vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer / rolnummer: C/10/457012 / KG ZA 14-762
Vonnis in kort geding van 10 september 2014
[eiseres 1]
,
wonende te Den Haag,
eiseres,
advocaat mr. P.C.M. Ouwens te Spijkenisse,
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SCHIEDAM,
zetelend te Schiedam,
gedaagde,
advocaat mr. J.H.M. Wesseling te Den Haag.
Partijen zullen hierna [eiseres 1] en de gemeente Schiedam genoemd worden.
2 De feiten
2.1.
[eiseres 1] is voormalig burgemeester van de gemeente Schiedam. [eiseres 1] geniet met ingang van 6 juni 2011 een uitkering op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (hierna te noemen: de uitkering). De uitkering wordt betaald door de gemeente Schiedam. De gemeente Schiedam heeft aan Loyalis Maatwerkadministraties B.V. (hierna: Loyalis) opdracht gegeven de uitkering van [eiseres 1] te doen uitbetalen en om [eiseres 1] te begeleiden in het kader van de sollicitatieplicht voor voormalige politieke ambtsdragers. Laatstgenoemde opdracht is door Loyalis uitbesteed aan Van Ede & Partners.
2.2.
[eiseres 1] is verwikkeld in een juridische procedure tegen een aannemer. Deze aannemer heeft beslag doen leggen op de uitkering van [eiseres 1].
2.3.
De burgemeester van de gemeente Schiedam heeft naar aanleiding van vragen van de pers die waren gesteld naar aanleiding van een publicatie op de website Schiedam.nl door het raadslid [betrokkene] op 23 juni 2014 bevestigd dat de uitkering van [eiseres 1] was stopgezet.
2.4.
In het Algemeen Dagblad van 24 juni 2014 is een artikel over [eiseres 1] opgenomen met als kop:
“Sanctie op wachtgeld voor [eiseres 1]
Oud-burgemeester ‘solliciteert onvoldoende’. ”
2.5.
In het Algemeen Dagblad van 25 juni 2014 is een artikel opgenomen over hetzelfde onderwerp, maar dan in relatie tot het juridische conflict dat [eiseres 1] heeft met voornoemde aannemer. De kop hiervan luidt:
“Schuldeiser grijpt mis
Stop op wachtgeld [eiseres 1] raakt ook aannemer”.
In de tekst van dit artikel staat onder meer:
“De burgemeester kreeg dit voorjaar van onafhankelijk toetsingsbureau Loyalis het bericht dat [eiseres 1] niet solliciteert en niets doet om een nieuwe baan te zoeken.[betrokkene2] besloot de uitkering, die nog een jaar zou doorlopen, te stoppen. Schipperen of de zaak door de vingers zien, was volgens hem niet aan de orde. ‘Zo ben ik niet, dan kent u mij niet’. ”
2.6.
Op 27 juni 2014 heeft de gemeente Schiedam een persbericht doen uitgaan dat luidt:
“Deze week is namens de gemeente Schiedam bevestigd dat het wachtgeld van voormalig burgemeester mevrouw [eiseres 1] dit voorjaar was stopgezet. De beantwoording van deze persvraag was gebaseerd op de informatie waar de gemeente op dat moment over beschikte. Inmiddels is uit nieuwe informatie gebleken dat mevrouw [eiseres 1] wel voldeed aan de verplichtingen uit de Appa-regeling. De uitkering is dan ook niet stopgezet.
De uitvoering van de Appa-regeling is uitbesteed aan een uitvoeringsorganisatie.
Er vindt periodiek een rapportage plaats aan de gemeente.”
2.7.
[eiseres 1] heeft de gemeente Schiedam bij brief van 30 juni 2014 gesommeerd om over te gaan tot rectificatie van haar berichtgeving over het stopzetten van de uitkering van [eiseres 1].
2.8.
Bij brief van 30 juni 2014 heeft de gemeente Schiedam aan [eiseres 1] geantwoord dat besloten is om een persbericht doen uitgaan. Dit persbericht is gepubliceerd op
1 juli 2014 en luidt als volgt:
“De afgelopen weken zijn in de media berichten verschenen over voormalig burgemeester [eiseres 1]. Naar aanleiding van een persvraag over het stopzetten van het wachtgeld, heeft de gemeente daar toen bevestigend op gereageerd. Dat beeld diende kort daarna te worden herzien. Hiermee is verwarring ontstaan over de feiten.
Het college meent er goed aan te doen met deze persverklaring alsnog de nodige helderheid te verschaffen. Het college heeft bij monde van burgemeester [betrokkene2] de fractievoorzitters gisteravond al nader mondeling vertrouwelijk geïnformeerd.
Van gemeentezijde is op maandag 23 juni aan de media desgevraagd bericht dat de uitbetaling van het wachtgeld begin dit jaar is stopgezet. Deze berichtgeving was gebaseerd op contacten tussen de gemeente Schiedam en de uitvoeringsorganisatie begin dit jaar, omdat op dat moment niet werd voldaan aan de Appa-verplichtingen.
Op verzoek van de gemeente is door de uitvoeringsorganisatie recentelijk een laatste rapportage uitgebracht. Hieruit bleek dat onze berichtgeving op 24 juni was gebaseerd op informatie die niet meer actueel was. Het college heeft op die dag het bericht ontvangen dat in afwijking van de eerdere rapportage door de uitvoeringsorganisatie van stopzetting van de uitkering geen sprake was. Stopzetting van het wachtgeld bleek niet te hebben plaatsgevonden en was ook niet meer aan de orde. Op vrijdag 27 juni heeft de gemeente de berichtgeving van 23 juni via een persverklaring gecorrigeerd. Het college heeft deze correctie toen verzonden om geen misverstanden te laten bestaan. De gemeente betreurt het dat de eerdere berichtgeving niet geheel juist is gebleken.”
2.9.
[eiseres 1] heeft bij brief van 18 juli 2014 aan de gemeente Schiedam medegedeeld dat de gemeente Schiedam niet deugdelijk heeft gerectificeerd en [eiseres 1] heeft daarbij de gemeente Schiedam gesommeerd om alsnog over te gaan tot een deugdelijke rectificatie. De gemeente Schiedam heeft aan deze sommatie geen gevolg gegeven.
3 Het geschil
3.1.
[eiseres 1] vordert, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I
de gemeente Schiedam te gebieden om binnen 24 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis:
-
een rectificatie te plaatsen op de internetsite www.schiedam.nl, in zwarte leesbare tekst, in lettertypegrootte 12, zonder bijschrift en zonder toevoeging, en die rectificatie daar gedurende tenminste veertien dagen geplaatst te houden,
-
alsmede een persbericht te verspreiden aan dezelfde media als aan wie de persberichten van 24 juni 2014 (de voorzieningenrechter leest: 27 juni 2014) (productie 4 bij dagvaarding) en 30 juni 2014 (productie 8 bij dagvaarding) zijn verspreid, in zwarte leesbare tekst, in lettertypegrootte 12, zonder bijschrift en zonder toevoeging en in dezelfde opmaak als voornoemde persberichten van 27 juni 2014 en 30 juni 2014,
-
alsmede per brief aan alle leden van de gemeenteraad van de Gemeente Schiedam, in zwarte leesbare tekst, in lettertypegrootte 12, zonder bijschrift en zonder toevoeging en in voor berichten van het College gebruikelijke opmaak, die dient te luiden als volgt, althans dient te luiden zoals de Voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren,
“RECTIFICATIE ‘kwestie ex-burgemeester [eiseres 1]’
In de achterliggende periode zijn in diverse media publicaties en interviews
verschenen waarin, onder andere, is vermeld dat de uitkering van het wachtgeld aan oud-burgemeester [eiseres 1] is stopgezet, alsmede dat [eiseres 1] de verplichtingen uit de Appa-regeling niet zou zijn nagekomen.
De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Schiedam veroordeeld tot het rectificeren van onze eerdere onjuiste berichtgeving.
Voor deze stellingen bestaat echter geen steun in de feiten. Het wachtgeld waarop [eiseres 1] recht heeft is tot heden nimmer stopgezet en evenmin is gebleken dat [eiseres 1] zich niet zou hebben gehouden aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de Appa-regeling.
Onze eerdere berichtgeving is door ons niet onderbouwd en derhalve onjuist.
Burgemeester en wethouders van de Gemeente Schiedam.”
II.
te bepalen dat de gemeente Schiedam een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per dag dat
zij niet voldoet aan het ten deze te wijzen vonnis, of een gedeelte daarvan;
III.
de gemeente Schiedam te voordelen in de kosten van deze procedure;
IV.
althans zodanige voorzieningen te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie
vermeent te behoren.
[eiseres 1] stelt daartoe het volgende.
3.2.
De burgemeester van Schiedam heeft kennelijk in februari 2014 het presidium van de gemeenteraad ingelicht over het (vermeend) stopzetten van de wachtgelduitkering van [eiseres 1]. Het gemeenteraadslid[betrokkene] heeft deze informatie op 21 juni 2014 wereldkundig gemaakt. Dit heeft geleid tot een stroom perspublicaties, onder meer op de internetsite van TV Rijnmond op 24 juni 2014 en in het Algemeen Dagblad van 25 juni 2014 en van 27 juni 2014. In laatstgenoemde publicatie staat dat de aannemer met wie [eiseres 1] in een juridisch conflict is verwikkeld en die beslag heeft doen leggen op de uitkering van [eiseres 1], mis grijpt omdat deze uitkering zou zijn stopgezet om de reden dat [eiseres 1] niet zou voldoen aan haar sollicitatieplicht. Burgemeester[betrokkene2] van de gemeente Schiedam heeft in een interview met LookTV op of omstreeks 24 juni 2014 bevestigd dat berichtgeving in de media dat de uitkering van [eiseres 1] gestopt zou zijn, bevestigd. Dit is echter onjuist. Ook heeft hij een daartoe strekkend bericht van de gemeente Schiedam laten uitgaan. De uitkering van [eiseres 1] is echter nooit stopgezet geweest. Wat wel aan de hand was, was dat Loyalis [eiseres 1] op 12 februari 2014 heeft aangeschreven omdat zij de maandopgave (inkomstenformulier) over januari 2014 nog niet had ontvangen. Op 13 februari 2014 bleek echter dat Loyalis op 11 februari 2014 al de beschikking had over dit -door [eiseres 1] opgestuurde- inkomstenformulier.
3.3.
[eiseres 1] heeft de gemeente Schiedam gesommeerd om tot rectificatie over te gaan. De twee persberichten van de gemeente Schiedam, van 27 juni 2014 en van 1 juli 2014, kunnen niet worden beschouwd als een deugdelijke rectificatie. Er staan de onjuiste mededelingen in dat:
-de gemeente Schiedam de informatie waarop de gemeente Schiedam zich heeft gebaseerd niet meer “actueel” was;
- het bericht was ontvangen dat, in afwijking van eerdere rapportage door de uitvoeringsorganisatie, van stopzetting van de uitkering geen sprake was;
-stopzetting van het wachtgeld bleek niet hebben plaatsgevonden en was ook “niet meer” aan de orde.
Hierdoor wordt de suggestie gewekt en in stand gelaten dat de uitkering van [eiseres 1] was stopgezet en dat zij onvoldoende zou solliciteren. Dat is onrechtmatig.
De uitlating van de gemeente Schiedam is volgens [eiseres 1] onnodig grievend, schadeveroorzakend, beledigend en lasterlijk. [eiseres 1] en haar familie ondergaan een stortvloed aan negatieve, beledigende en onheuse publiciteit van zowel lokale als landelijke media en van particulieren. De thans in geding zijnde uitlatingen van de gemeente Schiedam, die feitelijk onjuist zijn, verergeren dit. De kansen op passend werk worden door deze onrechtmatige publicaties fors beperkt.
3.4.
De gemeente Schiedam voert verweer.
3.5.
Op de (verdere) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Het belang van [eiseres 1] is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan beweringen die haar eer en goede naam aantasten. Dat recht vindt erkenning in artikel 8 lid 1 EVRM, dat onder meer bepaalt dat een ieder recht heeft op bescherming van zijn privéleven. Schending van dit recht kan een onrechtmatige daad opleveren. Beoordeeld moet worden of de gemeente Schiedam onrechtmatig heeft gehandeld ex artikel 6:162 jo.
6: 167 BW door onjuiste uitlatingen te doen over het stopzetten van de uitkering van [eiseres 1] respectievelijk of de gemeente Schiedam eventuele onjuiste uitlatingen deugdelijk heeft gerectificeerd.
4.2.
Voor die beoordeling is van belang vast te stellen wat er sinds februari 2014 is voorgevallen, binnen de beperkingen die een kort geding nu eenmaal kent.
4.3.
[eiseres 1] ontving van Loyalis een brief gedateerd 12 februari 2014. In de brief werd medegedeeld dat de maandopgave van januari niet was ontvangen. Op 13 februari 2014 heeft [eiseres 1] aan Loyalis laten weten dat zij de opgave al had verstuurd. Diezelfde dag heeft Loyalis [eiseres 1] bericht dat zij het formulier op 11 februari 2014 had ontvangen. Nog voordat Loyalis haar brief van 12 februari 2014 had verstuurd naar [eiseres 1], heeft er op 10 februari 2014 een telefoongesprek plaatsgevonden tussen een medewerker van Loyalis en de burgemeester van Schiedam. In dit telefoongesprek heeft Loyalis aan de burgemeester medegedeeld dat [eiseres 1] niet had voldaan aan haar verplichting om tijdig een inkomstenformulier in te dienen. In dit telefoongesprek is besproken tot welke mogelijke sancties tegen [eiseres 1] dit, na het verstrijken van een hersteltermijn, zou kunnen leiden. In dat kader is het stopzetten van haar uitkering genoemd. Loyalis heeft toen een nadere rapportage toegezegd. Vervolgens heeft de burgemeester diezelfde dag het presidium van de gemeenteraad ingelicht over zijn telefoongesprek met Loyalis.
[eiseres 1] heeft een interview gegeven dat is verschenen de Volkskrant van 21 juni 2014. Daarin laat zij zich op kritische wijze uit over hetgeen zij heeft meegemaakt in de periode dat zij nog burgemeester was van de gemeente Schiedam. Nog diezelfde dag heeft een gemeenteraadslid op internet een bericht geplaatst met daarin onder meer de mededeling: “Bij mijn weten wordt er door de gemeente geen wachtgeld meer uitgekeerd. Niet aan [eiseres 1] en helaas voor van der Tempel ook niet aan hem. Als dit wel zo is ben ik verkeerd voorgelicht.” Aan de burgemeester is toen door de pers gevraagd om bevestiging van dit nieuws. De burgemeester heeft daarop via de afdeling Communicatie van de gemeente een bevestiging van deze stopzetting doen uitgaan en heeft ook zelf uitlatingen van die inhoud, althans strekking, tegenover de media gedaan. De gemeente Schiedam erkent dat de bevestiging heeft geleid tot het bericht in het Algemeen Dagblad van 25 juni 2014.
4.4.
Partijen zijn het er over eens dat de uitkering van [eiseres 1] nooit stopgezet is geweest. De burgemeester de gemeente Schiedam heeft derhalve een fout gemaakt door te laten bevestigen dat deze uitkering wel zou zijn stopgezet. Deze fout is toerekenbaar aan de gemeente Schiedam.
4.5.
Aan dit oordeel doet niet af het verweer van de gemeente Schiedam dat zij in de periode vanaf februari 2014 geen andersluidende berichten had ontvangen van Loyalis en dat de gemeente Schiedam er daarom van uit ging dat het hersteltermijn voor het indienen van het inkomstenformulier door [eiseres 1] inmiddels was verstreken. De gemeente Schiedam erkent zelf al (in haar pleitnota) dat in het telefoongesprek tussen de burgemeester en Loyalis op 10 februari 2014 slechts is gesproken over de mogelijkheid tot oplegging van sancties. Op dat moment is dus niet besloten tot feitelijke oplegging daarvan. Bovendien is in dat gesprek blijkbaar een nadere rapportage aangekondigd, die de gemeente niet had ontvangen, althans niet voorafgaand aan de uitlatingen van de burgemeester, al dan niet via persberichten.
Het getuigt van weinig zorgvuldigheid dat de burgemeester meende dergelijke uitlatingen te kunnen doen. In de situatie dat de gemeente Schiedam de regeling volledig had uitbesteed aan Loyalis, en van Loyalis geen nadere informatie had ontvangen, kon de conclusie dat de uitkering was stopgezet niet worden getrokken. Het had daarom op de weg van de burgemeester gelegen zich daarover eerst te (laten) informeren, voordat hij de stopzetting bevestigde.
4.6.
Uitgangspunt bij de verdere beoordeling is derhalve dat de gemeente Schiedam een feitelijk onjuiste mededeling heeft gedaan over [eiseres 1]. Dat is bovendien niet één keer gebeurd maar meerdere malen. Naar voorlopig oordeel is dit onjuiste handelen in strijd met de zorgvuldigheid die jegens [eiseres 1] zou hebben betaamd, en derhalve onrechtmatig. Dit klemt temeer nu het hier gaat om privacygevoelige informatie over [eiseres 1] waarvan de gemeente Schiedam kan weten dat daarvoor een min of meer ruime publieke belangstelling bestaat. Voorts is van belang dat [eiseres 1] in het verleden op een ongunstige wijze in de belangstelling heeft gestaan van diverse media. Het is aannemelijk dat het doen van de onderhavige, feitelijk onjuiste mededeling door de gemeente Schiedam bijdraagt aan een versterking van de negatieve beeldvorming die bij een deel van het publiek over de persoon van [eiseres 1] is ontstaan. Het is dan ook alleszins aannemelijk dat [eiseres 1] schade lijdt omdat zij is aangetast in haar eer en goede naam.
4.7.
Over de vraag of er sprake is van causaal verband tussen de onjuiste uitlatingen van de gemeente Schiedam en de schade, wordt als volgt geoordeeld. De gemeente Schiedam kan niet aansprakelijk worden gehouden voor perspublicaties die een rechtstreekse reactie zijn op het interview met [eiseres 1] in de Volkskrant. De gemeente Schiedam heeft immers niet in te staan voor de wijze waarop anderen reageren op hetgeen [eiseres 1] naar voren brengt. De vraag of de gemeente Schiedam aansprakelijk mag worden gehouden voor uitlatingen van haar gemeenteraadslid [betrokkene] dient te worden beantwoord aan de hand van het criterium of deze uitlatingen in het maatschappelijk verkeer als gedragingen van de gemeente hebben te gelden (HR 06-04-1979, NJ 1980, 34). Of zich dat hier voordoet mag betwijfeld worden, maar kan verder in het midden blijven. Het is om een andere reden voldoende aannemelijk dat sprake is van een causaal verband. De gemeente Schiedam erkent immers zelf in haar pleitnota dat het de bevestiging via haar afdeling Communicatie van het stopzetten van de uitkering van [eiseres 1] is geweest, die heeft geleid tot bericht in het Algemeen Dagblad van 25 juni 2014. Deze publicatie levert op zich al een aantasting in eer en goede naam op, die aan de gemeente Schiedam toerekenbaar is. Voor zover lezers zich naar aanleiding van dit bericht publiekelijk negatief hebben uitgelaten over de persoon van [eiseres 1] dan wel zich een negatief, of negatiever, beeld hebben gevormd van de persoon van [eiseres 1] is deze aantasting des te groter. Wel zij overwogen dat niet valt uit te sluiten dat de eer en goede naam van [eiseres 1] ook zijn aangetast door recente berichtgeving van derden die niet zijn terug te voeren op onjuiste mededelingen van de gemeente Schiedam, maar bijvoorbeeld rechtstreeks voortvloeien uit het interview in de Volkskrant. Dit valt de gemeente Schiedam niet toe te rekenen, maar dit neemt de onrechtmatigheid van haar eigen onjuiste mededelingen niet weg.
4.8.
Ingevolge artikel 6:167 lid 1 BW kan, indien sprake is van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard, de rechter op vordering van de benadeelde een rectificatie opleggen.
4.9.
Een rectificatie kan op grond van artikel 6:167 lid 2 ook worden opgelegd indien aansprakelijkheid ontbreekt omdat de publicatie aan de dader wegens diens onbekendheid met de onjuistheid of andere onvolledigheid niet als een onrechtmatige daad is toe te rekenen. Alsdan kan de rechter bepalen dat de kosten van de rectificatie en de proceskosten geheel of gedeeltelijk moeten worden gedragen door de eiser tot rectificatie (lid 3 van dit artikel).
4.10.
Voor zover de gemeente Schiedam zich op het standpunt stelt dat zij niet aansprakelijk is omdat zij onbekend was met de onjuistheid van haar mededeling, dan kan haar dat niet baten. Voor een geslaagd beroep op deze onbekendheid is vereist dat de aangesprokene het onderzoek heeft verricht dat in de gegeven omstandigheden van hem of haar kon worden gevergd. Dat onderzoek heeft in dit geval niet plaatsgevonden. Verzuimd is om de gewraakte mededeling te controleren op feitelijke juistheid, alvorens deze te doen uitgaan. Zoals hiervoor al aangegeven kon van de gemeente Schiedam gevergd worden dit onderzoek te verrichten. Zoals gezegd heeft Loyalis niet aan de burgemeester medegedeeld dat de uitkering van [eiseres 1] zou worden stopgezet; slechts de mogelijkheid daartoe is tussen hen besproken op 10 februari 2014. Het was dus geenszins een vanzelfsprekendheid dat de uitkering van [eiseres 1] was stopgezet toen de burgemeester liet bevestigen dat dit wel het geval was. Voorts is van belang dat de gemeente Schiedam kon weten dat haar berichtgeving het nodige stof zou doen opwaaien.
4.11.
[eiseres 1] heeft mitsdien recht op rectificatie, op kosten van de gemeente Schiedam. De gemeente Schiedam stelt zich op het standpunt dat zij al deugdelijk heeft gerectificeerd. De voorzieningenrechter onderschrijft dit standpunt niet:
- de gemeente Schiedam schrijft dat de informatie waar zij zich baseert niet “meer” actueel was. Deze informatie is echter nooit actueel geweest. Er is nooit sprake geweest van stopzetting van de uitkering. Voorts wordt hier ook de onterechte suggestie gewekt dat wél sprake is geweest van stopzetting van de uitkering maar dat deze inmiddels is teruggedraaid. Zo deze suggestie niet bij iedere lezer wordt gewekt, dan is aannemelijk dat dit toch wel bij een relevant deel van de lezers is.
- de gemeente Schiedam schrijft ook dat het haar bleek, zulks “in afwijking van eerdere rapportage” dat van stopzetting van de uitkering geen sprake was. Er is echter nooit sprake geweest van andersluidende rapportage. Aan de gemeenschap Schiedam is nooit gerapporteerd dat de uitkering was stopgezet. Slechts de mogelijkheid van het stopzetten van de uitkering is onderwerp van het gesprek op 10 februari 2014 geweest tussen de burgemeester van Schiedam en een medewerker van Loyalis. Hier wordt de onterechte suggestie gewekt dat de gemeente Schiedam onjuiste informatie van een derde heeft ontvangen.
4.12.
Voor zover er al in de persberichten valt te lezen dat er wél erkend wordt dat er een fout is begaan, is dat op een al te verhullende wijze geschied. Zo staat er in het tweede persbericht dat daarmee wordt beoogd om meer helderheid te verschaffen. Als er al valt te lezen dat de gemeente Schiedam een fout heeft gemaakt dan is deze weggemoffeld tussen bewoordingen die deze erkenning tegenspreken. Met deze halfslachtigheid hoeft [eiseres 1] geen genoegen te nemen. Voor de gemeente Schiedam was voorzienbaar dat een aantal lezers zich op basis van de onjuiste berichtgeving van de gemeente Schiedam en / of de aandacht die deze onjuiste berichtgeving zou krijgen in de pers, ongezouten en ongefundeerde meningen zouden gaan verkondigen over de persoon van [eiseres 1] op bijvoorbeeld internetfora en/ of rechtstreeks tegen [eiseres 1].
4.13.
De gemeente Schiedam heeft aangevoerd dat zij slechts heeft medegedeeld dat de uitkering van [eiseres 1] was stopgezet, maar niet dat dit was om de reden dat [eiseres 1] niet voldeed aan haar sollicitatieplicht. Dit standpunt is formeel juist. De berichtgeving van de gemeente Schiedam is echter niet uit de lucht komen vallen. Deze berichtgeving dient beoordeeld te worden in de context van de eerdere mededeling van een gemeenteraadslid op internet dat de uitkering van [eiseres 1] was stopgezet -naar zijn weten omdat [eiseres 1] niet voldeed aan haar sollicitatieplicht- en de daaropvolgende vragen van de pers aan de gemeente Schiedam. Dan is voorzienbaar dat pers en publiek zullen aannemen dat er iets wezenlijks aan de hand is. Een uitkering wordt niet zomaar stopgezet. De gemeente Schiedam heeft in haar berichtgeving ook niet laten weten dat het raadslid er naast zat en dat het opgeroepen beeld correctie behoefde. De conclusie is dan al snel getrokken dat [eiseres 1] niet voldeed aan haar sollicitatieplicht.
4.14.
De vordering van [eiseres 1] zal derhalve worden toegewezen, zij het niet geheel. Niet valt in te zien welk belang [eiseres 1] heeft bij haar vordering sub c. Aangenomen mag worden dat als de gemeente Schiedam tot rectificatie wordt veroordeeld, de gemeenteraad daar ambtshalve kennis van zal nemen. Een aparte veroordeling is daarvoor niet nodig.
4.15.
De tekst van de rectificatie zal, in goede justitie, enigszins worden ingekort en aangepast, teneinde (duidelijker) tot uitdrukking te laten komen dat slechts de uitlatingen van de burgemeester en de persberichten van de gemeente Schiedam rectificatie behoeven. Daarnaast zullen herhalingen uit de tekst worden geschrapt. Daar zij aan toegevoegd dat de gemeente Schiedam gedaagde partij is en de gevorderde rectificatie er ten onrechte van uitgaat dat het college van Burgemeester en Wethouders tot rectificatie wordt veroordeeld.
4.16.
Er bestaat geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat de gemeente Schiedam, als publiekrechtelijk rechtspersoon, loyaal uitvoering zal geven aan het vonnis.
4.17.
De gemeente Schiedam zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eiseres 1]. Deze kosten worden begroot op:
-€ 93,80 explootkosten dagvaarding
-€ 282 griffierecht
-€ 817 salaris advocaat (standaard tarief kort geding volgens de Liquidatietarieven).
5 De beslissing
5.1.
gebiedt de gemeente Schiedam om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis:
A) een rectificatie te plaatsen op de internetsite www.schiedam.nl, in zwarte leesbare tekst, in lettertypegrootte 12, zonder bijschrift en zonder toevoeging, en die rectificatie daar gedurende tenminste veertien dagen geplaatst te houden,
B) een persbericht te verspreiden aan dezelfde media als aan wie de persberichten van 27 juni 2014 (productie 4 bij deze dagvaarding) en 30 juni 2014 (productie 8 bij deze dagvaarding) zijn verspreid, in zwarte leesbare tekst, in lettertypegrootte 12, zonder bijschrift en zonder toevoeging en in dezelfde opmaak als voornoemde persberichten van 24 juni 2014 en 30 juni 2014,
“RECTIFICATIE ‘kwestie ex-burgemeester [eiseres 1]’
In de maand juni 2014 heeft de burgemeester van de gemeente Schiedam medegedeeld, en de gemeente Schiedam bevestigd, dat de uitkering van het wachtgeld aan oud-burgemeester [eiseres 1] is stopgezet. Voor deze stellingen bestaat echter geen steun in de feiten. Het wachtgeld waarop [eiseres 1] recht heeft is tot heden nimmer stopgezet en evenmin is gebleken dat [eiseres 1] zich niet zou hebben gehouden aan de verplichtingen die verbonden zijn aan haar recht op wachtgeld.
Voorts zijn op 27 juni 2014 en 1 juli 2014 persberichten van de gemeente Schiedam uitgebracht waarin de onjuiste indruk is gewekt dat de gemeente beschikte over informatie dat het wachtgeld was stopgezet en dat stopzetting aan de orde is geweest.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft de gemeente Schiedam veroordeeld tot het rectificeren van deze, deels, niet onderbouwde, onduidelijke en onjuiste berichtgeving.
5.2.
veroordeelt de gemeente Schiedam in de proceskosten van [eiseres 1], tot op heden begroot op € 1.192,80;
5.3.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2014.1