De kantonrechter van de rechtbank Overijsel veroordeelt gedaagde om de woningstichting met ingang van 4 augustus 2022 in de gelegenheid te stellen rookmelders te plaatsen in het gehuurde.
Rechtspraak.nl S&E HW 2022/15, UDH:S&E HW/52786 met annotatie van Tanja de Groot
WONINGSTICHTING SINT JOSEPH, gevestigd en kantoorhoudende te Almelo,
eisende partij, hierna te noemen Sint Joseph,
gemachtigde: mr. Th. Van Wijngaarden,
tegen
[gedaagde]
, wonende te [adres] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,
niet verschenen.
1 De zaak in het kort
Het is sinds 1 juli 2022 wettelijk verplicht om in een woning op elke verdieping een rookmelder te hebben uit oogpunt van (brand)veiligheid. Sint Joseph wil daarom rookmelders in de door [gedaagde] gehuurde woning plaatsen. Sint Joseph krijgt geen contact met [gedaagde] . In deze zaak vraagt Sint Joseph bij wijze van voorlopige voorziening dat [gedaagde] wordt veroordeeld om Sint Joseph in de gelegenheid te stellen om rookmelders in de huurwoning te plaatsen. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen. De vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen.
2 De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding met producties aan (het adres van) [gedaagde] betekend op 30 juni 2022
-
de mondelinge behandeling op 11 juli 2022, waarbij de heer P. Kolker is verschenen namens Sint Joseph, bijgestaan door mr. Th. van Wijngaarden. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken,
-
de pleitnota van Sint Joseph.
3 De feiten
3.1.
[gedaagde] huurt de woning aan [adres] van Sint Joseph. De schriftelijke huurovereenkomst is op 25 juni 2020 ondertekend en ingegaan. Op de overeenkomst is het Huurreglement woonruimte van Sint Joseph, uitgave mei 2011 van toepassing.
3.2.
Sint Joseph is als eigenaar en verhuurder wettelijk verplicht om op iedere verdieping van haar woningen, waaronder ook de door [gedaagde] gehuurde woning, een rookmelder te plaatsen. Deze verplichting volgt uit artikel 6.21 lid 6 Bouwbesluit 2012 en luidt als volgt:
(..)Een bestaande woonfunctie heeft op iedere bouwlaag met een verblijfsruimte of met een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een rookmelder die voldoet aan EN 14604. Deze eis is niet van toepassing tot 1 juli 2022.(..)
3.3.
Op 26 mei 2021 heeft Sint Joseph een brief gestuurd aan [gedaagde] met een kennisgeving van een huisbezoek tussen 31 mei 2021 en 18 juni 2021 door vaklieden van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] voor de keuring van de installaties en het plaatsen van rookmelder(s). Hierbij is aan [gedaagde] de gelegenheid geboden om zelf een afspraak te maken.
3.4.
Op 9 juni 2021 en 5 oktober 2021 hebben medewerkers van [bedrijf 1] B.V. een huisbezoek aan [gedaagde] gebracht. Bij dat bezoek is een zogenaamd ‘niet thuis briefje’ in de brievenbus gedaan met het verzoek om contact op te nemen met [bedrijf 1] voor het maken van een afspraak waarop de rookmelders worden geplaatst. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd.
3.5.
Op 28 juni 2021 heeft Sint Joseph per brief aan [gedaagde] medegedeeld dat [bedrijf 1] meerdere malen heeft geprobeerd een afspraak met [gedaagde] te maken en [gedaagde] nogmaals verzocht om binnen week zelf een afspraak te maken met [bedrijf 1] . [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd.
3.6.
Op 8 september 2021 heeft Sint Joseph per brief aan [gedaagde] verzocht om medewerking te verlenen voor plaatsing van de rookmelders in week 38 van 2021. In deze brief is aangekondigd dat bij blijvende weigering medewerking in rechte zal worden gevorderd.
3.7.
Bij de mondelinge behandeling heeft Sint Joseph nog naar voren gebracht dat [gedaagde] ook aan een laatste, recente oproep om mee te werken geen gehoor heeft gegeven.
4 Het geschil
4.1.
Sint Joseph vordert, samengevat, dat de kantonrechter in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar in voorraad:
I. [gedaagde] veroordeelt om Sint Joseph dan wel door haar ingeschakelde derde(n) met ingang van de datum van het vonnis, dan wel met ingang van een door de kantonrechter te bepalen datum, in de gelegenheid te stellen rookmelders in het gehuurde aan [adres] te plaatsen;
II. wanneer [gedaagde] niet vrijwillig aan de onder I. opgenomen veroordeling voldoet, het gehuurde aan het adres [adres] , met al het hare, tijdelijk, voor de duur van het plaatsen van de rookmelders, te verlaten en ter beschikking van Sint Joseph te stellen, welk verlaten zo nodig door de gerechtsdeurwaarder bewerkstelligd kan worden overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 558 jo. 556 lid 1 jo. 557 Rv;
III. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder de nakosten;
4.2.
Sint Joseph stelt ter onderbouwing van haar vorderingen het volgende. De plaatsing van rookmelders is een dringende werkzaamheid in de zin van artikel 7:220 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en artikel 5.1 Huurreglement. Het plaatsen van rookmelders is bovendien per 1 juli 2022 wettelijk verplicht. [gedaagde] heeft, ondanks meerdere verzoeken van Sint Joseph om mee te werken aan de plaatsing van de rookmelders, niets van zich laten horen. Sint Joseph stelt dat deze werkzaamheden niet zonder nadeel kunnen worden uitgesteld omdat zij gehouden is te voldoen aan de wettelijke plicht van artikel 6.21 lid 6 Bouwbesluit 2012. Verder stelt Sint Joseph dat de werkzaamheden niet kunnen worden uitgesteld omdat er een risico bestaat dat zij bij brand een uitkering door de verzekeraar mislopen. Ook voert Sint Joseph aan dat zij de werkzaamheden niet kunnen uitstellen omdat zij het voordeel dat ontstaat door de werkzaamheden projectmatig uit te voeren misloopt. Ten slotte stelt Sint Joseph dat zij het risico loopt op een boete van de gemeente Almelo bij handhaving van de wettelijke plicht.
4.3.
[gedaagde] is niet ter zitting verschenen.
5 De beoordeling
Verstek
5.1.
[gedaagde] is niet verschenen in deze procedure. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
Spoedeisend belang
5.2.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van Sint Joseph reeds in voldoende mate voortvloeit uit haar stellingen en de aard van het gevorderde. De wettelijke verplichting waarop Sint Joseph zich beroept is al op 1 juli 2022 ingetreden en het gaat om een belangrijke maatregel in het kader van veiligheid. Dit betekent dat de vorderingen van Sint Joseph inhoudelijk beoordeeld kunnen worden.
Toetsingskader in kort geding
5.3.
Voor toewijzing van de voorlopige voorziening zoals die door Sint Joseph wordt gevorderd, moet het in hoge mate waarschijnlijk zijn dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen.
Inhoudelijke beoordeling
5.4.
Op grond van artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de voorzieningenrechter in geval van verstek de vorderingen van Sint Joseph toe te wijzen, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Naar het oordeel van de kantonrechter komen de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond over. Dit zal hierna worden uitgelegd.
5.5.
De huurder moet de verhuurder de gelegenheid geven voor het uitvoeren van dringende werkzaamheden. Dit volgt uit artikel 7:220 lid 1 BW. Dringende werkzaamheden zijn niet alleen reparaties, maar alle werkzaamheden die niet zonder nadeel kunnen worden uitgesteld.
5.6.
Vanaf 1 juli 2022 is het verplicht om een rookmelder te hebben op elke woonverdieping in het huis. Dit staat in het Bouwbesluit. Deze verplichting geldt ook voor huurwoningen. In dat geval moet de verhuurder zorgen dat er rookmelders zijn. Naast de wettelijke verplichting is het plaatsen van rookmelders van groot belang voor de veiligheid van [gedaagde] en omwonenden. Bij brand waarschuwen de rookmelders immers voor gevaar. De kantonrechter is van oordeel dat Sint Joseph hiermee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van dringende werkzaamheden in de zin van artikel 7:220 lid 1 BW. Sint Joseph stelt verder dat zij tijdig en herhaaldelijk contact heeft gezocht met [gedaagde] om voor de plaatsing van rookmelders een afspraak te maken. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd en was bovendien op aangekondigde huisbezoeken van medewerkers van [bedrijf 1] B.V. niet thuis. [gedaagde] is niet op zitting verschenen en heeft dit alles niet weersproken. Het komt de kantonrechter voldoende aannemelijk voor dat in een eventuele bodemprocedure zal worden beslist dat [gedaagde] Sint Joseph of door haar ingeschakelde derde(n) in de gelegenheid moet stellen om rookmelders in de huurwoning te plaatsen. Als [gedaagde] hier niet vrijwillig aan voldoet, dan dient zij het gehuurde tijdelijk, voor de duur van het plaatsen van de rookmelders, te verlaten en ter beschikking van Sint Joseph te stellen. Sint Joseph heeft daarover gesteld dat het plaatsen van een rookmelder ongeveer 15 minuten duurt. Het gevorderde van Sint Joseph wordt toegewezen.
5.7.
De kantonrechter gaat er van uit dat Sint Joseph aan [gedaagde] tijdig een bericht stuurt wanneer de rookmelders zullen worden geplaatst.
Proceskosten
4.11.
[gedaagde] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van Sint Joseph worden begroot op
€ 128,- aan griffierecht, € 127,05 aan explootkosten en € 370,-- aan salaris gemachtigde (twee punten, € 185,- per punt), alles bij elkaar € 625,05. De nakosten worden begroot op
€ 92,50 (een half punt salaris gemachtigde).
6 De beslissing
De kantonrechter, recht doende in kort geding
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om Sint Joseph of door haar ingeschakelde derde(n), mits dit vonnis uiterlijk op 1 augustus 2022 aan [gedaagde] is betekend, met ingang van 4 augustus 2022 in de gelegenheid te stellen rookmelders te plaatsen in het gehuurde, staande en gelegen aan het adres [adres] , en,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om, wanneer [gedaagde] niet vrijwillig aan de onder 6.1. opgenomen veroordeling voldoet, het gehuurde aan het adres [adres] , tijdelijk, voor de duur van het plaatsen van de rookmelders, te verlaten en ter beschikking van Sint Joseph te stellen op een door Sint Joseph te bepalen dag en tijd die minimaal drie werkdagen daarvoor aan [gedaagde] bekend is gemaakt, welke verlaten zo nodig door de gerechtsdeurwaarder bewerkstelligd kan worden overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 558 jo. 556 lid 1 jo. 557 Rv;
6.3.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van Sint Joseph begroot op € 625,05 en in de nakosten begroot op € 92,50,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
6.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2022.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: