Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBMNE:2022:4047

Rechtbank Midden-Nederland
07-09-2022
02-01-2023
9509127 UC EXPL 21-7525
Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Koopovereenkomst tweedehands auto tussen twee particulieren; kilometerstand blijkt teruggedraaid; non-conformiteit en dwaling; hoofdzaak en vrijwaring.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

Vonnis van 7 september 2022

In de hoofdzaak met zaaknummer: 9509127 UC EXPL 21-7525 aw/1370

[procesdeelneemster I] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verder ook te noemen: [procesdeelneemster I] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. S. Meeuwsen,

tegen:

[procesdeelneemster II] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

verder ook te noemen: [procesdeelneemster II] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. G.W. Boogaard,

en in de vrijwaring met zaaknummer: 9674584 UC EXPL 22-1000 aw/1370

[procesdeelneemster II] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

verder ook te noemen: [procesdeelneemster II] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. G.W. Boogaard,

tegen:

[procesdeelnemer III] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

gedaagde partij,

verder ook te noemen: [procesdeelnemer III] ,

gemachtigde: mr. H. Sala.

1 Het verloop van de procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaring

Hoe de procedures zijn verlopen, blijkt uit het volgende:

  • -

    de dagvaarding in de hoofdzaak met 3 producties is op 18 oktober 2021 bij [procesdeelneemster II] bezorgd,

  • -

    [procesdeelneemster II] heeft een incident tot oproeping in vrijwaring ingediend,

  • -

    [procesdeelneemster I] heeft schriftelijk op dat incident gereageerd,

  • -

    bij vonnis in het incident van 26 januari 2022 heeft de kantonrechter toegestaan dat [procesdeelneemster II] [procesdeelnemer III] in vrijwaring laat dagvaarden tegen de roldatum 23 februari 2022 en de hoofdzaak verwezen naar die roldatum voor de conclusie van antwoord in de hoofdzaak,

  • -

    [procesdeelneemster II] heeft daarna in de hoofdzaak voor antwoord geconcludeerd en [procesdeelnemer III] in vrijwaring opgeroepen bij dagvaarding van 3 februari 2022. Bij die dagvaarding zijn 7 producties gevoegd,

  • -

    [procesdeelnemer III] heeft schriftelijk op de dagvaarding in vrijwaring gereageerd (conclusie van antwoord),

  • -

    [procesdeelneemster II] heeft haar eis in vrijwaring gewijzigd bij akte ontvangen op 1 juni 2022,

  • -

    [procesdeelneemster I] heeft in de hoofdzaak productie 4 nagezonden,

  • -

    de mondelinge behandeling van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak heeft gelijktijdig plaatsgevonden op 11 augustus 2022. Verschenen zijn: mevrouw [procesdeelneemster I] , vergezeld van haar gemachtigde mr. Meeuwsen, mevrouw [procesdeelneemster II] , vergezeld van haar gemachtigde mr. Boogaard. De heer [procesdeelnemer III] heeft de zitting bijgewoond via Teams, wegens verblijf in het buitenland. Zijn gemachtigde mr. Sala is fysiek ter zitting aanwezig geweest. Van wat er ter zitting is besproken heeft de griffier aantekening gemaakt. [procesdeelneemster II] heeft bevestigd dat haar verklaringen ter zitting kunnen worden geacht te zijn gedaan zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaringszaak. Aan het slot van de zitting heeft de kantonrechter meegedeeld dat er zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaring vonnis zal worden gewezen op 7 september 2022.

2 De feiten in de hoofdzaak en in de vrijwaring

2.1.

[procesdeelneemster II] heeft op 7 maart 2021 van [procesdeelnemer III] gekocht de auto Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) voor een bedrag van € 3.850,00. Zij is in contact gekomen met [procesdeelnemer III] doordat zij heeft gereageerd op zijn advertentie op Facebook, waarin hij de auto aanbood onder de naam “ [naam] ” en met de aanhef: “Volkswagen Polo 1.2 TDI 2012 KM142XXX”. Voorafgaand aan de bezichtiging van de auto heeft [procesdeelneemster II] via Facebook aan [procesdeelnemer III] gevraagd: “Is de km stand nap?” (bedoeld is: Nationale autopas, toevoeging kantonrechter) waarop hij heeft gereageerd met: “Ja”. Tijdens de bezichtiging heeft [procesdeelneemster II] van [procesdeelnemer III] een RDW voertuigrapport van de auto ontvangen, waarop als laatst geregistreerde tellerstand is vermeld: 134.862, met als registratiedatum 05-10-2020. Die kilometerstand is volgens dat rapport door de RDW als “logisch” aangemerkt.

2.2.

Op 4 mei 2021 heeft [procesdeelneemster II] de auto verkocht aan [procesdeelneemster I] voor een koopprijs van € 4.750,00.

2.3.

[procesdeelneemster I] heeft de auto op 10 juni 2021 APK laten keuren. De kilometerteller in de auto vermelde op dat moment: 152.283. Uit het bij die keuring opgevraagde RDW voertuigrapport is gebleken dat de geregistreerde kilometerstand van de auto op 24 december 2020 355.992 bedroeg. De RDW beoordeelt de op 10 juni 2021 door of namens [procesdeelneemster I] geregistreerde tellerstand van 152.283 daarom als “onlogisch”.

2.4.

Vervolgens heeft [procesdeelneemster I] [procesdeelneemster II] aangesproken op non-conformiteit dan wel wederzijdse dwaling en heeft zij [procesdeelneemster II] gevraagd de koopsom terug te betalen en mee te werken aan teruglevering van de auto. [procesdeelneemster II] heeft dat geweigerd. [procesdeelneemster II] heeft na ontvangst van de dagvaarding [procesdeelnemer III] aangesproken op non-conformiteit en dwaling en zij heeft van hem gevraagd de auto terug te nemen en de koopsom terug te betalen. [procesdeelnemer III] heeft dat niet gedaan.

3 De vorderingen en het verweer in de hoofdzaak

3.1.

[procesdeelneemster I] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [procesdeelneemster II] zal veroordelen om aan haar € 5.350,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.750,00 vanaf 1 september 2021 tot de voldoening;

  2. [procesdeelneemster II] zal veroordelen om haar medewerking te verlenen aan de teruggave van de auto aan [procesdeelneemster II] en aan de overschrijving van het kentekenbewijs op naam van [procesdeelneemster II] , op straffe van een dwangsom;

  3. (naar de kantonrechter begrijpt:) de kantonrechter vervangende toestemming zal verlenen voor de teruggave door [procesdeelneemster I] van de auto, zodra het verlenen van medewerking door [procesdeelneemster II] uitblijft;

  4. [procesdeelneemster II] in de proceskosten en nakosten te veroordelen.

3.2.

[procesdeelneemster I] legt aan haar vorderingen – samengevat – ten grondslag dat de auto die zij van [procesdeelneemster II] heeft gekocht non-conform is wegens de teruggedraaide kilometerstand. Zij heeft de koopovereenkomst daarom bij brief aan [procesdeelneemster I] van 18 augustus 2021 ontbonden. Subsidiair stelt zij het recht heeft de koopovereenkomst te vernietigen op grond van wederzijdse dwaling.

3.3.

[procesdeelneemster II] voert als verweer – kort gezegd – aan dat zij geen professionele autoverkoper is en dat zij er bij de verkoop aan [procesdeelneemster I] niet van op de hoogte was dat de kilometerstand zou zijn teruggedraaid. [procesdeelneemster I] heeft bij de aankoop van de auto de kilometerstand ook niet ter sprake gebracht. Van non-conformiteit is daarom geen sprake. Voor het geval de kantonrechter oordeelt dat [procesdeelneemster I] wel recht heeft op ontbinding van de koopovereenkomst, dan vereisen de redelijkheid en billijkheid dat [procesdeelneemster I] aan haar een vergoeding betaalt voor het gebruik in de periode van aankoop tot levering, die in mindering strekt op de terug te betalen koopsom. [procesdeelneemster II] vraagt de kantonrechter om de vorderingen van [procesdeelneemster I] af te wijzen en haar te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en die veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De vorderingen en het verweer in vrijwaring

4.1.

[procesdeelneemster II] vordert – na wijziging van eis - dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [procesdeelnemer III] zal veroordelen om aan haar te betalen al datgene waartoe zij als gedaagde ingevolge het vonnis in de hoofdzaak ten gunste van [procesdeelneemster I] mocht worden veroordeeld, met inbegrip van een kostenveroordeling,

  2. [procesdeelnemer III] zal veroordelen om binnen 2 dagen na betekening van het te wijzen vonnis de auto van haar terug te nemen als zij ingevolge het vonnis in de hoofdzaak daartoe ten gunste van [procesdeelneemster I] mocht worden veroordeeld, op straffe van een dwangsom;

  3. vervangende toestemming zal verlenen voor de overschrijving van het kentekenbewijs op naam van [procesdeelnemer III] wanneer hij bij het bereiken van het maximale bedrag van de dwangsom bij voortduring in gebreke blijft aan de veroordeling tot terugname van de auto en overschrijving van het kentekenbewijs op zijn naam te voldoen;

  4. [procesdeelnemer III] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

[procesdeelneemster II] legt aan haar vorderingen – samengevat – ten grondslag dat de auto die zij van [procesdeelnemer III] heeft gekocht en die zij inmiddels heeft doorverkocht aan [procesdeelneemster I] , non-conform is omdat de kilometerstand op de kilometerteller blijkt te zijn teruggedraaid. Bij brief aan [procesdeelnemer III] van 8 november 2021 heeft zij de koopovereenkomst ontbonden wegens non-conformiteit dan wel vernietigd wegens dwaling. Zij eist terugbetaling van de koopsom en terugname door [procesdeelnemer III] van de auto, als zij in de hoofdzaak daartoe jegens [procesdeelneemster I] zou worden veroordeeld. Zij betwist dat [procesdeelnemer III] voor het sluiten van de koopovereenkomst tegen haar heeft gezegd dat de kilometerstand was teruggedraaid.

4.3.

[procesdeelnemer III] erkent dat de kilometerstand van de auto is teruggedraaid (volgens hem door een vorige eigenaar) en dat hij dat wist ten tijde van de verkoop van de auto aan [procesdeelneemster II] , maar hij stelt dat hij [procesdeelneemster II] daarvan mondeling op de hoogte heeft gebracht vóór het sluiten van de koopovereenkomst. Hij concludeert daarom tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [procesdeelneemster II] in de proces- en nakosten met de wettelijke rente daarover. Daarnaast vraagt hij de kantonrechter om [procesdeelneemster II] te veroordelen de eigen bijdrage van € 156,00 die hij voor de verkregen rechtsbijstand moet betalen aan hem te vergoeden en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

5 De beoordeling in de hoofdzaak

Non-conformiteit

5.1.

Artikel 7:17 BW bepaalt dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Op grond van lid 2 van dat artikel beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst als deze niet de eigenschappen bezit die de koper, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Wat de koper mag verwachten, wordt beheerst door de vraag in hoeverre de verkoper een mededelings- of onderzoeksplicht heeft geschonden en of de koper een onderzoeksplicht heeft verzaakt. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

5.2.

Vooropgesteld wordt dat [procesdeelneemster II] geen professionele autoverkoper is. Het gaat om een koop tussen twee particulieren. Verder is het algemeen bekend dat met name bij tweedehands auto’s het risico bestaat dat de kilometerstand op de teller blijkt te zijn teruggedraaid. Volgens vaste jurisprudentie mocht [procesdeelneemster I] er onder die omstandigheden niet zonder meer vanuit gaan dat de kilometerstand zoals deze te zien was op de kilometerteller in de auto op het moment van de koop, correct was. Zij heeft niet betwist dat de kilometerstand van de auto helemaal niet ter sprake is gekomen voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst en dat zij [procesdeelneemster II] daarnaar niet heeft gevraagd. Zij heeft daarom niet mogen verwachten dat de kilometerstand zoals deze zichtbaar was op de kilometerteller, juist was.

5.3.

Dat [procesdeelneemster II] niet aan haar mededelingsplicht zou hebben voldaan omdat zij wist of had moeten weten dat de kilometerteller was teruggedraaid en zij dat voor [procesdeelneemster I] heeft verzwegen, zoals [procesdeelneemster I] heeft aangevoerd, is in rechte niet komen vast te staan. Uit de Facebook-correspondentie die is gevoerd tussen [procesdeelneemster II] en [procesdeelnemer III] , van wie zij de auto twee maanden eerder had gekocht, blijkt namelijk dat [procesdeelneemster II] al voor de bezichtiging van de auto bij [procesdeelnemer III] specifiek heeft geïnformeerd naar de betrouwbaarheid van de kilometerstand en dat hij aan haar heeft bevestigd dat deze “NAP” is. Bij de bezichtiging heeft zij van hem het RDW voertuigrapport ontvangen met daarop de laatst geregistreerde kilometerstand en die stand was, gelet op de kilometerstand die zij toen op de kilometerteller in de auto heeft gezien, niet onlogisch. Er bestond voor [procesdeelneemster II] op dat moment geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de kilometerstand zoals deze op de teller zichtbaar was. [procesdeelneemster I] heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat [procesdeelneemster II] twee maanden later, bij de verkoop van de auto, wist of had moeten weten dat de stand op de kilometerteller niet juist was. Uit het feit dat zij aan [procesdeelneemster I] het (naar later is gebleken, kennelijk vervalste) RDW-voertuigrapport heeft verstrekt dat zij zelf twee maanden eerder van [procesdeelnemer III] had ontvangen, kan niet worden afgeleid dat zij op het moment van de verkoop van de auto aan [procesdeelneemster I] wist dat de kilometerstand van de auto was teruggedraaid.

5.4.

De conclusie is dat [procesdeelneemster I] niet het recht had de koopovereenkomst te ontbinden wegens non-conformiteit.

Wederzijdse dwaling

5.5.

Omdat [procesdeelneemster I] haar onderzoeksplicht niet is ingekomen, komt haar ook geen beroep toe op vernietiging van de koopovereenkomst wegens wederzijdse dwaling. De dwaling komt in dat geval namelijk voor haar rekening en risico.

Conclusie

5.6.

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen moeten de vorderingen van [procesdeelneemster I] worden afgewezen.

Proceskosten

5.7.

[procesdeelneemster I] heeft ongelijk gekregen. Zij wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dat betekent dat zij de eigen proceskosten draagt en de proceskosten van [procesdeelneemster II] moet betalen. Die proceskosten van [procesdeelneemster II] worden tot vandaag begroot op € 622,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x het tarief van € 311,00).

6 De beoordeling in de vrijwaring

6.1.

De vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen. Dat betekent dat ook de door [procesdeelneemster II] gevorderde vrijwaring, voor het geval de vordering van [procesdeelneemster I] in de hoofdzaak jegens haar wordt toegewezen, dient te worden afgewezen.

6.2.

[procesdeelneemster II] is aan te merken als de partij die ongelijk heeft gekregen. Zij wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat zij haar eigen proceskosten draagt en de proceskosten van [procesdeelnemer III] moet betalen. Die proceskosten van [procesdeelnemer III] worden tot vandaag begroot op € 622,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x het tarief van € 311,00). Er bestaat geen rechtsgrond om [procesdeelneemster II] daarnaast te veroordelen om de eigen bijdrage te vergoeden die [procesdeelnemer III] verschuldigd is op basis van de aan hem verleende toevoeging. Die bijdrage moet geacht worden te zijn begrepen in de proceskostenveroordeling.

7 De beslissing

De kantonrechter:

In de hoofdzaak

7.1.

wijst de vorderingen af;

7.2.

veroordeelt [procesdeelneemster I] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [procesdeelneemster II] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 622,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag ingaande de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

7.3.

veroordeelt [procesdeelneemster I] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [procesdeelneemster II] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening, en te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

7.4.

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

In de vrijwaring

7.5.

wijst de vorderingen af;

7.6.

veroordeelt [procesdeelneemster II] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [procesdeelnemer III] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 622,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag ingaande de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

7.7.

veroordeelt [procesdeelneemster II] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [procesdeelnemer III] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening, en te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

7.8.

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 september 2022.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.