RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 5722659 HA VERZ 17-14
Beschikking van de kantonrechter van 21 april 2017
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
2Switch Services B.V.,
gevestigd te Elst,
verzoekende partij, hierna te noemen: 2Switch,
gemachtigde mr. M.J. Keuss,
[verweerder]
,
wonende te [plaats] ,
verwerende partij, hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde mr. R. Gijsen.
2 De feiten
De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.
2.1. 2
Switch exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met het aanbod van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 2Switch ontvangt haar opdrachten hoofdzakelijk van gemeentes.
2.2.
[verweerder] , geboren [1957] , is op 1 september 2013 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij 2Switch in de functie van directeur. Eveneens per 1 september 2013 is [verweerder] benoemd als bestuurder van 2Switch Holding B.V. 2Switch Holding B.V. is bestuurder van de werkmaatschappij 2Switch.
2.3.
De arbeidsovereenkomst is per 1 september 2014 voor onbepaalde tijd verlengd. [verweerder] werkt thans gemiddeld 38 uren per week tegen een salaris van € 6.019,00 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.
2.4.
[verweerder] is als indirect bestuurder en directeur van 2Switch de voorzitter van het managementteam (MT) van 2Switch. Van het MT maakten ook mevrouw [F] en meneer [G] deel uit. Wegens verschil van inzicht heeft [verweerder] de arbeidsovereenkomst met [F] beëindigd. De arbeidsovereenkomst van [G] is niet verlengd.
2.5.
Zowel [F] als [G] hebben met betrekking tot het functioneren van 2Switch contact opgenomen met de Raad van Commissarissen (RvC) van 2Switch. [G] heeft per e-mail van 7 maart 2016 aan de heer [D] , lid van de RvC, geschreven:
‘Met pijn in mijn hart voel ik mij genoodzaakt jullie dit bericht te sturen inzake het functioneren van [verweerder] . Na het lezen zullen jullie je mogelijk afvragen “Waarom nu pas?”
Het antwoord is eigenlijk vrij eenvoudig. Ook ik was angstig voor het handelen van [verweerder] . Heb als MT-lid regelmatig op tactische wijze proberen duidelijk te maken wat mijn visie is. Helaas is gebleken dat deze wijze niet werkt. Zit in de fase van tijdelijke contracten, heb een vrouw en kinderen thuis en voel mij verantwoordelijk. Mijn reactie was in eerste instantie om zaken zelf te regelen en op te lossen, maar het conflict tussen [F] en [verweerder] heeft mij aan het denken gezet. Conclusie is dat ik ook verantwoordelijk ben voor ruim 60 medewerkers binnen 2Switch en dat deze medewerkers recht hebben op mijn steun. Gevolg is dat ik me de laatste maanden kritischer heb opgesteld tegenover [verweerder] op de punten waar ik het oneens met hem ben. Gebleken is ook dat hij dit niet kan handelen en mede daarom mijn contract niet nogmaals verlengd zal worden in juni. Door de gesprekken die ik heb gevoerd met [F] en [H] (verzuimmanager/vertrouwenspersoon) is mij duidelijk geworden dat de organisatie lijdt onder het bestuur van [verweerder] .
Het zal mijn situatie niet veranderen, maar ik doe een dringend verzoek aan u, om in te grijpen voordat het echt te laat is.
Uiteraard ben ik altijd bereid om jullie van extra informatie te voorzien. Vooralsnog vertrouw ik erop dat u vertrouwelijk om zult gaan met de informatie die ik u toestuur.’
2.6.
In reactie op de e-mail van [G] heeft de RvC een extra vergadering belegd op 9 maart 2016. Besloten is een onderzoek uit te doen voeren onder de medewerkers. [verweerder] is daarvan diezelfde dag op de hoogte gesteld. De RvC heeft het onderzoek laten uitvoeren door [E] . [E] heeft zijn bevindingen neergelegd in een onderzoeksrapport van april 2016. Het rapport vermeldt onder meer:
De Raad van Commissarissen is niet echt in beeld als het gaat om besturing en management. Het gaat al gauw over de directie en over het ontbreken van een managementteam.
De directie wordt als dominant en directief ervaren. Budget-taakstellingen worden eenzijdig opgelegd en worden meestal als niet realistisch beschouwd. Er is een eenzijdige focus op resultaten. Alleen negatieve aandacht: goed = geen aandacht en slecht = veel aandacht. Plannen en projecten komen tot stand zonder dat van de kennis en ervaring in de organisatie gebruikt wordt gemaakt. Deze werkwijze en deze stijl leiden tot weinig of geen draagvlak voor beslissingen.
Trefwoorden: top-down, stikken of slikken, afstand, geen steun, nauwelijks communicatie, geen ruimte en geen vertrouwen, geen empathie, niet open, twee gezichten (persoonlijk prettig, functioneel niet), onduidelijk/onzorgvuldig/hard personeelsbeleid, geen begrip voor werken met huidige doelgroepen, onzekerheid (angst…?).
Door personele wisselingen is er nu geen functionerend Managementteam.
De directeur stuurt veel onderdelen nu zelf aan.
Dat vergt enerzijds een grote inspanning, maar leidt er anderzijds ook toe dat de aandacht over heel veel zaken verdeeld moet worden.’
2.7.
Op 22 april 2016 is het rapport van [E] met [verweerder] besproken. Met [verweerder] is afgesproken dat hij een plan van aanpak zou maken om gevolg te geven aan de verschillende conclusies van het rapport.
2.8.
Op 13 mei 2016 is [verweerder] door de RvC uitgenodigd om antwoord te geven op een aantal vragen. De vragen zijn bijgesloten bij het e-mailbericht waarin [verweerder] is uitgenodigd te verschijnen op 18 mei 2016.
2.9.
[verweerder] heeft zich op 19 mei 2016 ziekgemeld wegens spanningsklachten. De bedrijfsarts heeft in zijn verslagen van 6 juni 2016 en 23 juni 2016 geoordeeld dat er op basis van ziekte of gebrek dusdanige beperkingen zijn dat er geen benutbare mogelijkheden zijn voor re-integratie. Verder heeft de bedrijfsarts vermeld op 23 juni 2016 dat een gesprek tussen 2Switch en [verweerder] niet goed mogelijk is, maar dat het wel van belang is dat een dergelijk gesprek op niet al te lange termijn zal plaatsvinden.
2.10.
Bij brief van 2 juli 2016 is [verweerder] uitgenodigd voor een bijeenkomst buiten vergadering van de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) om advies uit te brengen over het voorgenomen besluit [verweerder] te ontslaan als statutair bestuurder. [verweerder] heeft laten weten niet in staat te zijn te verschijnen in verband met zijn arbeidsongeschiktheid en zijn tijdelijke verblijf in het buitenland.
2.11.
In de bijeenkomst van de AVA is besloten dat het besluit over het ontslag van [verweerder] wordt aangehouden.
2.12.
In zijn verslag van 14 juli 2016 heeft de bedrijfsarts vermeld dat dat er nog steeds geen benutbare mogelijkheden zijn voor re-integratie of arbeid. In zijn verslag van 3 augustus 2016 oordeelt de bedrijfsarts in gelijke zin, maar spreekt hij wel de verwachting uit dat [verweerder] over circa zes weken wel functionele mogelijkheden heeft voor re-integratie.
2.13.
Op 11 augustus 2016 heeft de AVA [verweerder] uitgenodigd voor een bijeenkomst buiten vergadering op 5 september 2016 teneinde [verweerder] de gelegenheid te geven te adviseren omtrent het voorgenomen besluit tot ontslag van [verweerder] als statutair bestuurder. [verweerder] is niet verschenen, maar heeft zijn raadgevende stem ten aanzien van het voorgenomen besluit tot zijn ontslag als statutair bestuurder schriftelijk gegeven.
2.14.
[verweerder] is op 5 september 2016 ontslagen als bestuurder van 2Switch Holding B.V.
2.15.
In zijn verslagen van 23 september 2016 en 1 december 2016 heeft de bedrijfsarts gemeld dat er onveranderd sprake is van ziekte of gebrek en dat er daarom geen benutbare mogelijkheden zijn voor re-integratie of arbeid.
2.16.
[verweerder] heeft op 15 februari 2017 een deskundigenoordeel gevraagd aan het UWV. Het deskundigenoordeel van het UWV is afgegeven op 17 maart 2017. De conclusie van de arbeidsdeskundige is dat 2Switch onvoldoende heeft meegewerkt aan de re-integratie van [verweerder] . Het bijgesloten rapport van de verzekeringsarts vermeldt verder:
‘Cliënt is uitgevallen op 19 mei en heeft een tijd geen benutbare mogelijkheden gehad omdat zijn klachten te ernstig waren. Echter mag worden aangenomen dat hij per datum 1 september [2016, ktr] voldoende hersteld was om weer een aantal taken te verrichten, zij het (..) dat deze taken beneden het eigen niveau zouden moeten liggen. Gezien het arbeidsconflict was re-integratie bij de eigen werkgever niet goed mogelijk en zou het 2e spoor de aangewezen weg moeten zijn. Momenteel acht ik cliënt wel weer zodanig hersteld dat hij zijn eigen werk, maar dan bij een andere werkgever zou kunnen verrichten. Terugkeer naar de eigen werkgever lijkt niet mogelijk te zijn gezien het conflict.’
3 Het verzoek en het tegenverzoek
3.1. 2
Switch heeft de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst tussen 2Switch en [verweerder] te ontbinden, primair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub h, subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub g BW en meer subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub d BW, onder veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente en nakosten.
3.2.
[verweerder] heeft de kantonrechter primair verzocht het ontbindingsverzoek af te wijzen. Subsidiair heeft [verweerder] verzocht:
-
de ontbinding niet eerder uit te spreken dan met inachtneming van een termijn van zes maanden, dan wel tenminste één maand na de in deze procedure te nemen beslissing;
-
dat de kantonrechter 2Switch veroordeelt om aan [verweerder] , binnen twee weken na betekening van de in deze procedure uit te spreken beschikking of binnen een door de kantonrechter te bepalen termijn, de transitievergoeding te betalen van € 8.769,87 bruto of een door de kantonrechter te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van de beschikking;
-
dat de kantonrechter voor recht verklaart dat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van 2Switch;
-
at de kantonrechter 2Switch veroordeelt aan [verweerder] binnen veertien dagen na betekening van de in deze procedure uit te spreken beschikking, een billijke vergoeding te betalen van € 143.393,29 bruto of een door de kantonrechter te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de betekening van de beschikking;
-
dat de kantonrechter voor recht verklaart dat het als artikel 13 van de arbeidsovereenkomst overeengekomen non-concurrentiebeding is komen te vervallen en dat [verweerder] door 2Switch niet aan dat beding kan worden gehouden;
alles onder veroordeling van 2Switch in de kosten van de procedure.
3.3.
Op de standpunten van partijen zal hierna – voor zover van belang – worden ingegaan.
4 De beoordeling
Ontbinding arbeidsovereenkomst
4.1.
In artikel 7:669 lid 1 BW is geregeld dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen kan ontbinden, indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In lid 3 van artikel 7:669 BW wordt omschreven welke redenen als een redelijke grond kunnen worden aangemerkt.
4.2. 2
Switch baseert haar verzoek primair op artikel 7:669 lid 3 sub h BW: er zijn andere omstandigheden dan vermeld onder sub a tot en met sub g, waardoor het in redelijkheid van haar niet is te vergen dat de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wordt voortgezet. 2Switch heeft [verweerder] ontslagen als statutair bestuurder en daardoor is de arbeidsovereenkomst inhoudsloos geworden. Verder heeft 2Switch opgemerkt dat [verweerder] niet voldoende functioneerde als directeur. Hij had onvoldoende zicht op de financiële situatie van de onderneming en werkte niet goed samen met de overige MT-leden en werknemers. 2Switch is het vertrouwen in [verweerder] verloren en denkt dat [verweerder] niet de juiste man is om de onderneming levensvatbaar te maken en te houden.
4.3.
[verweerder] heeft aangevoerd dat geen sprake is van disfunctioneren. [verweerder] is aangenomen om de onderneming van een welzijnsorganisatie om te vormen naar een commerciële organisatie. Bij de start van zijn werkzaamheden bleek de bedrijfsvoering slechter te zijn dan verwacht. [verweerder] is steeds open en transparant geweest over de stand van de onderneming en de wijze waarop hij het beleid en de reorganisatie uitvoerde. Als al sprake is van disfunctioneren van de onderneming, dan brengt dat niet gelijktijdig mee dat ook [verweerder] disfunctioneert. Het is wrang dat het ontbindingsverzoek grotendeels is gebaseerd op informatie van twee voormalige leden van het MT, [F] en [G] . [verweerder] is na de verklaringen van die leden gelijk buitengesloten en heeft geen eerlijke kans gekregen om te reageren. [verweerder] is vooraf niet duidelijk gemaakt dat het onderzoek door [E] betrekking had op het functioneren van [verweerder] . Door [E] is juist ongevraagd verklaard dat het onderzoek niet daarop was gericht. Het lijkt er thans ook op dat 2Switch van [verweerder] af wil omwille van diens ziekmelding en het uitblijven van herstel.
4.4.
De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer van [verweerder] dat sprake is van strijd met het opzegverbod wegens ziekte en dat daarom de gevraagde ontbinding van de arbeidsovereenkomst moet worden afgewezen. Dit opzegverbod staat gezien artikel 7:671b lid 6 BW niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van [verweerder] . Het verzoek is gebaseerd op het inhoudsloos worden van de arbeidsovereenkomst ten gevolge van het ontslag van [verweerder] als statutair directeur van 2Switch Holding B.V. en dat staat los van de ongeschiktheid wegens ziekte.
4.5.
De kantonrechter stelt voorop dat de ontslaggrond in artikel 7:669 lid 3 sub h BW als een vangnetbepaling moet worden aangemerkt. Het betreft een restcategorie die niet kan worden gebruikt voor de situatie dat niet helemaal voldaan is aan de voorwaarden voor een andere redelijke grond. De grond is bedoeld voor situaties die niet vallen onder de overige redelijke gronden voor ontslag, bijvoorbeeld ontslag van een werknemer in detentie of ontslag van een illegale werknemer. Later in de parlementaire geschiedenis zijn er twee voorbeelden bijgekomen: de voetbaltrainer die wordt ontslagen wegens achterblijvende resultaten of de manager met wie verschillen van inzicht bestaan over het te voeren beleid (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 7, p. 130). De h-grond mag niet worden aangewend voor het repareren van een onvoldoende onderbouwd ontslag waarvoor wegens gebrek aan onderbouwing geen redelijke grond bestaat (Handelingen I, 2013-2014, 33 818, 32, item 14, p. 10-11)).
4.6.
Onvoldoende weersproken is dat de arbeidsovereenkomst van [verweerder] geheel geënt is op zijn positie als statutair bestuurder van de holding, waarbij hij ook als indirect bestuurder van 2Switch is aan te merken. De benoeming van [verweerder] tot statutair bestuurder heeft tegelijk plaatsgevonden met zijn start bij 2Switch als directeur op grond van de arbeidsovereenkomst. Voorts staat vast dat [verweerder] de enige bestuurder is van de holding en dat hij als zodanig ook de enige indirect bestuurder is van de werkmaatschappijen. Daar komt bij dat in artikel 16 van de arbeidsovereenkomst is bepaald dat 2Switch ten behoeve van haar directeur een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten. Gelet op deze omstandigheden concludeert de kantonrechter dat de positie van [verweerder] als werknemer onlosmakelijk is verbonden met zijn positie van statutair bestuurder van de holding. Het eindigen van die bestuurderspositie bij de holding brengt daarom mee dat de arbeidsovereenkomst bij de werkmaatschappij inhoudsloos is geworden. De kantonrechter sluit daarbij aan bij de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat de gevolgen van het ontslagbesluit voor de vennootschapsrechtelijke verhouding in beginsel doorwerken naar de arbeidsrechtelijke verhouding, tenzij er een wettelijk ontslagverbod aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ten grondslag ligt of partijen op voorhand anders zijn overeengekomen (ECLI:NL:HR:2005:AS2027 en ECLI:NL:HR:2005:AS2713). Niet valt in te zien dat deze jurisprudentie onder de Wet werk en zekerheid zijn gelding heeft verloren.
Van 2Switch behoeft overigens niet te worden verwacht dat zij haar managementstructuur wijzigt in die zin dat [verweerder] als titulair directeur aangesteld blijft en er daarnaast een statutair bestuurder wordt aangesteld. 2Switch komt op dat punt de vrijheid toe zelf te bepalen hoe zij haar organisatiestructuur inricht. De conclusie is dat van 2Switch niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortbestaan. De kantonrechter is van oordeel dat voldaan is aan de eisen die de h-grond stelt en zal de overeenkomst op basis daarvan ontbinden.
4.7.
Met inachtneming van artikel 7:671b lid 8 onder a BW zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden met ingang van 1 juni 2017. Voor een langere ontbindingstermijn is naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding. Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van 2Switch, hetgeen vereist is voor de ontbinding op een langere termijn, is geen sprake, zoals hierna – onder het tussenkopje billijke vergoeding – zal worden toegelicht.
4.8.
Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de transitievergoeding. 2Switch heeft de transitievergoeding berekend op een bedrag van € 8.667,36 bruto. [verweerder] heeft verzocht hem een transitievergoeding toe te kennen van € 8.769,87 bruto. [verweerder] heeft zijn berekening niet onderbouwd met een overzicht waaruit blijkt van welke uitgangspunten hij is uitgegaan en heeft daardoor de berekening van 2Switch, die wel is onderbouwd, onvoldoende weersproken. De kantonrechter gaat daarom uit de van de berekening, zoals door 2Switch opgesteld die bovendien van een latere datum van uitdiensttreding uitgaat dan in deze beschikking is vastgesteld. Aan transitievergoeding zal een bedrag van € 8.667,36 worden toegewezen.
4.9.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Gelet op artikel 7:671b lid 8, onderdeel c, BW is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van 2Switch. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34).
4.10.
De kantonrechter stelt voorop dat het afbreukrisico bij een hoge (leidinggevende) functie hoger is dan bij een lagere functie in de onderneming. Reeds daarom hoeft 2Switch geen uitgebreid verbetertraject te volgen met [verweerder] , indien zij niet tevreden is over diens optreden of functioneren als directeur. Dat de verklaringen van de MT-leden [F] en [G] ertoe aanleiding hebben gegeven het optreden van [verweerder] te laten onderzoeken, brengt niet mee dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van 2Switch. 2Switch behoefde dergelijke (dringende) signalen vanuit de organisatie niet te negeren en mocht ervoor kiezen hiernaar onderzoek te verrichten. Indien het standpunt van [verweerder] dat hij van tevoren niet wist dat het onderzoek op hem gericht was, juist is, dan nog is dit enkele feit onvoldoende voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door 2Switch. De kantonrechter volgt [verweerder] niet in zijn stelling dat het rapport van [E] spreekt over ‘directie’ en dat het onderzoek daarom niet alleen op [verweerder] betrekking heeft. Vaststaat dat [verweerder] de directeur is van 2Switch en dat ten tijde van het rapport van [E] er al geen volledig functionerend managementteam was. Daaruit blijkt in voldoende mate dat het rapport grotendeels betrekking heeft op [verweerder] . Dat er na de totstandkoming van het rapport zo snel het vertrouwen in [verweerder] is opgezegd, valt 2Switch niet aan te rekenen. De afwezigheid van het vertrouwen in een werknemer op een dergelijke belangrijke positie ( [verweerder] was immers de spin in het web) is dermate ernstig dat vroegtijdig ingrijpen is toegestaan. 2Switch heeft juist gehandeld door tijdens de eerste vergadering van de AVA, waar [verweerder] niet bij aanwezig kon zijn, de besluitvorming aan te houden tot een latere vergadering, waarbij [verweerder] wel aanwezig kon zijn.
4.11.
Het verwijt van [verweerder] dat er geen re-integratietraject is opgestart, acht de kantonrechter niet terecht. De bedrijfsarts is enigszins onduidelijk geweest in zijn verklaringen, waardoor de stand van zaken voor 2Switch niet steeds duidelijk hoeft te zijn geweest. Weliswaar blijkt achteraf, per de datum van het deskundigenoordeel, dat [verweerder] arbeidsgeschikt was vanaf 1 september 2016, maar die beslissing kwam voor beide partijen als een verrassing. 2Switch kon eerder, zonder die kennis, niet weten dat [verweerder] reeds arbeidsgeschikt was per 1 september 2016 en weer kon re-integreren.
4.12.
Het voorgaande leidt ertoe dat niet kan worden geoordeeld dat 2Switch ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of heeft nagelaten. Het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding wordt daarom afgewezen.
4.13.
Het verzoek van [verweerder] om voor recht te verklaren dat het non-concurrentiebeding tussen hem en 2Switch vervalt, wordt toegewezen, aangezien 2Switch tijdens de zitting heeft verklaard afstand te doen van het non-concurrentiebeding.
4.14.
In de aard van deze procedure ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat beide partijen met de eigen kosten worden belast.
5 De beslissing
De kantonrechter beslist op het verzoek en het tegenverzoek:
5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juni 2017;
5.2.
veroordeelt 2Switch om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 8.667,36, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 juli 2017 tot aan de dag van volledige betaling;
5.3.
verklaart voor recht dat het non-concurrentiebeding in artikel 13 van de arbeidsovereenkomst is komen te vervallen;
5.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2017. (SvW)