemonstering van de geldcassette :

  • -

    Links naast de geldautomaat SIN: AAJI8600NL

  • -

    Ter hoogte van de servicebalie SIN: AAJQ5238NL

  • -

    SIN: AAJQ5237NL

  • -

    SIN: AAJQ5239NL97 […]

Op de vloer, tussen de toegangspoortjes naar de winkel en de service balie in, werd door mij een zwart gekleurde sporttas aangetroffen. […] Ik, verbalisant, zag dat in de sporttas twee handschoenen en een tie-wrap lagen. Het betroffen twee 'werk' handschoenen, kleur wit/grijs in maat XL/10. […] De sporttas werd door mij veiliggesteld en voorzien van SIN: AAJQ5234NL.’98

Verbalisant [verbalisant 14] wordt op 28 juli 2016 naar het [adres] te [vestigingsplaats] gezonden.99 Hij verklaart:

‘Omstreeks 00:50 uur kwam ik ter plaatse bij de […] Albert Heijn. […] Ik zag dat er een vrouw naar mij toe kwam lopen. Deze vrouw gaf op te zijn: [getuige 3] […] Ik hoorde dat deze vrouw in het kort verklaarde dat ze […] ze twee donker geklede personen met bivakmutsen in een auto zag springen. Ik hoorde dat [getuige 3] zei dat het een blauwe of zwarte Volkswagen Golf betrof.’100

Op 31 juli 2016 legt [getuige 4] telefonisch een getuigenverklaring af.101 Hij verklaart:

‘Wij hebben een balkon boven de [naam] , dat zit naast de Albert Heijn aan de [adres] te [woonplaats] .102 Op een gegeven moment hoorden wij in de nacht gerommel. Wij keken vervolgens naar buiten. Ik zag toen een Volkswagen Golf staan. Ik zag dat deze tegen de gevel van de Albert Heijn wilde rijden. […] Ik zag dat er twee mannen naar de Albert Heijn gingen. […] Ik zag dat één man bij de auto bleef. Dat was ook de bestuurder. […] Volkswagen Golf type 6. Ik wilde met mijn vriendin nog naar het kenteken kijken, maar deze was afgeplakt met iets wits, tape of zo. Het betrof volgens mij een 5 deurs Volkswagen Golf.’103

Getuige [getuige 5] verklaart op 29 juli 2016:

‘Op donderdag 28 juli omstreeks 00:40 uur ben ik […] naar buiten gegaan voor een avondwandeling. […] Toen we in het park liepen, het was toen ongeveer 00:45 uur, hoorde ik een doffe knal. […] Toen we op een gegeven moment weer rechtsaf het park wilden inlopen, zag ik dat er achter ons een auto over het fietspad reed. […] Ik zag dat de auto met gedoofde lichten onze richting uit kwam rijden. […] Toen de auto ons passeerde, zag ik dat het een kleine zwarte Volkswagen was, waarschijnlijk van het type Golf of Polo. Ik weet dat het toen precies 00:50 uur was omdat ik toen op mijn telefoon keek. […] Ik zag dat de auto vrij hard reed.104 […] Omstreeks 1:00 uur, zag ik weer een zwarte Volkswagen. Ditmaal reed deze auto met de verlichting aan. […] Ik zag dat de Volkswagen heel hard de bocht omreed de Saffraanweg op. Omdat ik de politieauto nog zag rijden in de verte, dacht ik dat de Volkswagen wilde vluchten voor de politie. […] Ik vermoed dat dit dezelfde auto was als de Volkswagen die ik eerder op het fietspad had zien rijden.’105

Op 28 juli 2016 reden verbalisanten [verbalisant 15] en [verbalisant 16] in een opvallend dienstvoertuig. Zij verklaren:

‘Omstreeks 01.20 uur, reden wij de Saffraanweg op. Wij zagen een zwarte Volkswagen Golf staan voorzien van kenteken: [kenteken] ter hoogte van perceel 12 op de Saffraanweg te Utrecht. […] Ik, verbalisant [verbalisant 16] , scheen met mijn zaklamp in de Golf. Wij zagen dat er in het voertuig een handschoen lag op het middenconsole. Tevens zagen wij dat er rechts achterin op de achterbank een gasfles lag die in een deken verwikkeld zat.’106

Door verbalisant [verbalisant 17] wordt verklaard:

‘Ik zag dat op de achterbank van de Volkswagen Golf een geprepareerde gasfles lag. Ik zag dat tussen de gasfles en de bijrijdersstoel meerdere briefjes van 20 euro zitten met blauwe verf erop. Ik zag op de achterbank een grote schroevendraaier liggen. Ik zag bij de gasfles een zelf gemaakte ontstekingsmechanisme liggen. Ik zag dat de Volkswagen Golf was voorzien van kentekenplaten met combinatie [kenteken] . Ik zag dat de kentekenplaat niet was voorzien van een serienummer. Tevens zag ik dat de kentekenplaat niet was voorzien van een echtheidstempel. Dit betroffen dus valse kentekenplaten. De collega van de Forensische opsporing heeft de deur geopend van de kofferbak. Ik zag dat in de kofferbak een setje kentekenplaten lagen voorzien van combinatie [kenteken] . Ik zag dat ook deze kentekenplaten niet waren voorzien van serienummers of echtheidstempel.’107

Forensisch onderzoek Volkswagen Golf

Op 28 juli 2016 is door verbalisant [verbalisant 18] , forensisch onderzoeker, een forensisch onderzoek naar sporen verricht.108 Zij verklaart:

‘Ik zag dat het voertuig een personenauto van het merk Volkswagen, type Golf GTI, zwart van kleur, was.109 […] Ik zag dat in de achterbak van het voertuig onder andere een moker lag waaraan velen glasdeeltjes zaten. Ik stelde een aantal van de glasdeeltjes veilig. Ik zag dat op de bijrijderstoel een grijze werkhandschoen lag (rechtbank: foto 36-38110) Deze handschoen was gedeeltelijk binnenstebuiten gekeerd alsof deze was gedragen. […] Ik zag dat de buitenzijde van de handschoen was besmeurd met blauwe inkt. […] Op het genoemde voertuig en op de genoemde goederen werden door mij op verschillende plaatsen blauwe inkt aangetroffen en veiliggesteld. […] De hierna genoemde sporen/sporendragers werden […] veiliggesteld:111

- SIN AAHW8685NL, Verf Inkt van handschoen op stoel bijrijder golf112

  • -

    SIN AAHW8682NL, Verf Inkt Van schroevendraaier gedore

  • -

    SIN AAHW8679NL, Verf Inkt Slangen branderset

  • -

    SIN AAHW8678NL, Verf Inkt Vanaf 20 euro biljetten uit voertuig

  • -

    SIN AAHW8676NL, Glas Van matten en stoelzittingen golf113

  • -

    SIN AAHW8675NL, Glas Jasje zwart, Zara, kofferbak golf

  • -

    SIN AAHW8674NL, Glas van moker uit kofferbak golf.

  • -

    SIN AAHW8673NL,Verf Inkt Mat links achter in golf .114

- SIN AAHW8691NL, handschoen grijs, merk Busters, werkhandschoen, binnenstebuiten met tape en inkt.’115

Inkt-onderzoek Volkswagen Golf

Door het bedrijf ADNAS zijn de veiliggestelde referentiemonsters van de inkt onderzocht en is de unieke DNA-code van de inkt vastgesteld.116

Door verbalisant [verbalisant 6] is een overzicht gemaakt van alle resultaten van ADNAS. Hieruit volgt het volgende:

Resultaten inktonderzoek voertuig Volkswagen met (vlas) kenteken [kenteken] te Utrecht

AAHW8673NL, inktmonster rechts vloermat achter (vezel-inkt)

AAHW8678NL, inktmonster 20 euro biljet

AAHW8679NL, inktmonster slangenbranderset

AAHW8682NL, inktmonster schroevendraaier117

De inktbemonsteringen uit de auto en van diverse goederen uit de auto hebben matches opgeleverd met de administratieve registratie van G4S/3SI en met referentiemonsters van inkt gekoppeld aan de volgende plaatsen delicten:

PL0900-2016233114: aanval op ING geldautomaat in Albert Heijn aan de [adres] te [vestigingsplaats] op 28 juli 2016.118

Tabel 4

  • -

    AAHW8673NL, inktmonster recht vloermat achter (vezel-inkt) matcht met DNA-code referentiemonster (AAJQ5238NL) en 3SI/G4s met [adres] , te [vestigingsplaats] .

  • -

    AAHW8678NL, inktmonster 20 eurobiljet matcht met DNA-code referentiemonster (AAJQ5238NL) en 3SI/G4S met [adres] , te [vestigingsplaats] .

  • -

    AAHW8679NL, inktmonster slangenbranderset matcht met DNA-code referentiemonster (AAJQ5238NL) en 3SI/G4S met [adres] , te [vestigingsplaats] .

  • -

    AAHW8682NL, inkt monster schroevendraaier matcht met DNA-code referentiemonster (AAJQ5238NL) en 3SI/G4S met [adres] , te [vestigingsplaats] .119

Glasonderzoek Volkswagen Golf

Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, inhoudende het vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van een plofkraak te Utrecht, van 15 november 2016, volgt:

Te onderzoeken materiaal

  • -

    AAHW8676NL, glas, monster / filter van stofzuiger / van matten en stoelzittingen golf;

  • -

    AAHW8675NL, glas / folie / plaats veiligstellen: jasje zwart, zara, kofferbak golf / mogelijk van moker;

  • -

    AAHW8674NL, glas / folie / glas van moker uit kofferbak golf;

  • -

    AAJI8598NL, glas / op de grond, buiten voor toegangsdeur (de rechtbank begrijpt: van de Albert Heijn);

  • -

    AAJI8599NL, glas / op de vloer in de Albert Heijn, afkomstig van ruit toegangsdeur / lag ter hoogte van kassa 5/6.120

Bij het vergelijkend glasonderzoek wordt vreemd glas en referentieglas met elkaar vergeleken en wordt bepaald of de resultaten beter passen bij hypothese H1 of bij de alternatieve hypothese H2.Voor deze zaak zijn de volgende hypothesen geformuleerd:

Hypothese H1: het in de bemonsteringen van het voertuig aangetroffen glas is afkomstig van de vernielde ruit(en), waartoe het referentieglas [AAJI8598NL] en/of [AAJI8599NL) heeft behoord.

Hypothese H2: het in de bemonsteringen van het voertuig aangetroffen glas is afkomstig van

(een) willekeurig andere ruit( en) of glazen object( en) dan de vernielde ruiten, waartoe het referentleglas [AAJI8598NL] en [AAJI8599NL] heeft behoord. […]

Voor alle 20 onderzochte glasdeeltjes uit [AAHWB674NL], alle 20 onderzochte glasdeeltjes uit [AAHW8675NL] en alle 20 onderzochte glasdeeltjes uit [AAHW8676NL] geldt dat de resultaten van het glasvergelijkend onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer deze glasdeeltjes afkomstig zijn van de vernielde ruit(en), waartoe het referentieglas [AAJI8598NL] en/of [AAJI8599NL] heeft behoord (hypothese H1) dan wanneer ze afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of glazen object (hypothese H2).

Door [aangever 5] is namens Leaseplan Nederland N.V. op 9 juni 2016 aangifte gedaan. Hij verklaart”

‘Ik ben berijder van een personenauto van het merk Volkswagen, type Golf, zwart van kleur, voorzien van kenteken [kenteken] . […] De personenauto is eigendom van Leaseplan Nederland NV. Op woensdag 08 juni 2016 omstreeks 22:50 uur heb ik de personenauto geparkeerd aan de [adres] te [woonplaats] , langs de weg voor mijn woning.121 […] Toen ik op donderdag 09 juni 2016 omstreeks 06:00 uur de personenauto weer in gebruik wilde nemen zag ik dat deze door onbekende(n) was weggenomen.’122

DNA-onderzoek handschoen

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft een onderzoek naar biologische sporen en een DNA-onderzoek uitgevoerd. […] De binnenzijde van de handschoen (AAHW8691NL) is bemonsterd voor een DNA-onderzoek.123 AAHW8691NL#01 bemonstering van de handschoen, binnenzijde. Naar aanleiding van een match in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken is het DNA-profiel van [verdachte] (RAAD1960NL betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek. Uit de bemonstering is een DNA-profiel van een man verkregen, dat matcht met het DNA-profiel van [verdachte] in de DNA-databank. De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard.124

(Sport)tas en dekbed

Op 16 juli 2016 is er een inkijk geweest in de loods in [woonplaats] . Verbalisant [verbalisant 19] heeft de filmopname van de inkijkoperatie uitgekeken. Zij verklaart:125

‘Op de grond naast het linker voorwiel van de Sprinter liggen diverse goederen op de grond. Onder andere een stoffer en blik, een soort schijnwerper met kabels eraan en een sporttas. Deze sporttas is donker van kleur en heeft een logo in grijs en rood met een wit rennend figuurtje erin. Na onderzoek naar het logo op de tas blijkt de tas van het merk 'Run Away'. De tas staat open en er zit een grote lap stof in met een motief. Bovenop de lap stof ligt een gasbrander met een gele gasfles. Naast deze gele gasbrander ligt een vrij grote gasfles. Deze is blauw met een witte bovenkant.’126

Uit het onderzoek naar de loods in [woonplaats] komt naar voren dat verdachte de huurder was van deze loods127 en dat hij naar de huur van de loods overmaakte.128 Verdachte heeft verklaard in de loods in [woonplaats] geweest te zijn en gebruik te maken van deze loods. Zijn garage, danwel werkplaats, was in de loods in [woonplaats] .129

Door verbalisant [verbalisant 19] wordt naar aanleiding van de aangetroffen (sport)tas en de bevindingen in de loods in [woonplaats] het volgende geverbaliseerd:

‘Op donderdag 28 juli 2016 is er een kraak geweest aan het [adres] , [vestigingsplaats] . Bij deze kraak is een Volkswagen Golf weggereden. […] In dit voertuig lag een dekbedovertrek. Ik herkende direct de kleuren en vormen van het dekbedovertrek als dezelfde als op de lap stof in de tas in [woonplaats] . Tevens is bij de kraak in Utrecht een sporttas achtergebleven. Dit was precies hetzelfde model en merk als de tas die in [woonplaats] is gezien met de lap stof en de gasflessen erin.’130

Gasflessen

In de Volkswagen Golf werden gasflessen aangetroffen. Verbalisant [verbalisant 20] verklaart daarover:

‘Gezien de staat van de goederen wordt vermoed dat de gehele "set" recentelijk was Gezien de productiedatum van de drukregelaar van zuurstof, zijnde 3 juni 2016, alsmede dat alle

goederen in kennelijk nieuw staat verkeerde was het voor het onderzoeksteam dringend

noodzakelijk om inzichtelijk te krijgen aan welke bedrijven [bedrijf 3] BV in de periode van 3 juni 2016 tot en met 28 juli 2016 de […] goederen had geleverd.131 […] Middels een vordering van de Officier van Justitie werd door het bedrijf [bedrijf 3] BV, inzichtelijk gemaakt aan welke bedrijven zij de genoemde goederen hadden geleverd, in de opgevraagde periode. […] Middels een kruisvergelijking bleek dat slechts een (1) bedrijf alle genoemde goederen had afgenomen. Dit betrof het bedrijf: " [bedrijf 1] ", gevestigd op de [adres] te [vestigingsplaats] . Middels een vordering van de Officier van Justitie werd door het bedrijf [bedrijf 1] , kenbaar gemaakt aan wie zij de goederen hadden geleverd. Dit betrof een man genaamd: " [verdachte] ". […] Ik zag dat deze verkoopbon dateerde van 1 juli 2016 te 13:46 uur.’132

Bevindingen opnemen vertrouwelijke communicatie [adres]

Tussen 11 oktober 2016 en 25 oktober 2016 werd in de woning [adres] te [woonplaats] een technisch hulpmiddel geplaatst om vertrouwelijke communicatie mee op te nemen. De geluidsregistraties zijn uitgewerkt door politiemedewerker [politiemedewerker] , […] haar dagelijks werkzaamheden bestaan uit het uitwerken van verhoren en OVC.133 Door verbalisant [verbalisant 21] zijn alle belastende gesprekken gerelateerd. Hij verklaart:

Take 338 23/11/16 om 12:49 uur

[E] = [E]

Volgens [E] is alles naar aanleiding van [verdachte] gekomen en niet van [medeverdachte 2] . [verdachte] is verraden bij de man van de gasflessen. In januari schijnt er iets gebeurd te zijn met een auto, toen is het onderzoek gestart bij [verdachte] en zo zijn ze bij de rest gekomen.134

Camerabeelden loods in [woonplaats]

Door verbalisant [verbalisant 22] worden de beelden van de loods in [woonplaats] van 9 juni 2016 uitgekeken. Zij verklaart:

‘Op de beelden van locatie [woonplaats] zie ik op donderdag 9 juni 2016 om 18.04 uur (de rechtbank begrijp: 20:04 uur) een zwarte Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken] het terrein oprijden. Deze Volkswagen Golf wordt direct gevolgd door een zwarte Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken] . Ik zie vervolgens de derde roldeur vanaf het hek gezien langzaam opengaan en beide voertuigen de loods binnen rijden, waarna de roldeur weer langzaam sluit.135 Om 18.36 uur (de rechtbank begrijpt: 20:36 uur) zie ik de derde roldeur vanaf het hek gezien weer opengaan. Ik zie een manspersoon de loods uitlopen, direct gevolgd door een donkerkleurig voertuig. Ik zie de roldeur vervolgens weer langzaam dicht gaan. Ik zie de zwarte Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken] richting het hek rijden en achter het hek tot stilstand komen. Ik zie de manspersoon achter het voertuig aanlopen. Ik herken deze persoon als verdachte [medeverdachte 1] . […] Ik zie dat [medeverdachte 1] grijs met zwarte handschoenen aanheeft. […] Ik zie dat [medeverdachte 1] naar de Volkswagen Polo loopt en aan de bijrijderszijde instapt. Waarna de Volkswagen het terrein afrijdt en links uit het beeld verdwijnt.’136

Bewijsoverweging

Plofkraak (feit 11)

De rechtbank stelt vast op grond van de bewijsmiddelen dat op 28 juli 2016 omstreeks 00:50 uur heeft een plofkraak heeft plaatsgevonden op de ING geldautomaat in de Albert Heijn aan het [adres] in [vestigingsplaats] . Op beelden van de winkel zijn drie daders te zien. Getuigen zien een Volkswagen Golf vrij hard over een fietspad rijden, nabij de Saffraanweg. Enige tijd later rijdt hoogstwaarschijnlijk dezelfde auto heel hard de bocht om de Saffraanweg in. Heel kort daarna wordt de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] op de Saffraanweg aangetroffen zonder inzittenden. De kentekenplaten die zijn bevestigd op de auto, zijn vals. In de auto is glas aangetroffen en op meerdere plekken wordt ook inkt gevonden. Deze matchen met glas en inkt van de plaats delict in Utrecht. Op grond van het voornoemde gaat de rechtbank ervan uit dat deze VW Golf is gebruikt bij de plofkraak.
Midden op de bijrijdersstoel van de auto lag een met inkt besmeurde grijze werkhandschoen die binnenstebuiten was gekeerd. Bemonstering van de binnenzijde van de handschoen levert een DNA-profiel op dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het DNA in de handschoen afkomstig is van verdachte.
Voorts worden op de achterbank geprepareerde gasflessen gevonden waarvan vast staat dat deze door verdachte zijn aangeschaft. Verder zijn er in de auto nog een sporttas en een dekbedovertrek aangetroffen. De sporttas heeft hetzelfde model en merk als de tas die eerder bij een inkijk door de politie in de loods in [woonplaats] is gezien. Ook het dessin van de dekbedovertrek waarin de gasfles was gewikkeld, wordt herkend als de lap stof gezien bij de eerdere inkijk. Vast staat dat verdachte destijds huurder was van de loods en daar regelmatig kwam. Voor de rechtbank is overigens vast komen te staan dat de loods in [woonplaats] de uitvalsbasis vormde voor allerlei activiteiten rondom plofkraken, waarbij wordt verwezen naar de overwegingen over de criminele organisatie.

De rechtbank stelt vast dat het samenstel van omstandigheden dat de VW Golf is gebruikt bij de kraak, dat op de handschoen in deze auto DNA van verdachte is aangetroffen, en dat de gasflessen door verdachte zijn aangeschaft bijzonder belastend is voor verdachte.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij de handschoen tijdens zijn werk als automonteur moet hebben achtergelaten in de auto en dat deze daar al langer moet hebben gelegen, omdat hij niet betrokken is bij de plofkraak. Over de gasflessen verklaart hij dat hij deze vier weken geleden te heeft aangeschaft en dat hij niet weet hoe ze in de VW Golf terecht zijn gekomen. De gasflessen stonden in de loods en behoorden tot de normale uitrusting om zijn werk in de garage uit te voeren. De gasflessen zijn volgens hem meegenomen door mensen die ook gebruikmaakten van de loods.

Allereerst stelt de rechtbank vast dat, gelet op de plek in de auto en de wijze waarop de handschoen binnenstebuiten gekeerd is aangetroffen zoals op de foto in het dossier is te zien, deze door een van de daders van de plofkraak moet zijn gedragen. De rechtbank wordt in haar overtuiging gesterkt nu uit de camerabeelden blijkt dat de daders soortgelijke lichte werkhandschoenen droegen. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte niet aannemelijk, nu het zeer onwaarschijnlijk is dat de handschoen langere tijd op deze wijze in de auto heeft gelegen. Het ligt meer in de rede dat een dader in paniek de handschoen heeft uitgetrokken en op de vlucht is geslagen, daar de politie vrij snel na de melding ter plaatse was. Er is geen DNA van andere personen aangetroffen op de handschoen, zodat er geen aanwijzing is dat iemand anders dan verdachte de handschoen heeft gedragen. De rechtbank heeft ook anderszins geen aanwijzingen dat de handschoen bij de plofkraak door een ander dan verdachte is gedragen.

Voorts acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij de gasflessen gebruikte als automonteur, niet aannemelijk nu verdachte geen enkele onderbouwing heeft kunnen geven van deze garagewerkzaamheden. Ook heeft verdachte niet kunnen of willen verklaren wie de gasflessen uit zijn loods zou hebben meegenomen, terwijl het toch gaat om mensen die zijn loods gebruikten. Dit heeft tot gevolg dat de rechtbank niet kan toekomen aan enig onderzoek naar de aannemelijkheid van deze door de verdachte eerst ter zitting gestelde gang van zaken. Daarbij verwijst de rechtbank ook naar een op 23 november 2016 opgenomen gesprek van [E] , de vriendin van medeverdachte [medeverdachte 2] . Hierin vertelt zij naar aanleiding van de aanhouding van [medeverdachte 2] en verdachte [verdachte] , tegen iemand ‘dat [verdachte] is verraden door de man van de gasflessen’. Het woord ‘verraden’ past niet in het scenario dat de gasflessen voor normale garagewerkzaamheden zijn aangeschaft, maar wel in het verhaal dat deze zijn gebruikt voor de feiten waarvoor verdachte is aangehouden, te weten op verdenking van het plegen van plofkraken.

Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte als (mede)dader is betrokken bij de plofkraak in Utrecht. De conclusie is dan ook dat op grond van voorgaande bewijsmiddelen in hun onderlinge verband en samenhang bezien, de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen en diefstal door een of meerdere personen, zoals onder 11 ten laste gelegd.

Heling (feit 12)

De rechtbank heeft bij ten laste gelegde feit onder 11 geoordeeld dat verdachte als een van de daders betrokken is geweest bij de plofkraak in Utrecht waar de VW Golf als vluchtauto is gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat feiten en omstandigheden die hierbij zijn opgenomen in onderling verband en samenhang beschouwd, redengevend zijn voor het bewijs dat verdachte (samen met anderen) de beschikking had over de VW Golf, terwijl hij wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Deze wetenschap kan onder meer worden afgeleid uit de omstandigheid dat de auto was voorzien van valse kentekenplaten en dat er andere valse kentekenplaten in de auto aanwezig waren. Onder verwijzing naar haar overwegingen ten aanzien van de criminele organisatie, is de rechtbank van oordeel dat de loods in [woonplaats] een uitvalsbasis was voor criminele activiteiten waar meerdere gestolen voertuigen bij betrokken waren en valse kentekenplaten in omloop waren.

4.4.6.

Criminele organisatie (feit 13) en heling Mercedes Sprinter [kenteken] (feit 14)

4.4.6.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsman voert aan dat de officier van justitie probeert om de twee periode van kraken (zomer 2015 en zomer 2016) aan elkaar te koppelen. Verdachte komt in het zaaksdossier van de criminele organisatie nauwelijks naar voren. Verdachte wordt tussen twee groepen van drie personen geknutseld, maar hij maakt van geen enkel groep deel uit. Uit het dossier zou moeten volgen dat verdachte in de periode van 11 december 2015 tot 1 maart 2016 tot de eerste dadergroep behoort, echter werken [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] met z’n drieën en daar past verdachte dus niet bij. De motivering ontbreekt waarom verdachte een cruciale en verbindende rol zou hebben. Ten aanzien van de valse kentekenplaten is niet vast komen te staan dat verdachte daar mee van doen had. De uitlatingen van [E] (vriendin van [medeverdachte 2] ) en de telefooncontacten van verdachte duiden niet op betrokkenheid van verdachte bij strafbare feiten. Concluderend is aldus de raadsman geen sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Verdachte is niet betrokken bij de garagebox in [naam] en van de loods in [woonplaats] maken alle verdachten gebruik. De gasflessen die in de Audi in de garagebox in [naam] worden aangetroffen hebben betrekking op feiten terzake waarvan verdachte niet wordt vervolgd. Indien de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een criminele organisatie dan zou de ten laste gelegde periode moeten worden beperkt.

Ten aanzien van de heling van de Mercedes Sprinter heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet betrokken was bij het verwisselen van de kentekenplaten en dat er geen wettig en overtuigend bewijs is, waaruit blijkt dat verdachte ten tijde van het voorhanden hebben van de Mercedes Sprinter wist dat deze van diefstal afkomstig was. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

4.4.6.2. Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Op de [adres] te [woonplaats] bevinden zich meerdere loodsen die worden verhuurd. Eén van deze loodsen werd gehuurd door en was in gebruik bij de verdachten van onderzoek 032Smit. (noot) Ter observatie van de loods werden er twee camera’s geplaatst. De eerste camera werd op 21 mei 2016 geplaatst en stond gericht op het toegangshek van het terrein. De tweede camera werd op 17 juni 2016 geplaatst en stond gericht op de loods deur van de loods die in gebruik was bij de verdachten. (noot)

Bevindingen loods in [woonplaats]

Verbalisant [verbalisant 23] heeft de beelden van [woonplaats] van uitgekeken en hij verklaart daarover als volgt:

23 mei 2016

Ik zag op de camerabeelden dat omstreeks 00:02 uur een donker kleurig voertuig bij het

toegangshek kwam in [woonplaats] . Ik zag dat de laatste letter van het kenteken de letter P was. Ik zag dat het voertuig de loods in ging die in gebruik was bij de verdachten van dit onderzoek. Ik zag op de camerabeelden dat omstreeks 01:23 uur een donker kleurig voertuig uit de loods kwam en weg reed van het terrein in [woonplaats] . Ik zag op de camerabeelden dat omstreeks 16:18 uur een donkere Audi sedan met vijfspaaks velgen aan kwam bij het hek in [woonplaats] . Ik zag dat de donkere Audi de loods in reed die in gebruik was bij de verdachten van dit onderzoek.137

10 juni

Ik zag op de camerabeelden dat omstreeks 00.13 uur een BMW […] en een Audi met kenteken [kenteken] wegreden. (noot)

Ik zag op de camerabeelden omstreeks 20.35 uur een Audi met kenteken [kenteken] wegrijden.

Door verbalisant [verbalisant 22] zijn ook de beelden van de loods in [woonplaats] op 22 juni 2016 bekeken. Zij verklaart:

‘Op 22 juni 2016 […] om 12:45 uur zie ik een zilverkleurige Mercedes bus voorzien van kenteken [kenteken] voor roldeur drie, keren en achteruit de loods in rijden. Op de camerabeelden […] is goed te zien dat de Mercedes beletterd is met de tekst "www.joyincare.com" en op de achterzijde "JoyinCare". Ik zie een kale NN-man de bus uitstappen. Deze man is NN1 die ook eerder in de loods te zien was. […] Ik zie vervolgens nog een man in de loods, deze man herken ik als [medeverdachte 2] . Ik zie dat [medeverdachte 2] aan de linker zijde van de bus poetsende en krabbende bewegingen maakt. Ik zie dat NN1

handschoenen aan heeft. Ik zie dat [medeverdachte 2] nu met een andere NN2 aan de linkerzijde van de bus aan het poetsen zijn. Ik zie dat NN2 linksachter bij de bus bezig is. […] Ik zie dat NN1 rechts van de bus gehurkt zit en daar naar de bus kijkt. […] Ik zie dat de drie mannen in en om de Mercedes bus bezig zijn. Ik zie vooral poets bewegingen. Ik zie vervolgens [medeverdachte 2] de loods uit lopen. Ik zie dat hij een doek en een iets wat lijkt op een spuitbus in zijn handen heeft. […] Ik zie dan dat [medeverdachte 2] verder gaat met de zijkant van de bus te poetsen. […] Dan zie ik NN2 voor de bus langslopen. Ik zie vervolgens NN1 aan de rechterzijde aan de rechterzijde van de bus, krabben en poetsen. Ik zie de NN2 de bus instappen. Hij zit enige tijd in de bus aan de bestuurder zijde. Ik zie af en toe iets wits in zijn handen voorbij komen. […] NN2 kijkt de hele cabine van de bus rond en stapt dan weer uit. […] Ik zie dat NN1 met zijn handschoenen aan achter het stuur gaat zitten. […] Ik zie dat [medeverdachte 2] […] handschoenen aan heeft. Ik zie dat hij een kentekenplaat in zijn handen heeft. Ik zie dat hij de kentekenplaat die op de138 bus zit, los maakt en eraf haalt en met beide platen in zijn handen de loods weer in loopt. Ik zie dat de drie mannen rechts in de loods bezig zijn. […] Ik zie NN1 aan de linker voorzijde van de bus poets bewegingen maken. Ik zie dat hij zwarte handschoenen aan heeft. Dan loopt NN1 voor de bus langs en begint aan de andere zijde te poetsen. Ik zie NN2 de zijdeur van de bus openen. Ik zie dan NN2 ook handschoenen aan heeft. Ik zie [medeverdachte 2] naar de bus lopen en iets wat lijkt op touwen en of banden in de bus leggen. […] NN1 zit nog in de bus en is nu bezig met iets boven zijn hoofd en achter de zonneklep. […] Ik zie dat [medeverdachte 2] vanuit de loods weer het beeld in loopt. Hij heeft een kentekenplaat in zijn handen. Hij loopt naar de voorzijde van de bus. Ik zie de kenteken plaat op de bus monteert. Ik zie dat het kenteken [kenteken] is. Ik zie dat de drie mannen vervolgens nog enige tijd om en in de bus aan het werk zijn. […] Dan stapt NN2 achter het stuur in de bus en rijdt de loods uit.’139

Verbalisant [verbalisant 22] heeft de NN1 en NN2 mannen herkend en verklaart:

‘NN1 herken ik zonder meer als verdachte [medeverdachte 1] […]. Ik herken Jurjen [medeverdachte 1] aan zijn gezicht, zeer korte tot bijna kale haardracht en gespierd postuur.

NN2 herken ik zonder meer als verdachte [medeverdachte 3] […]. Ik herken [medeverdachte 3] aan zijn gezicht en enigszins gezet te postuur, met een zichtbaar 'buikje'.’140

Op 23 juni 2016 hebben verbalisanten geobserveerd en het volgende waargenomen.

‘16:07 uur: MOT (medewerker onderzoeksteam) gaf aan dat uit de loods, gevestigd [adres] te [woonplaats] een grijze bus van het merk Mercedes, type Sprinter voorzien van het kenteken [kenteken] kwam rijden. MOT gaf aan dat [verdachte] de bestuurder was en dat hij was gekleed in een groen shirt. MOT gaf aan dat de Mercedes [kenteken] met [verdachte] als bestuurder vertrok nadat de poort door [verdachte] was gesloten.

16:43 uur: Ik zag dat de Mercedes [kenteken] was geparkeerd op het Penningburg te Nieuwegein en dat [verdachte] , welke ik herkende als passagier rechts voorin een zwarte personenauto stapte. Ik zag dat dit een personenauto van het merk Audi, type A4 en voorzien

van het kenteken [kenteken] betrof. Wij zagen dat de Audi [kenteken] vervolgens vertrok. Ik, 894, zag dat [medeverdachte 2] , die ik herkende de bestuurder was.

16:13 uur: Ik zag dat een man, hierna te noemen NN1, een grijze bestelauto van het merk Opel, type Combo en voorzien van het kenteken [kenteken] parkeerde op de Penningburg te Nieuwegein. Vervolgens zag ik dat NN1 uitstapte en richting de Mercedes [kenteken] liep, welke op ongeveer 50 meter afstand stond, en als bestuurder instapte. Vervolgens zag ik dat de Mercedes [kenteken] vertrok.141

16:55 uur: Ik zag dat de Mercedes [kenteken] werd geparkeerd bij de Esso benzinepomp op de hoek Dukatenburg met de Batenburg te Nieuwegein. […]

17:05 uur: Wij zagen dat de Audi [kenteken] werd geparkeerd naast de Mercedes [kenteken] . Ik, T67, zag dat [medeverdachte 2] en [verdachte] , die ik beide herkende naar NN1 toeliepen. Ik zag dat de schuifdeur aan de rechterzijde van de Mercedes [kenteken] werd geopend. Vervolgens zag ik dat daar een jerrycan uitkwam. Ik zag dat deze jerrycan naar de bestuurderszijde van de bus werd gedragen. Na enkele minuten zag ik dat de jerrycan weer aan de rechterzijde van de Mercedes [kenteken] naar binnen ging.142

17:08 uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] en [verdachte] beiden in de Audi [kenteken] stapten en dat NN1 in de Mercedes [kenteken] stapte. Ik zag vervolgens dat beide voertuigen vertrokken.

[…]

17:29 uur: Ik zag dat de Mercedes [kenteken] werd geparkeerd op de Penningburg te Nieuwegein, naast de Opel [kenteken] . Ik zag dat NN1 uitstapte en de Mercedes [kenteken] afsloot. Ik zag dat hij met een witte doek de handgreep van het portier afveegde. Vervolgens

zag ik dat NN1 als bestuurder in de Opel [kenteken] stapte en hiermee vertrok.’143

Vervolgens is een camera-auto geplaatst op de Penningburg in Nieuwegein die opnames heeft gemaakt van de Mercedes Sprinter. Op deze beelden is het volgende te zien:

Op vrijdag 24 juni 2016 te 10.29 uur komt verdachte [verdachte] bij de Mercedes Sprinter die geparkeerd staat in een parkeervak op de Penningburg te Nieuwegein. Hij loopt eerst voor de auto langs met zijn telefoon in zijn hand. Daarna stapt hij in het rijdt hij weg.144

Om 13.48 uur komt het voertuig weer terug op de Penningburg te Nieuwegein. Op de Penningburg stapt [verdachte] weer uit.145 […]

Op maandag 27 juni 2016 om 15.23 komt er een manspersoon bij het voertuig. Ik herken deze man als zijnde verdachte [medeverdachte 3] […]. Opvallend is dat hij het portier opent met zijn mouw over zijn hand.146

26 juni 2016

Ik zag op de camerabeelden van het toegangshek dat er omstreeks 14:59 uur een Mercedes Benz Citan met kenteken [kenteken] het terrein op reed. Ik zag op de camerabeelden van het toegangshek dat omstreeks 15:49 uur [verdachte] , terwijl hij aan het roken was het hek opende en dat hij vervolgens als bestuurder in de Citan stapte. Ik zag dat er twee personen, waaronder [verdachte] , in de Citan zaten toen deze weg reed.147

Ik zag dat er omstreeks 22:43 uur een Volkswagen bij het hek aan kwam. Vanwege de lichtval was het kenteken van de VW niet leesbaar. Ik zag alleen dat het kenteken eindigde met een 2. Ik zag vanuit de VW 4 mannen uitstappen. Ik zag dat 2 mannen naar de loods liepen. De andere 2 mannen gingen weg met de VW. Ik herkende [verdachte] en [medeverdachte 3] . Ik zag dat [verdachte] en [medeverdachte 3] naar de loods liepen die in gebruik is bij de verdachten van het onderzoek. Ik zag omstreeks 23:01 uur dat een Audi met kenteken [kenteken] vanuit de loods kwam rijden en het terrein verliet.148

27 juni 2016

Op de camerabeelden van het hek zag ik omstreeks 07:33 uur een Audi A3 met een Duits kenteken [kenteken] . Ik zag dat [verdachte] uitstapte als bestuurder en het hek opende. Ik zag dat de Audi de loods in reed. Ik zag vervolgens dat vanuit de loods een onbekende man naar de [adres] liep en uit het beeld verdween. Ik zag dat [verdachte] de loods deur sloot en ook richting de [adres] liep en uit het beeld verdween.’149

Op grond van de bevelen tot stelselmatige observatie van de verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] , werd door het plaatsingsteam van de politie, de bestelbus Mercedes Sprinter voorzien van het kenteken; [kenteken] , voorzien van plaatsbepalingsapparatuur. 24-06-16 10:29:47 uur tot 13:32:20: [adres] [woonplaats] naar [adres] [woonplaats] .

24-06-16 13:32:20 tot 14:p04:13: van [adres] […] naar [adres] .150 […]

27-06-16 15:24:00 tot 15:26:09 uur: van Batauweg (vlakbij Dukatenburg) naar [adres] [woonplaats] .151 […]

15-07-16 14:38:24 uur tot 25-07-16 20:25:59 uur: voertuig staat stil te [woonplaats] .152 […]

Op 10 juni 2016 doet [aangever 6] aangifte van diefstal van zijn auto. Hij verklaart:

‘Ik ben eigenaar van een personenauto van het merk Audi, type A4 quatro, grijs van kleur, voorzien van kenteken [kenteken] . […] Op vrijdag 10 juni 2016 omstreeks 02:30 uur heb ik de personenauto nog geparkeerd zien staan aan de [adres] te [woonplaats] op de oprit van onze woning. […] Ik heb de personenauto afgesloten middels de daarvoor bestemde handzender en ik heb gecontroleerd dat de personenauto was afgesloten. Ik zag namelijk dat de lampen knipperden en dat de spiegels in klapten. Toen ik op vrijdag 10 juni 2016 omstreeks 07:30 uur de personenauto weer in gebruik wilde nemen zag ik dat deze door onbekende(n) was weggenomen.’153

In het onderzoek 032SMIT is een camera geplaatst op het toegangshek van een bedrijven terrein in [woonplaats] op de [adres] . Op de camerabeelden van vrijdag 10 juni 2016 ziet verbalisant [verbalisant 23] het volgende:154

‘Omstreeks 20:35 uur zag ik dat er een grijze Audi met kenteken [kenteken] het terrein op kwam rijden.155 […] Het tijdstip van de aangifte van de Audi was 10 juni 2016 omstreeks 07:59 uur. De waarneming van de Audi in [woonplaats] was 10 juni 2016 omstreeks 20:35 uur. Vanuit de loods waar de Audi in was gereden kwam omstreeks 21:38 uur een VW Golf met het kenteken [kenteken] . Ik zag dat de bestuurder van de VW Golf het hek opende. De VW Golf was het enige voertuig dat uit de loods was gekomen.’156

Op 11 oktober 2016 wordt een Audi met kenteken [kenteken] op de Albert van Dalsumlaan in Utrecht aangetroffen en in beslag genomen.157

Verbalisant [verbalisant 23] heeft de beelden van [woonplaats] van uitgekeken en hij verklaart daarover als volgt:

‘6 juli 2016

Ik zag op de camerabeelden van de loods dat omstreeks 14:49 uur een VW Transporter met kenteken [kenteken] op het terrein bij de loods deur kwam. De tenaamgestelde van de VW Transporter is [medeverdachte 4] . […] Ik zag dat twee mannen bij de loods deur bezig waren om de loods deur te openen. Ik zag dat de mannen dit probeerden met een langwerpig voorwerp gelijkend op een breekijzer. Ik herken de man met het witte T-shirt als [medeverdachte 4] .’158

Op 16 juli 2016 tussen 02:00-04:00 uur, heeft het observatieteam van de Politie Midden-Nederland ingekeken in een loods aan de [adres] te [woonplaats] . Op de camerabeelden is het volgende te zien:159

Het tweede voertuig is een zilvergrijze Audi S4 voorzien van het kenteken [kenteken] .160

Op 21 juni 2016 wordt door [aangever 7] namens [bedrijf 4] BV aangifte gedaan. Hij verklaart:

‘Ik ben geen (de rechtbank begrijpt: eigenaar) van een bedrijfsauto van het merk Mercedes, type 312 sprinter, Zilver van kleur, voorzien van kenteken [kenteken] . […] De bedrijfsauto staat op naam van [bedrijf 4] B.V. Op maandag 20 juni 2016 omstreeks 18:00 uur heb ik de bedrijfsauto nog zien staan aan de [adres] te [vestigingsplaats] . De bedrijfsauto stond geparkeerd op het eigen parkeerterrein, achter het hek. […] Mijn collega heeft de bedrijfsauto afgesloten middels de daarvoor bestemde handzender en hij heeft gecontroleerd dat de bedrijfsauto was afgesloten.161 Toen ik op dinsdag 21 juni 2016 omstreeks 15:00 uur de bedrijfsauto weer in gebruik wilde nemen zag ik dat deze door onbekende(n) was weggenomen.’162

Getuige [getuige 6] verklaart op 29 november 2016 over de verhuur van de loodsen aan de [adres] te [woonplaats] als volgt:

‘Vervolgens kreeg ik via de email contact met deze huurder genaamd [verdachte] . Deze [verdachte] heeft mij toen een kopie van zijn legitimatie bewijs opgestuurd waarna ik het contract heb opgesteld. [M] heeft het contract door [verdachte] laten ondertekenen en de sleutels overhandigd. Op een gegeven moment zag ik in mijn administratie dat de betaling van de huur van loods 3 gebeurde via een GWK, Grens Wissel Kantoor. Ik vond dit vreemd en had er geen goed gevoel over. […] Volgens mijn administratie is het huurcontract per 31 juli 2016 ontbonden. Hierbij overhandig ik u het huurcontract, de verstuurde nota's, betalingsbewijs en de email wisseling die ik met [verdachte] heb gehad.’163

Bevindingen opnemen vertrouwelijke communicatie [adres]

Tussen 11 oktober 2016 en 25 oktober 2016 werd in de woning [adres] te [woonplaats] een technisch hulpmiddel geplaatst om vertrouwelijke communicatie mee op te nemen. De geluidsregistraties zijn uitgewerkt door politiemedewerker [politiemedewerker] , […] haar dagelijks werkzaamheden bestaan uit het uitwerken van verhoren en OVC. Door verbalisant [verbalisant 21] zijn alle belastende gesprekken gerelateerd. Hij verklaart:

Take 56 12/10/16 22:25 uur

[E] = [E]

[F] = [F]

Uitwerking vanaf 81.00 minuten:

NN man: Hoeveel heb je daar?

[E] : dit is tien, en dit zijn NTV

NN man: zevenenveertig, tien, zevenenveertig, zeg maar, twaalfduizend, twaalfduizend NTV

(geluid van ritselende bankbiljetten.)

[E] : vierhonderd twintig briefjes, klopt vierhonderd twintig briefjes. […]

[E] : dit is allemaal [verdachte] zijn schuld.

NN man: Ja?

[E] : ja die gaat aan de grote klok hangen hoe het moet. NTV op een bepaalde manier, hij heeft wel even zitten vertellen hoe dat moet. Toen dacht iedereen van we maken er een hobby van.

NN man: mensen klagen NTV tienduizend of vijftienduizend NTV Dit gaat door die automaat. Zo die gaat door die automaat, […]

Take 338 23/11/16 om 12:49 uur

[E] = [E]

Volgens [E] is alles naar aanleiding van [verdachte] gekomen en niet van [medeverdachte 2] . [verdachte] is verraden bij de man van de gasflessen. In januari schijnt er iets gebeurd te zijn met een auto, toen is het onderzoek gestart bij [verdachte] en zo zijn ze bij de rest gekomen.

Take 998 15/10/16 15:30 uur

[E] : Ze zijn ook bij die garagebox geweest.

NN man: NTV ook twee auto's

[E] : NTV die Peugeot van [G] ,

NN man: die grijze,

[E] : hebben ze ook.

NN man: hoe weten ze dat het van hem is dan?

[E] : he?

NN man: weten ze dat hij van hem is? NTV

[E] : nog niet. Ja. In die garagebox, lag gasflessen. (fluistert)

Bevindingen [bedrijf 1]

[getuige 7] van bedrijf [bedrijf 1] verklaart op 12 april 2017 als volgt:

‘Ik heb wel eens een paar kentekenplaten gemaakt voor een collega, voor [medeverdachte 2] [vestigingsplaats] .164 […] Hij is de enige waar ik kentekenplaten voor heb gemaakt die wel eens niet zouden kunnen kloppen. […] Hij nam wel eens platen mee en die bedrukte ik dan voor hem met een nummer dat hij bij zich had. […] Hij is [medeverdachte 2] . [...] Hij heeft [bedrijf 2] in Nieuwegein. […]

V: Waar ken je [medeverdachte 2] van, hoe heb je hem leren kennen?

A: Ik had een klant, die klant heeft een zoon en daarmee was hij bevriend.

V: Wie was die klant?

A: [verdachte] . Dit is de zoon van de klant. De klant was Ronald [verdachte] . [medeverdachte 2] is bevriend met [verdachte] . […]

V: Hoe vaak is [medeverdachte 2] bij u geweest om platen te laten stansen?

A: Een keer of 30 denk ik.

V: In wat voor een periode?

A: Anderhalf jaar tijd.165 […]

[medeverdachte 2] kwam wel eens mee met [verdachte] . [medeverdachte 2] kwam ook wel eens alleen, ook [verdachte] komt wel eens alleen. […] [verdachte] ken ik als zoon van [H] . [verdachte] is een beunhaas in auto’s. Hij komt onderdelen kopen. Hij komt ongeveer eens in de twee weken.166 […]

V: Wat kreeg u voor het drukken van een kentekenplaat?

A: Een tientje per stuk. […]

V: Hoe verwerkte u dat tientje in de boekhouding?

A: Ik denk dat u begrijpt dat dat tientje niet in de boekhouding kwam. We haalde wel eens een broodje en dat werd er dan van betaald.167

V: De keren dat [medeverdachte 2] bij u kwam, ongeveer 30 keer, hij had een briefje bij zich met soms 5 en soms 1 kentekenplaat. Hij heeft dus in ieder geval meer dam 30 kentekenplaten laten stansen?

A: Ja […]

V: Hoeveel platen denkt u ongeveer gestanst te hebben voor [medeverdachte 2] ?

A: Het kunnen er 100. 150 zijn, ik durf het niet precies te zeggen. […] 168

V: Heeft [verdachte] u wel eens gevraagd iets voor hem te doen?

A: Ja, ik heb voor hem ook wel eens een paar plaatjes mee gemaakt. Ik drukte een geel bord met letters en cijfers erop. Zonder lamineercode of stempel. Zoiets van een aanhanger maar dan in het geel.169 […]

V: Waarom had u nog meer contact met [verdachte] ?

A: Auto materialen kopen.’170

‘Op 6 juli 2016 is op camerabeelden te zien dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] bij de loods komen aan de [adres] in [woonplaats] . […]

Aangezien er diverse telefoontaps liepen gedurende deze periode heb ik gekeken welke relevante informatie uit de tapgesprekken komt rondom 6 juli 2016. Hieruit bleek dat:

  • -

    [medeverdachte 2] , [verdachte] , [I] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] in de dagen rondom 6 juli 2016 regelmatig contact met elkaar hebben en elkaar ontmoeten. Dit betreft 4 juli 2016 tot en met 8 juli 2016.

  • -

    [verdachte] op 4 juli 2016 om 18.48 uur een berichtje krijgt van [medeverdachte 4] dat [medeverdachte 6] rare verhalen vertelt. Vermoedelijk gaat [verdachte] daarna naar [medeverdachte 5] toe.

  • -

    Er veel heimelijk wordt gesproken. Het gaat dan over 'dingen', 'die jongen' en 'we hebben het er zo wel over'.

  • -

    [medeverdachte 5] rondom 6 juli 2016 vaak met [verdachte] wil spreken en vaak onverwacht voor de deur staat. […]

  • -

    [verdachte] op 6 juli 2016 om15.37 uur spreekt met [medeverdachte 6] en vraagt wat [medeverdachte 6] gedaan heeft. Hierop zegt [medeverdachte 6] dat hij niet stil heeft gezeten.

  • -

    [verdachte] belt op 6 juli 2016 om 17.45 uur naar [J] en vraagt het nummer van de vriendin van [medeverdachte 6] . Hij heeft 'spek' nodig en het is belangrijk.

  • -

    [verdachte] belt op 6 juli 2016 om 17.51 uur met [medeverdachte 6] dat 'de grote kanker is uitgebroken. Jouw zwager is echt een kanker hypocriet pik'. [medeverdachte 6] komt gelijk naar [verdachte] toe.

  • -

    [verdachte] op 6 juli 2016 om 16.33 uur gebeld wordt door [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] wil weten waar ze afspreken.

7 juli 2016 heeft [verdachte] contact met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] over dingen die ze bij elkaar moeten afgeven.’171

Bewijsoverweging

Aan verdachte is onder feit 13 tenlastegelegd dat hij zich in de periode van 11 december 2015 tot en met 11 oktober 2016 schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie, die tot oogmerk had het plegen van verschillende soorten misdrijven, zoals opgesomd in de tenlastelegging.

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling terzake deelneming aan een criminele organisatie dient te worden vastgesteld dat sprake is geweest van een organisatie, dat die organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Voor een criminele organisatie moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband van tenminste twee personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet is vereist dat komt vast te staan dat verdachte heeft samengewerkt, althans bekend is geweest met alle personen die deel uitmaken van de organisatie. Evenmin is vereist dat verdachte wetenschap heeft van een of meer concrete misdrijven. Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van meer misdrijven, doch niet is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is. Voor de deelneming is van belang dat betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Deelneming impliceert opzet, dat wil zeggen dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op, het plegen van plofkraken op ING automaten bij filialen van de Albert Heijn en daarmee samenhangende delicten als opzetheling van voertuigen en het voeren van valse kentekens. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte vanaf maart 2016 de huurder is van de loods in [woonplaats] en hij ook degene was die geld overmaakte aan de verhuurder. Bij de loods wordt verdachte vanaf 23 mei 2016 meerdere malen in de week, soms zelfs dagelijks, gezien op camerabeelden. Hij is daar vaak samen met medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] uit het onderzoek 032Smit en steeds met wisselende auto’s. Van een aantal van deze voertuigen is gebleken dat deze van diefstal afkomstig zijn en op enig moment in de loods zijn voorzien van valse kentekenplaten. Dat ook verdachte betrokkenheid heeft bij het voeren van valse kentekenplaten, leidt de rechtbank af uit het feit dat getuige [getuige 7] verklaart dat verdachte alleen, en ook samen met een medeverdachte [medeverdachte 2] op een niet legale wijze kentekenplaten heeft laten drukken. Ten aanzien van de criminele organisatie is de rechtbank van oordeel dat de loods in [woonplaats] een uitvalsbasis was voor criminele activiteiten waar meerdere gestolen auto’s bij betrokken waren en valse kentekenplaten in omloop waren. Op de beelden wordt waargenomen dat de Mercedes Benz, type Sprinter, die tussen 20 juni en 21 juni is ontvreemd, op 21 juni 2016 de loods wordt ingereden en door [medeverdachte 2] voorzien wordt van de valse kentekenplaat [kenteken] . Verdachte rijdt twee dagen later als bestuurder weg van de loods met deze Mercedes Sprinter. Later op die dag wordt verdachte met deze auto gezien waaruit dan een jerrycan wordt gehaald en weer teruggezet. Tijdens een inkijk in de loods op 16 juli 2016 worden plofkraak gerelateerde goederen aangetroffen, zoals gereedschappen en voorwerpen om kraken te plegen, gasflessen en gasbranders en een lader voor meerdere portofoons. Bij enkele kraken kon via de beveiligingscamera’s worden vastgesteld dat de daders zichtbaar gebruik maakten van portofoons.

Wat betreft de rol van verdachte in de criminele organisatie betrekt de rechtbank ook de afgeluisterde gesprekken van [E] , de partner van verdachte [medeverdachte 2] . Uit deze gesprekken komt naar voren dat – zoals [E] dat zegt – [verdachte] heeft zitten vertellen hoe het moet en dat iedereen toen dacht, we maken onze hobby ervan. Ze vertelt verder dat [verdachte] is verraden door de man van de gasflessen en dat er iets schijnt te zijn gebeurd met een auto waarna een onderzoek is gestart bij [verdachte] en zo zijn ze bij de rest gekomen. De rechtbank maakt hieruit op dat van de criminele groep die zich bezighield met het plegen van delicten, verdachte degene is geweest die heeft verteld aan anderen hoe zij plofkraken moeten plegen en dat dat heeft geleid tot de aanhouding van verdachte en de medeverdachten.

Verder blijkt de deelname van verdachte aan de criminele organisatie uit de ten laste gelegde en in dit vonnis bewezenverklaarde plofkraak in Leersum op 30 juni 2016 (feit 10). Hierbij vermeldt de rechtbank dat rond de datum van 6 juli 2016 sprake is van intensief (telefonisch) contact over en weer tussen alle medeverdachten uit het onderzoek 032Smit en dat op 6 juli de Audi die betrokken was bij de kraak in Leersum door medeverdachte [medeverdachte 5] en [medeverdachte 5] wordt opgehaald uit de loods in [woonplaats] . Deze wordt overigens enige tijd later bij een plofkraak in Almere aangetroffen. Ook wijst de rechtbank op de in dit vonnis bewezenverklaarde plofkraak in Utrecht (feit 11), en de opzetheling van een VW Golf (feit 12) waar de betrokkenheid van verdachte uit volgt. De rechtbank leidt hieruit af dat de valse kentekens gebruikt werden voor het faciliteren van de gebruikte voertuigen bij de kraken. Nu de delicten in Leersum en Utrecht rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, waarbij ook de loods in [woonplaats] als uitvalsbasis wordt gebruikt, betrekt de rechtbank de bewijsmiddelen van deze feiten ook bij dit feit. Deze plofkraken en de opzetheling behoren dan ook naar het oordeel van de rechtbank tot het feitelijke en gewenste doel van de organisatie, waar verdachte aan heeft deelgenomen.

Voorts stelt de rechtbank vast dat het samenwerkingsverband tussen verdachte en de anderen een zekere duurzaamheid en structuur heeft gekend. De complexiteit van de gepleegde kraken vergt een sterke mate van organisatie, professionaliteit, planning en voorbereiding, te meer nu er snel gehandeld moet worden wil een plofkraak succesvol zijn, waarbij de duurzaamheid is gegeven.

Ter zitting heeft verdachte over dit feit niets willen verklaren. Uit zijn verklaringen bij de andere ten lastegelegde feiten maakt de rechtbank op dat de loods in [woonplaats] ook door andere mensen werd gebruikt, maar dat verdachte daar verder niets over wil zeggen. De rechtbank trekt uit voornoemde feiten en omstandigheden de conclusie dat de verdachte samen met anderen in de loods in [woonplaats] als uitvalsbasis, bezig waren met het voorbereiden en uitvoeren van de plofkraken en daarbij gebruik maakten van gestolen auto’s met door hen geregelde en gebruikte valse kentekenplaten.

Partiële vrijspraak

Uit de beelden van de loods bij [woonplaats] volgt dat er op 23 mei 2016 voor het eerst activiteit plaatsvindt met een inrijdende auto. De huurovereenkomst van verdachte voor deze loods is per 31 juli 2016 ontbonden. Daarna wordt verdachte niet meer waargenomen bij de andere uitvalsbases in Nieuwegein en [naam] in Utrecht. Ook anderszins is de rechtbank niet gebleken dat verdachte na laatstgenoemde datum betrokken is geweest bij de criminele organisatie. De rechtbank zal daarom als aanvangsdatum 23 mei 2016 nemen en als einddatum 31 juli 2016 voor de bewezenverklaring van deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank stelt aldus vast dat verdachte in de criminele organisatie heeft geopereerd in de periode van 23 mei 2016 tot en met 31 juli 2016. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van de periode die eerder en later ten laste is gelegd wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor deelname van verdachte aan de criminele organisatie. Voor betrokkenheid bij de diefstal auto’s zijn geen aanwijzingen in het dossier voor betrokkenheid van verdachte. Ook van dit onderdeel zal hij worden vrijgesproken.

Heling (feit 14)

Onder verwijzing naar voornoemde bewijsmiddelen en hetgeen is opgenomen in de bewijsoverweging, stelt de rechtbank vast dat in de loods in [woonplaats] meerdere gestolen voertuigen stonden. De gestolen Mercedes Sprinter is in de loods van verdachte voorzien van valse kentekenplaten en vast staat dat verdachte betrokken is bij de aanschaf van illegale kentekenplaten. Vervolgens rijdt verdachte twee dagen na de diefstal vanaf de loods weg met de Mercedes. Ook nadien is hij samen met anderen meerdere keren gezien met de Mercedes. Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden in hun onderlinge verband en samenhang, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte wist dat de Mercedes een door misdrijf verkregen goed betrof. De rechtbank is van oordeel dat de opzetheling wettig en overtuigend bewezen kan worden.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1: ram- en trekkraak [vestigingsplaats]

op 21 juli 2015 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de ING Bank in de Albert Heijn aan het [adres] een grote hoeveelheid geld te weten een geldbedrag van in totaal 67.010,00 euro, toebehorende aan de ING Bank N.V., heeft weggenomen en waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft en het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

feit 2: heling BMW [kenteken]

op één of meer tijdstippen in de periode van 20 juli 2015 tot en met 21 juli 2015 te Uithoorn, tezamen en in vereniging met anderen, een personenauto, merk BMW, type 3Er Reihe 320D origineel kenteken: [kenteken] en chassisnummer [chassisnummer] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde auto wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

feit 3: ram- en trekkraak [vestigingsplaats]

op 24 juli 2015 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de ING Bank in de Albert Heijn aan de [adres] een grote hoeveelheid geld te weten een geldbedrag van in totaal 32.190,00 euro, toebehorende aan de ING Bank N.V., heeft weggenomen en waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

feit 4: heling Opel Corsa [kenteken]

op 24 juli 2015 te Hilversum, tezamen en in vereniging met anderen, een personenauto, merk Opel, type Corsa origineel kenteken: [kenteken] en chassisnummer [chassisnummer] ) voorhanden heeft gehad terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde auto wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

feit 10: plofkraak [vestigingsplaats]

op 30 juni 2016 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door met behulp van een voorwerp de voorzetdeur van een geldautomaat van de ING Bank in de Albert Heijn aan de [adres] , te forceren en vervolgens in de kluisruimte van die geldautomaat een explosief gas(mengsel) te brengen en vervolgens dit gasmengsel tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de goederen in dat gebouw te duchten was

en

op 30 juni 2016 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de ING Bank in de Albert Heijn aan de [adres] , een grote hoeveelheid geld te weten een geldbedrag van in totaal 41.810,00 euro, toebehorende aan ING Bank N.V., heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot die geldautomaat en dat geld heeft verschaft en dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 11: plofkraak [vestigingsplaats]

op 28 juli 2016 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door met behulp van een voorwerp de voorzetdeur van een geldautomaat van de ING Bank in de Albert Heijn aan het [adres] , te forceren en vervolgens in de kluisruimte van die geldautomaat een explosief gasmengsel te brengen tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de goederen in dat gebouw te duchten was

en

op 28 juli 2016 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de ING Bank in de Albert Heijn aan het [adres] , een grote hoeveelheid geld te weten een geldbedrag van in

totaal 16.270,00 euro, toebehorende aan ING Bank N.V., heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot die geldautomaat en dat geld heeft verschaft en dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 12: heling Volkswagen Golf [kenteken]

op 28 juli 2016 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, een personenauto, merk Volkswagen, type Golf (origineel kenteken: [kenteken] en chassisnummer [chassisnummer] en vals kenteken [kenteken] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde auto wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

feit 13: criminele organisatie

in de periode van 23 mei 2016 tot en met 31 juli 2016 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten

- het tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen en plegen van diefstal door middel van braak (plofkraken op ING-automaten in filialen van Albert Heijn) en

- het tezamen en in vereniging met anderen plegen van opzetheling van voertuigen en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen voeren van valse kentekens als

bedoeld in artikel 41 eerste lid, onder c en/of d van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 14: heling Mercedes Sprinter [kenteken]

in de periode van 21 juni 2016 tot en met 31 juli 2016 te [woonplaats] en te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, een bestelbus, merk Mercedes-Benz, type Sprinter origineel kenteken: [kenteken] en chassisnummer [chassisnummer] en vals kenteken [kenteken] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde bestelbus wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1 en 3: telkens: medeplegen van diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

Ten aanzien van feit 2, 4, 12, en 14: telkens: medeplegen van opzetheling

Ten aanzien van feit 10 en 11: telkens:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

en

medeplegen van diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

Ten aanzien van feit 13: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de schorsing van voorlopige hechtenis bij vonnis met onmiddellijke ingang wordt opgeheven.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd. Verdachte heeft ruim negen maanden doorgebracht in detentie en vervolgens een geruime tijd een enkelband gedragen, wat een grote beperking op zijn vrijheid en privacy is geweest. Verdachte heeft geen relevante documentatie. De feiten zijn uit 2015 en 2016 en moeten in het toen geldende strafmaatkader geplaatst worden.

Ten aanzien van de voorlopige hechtenis heeft de raadsman verzocht om het verzoek van de officier van justitie af te wijzen. Er is geen sprake van recidivegevaar meer, gelet op het gedrag van verdachte tijdens zijn schorsing. Subsidiair zou de schorsing ook in januari opgeheven kunnen worden.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van twee ram/trekkraken te Uithoorn en Hilversum, twee plofkraken te Leersum en Utrecht en opzetheling van vier voertuigen. Door de kraken van de geldautomaten is grote schade ontstaan aan de automaten zelf en de inboedel van de winkel waarin deze automaat zich bevond. Hoewel de rechtbank het te duchten levensgevaar niet bewezen acht, behoeft het geen nadere uitleg dat een kraak in de voor de nachtrust bestemde uren, zeer veel onrust veroorzaakt voor omwonenden en andere gedupeerden. Door het plegen van deze kraken zijn grote geldbedragen buit gemaakt, wat laat zien dat verdachte slechts oog heeft gehad voor zijn eigen financiële positie. Bij deze kraken werd gebruik gemaakt van gestolen voertuigen met valse kentekenplaten.

De rechtbank houdt bij de straftoemeting rekening met de zeer professionele wijze waarop de kraken op grote schaal zijn voorbereid en gepleegd. Bij zowel de ram/trek- en plofkraken werden, om herkenning en het achter laten van sporen te voorkomen, bivakmutsen en handschoenen gedragen. De kraken werden binnen enkele minuten gepleegd waarbij sprake was van een doelgerichte samenwerking. Tot slot maakte de criminele organisatie gebruik van een ontmoetingsplek die gefaciliteerd werd door verdachte en waar gestolen voertuigen en kentekenplaten uitgewisseld werden en plofkraak gerelateerde goederen opgeslagen stonden. Verdachte heeft in deze organisatie een structurele rol gehad voor gedurende een periode, wat de rechtbank in strafverzwarende zin meeweegt. De professionaliteit, maar ook de brutaliteit die bij het plegen van dit soort feiten komt kijken, rekent de rechtbank de verdachte zeer aan.

Gelet op al het vorenstaande kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank heeft bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De persoon van de verdachte

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 oktober 2018, waaruit onder meer blijkt dat verdachte veelvuldig eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Verdachte is eerder tot onherroepelijke gevangenisstraffen veroordeeld. De onderhavige feiten zijn ook gepleegd in een proeftijd, verbonden aan twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.

De straf

Nu de rechtbank niet tot een volledige bewezenverklaring komt, zal zij afwijken van de eis van de officier van justitie. De rechtbank heeft daarbij gelet op de hoogte van de straffen die doorgaans voor dit soort delicten, gepleegd in georganiseerd crimineel verband, worden opgelegd. Uit de jurisprudentie volgt dat als uitgangspunt geldt dat voor een voltooide plofkraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee tot drie jaar wordt opgelegd. De rechtbank houdt daarnaast rekening met artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.

De redelijke termijn is aangevangen op de dag dat de verdachte in verzekering is gesteld, te weten op 11 oktober 2016. Het vonnis is uitgesproken op 20 december 2018. De procedure heeft in haar geheel beschouwd iets meer dan twee jaren geduurd. De rechtbank is van oordeel dat in deze fase geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, doordat de duur van de behandeling rechtvaardiging vindt in het zeer omvangrijke en complexe onderzoek en de door de verdediging ingediende onderzoekswensen.

Voorlopige hechtenis

Verdachte is met ingang van 13 juli 2017 geschorst. De onderliggende overwegingen hiertoe waren dat verdachte destijds geruime tijd in voorlopige hechtenis verbleef en de inhoudelijke behandeling pas in de loop van 2018 aan de orde zou zijn. Aan verdachte wordt nu een langere gevangenisstraf opgelegd dan zijn reeds ondergane voorarrest. Bij de beoordeling of de schorsing van zijn voorlopige hechtenis in dit geval moet worden opgeheven, dient de rechtbank de belangen van de samenleving en de veroordeelde af te wegen en na te gaan of deze opheffing geboden is. In dit geval wegen voor de rechtbank de strafvorderlijke belangen dat de voorlopige hechtenis weer komt te herleven zwaarder dan de persoonlijke belangen van de verdachte, met name gelet op de ernst van het bewezenverklaarde – zoals hiervoor toegelicht – en de gevangenisstraf waartoe dit heeft geleid. Dit betekent dat de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven en de detentie van verdachte weer herleeft.

9 BESLAG

9.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen als volgt gevorderd:

  • -

    F.12.01.011, XTC 1,5 pil, verboden bezit vernietigen

  • -

    F.12.02.005, Identiteitskaart [K] , ontvreemd retour rechthebbende

  • -

    F.12.02.006, Paspoort [L] , ontvreemd retour rechthebbende

  • -

    Fv1.01.010, Micro SD-kaart, ontvreemd verbeurdverklaren

9.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag.

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank beslist als volgt:

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten micro SD-kaart (Fv1.01.010), verbeurd verklaren. Dit voorwerp is door middel van een strafbare feit verkregen.

Teruggave aan de rechthebbende

De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • -

    Paspoort t.n.v. [K] (F.12.02.005) en;

  • -

    Identiteitskaart t.n.v. [L] (F.12.02.006);

aan degenen die redelijkerwijs als rechthebbenden van deze voorwerpen kunnen worden aangemerkt.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten 1,5 xtc-pil (F.12.01.011), onttrekken aan het verkeer, nu de wet de rechtbank niet de beslissingsbevoegdheid heeft gegeven om voorwerpen te vernietigen. Dit voorwerp is zodanig van aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Het voorwerp is bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feiten dan wel de feiten waarvan hij wordt verdacht aangetroffen. Het bezit van dit voorwerp is bij wet verboden.

10 BENADEELDE PARTIJ

Vordering van de benadeelde partij dhr. [A] namens de ING Bank N.V. (feit 1, 3, 7, 8, 10 en 11):

[A] heeft zich namens de ING Bank N.V. als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert in het gehele 032Smit onderzoek een bedrag € 770.567,-. Dit bedrag is in de volgende posten uitgesplitst per verdachte: herstel locatie (bijlage 1), vervangen automaat (bijlage 2), kosten nieuwe geldautomaat (bijlage 3), de buit (bijlage 4) en de afhandelingskosten van ING (bijlage 5).

Na optelling van de opgegeven schadeposten die op verdachte zien, stelt de rechtbank vast dat de vordering van ING Bank N.V. inzake verdachte een totaal bedrag van € 263.300,89 betreft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade ten gevolge van het aan verdachte onder feit 1, 3, 7, 8, 10 en 11 ten laste gelegde.

Dit bedrag bestaat uit € 16.819,05 voor herstel locatie, € 3.074,84 voor het vervangen van de automaat, € 74.787,- voor de kosten van een nieuwe geldautomaat, € 157.280,- voor de buit en € 11.340,- aan afhandelingskosten van ING.

10.1.

Het standpunt van de officier van justitie

Vordering van de benadeelde partij dhr. [A] namens de ING Bank N.V. (feit 1, 3, 7, 8, 10 en 11):

De officier van justitie acht de vordering redelijk en voor toewijzing vatbaar, nu deze is onderbouwd. De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing gevorderd. De officier van justitie vordert enkel en alleen de oplegging van de wettelijke rente. Nu het hier gaat om een groot concern, die voldoende mogelijkheden heeft om de schade op de verdachte te verhalen, is de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel niet op zijn plek.

10.2.

Het standpunt van de verdediging

Vordering van de benadeelde partij dhr. [A] namens de ING Bank N.V. (feit 1, 3, 7, 8, 10 en 11):

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld om de vordering niet ontvankelijk te verklaren, doordat een machtiging van dhr. [A] ontbreekt. De machtiging, die zich in het dossier bevindt, is geldig tot 24 juni 2017 terwijl de vordering in maart 2018 is ingediend. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de vordering niet ontvankelijk te verklaren, nu de vordering niet onderbouwd is, temeer gezien de onoverzichtelijke en onduidelijke gegevens en de omvang van de vordering. Ten aanzien van bijlage vier heeft de raadsman benoemd dat het onduidelijk is hoe deze berekend is.

10.3.

Het oordeel van de rechtbank

Vordering van de benadeelde partij dhr. [A] namens de ING Bank N.V. (feit 1, 3, 7, 8, 10 en 11):

Ontvankelijkheid

Door dhr. [A] is namens de ING Bank N.V. op 19 juni 2017 een eerste verzoek tot schadevergoeding ingediend. Aan deze vordering zat een volmacht gehecht van de ING Bank N.V., waarop vermeld staat dat dhr. [A] namens de ING Bank N.V. gevolmachtigd is om zich te voegen als benadeelde partij in een strafproces en haar belangen waar te nemen tijdens de (terecht)zittingen en haar daarbij te vertegenwoordigen, het woord te voeren en voorts te doen hetgeen dat in dit kader nuttig of noodzakelijk voorkomt. Op 11 september 2017 heeft de rechtbank de vragen, die door twee advocaten waren ingediend over het verzoek tot schadevergoeding, gestuurd naar dhr. [A] . Hij heeft op 3 oktober 2017 de antwoorden op deze vragen ingediend. Op 6 maart 2018 heeft dhr. [A] de vordering tot schadevergoeding vervangen, dan wel aangevuld. Ter terechtzitting op 8, 15 en 17 oktober 2018 is de vordering van de benadeelde partij behandeld.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu een stuk ontbreekt waaruit blijkt dat dhr. [A] gemachtigd is om namens ING Bank N.V. als benadeelde partij op te treden.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit bovengenoemde omstandigheden leidt de rechtbank af dat dhr. [A] in 2017 over een geldige volmacht beschikte en de ING Bank N.V. de wens had om haar schade op de daders te verhalen. Gesteld noch gebleken is dat in 2018 de wil bij de ING Bank N.V. ontbrak om haar schade op de daders te verhalen. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat dat de ING Bank N.V. ook in 2018 de schade op de daders wilde verhalen. De aanwezigheid van dhr. [A] op de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting wijst hier ook op.

Mede gelet op de omstandigheid dat er in 2017 wel een geldige machtiging was en mede in aanmerking genomen dat het voor de hand ligt dat de voeging strookt met de wensen van de benadeelde partij en dat elke aanwijzing die in dit opzicht aanleiding zou kunnen geven tot een ander oordeel ontbreekt, staat naar het oordeel van de rechtbank het ontbreken van een nieuwe schriftelijke volmacht redelijkerwijs niet in de weg aan de ontvankelijkheid van de benadeelde partij.

Het verweer wordt verworpen. De rechtbank oordeelt dat de ING Bank N.V. dan ook ontvangen kan worden in haar vordering.

Beoordeling verzoek tot schadevergoeding

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering van ING Bank N.V. niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De rechtbank is van oordeel dat enkel de schadepost buit, bijlage 4, voldoende onderbouwd en aannemelijk is gemaakt. De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor deze rechtstreekse schade.

De ING Bank N.V. heeft in vier zaaksdossiers (Uithoorn, Hilversum, Leersum en Utrecht), die aan verdachte ten laste zijn gelegd, buit gevorderd. De rechtbank zal de vordering van de ING Bank N.V. toewijzen hiervan en dit bedrag vaststellen op € 157.280,-. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 oktober 2016 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank zal uitgaan van de datum van aanhouding voor de berekening van de wettelijke rente en niet de datum van de respectievelijke ram-/plofkraak.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor wat betreft de schadeposten: herstel locatie (bijlage 1), vervangen automaat (bijlage 2), kosten nieuwe geldautomaat (bijlage 3) en de afhandelingskosten van ING (bijlage 5). Op deze onderdelen is gemotiveerd verweer gevoerd door de verdediging, waardoor nader bewijs hiervoor nodig zou zijn wat een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank merkt daarnaast op dat deze schadeposten onvoldoende duidelijk en onvoldoende onderbouwd zijn, doordat niet te herleiden valt welke specifieke factuur de schadeposten ondersteunen. Daarnaast is de vordering door zijn grote omvang niet eenvoudig van aard. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank is het met de officier van justitie eens, dat de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht niet passend en geboden is. De ING Bank N.V. is een vennootschap die zeer wel voor haar eigen belangen kan opkomen, zodat reeds om die reden oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege kan blijven.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 47, 57, 63, 140, 157, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 VORDERING TENUITVOERLEGGING

12.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van de eerder aan verdachte voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van twee weken.

12.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging.

12.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2015 (parketnummer 21/006360-14) is verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 2 weken. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten en om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.

13 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

 micro SD-kaart (Fv1.01.010);

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van het volgende voorwerp:

  • -

    paspoort t.n.v. [K] (F.12.02.005);

  • -

    identiteitskaart t.n.v. [L] (F.12.02.006);

- verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer:

 XTC 1,5 pil (F.12.01.011);

Ten aanzien van de feiten 1, 3, 7, 8, 10 en 11:

Benadeelde partij ING Bank N.V.

- wijst de vordering van de ING Bank N.V. gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 157.280,-;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan ING Bank N.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2016 tot de dag van volledige voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- verklaart ING Bank N.V. voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 21/006360-14

- wijst de vordering toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van de door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 17 maart 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. van den Boogaard, voorzitter, mrs. E.H.M. Druijf en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. I. Völkers en F.H. Batavier, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 december 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 21 juli 2015 te [vestigingsplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de ING Bank (in de Albert Heijn aan het [adres] ) een grote hoeveelheid geld (te weten een geldbedrag van in totaal 67.010,00 euro), geheel of ten dele toebehorende aan de ING Bank N.V., in elk geval aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen en waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

art 311 Wetboek van Strafrecht

Feit 2

hij op één of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 21 juli 2015 te Vleuten en/of te Uithoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto, merk BMW,

type 3Er Reihe 320D (origineel kenteken: [kenteken] en/of chassisnummer

[chassisnummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van voornoemde auto wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 3

hij op of omstreeks 24 juli 2015 te [vestigingsplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de ING Bank (in de Albert Heijn aan de [adres] ) een grote hoeveelheid geld (te weten een geldbedrag van in totaal 32.190,00 euro), geheel of ten dele toebehorende aan de ING Bank N.V., in elk geval aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen en waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

art 311 Wetboek van Strafrecht

Feit 4

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 juli 2015 tot en met 24

juli 2015 te Hilversum en/of te Nieuwegein, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto, merk Opel, type Corsa (origineel kenteken: [kenteken] en/of chassisnummer [chassisnummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde auto wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf!sub 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 5

hij op of omstreeks 27 augustus 2015 te [vestigingsplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de ING Bank (in de Albert Heijn aan de [adres] ) een grote hoeveelheid geld (te weten een geldbedrag van in totaal 28.580,00 euro), geheel of ten dele toebehorende aan de ING Bank N.V., in elk geval aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen en waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 311 Wetboek van Strafrecht

Feit 6

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 augustus 2015 tot en met 27 augustus 2015 te Soest en/of te Nieuwegein, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto, merk Opel, type Corsa (origineel kenteken: [kenteken] en/of chassisnummer [chassisnummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde auto wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof.

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 7

hij op of omstreeks 31 augustus 2015 te [vestigingsplaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de ING (in de Albert Heijn aan de [adres] ) weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan ING Bank N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar voornoemde Albert Heijn is gereden en/of gelopen en/of

- met een (voor)hamer één of meer ruit(en) van die Albert Heijn heeft ingeslagen en/of

- met (de achterzijde van) een (personen)auto (merk Volkswagen Golf, kenteken 34-JTV-

7) de pui van voornoemde Albert Heijn heeft geramd (ten gevolge waarvan een gat in die

pui ontstond) en/of

- ( vervolgens) door het aldus ontstane gat die Albert Heijn heeft betreden en/of

- ( vervolgens) met een breekijzer, althans een (breek)voorwerp, (de deur van) voornoemde geldautomaat heeft geforceerd en/of

- ( vervolgens) met een sleepkabel (die bevestigd zat aan voornoemde (personen)auto en die geldautomaat) heeft geprobeerd de kluisdeur van die geldautomaat open te trekken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid.

art 311 jo 45 Wetboek van Strafrecht

Feit 8

hij op of omstreeks 17 september 2015 te [vestigingsplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de ING Bank (in de Albert Heijn aan het [adres] ) een grote hoeveelheid geld (te weten een geldbedrag van in totaal 38.820,00 euro), geheel of ten dele toebehorende aan de ING Bank N.V., in elk geval aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen en waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking en/of inklimming.

art 311 Wetboek van Strafrecht

Feit 9

hij op één of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 13 september 2015 tot en

met 17 september 2015 te Nieuwegein en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto, merk BMW, type 1161 (origineel kenteken: [kenteken] en/of chassisnummer [chassisnummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde auto wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 10

hij op of omstreeks 30 juni 2016 te [vestigingsplaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door met behulp van een breekvoorwerp (de voorzetdeur van) een geldautomaat van de ING Bank (in de Albert Heijn aan de [adres] ), te forceren en/of (vervolgens) in (de kluisruimte van) die geldautomaat een explosief gas(mengsel) te brengen en/of (vervolgens) dit gas(mengsel) aan te steken en/of in brand te steken en/of tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of het gebouw waarin

die geldautomaat zich bevond en/of de goederen in dat gebouw en/of een of meer (flat)woning(en) (boven die Albert Heijn) en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar

lichamelijk letsel voor zich in die woning(en) bevindende perso(o)n(en), in elk geval

gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel voor een ander of anderen te duchten was

en/of

hij op of omstreeks 30 juni 2016 te [vestigingsplaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de ING Bank (in de Albert Heijn aan de [adres] ), een grote hoeveelheid geld (te weten een geldbedrag van in totaal 41.810,00 euro), geheel of ten dele toebehorende aan ING Bank N.V., althans aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot die geldautomaat en/of dat geld heeft verschaft en/of dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van

braak en/of verbreking en/of inklimming.

art 311 Wetboek van Strafrecht

art 157 Wetboek van Strafrecht

Feit 11

hij op of omstreeks 28 juli 2016 te [vestigingsplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door met behulp van een breekvoorwerp (de voorzetdeur van) een geldautomaat van de ING Bank (in de Albert Heijn aan het [adres] ), te forceren en/of (vervolgens) in (de kluisruimte van) die geldautomaat een explosief gas(mengsel) te brengen en/of (vervolgens) dit gastmengsel) aan te steken en/of in brand te steken en/of tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de goederen in dat gebouw en/of een of meer (flat)woning(en) (boven die Albert Heijn) en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in die woning(en) bevindende perso(o)n(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was

en / of

hij op of omstreeks 28 juli 2016 te [vestigingsplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de ING Bank (in de Albert Heijn aan het [adres] ), een grote hoeveelheid geld (te weten een geldbedrag van in

totaal 16.270,00 euro), geheel of ten dele toebehorende aan ING Bank N.V., althans aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot die geldautomaat en/of dat geld heeft verschaft en/of dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

art 311 Wetboek van Strafrecht

art 157 Wetboek van Strafrecht

Feit 12

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juni 2016 tot en met 28 juli 2016 te Utrecht en/of te Berlicum en/of te Kerkdriel , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto, merk Volkswagen, type Golf (origineel kenteken: [kenteken] en/of chassisnummer [chassisnummer] en/of vals kenteken [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde auto wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 4l7bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 13

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2015 tot en met 11 oktober 2016 te Utrecht en/of Nieuwegein en/of Kerkdriel , in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een Organisatie, welke Organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van diefstallen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming (ram- en/of trekkraken op ING-automaten in filialen vn Albert Heijn) en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk brand stichten en/of opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen en/of plegen van diefstal door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming (lans- en/of plofkraken op ING-automaten in filialen van Albert Heijn) en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van diefstallen van voertuigen en/of opzetheling van voertuigen en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen voeren van valse kentekens als bedoeld in artikel 41 eerste lid, onder c en/of d van de Wegenverkeerswet 1994.

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 14

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21juni 2016 tot en met 24 september 2016 te Harmelen en/of te Kerkdriel en/of te Nieuwegein en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een bestelbus, merk Mercedes-Benz, type Sprinter (origineel kenteken: [kenteken] en/of chassisnummer [chassisnummer] en/of vals kenteken [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde bestelbus wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 4l7bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 7 april 2017, genummerd PL0900-2016318697 Z D, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verschillende type dossiers zijn afzonderlijk genummerd en bovenaan de pagina voorzien van het betreffend paginanummer. Het gehele 032Smit einddossier bestaat uit: een Algemeen Dossier, per verdachte een Persoonsdossier, per zaak een Zaaksdossier, twee Criminele Organisatie dossiers en drie Forensische Dossiers. In alle volgende voetnoten zal achtereenvolgens aangegeven worden of het document een proces-verbaal betreft, in welk dossier het te vinden is en de betreffende paginanummer in dat dossier.

2 Proces-verbaal Omschrijving Modi Operandi ter zake onderzoek 032Smit van 7 april 2017, Algemeen Dossier, p. 000020 e.v.

3 Proces-verbaal inktonderzoek, Forensisch Dossier 3.01, p. 14 e.v.

4 Een geschrift te weten Review van rapportages van Applied DNA Services inzake toepassing van SigNature DNA Markers in geldcassettes van het NFI van 16 februari 2018.

5 Een geschrift te weten het Herzien rapport: 2e aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 19 juli 2018.

6 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , namens Albert Heijn te [vestigingsplaats] , 21 juli 2015, Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 201004.

7 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , namens Albert Heijn te [vestigingsplaats] , 21 juli 2015, Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 201005.

8 Een geschrift te weten een brief van de ING Bank N.V. van 17 augustus 2015, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201007.

9 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING Bank N.V. domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier Uithoorn, p. 201015.

10 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier Uithoorn, p. 201016.

11 Proces-verbaal van bevindingen van 25 juli 2015, Zaaksdossier Uithoorn p. 201023.

12 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 6 augustus 2015, Zaakdsdossier Uithoorn, p. 201030.

13 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 6 augustus 2015, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201031.

14 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 6 augustus 2015, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201032.

15 Proces-verbaal van aangifte van 21 juli 2015, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201027.

16 Proces-verbaal van aangifte van 21 juli 2015, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201028.

17 Een geschrift te weten een rapport van NFI opgesteld van 12 januari 2016, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201058.

18 Een geschrift te weten een rapport van NFI opgesteld van 12 januari 2016, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201059.

19 Een geschrift te weten een rapport van NFI opgesteld van 16 maart 2016, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201063.

20 Een geschrift te weten een rapport van NFI opgesteld van 16 maart 2016, Zaaksdossier Uithoorn, p. 201064.

21 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , namens Albert Heijn te [vestigingsplaats] , 17 augustus 2015, Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 202006.

22 Een geschrift te weten een brief van de ING van 17 augustus 2015, Zaaksdossier Hilversum, p. 202011.

23 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 202019.

24 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 202020.

25 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 30 juli 2015, Zaakdsdossier Hilversum, p. 202046.

26 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 30 juli 2015, Zaakdsdossier Hilversum, p. 202048.

27 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 30 juli 2015, Zaakdsdossier Hilversum, p. 202049.

28 Proces-verbaal van aangifte van 23 juli 2015, Zaakdsdossier Hilversum, p. 202025.

29 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 30 juli 2015, Zaakdsdossier Hilversum, p. 202073.

30 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 30 juli 2015, Zaakdsdossier Hilversum, p. 202074.

31 Een geschrift te weten een rapport van NFI opgesteld van 29 februari 2016, Zaaksdossier Hilversum, p. 202091.

32 Een geschrift te weten een rapport van NFI opgesteld van 29 februari 2016, Zaaksdossier Hilversum, p. 202092.

33 Een geschrift te weten een rapport van NFI opgesteld van 29 februari 2016, Zaaksdossier Hilversum, p. 202093.

34 Een geschrift te weten een rapport van NFI opgesteld van 29 februari 2016, Zaaksdossier Hilversum, p. 202094.

35 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, 11 oktober 2016, Persoonsdossier 1.02 [verdachte] , p. 102035.

36 Proces-verbaal van binnentreden in woning, 11 oktober 2016, Persoonsdossier 1.02 [verdachte] , p. 102037.

37 Proces-verbaal sporenonderzoek, 13 december 2016, Forensisch dossier 3.03, p. 061.

38 Proces-verbaal sporenonderzoek, 13 december 2016, Forensisch dossier 3.03, p. 062.

39 Proces-verbaal sporenonderzoek, 13 december 2016, Forensisch dossier 3.03, p. 063.

40 Proces-verbaal inktonderzoek, Forensisch dossier 3.01, p. 015.

41 Proces-verbaal inktonderzoek, Forensisch dossier 3.01, p. 046.

42 Proces-verbaal inktonderzoek, Forensisch dossier 3.01, p. 046.

43 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster 2] namens Albert Heijn, 30 juni 2018, Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 208007.

44 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster 2] namens Albert Heijn, 30 juni 2018, Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 208007.

45 Proces-verbaal van bevindingen, 30 juni 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208072.

46 Een geschrift te weten een brief van de ING van 28 juli 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208009.

47 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 2080016.

48 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 2080017.

49 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier [vestigingsplaats] , p. 2080018.

50 Proces-verbaal van de getuige [getuige 1] , 30 juni 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208021.

51 Proces-verbaal van de getuige [getuige 1] , 30 juni 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208022.

52 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , 30 juni 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 20824.

53 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , 30 juni 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 20825.

54 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 12 juli 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208031.

55 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 12 juli 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208031.

56 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 12 juli 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208032.

57 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 12 juli 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208033.

58 Een geschrift te weten Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van het NFI van 13 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208047.

59 Een geschrift te weten Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van het NFI van 13 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208047.

60 Een geschrift te weten Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van het NFI van 13 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208049.

61 Proces-verbaal bevindingen van camerabeelden [woonplaats] , Algemeen Dossier, p. 000059.

62 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] van 2 december 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220342.

63 Proces-verbaal van bevindingen ivm huur loods [woonplaats] door [verdachte] , Algemeen Dossier, p. 000043.

64 De verklaring van verdachte afgelegd te terechtzitting d.d. 8 oktober 2018.

65 Proces-verbaal van bevindingen herkenning [verdachte] , [medeverdachte 6] en [I] , 4 juli 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208081.

66 Proces-verbaal van bevindingen herkenning [verdachte] , [medeverdachte 6] en [I] , 4 juli 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208083.

67 Proces-verbaal uitkijken beelden [woonplaats] 30 juni 2016, 4 juli 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208086.

68 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 oktober 2018.

69 Proces-verbaal van bevindingen zwarte Audi RS3 [kenteken] (vals), 5 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208099.

70 Proces-verbaal van bevindingen zwarte Audi RS3 [kenteken] (vals), 5 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208100.

71 Proces-verbaal van bevindingen zwarte Audi RS3 [kenteken] (vals), 5 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208101.

72 Proces-verbaal sporenonderzoek in en aan Audi, 3 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208110.

73 Proces-verbaal sporenonderzoek in en aan Audi, 3 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208110.

74 Proces-verbaal sporenonderzoek in en aan Audi, 3 september 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208115.

75 Een geschrift te weten Rapport vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van een plofkraak in Almere op 28 juli 2016 van het NFI van 20 december 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208130.

76 Een geschrift te weten Rapport vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van een plofkraak in Almere op 28 juli 2016 van het NFI van 20 december 2016, Zaaksdossier Leersum, p. 208135.

77 Een geschrift te weten het Herzien rapport: 2e aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 19 juli 2018, pagina 1 van 34.

78 Een geschrift te weten het Herzien rapport: 2e aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 19 juli 2018, pagina 7 van 34.

79 Een geschrift te weten het Herzien rapport: 2e aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 19 juli 2018, pagina 9 van 34.

80 Een geschrift te weten het Herzien rapport: 2e aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 19 juli 2018, pagina 15 van 34.

81 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, 11 oktober 2016, Persoonsdossier 1.02 [verdachte] , p. 102035.

82 Proces-verbaal van binnentreden in woning, 11 oktober 2016, Persoonsdossier 1.02 [verdachte] , p. 102037.

83 Proces-verbaal sporenonderzoek, 13 december 2016, Forensisch dossier 3.03, p. 061.

84 Proces-verbaal herverpakken sporendragers, Forensisch Dossier 3.03, p. 072.

85 Een geschrift te weten het Aanvullend onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 14 maart 2017, Forensisch Dossier, p. 071.

86 Een geschrift te weten het Aanvullend onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 14 maart 2017, Forensisch Dossier, p. 074.

87 Een geschrift te weten het Aanvullend onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 14 maart 2017, Forensisch Dossier, p. 078.

88 Een geschrift te weten het Herzien rapport: 2e aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 19 juli 2018, pagina 1 van 34.

89 Een geschrift te weten het Herzien rapport: 2e aanvullende onderzoek: Vergelijking van aangetroffen glasdeeltjes in TGO 032SMIT met glasdatabank van ram- en plofkraken van het NFI van 19 juli 2018, pagina 11 van 34.

90 Proces-verbaal van aangifte [aangever 4] namens Albert Heijn, 28 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211007.

91 Proces-verbaal van aangifte [aangever 4] namens Albert Heijn, 28 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211008.

92 Proces-verbaal van aangifte [A] namens ING Bank N.V., 9 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211023.

93 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 2110032.

94 Een geschrift te weten Rapport onderzoek incident ING domein opgesteld door [A] , Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 2110034.

95 Een geschrift te weten Rapport beelden Utrecht, 21 oktober 2016, Zaaksdossier Utrecht Fritsgeraldplein, p. 211040.

96 Proces-verbaal sporenonderzoek, 29 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211060.

97 Proces-verbaal sporenonderzoek, 29 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211062.

98 Proces-verbaal sporenonderzoek, 29 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211063.

99 Proces-verbaal van bevindingen, 28 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht Fitzgeraldplein, p. 21147.

100 Proces-verbaal van bevindingen, 28 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht Fitzgeraldplein, p. 21147.

101 Proces-verbaal van bevindingen verhoor getuige [getuige 4] , 31 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211115.

102 Proces-verbaal van bevindingen verhoor getuige [getuige 4] , 31 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211115.

103 Proces-verbaal van bevindingen verhoor getuige [getuige 4] , 31 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211116.

104 Proces-verbaal van verhoor getuige, 29 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211120.

105 Proces-verbaal van verhoor getuige, 29 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211121.

106 Proces-verbaal van bevindingen, 28 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211055.

107 Proces-verbaal van bevindingen, 28 juli 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211059.

108 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 6 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211081.

109 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 6 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211081.

110 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 6 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211107 en p. 211108.

111 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 6 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211082.

112 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 6 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211084.

113 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 6 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211085.

114 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 6 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211086.

115 Proces-verbaal van sporenonderzoek, 6 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211089.

116 Proces-verbaal inktonderzoek, Forensisch dossier 3.01, p. 015.

117 Proces-verbaal inktonderzoek, Forensisch dossier 3.01, p. 025.

118 Proces-verbaal inktonderzoek, Forensisch dossier 3.01, p. 024.

119 Proces-verbaal inktonderzoek, Forensisch dossier 3.01, p. 025.

120 Een geschrift te weten Rapport vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van een plofkraak te Utrecht op 28 juli 2016 van het NFI van 15 november 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211149.

121 Proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] namens Leaseplan Nederland N.V., 9 juni 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211143.

122 Proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] namens Leaseplan Nederland N.V., 9 juni 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211144.

123 Een geschrift te weten Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een diefstal gepleegd in Utrecht op 28 juli 2016 van het NFI, 17 oktober 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211135.

124 Een geschrift te weten Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een diefstal gepleegd in Utrecht op 28 juli 2016 van het NFI, 17 oktober 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211136.

125 Proces-verbaal van bevindingen loods [woonplaats] , 2 augustus 2016, Algemeen Dossier, p. 000193.

126 Proces-verbaal van bevindingen loods [woonplaats] , 2 augustus 2016, Algemeen Dossier, p. 000211.

127 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] van 2 december 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220342.

128 Proces-verbaal van bevindingen ivm huur loods [woonplaats] door [verdachte] , Algemeen Dossier, p. 000043.

129 De verklaring van verdachte afgelegd te terechtzitting d.d. 8 oktober 2018.

130 Proces-verbaal van 18 oktober 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211131.

131 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek gasmeters, 8 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211127.

132 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek gasmeters, 8 augustus 2016, Zaaksdossier Utrecht [adres] , p. 211128.

133 Proces-verbaal Uitwerking OVC [adres] , Algemeen Dossier, p. 000275.

134 Proces-verbaal Uitwerking OVC [adres] , Algemeen Dossier, p. 000284.

135 Proces-verbaal beelden [woonplaats] 9 juni 106, Zaaksdossier [adres] , p. 211133.

136 Proces-verbaal beelden [woonplaats] 9 juni 106, Zaaksdossier [adres] , p. 211134.

137 Proces-verbaal bevindingen van camerabeelden [woonplaats] , Algemeen Dossier, p. 000060.

138 Proces-verbaal uitkijken beelden [woonplaats] 22 juni 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220424.

139 Proces-verbaal uitkijken beelden [woonplaats] 22 juni 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220425.

140 Proces-verbaal herkenning personen [woonplaats] 22 juni 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220435.

141 Proces-verbaal van observatie donderdag 23 juni 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220439.

142 Proces-verbaal van observatie donderdag 23 juni 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220440.

143 Proces-verbaal van observatie donderdag 23 juni 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220441.

144 Proces-verbaal bevindingen videovoertuig Penningburg Nieuwegein, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220443.

145 Proces-verbaal bevindingen videovoertuig Penningburg Nieuwegein, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220445.

146 Proces-verbaal bevindingen videovoertuig Penningburg Nieuwegein, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220447.

147 Proces-verbaal bevindingen van camerabeelden [woonplaats] , Algemeen Dossier, p. 000101.

148 Proces-verbaal bevindingen van camerabeelden [woonplaats] , Algemeen Dossier, p. 000102.

149 Proces-verbaal bevindingen van camerabeelden [woonplaats] , Algemeen Dossier, p. 000103.

150 Proces-verbaal uitwerking OVC + baken Mercedes Sprinter, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 456.

151 Proces-verbaal uitwerking OVC + baken Mercedes Sprinter, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 457.

152 Proces-verbaal uitwerking OVC + baken Mercedes Sprinter, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 458.

153 Proces-verbaal van aangifte door [aangever 6] , 10 juni 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220400.

154 Proces-verbaal van bevindingen aankomst originele Audi [kenteken] , Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220395.

155 Proces-verbaal van bevindingen aankomst originele Audi [kenteken] , Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220395.

156 Proces-verbaal van bevindingen aankomst originele Audi [kenteken] , Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 2, p. 220398.

157 Proces-verbaal van relaas van 27 mei 2017, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p 22018.

158 Proces-verbaal bevindingen van camerabeelden [woonplaats] , Algemeen Dossier, p. 000108.

159 Proces-verbaal bevindingen loods [woonplaats] , 2 augustus 2016, Algemeen dossier, p. 193.

160 Proces-verbaal bevindingen loods [woonplaats] , 2 augustus 2016, Algemeen dossier, p. 216.

161 Proces-verbaal van aangifte door [aangever 7] namens [bedrijf 4] BV, Zaaksdossier Criminele organisatie, p. 220436.

162 Proces-verbaal van aangifte door [aangever 7] namens [bedrijf 4] BV, Zaaksdossier Criminele organisatie, p. 220437.

163 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] van 2 december 2016, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220342.

164 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] van 12 april 2017, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220377.

165 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] van 12 april 2017, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220378.

166 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] van 12 april 2017, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220379.

167 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] van 12 april 2017, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220379.

168 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] van 12 april 2017, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220380.

169 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] van 12 april 2017, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220383.

170 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] van 12 april 2017, Zaaksdossier Criminele organisatie, ordner 1, p. 220385.

171 Proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2016, Zaaksdossier Criminele Organisatie, ordner 1, p. 220306.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.