2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 27 mei 2023 in Basse als bestuurder van een personenauto:
primair: schuldig is aan het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair: door zijn rijgedrag gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 27 mei 2023 te Basse in de gemeente Steenwijkerland als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende vanuit de richting Oldemarkt en/of gaande in de richting van Steenwijkerwold, daarmee rijdende over de weg, de Oldemarktseweg, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en /of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
- terwijl verdachte ter plaatse (zeer) bekend was en/of
- terwijl het donker was en/of
- terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmmerd, beperkt of gehinderd, en/of
- terwijl hij reed op een (nagenoeg) recht weggedeelte van de Oldemarktseweg en/of tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en/of
- terwijl deze weg een (provinciale) N-weg was, waarbij de rijbanen van elkaar zijn gescheiden door een dubbele doorgetrokken streep
- niet of onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en/of
- een voor hem rijdende personenauto gevaarlijk heeft ingehaald en/of (namelijk)
- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (dubbele)doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, heeft bevonden en/of
- geheel of gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Oldemarktseweg) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook rijdend, toen dicht genaderd zijnde bestuurder van een motorrijtuig (motor) en/of die motor, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor aan een ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 mei 2023 te Basse, gemeente Steenwijkerland als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Oldemarktseweg,
- terwijl deze weg een (provinciale) N-weg was, waarbij de rijbanen van elkaar zijn gescheiden door een dubbele doorgetrokken streep
- niet of onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en/of
- een voor hem rijdende personenauto gevaarlijk heeft ingehaald en/of (namelijk)
- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (dubbele)doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, heeft bevonden en/of
- geheel of gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Oldemarktseweg) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook rijdend, toen dicht genaderd zijnde bestuurder van een motorrijtuig (motor) en/of die motor, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
3 De bewijsmotivering
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Volgens de officier van justitie is er voldoende bewijs dat verdachte zeer onvoorzichtig heeft gereden, dat het ongeval daardoor is ontstaan waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, en dat er sprake is van ernstige schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW).
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat er sprake is van één moment van onoplettendheid, een zogenaamde momentane onoplettendheid, wat onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde te komen. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake is van aanmerkelijke schuld en geen ernstige schuld en dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1.
De feiten en omstandigheden
1
Verdachte reed op 27 mei 2023 omstreeks 22:30 uur als bestuurder van een motorrijtuig, een Opel Astra, over de provinciale Oldemarktseweg (N761). Het was donker. Het weer was helder en droog. Het zicht werd voor bestuurders op de weg niet belemmerd. Verdachte kwam vanuit de richting van Oldemarkt en ging in de richting van Steenwijkerwold. De Oldemarktseweg is verdeeld in twee rijstroken, die onderling gescheiden zijn door een dubbele doorgetrokken witte middenstreep, dan wel een plaatselijk dubbele onderbroken witte middenstreep. De Oldemarktseweg heeft een recht of nagenoeg recht wegverloop op de plaats van het ongeval. De maximumsnelheid ter plaatse is 80 kilometer per uur.2
Op enig moment besloot verdachte om het voertuig voor hem in te halen. Verdachte kwam tijdens de inhaalmanoeuvre (grotendeels) op de weghelft bestemd voor verkeer uit de tegengestelde richting. Op het moment dat verdachte die inhaalmanoeuvre uitvoerde, kwam [slachtoffer] op zijn motorfiets (Honda) vanuit tegenovergestelde richting, en de voorzijde van de motorfiets van [slachtoffer] raakte de linker voorzijde van de Opel van verdachte. [slachtoffer] raakte ten gevolge van de aanrijding gewond en beide voertuigen raakten zwaar beschadigd. Er zijn geen aanwijzingen dat de wegsituatie of de technische staat van de voertuigen een rol gespeeld hebben bij het ontstaan van de aanrijding.3
[slachtoffer] heeft verklaard dat hij ongeveer 70 à 80 kilometer per uur reed. Hij had goed zicht, omdat het een recht stuk weg was. Hij zag twee tegemoetkomende auto’s hem naderen. Hij zag de achterste auto kleven achter diens voorganger, waardoor [slachtoffer] wat gas terug nam. [slachtoffer] zag dat de auto ging inhalen en zich begaf op de voor de auto linker weghelft, waarop [slachtoffer] reed. 4
Verdachte heeft verklaard dat hij die dag op de voor hem bekende Oldemarktseweg reed vanuit zijn werk naar huis. Verdachte wilde het voertuig inhalen dat voor hem reed. Hij reed ongeveer 70 kilometer per uur. Hij checkte of hij langs het voertuig kon en zag één licht op de tegengestelde rijstrook. Verdachte dacht dat dit twee lichten van een voertuig in de verte waren. Hij heeft toen besloten om in te halen. Verdachte was zich ervan bewust dat hij daar niet mocht inhalen.5
[slachtoffer] heeft ten gevolge van de aanrijding letsel opgelopen, bestaande uit een fractuur aan de hak/hiel, knieletsel beiderzijds, longcontusie, inwendige bloedingen en voetletsel aan zijn linkervoet, en een afgescheurde kruisband. Aan de linkerknie heeft hij letsel aan de voorste en achterste kruisband en een avulsiefractuur. Hij is op 9 juni 2023 aan zijn rechterknie geopereerd. Er is een grotendeels restloos herstel te verwachten van de meeste ongevalsgerelateerde letsels, met uitzondering van de knie- en voetklachten.6
3.3.2.
Schuld in de zin van het primair ten laste gelegde
Om tot bewezenverklaring te kunnen komen van overtreding van artikel 6 WVW is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te wijten is. Dat betekent in de eerste plaats dat er een causaal verband moet bestaan tussen de gedragingen van verdachte en het ongeval. Naar het oordeel van de rechtbank is dat in deze zaak het geval. Het ongeval zou niet hebben plaatsgevonden zonder het hiervoor beschreven gedrag van verdachte, namelijk de inhaalmanoeuvre.
Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW moet daarnaast in ieder geval sprake zijn van een verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid, onachtzaamheid en/of onoplettendheid van verdachte. Van aanmerkelijke schuld is sprake indien niet de voorzichtigheid of oplettendheid in acht is genomen die de normaal voorzichtige en oplettende bestuurder in acht behoort te nemen. Er kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Gelet op vaste rechtspraak van de Hoge Raad zijn voor de bepaling van de mate van schuld verschillende factoren van belang, zoals het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan.
De rechtbank stelt voorop dat het besturen van een auto in zijn algemeenheid een voortdurende plicht tot voorzichtigheid en oplettendheid van de bestuurder vereist.
De Oldemarktseweg is een weg gelegen buiten de bebouwde kom, bestaande uit één rijbaan. Uit het dossier blijkt dat op de plaats van het verkeersongeval sprake is van een rechte of nagenoeg rechte rijbaan en dat weggebruikers onbelemmerd zicht hebben. De rijbaan is verdeeld in twee rijstroken, die onderling worden gescheiden door een dubbele doorgetrokken streep. Weggebruikers mogen niet inhalen. Verdachte was ter plaatse bekend en wist dat.
Verdachte heeft een dubbele doorgetrokken streep – en daarmee een duidelijk en expliciet inhaalverbod – genegeerd. Verdachte heeft hiermee in strijd gehandeld met het gestelde in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door dubbel doorgetrokken strepen te overschrijden. Het is een gevaarlijke inhaalmanoeuvre en dat gevaar heeft zich ook verwezenlijkt. Uit de bewijsmiddelen volgt voorts dat verdachte zag dat een voertuig hem naderde vanuit tegenovergestelde richting. Verdachte is toch het voertuig voor hem gaan inhalen. Van een zogeheten momentane onoplettendheid is geen sprake.
Gelet op deze gedragingen is de rechtbank van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam is geweest.
Het geheel aan gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder die gedragingen hebben plaatsgevonden overziend, acht de rechtbank bewezen dat dat het aan de schuld van verdachte in de zin van artikel 6 WVW is te wijten dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden.
3.3.3.
Het letsel
De rechtbank dient voorts te beoordelen of er gelet op de aard van het letsel, de noodzaak en aard van het medisch ingrijpen en het uitzicht op herstel, sprake is van letsel dat als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.
[slachtoffer] heeft door de aanrijding aanzienlijk letsel opgelopen zoals onder 3.3.1. is beschreven. De fractuur aan de rechterknie was van dien aard dat medisch ingrijpen kort na de aanrijding noodzakelijk was. Gedurende de anderhalf jaar erna heeft hij meerdere medische behandelingen en fysiotherapie moeten ondergaan. Hij heeft als gevolg van de aanrijding aanpassingen moeten maken in zijn dagelijks leven, bijvoorbeeld om te kunnen fietsen. Daarnaast is niet te verwachten dat [slachtoffer] een volledig restloos herstel zal hebben van dit knieletsel, aldus het medisch advies van Achmea.
De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat het letsel moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.
3.3.4.
Conclusie
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 27 mei 2023 te Basse in de gemeente Steenwijkerland als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende vanuit de richting Oldemarkt en gaande in de richting van Steenwijkerwold, daarmee rijdende over de weg, de Oldemarktseweg, aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
- terwijl verdachte ter plaatse (zeer) bekend was en
- terwijl het donker was en
- terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmmerd, beperkt of gehinderd, en
- terwijl hij reed op een (nagenoeg) recht weggedeelte van de Oldemarktseweg en tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en
- terwijl deze weg een (provinciale) N-weg was, waarbij de rijbanen van elkaar zijn gescheiden door een dubbele doorgetrokken streep
- onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en
- een voor hem rijdende personenauto gevaarlijk heeft ingehaald en (namelijk)
- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden en
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (dubbele)doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en zich met het door hem bestuurde voertuig gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, heeft bevonden en
- gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Oldemarktseweg) in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook rijdend, toen dicht genaderd zijnde bestuurder van een motorrijtuig (motor) ,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor aan een ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
8 De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het primair bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht
- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;
- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 1 (één) jaar;
- bepaalt dat de bijkomende straf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. C.J. de Jong en mr. L. Kesteloo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Drenth, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2024.
Buiten staat
Mr. L. Kesteloo is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.