Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBNHO:2023:7865

Rechtbank Noord-Holland
06-07-2023
21-08-2023
21/6573
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig

Gedeeltelijke afwijzing verzoek op grond van de AVG

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 21/6573


uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juli 2023 in de zaak tussen


mr. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en

de minister van Financiën, verweerder,

gemachtigden: mr. J.M. Spit, mr. J.P. Bloos en mr. drs. J.L. Lam.

Inleiding

1.1

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser over de gedeeltelijke afwijzing van zijn verzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

1.2

Verweerder heeft dit verzoek met het besluit van 22 juli 2021 gedeeltelijk afgewezen. Met het in beroep bestreden besluit van 28 oktober 2021 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de gedeeltelijke afwijzing van het verzoek gebleven.

1.3

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4

De rechtbank heeft het beroep op 18 augustus 2022 op zitting behandeld samen met het beroep met zaaknummer HAA 21/6615. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de eerste twee vermelde gemachtigden van verweerder.

1.5

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen binnen twee weken na de zitting een ongelakte versie van de registratie van eiser in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) van de Belastingdienst aan de rechtbank te verstrekken, al dan niet met een mededeling als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

1.6

Bij brief van 2 september 2022 heeft verweerder aan de rechtbank een ongelakte versie van de registratie van eiser in de FSV verstrekt en daarbij op grond van artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis mag nemen.

1.7

Bij brief van 24 oktober 2022 heeft eiser op de mededeling van verweerder gereageerd.

1.8

Bij beslissing van 15 november 2022 heeft de geheimhoudingskamer van de rechtbank bepaald dat beperking van de kennisneming van de ongelakte versie van de registratie van eiser in de FSV gerechtvaardigd is.

1.9

Eiser heeft de rechtbank geen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb om mede op grond van het ongelakte document uitspraak te doen.

1.10

De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2023 op een nadere zitting behandeld samen met het beroep met zaaknummer HAA 21/6615. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de laatste twee vermelde gemachtigden van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2.1

De rechtbank beoordeelt of verweerder het AVG-verzoek van eiser tot inzage en correctie (gedeeltelijk) mocht afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

2.2

Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen, het primaire besluit deels herroepen en bepalen dat verweerder de persoonsgegevens van eiser in de FSV wist. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2.3

De in deze uitspraak verkort aangehaalde wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Feiten en omstandigheden

3.1

In de brief van 20 mei 2021 heeft de Belastingdienst eiser geïnformeerd dat gegevens over hem in de FSV waren opgenomen. Het gebruik van deze voorziening voldeed in zijn algemeenheid niet aan de AVG, omdat te veel medewerkers toegang hadden en de gegevens hierin te lang werden bewaard. Sommige gegevens van sommige personen zijn ten onrechte opgenomen en sommige verkeerd gebruikt. Daarom heeft verweerder de toegang voor belastingmedewerkers tot de FSV op 27 februari 2020 uitgezet en wordt deze niet meer gebruikt bij uitvoering van de (belasting)wetgeving door de Belastingdienst.

3.2

In de brief van 25 juni 2021 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de jarenlange geheime en onrechtmatige registratie van zijn gegevens in de FSV. Eiser heeft de Belastingdienst daarbij verzocht (de gevolgen van) de onrechtmatige registratie onmiddellijk te herstellen en het onrechtmatig handelen onmiddellijk te beëindigen en de registratie te vernietigen. Voorts heeft eiser verzocht om toezending van alle stukken in zijn FSV-dossier, inclusief de volledige registratiegegevens. Verweerder heeft deze brief aangemerkt als een verzoek om inzage, rectificatie en gegevenswissing op grond van de artikelen 15, 16 en 17 van de AVG en als bezwaar in de zin van artikel 21 van de AVG tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens.

3.3

Verweerder heeft in zijn beslissing van 22 juli 2021 enige persoonsgegevens van eiser en enige andere gegevens die in de registratie van eiser in de FSV waren vermeld, aan eiser verstrekt, voorzien van een toelichting, maar wissing van gegevens geweigerd. In beroep heeft verweerder een print van de registratie van eiser in de FSV overgelegd, waarin zowel de eerder reeds verstrekte persoonsgegevens zijn vermeld alsmede enige aanvullende gegevens, maar delen in die registratie zijn weggelaten (weggelakt).

Bestreden besluit

4. Verweerder heeft naar aanleiding van het verzoek om inzage besloten aan eiser een overzicht te verstrekken van de persoonsgegevens van eiser die zijn verwerkt in de FSV. Verweerder heeft daarbij overwogen dat het inzagerecht van de AVG niet is bedoeld om inzage te krijgen in stukken en documenten te verstrekken. Daargelaten dat de FSV een digitaal systeem is, kunnen documenten weliswaar persoonsgegevens bevatten, maar bevatten deze in ieder geval ook meer en andere informatie. De documenten vormen zelf niet een gegeven waarop het inzagerecht betrekking heeft.

Voorts heeft verweerder het verzoek van eiser tot rectificatie en verwijdering en het bezwaar van eiser tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens afgewezen. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de FSV in februari 2020 ontoegankelijk is gemaakt voor de medewerkers van de Belastingdienst. Vanaf dat moment ondersteunde de FSV niet langer bij het oorspronkelijke doel: het uitoefenen van de opgedragen wettelijke (toezichts)taken. De gegevens uit de FSV worden sinds 27 februari 2020 niet meer door de Belastingdienst gebruikt en zijn alleen nog toegankelijk voor de behandelaren van FSV-verzoeken. De gegevens staan in een aparte, beveiligde omgeving voor nader onderzoek, onder andere door de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarnaast zijn de gegevens in de FSV nodig voor nader onderzoek om vast te kunnen stellen of de gebreken van de FSV nadelige effecten voor burgers met zich hebben gebracht. Nadat deze onderzoeken zijn afgerond, zal de FSV – en zullen daarmee ook de gegevens van eiser – worden vernietigd. Het bieden van een mogelijkheid om (zo nodig) achteraf verantwoording af te leggen voor het verwerken van persoonsgegevens is een doel dat voortvloeit uit het oorspronkelijke doel van de verwerking van persoonsgegevens. Ook na het ontoegankelijk maken van de FSV is dat doel nog onverminderd aanwezig en bovendien zeer actueel, gelet op de nog lopende onderzoeken. Voorts wijst verweerder op de toezeggingen die de staatssecretaris van Financiën in dit verband heeft gedaan aan de Tweede Kamer, om tot nader order Belastingdienst-breed geen fysieke archieven meer te vernietigen.

Heeft verweerder voldaan aan het verzoek om inzage van de persoonsgegevens van eiser?

5.1

Eiser voert aan dat het aan hem verstrekte overzicht van zijn persoonsgegevens die zijn verwerkt in de FSV niet volledig is. Verweerder heeft ten onrechte de namen van belastingmedewerkers, die wel in (de print van) de registratie van zijn gegevens staan, niet ter inzage gegeven. Aangezien het gaat om een onrechtmatige registratie van zijn persoonsgegevens in de FSV, wil eiser weten wie daarvoor verantwoordelijk is. Gezien alle onrechtmatige handelingen die de Belastingdienst ten aanzien van hem heeft verricht, heeft hij een groot belang bij die informatie en moet hij alle relevante stukken en dus de volledige registratie van zijn gegevens kunnen inzien.

5.2

Verweerder stelt dat hij alle persoonsgegevens van eiser die in de FSV zijn verwerkt, ter inzage heeft willen geven. Het is verweerder echter opgevallen dat bij het besluit op het AVG-verzoek en het besluit op bezwaar de bij de rubriek “bron” opgenomen informatie in de FSV-registratie niet is verstrekt. Dat heeft verweerder bij het verweerschrift alsnog gedaan. Verder zijn in de rubrieken “opgevoerd door”, “beoordeeld door” en “partner BSN” wel gegevens ingevuld, maar de daar ingevulde gegevens worden niet verstrekt omdat het persoonsgegevens van derden zijn.

5.3

De rechtbank stelt voorop dat de verplichting een ‘kopie van de persoonsgegevens’ te verstrekken op grond van artikel 15, derde lid, van de AVG, niet betekent dat een bestuursorgaan in alle gevallen verplicht is een kopie te verstrekken van de documenten waarin die persoonsgegevens voorkomen.1 Een bestuursorgaan mag dat doen, maar het mag ook voor een andere vorm kiezen waarin de kopie van de persoonsgegevens wordt verstrekt, mits met de gekozen wijze van verstrekking maar aan het doel van artikel 15, derde lid, van de AVG wordt voldaan. In dit geval heeft verweerder er in eerste instantie voor gekozen aan eiser een overzicht te verstrekken van de persoonsgegevens die – volgens verweerder – van hem zijn verwerkt in de FSV, voorzien van een toelichting. De aldus verstrekte persoonsgegevens waren gesorteerd aan de hand van de rubrieken die in de FSV-registratie worden gehanteerd en komen letterlijk overeen met wat daarin is ingevuld. Deze wijze van verstrekking voldoet op zichzelf aan het doel van artikel 15, derde lid, van de AVG. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest van 4 mei 2023, ECLI:EU:C:2023:369, overwogen dat artikel 15, derde lid, van de AVG wel een recht op het verkrijgen van een kopie van volledige documenten inhoudt, indien de verstrekking van een dergelijke kopie onontbeerlijk is om de betrokkene in staat te stellen de hem bij de AVG verleende rechten daadwerkelijk uit te oefenen. Eiser heeft echter geen belang meer bij een oordeel over de vraag of het verkrijgen van een kopie van zijn FSV-registratie onontbeerlijk was, aangezien hij in beroep alsnog een kopie daarvan heeft ontvangen, met weglakking van de gegevens die volgens verweerder geen persoonsgegevens van eiser zijn. Of die weglakking terecht is, wordt hierna beoordeeld.

5.4

Voorts stelt de rechtbank vast dat verweerder bij het verweerschrift alsnog de informatie kenbaar heeft gemaakt die in de FSV bij de rubriek “bron” is ingevuld, namelijk het woord “query”. Verweerder heeft toegelicht dat met dit woord wordt gedoeld op zoekslagen die de Belastingdienst uitvoert om (grote hoeveelheden) aangiften te analyseren op mogelijke onjuistheden. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat dit gegeven bij het bestreden besluit ten onrechte niet is verstrekt. De beroepsgrond slaagt dan ook in zoverre.

5.5

De enige gegevens die verweerder geheim heeft gehouden, zijn de gegevens die zijn ingevuld bij “opgevoerd door”, “beoordeeld door” en “partner BSN”. Omdat eiser de rechtbank geen toestemming heeft gegeven om kennis te nemen van deze geheimgehouden gegevens, heeft de rechtbank deze gegevens niet ingezien. Dat de rechtbank die gegevens niet heeft kunnen inzien, komt daarom voor risico van eiser. Zoals verweerder heeft gesteld en ook in de beslissing van de geheimhoudingskamer van 15 november 2022 is overwogen, betreft dit uitsluitend de namen van behandelend ambtenaren van de Belastingdienst en het burgerservicenummer van de partner van eiser. De rechtbank ziet geen reden om daaraan te twijfelen en gaat daar dus van uit. De rechtbank is van oordeel dat de weggelakte gegevens geen persoonsgegevens betreffende eiser zijn, omdat het gaat om personalia van andere personen en de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat die gegevens in dit geval eiser (nader) identificeren in de zin van artikel 4, aanhef en onder eerste, van de AVG.2 De door verweerder weggelakte gegevens vallen daarom niet onder het bereik van het inzagerecht dat eiser op grond van artikel 15 van de AVG heeft. Op grond van dat artikel heeft eiser uitsluitend recht op inzage van persoonsgegevens die hemzelf betreffen. Verweerder heeft daarom terecht geweigerd de gegevens aan eiser te verstrekken. De beroepsgrond slaagt in zoverre niet.

Mocht verweerder wissing van de persoonsgegevens van eiser weigeren?

6.1

Eiser voert aan dat verweerder zijn verzoek om zijn persoonsgegevens te wissen niet mocht afwijzen. Zijn persoonsgegevens zijn onrechtmatig geregistreerd in de FSV. Verweerder heeft geen belang bij het bewaren van deze persoonsgegevens.

6.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de originele FSV-applicatie is uitgezet en daarmee niet meer kan worden gebruikt voor de reguliere toezichtstaken van de Belastingdienst. In zoverre wordt dan ook tegemoetgekomen aan het verzoek van eiser de gegevens te wissen. Een kopie van de FSV wordt nog wel gebruikt, enerzijds om de vele (AVG-)verzoeken van personen van wie gegevens in de FSV zijn verwerkt te behandelen en anderzijds voor de verschillende algemene onderzoeken die worden verricht naar de FSV. Daarom kan op dit moment niet volledig tegemoet worden gekomen aan het verzoek van eiser. Ter zitting heeft verweerder zich aanvullend op het standpunt gesteld dat niet tot wissing van de persoonsgegevens van eiser wordt overgegaan, omdat in fiscale procedures een stuk uit de FSV een op de zaak betrekking hebbend stuk als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb kan zijn. Bovendien is aan de Tweede Kamer toegezegd om de FSV-gegevens nog niet te wissen en verplicht ook de Archiefwet 1995 tot het bewaren van gegevens.

6.3

De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de persoonsgegevens van eiser onrechtmatig zijn verwerkt in de FSV. Daarmee is sprake van een van de in artikel 17, eerste lid, van de AVG genoemde gevallen, namelijk onder d, waarin de betrokkene op grond van dat artikellid recht heeft op wissing van zijn persoonsgegevens. Op grond van artikel 17, derde lid, van de AVG is het eerste lid echter niet van toepassing voor zover verwerking nodig is voor de in dat artikellid genoemde gevallen. Ook artikel 41, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, vastgesteld ter uitvoering van artikel 23, eerste lid, van de AVG, bevat uitzonderingen op grond waarvan niet tot wissing van persoonsgegevens over hoeft te worden gegaan. De argumenten die verweerder noemt om niet over te gaan tot wissing van de persoonsgegevens van eiser passen echter niet in een van deze uitzonderingsgronden. De Archiefwet 1995, artikel 8:42 van de Awb en toezeggingen aan de Tweede Kamer kunnen op zichzelf geen grondslag vormen voor afwijzing van een verzoek om wissing van persoonsgegevens. Afwijzing is op grond van artikel 17, derde lid, van de AVG en artikel 41, eerste lid, van de Uitvoeringswet immers slechts toegestaan in de in die artikelleden vermelde gevallen. Voor zover verweerder heeft bedoeld een beroep te doen op artikel 17, derde lid, aanhef en onder d of e, van de AVG, is de rechtbank van oordeel dat verweerder het niet in redelijkheid noodzakelijk heeft kunnen achten om de persoonsgegevens van eiser in verband met archivering, onderzoek of juridische procedures te bewaren. Zo valt niet in te zien dat het voor de afhandeling van het AVG-verzoek van eiser nodig is om zijn persoonsgegevens te bewaren, aangezien verweerder alle in de FSV opgenomen persoonsgegevens van eiser aan hem heeft verstrekt. Evenmin valt in te zien dat het bewaren van de persoonsgegevens nodig is voor de procedures over fiscale beslissingen die ten aanzien van eiser zijn genomen en voor met die beslissingen samenhangende schadeclaims van eiser, welke procedures de aanleiding waren voor eiser om de gegevens uit de FSV op te vragen. Verweerder heeft immers toegelicht dat die beslissingen feiten van voor de FSV-registratie betreffen. Ten slotte valt ook niet in te zien dat het bewaren van de persoonsgegevens nodig is voor archivering en onderzoek in verband met de politieke verantwoording voor de FSV-registratie. Door de onderhavige procedure blijft immers vastgelegd dat eiser geregistreerd stond in de FSV. Overigens heeft verweerder ter zitting gezegd dat hij bereid is om na beëindiging van deze procedure direct over te gaan tot wissing van de persoonsgegevens van eiser. Gelet op het voorgaande mocht verweerder wissing van de persoonsgegevens van eiser niet weigeren. De beroepsgrond slaagt.

Overige AVG-verzoeken van eiser

7. Omdat de persoonsgegevens van eiser gewist moeten worden, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de overige AVG-verzoeken van eiser, die zagen op rectificatie en verdere verwerking van de gegevens.

Conclusie en gevolgen

8.1

Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 15 en 17 van de AVG. Er is strijd met artikel 15 van de AVG, omdat verweerder eiser niet in al zijn persoonsgegevens in de FSV inzage heeft gegeven. Er is strijd met artikel 17 van de AVG, omdat verweerder het verzoek om deze gegevens te wissen heeft afgewezen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

8.2

De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank herroept het primaire besluit op het AVG-verzoek van eiser voor zover het de wissing van persoonsgegevens betreft en neemt in plaats daarvan in zoverre een nieuwe beslissing op het verzoek. De rechtbank neemt daarbij geen nieuwe beslissing over inzage van de persoonsgegevens van eiser in de FSV, aangezien eiser inmiddels in al die gegevens inzage heeft gekregen, zodat een nadere beslissing daarover niet meer nodig is. De rechtbank volstaat daarom met de beslissing dat verweerder alsnog overgaat tot wissing van de persoonsgegevens van eiser in de FSV. Gelet op artikel 12, derde lid, van de AVG, stelt de rechtbank daarvoor een termijn van een maand.

8.3

Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten, te weten verletkosten. Nu eiser zijn verzoek om verletkosten niet nader heeft onderbouwd en alleen vast staat hoelang eiser van zijn werk heeft verzuimd, stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht de verletkosten vast tegen het minimumtarief van € 8,- per uur voor 3,5 uur.3

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 28 oktober 2021;

- herroept het besluit van 22 juli 2021 voor zover daarbij wissing van de gegevens is geweigerd;

- bepaalt dat verweerder binnen een maand na de verzending van deze uitspraak de persoonsgegevens van eiser in de FSV wist;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 181,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 28,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, voorzitter, en mr. R.H.M. Bruin en
mr. dr. J.C. de Wit, leden, in aanwezigheid van mr.M. van Excel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2023.

griffier

voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene verordening gegevensbescherming

Artikel 4 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) „persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare

natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;

(…)

Artikel 12 Transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene

(…)

3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen één maand na ontvangst van het verzoek krachtens de artikelen 15 tot en met 22 informatie over het gevolg dat aan het verzoek is gegeven. (…)

(…)

Artikel 15 Recht van inzage van de betrokkene

1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens (…).

(…)

3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. (…)

(…)

Artikel 16 Recht op rectificatie

De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke onverwijld rectificatie van hem betreffende onjuiste persoonsgegevens te verkrijgen. (…)

Artikel 17 Recht op gegevenswissing („recht op vergetelheid”)

1. De betrokkene heeft het recht van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging wissing van hem betreffende persoonsgegevens te verkrijgen en de verwerkingsverantwoordelijke is verplicht persoonsgegevens zonder onredelijke vertraging te wissen wanneer een van de volgende gevallen van toepassing is:

(…)

d) de persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt;

(…)

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing voor zover verwerking nodig is:

a. a) voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie;

b) voor het nakomen van een in het Unierecht of het lidstatelijke recht neergelegde wettelijke verwerkingsverplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust, of voor het vervullen van een taak van algemeen belang of het uitoefenen van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is verleend;

c) om redenen van algemeen belang op het gebied van volksgezondheid overeenkomstig artikel 9, lid 2, punten h) en i), en artikel 9, lid 3;

d) met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, lid 1, voor zover het in lid 1 bedoelde recht de verwezenlijking van de doeleinden van die verwerking onmogelijk dreigt te maken of ernstig in het gedrang dreigt te brengen;

e) voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering.

Artikel 21 Recht van bezwaar

1. De betrokkene heeft te allen tijde het recht om vanwege met zijn specifieke situatie verband houdende redenen bezwaar te maken tegen de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens op basis van artikel 6, lid 1, onder e) of f), met inbegrip van profilering op basis van die bepalingen. De verwerkingsverantwoordelijke staakt de verwerking van de persoonsgegevens tenzij hij dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking aanvoert die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene of die verband houden met de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering.

(…)

Artikel 23 Beperkingen

1. De reikwijdte van de verplichtingen en rechten als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 (…) kan door middel van een Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke wetgevingsmaatregel die op de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker van toepassing is worden beperkt, op voorwaarde dat die beperking de wezenlijke inhoud van de grondrechten en fundamentele vrijheden onverlet laat en in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter waarborging van:

a. a) de nationale veiligheid;

b) landsverdediging;

c) de openbare veiligheid

d) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;

e) andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van de Unie of van een lidstaat, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Unie of van een lidstaat, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;

f) de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;

g) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

h) een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de in de punten a), tot en met e) en punt g) bedoelde gevallen;

i. i) de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen;

j) de inning van civielrechtelijke vorderingen.

(…)

Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming

Artikel 41 Uitzonderingen op rechten betrokkene en plichten verwerkingsverantwoordelijke

1. De verwerkingsverantwoordelijke kan de verplichtingen en rechten, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 21 en 34 van de verordening, buiten toepassing laten voor zover zulks noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van:

a. a) de nationale veiligheid;

b) landsverdediging;

c) de openbare veiligheid

d) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;

e) andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van de Europese Unie of van Nederland, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Europese Unie of van Nederland, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;

f) de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;

g) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

h) een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de gevallen, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d, e en g;

i. i) de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen; of;

j) de inning van civielrechtelijke vorderingen.

(…)

1 Vergelijk de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling); zie bijvoorbeeld de uitspraak van 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:647.

2 Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:265, onder 5.2, en 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3350, onder 5.1, betreffende het begrip “politiegegeven” in de Wet politiegegevens, dat op soortgelijke wijze is gedefinieerd als het begrip “persoonsgegeven” in de AVG.

3 Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 21 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2742, onder 23.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.