Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBOBR:2013:7874

Rechtbank Oost-Brabant
10-10-2013
24-05-2023
2112589
Civiel recht
Bodemzaak,Eerste aanleg - enkelvoudig

nakoming c.q. niet nakoming freelance-overeenkomst, schadevergoeding.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 2112589

Rolnummer : 13-5506

Uitspraak : 10 oktober 2013

in de zaak van:

[eiser] , h.o.d.n. [bedrijf] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: M.T.M. Fluitman LL.B.,

t e g e n :

1 de vennootschap onder firma [gedaagde 1] V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] ,

2. [gedaagde 2] ,vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

3. [gedaagde 3] , vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

4. [gedaagde 4] ,vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procederend bij monde van gedaagde sub 2.

Partijen zullen verder worden aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde 1] ’.

1 De procedure

[eiser] heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. [gedaagde 1] is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord genomen, waarbij vorderingen in reconventie zijn ingesteld. Vervolgens is een comparitie van partijen bepaald. Beide partijen hebben ten behoeve van de comparitie nog stukken ingezonden. [eiser] heeft onder meer een conclusie van antwoord in reconventie ingezonden. Tot besluit van de comparitie is vonnis bepaald.

2 Het geschil in conventie en in reconventie

2.1.

[eiser] vordert in conventie:

- betaling van € 3.935,91 wegens geleverde diensten en rente;

- ontbinding van de freelance-overeenkomst;

- betaling van een schadevergoeding van € 5.000,-;

te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

[eiser] legt daaraan het volgende ten grondslag.

Per 16 augustus 2012 is hij met [gedaagde 1] een freelance-overeenkomst aangegaan tot en met 16 november 2012. Deze overeenkomst is voortgezet tot op 19 februari 2013 een nieuwe freelance-overeenkomst voor 1 jaar is gesloten.

[gedaagde 1] heeft [eiser] tot en met september 2012 voor de uitgevoerde werkzaamheden betaald. De werkzaamheden voor oktober 2012 zijn niet volledig betaald en de werkzaamheden voor november 2012 zijn niet betaald. Voorts heeft [eiser] werkzaamheden uitgevoerd in de maanden januari tot en met april 2013, waarvoor evenmin is betaald. Het totale openstaande bedrag is € 3.775,60.

[gedaagde 1] heeft meerdere malen toegezegd te zullen betalen. Dat is echter niet gebeurd. Op 17 april 2013 heeft [eiser] er wederom op geattendeerd dat er betaald moest gaan worden. Hij heeft toen dringend verzocht om voor het einde van april de achterstallige betalingen van oktober en november 2012 te voldoen. Gedaagde sub 2 heeft toen toegezegd € 1.500,- te zullen overmaken.

Nadat [gedaagde 1] weer haar afspraken niet was nagekomen en betaling uitbleef heeft [eiser] bij brief van 2 mei 2013 aan [gedaagde 1] medegedeeld dat hij zijn werkzaamheden opschort tot betaling van de facturen had plaatsgevonden.

[gedaagde 1] heeft daarop bij brief van 2 mei 2013 aan [eiser] medegedeeld dat zij voortzetting van de werkzaamheden vordert en dat [eiser] een specificatie van de gewerkte uren diende over te leggen.

Inclusief wettelijke rente vordert [eiser] € 3.935,91. Wegens de ernstige toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de freelance-overeenkomst vordert [eiser] ontbinding van deze overeenkomst. Tevens vordert hij schadevergoeding van € 5.000,- voor de te lijden inkomensderving.

2.2.

[gedaagde 1] heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.

De van [eiser] op 12 november 2012 ontvangen facturen zijn voor het grootste deel binnen enkele dagen betaald. We constateerden dat [eiser] feitelijk 8 weken had gewerkt in plaats van 12 weken. Maar omdat wij ons hadden gecommitteerd voor een vast bedrag van € 2.000,- exclusief btw per maand op basis van 40 uur per week hebben we met [eiser] afgesproken dat het restant bedrag van € 2.130,- betaald zou worden uit twee specifieke factuurbetalingen door klanten voor een totaalbedrag van € 7.754,62. De bedragen van deze facturen bleken uiteindelijk evenwel slechts voor een bedrag van € 757,57 inbaar. Met [eiser] was geen concrete termijn van betaling afgesproken. Er was geen toezegging gedaan wanneer wij wat zouden betalen. In het gesprek op 17 april 2013 hebben wij hem beloofd om intern te gaan bespreken of we een nieuwe betalingsafspraak konden maken, wat afhankelijk was van onze eigen financiële situatie. Wij wilden in de eerste week van mei met [eiser] bespreken op welke wijze zou kunnen worden betaald, maar hij heeft dat niet willen afwachten.

Op 28 februari 2013 hebben wij met [eiser] een nieuw freelance-contract gesloten voor een periode van 12 maanden. Daarin is geen commitment van € 2.000,- exclusief btw per maand vastgelegd. [eiser] heeft zijn facturen voor de maanden januari tot en met april 2013 (in totaal ten bedrage van € 1.645,60) pas op 3 mei 2013 ingediend (nadat wij hem op 2 mei 2013 in gebreke hadden gesteld). De reden daarvoor was dat [eiser] geen btw wenste af te dragen over factuurbedragen die hij nog niet betaald had gekregen.

Tot 2 mei 2013 hebben wij geen herinnering of aanmaning van [eiser] voor de betaling van het restantbedrag van november 2012 ontvangen. Nadat wij [eiser] op 1 mei 2013 telefonisch en per e-mail hadden geprobeerd te bereiken voor overleg en wij met een IT-manager van een nieuwe klant tevergeefs hadden gewacht op zijn komst, hebben wij op 2 mei 2013 een e-mail van hem ontvangen met het verwijt dat wij de betalingsafspraak niet nakomen en met de mededeling dat hij de uitvoering van de opdracht per 29 april 2013 opschort totdat betaling heeft plaatsgevonden. Het enige bedrag dat toen openstond was het restantbedrag van € 2.130,- van november 2012.

Op diezelfde dag hebben wij [eiser] in gebreke gesteld wegens het terugtrekken uit lopende werkzaamheden dan wel opdrachten, met een boete van € 500,- per dag. Dat met de intentie om hem zijn opschorting te laten intrekken en in overleg tot een betalingsafspraak te komen. [eiser] heeft daar geen gevolg aan gegeven. Wij hebben als gevolg daarvan schade geleden.

[eiser] heeft betaling van het bedrag niet als voorwaarde gesteld om een nieuw contract aan te gaan. Zijn opschorting is onrechtmatig omdat het facturen betreft uit een vorig contract.

De opschorting is ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Wij hebben geen termijn gekregen om tot een betalingsafspraak te komen.

De opschorting dient ook geen redelijk doel, omdat als gevolg daarvan de lopende projecten en opdrachten zijn gestagneerd en moesten worden afgezegd.

De opschorting is ook disproportioneel, omdat het openstaande bedrag lager is dan het bedrag van de inkomsten uit de lopende projecten.

[eiser] handelt tevens onrechtmatig door klanten van ons te benaderen.

Er is derhalve geen sprake van een tekortkoming aan onze zijde en er is geen grond voor ontbinding van de freelance-overeenkomst. Ook de vordering tot schadevergoeding moet daarom worden afgewezen.

2.3.

In reconventie vordert [gedaagde 1] :

1. te verklaren voor recht dat [eiser] vanwege de eenzijdige terugtrekking uit het freelance-contract en zijn lopende projecten en opdrachten, de belangen van [gedaagde 1] onnodig dan wel opzettelijk heeft beschadigd;

2. veroordeling van [eiser] tot betaling aan [gedaagde 1] van een bedrag van € 11.680,- ter vergoeding van gederfde inkomsten wegens geannuleerde opdrachten;

3. veroordeling van [eiser] tot betaling aan [gedaagde 1] van een bedrag van € 21.000,- wegens verschuldigde boete;

4. veroordeling van [eiser] tot betaling aan [gedaagde 1] van een bedrag van € 4.560,- ter vergoeding van inkomstenderving vanwege de procesvoering;

de totale vordering beperkt tot € 25.000,-.

[gedaagde 1] legt daaraan het volgende ten grondslag.

Zij heeft schade geleden als gevolg van de terugtrekking van [eiser] uit de lopende projecten. [gedaagde 1] heeft aan de betreffende klanten moeten melden dat ze niet bediend konden worden. De schade betreft inkomstenderving inzake de invulling van twee nieuwe opdrachten ter waarde van 20 dagen en twee dagen werk bij een dagtarief van € 495,-, in totaal € 10.890,-.

De schade betreffende inkomstenderving inzake het verder verrichten van twee bestaande opdrachten ter waarde van € 395,- is € 790,-. De totale schade is € 11.680,-.

In artikel 8 van de freelance-overeenkomst is een boetebeding opgenomen, waarin is bepaald dat [eiser] een boete van € 500,- per dag verschuldigd is voor elke dag dat [eiser] zich eenzijdig tussentijds heeft teruggetrokken. [gedaagde 1] maakt aanspraak op de boete van € 500,- per dag vanaf 2 mei 2013. De boete wordt gematigd tot twee maanden, zijnde 42 dagen. De verschuldigde boete bedraagt dan € 21.000,-.

Gedaagde sub 2 heeft zes werkdagen nodig gehad voor het inwinnen van juridisch advies en het lezen en schrijven van stukken. [gedaagde 1] heeft daardoor een inkomstenderving geleden van € 48 x € 95,- is € 4.560,-.

2.4.

[eiser] heeft gemotiveerd verweer gevoerd in reconventie.

3 De beoordeling

In conventie en in reconventie

3.1.

Tussen partijen staat het volgende vast.

Per 16 augustus 2012 hebben zij een freelance-overeenkomst gesloten, voor de bepaalde duur tot en met 16 november 2012. Deze overeenkomst is voortgezet totdat partijen op 19 februari 2013 een nieuwe freelance-overeenkomst voor de duur van 1 jaar hebben gesloten.

[gedaagde 1] heeft de van [eiser] op 12 november 2012 ontvangen facturen voor het grootste deel binnen enkele dagen betaald. De facturen d.d. 31 oktober 2012 ad € 920,- en d.d. 16 november 2012 ad € 1.210,-, in totaal € 2.130,-, zijn niet betaald. [gedaagde 1] heeft de verschuldigdheid van deze factuurbedragen erkend. Partijen hebben afgesproken dat het bedrag van € 2.130,- zou worden betaald nadat twee specifieke klanten de hun in december 2012 door [gedaagde 1] toegezonden facturen voor een totaalbedrag van € 7.754,62 hadden betaald. Deze klanten betaalden echter niet. [gedaagde 1] heeft om die reden ook [eiser] niet betaald.

[eiser] heeft in de maanden januari tot en met april 2013 eveneens werkzaamheden voor [gedaagde 1] verricht. De facturen daarvoor van € 726,- (d.d. 8 januari 2013), € 166,98 (d.d. 29 januari 2013), € 151,25 (d.d. 29 januari 2013), € 41,75 (d.d. 29 maart 2013), € 242,- (d.d. 12 april 2013), € 242,- (d.d. 26 april 2013) en € 75,62 (d.d. 29 april 2013) – in totaal € 1.645,60 – heeft [eiser] pas in mei 2013 ingediend, omdat hij niet al de btw van deze facturen wilde afdragen terwijl hij de betalingen van de factuurbedragen nog niet had ontvangen.

Op 17 april 2013 hebben partijen overleg gevoerd over de betaling van het bedrag van € 2.130,-.

Bij e-mail van 2 mei 2013 heeft [eiser] zijn werkzaamheden voor [gedaagde 1] opgeschort totdat zij hem betaald had.

Bij brief van 2 mei 2013 aan [eiser] heeft [gedaagde 1] hem in gebreke gesteld en aanspraak gemaakt op schadevergoeding en boete wegens zijn eenzijdig terugtrekken.

3.2.

Artikel 7 van de freelance-overeenkomst van 16 augustus 212 luidt:

“Opdrachtnemer factureert opdrachtgever voor de geleverde diensten op basis van het aantal feitelijk gewerkte uren, tegen een bedrag van € 2.000,00 exclusief btw per maand op basis van 40 werkuren per week.

Opdrachtgever verplicht zich facturen van opdrachtnemer betreffende genoemde werkzaamheden te voldoen uiterlijk binnen 14 dagen na factuurdatum, waarbij de factuur eerst voldaan dient te zijn door de klant van opdrachtgever aan opdrachtgever.”

[gedaagde 1] heeft zich derhalve verplicht om de facturen van [eiser] binnen 14 dagen te voldoen, zij het dat het voorbehoud is gemaakt dat eerst de klant de factuur van [gedaagde 1] moet hebben voldaan. Kennelijk is de afspraak die partijen eind 2012 hebben gemaakt met betrekking tot de betaling van het bedrag van € 2.130,- met het oog op dit voorbehoud gemaakt.

3.3.

Omdat de betreffende klanten niet betaalden heeft [gedaagde 1] [eiser] ook niet betaald. [gedaagde 1] verkeerde in het eerste kwartaal van 2013 in financiële problemen. Om die reden kon zij het bedrag van € 2.130,- ook niet in de eerste maanden van 2013 betalen.

Op 17 april 2013 hebben partijen gesproken over de betaling van dat bedrag. Volgens [eiser] heeft gedaagde sub 2 toen toegezegd dat hij voor het einde van die maand € 1.500,- zou voldoen. Gedaagde sub 2 heeft ter comparitie verklaard dat hij dat toen niet heeft toegezegd, maar dat hij heeft gezegd dat hij met zijn vrouw – gedaagde sub 3 – zou bespreken wat er mogelijk was. Volgens gedaagde sub 2 zou in de eerste week van mei verder overleg met [eiser] daarover plaatsvinden.

3.4.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde 1] zich in april 2013 in redelijkheid niet meer heeft kunnen beroepen op het voorbehoud in artikel 7 van de freelance-overeenkomst, dat de klant eerst moet hebben betaald. [eiser] heeft recht op betaling van zijn facturen, binnen 14 dagen, althans binnen een redelijke termijn in het geval dat de klant niet tijdig betaalt. [gedaagde 1] kan het voorbehoud in het artikel niet aangrijpen om de betaling aan [eiser] eindeloos op te schorten.

Vaststaat dat [eiser] [gedaagde 1] op 17 april 2013 heeft aangesproken op betaling van het bedrag van € 2.130,-. Het heeft toen op de weg van [gedaagde 1] gelegen om [eiser] daarin tegemoet te komen.

Op 2 mei 2013 had [gedaagde 1] nog geen bedrag aan [eiser] betaald. Los van de vraag of gedaagde sub 2 op 17 april 2013 al dan niet een concrete toezegging had gedaan om een bedrag te betalen, heeft [gedaagde 1] [eiser] kort na 17 april 2013 een bedrag behoren te betalen. [eiser] heeft om die reden op 2 mei 2013 zijn werkzaamheden voor [gedaagde 1] mogen opschorten totdat er betaald zou zijn.

Het verweer dat de opschorting onrechtmatig was omdat het ging om een factuurbedrag van het eerdere freelance-contract, kan niet worden aanvaard. Ook het verweer dat de opschorting disproportioneel was, kan niet worden aanvaard.

3.5.

Vaststaat dat [gedaagde 1] in totaal een bedrag van € 3.775,60 wegens onbetaalde facturen aan [eiser] verschuldigd is. Dit bedrag is toewijsbaar. De wettelijke rente erover is toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding, nu nergens uit blijkt dat eerder aanspraak op rente is gemaakt.

3.6.

[gedaagde 1] is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de freelance-overeenkomst. De aard en ernst van de tekortkoming is zodanig dat de ontbinding van de freelance-overeenkomst gerechtvaardigd is. De daartoe strekkende vordering in conventie is toewijsbaar.

3.7.

Ten aanzien van de door [eiser] gevorderde schadevergoeding wordt het volgende overwogen.

[eiser] heeft vergoeding gevorderd van de te lijden inkomstenderving als gevolg van de ontbinding van de freelance-overeenkomst. Hij zou in een normale periode van zes maanden minimaal € 5.000,- aan omzet hebben verdiend bij [gedaagde 1] , aldus [eiser] .

Deze stelling is echter op geen enkele wijze onderbouwd. De eerste vier maanden bedroeg het totaal van de gefactureerde bedragen € 1.645,60, inclusief btw, derhalve € 1.360,- exclusief btw. Niet aannemelijk is dan dat [eiser] in zes maanden € 5.000,- aan omzet bij [gedaagde 1] zou hebben behaald.

In de freelance-overeenkomst van 19 februari 2013 is geen vast bedrag per maand afgesproken. Er is, in artikel 7, een vergoeding per gewerkte uren/opdracht afgesproken.

[eiser] was afhankelijk van nieuwe opdrachten van [gedaagde 1] . Indien [gedaagde 1] geen opdrachten meer aan [eiser] had verstrekt zou [eiser] geen aanspraak hebben kunnen maken op enige (schade)vergoeding. Er is dan onvoldoende grond voor toekenning van de door [eiser] gevorderde schadevergoeding.

Wat dan resteert is het feit dat [eiser] werkzaamheden zou verrichten in het kader van het project dat [gedaagde 1] eind april 2013 had aangenomen en het feit dat hij daaruit – als gevolg van de opschorting van zijn werkzaamheden en het niet betalen door [gedaagde 1] van zijn facturen – geen inkomsten heeft. Dat is de schade die [eiser] aantoonbaar lijdt. Deze schade zal, mede gelet op hetgeen in artikel 7 van de freelance-overeenkomst van 19 februari 2013 is bepaald, alsmede op de bedragen die hij in de eerdere maanden van 2013 aan [gedaagde 1] heeft gefactureerd, in redelijkheid worden begroot op € 600,- (exclusief btw, zoals in het geval van een schadevergoeding betaamt).

Dit bedrag is toewijsbaar als schadevergoeding.

3.8.

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen in reconventie moeten worden afgewezen. [eiser] was gerechtigd zijn werkzaamheden op te schorten zolang [gedaagde 1] de factuurbedragen van 2012 niet betaalde. Dat als gevolg daarvan de belangen van [gedaagde 1] schade werd toegebracht komt voor haar rekening en risico.

Er is daarom geen grond voor schadevergoeding wegens gederfde inkomsten vanwege geannuleerde opdrachten en evenmin voor de verschuldigdheid van boete aan de zijde van [eiser] .

Ook de gederfde inkomsten in verband met de tijd die is besteed aan het voeren van de procedure komen niet voor vergoeding in aanmerking.

3.9.

[gedaagde 1] zal, als de in conventie en in reconventie in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure, in conventie en in reconventie.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

ontbindt de tussen partijen gesloten freelance-overeenkomst d.d. 19 februari 2013;

veroordeelt [gedaagde 1] , hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan [eiser] te betalen de somma van € 3.775,60, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 juni 2013 tot de dag der voldoening;

veroordeelt [gedaagde 1] , hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan [eiser] te betalen de somma van € 600,- ter zake van schadevergoeding;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie:

wijst de vorderingen af;

in conventie en in reconventie:

veroordeelt [gedaagde 1] , hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] tot heden begroot op € 796,71, waarvan € 83,71 wegens explootkosten, € 213,- wegens griffierecht en € 500,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);

verklaart dit vonnis waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2013.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.