1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 oktober 2022
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de akte, tevens overlegging nadere producties van BSR
- de brief van BSR van 13 januari 2023 met nadere producties van [eiser]
- de brief van BSR van 17 januari 2023
- de e-mail van de rechtbank van 18 januari 2023
- de mondelinge behandeling van 26 januari 2023
- de pleitaantekeningen van [eiser]
- de pleitaantekeningen, tevens akte wijziging van eis van BSR .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten
3.1.
[eiser] is fotograaf. Ook is hij directeur-grootaandeelhouder van Pics United Netherslands B.V. (hierna: Pics United ). Dit is een fotobureau dat gespecialiseerd is de exploitatie van voetbalfotografie.
3.2.
BSR is een fotopersbureau dat zich toelegt op de exploitatie van foto- en videocontent en de daarop rustende (auteurs)rechten.
3.3.
Partijen hebben op 23 maart 2020 een overeenkomst met elkaar gesloten voor de koop en verkoop van een fotoarchief met de betreffende IE-rechten. De koopovereenkomst bevat, voor zover hier relevant, de volgende bepalingen:
Artikel 1. Koop en verkoop Archief en Auteursrechten
(…)
1.5.
Het Archief bevat diverse foto’s en beelddragers met als onderwerp PSV , zowel analoog als digitaal
(te herkennen aan het woord ‘ PSV ” in de IPC/CAPTION). Koper is gerechtigd deze te gebruiken en exploiteren, zij het met de volgende beperking: Koper is gedurende twee jaar na ondertekening van deze Overeenkomst uitdrukkelijk niet gerechtigd deze fotos en beelddragers te verkopen of in gebruik te geven, in de meest ruime zin van het woord, aan PSV dan wel aan PSV gelieerde partijen/personen en/of ten behoeve van PSV , zoals bijvoorbeeld PSV -sponsors of -reclamebureaus, een en ander tenzij Verkoper daartoe voorafgaand schriftelijk toestemming geeft.
(…)
Artikel 4. Koopsom en betaling
4.1.
Partijen zijn voor de koop van het Archief en de Auteursrechten een koopprijs overeengekomen van EURO 500.000 (zegge: vijfhonderdduizend euro), hierna: de
‘Koopsom’
. Dit bedrag is niet met BTW belast.
4.2.
Direct na ondertekening van deze Overeenkomst op 23 maart 2020 betaalt Koper aan Verkoper een lump sum bedrag van EURO 10.000 (zegge: tienduizend euro).
4.3.
Koper betaalt aan Verkoper op 30 juni 2020 – en zoveel eerder als mogelijk – een lump sum bedrag van EURO 40.000 (zegge: veertigduizend euro). Uiterlijk op 31 december 2020 betaalt Koper aan Verkoper een lump sum bedrag van EURO 75.000 (zegge: vijfenzeventigduizend euro), te vermeerderen met een rente van 4,5 procent vanaf de dag van ondertekening tot en met de dag van betaling.
4.4
Van het overige deel van de Koopsom (EURO 375.000, zegge driehonderdvijfenzeventigduizend euro) betaalt Koper aan Verkoper uiterlijk op de laatste dag van ieder kwartaal een bedrag van EURO 25.000 (vijfentwintigduizend euro), te beginnen in het derde kwartaal van 2020 (30 september 2020). De laatste kwartaaltermijn zal zijn: 31 december 2023; uiterlijk op die datum zal Koper het restantbedrag van EURO 50.000 (zegge: vijftigduizend euro) betalen. De volledige Koopsom zal aldus uiterlijk op 31 december 2023 zijn betaald.
4.5.
Vanaf de datum van ondertekening van deze Overeenkomst, is Koper over (het restant van) de Koopsom een jaarlijkse rente verschuldigd van 4,5 procent. Het te betalen rentebedrag zal Koper eveneens uiterlijk op de laatste dag van ieder kwartaal aan Verkoper betalen.
4.6.
Het betalingsschema, inclusief rentebedragen, is bijgevoegd als
Bijlage 4
.
(…)
4.8.
Bij het niet uiterlijk op de vervaldag voldoen aan enige betalingsverplichting door Koper die voortvloeit uit voorgaande artikelen, is Koper over het betreffende bedrag aan Verkoper een percentage verschuldigd van 1 procent per maand wegens rente en kosten, te berekenen vanaf de dag na de vervaldag tot en met de dag der betaling. Een gedeelte van een maand telt daarbij als gehele maand.
(…)
4.12.
Indien Koper haar betalingsverplichtingen uit dit artikel niet nakomt na daartoe door Verkoper in gebreke te zijn gesteld, kan Verkoper deze Overeenkomst per direct en zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden, onverminderd zijn recht op nakoming en (aanvullende) schadevergoeding. In dat geval rust op Verkoper voor wat betreft de lump sum betalingen van artikel 4.2. en 4.3. geen ongedaanmakingsverplichting. Deze betalingen behoeft Verkoper hoe dan niet terug te betalen.
Artikel 7 Garanties en vrijwaringen
(…)
7.2.
Verkoper garandeert dat de foto’s en de beelddragers uit het Archief naar zijn beste weten geen inbreuk maken op de intellectuele eigendomsrechten van derde partijen en dat derde partijen, ongeacht of dit natuurlijke personen dan wel rechtspersonen zijn, geen rechten op de foto’s en beelddragers uit het Archief hebben noch daar op ander wijze aanspraak op kunnen maken. (…)
7.3.
Als een in dit artikel genoemde garantie wordt overtreden, zal Verkoper op eigen kosten alles doen om er voor zorg te dragen dat de garantie alsnog wordt nagekomen.
7.4.
Onverminderd de vrijwaringen die zijn opgenomen in artikel 3 van deze Overeenkomst, vrijwaart Koper Verkoper, nadat de eigendom van het Archief en de Auteursrechten definitief op Koper zijn overgegaan, van eventuele aanspraken van derden terzake inbreuk op hun (intellectuele eigendoms)rechten. Op eerste verzoek en op kosten van Koper zal Verkoper zijn medewerking verlenen bij het verweren tegen dergelijke aanspraken.
7.5.
Koper vrijwaart Verkoper van alle kosten die Verkoper moet maken in verband met het niet tijdig en/of volledig nakomen door Koper van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichting(en).
9.4.
Partijen dragen ieder de helft van de kosten voor het opstellen van deze Overeenkomst en de daarin genoemde bijlagen. Verkoper zal daartoe een kopie maken van de factuur dienaangaande en die aan Koper doen toekomen waarna Koper haar deel een per omgaande betaalt aan Verkoper.”
3.4.
Partijen hebben al eerder een procedure bij deze rechtbank gevoerd over de uitvoering van de koopovereenkomst. Die procedure is op 27 september 2021 geëindigd in een schikking. In het proces-verbaal hiervan staat dat partijen het volgende zijn overeengekomen:
“1. De koopovereenkomst fotoarchief en IE-rechten die tussen partijen is gesloten en
ondertekend op 23 maart 2020 blijft tussen partijen in stand en geldt behoudens de
hieronder gemaakte afspraken.
2. 2. BSR Agency B.V. betaalt aan [eiser] een bedrag van € 210.000,00. [eiser]
[eiser] levert aan BSR Agency B.V. de foto’s met auteursrechten uit de drie
collecties: 1. [eiser] , 2. [naam 1] en 3. [naam 2] .
3. 3. Van het bedrag van € 210.000,00 is reeds € 10.000,00 betaald; het restant van
€ 200.000,00 zal in 24 maandelijkse termijnen worden voldaan. De eerste termijn ter
hoogte van € 8.333,00 zal uiterlijk 31 december 2021 worden betaald.
4. Het analoge archief zal voor zover het de hiervoor genoemde drie collecties betreft door
[eiser] ter beschikking worden gesteld, in die zin dat BSR Agency B.V. dat
archief mag ophalen uit de opslag in Eindhoven. Partijen treden onderling in overleg
over het moment waarop dit zal gebeuren.
5. Partijen verlenen elkaar nu reeds, onder de voorwaarde dat het aan vorenstaande
volledig uitvoering wordt gegeven, over en weer algehele en finale kwijting.
6. Partijen dragen ieder hun eigen kosten en verzoeken om doorhaling van de zaak op de
rol.”
3.5.
Op of omstreeks 30 december 2021 heeft BSR aan [eiser] een bedrag van € 8.333,33 betaald.
3.6.
Diezelfde dag heeft [eiser] aan BSR een e-mail gestuurd waarin hij aanspraak maakt op de betaling van rente. Hierna hebben partijen meerdere e-mails uitgewisseld over het al dan moeten betalen van rente en de betaling van kosten voor het opstellen van de overeenkomst ex artikel 9.4 van de koopovereenkomst.
3.7.
Vanaf maart 2022 heeft BSR zich voor wat betreft de betaling van de maandelijkse termijnen beroepen op opschorting.
3.8.
Na executoriaal beslag door [eiser] heeft BSR op 12 september 2022 een bedrag van € 67.376,66 aan [eiser] betaald.
3.9.
[eiser] is huisfotograaf geweest van PSV . Destijds gold er een overeenkomst tussen Pics United en PSV . Deze overeenkomst is op 11 maart 2008 door Pics United en PSV ondertekend. De overeenkomst bevat, voor zover bekend en voor zover hier relevant, de volgende bepalingen:
Pics United maakt (desgevraagd door PSV ) alle officiële studioportretten (op locatie met een op te bouwen fotostudio in één georganiseerde sessie), foto’s voor de mediaguide, elftalfoto’s bij aanvang van het nieuwe seizoen van het eerste elftal, te noemen PSV . Deze foto’s zijn daarna rechtenvrij te gebuiken voor en door PSV . Inbegrepen is ieder mogelijk gebruik incl. alle merchandise, posters etc.
Attentie: dit geldt niet voor enige andere ( PSV )fotografie uit de beeldbank!;
Pics United maakt alle officiële studioportretten, foto’s van de selecties Jong PSV , de A1 en de B1 voor de mediaguide/jeugdgids, selectiefoto’s bij aanvang van het nieuwe seizoen. PSV heeft een inspanningsverplichting om deze georganiseerde fotoshoot op één dag te laten plaatsvinden. Op deze zelfde dag worden eerder genoemde teams in een geënsceneerde shoot gefotografeerd vrijstaand aan de bal. Dit levert tijdloos beeld op van iedere speler welke door het gehele seizoen te gebruiken is. Deze foto’s zijn daarna tevens rechtenvrij te gebruiken voor en door PSV . Inbegrepen is ieder mogelijk denkbaar gebruik incl. alle merchandise, poster, etc.;
(…)
Looptijd:
Deze overeenkomst is gebaseerd op een looptijd van 3 seizoenen, beginnend op 1 juli 2007 en eindigt van rechtswege op 30 juni 2010. Uiterlijk 31 maart 2010 zal PSV Pics United informeren of en op welke wijze de overeenkomst zal worden verlengd. Partijen zullen de bestaande afspraken halfjaarlijks evalueren.”
(…)
Na beëindiging van deze overeenkomst is PSV gerechtigd alleen het navolgende beeldmateriaal dat gefotografeerd is gedurende deze 3 (drie) seizoenen wederom rechtenvrij te gebruiken: dit betreft de eerder genoemde officiële studioportretten, foto’s voor de media guide, elftalfoto’s, pasfoto’s (t.b.v. toekomstige visa’s, Champions League accreditaties, e.d.). Verder mag alleen in de eerstvolgende volgende mediaguide seizoen 2010/2011 voor fotografische terugblik de beelden van Pics United gebruikt worden.
Tevens zullen partijen, die namens PSV media uitingen ontwerpen, drukken of uitgeven, gerechtigd zijn op eigen website of anderszins voornoemde uitingen (incl. beeldmateriaal) te gebruiken als referentie van de relatie met PSV . Pics United heeft hier geen bezwaar tegen en stemt nu reeds voor alsdan in met een dergelijk gebruik, zonder dat additionele vergoedingen door Pics United zullen worden gevraagd. Als referentie wordt door Pics United verstaan het weergeven van een volledige pagina, deelpagina, ontwerp, etc, inclusief de titel van het betreffende PSV Medium (enkele foto’s direct uit de Pics United is niet toegestaan).
(…)”
3.10.
BSR heeft contact met PSV gehad over het gebruik van foto’s van PSV . Op een
e-mail van BSR heeft de heer [betrokkene] , de general counsel van PSV , op 28 september 2022 onder meer het volgende gereageerd:
“Hoewel ik niet kan verifiëren welke foto’s onderdeel uitmaken van het Archief, maak ik u er nogmaals op attent dat PSV met PICS United Netherlands B.V. een overeenkomst is overeengekomen, op basis waarvan PICS United Netherlands B.V. in opdracht van PSV beeldmateriaal heeft vervaardigd.
PSV heeft het beeldmateriaal dat er in dat kader door PICS United aan PSV ter beschikking is gesteld altijd mogen gebruiken en wij voelen ons dan ook vrij om het beeldmateriaal dat wij in ons bezit hebben (en hebben verkregen van PICS United ) te blijven gebruiken.”
4 Het geschil
4.1.
[eiser] vordert - samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. Te verklaren voor recht dat BSR tegenover [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen door de rente en boetebepalingen uit 4.5. en 4.8. in de overeenkomst tussen partijen niet na te komen.
2. BSR te veroordelen de bedragen voortvloeiend uit de rente- en boetebepalingen uit artikel 4.5. en 4.8. in de overeenkomst tussen partijen te voldoen, zijnde per datum dagvaarding aan rente een bedrag van € 18.360,62 en aan boetes een bedrag van € 916,65, alsmede de nog te vervallen rentes en boetes tot aan de datum van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel totdat BSR heeft voldaan aan zijn verplichtingen.
3. BSR te veroordelen aan [eiser] op grond van artikel 7.5 van de koopovereenkomst te voldoen een bedrag van € 1.902,27 aan kosten rechtsbijstand, te vermeerderen met nog de te maken kosten rechtsbijstand tot aan de dag van het eindvonnis in deze zaak.
4. BSR te veroordelen aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 2.184,04 aan kosten voor rechtsbijstand voor het opstellen van de koopovereenkomst, te vermeerderen met de nog te maken kosten voor rechtsbijstand op grond van artikel 9.4. van de overeenkomst tussen partijen.
5. BSR te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskostenveroordeling vanaf de tiende dag na betekening van het vonnis.
4.2.
[eiser] heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat BSR tekortschiet in de nakoming van de koopovereenkomst en de afspraken die zijn gemaakt in de schikking van 27 september 2021. In die schikking hebben partijen afgesproken dat, naast de betalingsafspraken die in de schikking zijn opgenomen, de bepalingen uit de koopovereenkomst blijven gelden. Op basis van de koopovereenkomst is BSR naast de betalingstermijnen van € 8.333,00 ook rente en kosten voor rechtsbijstand verschuldigd en, bij een te late betaling, boetes. Deze posten heeft BSR ten onrechte niet betaald, aldus [eiser] .
4.3.
BSR voert verweer. BSR concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser]
, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. BSR heeft zich op het standpunt gesteld dat zij op grond van de schikkingsafspraken alleen de maandelijkse termijnen van € 8.333,00 hoeft te voldoen. De betalingsverplichtingen die in de schikking zijn opgenomen, zijn volgens BSR in de plaats gekomen van de betalingsafspraken die in de koopovereenkomst staan. Dit is alleen anders voor wat betreft de kosten als bedoeld in artikel 9.4 van de koopovereenkomst, maar zij betwist dat [eiser] die kosten heeft gemaakt.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4.5.
BSR vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. Voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst tussen partijen zijn vernietigd.
II. BSR te veroordelen om aan BSR de somma van € 43.332,00 terug te betalen met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2022 (de datum van de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie).
III. BSR te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis en te vermeerderen met de nakosten.
4.6.
BSR heeft aan de vorderingen ten grondslag gelegd dat zij de koopovereenkomst heeft vernietigd wegens dwaling. Daartoe heeft enerzijds aangevoerd dat [eiser] haar een foto-archief heeft verkocht zonder te melden dat PSV aanspraken heeft/meent te kunnen maken op kosteloos gebruik van de PSV -foto’s en die aan derden meent te kunnen verstrekken en dat PSV aanspraak meent te kunnen maken op levering van de PSV -foto’s die BSR van [eiser] heeft gekocht en die PSV zelf nog niet heeft. Anderzijds heeft BSR aangevoerd dat zij erachter is gekomen dat [eiser] coderingen van foto’s heeft gewijzigd, zodat het lijkt alsof deze foto’s behoren tot de door hem gegarandeerde eigen foto’s uit een van de drie geleverde collecties, terwijl de rechten op die foto’s in werkelijkheid aan derden toebehoren.
4.7.
[eiser] voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Hij betwist dat hij relevante informatie voor BSR heeft achtergehouden. Volgens hem pretendeert PSV ten onrechte dat zij (gebruiks)rechten heeft op de PSV -foto’s uit de verkochte collecties. [eiser] heeft, met een verwijzing naar de overeenkomst tussen Pics United en PSV , toegelicht dat PSV na afloop van de samenwerking slechts een miniem aantal foto’s heeft mogen gebruiken. Ten slotte betwist [eiser] dat hij de fotocodering gemanipuleerd heeft en dat derden rechten op de betreffende foto’s kunnen laten gelden. Op dit punt wenst [eiser] nog een nadere schriftelijke toelichting te geven.
Subsidiair, voor het geval de koopovereenkomst en schikking zijn/worden vernietigd, heeft [eiser] gesteld dat er een verrekening moet plaatsvinden van revenuen die BSR ten tijde van het exploiteren van het foto-archief heeft ontvangen.
5 De beoordeling
5.1.
De kantonrechter gaat eerst in op het geschil in reconventie. De vorderingen in reconventie zien namelijk op vernietiging van de koopovereenkomst en van de schikking van 27 september 2021. Toewijsbaarheid van deze vorderingen heeft rechtstreeks invloed op de toewijsbaarheid van de vorderingen in conventie. De vorderingen in conventie zien op nakoming van de koopovereenkomst en de schikkingsafspraken. Wanneer de koopovereenkomst en de schikking zijn vernietigd, kunnen deze niet meer worden nagekomen.
5.2.
Voor een geslaagd beroep op dwaling als bedoeld in artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is vereist dat ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst (1) de dwalende uitging van een onjuiste voorstelling van zaken, (2) terwijl bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet, of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten, en daarnaast (3) die dwaling omtrent de juiste voorstelling van zaken te wijten is aan (a) een inlichting van de wederpartij, of (b) een schending van de spreekplicht van de wederpartij, of er sprake is van (c) wederzijdse dwaling. Verder moet (4) de dwaling niet berusten op een omstandigheid die uitsluitend toekomstig is of die – in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval – voor rekening van de dwalende behoort te blijven.
5.3.
Toegespitst op deze zaak draagt BSR de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de hiervoor in 5.2. genoemde vereisten (1) tot en met (3), terwijl [eiser] de stelplicht en bewijslast draagt ten aanzien van de feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de dwaling in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de BSR behoort te blijven als bedoeld in artikel 6:228 lid 2 BW. Niet in geschil is dat de dwaling niet een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft.
Aanspraken PSV -collectie
5.4.
BSR heeft haar beroep op dwaling in de eerste plaats gebaseerd op de stelling dat [eiser] haar ten onrechte niet heeft meegedeeld dat PSV gebruiksrechten heeft op een groot deel van de PSV -foto’s die tot het archief behoren dat [eiser] aan BSR heeft verkocht. BSR heeft aangevoerd dat zij in de loop van 2022 heeft vernomen dat PSV zelf beschikt over een groot aantal foto’s die deel uitmaken van het verkochte archief, geschat op in totaal zo’n 70.000 stuks. Die foto’s worden door PSV gebruikt voor eigen publicaties en aan derden ter beschikking gesteld. Daarmee zijn die foto’s voor BSR waardeloos als exploitatieobject en als onderdeel van een ‘exclusief archief’. Had zij dit geweten dat had zij de koopovereenkomst niet, althans niet onder dezelfde voorwaarden gesloten, aldus BSR .
5.5.
[eiser] heeft hier tegenin gebracht dat hij geen relevante informatie heeft achtergehouden, omdat PSV geen gebruiksrechten op de foto’s uit het archief heeft. Hij heeft hierbij gewezen op het contract dat in 2008 tussen Pics United en PSV is gesloten. Daarin is volgens BSR bepaald dat PSV gedurende drie seizoenen gerechtigd is een select aantal in de overeenkomst omschreven foto’s te gebruiken.
5.6.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft BSR , gelet op het gemotiveerde verweer van [eiser] , onvoldoende onderbouwd dat PSV (gebruiks)rechten kan laten gelden op – naar haar zeggen – zo’n 70.000 foto’s het verkochte archief. De e-mails van de heer [betrokkene] zijn hiervoor onvoldoende. Enerzijds omdat die e-mail geen duidelijkheid verschaft over de omvang of de grondslag van de door PSV gepretendeerde rechten. Anderzijds omdat uit de door [eiser] overgelegde overeenkomst volgt dat slechts voor een beperkt aantal categorieën beeldmateriaal gold dat PSV deze na beëindiging van de samenwerking tussen Pics United en PSV nog mocht gebruiken. Daarbij gaat het volgens dat document alleen om studioportretten, foto’s media guide, elftalfoto’s en pasfoto’s. Het gaat hier echter om zulke specifieke foto’s en zo’n gering aantal dat, al zouden die foto’s ook na beëindiging van de samenwerking met Pics United door PSV gebruikt mogen worden, dit niet maakt dat [eiser] dit aan BSR had moeten meedelen. Het gaat immers in essentie om verschillende typen portretten van spelers; beeldmateriaal waarvan het enerzijds in de rede ligt dat een voetbalclub daarover de beschikking houdt, en beelden die anderzijds van aanmerkelijk minder belang zijn dan de beelden van wedstrijden, waar het bij de exploitatie van de archieven hoofdzakelijk om gaat. Deze omstandigheid leidt dan ook niet tot een geslaagd beroep op dwaling, omdat deze onder de gegeven omstandigheden voor rekening van BSR hoort te blijven.
5.7.
BSR heeft in de tweede plaats gesteld dat [eiser] de codering van een groot aantal foto’s uit het verkochte archief heeft aangepast. Hierdoor lijkt het volgens BSR zo te zijn dat de rechten van de foto’s bij [eiser] liggen, terwijl deze rechten in werkelijkheid bij een derde liggen. BSR heeft in dit verband verklaringen overgelegd van [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] .
5.8.
Ter zitting heeft de kantonrechter met partijen besproken dat [eiser] , als dit punt relevant wordt, de gelegenheid krijgt om te reageren op de stellingen van BSR ten aanzien van de aanpassing van de fotocoderingen. Omdat dit punt hier relevant is voor beantwoording van de vraag of BSR een beroep op dwaling toekomt, zal de kantonrechter [eiser] de gelegenheid geven per akte op de stellingen van BSR over de aangepaste coderingen te reageren. Hiervoor wordt een termijn van vier weken gegeven die niet zal worden verlengd.
5.9.
De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen voor een akte aan de zijde van [eiser] . Hoewel op dit moment niet vooruit gelopen kan worden op de vraag of het beroep van BSR op dwaling slaagt, is het efficiënt om de tijd tussen dit tussenvonnis en een volgend vonnis tevens te benutten door BSR de gelegenheid te geven alvast een overzicht te geven van (de hoogte van) de revenuen die zij door exploitatie van het verkochte archief heeft ontvangen. Dit overzicht wordt namelijk relevant in het geval dat de kantonrechter beslist dat het beroep op dwaling slaagt. [eiser] krijgt vervolgens de gelegenheid hierop te reageren. De kantonrechter zal de zaak dan ook tegelijk naar de rol verwijzen voor een akte aan de zijde van BSR in dat kader. Ook hiervoor wordt een termijn van vier weken gegeven die niet zal worden verlengd.
5.10.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5.11.
Ieder beslissing wordt aangehouden.