2.1
De voor de beoordeling belangrijke wettelijke regels zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
3. Eisers voeren aan dat zij een natuurvergunning hebben aangevraagd, zodat hun bedrijfsvoering wordt gedekt door correcte toestemmingsbesluiten. Met de positieve weigering hebben zij nog niet de maximale zekerheid voor hun bedrijf. Het college heeft in het besluit een disclaimer opgenomen die eisers in een onzekere rechtssituatie brengt. Een wijziging van de regels of van het rekenprogramma kan er in het uiterste geval toe leiden dat hun pluimveebedrijf niet meer legaal in werking is. De overheid is verantwoordelijk voor het wijzigen en uitvoeren van de regels. Het toevoegen van een disclaimer is onverantwoord en onrechtmatig. De positieve weigering moet voor wat betreft de rechtskracht gelijkgesteld worden met een verleende vergunning. Eisers willen graag een onherroepelijk toestemmingsbesluit zonder disclaimer.
4. Het college en de derde-partij stellen zich op het standpunt dat de rechtsgevolgen van een positieve weigering niet gelijk zijn aan die van een vergunning. Als het aangevraagde project (direct) wordt uitgevoerd, heeft nieuw beleid of nieuwe wetgeving daar geen invloed op. Als er geen uitvoering is gegeven aan het project, heeft het besluit bij wijzigingen van het beleid of de wetgeving geen waarde meer. Het project moet dan opnieuw getoetst worden om te bezien of er bij de uitvoering niet alsnog sprake is van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. De disclaimer verandert de rechtsgevolgen van het besluit niet. Het college stelt de disclaimer alleen te hebben toegevoegd om duidelijkheid te geven over die rechtsgevolgen.
5. De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming alleen een vergunningplicht bestaat voor projecten die significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Tot 1 januari 2020 bestond ook een vergunningplicht voor projecten die wel enige verslechterende, maar geen significante gevolgen kunnen hebben. De vergunningplicht voor die projecten is echter door een wetswijziging komen te vervallen.2 Sinds die datum is geen vergunning meer nodig als sprake is van een wijziging of uitbreiding van een project die niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie (intern salderen).3
6. Eisers hebben een natuurvergunning aangevraagd voor het exploiteren van een pluimveehouderij met 68.000 vleeskuikens. Er is gebruik gemaakt van intern salderen. Vaststaat dat ten opzichte van de referentiesituatie geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie op de betrokken Natura 2000-gebieden. Het is uitgesloten dat de gevraagde activiteiten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat eisers geen natuurvergunning nodig hebben voor deze activiteiten. Het college heeft daarom terecht geweigerd om een natuurvergunning te verlenen.
7. Eisers stellen terecht dat het project in de aanvraag duidelijk is omschreven, dat zij alle informatie hebben aangeleverd die van hen verwacht mocht worden en dat het besluit is voorzien van tekeningen en berekeningen. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat de positieve weigering kan worden omgezet in een toestemmingsbesluit. Het is niet mogelijk om toestemming te geven voor een project dat op grond van de wet zonder toestemmingsbesluit mag worden uitgevoerd. Als volgens de wet geen toestemming nodig is, is er voor het college geen enkele aanleiding om een toestemmingsbesluit te geven. Dan moet het college de toestemming weigeren.
8.
De rechtbank volgt eisers ook niet in de stelling dat de positieve weigering moet worden gelijkgesteld met een natuurvergunning. Zoals gezegd mag het project op grond van de wet worden uitgevoerd. Het college is dan ook niet bevoegd om op grond van artikel 5.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voorschriften aan de positieve weigering te verbinden. Het college is evenmin bevoegd om de positieve weigering op grond van artikel 5.3, tweede lid, van de Wet natuurbescherming onder beperkingen te verlenen. Deze bepalingen bieden niet de mogelijkheid om voorschriften of beperkingen te verbinden aan een project dat op grond van de wet mag worden uitgevoerd. Daarbij komt nog dat een natuurvergunning tot een nieuwe referentiesituatie zou leiden. Een positieve weigering doet dat niet. Er zijn dus belangrijke verschillen tussen een natuurvergunning en een positieve weigering.
8.1
Gelet op wat hiervoor is overwogen, leiden de door eisers genoemde uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 7 juni 20214 en de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 oktober 20225 de rechtbank niet tot een ander oordeel.
9. Eisers willen ook dat de disclaimer wordt verwijderd. De disclaimer heeft echter geen rechtsgevolgen. Daarin wordt alleen uitleg gegeven over de rechtsgevolgen van de positieve weigering. De uitleg van het college brengt geen verandering in die rechtsgevolgen. Alleen daarom al kan de beroepsgrond tegen de disclaimer niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden.
9.1
Bovendien is wat in de disclaimer is vermeld over de gevolgen van wijzigingen van het recht, het beleid of het rekenprogramma juist. Het bestuurlijke rechtsoordeel dat geen natuurvergunning nodig is, betekent dat het aangevraagde project op grond van de wet mag worden uitgevoerd. Als eisers echter wachten met de uitvoering van het project, kan het rechtsoordeel zijn waarde verliezen. Het rechtsoordeel gaat namelijk uit van de huidige aanvraag, het ten tijde van het rechtsoordeel geldende recht en het op dat moment toegepaste programma voor de berekening van stikstofdepositie. Als sprake is van relevante wijzigingen op één van die punten, kan het zijn dat wel een natuurvergunning nodig is.