Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBROT:2014:4495

Rechtbank Rotterdam
07-05-2014
04-06-2014
C/10/449985 / KG ZA 14-395
Civiel recht
Kort geding

vordering jegens zorgaanbieder afgewezen, nu er geen rechtstreekse contractuele relatie bestaat tussen zorgaanbieder en verzekerde. Zorgverzekeraar en/of gecontracteerde zorgaanbieder zijn aansprakelijk voor leveren zorg

Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/449985 / KG ZA 14-395

Uitwerking vonnis d.d. 7 mei 2014 van het verkorte vonnis in kort geding van 2 mei 2014

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. H.M. Hueting te Rhoon,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMBACHTZORG B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

gedaagde,

rechtshelper mr. B.J. Roodenburg, te Amsterdam

Partijen zullen hierna [eiser] en Ambachtzorg genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 april 2014,

  • -

    de producties van [eiser],

  • -

    het faxbericht van [eiser] van 29 april 2014 met het verzoek om een aanvullende ordemaatregel, met producties

  • -

    het faxbericht van Ambachtzorg van 30 april 2014 met reactie op het verzoek om een aanvullende ordemaatregel,

  • -

    het vonnis in het incident van 30 april 2014,

  • -

    de mondelinge behandeling van 2 mei 2014,

  • -

    de pleitnota van [eiser],

  • -

    de pleitnota van Ambachtzorg, met producties

  • -

    een ter zitting door Ambachtzorg overgelegde verklaring van de verpleegkundige.

1.2.

Het verzoek van 29 april 2014 om een aanvullende ordemaatregel van [eiser] behelsde een verzoek om Ambachtzorg te veroordelen tot het leveren van zorg tot en met de dag van de mondelinge behandeling. Aan dit verzoek heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat hij door verplaatsing van de zitting van 29 april 2014 naar 2 mei 2014 een aantal dagen van zorg verstoken dreigt te blijven. Ambachtzorg heeft verweer gevoerd. De voorzieningenrechter heeft het aanvullende verzoek van [eiser] van 29 april 2014 bij het vonnis in het incident van 30 april 2014 afgewezen, op grond van de (zakelijk en verkort weergegeven) overwegingen dat niet gebleken is dat er sprake is van een reëel risico op ontstekingen indien de wond gedurende twee dagen niet verzorgd zou worden en voorts dat niet gesteld is dat [eiser] alternatieven ter overbrugging van een periode van enkele dagen, of weken heeft onderzocht en, mocht hij dit wel gedaan hebben, wat dit dan heeft opgeleverd.

1.3.

In verband met de spoedeisendheid is op 2 mei 2014 vonnis gewezen. Het onderhavige vonnis is een nadere uitwerking daarvan.

2 De feiten

2.1.

Met ingang van 14 januari 2013 heeft [eiser] een indicatie voor Medisch specialistische verpleging in de thuissituatie (MSVT). Deze indicatie is afgegeven door dr. [arts] (hierna: de medisch specialist) en is laatstelijk verlengd tot 1 mei 2016.

2.2.

[eiser] ontving op grond van een PGB (in het kader van de AWBZ) reeds thuiszorg van Ambachtzorg. Hij heeft verzocht of Ambachtzorg ook de MSVT wilde uitvoeren. Omdat Ambachtzorg geen contractspartij is van Zilveren Kruis Achmea, de zorgverzekering van [eiser], is er een mondelinge afspraak tot stand gekomen tussen Internos Thuiszorg (als contractspartij van Achmea Zilveren Kruis) en Ambachtzorg, waarbij Ambachtzorg in opdracht van Internos Thuiszorg de MSVT zou leveren aan [eiser].

2.3.

Op enig moment heeft Internos Thuiszorg aangekondigd de samenwerking met Ambachtzorg te beëindigen.

2.4.

Op 20 maart 2014 heeft Ambachtzorg [eiser] per e-mail geïnformeerd dat de MSVT door Ambachtzorg eindigt per 1 mei 2014.

2.5.

Bij brief van 26 maart 2014 heeft de raadsman van [eiser] geprotesteerd tegen beëindiging van de MSVT door Ambachtzorg en verwezen naar de verstrekte indicatie.

2.6.

Bij e-mail van 27 maart 2014 heeft Ambachtzorg aan de raadsman van [eiser] verzocht om toezending van een nieuw formulier voor MSVT-zorg, omdat het door hem ingestuurde formulier niet juist zou zijn in verband met de declaratie bij de zorgverzekeraar.

2.7.

Op 10 april 2014 heeft de medisch specialist een hernieuwde indicatie voor MSVT aan Ambachtzorg en in kopie aan [eiser] verzonden. Deze indicatie gaat in op 1 mei 2014 en heeft als einddatum 1 mei 2016.

2.8.

Op 17 april 2014 heeft Ambachtzorg in een e-mail aan de raadsman van [eiser] het volgende geschreven:

“Wij kregen van Internos thuiszorg te horen dat er per 1 mei 2014 niet meer gedeclareerd kan worden. Dat betekend dat Internos heeft gezegd dat de zorg dan stopt.

Ik heb contact gehad met [persoon1] en verteld dat Dhr. [eiser] de zorg van ons wil behouden. Waarop [persoon1] reageerde van dat gaat niet. En laat de advocaat van Dhr. [eiser] maar komen.

Wat er nu aan de hand is dat de zorgverzekeraar Achmea zoals ik nu begreep van [persoon1] niet weet dat Ambachtzorg de zorg leverde als onderaannemer van Internos thuiszorg.

Internos kan de zorg ook niet stoppen dus lijkt mij handig dat je met Achmea contact hierover opneemt.

We willen de zorg graag voortzetten, maar als er geen financiering voor is gaat dat niet.”

2.9.

Naar aanleiding van een door de voorzieningenrechter gehonoreerd verplaatsingsverzoek van Ambachtzorg heeft de raadsman van [eiser] Ambachtzorg verzocht in ieder geval MSVT te blijven leveren tot de uitspraak in kort geding.

2.10.

In reactie op dit verzoek heeft de rechtshelper van Ambachtzorg bij e-mail van 25 april 2014 het volgende aan de raadsman van [eiser] geschreven, waarbij Ambachtzorg met cliënte wordt aangeduid:

“ Cliënte kan niet zonder meer aan uw verzoek voldoen, zij wordt immers tot nader orde niet betaald voor haar dienstverlening. Om een goede zorgverlening echter niet in het geding te laten komen stelt cliënte voor dat uw cliënt overbruggingszorg aanvraagt.

Cliënte heeft navraag gedaan bij Achmea. Uw cliënt kan met onderstaande zorgleveranciers contact opnemen om de zorg te laten continueren.

  1. Buurtzorg Nederland

  2. Zorg op Maat B.V.

  3. Zorgfront Dh B.V.

Voornoemde organisaties zijn allen gecontracteerd voor MSVT zorg door Zilveren Kruis Achmea.

Cliënte is bereid een zorgoverdracht te schrijven voor het overdragen van de zorg.

Graag verneem ik welke organisatie uw cliënt verkiest, zodat cliënte de zorg op een professionele wijze kan overdragen.”

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- Ambachtzorg veroordeelt aan [eiser] de zorg te verlenen op grond van de MSVT indicatie, zijnde 2 zorgmomenten van 90 minuten per dag, voor de duur van indicatie, zijnde tot 1 mei 2016, althans een dag in goede justitie te bepalen, met verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat Ambachtzorg in gebreke blijft zulks te doen,

met een maximum van € 75.000,-,

- Ambachtzorg veroordeelt in de kosten van deze procedure, inclusief een salaris gemachtigde, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

Ambachtzorg voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

[eiser] heeft spoedeisend belang bij zijn vordering, nu hij een indicatie met een looptijd tot 1 mei 2016 heeft voor 2 x 90 minuten per dag aan MSVT en hij deze zorg met ingang van 1 mei 2014 niet meer ontvangt. Dat, zoals door Ambachtzorg gesteld, de medische situatie van [eiser] dusdanig is dat medische verzorging een enkele dag kan worden overgeslagen en dat [eiser] zou hebben nagelaten om tijdig vervangende zorg te regelen, doet hieraan niet af.

4.2.

De vordering van [eiser] wordt echter afgewezen nu vooralsnog niet gebleken dat Ambachtzorg op grond van een wet of een overeenkomst gehouden kan worden om aan [eiser] deze zorg te verlenen met ingang van 1 mei 2014. [eiser] zal zijn zorgverzekeraar Zilveren Kruis/Achmea, dan wel de contractpartij van Zilveren Kruis/Achmea, Internos Thuiszorg, aan moeten spreken op nakoming van hun verplichtingen op grond van de Zorgverzekeringswet. Hieromtrent overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.3.

MSVT valt op grond van artikel 2.4 van het Besluit Zorgverzekering onder de zorg, die op grond van de Zorgverzekeringswet wordt vergoed. Op grond van artikel 11 van de Zorgverzekeringswet heeft de zorgverzekeraar jegens [eiser] een zorgplicht om erin te voorzien dat het recht van [eiser] op MSVT daadwerkelijk wordt gerealiseerd door levering van zorg in natura of door een financiële vergoeding voor deze zorg. Ter uitvoering van de zorgplicht contracteert de zorgverzekeraar zorgaanbieders om de zorg uit te voeren.

4.4.

Blijkens het formulier ‘Uitvoeringsverzoek verpleegtechnische handeling aan Internos’ is door de medisch specialist aan Internos Thuiszorg (als contractspartij van Zilveren Kruis/Achmea) de opdracht gegeven om deze zorg daadwerkelijk te leveren. Internos Thuiszorg heeft daarbij, kennelijk op verzoek van [eiser], opdracht gegeven aan Ambachtzorg om deze zorg daadwerkelijk te verlenen. Dat [eiser] van deze constructie niet op de hoogte was, zoals door hem gesteld, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk, nu hij het aangehaalde formulier als productie heeft overgelegd.

4.5.

Tussen Ambachtzorg en [eiser] bestaat, voor zover het gaat om verlening van MSVT, geen contractuele relatie. Nu Ambachtzorg met ingang van 1 mei 2014 geen vergoeding meer ontvangt voor het leveren van MSVT aan [eiser], kan Ambachtzorg niet worden verplicht om deze zorg te blijven leveren.

Dat [eiser] recht heeft op een vergoeding van 80% voor niet-gecontracteerde MSVT-zorg en dat hij voor de resterende vergoeding (deels) een zekerheid zou willen stellen, maakt deze conclusie niet anders, nu vooralsnog niet is gebleken van het bestaan van een overeenkomst tussen [eiser] en Ambachtzorg op grond waarvan Ambachtzorg zich verplicht heeft om aan [eiser] MSVT te leveren. [eiser] heeft ook niet gesteld op welke (eventueel andere) grondslag zijn vordering is gebaseerd.

Daarbij komt dat Ambachtzorg aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich voldoende heeft ingespannen om de overdracht van MSVT aan een andere zorgaanbieder te faciliteren, zodat ook niet aannemelijk is geworden dat zij niet zorgvuldig jegens [eiser] heeft gehandeld. Zij heeft [eiser] tijdig, als eerste op 20 maart 2014, op de hoogte gesteld van het beëindigen van de MSVT door Ambachtzorg. Dat zij later heeft gevraagd om nieuwe formulieren voor de levering van MSVT heeft mogelijk enige verwarring gewekt. Daarna heeft Ambachtzorg echter nadrukkelijk op 17 april 2014 meegedeeld dat de MSVT, op grond van het besluit

van Internos Thuiszorg, per 1 mei 2014 niet meer geleverd kan worden. Zij heeft [eiser] daarbij verwezen naar Internos Thuiszorg. Daarnaast heeft zij contact gezocht met Zilveren Kruis/Achmea over deze kwestie en [eiser] nog een aantal door Zilveren Kruis/Achmea gecontracteerde zorgaanbieders voorgehouden, die MSVT ook kunnen leveren aan [eiser].

Daartegenover heeft [eiser], voor zover de voorzieningenrechter gebleken is, na de berichtgeving door Ambachtzorg over het einde van haar dienstverlening geen contact opgenomen met zijn zorgverzekeraar over een alternatief, maar is hij ten onrechte blijven eisen dat de MSVT door Ambachtzorg geleverd diende te worden. Eerst na de afwijzing van de voorzieningenrechter van de gevraagde voorlopige maatregel op 30 april 2014 heeft hij contact gezocht met de door Ambachtzorg genoemde alternatieve zorgaanbieders, waarbij nog niet gebleken is dat [eiser] of zijn raadsman contact hebben gezocht met Zilveren Kruis/Achmea en/of met Internos Thuiszorg. Dat de alternatieve zorgaanbieders niet in staat zouden zijn om binnen een paar dagen de benodigde MSVT te leveren, zoals door [eiser] gesteld, maakt in deze omstandigheden niet dat Ambachtzorg gehouden zou zijn om de zorg te blijven leveren.

Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een tijdelijke regeling (van enkele dagen) voor de levering van MSVT door Ambachtzorg ter zitting niet mogelijk is gebleken omdat Ambachtzorg slechts één verpleegkundige in dienst heeft, die MSVT kan leveren. Deze verpleegkundige heeft tegen [eiser] aangifte gedaan wegens bedreiging op of omstreeks 1 mei 2014. Ambachtzorg is derhalve niet bereid om dat personeelslid nog ter beschikking te stellen voor het leveren van zorg. De enkele ontkenning van de bedreiging door [eiser] acht de voorzieningenrechter vooralsnog niet geloofwaardig, nu Ambachtzorg heeft verklaard dat de verpleegkundige met zowel Ambachtzorg als de politie contact heeft opgenomen en ook gelet op de door [eiser] geuite verontwaardiging over het beëindigen van de zorg door Ambachtzorg, op grond waarvan de verklaringen van Ambachtzorg de voorzieningenrechter aannemelijk voorkomen. Nog afgezien van het ontbreken van een juridische grondslag mocht Ambachtzorg in deze omstandigheid aanleiding zien om ook een tijdelijke regeling te weigeren.

De vordering ligt derhalve voor afwijzing gereed.

4.6.

De voorzieningenrechter realiseert zich dat [eiser] in de onwenselijke situatie dreigt te belanden, waarin hij van het ‘kastje naar de muur’ wordt gezonden, doch dit kan hij verder voorkomen door zich tot de juiste instanties te wenden en zich ook overigens te onthouden van het uiten van dreigementen jegens zorgverleners. Naar het de voorzieningenrechter thans voorkomt, zal [eiser] zich in eerste instantie tot zijn zorgverzekeraar moeten wenden, nu deze op grond van de Zorgverzekerwet de zorgplicht heeft voor het leveren van zorg aan [eiser]. Nu ook Internos Thuiszorg zich, voor zover nu aannemelijk is geworden, heeft verbonden tot leveren van MSVT aan [eiser] en door het besluit van Internos Thuiszorg om de samenwerking met Ambachtzorg te stoppen de levering van de MSVT aan [eiser] feitelijk is gestopt, is eveneens niet onmogelijk dat van Internos Thuiszorg kan worden gevraagd te voorzien in de levering van MSVT, in ieder geval tijdelijk, als er geen andere zorgaanbieder de MSVT zou kunnen leveren.

4.7.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Ambachtzorg worden begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salaris rechtshelper 816,00

Totaal € 1.424,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Ambachtzorg tot op heden begroot op € 1.424,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2014.2567/2009

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.