[gedaagde 1] heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.
De van [eiser] op 12 november 2012 ontvangen facturen zijn voor het grootste deel binnen enkele dagen betaald. We constateerden dat [eiser] feitelijk 8 weken had gewerkt in plaats van 12 weken. Maar omdat wij ons hadden gecommitteerd voor een vast bedrag van € 2.000,- exclusief btw per maand op basis van 40 uur per week hebben we met [eiser] afgesproken dat het restant bedrag van € 2.130,- betaald zou worden uit twee specifieke factuurbetalingen door klanten voor een totaalbedrag van € 7.754,62. De bedragen van deze facturen bleken uiteindelijk evenwel slechts voor een bedrag van € 757,57 inbaar. Met [eiser] was geen concrete termijn van betaling afgesproken. Er was geen toezegging gedaan wanneer wij wat zouden betalen. In het gesprek op 17 april 2013 hebben wij hem beloofd om intern te gaan bespreken of we een nieuwe betalingsafspraak konden maken, wat afhankelijk was van onze eigen financiële situatie. Wij wilden in de eerste week van mei met [eiser] bespreken op welke wijze zou kunnen worden betaald, maar hij heeft dat niet willen afwachten.
Op 28 februari 2013 hebben wij met [eiser] een nieuw freelance-contract gesloten voor een periode van 12 maanden. Daarin is geen commitment van € 2.000,- exclusief btw per maand vastgelegd. [eiser] heeft zijn facturen voor de maanden januari tot en met april 2013 (in totaal ten bedrage van € 1.645,60) pas op 3 mei 2013 ingediend (nadat wij hem op 2 mei 2013 in gebreke hadden gesteld). De reden daarvoor was dat [eiser] geen btw wenste af te dragen over factuurbedragen die hij nog niet betaald had gekregen.
Tot 2 mei 2013 hebben wij geen herinnering of aanmaning van [eiser] voor de betaling van het restantbedrag van november 2012 ontvangen. Nadat wij [eiser] op 1 mei 2013 telefonisch en per e-mail hadden geprobeerd te bereiken voor overleg en wij met een IT-manager van een nieuwe klant tevergeefs hadden gewacht op zijn komst, hebben wij op 2 mei 2013 een e-mail van hem ontvangen met het verwijt dat wij de betalingsafspraak niet nakomen en met de mededeling dat hij de uitvoering van de opdracht per 29 april 2013 opschort totdat betaling heeft plaatsgevonden. Het enige bedrag dat toen openstond was het restantbedrag van € 2.130,- van november 2012.
Op diezelfde dag hebben wij [eiser] in gebreke gesteld wegens het terugtrekken uit lopende werkzaamheden dan wel opdrachten, met een boete van € 500,- per dag. Dat met de intentie om hem zijn opschorting te laten intrekken en in overleg tot een betalingsafspraak te komen. [eiser] heeft daar geen gevolg aan gegeven. Wij hebben als gevolg daarvan schade geleden.
[eiser] heeft betaling van het bedrag niet als voorwaarde gesteld om een nieuw contract aan te gaan. Zijn opschorting is onrechtmatig omdat het facturen betreft uit een vorig contract.
De opschorting is ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Wij hebben geen termijn gekregen om tot een betalingsafspraak te komen.
De opschorting dient ook geen redelijk doel, omdat als gevolg daarvan de lopende projecten en opdrachten zijn gestagneerd en moesten worden afgezegd.
De opschorting is ook disproportioneel, omdat het openstaande bedrag lager is dan het bedrag van de inkomsten uit de lopende projecten.
[eiser] handelt tevens onrechtmatig door klanten van ons te benaderen.
Er is derhalve geen sprake van een tekortkoming aan onze zijde en er is geen grond voor ontbinding van de freelance-overeenkomst. Ook de vordering tot schadevergoeding moet daarom worden afgewezen.