1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]
eisers
verder te noemen: [eiser 1] en [eiser 2]
gemachtigde: mr. A.W.M. Roozeboom
De Staat der Nederlanden, namens deze de Minister van Justitie en Veiligheid, meer in het bijzonder Dienst Justitiële Inrichtingen Detentiecentrum Schiphol
gevestigd te 's-Gravenhage
gedaagde
verder te noemen: DC Schiphol
gemachtigde: mr. S.H.M. Wolters
De zaak in het kort
[eiser 1] en [eiser 2] wordt verweten dat zij een verkeerde gedetineerde hebben vrijgelaten. Hiervoor is aan hen een straf opgelegd inhoudende een overplaatsing naar een andere functie binnen DC Schiphol, met behoud van salaris en emolumenten. [eiser 1] en [eiser 2] vorderen wedertewerkstelling in hun eigen functies. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van fouten die aan [eiser 1] en [eiser 2] te verwijten vallen. Bij de besluiten tot overplaatsing heeft DC Schiphol voldaan aan de eisen van zorgvuldige besluitvorming en deze straffen zijn, gelet op de omstandigheden van het geval, niet onredelijk. De vorderingen worden afgewezen.
2 Feiten
2.1.
In DC Schiphol worden diverse groepen gedetineerd, zoals asielzoekers in procedure, bolletjesslikkers, illegale of uitgeprocedeerde vreemdelingen en justitiabelen gedetineerd voor de maximale duur van acht weken of in afwachting van een uitspraak. De gemiddelde bezetting is 400 gedetineerden.
2.2.
Een gedetineerde komt binnen bij de afdeling Visitatie of BAD (Binnenkomst Afdeling Delinquenten). De BAD-afdeling bestaat uit 28 medewerkers, opgedeeld in de categorieën teamleider, senior en medior. De medewerkers (ook wel ‘badmeesters’ genoemd) werken afwisselend in ochtend-, avond- of nachtdiensten.
2.3.
Een badmeester zorgt voor alle bewegingen van gedetineerden in en uit DC Schiphol. Bij binnenkomst moet de badmeester onder meer het dossier van de gedetineerde controleren en wordt een gedetineerde onderworpen aan een biometrie (het in de computer registreren van vingerafdrukken met daarbij alle persoonsgegevens en een foto waarop het gezicht te zien is) en een bodyscan.
2.4.
[eiser 1], geboren op [geboortedatum 1], is op 2 april 1995 in dienst getreden bij DC Schiphol. Tot 25 augustus 2023 was hij senior badmeester (schaal 6). De cao Rijk is van toepassing.
2.5.
[eiser 2], geboren op [geboortedatum 2], is op 23 april 2012 in dienst getreden bij DC Schiphol. Tot 25 augustus 2023 was hij medior badmeester (schaal 5). De cao Rijk is van toepassing.
2.6.
Op 17 augustus 2023 hadden [eiser 1] en [eiser 2] een avonddienst. In totaal hadden deze avond vier badmeesters dienst. [eiser 1] heeft als senior badmeester de ‘teampost’ (statische post) overgenomen van de badmeester uit de ochtenddienst. Dit betreft een post achter de computer waarbij onder andere alle ‘bewegingen’ (verplaatsingen van gedetineerden) worden bijgehouden. Vier keer per dag vindt een telling plaats van het aantal gedetineerden dat in totaal in DC Schiphol verblijft. Daartoe sturen alle elf afdelingen hun tellingen door naar de statische post op het BAD.
2.7.
Rond 16:30u kwamen bij [eiser 1] de telefoontjes van de afdelingen binnen met de tellingen. Daarnaast kwam een medewerker van de afdeling Bevolking doorgegeven dat gedetineerde H. met ontslag kon. Er was sprake van een onmiddellijke invrijheidstelling. Daartoe legde die medewerker een door de directie ondertekend ontslagbewijs op het bureau van [eiser 1], met de mededeling dat [eiser 1] nog moest wachten op een goedkeurings-e-mail. Vervolgens heeft [eiser 1] in de bewegingslijst (de lijst waarop alle verplaatsingen van gedetineerden worden genoteerd) naar de naam van gedetineerde H. gezocht, alvast het dossier van een gedetineerde met de naam H. uit de kast achter zich erbij gepakt en daarin het ontslagbewijs en de goedkeurings-e-mail gedaan. Een andere badmeester heeft die stukken bij [eiser 1] opgehaald. Twee collega’s zijn vervolgens de kluis ingegaan om de goederen van gedetineerde H. te pakken. Tussen 18:30u en 18:50u is deze gedetineerde naar beneden gebracht en in een wachtcel gezet. Na enige tijd is gedetineerde H. door een badmeester naar [eiser 2] en zijn andere collega gebracht. [eiser 2] heeft de controle van de biometrie uitgevoerd en daarvoor de biometrische gegevens in het aan hem overhandigde dossier (dat [eiser 1] uit de kast had gepakt) vergeleken met de biometrische gegevens van de gedetineerde die voor hem stond. [eiser 2] constateerde dat deze gegevens overeenkwamen. De collega van [eiser 2] heeft de gedetineerde het ontslagbewijs laten tekenen. Rond 19:05u is gedetineerde H. naar buiten begeleid.
2.8.
Op 18 augustus 2023 is DC Schiphol erachter gekomen dat de verkeerde gedetineerde H. (met dezelfde achternaam als de gedetineerde die vrijgelaten had moeten worden) op 17 augustus 2023 is vrijgelaten. Onder andere [eiser 1] en [eiser 2] zijn hiermee geconfronteerd tijdens een gesprek. Enige tijd nadat zij vervolgens hun werkzaamheden weer hadden hervat, zijn zij apart van elkaar bij de directie geroepen. Na dit gesprek is aan [eiser 1] en [eiser 2] bijzonder verlof verleend.
2.9.
Op 22 augustus 2023 hebben vervolggesprekken plaatsgevonden met [eiser 1] en [eiser 2] apart.
2.10.
Bij brieven van 25 augustus 2023 is aan [eiser 1] en [eiser 2] elk afzonderlijk medegedeeld dat aan hen op grond van hoofdstuk 15 van de cao Rijk een straf wordt opgelegd, inhoudende per direct een overplaatsing naar de functie van medior complexbeveiliger binnen DC Schiphol, met behoud van salaris en emolumenten. Dat betekent voor [eiser 2] een overplaatsing en voor [eiser 1] een overplaatsing en degradatie naar een lagere functie. [eiser 1] en [eiser 2] wordt verweten dat zij de geldende procedure bij vrijlating van een gedetineerde niet hebben gevolgd: [eiser 1], door niet te controleren of de voorletters en de geboortedatum van de gedetineerde op het dossier overeenkwamen met de gegevens op het ontslagbewijs en [eiser 2], door niet te controleren of de gegevens van de biometrie overeenkwamen met de gegevens op het ontslagbewijs.
2.11.
Bij brieven van 1 september 2023 hebben [eiser 1] en [eiser 2] bij DC Schiphol geprotesteerd tegen de strafoplegging. Op 4 september 2023 heeft DC Schiphol gereageerd dat de straf ongewijzigd blijft.
2.12.
Hoofdstuk 15 van de cao Rijk bepaalt onder meer:
‘(…) Straffen
U moet zich als een goed ambtenaar gedragen. Dat betekent dat van u ambtelijk vakmanschap wordt verwacht en dat u uw werk goed, betrokken en gewetensvol doet en zich houdt aan de regels. Als u toch iets doet wat niet mag of juist niets doet terwijl u wel iets had moeten doen, kan uw werkgever u een straf opleggen. Uw werkgever kan in dat geval:
- -
u schriftelijk berispen
- -
de IKB-uren die u krijgt verminderen
- -
u maximaal vier jaar geen periodieke salarisverhogingen geven
- -
u verplaatsen naar een andere functie of werkplek. Uw werkgever kan de kosten daarvan vergoeden tot maximaal het niveau dat daarvoor in deze cao is opgenomen
- -
u een boete opleggen. Een boete is alleen mogelijk als in het personeelsreglement van uw organisatie daarover afspraken met vakbonden zijn opgenomen en u een regel heeft overtreden waarvoor in het personeelsreglement een boete geldt of
- -
via de wettelijke mogelijkheden uw dienstverband laten beëindigen.
(…)’
2.13.
Er is een opsporingsbevel uitgevaardigd om de onterecht vrijgelaten gedetineerde H. weer op te pakken. Hij is echter nog niet gesignaleerd en loopt nog vrij rond.
5 De beoordeling
5.1.
De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als [eiser 1] en [eiser 2] daarbij een spoedeisend belang hebben, hetgeen DC Schiphol betwist. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser 1] en [eiser 2] wel een spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen, omdat zij belang hebben bij een spoedige beoordeling van de vraag of de straffen terecht zijn opgelegd. Hierbij weegt mee dat overplaatsing en degradatie naar hun aard een voor werknemers ingrijpend, negatief, karakter hebben, ook als het salaris (zoals in dit geval) hetzelfde blijft. [eiser 1] en [eiser 2] hebben in die zin ook gesteld dat zij slecht slapen, hun leven op zijn kop staat, het hen erg veel doet en dat zij de overplaatsing en (voor [eiser 1]) degradatie als zeer beschamend ervaren. Dat [eiser 1] op dit moment arbeidsongeschikt is (in verband met een operatie), zoals DC Schiphol aanvoert, doet aan de spoedeisendheid niet af. Op de zitting is namens [eiser 1] namelijk verklaard dat hij aan het werk zal gaan zodra hij daartoe weer in staat is.
5.2.
Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
Is het vrijlaten van de verkeerde gedetineerde aan [eiser 1] en [eiser 2] te wijten?
5.3.
Kern van de zaak is de vraag of [eiser 1] en [eiser 2] weer moeten worden toegelaten in hun oude functie. Daarvoor is in de eerste plaats van belang om te beoordelen of het vrijlaten van de verkeerde gedetineerde aan hen te wijten is, met andere woorden, of zij iets fout hebben gedaan. De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is. Daartoe wordt als volgt overwogen.
5.4.
Vast staat dat er binnen DC Schiphol werkinstructies gelden, waaronder werkinstructies voor de vrijlating van gedetineerden. Tussen partijen bestaat discussie over de vraag of die werkinstructies voldoende duidelijk zijn, maar dat kan verder buiten beschouwing blijven omdat voldoende aannemelijk is dat [eiser 1] en [eiser 2] wisten welke handelingen zij in hun respectievelijke functies moesten uitvoeren bij de vrijlating van een gedetineerde zoals hier aan de orde. Vast staat dat [eiser 1] en [eiser 2] tijdens de avonddienst op 17 augustus 2023 onder meer verantwoordelijk waren voor de controles van de gedetineerden die werden vrijgelaten: [eiser 1] voor de eerste controle en [eiser 2] voor de laatste controle. Dat, zoals [eiser 1] en [eiser 2] stellen, onvoldoende duidelijk was op basis van welke gegevens zij deze controles precies moesten uitvoeren, volgt de kantonrechter niet. Uit de overgelegde stukken en de verklaringen van partijen is duidelijk dat het ontslagbewijs hierbij leidend was en dat [eiser 1] en [eiser 2] daar ook van op de hoogte waren. De kantonrechter is daarbij met DC Schiphol van oordeel dat als hierover al onduidelijkheid bestond bij [eiser 1] en [eiser 2], die al ruim 28 respectievelijk 11 jaar in dienst zijn bij DC Schiphol, van hen verwacht had mogen worden dat zij hierover eerder aan de bel hadden getrokken. Dat hebben zij niet gedaan.
5.5.
Voorshands is de kantonrechter van oordeel dat [eiser 1] op 17 augustus 2023 ten onrechte niet heeft gecontroleerd of de gegevens van het ontslagbewijs overeenkwamen met de gegevens in het dossier dat hij uit de kast had gehaald. [eiser 1] had zowel de voorletters en de geboortedatum op het ontslagbewijs als die in het dossier moeten controleren en dan had hij moeten zien dat hij het verkeerde dossier had gepakt. Door dat na te laten heeft [eiser 1] de kerntaak van deze controle niet uitgevoerd. Dat dit [eiser 1] niet zou kunnen worden verweten omdat het zeer hectisch was op het moment dat hij het ontslagbewijs kreeg vanwege de tellingen en hij daardoor in de haast het verkeerde dossier heeft gepakt, volgt de kantonrechter niet. Alhoewel het ging om een onmiddellijke vrijlating (in plaats van de volgende dag, hetgeen gebruikelijk is) blijkt nergens uit dat de vrijlating binnen een bepaald tijdsbestek moest plaatsvinden, zoals DC Schiphol onweersproken heeft aangevoerd. Er bestond dus geen noodzaak voor [eiser 1] om het dossier te pakken tijdens de tellingen. Bovendien staat vast dat de tellingen rond 17:00u waren afgerond en dat er die dag tussen 17:30u en 19:30u verder geen beweging van gedetineerden plaatsvond. In elk geval na 17.30u was er dus voldoende tijd voor het uitvoeren van deze taak. Gelet op de verantwoordelijke positie van statische post en gelet op zijn lange dienstverband, had van [eiser 1] juist mogen worden verwacht dat hij een dergelijke taak met de nodige zorgvuldigheid en alertheid uit zou voeren. Temeer omdat het maken van een fout hierbij ernstige gevolgen kan hebben, zoals nu ook is gebleken omdat de onterecht vrijgelaten gedetineerde nog vrij rond loopt. Daarbij komt dat de medewerker van de afdeling Bevolking bij het ontslagbewijs geen dossier had gevoegd. Volgens [eiser 1] was dat anders dan gebruikelijk en in strijd met de werkinstructies. Ook gelet daarop mocht van [eiser 1] extra alertheid worden verwacht bij het pakken van het dossier. Er was immers (kennelijk anders dan normaal) geen extra controlemogelijkheid op basis van een door de afdeling Bevolking meegegeven dossier.
5.6.
Ten aanzien van [eiser 2] is de kantonrechter voorshands van oordeel dat hij bij de controle van de biometrie op 17 augustus 2023 ten onrechte niet heeft gecontroleerd of de gegevens van de biometrie overeenkwamen met de gegevens op het ontslagbewijs. Hij heeft de verificatie van de gegevens van de betreffende gedetineerde gedaan op basis van het aan hem overhandigde (en dus verkeerde) dossier. Dat een collega het ontslagbewijs in zijn handen had, zoals [eiser 2] stelt, doet daaraan niet af. Het was op dat moment [eiser 2]’ taak om te controleren of de juiste gedetineerde de inrichting zou verlaten door verificatie van de biometrische gegevens van die gedetineerde aan de hand van het ontslagbewijs. Hij had er daarom voor moeten zorgen dat hij van zijn collega het ontslagbewijs in handen had gekregen. Het enkel controleren van de biometrie van de gedetineerde die voor hem stond in combinatie met het (verkeerde) dossier zonder controle van die gegevens in het ontslagbewijs, valt hem te verwijten. Mede vanwege zijn lange dienstverband had van [eiser 2] hierbij extra zorgvuldigheid en alertheid mogen worden verwacht. Daarbij komt dat [eiser 2] op de zitting heeft verklaard dat een aantal weken voor dit incident bijna een verkeerde gedetineerde was vrijgelaten, maar dat [eiser 2] dat heeft voorkomen doordat hij de controle toen wel goed had uitgevoerd. [eiser 2] had daardoor ook nu alert moeten zijn.
5.7.
Het betoog van [eiser 1] en [eiser 2] dat de door hen gemaakte fouten niet (volledig) aan hen kunnen worden verweten vanwege de werkdruk wordt niet gevolgd. Het is niet in geschil dat binnen DC Schiphol al maandenlang sprake is van structurele onderbezetting en dat als gevolg daarvan op 17 augustus 2023 de avonddienst werd uitgevoerd door vier badmeesters in plaats van zes. Dat hierdoor fouten op de loer liggen, zoals [eiser 1] en [eiser 2] stellen, is op zichzelf niet onaannemelijk. Als [eiser 1] en [eiser 2], zoals zij lijken te stellen, door de werkdruk te moe waren om hun functies nog op de juiste manier uit te voeren, had echter van hen verwacht mogen worden dat zij hierover bij DC Schiphol aan de bel hadden getrokken. Zeker gelet op de zeer verantwoordelijke functies die zij hadden. Dat hebben zij niet gedaan. Bovendien heeft DC Schiphol er ook in dit kader terecht op gewezen dat er die avond tussen 17:30u en 19:30u geen andere bewegingen van gedetineerden plaatsvonden en dat [eiser 1] en [eiser 2] dus genoeg tijd hadden voor het zorgvuldig uitvoeren van de controles voor de vrijlating van de gedetineerde. De kantonrechter is daarom voorlopig van oordeel dat de werkdruk niet afdoet aan de verwijtbaarheid.
Zijn de straffen terecht opgelegd?
5.8.
De aan [eiser 1] en [eiser 2] opgelegde straffen zijn gebaseerd op een contractueel beding in de cao. Bij toepassing van een dergelijk beding moet de werkgever voldoen aan de eisen van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW). Anders dan [eiser 1] en [eiser 2] menen houdt dat in het geval van een overheidswerkgever - zoals hier het geval is - niet in dat moet zijn voldaan aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Wel is de kantonrechter voorshands van oordeel dat een werkgever bij het opleggen van een straf aan een werknemer als goed werkgever in elk geval gehouden is om onder meer het zorgvuldigheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in acht te nemen. Daaraan heeft DC Schiphol voldaan en de kantonrechter overweegt daartoe als volgt.
5.9.
Nadat op 18 augustus 2023 werd geconstateerd dat de verkeerde gedetineerde was vrijgelaten, heeft DC Schiphol onder meer met [eiser 1] en [eiser 2] gesproken en op 22 augustus 2023 heeft DC Schiphol nogmaals met beiden apart gesproken. Vervolgens heeft DC Schiphol aan [eiser 1] en [eiser 2] bijzonder verlof verleend, omdat zij zich wilde beraden over de vervolgstappen. DC Schiphol heeft toegelicht dat er daarbij allerlei mogelijke gevolgen zijn besproken, waaronder ook ontslag op staande voet en ontbindingsprocedures. Zij is hiermee niet over één nacht ijs gegaan, maar heeft hiervoor enkele dagen de tijd genomen. Juist vanwege de persoonlijke omstandigheden van [eiser 1] en [eiser 2] (lange dienstverbanden en goed functioneren) heeft DC Schiphol, naar eigen zeggen, gekozen voor de minder vergaande maatregel van overplaatsing in een andere functie en (bij [eiser 1]) degradatie in plaats van ontslag. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat DC Schiphol hiermee heeft voldaan aan het zorgvuldigheidsbeginsel.
5.10.
Ook is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter voldaan aan het evenredigheidsbeginsel. De door [eiser 1] en [eiser 2] gemaakte fouten hebben geleid tot een zeer ernstig gevolg: de onterecht vrijgelaten gedetineerde loopt nog steeds vrij rond. De cao Rijk biedt weliswaar de mogelijkheid tot het opleggen van andere (minder vergaande) straffen, maar gelet op dit zeer ernstige gevolg is de kantonrechter van oordeel dat deze straffen in verhouding staan tot de gemaakte fouten. Daarbij komt dat DC Schiphol (kennelijk) ook heeft overwogen om over te gaan tot ontslag van [eiser 1] en [eiser 2]. Het kiezen voor minder vergaande sancties, gelet op de persoonlijke omstandigheden van [eiser 1] en [eiser 2], getuigt juist van goed werkgeverschap. De kantonrechter acht het begrijpelijk dat het vertrouwen van DC Schiphol in [eiser 1] en [eiser 2] zodanig is geschonden dat zij het onverantwoord vindt om hen nog als badmeesters te laten werken. Daarbij heeft DC Schiphol ook terecht laten meewegen dat richting de buitenwereld niet valt te rechtvaardigen dat werknemers van een justitiële inrichting die een verkeerde gedetineerde hebben vrijgelaten in dezelfde functie zouden mogen blijven werken. [eiser 1] en [eiser 2] worden daarom ook niet gevolgd in hun betoog dat zij door de uitvoering van de straf sinds 25 augustus 2023 tot heden al genoeg zijn gestraft.
5.11.
Dat niet is voldaan aan het gelijkheidsbeginsel, zoals [eiser 1] en [eiser 2] stellen, volgt de kantonrechter evenmin. Alhoewel er meerdere collega’s, zowel badmeesters als collega’s van de afdeling Bevolking, betrokken zijn geweest bij de onterechte vrijlating, zijn [eiser 1] en [eiser 2] hiervan de spil geweest. Zij hadden tot taak respectievelijk de eerste en de laatste controle uit te voeren en hebben dat niet op de juiste manier gedaan, zoals hiervoor is geoordeeld. De andere twee badmeesters hebben gehandeld op basis van het door [eiser 1] verkeerd aangeleverde dossier. Als niet, althans onvoldoende, weersproken staat vast dat die collega’s niet de taak hadden om dat dossier te controleren met het ontslagbewijs of de biometrie. Dat slechts één collega een berisping heeft gekregen en overige betrokken collega’s onbestraft zijn gebleven, is daarom naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
5.12.
Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat DC Schiphol bij de besluiten tot overplaatsing heeft voldaan aan de eisen van zorgvuldige besluitvorming en deze straffen zijn, gelet op de omstandigheden van het geval, niet onredelijk. Er is dan ook geen sprake geweest van handelen in strijd met goed werkgeverschap.
5.13.
Bij deze stand van zaken is geen sprake van een situatie waarin de vordering van [eiser 1] en [eiser 2] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van voorzieningen zoals gevorderd.
5.14.
De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] zal afwijzen.
5.15.
De proceskosten (inclusief nakosten) komen voor rekening van [eiser 1] en [eiser 2], omdat zij ongelijk krijgen. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.