De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 mei 2023.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 11 november 2022 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:
T.a.v. feit 1:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 15 maart 2022 te Wormer en/of Zaandam en/of één of meer andere plaatsen in Nederland en/of te Valencia en/of een of meer andere plaatsen in Spanje, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (van) een of meerdere voorwerpen, te weten
- in de periode van 18 juli 2017 tot en met 12 september 2019 717,0639, althans (ongeveer) 717, althans een of meerdere, Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 1: ‘S8+’ als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 3.469.406,80) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- in de periode van 23 september 2019 tot en met 7 februari 2020 32,70574504, althans (ongeveer) 33, althans een of meerdere, Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 2: ‘IPOD’ als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 303.911,49) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- in de periode van 27 augustus 2020 tot en met 11 maart 2022 0,80 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 3 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 9.958,28) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- op of omstreeks 25 februari 2020 4,19, althans een of meerdere, Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 4 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 40.493,04) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- in de periode van 8 februari 2020 en 25 februari 2020 17,69, althans een of meerdere, Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 5 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 178.810,20) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- in de periode van 25 en 26 februari 2020 0,94 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 6 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 9.124,56) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- op of omstreeks 26 februari 2020 7,614, althans een of meerdere, Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 7 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 70.933,39) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- op of omstreeks 21 juli 2021 1,142, althans een of meerdere, Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 8 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 36.022,12) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- in de periode van 18 oktober 2018 tot en met 28 september 2021 3,52, althans een of meerdere, Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 9 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 122.041,63) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of 1,76 Bitcoin Cash (BCH) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat minimaal totaalbedrag van ongeveer $ 526,40) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin Cash (BCH) en/of
- in de periode van 27 september 2020 tot en met 5 november 2020 7,37, althans een of meerdere, Ethereum (ETH) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 10 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 2.856,41) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Ethereum (ETH) en/of
- in de periode van 9 september 2021 tot en met 4 maart 2022 27.290, althans een of meerdere Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 11 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 27.290,00) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en/of
- in de periode van 22 september 2021 tot en met 25 november 2021 5.826.688,55, althans een of meerdere, Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 12 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 5.826.688,55) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en/of
- in de periode van 8 oktober 2021 tot en met 5 december 2021 31.475,93, althans een of meerdere, Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 13 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 31.475,93) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en/of
- in de periode van 17 november 2021 tot en met 3 december 2021 1.211.710,04, althans een of meerdere, Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 14 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 1.211.710,04) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en/of
- in de periode van 26 februari 2022 tot en met 14 maart 2022 1.712,89, althans een of meerdere, Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 15 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 1.712,89) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en/of
- op of omstreeks 3 maart 2022 0,05 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 16 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 2.131,21) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- in de periode van 1 februari 2022 tot en met 14 maart 2022 72.613,47, althans een of meerdere, Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 17 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 72.613,47) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- op of omstreeks 13 april 2019 1 Ethereum (ETH) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 18 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 164,53) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Ethereum (ETH) en/of
- op of omstreeks 12 maart 2022 0,5 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 19 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 19.333,25) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of
- op of omstreeks 29 januari 2022 10.580,63, althans een of meerdere, Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 20 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 10.580,63) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT),
(in totaal) althans 785,72 Bitcoin (BTC) en/of 1,76 Bitcoin Cash (BCH) en/of 8,37 Ethereum (ETH) en/of 7.182,071,51 Tether (USDT) (met een geschatte totaalwaarde van (ongeveer) $ 11.398.332,27),
(telkens) in elk geval een of meerdere grote hoeveelhe(i)d(en) Bitcoin (BTC) en/of Bitcoin Cash (BCH) en/of Ethereum (ETH) en/of Tether (USDT) en/of (overige) cryptovaluta en/of een of meerdere geldbedrag(en) (ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelhe(i)d(en) Bitcoin (BTC) en/of Bitcoin Cash (BCH) en/of Ethereum (ETH) en/of Tether (USDT) en/of (overige) cryptovaluta)
a. de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) voorwerp(en) was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie voornoemd(e) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad en/of
b. heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt.
T.a.v. feit 2:
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 15 maart 2022 te Wormer en/of Zaandam en/of Amsterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een of meerdere geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een werkgeversverklaring en/of een of meerdere salarisspecificaties en/of bankafschriften en/of arbeidscontracten, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst door
- een werkgeversverklaring op te stellen, ondertekend door [werknemer KvK] , werkzaam bij de Kamer van Koophandel, waaruit een niet bestaande werkgever/werknemer-relatie tussen hem, verdachte en de Kamer van Koophandel blijkt en/of
- een arbeidscontract op te stellen tussen hem, verdachte, en de Kamer van Koophandel, waaruit een niet bestaande werkgever/werknemer-relatie tussen hem, verdachte en de Kamer van Koophandel blijkt en/of
- een of meerdere salarisspecificaties afkomstig van de Kamer van Koophandel op te stellen waaruit een niet bestaande werkgever/werknemer-relatie tussen hem, verdachte en de Kamer van Koophandel blijkt en/of
- een of meerdere bankafschriften van een op zijn, verdachte, naam staande bankrekening zodanig te modificeren dat daaruit volgt dat hij salaris van de Kamer van Koophandel heeft ontvangen met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te
doen gebruiken
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 15 maart 2022 te Wormer en/of Zaandam en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meerdere valse en/of vervalste geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst, door een valselijk opgemaakte werkgeversverklaring en/of een of meerdere valselijk opgemaakte arbeidscontracten en/of salarisspecificaties en/of bankafschriften aan te bieden bij en/of te versturen naar [makelaarskantoor 1] en/of bij/naar [makelaarskantoor 2] en/of bij/naar [makelaarskantoor 3] .
T.a.v. feit 3:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 15 maart 2022 te Wormer en/of Zaandam en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Valencia en/of een of meer andere plaatsen in Spanje, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
-een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
-zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of
-voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s)wisten of ernstige redenen had/hadden om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)
een of meerdere telefoons voorhanden gehad en/of
(via (voornoemde) telefoons) over (de voorbereiding van) de productie en/of de invoer en/of de uitvoer van en/of de handel in en/of het vervoer van een of meer middelen als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I gecommuniceerd
- in de periode van 1 november 2021 tot en met 8 maart 2022 met een onbekend gebleven persoon met de (gebruikers)naam [gebruikersnaam 1] en/of
- in de periode van 19 februari 2022 tot en met 11 maart 2022 met een onbekend gebleven persoon met de (gebruikers)naam [gebruikersnaam 2] en/of
- in de periode van 4 maart 2022 tot en met 7 maart 2022 (in een chatgroep met de naam ‘ [naam groepschat 1] ’) met (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) met de (gebruikers)na(a)m(en) [gebruikersnaam 3] en/of [gebruikersnaam 4] en/of
- in de periode van 5 maart 2022 tot en met 14 maart 2022 met een onbekend gebleven persoon met de (gebruikers)naam [gebruikersnaam 5] en/of
- in de periode van 8 maart 2022 tot en met 14 maart 2022 met een onbekend gebleven persoon met de (gebruikers)naam [gebruikersnaam 6] en/of
- in de periode van 8 maart 2022 tot en met 14 maart 2022 (in een chatgroep met de naam ‘ [naam groepschat 2] ’) met voornoemd onbekend gebleven persoon met de (gebruikers)naam [gebruikersnaam 5] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) met de (gebruikers)na(a)m(en) [gebruikersnaam 7] en/of [gebruikersnaam 8] en/of
- in de periode van 8 maart 2022 tot en met 14 maart 2022 (in een door hem, verdachte, aangemaakte chatgroep met de naam ‘ [naam groepschat 3] ’) met voornoemde onbekend gebleven perso(o)n(en) met de (gebruikers)na(a)m(en) [gebruikersnaam 5] en/of [gebruikersnaam 8] en/of [gebruikersnaam 6]
en in dat kader onder andere gesproken over
- het regelen en/of bestellen van XTC-pillen en/of MDMA(-kristallen) en/of
- het uitvoeren van XTC-pillen en/of MDMA(-kristallen) (naar Midden- en/of Zuid-Amerika) en/of het ruilen van (die) XTC-pillen en/of (die) MDMA(-kristallen) voor (blokken) cocaïne en/of
- het opzetten van een of meerdere (overige) transportlijnen vanuit Midden- en/of Zuid-Amerika naar de havens van Rotterdam en/of Antwerpen en/of de kosten daarvan en/of
- het doen van een of meerdere investering(en) en/of het verdelen van winst(en) en/of geld(en) en/of
- de inzet en/of de afhandeling (in Europa) van een of meerdere (proef)(zee)containers en/of
- (de manier van) het verbergen van vernoemde middelen (in een (zee)container) en/of het uithalen van voornoemde middelen uit een (zee)container en/of
- (door hem, verdachte, ontvangen) foto’s van een of meer blokken (gelijkend op) cocaïne en/of
- het omkopen van (Colombiaanse) autoriteiten.
T.a.v. feit 4:
hij op een of meer plaatsen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 15 maart 2022 te Nederland en/of te Spanje en/of te Colombia, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad:
- (een eerste lading en/of hoeveelheid van) (ongeveer) 2674 XTC-pillen, althans een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (p. 2 e.v. zaaksdossier 4) en/of
- (een tweede lading en/of hoeveelheid van) (ongeveer) 2171 XTC-pillen, althans een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (p. 4 e.v. zaaksdossier 4) en/of
- (een derde lading en/of hoeveelheid van) een onbekend gebleven aantal XTC-pillen, althans een of meer hoeveelheden bevattende MDMA (p. 6 e.v. zaaksdossier 4)
zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1.
Onder feit 1 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij middels twintig cryptovaluta wallets in totaal ongeveer $ 11.398.332,27 heeft witgewassen. In deze cryptovaluta wallets werden verschillende soorten cryptovaluta verhandeld, namelijk Bitcoins, Bitcoin-cash, Tethers en Ethereums.
Bezit/eigendom cryptovaluta wallets
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte handelingen heeft verricht ten aanzien van alle twintig cryptovaluta wallets in de ten laste gelegde periode en acht het voor de beoordeling van het ten laste gelegde allereerst van belang te beoordelen of/welke cryptovaluta wallets aan verdachte toebehoorden. Zij overweegt daartoe als volgt.
Ipod wallet (wallet 2) en wallets 3, 9 t/m 11, 15 t/m 20.
Een aantal van de walllets, namelijk nummer 3, 17 en 18, zijn aangetroffen op telefoons van verdachte. Verdachte erkent dat hij de telefoons waarop deze wallets zijn aangetroffen in gebruik had, dat deze telefoons van hem waren en dat hij deze telefoons gebruikte om gesprekken over cryptotransacties te voeren. Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting erkend dat hij ook de eigenaar is van de IPOD-wallet (wallet 2) en wallets nummer 9 tot en met 11, 15, 16, 19 en 20. Dit betreffen de crypotvaluta wallets die gekoppeld zijn aan de deposit accounts van [website 1] , [website 2] en [website 3] . Deze deposit accounts zijn op hun beurt ook weer gekoppeld aan verdachte en daarvan heeft verdachte ter terechtzitting ook verklaard dat het gaat om accounts toe aan hem toebehoren.
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de cryptovaluta wallets 2 (Ipod), 3, 9 tot en met 11 en 15 tot en met 20 aan verdachte toebehoorden.
S8 wallet (wallet 1).
Zoals hierboven vermeld, is bij de doorzoeking van de woning van verdachte op 2 maart 2020 in het (systeem)plafond van de badkamer een notitieboekje met mnenomic phrases aangetroffen. Een mnenomic phrase is een herstelzin of woordenreeks, bestaande uit 12 tot 24 woorden, voor het openen of herstellen van een cryptovaluta wallet. Deze woordenreeks is vergelijkbaar met de pincode van een bankrekening en betreft een zeer persoonlijke code. Alleen deze code verschaft toegang tot een desbetreffende cryptovaluta wallet. Een van de bij verdachte aangetroffen mnenomic phrases (hierna ook wel private key) verschaft toegang tot de S8 wallet. Over een periode van twee jaar zijn cryptovaluta verhandeld in deze S8 wallet ter waarde van ruim $ 3,5 miljoen.
De verdachte heeft op 3 september 2020 ten overstaan van de politie verklaard, dat de S8 wallet toebehoorde aan een vriend van hem, dat deze vriend hem het een en ander heeft geleerd over het gebruik van cryptovaluta wallets, dat hij daarom de mnenomic phrase heeft genoteerd, maar dat hij niet heeft ingelogd op de S8 wallet. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de S8 wallet niet aan een vriend maar aan zijn – inmiddels overleden – stiefvader toebehoorde en dat hij degene was die hem heeft geleerd hoe hij de mnenomic phrases moest gebruiken en verdachte toen de mnenomic phrase heeft genoteerd.
De rechtbank volgt deze verklaring van verdachte niet.
De private key van de S8 wallet is bij verdachte aangetroffen. De rechtbank acht het zeer onwaarschijnlijk dat een ander de private key van de S8 wallet, waarin over een periode van twee jaar cryptovaluta werden verhandeld ter waarde van ruim $ 3,5 miljoen, aan verdachte zou hebben toevertrouwd zonder nadere administratie/afspraken. Specifiek wat betreft de verklaring van de verdachte dat de S8 wallet aan zijn stiefvader zou toebehoren, stelt de rechtbank daarbij vast dat het op basis van de inkomensgegevens van de stiefvader van verdachte onwaarschijnlijk is dat de stiefvader van verdachte de eigenaar is van een wallet waarin dergelijke grote hoeveelheden bitcoins worden verhandeld. Dat de S8 wallet aan een ander dan verdachte toebehoort vindt, naar het oordeel van de rechtbank, op geen enkele wijze ondersteuning in het dossier.
Daarnaast is sprake van omstandigheden die de rechtbank sterken in haar conclusie dat de S8 wallet aan verdachte toebehoort. Zo stelt de rechtbank vast dat onderzoek heeft uitgewezen dat de S8 wallet in verband kan worden gebracht met verdachte doordat er in drie verschillende wallets een of meerdere transacties hebben plaatsgevonden naar zowel de S8 wallet als het [website 1] deposit adres, waarvan verdachte erkent dat deze aan hem toebehoorde.. Daarnaast worden er inkomende transacties op twee verschillende wallets in zijn geheel verdeeld tussen de S8 wallet en het deposit adres van verdachte. Tot slot gaan over de S8 wallet vergelijkbare transacties als de IPOD wallet, waarvan de verdachte heeft verklaard dat deze wel aan hem toebehoort.
Gelet op het bovenstaande kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat de S8 wallet aan verdachte toebehoort.
Wallets 4 t/m 8 en 12 t/m 14
Verdachte heeft deze cryptovaluta wallet-adressen gedeeld met derden voor het afhandelen van transacties, zo blijkt uit chatgesprekken die verdachte daarover heeft gevoerd. Dat verdachte deze berichten als tussenpersoon voor andere handelaars in cryptovaluta doorstuurde en geen eigenaar was van de wallets, zoals is aangevoerd, volgt de rechtbank niet. In tegenstelling tot hetgeen verdachte heeft verklaard, wijzen de chatgesprekken erop dat de wallets die verdachte doorstuurt, toebehoren aan hemzelf, en niet aan een ander dan verdachte. Zo zegt verdachte in de chats onder andere: ‘
- -
‘mijn openbare adres om USDT te ontvangen [openbaar adres] ’;
- -
‘voor welke prijs zou je het aan mij verkopen’;
- -
op de vraag hoeveel hij nodig heeft, antwoordt verdachte dat hij ‘15 milj[oen] en in Mede[llin] 40 milj[oen] nodig heeft’;
- -
‘ik heb zo’n 20 mill nodig (…) ik stuur je nu een wallet’.
Uit dergelijke chatgesprekken valt naar het oordeel van de rechtbank af te leiden dat het verdachte is, die de cryptovaluta wallets beheert en dat deze cryptovaluta wallets aan hem toebehoren.
Hier komt bij dat verdachte geen redelijke verklaring heeft kunnen geven waaróm hij namens anderen een wallet zou doorsturen, in plaats van dat de betreffende trader dat zelf zou doen.
De rechtbank merkt tevens op dat in de crypotvaluta wallets 4, 7 en 8 slechts één en bij wallet 6 slechts twee transacties binnenkomen. Bij al deze cryptovaluta wallets zijn er slechts twee uitgaande transacties. Dit is een aanwijzing dat deze wallets expliciet zijn aangemaakt voor deze enkele transacties en dat sterkt de rechtbank in de overtuiging dat verdachte hier niet als tussenpersoon voor andere handelaren heeft opgetreden, maar zelf een wallet aanmaakte voor het uitvoeren transacties.
De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat het niet anders kan zijn dat ook de wallets 4 tot en met 8 en 12 tot en met 14 aan verdachte toebehoren.
Tussenconclusie.
De rechtbank is op basis van het dossier en verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat alle cryptovaluta wallets, zoals opgenomen in de tenlastelegging, ten tijde van de ten laste gelegde periode aan verdachte toebehoorden.
Witwassen
De vraag die vervolgens voorligt is de vraag of de door verdachte verrichtte transacties in de cryptovaluta wallets het strafbare feit van (gewoonte)witwassen oplevert.
Toetsingskader witwassen.
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving
van artikel 420bis, eerste lid, onder b Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel
"afkomstig uit enig misdrijf', niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden
afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid
misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat
het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te
leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht
dat een voorwerp "uit enig misdrijf' afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde
feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde
voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden
kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden
van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de
herkomst van het voorwerp.
Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst
onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het
vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit
de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp.
Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate
van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking
heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare
verklaring kan gelden.
De rechtbank overweegt gelet op dit toetsingskader als volgt.
Inhoudelijk
De rechtbank is – met de officier van justitie en verdediging – van oordeel dat er geen bewijs is voor een concreet gronddelict dat de bron vormt voor de in de tenlastelegging opgenomen transacties ten aanzien van de twintig cryptovaluta wallets. De rechtbank zal dan ook beoordelen of het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de in de tenlastegelegde voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn.
De rechtbank leidt uit de thans beschikbare bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden af. In de cryptovaluta wallets werden diverse uiteenlopende en zeer grote bedragen verhandeld, soms op dezelfde dag of binnen een zeer kort tijdsbestek. In totaal vonden in een periode van vijf jaar, 780 transacties plaats op de tenlastegelegde cryptovaluta wallets van diverse cryptovaluta met een totale inkomende waarde van ruim
$ 11 miljoen.
Verdachte handelde als tussenpersoon bij het omzetten en verplaatsen van contant geld/cryptovaluta. De werkwijze van verdachte bestond voornamelijk uit drie varianten:
-
contant geld in ontvangst nemen en elders contant (laten) uitbetalen;
-
contant geld in ontvangst (laten) nemen en in cryptovaluta uitbetalen;
-
cryptovaluta ontvangen en contant (laten) uitbetalen.
Ten aanzien van de herkomst van het geld/de cryptovaluta heeft verdachte verklaard dat hij niet wist waar het geld/de cryptovaluta vandaan kwamen en dat ook niet controleerde. Ook heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat het vaker is voorgekomen dat hij grote geldbedragen cash, wel oplopend tot €100.00,-, kreeg overhandigd, zonder daar verdere vragen over te stellen.
Uit het onderzoek naar de vermogenssituatie van verdachte (en zijn huwelijkspartner) is gebleken dat zij nauwelijks over legale inkomsten of vermogen beschikken. Vanaf 2018 zijn geen salarisbetalingen meer zichtbaar en de bankrekening van verdachte werd grotendeels gevoed middels onverklaarbare contante stortingen. Daarnaast past het uitgave patroon niet bij de legale inkomsten van verdachte. Zo werd een behoorlijke hoeveelheid luxegoederen aangetroffen in zijn woning, blijkt hij regelmatig vliegreizen te maken en werd onroerend goed in Spanje aangekocht met contant geld.
Daar komt bij dat er in wallet 5 transacties hebben plaatsgevonden waarvan bijna de helft van de transacties afkomstig is van een darknet respectievelijk van mixing, wat als middel wordt gebruikt om potentieel identificeerbare of ‘besmette’ cryptovaluta met andere te mengen om de oorspronkelijke bron te verhullen. Ook bij wallet 6 blijkt sprake te zijn van transacties afkomstig van darknet en indirect van mixing. Daarnaast heeft in de wallets 4, 7 en 8 steeds maar één transactie plaats gevonden, met een contante waarde van meer dan EUR 25.000,- (vgl. ECLI:NL:GHDH:2022:104).
Ook blijkt uit de chatgesprekken dat verdachte voor zijn tradings een commissie vraagt van 4% tot 6% over de transactiewaarde, welke hij vervolgens contant liet uitbetalen of storten op een (Colombiaanse) bankrekening. Dit commissiepercentage is een percentage dat hoger ligt dan de gebruikelijke commissie (0,25 – 0,30%) die voor dergelijke transacties worden gevraagd door reguliere wisselkantoren.
Daarnaast had verdachte geen wetenschap van de identiteit van de personen met wie hij handelde. In de chatgesprekken wordt gebruik gemaakt van ‘codenamen’, ook door verdachte, en voor de overdacht van gelden, wordt gebruik gemaakt van een nummer/token waardoor de identiteit van de betrokken personen niet bekend wordt.
De chatgesprekken over cryptovaluta worden gevoerd op meerdere telefoons die aan verdachte toebehoren en verdachte geeft in deze chatgesprekken aan dat hij over de hele wereld transacties kan laten uitvoeren. Wanneer geldoverdrachten plaatsvinden, gebeurt dat op openbare locaties.
Ten slotte heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij geen administratie van zijn transacties heeft bijgehouden, ondanks dat dit vaak over zeer grote bedragen per transactie gaat.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van voldoende aanleiding om een vermoeden van witwassen te rechtvaardigen.
Gelet hierop mag van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van de transacties in de op de tenlastelegging opgenomen wallets.
Verklaring verdachte
Verdachte is in het huidige onderzoek op 15 maart 2020 aangehouden en heeft pas op
1 september 2023, ter terechtzitting, nadat het einddossier geruime tijd gereed was, voor het eerst een verklaring afgelegd waarin hij verklaart slechts als tussenpersoon tussen kopers en verkopers van cryptovaluta heeft gefungeerd. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring niet als een concreet, min of meer verifieerbare niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring kan worden aangemerkt.
Het aldus door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen geeft
onvoldoende aanleiding tot een nader onderzoek door het Openbaar Ministerie. De rechtbank gaat dan ook uit van een criminele herkomst van alle door verdachte verhandelde cryptovaluta zoals in de tenlastelegging opgenomen.
Wetenschap bij verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat dezelfde feiten en omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het vermoeden van witwassen, ook het bewijs van (voorwaardelijk) opzet van de verdachte opleveren. Kort gezegd: de verdachte handelde met grote regelmaat en met grote contante bedragen in openbare ruimtes met wederpartijen die hij niet kende, waarbij hij een aanzienlijke commissie ontving en wat de wederpartij anonimiteit opleverde. Het belang van deze anonimiteit blijkt ook uit de codenamen in de chatberichten en tokens bij de overdacht van geld die werden gehanteerd. De omvang en de frequentie van de cryptovaluta handel van de verdachte zijn van dien aard dat de rechtbank aanneemt dan verdachte ook niets van zijn klanten wilde weten, hij heeft ook zelf verklaard geen nader onderzoek naar zijn klanten te hebben gedaan.
Conclusies.
Gelet op het bovenstaande is er geen andere conclusie mogelijk dan dat de verhandelde cryptovaluta onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en verdachte dit wist en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan witwassen.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat genoegzaam uit de bewijsmiddelen, waaronder de vele chatgesprekken en de verklaring van verdachte zelf, blijkt dat de verdachte het witwassen in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft begaan. Er was altijd een ander persoon betrokken bij het verrichten van de transacties, met die persoon overlegde hij via chat over bijvoorbeeld de wijze van transactie van het geld en de commissie die verdachte daarvoor zou krijgen, en deze omstandigheden maken dat sprake is van een gezamenlijke uitvoering. De wijze waarop de transacties tot stand zijn gekomen, zijn van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken.
Aangezien verdachte zich gedurende langere tijd heeft bezig gehouden met het witwassen van grote hoeveelheden verscheidene cryptovaluta, is de rechtbank ten slotte van oordeel dat de verdachte van dit medeplegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Gelet op de inhoud van de in de bewijsbijlage weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien met hetgeen hierna wordt overwogen ten aanzien van de feiten 2 tot en met 4, acht de rechtbank het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna nader wordt omschreven.
Het door de verdediging gevoerde kwalificatieverweer vindt zijn weerlegging in hetgeen hiervoor is overwogen. Het verweer wordt dan ook verworpen.
De bewezenverklaring.
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsbijlage uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
T.a.v. feit 1:
in de periode van 1 januari 2017 tot en met 15 maart 2022 in Nederland en/of in Spanje, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) van voorwerpen, te weten
- in de periode van 18 juli 2017 tot en met 12 september 2019 717,0639 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 1: ‘S8+’ als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 3.469.406,80) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- in de periode van 23 september 2019 tot en met 7 februari 2020 32,70574504 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 2: ‘IPOD’ als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 303.911,49) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- in de periode van 27 augustus 2020 tot en met 11 maart 2022 0,80 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 3 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 9.958,28) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- op 25 februari 2020 4,19 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 4 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 40.493,04) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- in de periode van 8 februari 2020 en 25 februari 2020 17,69 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 5 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 178.810,20) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- in de periode van 25 en 26 februari 2020 0,94 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 6 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 9.124,56) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- op 26 februari 2020 7,614 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 7 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 70.933,39) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- op 21 juli 2021 1,142 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 8 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 36.022,12) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- in de periode van 18 oktober 2018 tot en met 28 september 2021 3,52 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 9 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 122.041,63) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en/of 1,76 Bitcoin Cash (BCH) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat minimaal totaalbedrag van ongeveer $ 526,40) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin Cash (BCH) en
- in de periode van 27 september 2020 tot en met 5 november 2020 7,37 Ethereum (ETH) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 10 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 2.856,41) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Ethereum (ETH) en
- in de periode van 9 september 2021 tot en met 4 maart 2022 27.290 Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 11 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 27.290,00) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en
- in de periode van 22 september 2021 tot en met 25 november 2021 5.826.688,55 Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 12 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 5.826.688,55) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en
- in de periode van 8 oktober 2021 tot en met 5 december 2021 31.475,93 Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 13 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 31.475,93) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en
- in de periode van 17 november 2021 tot en met 3 december 2021 1.211.710,04 Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 14 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 1.211.710,04) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en
- in de periode van 26 februari 2022 tot en met 14 maart 2022 1.712,89 Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 15 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 1.712,89) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT) en
- op 3 maart 2022 0,05 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 16 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 2.131,21) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- in de periode van 1 februari 2022 tot en met 14 maart 2022 72.613,47 Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 17 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 72.613,47) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- op 13 april 2019 1 Ethereum (ETH) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 18 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 164,53) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Ethereum (ETH) en
- op 12 maart 2022 0,5 Bitcoin (BTC) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 19 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 19.333,25) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Bitcoin (BTC) en
- op 29 januari 2022 10.580,63 Tether (USDT) (verhandeld via en/of binnengekomen op de wallet met de naam Wallet 20 als bedoeld in het proces-verbaal met nummer 200010353, p. 162-170 van zaaksdossier 1) en/of een of meerdere geldbedragen (ter grootte van een geschat (minimaal) totaalbedrag van ongeveer $ 10.580,63) ontvangen en/of gebruikt voor de aankoop van die hoeveelheid Tether (USDT),
in totaal 785,72 Bitcoin (BTC) en 1,76 Bitcoin Cash (BCH) en 8,37 Ethereum (ETH) en 7.182,071,51 Tether (USDT) met een geschatte totaalwaarde van $ 11.398.332,27,
a. de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemde voorwerpen was, en heeft verborgen en verhuld wie voornoemde voorwerpen voorhanden heeft gehad en
b. heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet, en van voornoemde voorwerpen gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt.
T.a.v. feit 2:
in de periode van 1 januari 2021 tot en met 15 maart 2022 in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van meerdere valse geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst, door een valselijk opgemaakte werkgeversverklaring en een valselijk opgemaakte arbeidscontract en salarisspecificaties en bankafschriften aan te bieden bij en/of te versturen naar [makelaarskantoor 1] en/of naar [makelaarskantoor 2] en/of naar [makelaarskantoor 3] .
T.a.v. feit 3:
in de periode van 1 januari 2021 tot en met 15 maart 2022 in Nederland en/of in Spanje, tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
- anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en inlichtingen te verschaffen en
- zich en anderen gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of ander betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan de verdachte en/of zijn mededaders wisten of ernstige redenen had/hadden om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van die feiten,
hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededaders
meerdere telefoons voorhanden gehad en
via voornoemde telefoons over de voorbereiding van de productie en de invoer en de uitvoer van en de handel in en het vervoer van middelen als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I gecommuniceerd
- in de periode van 1 november 2021 tot en met 8 maart 2022 met een onbekend gebleven persoon met de (gebruikers)naam [gebruikersnaam 1] en
- in de periode van 19 februari 2022 tot en met 11 maart 2022 met een onbekend gebleven persoon met de (gebruikers)naam [gebruikersnaam 2] en
- in de periode van 4 maart 2022 tot en met 7 maart 2022 (in een chatgroep met de naam ‘ [naam groepschat 1] ’) met onbekend gebleven personen met de gebruikersnamen [gebruikersnaam 3] en [gebruikersnaam 4] en
- in de periode van 5 maart 2022 tot en met 14 maart 2022 met een onbekend gebleven persoon met de gebruikersnaam [gebruikersnaam 5] en
- in de periode van 8 maart 2022 tot en met 14 maart 2022 met een onbekend gebleven persoon met de gebruikersnaam [gebruikersnaam 6] en
- in de periode van 8 maart 2022 tot en met 14 maart 2022 in een chatgroep met de naam ‘ [naam groepschat 2] ’ met voornoemd onbekend gebleven persoon met de gebruikersnaam [gebruikersnaam 5] en onbekend gebleven person met de gebruikersnamen [gebruikersnaam 7] en [gebruikersnaam 8] en
- in de periode van 8 maart 2022 tot en met 14 maart 2022 in een door hem, verdachte, aangemaakte chatgroep met de naam ‘ [naam groepschat 3] ’ met voornoemde onbekend gebleven personen met de gebruikersnamen [gebruikersnaam 5] en [gebruikersnaam 8] en [gebruikersnaam 6]
en in dat kader onder andere gesproken over
- het regelen en/of bestellen van XTC-pillen en/of MDMA(-kristallen) en
- het uitvoeren van XTC-pillen en/of MDMA(-kristallen) naar Midden- en/of Zuid-Amerika en/of het ruilen van (die) XTC-pillen en/of (die) MDMA(-kristallen) voor (blokken) cocaïne en
- het opzetten van transportlijnen vanuit Midden- en/of Zuid-Amerika naar de havens van Rotterdam en/of Antwerpen en/of de kosten daarvan en
- het doen van een of meerdere investeringen en/of het verdelen van winsten en/of gelden en
- de inzet en/of de afhandeling in Europa van (proef)(zee)containers en
- de manier van het verbergen van vernoemde middelen (in een (zee)container) en/of het uithalen van voornoemde middelen uit een (zee)container en
- door hem, verdachte, ontvangen foto’s van blokken gelijkend op cocaïne en
- het omkopen van Colombiaanse autoriteiten.
T.a.v. feit 4:
in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 15 maart 2022 te Nederland en/of te Spanje en/of te Colombia, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft vervoerd:
- 2674 XTC-pillen, althans een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en
- 2171 XTC-pillen, althans een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en
- een onbekend gebleven aantal XTC-pillen, althans een of meer hoeveelheden bevattende MDMA
zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.