vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Handelsrecht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/291358 / KG ZA 15-152
Vonnis in kort geding van 14 april 2015
[eiseres]
,
wonende te [vreemdelingen],
eiseres,
advocaat mr. M.H.J. van Rest te ‘s-Gravenhage,
de stichting
STICHTING FOKUS EXPLOITATIE,
gevestigd te Groningen,
gedaagde,
advocaat mr. J.J. van der Molen te Groningen.
Partijen zullen hierna [eiseres] en Fokus genoemd worden.
2 De feiten
2.1.
[eiseres] is [leeftijd], chronisch ziek en lichamelijk gehandicapt. Hierdoor verplaatst zij zich in een elektrische rolstoel, kan zij niet staan en is zij snel vermoeid. Bij nagenoeg alle dagelijkse verrichtingen heeft [eiseres] begeleiding nodig. Ook heeft zij ernstige problemen met haar darmen, waardoor het noodzakelijk is dat elke dag een klysma gezet wordt.
2.2.
Fokus is een zorginstelling met een toelating op grond van de Wet Toelating Zorginstellingen die zorg verleent op het gebied van persoonlijke verzorging, de zogenaamde ADL-assistentie (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) voor een groot aantal clusterprojecten in Nederland.
2.3.
[eiseres] woont sinds 4 juni 2009 in een clusterproject (een groep woningen die aan personen met lichamelijke beperkingen de mogelijkheid biedt om zelfstandig te wonen in reguliere woonwijken) van Fokus aan de [adres]. Bij een dergelijk clusterproject is een ADL-unit geplaatst waar ADL-assistenten 24 uur per dag beschikbaar zijn om de bewoners, die via een intercomsysteem hulp kunnen inroepen, bij te staan bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen.
2.4.
Tijdens de intakegesprekken in de periode voorafgaand aan de toewijzing van de woning bij Fokus aan [eiseres], heeft zij aangegeven dat zij snel vermoeid raakt wanneer zij nieuwe ADL-assistenten zou moeten inwerken. Fokus heeft aangegeven zoveel mogelijk rekening te zullen houden met de wensen van [eiseres], maar dat er niet altijd aan de wensen van de cliënten tegemoet gekomen kan worden (prod. 1 van [eiseres]).
2.5.
De woning van [eiseres] is voor haar geschikt gemaakt door middel van diverse aanpassingen. De woning wordt gehuurd van de woningcorporatie Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl. De overeenkomst tussen [eiseres] en Fokus is verbonden met de huurovereenkomst die zij met de verhuurder gesloten heeft (prod. 2 en 3 van [eiseres]).
2.6.
In september 2011 heeft [eiseres] bij Fokus het verzoek ingediend of het inbrengen van de klysma’s (waarvoor zij voor die datum hulp elders inkocht) ook door Fokus gedaan kon worden en dan op basis van het zogenoemde voorkeursbeleid, waarbij [eiseres] voorkeur kan opgeven voor bepaalde ADL-assistenten.
2.7.
In 2012 heeft [eiseres] hiervoor een voorkeurslijst opgesteld van 17 ADL-assistenten die de handeling van het inbrengen van de klysma’s bij haar zouden verrichten.
2.8.
In 2013 is de voorkeurslijst van [eiseres] vanwege verloop van medewerkers bij Fokus geslonken naar 11 ADL-assistenten.
2.9.
Per mei 2013 heeft het clusterproject van Fokus waarin [eiseres] woonachtig is een nieuwe locatiemanager, te weten, de heer [adres] en hij heeft aangegeven dat de voorkeurslijst van [eiseres] dient te worden uitgebreid naar 20 ADL-assistenten.
2.10.
Op 5 september 2014 heeft [eiseres] een klacht ingediend bij de Klachtencommissie cliënten van Fokuswonen (prod. 5 van [eiseres]). Na de hoorzitting heeft de Klachtencommissie op 21 november 2014 uitspraak gedaan, waarin zij de klachten van [eiseres] over de uitvoering van het beleid van Fokus door de locatiemanager en de communicatie met de locatiemanager ongegrond zijn verklaard (prod. 7 van [eiseres]).
2.11.
De voorzitter van de Raad van Bestuur van Fokus, de heer mr O. Jongsma, heeft bij brief van 22 december 2014 de beslissing van de Raad van Bestuur naar aanleiding van voornoemde uitspraak aan [eiseres] gemeld, waarin is aangegeven dat de locatiemanager rekening dient te houden met het feit dat het inwerken van nieuwe medewerkers voor [eiseres] een zware belasting vormt, maar dat van [eiseres] mag worden verwacht dat zij meewerkt aan het tijdig meewerken van een door de locatiemanager vast te stellen voldoende aantal medewerkers van voorkeur voor de ochtendzorg (prod. 8 van [eiseres]). Hierop heeft [eiseres] gereageerd bij brief van 2 januari 2015 (prod. 9 van [eiseres]).
2.12.
De locatiemanager heeft op 8 januari 2015 aangifte gedaan bij de politie jegens [eiseres] van bedreiging en heeft daarin toegelicht dat [eiseres] zich bedreigend zou hebben uitgelaten jegens een ADL-assistente over de locatiemanager op 17 november 2014 en op 24 december 2014 (prod. 15 van Fokus),
2.13.
Bij brief van 22 januari 2015 heeft Jongsma gemeld aan [eiseres] dat hij heeft vastgesteld dat, nu het overleg met de locatiemanager niet op gang lijkt te komen, en Fokus de maximaal van haar te vergen inspanningen op de zorgvraag van [eiseres] heeft geleverd, de ADL-assistentie aan [eiseres] stopgezet zal worden wanneer er niet met grote spoed drastische wijzigingen in de situatie zullen ontstaan (prod. 10 van [eiseres]).
2.14.
Vervolgens heeft Jongsma bij brief van 2 februari 2015 de overeenkomst met [eiseres] opgezegd tegen 2 april 2015 (prod. 11 van [eiseres]). In deze brief is – voor zover thans van belang – het volgende opgenomen:
“U heeft geen initiatief genomen op mijn verzoek (…) tijdig overleg te openen met de locatiemanager over het inplannen van het inwerken van voldoende en bekwame medewerkers. U heeft het door de locatiemanager aangeboden overleg daarover afgeslagen.
Door het uitblijven van overleg zal het aantal ingewerkte ADL-assistenten dat de bij u uit te voeren specifieke EVA-handeling kan en mag uitvoeren onvoldoende zijn om daarin naar normen van kwantiteit en kwaliteit verantwoord te kunnen voorzien. Het uitblijven van overleg ontneemt u en Fokus uitzocht op het op orde brengen van dit belangrijke aspect van de assistentieverlening. Daardoor zal een risicovolle situatie van onverantwoorde zorg ontstaan, (…).
De hierboven beschreven situatie is het eindresultaat van vele pogingen uw assistentie-vraag en (de mogelijkheden van het) assistentie-aanbod van Fokus op elkaar af te stemmen. Ik moet helaas vaststellen dat als gevolg van het uitblijven van uw acties (waarbij het instemmen met het inwerken van een enkele assistente daarin geen vertrouwenwekkende en adequate verandering brengt) er geen uitzicht is op daadwerkelijke verbetering, ondanks de inzet van Fokus.
Als gevolg daarvan zeg ik u de overeenkomst tot dienstverlening op, op grond van gewichtige redenen, zoals bedoeld in art. 7:460 BW en wel tegen 2 april 2015, (…).”
3 Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Fokus op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 10.000,--;
I. te verbieden uitvoering te geven aan de opzegging van 2 februari 2015;
II. te veroordelen de ADL-assistentie aan [eiseres] op de gebruikelijke wijze en gebruikelijke tijden te blijven continueren totdat in een eventuele bodemprocedure wordt geoordeeld dat Fokus gerechtigd is de ADL-assistentie aan [eiseres] te beëindigen.
3.2.
[eiseres] legt hieraan het volgende ten grondslag.
Fokus kiest met beëindiging van alle zorgverlening voor de meest verstrekkende optie. Beëindiging van alle zorgverlening door Fokus heeft buitenproportionele gevolgen voor [eiseres]. Dat betekent ten eerste dat zij op korte termijn een beroep zal moeten doen op thuiszorg wat betekent dat zij ernstig beperkt zal worden in haar vrijheid. Immers, zij heeft voor alle dagelijkse verrichtingen assistentie nodig die zij bij Fokus op afroep kan inroepen en dat is via reguliere thuiszorg niet mogelijk. Ten tweede betekent dit in beginsel dat zij op korte termijn haar woning zal moeten verlaten aangezien daarin enkel cliënten mogen wonen die ADL-assistentie van Fokus afnemen. Deze woning is echter speciaal voor haar aangepast, terwijl er op dit moment geen reëel alternatief is.
3.3.
Fokus voert verweer. Fokus meent dat de ADL-dienstverleningsovereenkomst na opzegging per 2 april 2015 wegens gewichtige redenen is beëindigd nu onder verwijzing naar de opzeggingsbrief van 2 februari 2015, in samenhang met de brieven van Fokus van 22 december 2014 en 22 januari 2015, [eiseres] niet bereid is gebleken zich in overleg met Fokus voldoende in te spannen om voldoende bekwame ADL-medewerkers in te werken voor het in het bijzonder uitvoeren van de specifieke handeling, het aanbrengen van een klysma. Daardoor is er een risicovolle situatie van onverantwoorde zorg ontstaan. Ook komt de assistentie aan de andere bewoners in hetzelfde project in gevaar. Daarnaast heeft [eiseres] zich onjuist en tevens levensbedreigend jegens de locatiemanager uitgelaten, via een ADL-assistente, waarvan aangifte is gedaan.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] gezien haar handicap afhankelijk is van ADL-assistentie en het einde van de overeenkomst met Fokus zal leiden tot het einde van de overeenkomst tussen [eiseres] en Woonbedrijf SWS.Hhvl. [eiseres] heeft dan ook een zodanig spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorzieningen dat het belang van Fokus dat die voorzieningen niet worden getroffen daarbij in het niet vallen. Daarbij tekent de voorzieningenrechter aan dat gesteld noch gebleken is dat Fokus tot op de dag van vandaag aan [eiseres] en haar medebewoners niet de vereiste zorg heeft kunnen verschaffen.
4.2.
Voorshands meent de voorzieningenrechter dat de overeenkomst tussen [eiseres] en Fokus als geneeskundige behandelingsovereenkomst moet worden geduid omdat de door Fokus aan [eiseres] te verlenen zorg onbetwist uit meer dan het enkel leveren van assistentie bij dagelijkse handelingen maar ook medisch noodzakelijke handelingen zoals het zetten van klysma’s die risico’s voor [eiseres] met zich brengen omvat. Dit leidt ertoe dat Fokus de overeenkomst met [eiseres] heeft kunnen opzeggen als zij daarvoor gewichtige redenen had. Hetzelfde vloeit overigens voort uit art 17.1 onder e van de algemene voorwaarden van Fokus die op de relatie van partijen van toepassing zijn.
4.3.
Fokus heeft bij brief van 2 februari 2015 de overeenkomst tussen partijen opgezegd en zij heeft hierbij als grond voor de opzegging aangevoerd dat [eiseres] niet bereid is gebleken zich in overleg met Fokus in te spannen om voldoende ADL-medewerkers in te werken voor het bij haar inbrengen van de klysma’s. De vraag die nu dus in dit kort geding voorligt is of het enkele feit dat [eiseres] niet in overleg is getreden met Fokus ertoe leidt dat sprake is van gewichtige redenen die de opzegging van de overeenkomst rechtvaardigen. De door Fokus aangehaalde aangifte die de locatiemanager van een bedreiging van hem door [eiseres] heeft gedaan, is daarbij niet van doorslaggevend belang, want de bedreiging is in de opzeggingsbrief niet (separaat) aan de opzegging ten grondslag gelegd.
4.4.
Uiteindelijk zal de bodemrechter dienen uit te maken of van gewichtige redenen die de opzegging van de overeenkomst rechtvaardigen sprake is. De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd dat de bodemrechter daarvan zal uitgaan. In een bodemprocedure kan ook worden uitgemaakt of het standpunt van [eiseres] juist is met betrekking tot het aantal ADL-medewerkers dat op de voorkeurslijst zou mogen en/of moeten staan of dat Fokus het in dat opzicht bij het rechte eind heeft. Gesteld noch gebleken is dat de klachtencommissie in dat opzicht het laatste woord heeft. Voorshands gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat van gewichtige redenen alleen sprake is als voortzetting van de samenwerking niet langer mogelijk is en daarvan is hij (nog) niet overtuigt. Onder andere zou kunnen worden nagegaan of het inbrengen van de klysma’s bij [eiseres] wederom door derden kan worden verzorgd, zoals ook in het verleden is geschied. Mogelijk dat [eiseres] Fokus - in plaats van het aanbrengen van klysma’s door derden te laten verzorgen - een voorstel kan doen met betrekking tot het door haar inwerken van ADL-medewerkers dat tegemoet komt aan de organisatorische problemen die Fokus in het recente verleden heeft ervaren.
4.5.
De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiseres] bij wege van ordemaatregel toewijzen op de hierna te melden wijze.
4.6.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.
4.7.
Fokus zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 94,19
- griffierecht 78,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal € 988,19
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
verbiedt Fokus uitvoering te geven aan de opzegging van 2 februari 2015;
5.2.
veroordeelt Fokus de ADL-assistentie aan [eiseres] op de gebruikelijke wijze en gebruikelijke tijden te blijven continueren;
5.3.
veroordeelt Fokus om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 2.500,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1. en 5.2. uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 50.000 is bereikt;
5.4.
veroordeelt Fokus in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 988,19, waarvan € 70,64 aan in debet gestelde explootkosten, na ontvangst van een daartoe strekkend betalingsverzoek van de griffie moet worden voldaan aan de griffier door overmaking op rekeningnummer NL53RBOS056.99.90.572 ten name van Arrondissement 536 's-Hertogenbosch onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2015.