Tussen Ambachtzorg en [eiser] bestaat, voor zover het gaat om verlening van MSVT, geen contractuele relatie. Nu Ambachtzorg met ingang van 1 mei 2014 geen vergoeding meer ontvangt voor het leveren van MSVT aan [eiser], kan Ambachtzorg niet worden verplicht om deze zorg te blijven leveren.
Dat [eiser] recht heeft op een vergoeding van 80% voor niet-gecontracteerde MSVT-zorg en dat hij voor de resterende vergoeding (deels) een zekerheid zou willen stellen, maakt deze conclusie niet anders, nu vooralsnog niet is gebleken van het bestaan van een overeenkomst tussen [eiser] en Ambachtzorg op grond waarvan Ambachtzorg zich verplicht heeft om aan [eiser] MSVT te leveren. [eiser] heeft ook niet gesteld op welke (eventueel andere) grondslag zijn vordering is gebaseerd.
Daarbij komt dat Ambachtzorg aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich voldoende heeft ingespannen om de overdracht van MSVT aan een andere zorgaanbieder te faciliteren, zodat ook niet aannemelijk is geworden dat zij niet zorgvuldig jegens [eiser] heeft gehandeld. Zij heeft [eiser] tijdig, als eerste op 20 maart 2014, op de hoogte gesteld van het beëindigen van de MSVT door Ambachtzorg. Dat zij later heeft gevraagd om nieuwe formulieren voor de levering van MSVT heeft mogelijk enige verwarring gewekt. Daarna heeft Ambachtzorg echter nadrukkelijk op 17 april 2014 meegedeeld dat de MSVT, op grond van het besluit
van Internos Thuiszorg, per 1 mei 2014 niet meer geleverd kan worden. Zij heeft [eiser] daarbij verwezen naar Internos Thuiszorg. Daarnaast heeft zij contact gezocht met Zilveren Kruis/Achmea over deze kwestie en [eiser] nog een aantal door Zilveren Kruis/Achmea gecontracteerde zorgaanbieders voorgehouden, die MSVT ook kunnen leveren aan [eiser].
Daartegenover heeft [eiser], voor zover de voorzieningenrechter gebleken is, na de berichtgeving door Ambachtzorg over het einde van haar dienstverlening geen contact opgenomen met zijn zorgverzekeraar over een alternatief, maar is hij ten onrechte blijven eisen dat de MSVT door Ambachtzorg geleverd diende te worden. Eerst na de afwijzing van de voorzieningenrechter van de gevraagde voorlopige maatregel op 30 april 2014 heeft hij contact gezocht met de door Ambachtzorg genoemde alternatieve zorgaanbieders, waarbij nog niet gebleken is dat [eiser] of zijn raadsman contact hebben gezocht met Zilveren Kruis/Achmea en/of met Internos Thuiszorg. Dat de alternatieve zorgaanbieders niet in staat zouden zijn om binnen een paar dagen de benodigde MSVT te leveren, zoals door [eiser] gesteld, maakt in deze omstandigheden niet dat Ambachtzorg gehouden zou zijn om de zorg te blijven leveren.
Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een tijdelijke regeling (van enkele dagen) voor de levering van MSVT door Ambachtzorg ter zitting niet mogelijk is gebleken omdat Ambachtzorg slechts één verpleegkundige in dienst heeft, die MSVT kan leveren. Deze verpleegkundige heeft tegen [eiser] aangifte gedaan wegens bedreiging op of omstreeks 1 mei 2014. Ambachtzorg is derhalve niet bereid om dat personeelslid nog ter beschikking te stellen voor het leveren van zorg. De enkele ontkenning van de bedreiging door [eiser] acht de voorzieningenrechter vooralsnog niet geloofwaardig, nu Ambachtzorg heeft verklaard dat de verpleegkundige met zowel Ambachtzorg als de politie contact heeft opgenomen en ook gelet op de door [eiser] geuite verontwaardiging over het beëindigen van de zorg door Ambachtzorg, op grond waarvan de verklaringen van Ambachtzorg de voorzieningenrechter aannemelijk voorkomen. Nog afgezien van het ontbreken van een juridische grondslag mocht Ambachtzorg in deze omstandigheid aanleiding zien om ook een tijdelijke regeling te weigeren.