Kennemerland Beheer c.s. vorderen bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de gemeente c.s. te verbieden om aan de tussen hen gesloten Koopovereenkomst en Ontwikkelovereenkomst uitvoering te geven, waaronder begrepen het leveren van het perceel kadastraal bekend Haarlemmermeer, sectie N, nummer 4198, anders dan ná het doorlopen van een openbare selectieprocedure met objectieve, toetsbare en redelijke criteria als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, waarbij alsdan Ymere krachtens rechtmatig gestelde selectiecriteria als eerst-geselecteerde partij wordt aangewezen als kopende partij om het alsdan aangepaste en te vergunnen c.q. vergunde woningbouwplan conform het Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025 aldaar te realiseren één en ander op straffe van een dwangsom van € 2.000.000,- (twee miljoen euro) te verbeuren door ieder van de gemeente c.s.;
II. de gemeente te veroordelen om binnen één maand, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, na dit vonnis, een openbare selectieprocedure te starten (met objectieve, toetsbare en redelijke criteria als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021) met betrekking tot het perceel Haarlemmermeer sectie N, nummer 4198, en de daarop te realiseren woningbouwontwikkeling;
III. de gemeente c.s. te veroordelen om zich te onthouden van het gebruikmaken dan wel uitvoeren van reeds verleende, dan wel nog te verlenen omgevingsvergunningen die betrekking hebben op of verband houden met het onder I. bedoelde perceel en de woningbouwontwikkeling daarvan, één en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per keer dat met dit verbod in strijd wordt gehandeld, en voorts een dwangsom van € 5.000,- per dag dat het strijdig handelen voortduurt of niet is opgeheven of ongedaan gemaakt;
IV. de gemeente c.s. te veroordelen om zich te onthouden van alle (overige) feitelijke handelingen met betrekking tot of verband houden met het onder I. bedoelde perceel en de woningbouwontwikkeling daarvan, die niet vallen onder een vergunningsplichtige handeling, één en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per keer dat met dit verbod in strijd wordt gehandeld, en voorts een dwangsom van € 5.000,- per dag dat het strijdig handelen voortduurt of niet is opgeheven of ongedaan gemaakt;
V. de gemeente c.s. te veroordelen in de kosten van deze procedure, alsmede in de nakosten ad € 131,- dan wel, indien betekening van het vonnis plaatsvindt, ad € 199,-, met bepaling dat daarover wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis.